Een waterkrachtcentrale bij Hagestein |
|
Paulus Jansen (SP), Stientje van Veldhoven (D66), Esmé Wiegman-van Meppelen Scheppink (CU), Roland van Vliet (PVV), Diederik Samsom (PvdA), Liesbeth van Tongeren (GL), René Leegte (VVD), Marieke van der Werf (CDA), Elbert Dijkgraaf (SGP) |
|
Joop Atsma (staatssecretaris infrastructuur en waterstaat) (CDA) |
|
|
|
|
Klopt het dat de waterkrachtcentrale in de stuw bij Hagestein (Ut) al jarenlang buiten gebruik is? Zo ja, sinds wanneer?
Ja. Nuon had een contract met Rijkswaterstaat (RWS) tot juli 2008 en legde de centrale stil in 2005, in eerste instantie voor onderhoud. Het NUON Duurzaamheidsverslag van 2005 gaf aan dat de produktie tegenviel en de belangstelling voor groene stroom terugliep. Sindsdien ligt de centrale stil.
Klopt het dat er op het moment van buitengebruikstelling al een uitgewerkt plan lag om de centrale te renoveren door het vervangen van de verouderde en versleten generator, tandwielkast en besturingssysteem, waarna de centrale 4 000 000 kWh elektriciteit per jaar zou kunnen produceren? Zo ja, waarom is dit plan niet uitgevoerd?
Ja, er was sprake van een renovatieplan van Nuon dat blijkens hun Duurzaamheidsverslag onvoldoende rendabel was.
Klopt het dat een lokaal duurzaam energiebedrijfje aan u als beheerder van de stuw en oude waterkrachtcentrale heeft aangeboden om op basis van een 20-jarige concessie de renovatie voor eigen rekening en risico uit te voeren, waarbij dit bedrijf tevens bereid was om een gebruiksvergoeding te betalen voor het beschikbaar stellen van de locatie? Zo ja, op welke datum heeft deze ontwikkelaar schriftelijk zijn interesse laten blijken? Wanneer en hoe hebt u gereageerd?
Enkele bedrijven en overheden hebben in 2010 belangstelling getoond. RWS heeft in november 2010 geantwoord dat er niet voor februari 2011 duidelijkheid zou komen over tenderen c.q. een eventuele openbare aanbesteding. RWS heeft ook aangegeven dat meer tijd nodig is voor onderzoek naar de omvang van de renovatie, de exploitatiemogelijkheden en visbeschermende maatregelen. Dit is alleen aan de provincie medegedeeld en niet aan andere belanghebbenden. Bij de vervolgacties (zie vraag 4) ga ik hier nader op in.
Indien de reactie was «we gaan het project tenderen»: kan een overzicht worden gegeven van de vervolgacties om dit voornemen in de praktijk te brengen?
Het tenderen is een principe-besluit en dit zal plaatsvinden wanneer dit van alle beleidsopties de beste optie is. Eén zo’n andere optie is dat RWS de stroomopwekking zelf integreert in de waterstaatkundige regeling van de waterstand. RWS moet in 2012 de technische, juridische en andere exploitatie-eisen in kaart hebben om de huidige centrale tenminste op het niveau van de waterstaatkundige functie in bedrijf te hebben, dat wil zeggen de fijnregeling van de waterstand te verzorgen. Dat wordt op dit moment nog onderzocht. De optie om de waterkrachtcentrale buiten gebruik te laten moet ook worden onderzocht. Ervaring met de centrale bij Borgharen heeft immers geleerd dat waterkracht alleen haalbaar is indien de vergunningverlener en exploitant voldoen aan de omgevingseisen en dit aantoonbaar is geborgd.
De eerstkomende vervolgacties bestaan dus uit het afronden van de genoemde onderzoeken en overleg over de uitkomsten met de belanghebbende partijen. RWS zal het initiatief nemen om de belanghebbende bedrijven en overheden over enkele maanden in te lichten over de stand van zaken en zal daarbij tevens alle partijen de gelegenheid te geven om hun eigen plannen toe te lichten. Zodoende kan ik in de loop van 2012 een afgewogen besluit nemen.
Klopt het dat de gemeenten Houten en Vianen vervolgens aangeboden hebben om het exploitatierecht ter hand te nemen, om daarmee verder tijdverlies te voorkomen? Zo ja, hoe en wanneer is op die suggestie gereageerd?
Zie het antwoord op vraag 3.
Indien die reactie was «we gaan het project zelf uitvoeren»: kan een overzicht worden gegeven van de vervolgstappen om hun gewijzigde voornemen in praktijk te brengen, inclusief een planning en investeringsraming voor de ingebruikname?
Zie het antwoord op vraag 4. De voorlopige raming voor renovatie beweegt zich tussen de 3 ton voor een relatief kleine ingreep die tijdelijk een beperkte produktie mogelijk maakt tot ruim 3 miljoen voor een renovatie met een optimale produktie. Deze kosten zijn exclusief BTW; onvoorzien; personeel en beheer en onderhoud.
Wat is uw oordeel over de gang van zaken rond de waterkrachtcentrale Hagestein?
De waterkrachtcentrale heeft vele jaren goed gefunctioneerd en is nu aan groot onderhoud of vervanging toe. De situatie is nu echter gecompliceerder dan 50 jaar geleden en dat vergt onderzoek. RWS zal daar vaart achter zetten.
Onderschrijft u dat dit project een schoolvoorbeeld zou kunnen zijn van een green deal? Zo ja, hoe gaat u ervoor zorgen dat dit soort initiatieven niet langer gefrustreerd worden maar bevorderd?
Mocht er voor de waterkrachtcentrale Hagestein in het kader van de Green Deal een initiatief worden ingediend, dan zullen wij dit serieus bekijken. Er dient vanzelfsprekend te worden voldaan aan de uitgangspunten van de Green Deal: het project is in de kern rendabel, komt op korte termijn tot resultaten en leidt tot economische activiteiten of een kostenbesparing maar heeft nog een duwtje in de rug nodig met betrekking tot regelgeving, regie, informatie-uitwisseling of toegang tot financiering. Energie uit waterkracht komt in aanmerking voor ondersteuning vanuit de Subsidieregeling duurzame energie (SDE+) van dit kabinet.
Het bericht dat zorgkantoren amper nieuwkomers en kleine zorgaanbieders contracteren |
|
Agnes Wolbert (PvdA) |
|
|
|
|
Bent u ervan op de hoogte dat zorgkantoren geen Zelfstandige Zonder Personeel (ZZP’ers) maar ook amper nieuwe zorgaanbieders hebben gecontracteerd voor 2012?1
Het proces van de eerste contracteerronde 2012 loopt nog tot 1 november 2011. De eerste contracteerronde is vooral gericht op instellingen en de inkoopcriteria zijn nog niet toegesneden op zelfstandige zorgverleners. Indien er sprake is van afwijzing, dan komt dit omdat de organisatie niet voldoet aan de inkoopcriteria die het zorgkantoor heeft opgesteld. Dit kunnen zowel procesmatige, kwaliteits- als zorginhoudelijke criteria zijn.
Daarbij dient bedacht te worden dat het zorgkantoor geen contracteerplicht heeft en dus een keuze maakt uit de zorgaanbieders die in 2012 zorg zouden willen gaan leveren.
Wat vindt u van de argumentatie van zorgverzekeraar Achmea dat er per kavel slechts één nieuwe aanbieder is toegelaten?
Zoals bij vraag 1 aangegeven, gaat het om de eerste contracteerronde. In dit stadium zoekt Achmea het evenwicht tussen continuïteit van zorgverlening en ruimte voor nieuwe zorgaanbieders.
Wat betekent dit voor de mensen met een nieuwe indicatie? Kunnen zij geen gebruik maken van de zorg bij een kleine aanbieder? Hoe verhoudt zich dat met het uitgangspunt van het kabinet dat mensen moeten kunnen kiezen en moeten kunnen stemmen met de voeten?
Cliënten die vanaf 1 januari 2012 een nieuwe indicatie voor AWBZ-zorg ontvangen hebben de keuze uit de door het zorgkantoor gecontracteerde zorgaanbieders. Dit zijn veelal meerdere aanbieders per regio. Dit is geen wijziging ten opzichte van voorgaande jaren. Nieuw is wel dat cliënten zonder verblijfsindicatie geen zorg meer kunnen inkopen via de pgb-regeling. Voor personen met een substantiële zorgvraag wordt het onder een aantal stringente voorwaarden mogelijk gebruik te maken van de vergoedingsregeling persoonlijke zorg. Binnen deze regeling heeft de cliënt een vrije zorgverlenerskeuze. Ook nieuwe cliënten met een indicatie voor verblijf, die kiezen voor een pgb, kunnen zelf hun zorgverleners selecteren. Vanaf 2012 is er daarom bij alle nieuwe cliënten sprake van keuzemogelijkheden.
Het principe van stemmen met de voeten is aan de orde na 2012, als de uitvoering van de AWBZ wordt overgedragen aan de zorgverzekeraars voor eigen verzekerden, en cliënten kunnen kiezen voor een andere zorgverzekeraar, bijvoorbeeld indien zij zich niet kunnen vinden in het inkoopbeleid van de zorgverzekeraar waarbij zij zijn aangesloten.
Komt door het gegeven dat de nieuwe zorgaanbieders geen nieuwe cliënten meer kunnen helpen, hun bedrijfsvoering niet in gevaar? Kunnen zij krimp van de productie opvangen in deze moeilijke tijd? Komt daarmee niet ook de zorg in gevaar voor mensen die al bij deze nieuwkomers zorg ontvangen?
Omdat het om nieuwe zorgaanbieders gaat is er geen sprake van verlies van zorgproductie. In 2011 hebben deze aanbieders nog geen contract met het zorgkantoor en leveren dan ook nog geen AWBZ-zorg in natura. Omdat er nog geen contracten zijn, kan ook de situatie niet aan de orde zijn die in de vraag wordt geschetst, namelijk dat er sprake is van krimp in de zorgproductie bij deze aanbieders. Dit kan alleen aan de orde zijn als er sprake is van zorgverlening in het kader van de pgb-regeling en deze zorgverlener is ingehuurd door de pgb-houder. Deze zorgverlening kan echter worden gecontinueerd in 2012, omdat de bestaande pgb-budgethouders hun pgb behouden tot 2014.
Het gaat daarom bij zorg in natura niet om de continuïteit van de bedrijfsvoering maar om de mogelijkheid om zorg te gaan verlenen. Dit is niet wezenlijk anders van in de voorgaande jaren. De NZa houdt daarbij toezicht op het contracteringsgedrag van zorgkantoren. Een van de toetspunten daarbij is of voldoende ruimte wordt geboden aan nieuwe toetreders.
Hoe komt het dat de reguliere aanbieders nu ineens wel de zorg kunnen aanbieden die ze voorheen kennelijk aan de nieuwkomers overlieten?
Zorgkantoren maken afspraken met bestaande en nieuwe aanbieders om aan de zorgplicht te kunnen voldoen. Het is aan zorgkantoren om te beoordelen of deze aanbieders zorg kunnen bieden van voldoende kwaliteit. Daarnaast hebben de zorgkantoren gedurende het jaar de mogelijkheid om aanvullende afspraken te maken met zorgaanbieders, indien blijkt dat op bepaalde onderdelen onvoldoende kan worden ingespeeld op de zorgvraag van de cliënten.
Bent u ervan op de hoogte dat het kabinet een afname van het aantal indicatie met 30 a 40%; verwacht? Betekent de geschetste gang van zaken niet dat juist de kleine, vernieuwende en creatieve zorgondernemers die klap moeten opvangen? Dreigt Nederland daardoor straks in twee jaar tijd de vernieuwing in de zorg kwijt te raken die deze vaak innovatieve ondernemers in de afgelopen 10 jaar hebben opgebouwd?
Ik verwacht ten gevolge van de pgb-maatregelen een vraaguitval van 33%. Dit zijn cliënten, die voorheen gekozen zouden hebben voor een pgb en nu afzien van professionele zorg.
Door de pgb-maatregelen zal naar mijn mening de innovatiekracht van de sector juist toenemen en ik ben daarom niet bang dat we de vernieuwing in de zorg kwijt raken.
De vervolging van historicus Michail Soeproen |
|
Frans Timmermans (PvdA) |
|
|
|
|
Wordt de Russische historicus Michail Soeproen vervolgd door de Russische autoriteiten in Archangelsk omdat hij onderzoek doet naar de massale deportaties van etnische Duitsers tijdens het schrikbewind van Stalin in de jaren ’40 en ’50 van de vorige eeuw?
Nee.
Wordt hij vervolgd omdat hij in samenwerking met het Duitse Rode Kruis de namen van deze etnische Duitsers had verzameld, hetgeen in strijd zou zijn met de Russische wet op privacybescherming?
Ja. Op 13 september 2009 werd professor Michail Soeproen gearresteerd. Hij is aangeklaagd omdat nakomelingen van gedeporteerde etnische Duitsers geen toestemming zouden hebben gegeven voor het verzamelen van de informatie over hun voorouders en vanwege het uitlokken tot het plegen van een strafbaar feit door een ambtenaar. De bij deze zaak betrokken ambtenaar is aangeklaagd wegens ambtsmisbruik.
Zo ja, deelt u de mening dat dit slechts een voorwendsel is om ervoor te zorgen dat Soeproen niet door kan gaan met het blootleggen van de feiten over deze inktzwarte bladzijde uit de Russische geschiedenis?
Onderzoeken vergelijkbaar met het onderzoek van professor Soeproen zijn in het verleden zonder problemen en met medewerking van de Russische autoriteiten in verschillende Russische regio’s uitgevoerd. Tot vier jaar geleden verschenen nog meerdere publicaties, zoals over gedeporteerde Polen. Sindsdien is toegang tot archieven moeilijker geworden.
Professor Soeproen heeft gemeld aan het proces deel te zullen nemen. Hij wordt daarbij door Memorial en verscheidene Russische mensenrechtenactivisten gesteund. Professor Soeproen kan zich in afwachting van zijn proces vrijelijk bewegen.
Zo ja, deelt u dan de mening dat dit neerkomt op machtsmisbruik van de zijde van de Russische autoriteiten, hetgeen een ernstige mensenrechtenschending inhoudt?
Zie antwoord vraag 3.
Bent u bereid via de EU en de Raad van Europa en/of in samenwerking met Duitsland krachtig tegen dit machtsmisbruik te protesteren? Zo ja, hoe gaat u dit doen? Zo nee, waarom niet?
Russische partijen kunnen hun zaak bepleiten via daartoe geëigende kanalen. Ik zal de rechtsgang in de Russische Federatie volgen.
Het beperken van magnetische velden rond bestaande hoogspanningstracés |
|
Paulus Jansen (SP) |
|
Maxime Verhagen (minister economische zaken en klimaat, viceminister-president ) (CDA) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Kema: minder magnetische straling door stoelendans in stroomnet»?1 Kloppen de beschreven feiten?
Ja, ik heb kennis genomen van het artikel. In het KEMA-rapport wordt verslag gedaan van diverse metingen voor en na fasedraaiing, ook wel aangeduid als het optimaliseren van de klokgetallen. Ik heb geen aanleiding te veronderstellen dat de beschreven feiten in het rapport onjuist zouden zijn.
Is de door Stedin bij Veenendaal beproefde techniek breder inzetbaar? Zo ja, voor welk deel van het hoogspanningsnet?
Het is een bekende techniek, die ook aan de orde kwam bij de vaststelling van het in 2005 door het toenmalige Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer uitgebrachte beleidsadvies inzake de blootstelling aan magnetische velden. Vanaf die tijd wordt aan provincies, gemeenten en netbeheerders geadviseerd om bij de vaststelling van streek- en bestemmingsplannen, dan wel bij wijziging in bestaande plannen of van bestaande hoogspanningslijnen, zoveel als redelijkerwijs mogelijk is te vermijden dat nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla. Aan dit advies is zorgvuldig onderzoek voorafgegaan, o.a. ook naar mogelijke maatregelen om magneetveldzones van bovengrondse hoogspanningslijnen te versmallen. In rapporten van KEMA en RIVM2 zijn verschillende opties vastgelegd, waaronder ook fasedraaiing. Na fasedraaiing compenseren de door de hoogspanningslijn opgewekte magneetvelden elkaar maximaal. Deze techniek vergt afhankelijk van de netsituatie meer of minder aanpassingen, maar is in beginsel voor alle bovengrondse hoogspanningslijnen in Nederland toepasbaar; voor een deel van het net heeft optimalisatie al plaatsgevonden.
Wat zijn de kosten om fasedraaiing bij bestaande tracés te implementeren?
In deel 4 van de hierboven genoemde KEMA- en RIVM-rapporten zijn kengetallen aangegeven voor de kosten die gemoeid zijn met fasedraaiing. Deze bedragen per lijnstuk (mast tot mast): voor 380 kV 1 miljoen euro; voor 220 kV 0,9 miljoen euro, voor 150 kV 0,8 miljoen euro; voor 110 kV 0,7 miljoen euro, voor combilijnen 1,3 miljoen euro en voor 50 kV 0,33 miljoen euro.
Onderschrijft u dat deze techniek interessant kan zijn om de belasting door elektromagnetische velden tegen beperkte kosten aanzienlijk te reduceren? Zo ja, bent u bereid om met de netbeheerders te overleggen over een effectieve aanpak en de Kamer te berichten over de conclusies van dit overleg?
Ik zie op dit moment geen reden om de techniek van fasedraaiing toe te passen en dit netbeheerders voor te schrijven. Zoals ik ook heb aangegeven in mijn brief van 8 juni 2011 inzake uitkoop en verkabeling, die van de zijde van de Kamer wordt gesteund, is er geen sprake van veiligheids- en gezondheidsaspecten die het wonen in de nabijheid van hoogspanningslijnen zouden beperken. Wel heb ik in die brief aangegeven dat de ervaring leert dat mensen niet graag in de buurt van een hoogspanningsverbinding wonen, en dat ik voor mensen die erg dichtbij een hoogspanningsverbinding wonen en dit ervaren als een grote vermindering van het woongenot een oplossing zal verkennen. Aan het eind van dit jaar zal ik uw Kamer hier nader over informeren.
De financiële problemen van Zonnehuizen |
|
Nine Kooiman (SP), Renske Leijten (SP) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op het artikel «Zorgconcern balanceert op de rand van de afgrond»?1 Deelt u de mening dat dit een zorgwekkende ontwikkeling is? Wilt u uw antwoord toelichten?
Zoals blijkt uit het aangehaalde krantenartikel verkeert Stichting Zonnehuizen in financiële moeilijkheden, en is er sprake van aanzienlijke exploitatieverliezen over 2010 en 2011. Voor de gevraagde toelichting verwijs ik u naar de brief die ik, op basis van een verzoek uit de regeling van werkzaamheden van 21 september 2011, gelijktijdig met het antwoord op onderhavige vragen aan de Tweede Kamer stuur.
Was u op de hoogte van de financiële problemen van Zonnehuizen? Zo ja, hoe lang?
Op 7 maart 2011 ontving ik een brief van het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ) over de zeer kwetsbare vermogenspositie van Stichting Zonnehuizen voortvloeiend uit het feit dat Stichting Zonnehuizen over 2010 een fors exploitatietekort zou hebben. Het WFZ informeerde mij, omdat Stichting Zonnehuizen beschikt over in het verleden afgegeven rijksgaranties op aangegane verplichtingen. Het WFZ voert sinds 2003 namens VWS werkzaamheden uit die verband houden met in het verleden verstrekte garanties.
Hoe is het mogelijk dat jarenlang klachten van personeel, zorgbehoevenden en ouders zijn genegeerd? Wat is de rol van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) hierin? Wilt u uw antwoord toelichten?2
In het kader van zowel het op gezondheidsrisico’s gebaseerde Gefaseerde Toezicht (GT), het Thematisch Toezicht (TT) alsmede het Incidententoezicht (IT), heeft de IGZ in de afgelopen jaren inspectiebezoeken gebracht aan verschillende locaties van Zonnehuizen. Bij dergelijke bezoeken spreekt de inspectie altijd met cliënten, cliëntvertegenwoordigers en medewerkers. Hun informatie is van groot belang bij het beoordelen van de kwaliteit van zorg. Naar aanleiding van de resultaten van het uitgevoerde toezicht heeft de inspectie begin april 2011 de Raad van Bestuur en de Raad van Toezicht ter verantwoording geroepen over de op onderdelen tekortschietende zorg en bepaalde onveilige situaties. Mede daardoor zijn de Raad van Toezicht en de Raad van Bestuur opgestapt. Ook op dit punt gaat de eerder genoemde brief nader in.
Erkent u dat de interne klachtenregeling in de zorg faalt? Deelt u de mening dat deze affaire de noodzaak van het SP-voorstel van een onafhankelijke, externe klokkenluidersregeling voor zorgpersoneel onderstreept? Zo nee, waarom niet?
Een goede interne klachtenprocedure acht ik van groot belang. Verschillende onderzoeken3 naar de werking van het klachtrecht in de zorg laten zien dat cliënten hoge drempels ervaren voor het indienen van klachten, weinig waarborgen zien voor de onafhankelijkheid van de beoordeling ervan en te vaak niet tevreden zijn met de uitkomsten van de klachtenbehandeling. Om deze reden zijn in het wetsvoorstel Wet cliëntenrechten zorg (Wcz), dat in uw kamer ter behandeling ligt, belangrijke verbeteringen aangebracht in het klachtrecht, zodat het klachtrecht effectiever en laagdrempeliger wordt. Als de interne klachtenregeling in een zorginstelling faalt krijgen mensen, conform dit wetsvoorstel, de mogelijkheid hun klacht voor te leggen aan een externe geschilleninstantie. Naast een goede klachtenafhandeling is het van belang dat medewerkers misstanden kunnen melden. Misstanden kunnen op dit moment al gemeld worden bij de IGZ. Hiernaast bestaat er voor zorgaanbieders die zijn aangesloten bij de grote brancheorganisaties (Stichting Zonnehuizen is aangesloten bij twee grote brancheverenigingen, te weten: GGZ Nederland en VGN) de verplichting om te voldoen aan de zorgbrede governancecode die o.a. ook een klokkenluidersregeling voorschrijft. Hierdoor is het melden van misstanden naar mijn mening voldoende geborgd.
Wat gaat u doen voor de gedupeerde kinderen en ouders die zagen dat hun 9, 10 jarige kinderen door ongekwalificeerd personeel een prikpil kregen, opgesloten en ondervoed werden? Wilt u uw antwoord toelichten?
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 3 heeft de IGZ de afgelopen jaren regelmatig bezoeken gebracht aan Stichting Zonnehuizen omdat sprake was van tekortschietende zorg en bepaalde onveilige situaties. De IGZ spreekt in dat kader altijd met cliënten, cliëntvertegenwoordigers en medewerkers. Bij de IGZ zijn de specifieke voorvallen waarnaar in de vraagstelling wordt verwezen echter niet gemeld.
Stichting Zonnehuizen verzekert mij dat er geen sprake is (geweest) van ongekwalificeerd personeel dat een prikpil zou hebben toegediend bij cliënten. Ook is er geen sprake van opsluiting of ondervoeding van cliënten.
Wel is er, volgens Stichting Zonnehuizen, sprake van geruchtenvorming rondom de verpleging, verzorging en huisvesting van in dit geval jonge kinderen. In dergelijke gevallen is contact opgenomen met de ouders of wettelijke vertegenwoordigers. Formele klachten hierover zijn bij de daartoe geëigende kanalen niet bekend, aldus Stichting Zonnehuizen.
Op welke wijze gaat u het verdwenen zorggeld van 20 miljoen euro terugvorderen? Bent u bereid aangifte te doen bij de FIOD? Zo nee, waarom niet?
Aangifte bij de FIOD is aan de orde bij (vermoedens van) fraude of belastingontduiking. Daarvoor heb ik op dit moment geen aanwijzingen. Bij Stichting Zonnehuizen is sprake van een ander probleem, namelijk van exploitatieverliezen. De instelling heeft meer uitgegeven dan er binnenkwam.
De Raad van Bestuur en de Raad van Toezicht zijn verantwoordelijk voor de exploitatie. Eerder dit jaar zijn de Raad van Bestuur en de Raad van Toezicht opgestapt en zijn een nieuwe Raad van Bestuur en een nieuwe raad van Toezicht aangetreden.
Bij banken, zorgverzekeraars en zorgkantoren gaan waarschuwingslampen branden op het moment dat er sprake is van opeenvolgende jaren met exploitatietekorten of van een negatief eigen vermogen. Genoemde partijen komen vervolgens in actie om hun belangen te beschermen en eisen van de instelling maatregelen om de exploitatie te verbeteren. Precies dat is nu bij Stichting Zonnehuizen aan de orde.
Waarom kiest u voor het verder op afstand zetten van de controlerende overheid, waardoor u ruim baan biedt aan fraudeurs en zakkenvullende «ondernemers» in de zorg? Wilt u uw antwoord toelichten?
Aan zorgaanbieders (en verzekeraars) wordt steeds meer ruimte geboden om hun verantwoordelijkheid voor vraaggestuurde zorg vorm te geven. Van het op afstand zetten van de controlerende overheid is evenwel geen sprake. De IGZ ziet toe op het leveren van verantwoorde zorg, de NZa ziet erop toe dat zorgkantoren en zorgverzekeraars hun zorgplicht waarmaken en kunnen laten zien dat de premiegelden rechtmatig en doelmatig worden aangewend. In het wetsvoorstel Wcz wordt goed bestuur aangescherpt, onder andere door het toekennen van meer bevoegdheden aan de Raad van Toezicht. In het wetsvoorstel Wet normering topinkomens wordt overigens ook het inkomen van nieuwe zorgbestuurders aan een maximum gebonden.
Wat is uw reactie op het feit dat een accountant in 2009 al aankaartte dat er financiële problemen waren, waarop het bestuur niet ingreep? Hoe verklaart u dit, en hoe is dit in de toekomst te voorkomen? Wilt u uw antwoord toelichten?
De op 31 mei 2010 gedateerde accountantsverklaring bij het jaarverslag over 2009 rept niet over financiële problemen. Wel heeft de accountant op een andere manier gewaarschuwd. Die waarschuwing is besproken in de Raad van Toezicht, zo laat Stichting Zonnehuizen weten. Zoals aangegeven zijn de Raad van Bestuur en de Raad van Toezicht begin 2011 opgestapt.
Voor de toekomst geldt het systeem van de brief «Waarborgen voor continuïteit van zorg» van 27 april 2011. Daarin wordt een systeem van «early warning» voorgesteld waarbij een zorgverzekeraar of zorgkantoor verplicht is om in zijn contracten met zorgaanbieders op te nemen dat zij financiële problemen moeten melden, waarna het zorgkantoor of de zorgverzekeraar de NZa kan informeren.
Zou een faillissement van de Zonnehuizen schadelijk zijn voor de continuïteit van zorg van de bewoners? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe gaat u de continuïteit van de zorg waarborgen?
In de al eerder genoemde, tegelijk meegestuurde, brief ga ik uitgebreid in op continuïteit van zorg. Kortheidshalve verwijs ik u daarnaar.
Wat zijn de gevolgen van het ontslag van 400 medewerkers voor de kwaliteit van zorg? Is de IGZ betrokken bij de sanering in relatie tot de kwaliteit van zorg? Zo neen waarom niet?3
Door aangekondigde en onaangekondigde bezoeken houdt de IGZ ook nu de vinger nadrukkelijk aan de pols. Financiële moeilijkheden en ontslag van medewerkers vormen immers een risico voor de kwaliteit van zorg.
Deelt u de mening van de heer Van Otterloo dat bestuurders kunnen spelen met collectieve gelden en zich niet bewust hoeven te zijn van de consequenties van hun gedrag? Wilt u uw antwoord toelichten?2
De mening van de heer Van Otterloo deel ik niet. Bestuurders dienen zich wel degelijk bewust te zijn van de consequenties van hun beslissingen en hebben een verantwoordelijkheid tegenover de instelling voor het zo goed mogelijk besteden van de beschikbare middelen. Hierbij worden zij gecontroleerd door de Raad van Toezicht en kunnen de OR en de cliëntenraad medezeggenschap uitoefenen. Bestuurders die bij een zorginstelling niet goed functioneren kunnen geschorst of ontslagen worden door de Raad van Toezicht. Raden van Toezicht behoren in te grijpen wanneer dit nodig is.
Vindt u het niet treurig dat de IGZ als enige positieve, de goed onderhouden kantoren van het management aantrof?Welke maatregelen gaat u treffen om de bevoorrechte positie van bestuurders te korten? Wilt u uw antwoord toelichten?2
De IGZ heeft inderdaad geconstateerd dat er sprake was van ernstig achterstallig onderhoud in enkele woongedeeltes, terwijl de kantoren er wel goed onderhouden uitzagen. Dit heeft mij verbaasd. Een en ander is het gevolg geweest van een verkeerde prioritering van de toenmalige bestuurder. Inmiddels zijn gelukkig passende maatregelen genomen waardoor het achterstallige onderhoud is weggewerkt en kinderen zijn ondergebracht in andere, veilige woongebouwen.
Wat is de vertrekbonus geweest voor de bestuurder van de Raad van Toezicht?
Stichting Zonnehuizen informeert mij als volgt. Met de voormalige Raad van Bestuur is een schadevergoeding wegens voortijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst overeengekomen conform de bepalingen in de arbeidsovereenkomst. Deze bepalingen zijn gerelateerd aan de toepassing van de kantonrechtersformule. De schadevergoeding is in de arbeidsovereenkomst echter gemaximeerd. Dit heeft erin geresulteerd dat de schadevergoeding lager is uitgevallen dan bij toepassing van de kantonrechtersformule het geval zou zijn geweest.
Een lid van de voormalige Raad van Toezicht heeft gedurende korte tijd de functie van interim-Raad van Bestuur bekleed. Bij diens vertrek zijn geen financiële afspraken gemaakt, er was ook geen sprake van een dienstverband.
Erkent u dat het vergroten van de bedrijfsrisico’s de concurrentie en het risico van vastgoed zal leiden tot meer faillissementen in de zorg? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wordt de zorg beter van deze kapitaalvernietiging?
Het vergroten van bedrijfsrisico’s de concurrentie en het risico van vastgoed leidt zeker niet noodzakelijkerwijs tot meer faillissementen in de zorg. Ik verwacht juist dat stakeholders hun belangen nadrukkelijker in de gaten zullen houden en eerder dan in het verleden aan de bel trekken en om aanpassing van de exploitatie vragen om op die manier een faillissement te voorkomen. Bij een eventueel faillissement is evenmin noodzakelijkerwijs sprake van kapitaalvernietiging omdat in veel gevallen sprake zal zijn van een doorstart waarbij de activa, waaronder het vastgoed, in gebruik blijven bij de nieuwe aanbieder.
Het gebruik van sociale media door gemeenten |
|
Arjan El Fassed (GL) |
|
Piet Hein Donner (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (CDA) |
|
|
|
|
Kent u het onderzoek van David Kok naar het gebruik van sociale media door gemeenten in Nederland?1
Ja, dat is mij bekend.
Klopt het dat slechts de helft van de gemeenten gebruik maakt van sociale media?
Dit blijkt uit het onderzoek van dhr. Kok, ik heb hier zelf nooit onderzoek naar laten doen.
Deelt u de mening dat gemeenten kansen laten liggen en de vele mogelijkheden van sociale netwerken teveel onbenut laten? Zo ja, kunt u dit toelichten? Zo nee, bent u bekend met de kansen en mogelijkheden van het gebruik van sociale media door overheden?
Nee, ik deel deze mening niet. Uit dit zelfde onderzoek blijkt dat 47% van de gemeenten gebruik maakt van sociale media, en 86% van de gemeenten de intentie heeft om beleid te ontwikkelen m.b.t. het gebruik van sociale media. Dit betekent dat de vele mogelijkheden en kansen die het gebruik van sociale netwerken kunnen bieden door gemeenten wel degelijk worden onderzocht en steeds meer worden benut. Overigens vergt een zinvolle inzet van sociale media een goed doordachte strategie. In de publicatie «Nieuwe media, kans voor dienstverlening en interactie»2 die het ministerie van BZK in samenwerking met o.a.. KING, ICTU en een aantal gemeenten op het congres Klantgerichte overheid op 5 oktober zal presenteren, wordt gemeenten hiertoe een handreiking geboden.
Hoe beoordeelt u de conclusie uit het onderzoek «Alleen aanwezig zijn op social media is niet genoeg»2 dat 86 procent van de gemeenten meer gebruik wil maken van sociale netwerken maar niet weet hoe ze dat moeten aanpakken? Kunt u dit toelichten?
Het zinvol gebruiken van sociale media is relatief nieuw voor gemeenten. Zij zullen hier meer ervaring mee op moeten doen, maar kunnen ook leren van de ervaringen van collega-gemeenten. Ik verwacht dan ook dat gemeenten hun gebruik van sociale media verder zullen ontwikkelen in de komende periode.
Deelt u de mening dat gemeenten het gebruik van sociale netwerken niet aandurven, omdat overheidsinstanties niet zijn gewend interactief met burgers bezig te zijn? Zo ja, hoe beoordeelt u dit? Zo nee, welke verklaring heeft u voor het feit dat slechts de helft van de gemeenten gebruik maakt van sociale media?
Nee, deze mening deel ik niet. Interactief contact met burgers is niet nieuw, gemeenten hebben al sinds jaar en dag interactief contact met hun inwoners. Sociale media zijn hiervoor niet het enige instrument.
Het van start gaan van SOS Arts |
|
Henk van Gerven (SP), Renske Leijten (SP) |
|
Edith Schippers (minister volksgezondheid, welzijn en sport) (VVD) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op het bericht dat het initiatief SOS Arts van start kan na een positieve beslissing van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)? Bent u verheugd dat het initiatief waar u als Kamerlid altijd nadrukkelijk uw naam aan heeft verbonden nu ruim baan krijgt? Wilt u uw antwoord toelichten?1
Ik ben van mening dat meer innovatieve initiatieven, die mogelijk kunnen bijdragen aan het bevorderen van de kwaliteit, toegankelijkheid en doelmatigheid van de zorg en patiënten meer keuzemogelijkheden bieden, een kans moeten krijgen. Het zou voor nieuwe toetreders makkelijker moeten zijn om aan te tonen of zij een toegevoegde waarde hebben. Ik ben inderdaad verheugd over de beschrijving van deze nieuwe zorgprestatie door de NZa. Deze prestatie maakt het mogelijk voor nieuwe toetreders om zich op de zorgmarkt te bewijzen.
Wat is uw reactie op de uitspraken van de initiatiefnemer van SOS Arts, de heer, die vermoedt dat u een grote rol heeft gespeeld bij de beslissing van de NZa die door SOS Arts in de vorige kabinetsperiode nog werd beticht van gesjoemel en geschuif? Vindt u het wenselijk dat de heer de indruk wekt dat een minister zich schuldig maakt aan cliëntelisme? Wilt u uw antwoord toelichten?2 3
De initiatiefnemer van SOS Arts is verantwoordelijk voor zijn eigen uitspraken.
Ik ben van mening dat innovatie in het zorgstelsel noodzakelijk is. Innovaties kunnen bijdragen aan bevordering van de kwaliteit, toegankelijkheid en doelmatigheid van de zorg. Het biedt patiënten meer keuzemogelijkheden en het daagt zorgaanbieders uit hun zorgaanbod aan te passen. Ik zie het besluit van de NZa binnen deze context.
Waarom verkiest u een commercieel initiatief te steunen in plaats van te investeren in de bereikbaarheid van de huisartsenzorg? Zijn uw voorstellen voor een structurele tariefkorting van € 132 miljoen op de huisartsen wellicht ingegeven door uw wens om ruim baan te geven aan de commercie? Wilt u uw antwoord toelichten?
Ik wil ruimte geven aan vernieuwing en verbetering van de zorg. Daarom geef ik bijvoorbeeld ruimte aan een initiatief als de SOS Arts. De bereikbaarheid van huisartsenzorg staat ook hoog op mijn agenda. Ik benadruk dat ook keer op keer. Ik vind ook niet dat ruimte voor zorgvernieuwing en de verbetering van de bereikbaarheid elkaar uitsluiten. Integendeel, zorgvernieuwing zoals bijvoorbeeld meer en sneller gebruik van e-health toepassingen kunnen bijdragen aan een betere bereikbaarheid van de huisartsenzorg.
De tariefkorting staat hier volledig los van. Ik leg de tariefmaatregel op, omdat er geen financiële ruimte is om de extra uitgaven die zijn gedaan, bovenop de reeds toegekende groei, te accommoderen. De rekening die dit oplevert verdeel ik over de sector en de burger omdat ik van mening ben dat het geheel neerleggen van de rekening bij de burger te gemakkelijk is.
Is het waar dat de zorg op afroep die SOS Arts wil gaan bieden niet aangemerkt mag worden als huisartsenzorg? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat is uw oordeel over het feit dat SOS Arts bij monde van Bob Smalhout nog altijd werft onder de slogan «De huisarts komt weer bij u thuis, als u het wilt!»? Deelt u de mening dat hier sprake is van misleiding van de patiënt? Zo ja, op welke wijze grijpt u in? Zo nee, waarom niet?4
«Zorg op afroep van een patiënt» valt in het kader van de Zorgverzekeringswet (Zvw) niet onder «geneeskundige zorg zoals huisartsen die plegen te bieden». Alleen als het gaat om zorg zoals huisartsen die plegen te bieden, kan (op grond van artikel 2.4 van het Besluit zorgverzekering) vergoeding daarvan ten laste van de Zvw plaatsvinden. Dit is in lijn met het standpunt hierover van het College voor Zorgverzekeringen. Zorg zoals huisartsen plegen te bieden in Nederland is persoonsgericht, integraal en continu. De prestatie zorg op afroep daarentegen eindigt onmiddellijk nadat de zorgvraag is afgehandeld, dan wel wanneer de zorgaanbieder vaststelt dat nader onderzoek nodig is.
Indien sprake is van acute huisartsenzorg hanteren artsen een medisch triage-systeem om de mate van zorgurgentie te bepalen en een adequate zorgvorm te kiezen. Deze is de zorg die huisartsen plegen te bieden in acute zorgsituaties en valt onder de Zvw. Zorg die andere urgentienormen hanteert valt niet onder de dekking van de Zvw.
Wat is uw oordeel over het feit dat SOS Arts het voormalige alarmnummer 0611 gebruikt, de voorganger van 112? Deelt u de mening dat dit tot verwarring kan leiden bij mensen en daarmee gevaar kan opleveren? Zo nee, waarom niet?
Het telefoonnummer dat SOS Arts gaat gebruiken is mij niet bekend. Mocht dit het voormalig alarmnummer 0611 betreffen dan heb ik daar geen bezwaar tegen. Dit is een nummer dat al jaren niet meer als algemeen alarmnummer wordt gebruikt. Overigens verwacht ik van SOS Arts dat bij een telefonische oproep duidelijke voorlichting wordt gegeven over hun dienstverlening en de kosten daarvan. De transparantie naar de cliënt over de zorg die wordt verleend vind ik uitermate belangrijk.
Waarom neemt u SOS Arts niet op in het basispakket van de zorgverzekering, als u het zo’n lovenswaardige zorginnovatie vindt? Wilt u uw antwoord toelichten?
In mijn antwoord op vraag 4 heb ik aangegeven waarom «zorg op afroep van de patiënt» niet begrepen is onder geneeskundige zorg zoals huisartsen die plegen te bieden. Dat is dan ook de verklaring voor het besluit om deze zorg niet in het basispakket is op te nemen.
Deelt u de mening dat, aangezien SOS Arts in de aanvullende verzekering komt, een financiële tweedeling kan ontstaan tussen mensen die wel een aanvullende verzekering kunnen betalen en zij die zich slechts een basisverzekering kunnen veroorloven? Deelt u de mening dat de beschikbaarheid van «zorg op afroep» toegankelijk moet zijn ongeacht het inkomen en niet mag verworden tot elitezorg? Wilt u uw antwoord toelichten?
In de Zvw is de geneeskundige zorg zoals huisartsen die plegen te bieden adequaat geregeld. De verzekerde kan daardoor de zorg krijgen die gegeven zijn situatie noodzakelijk is. Indien huisbezoek medisch noodzakelijk is, kan dat ook aan de verzekerde worden geboden. De huisarts van betrokkene stelt in het algemeen de medische noodzaak vast. Dat is een effectief en efficiënt systeem dat recht doet aan de situatie van de verzekerde. Niettemin kan ik mij voorstellen dat burgers er in sommige situaties de voorkeur aan geven dat, ook al is er geen vastgestelde medische noodzaak, een arts hen thuis bezoekt. Dat is ieders vrije keuze. SOS Arts voorziet in die behoefte. De Zvw gaat echter over medisch noodzakelijke zorg. Die is ook geborgd. Ik zie dan ook niet in dat het feit dat de SOS Arts een prijs voor zijn diensten mag vragen, leidt tot een tweedeling. Het gaat niet om zorg die voor iedereen beschikbaar móet zijn.
Herinnert u zich het antwoord van uw voorganger, de heer Klink, op eerdere vragen, waarin hij erkende dat op grond van de aangenomen motie Marijnissen het verboden is om patiënten voorrang te geven op grond van andere dan strikt medische criteria? Volgt u deze lijn? Zo ja, hoe ziet u in dit licht de opname van SOS Arts in het aanvullende pakket in plaats van de basisverzekering, gelet op het feit dat sommige mensen zich slechts een basisverzekering kunnen veroorloven?5
Ja, dat antwoord herinner ik me. Ik ben van mening dat iedereen een eigen verantwoordelijkheid heeft voor het inschakelen van medische zorg en een eigen afweging kan maken om wel of niet gebruik te maken van SOS Arts, ook met betrekking tot het kostenaspect. Zie ook mijn antwoord op vraag 7. De reguliere medisch noodzakelijke zorg is en blijft voor iedere Nederlander geborgd. Er is dus geen sprake van voorrang op grond van een andere dan een medische indicatie.
Op welke wijze houdt de Inspectie voor de Gezondheidszorg toezicht op de activiteiten van SOS Arts? Wilt u uw antwoord toelichten?
Voor de IGZ is toezicht op SOS Arts een nieuw fenomeen. Het toezicht zal zich in eerste instantie richten op hoe de aanbieder het begrip verantwoorde en veilige zorg invult. U kunt hierbij denken aan onderwerpen als triage, medicatieoverdracht, voorschrijfbeleid, dossiervorming etc.
De inspectie zal daarbij vigerende veldnormen gebruiken ter toetsing.
Herinnert u zich uw antwoord op eerdere vragen waarin u beweerde dat SOS Arts de keuzevrijheid van de patiënt vergroot? Hoe kunt u spreken van keuzevrijheid indien dit alleen geldt voor mensen die zich een aanvullende verzekering en/of extra betalingen kunnen veroorloven? Wilt u uw antwoord toelichten?6
Ja, dat herinner ik me. Ik blijf van mening dat nieuwe toetreders de patiënt meer keuzemogelijkheid kunnen bieden en zittende zorgaanbieders, bijvoorbeeld in de eerste lijn, kunnen stimuleren hun patiëntenzorg beter te organiseren.
Ook ben ik van mening dat de toetreding van nieuwe zorgaanbieders zoals SOS Arts niet noodzakelijkerwijs leidt tot ongelijke of verminderde toegang tot zorg. Mocht het zo zijn dat de toegang tot de zorg door de toetreding van nieuwe aanbieders toch afneemt, kan de NZa hier tegen optreden.
Wilt u toelichten wat de SOS Arts toevoegt aan het bestaande zorgaanbod? Hoe rijmt u uw wens om de zorgkosten te beperken met het door u propageren en faciliteren van commerciële avonturen in de gezondheidszorg? Wilt u uw antwoord toelichten?
Ik heb al eerder aangegeven ruimte te willen geven aan vernieuwing en verbetering van de zorg. Ik vind het van belang dat er in de eerstelijnszorg voldoende dynamiek bestaat en dat er ruimte is voor nieuwe toetreders. Nieuwe toetreders vergroten de keuzemogelijkheden van patiënten.
Zoals al eerder aangegeven kan ik me voorstellen dat burgers er in sommige situaties de voorkeur aan geven dat, ook al is er geen vastgestelde medische noodzaak, een arts hen thuis bezoekt. Dat is ieders vrije keuze. SOS Arts voorziet in die behoefte.
Of het nieuwe aanbod een meerwaarde heeft zal vanzelf blijken. Zo niet, dan zal SOS Arts het niet redden. Ruimte voor zorgvernieuwing en het beperken van de zorgkosten sluiten elkaar niet uit. Integendeel, de geschiedenis leert dat zorg beter en goedkoper kan worden geleverd. Dat is waarop het kabinetsbeleid is gericht om de stijgende zorgkosten te dempen.
Wilt u volhouden dat de toetreding van commerciële zorgavonturiers de huisartsen prikkelt om hun dienstverlening te verbeteren wanneer u de commerciële nieuwkomers ruim baan geeft en voortrekt, terwijl u de bestaande huisartsen treft met tariefkortingen? Wilt u uw antwoord toelichten?6
Nieuwe initiatieven kunnen de dienstverlening van huidige zorgaanbieders verbeteren. Van voortrekken is geen sprake. SOS Arts zal zichzelf als nieuwe toetreder moeten bewijzen. Of het nieuwe aanbod meerwaarde heeft zal moeten blijken. Overigens investeert de initiatiefnemer in de eigen onderneming en ontvangt geen financiële bijdrage van de overheid in de vorm van een basisvergoeding voor te leveren diensten, zoals bijvoorbeeld huisartsen die ontvangen in de vorm van een inschrijftarief voor iedere ingeschreven patiënt.
De tariefmaatregel staat hier volledig los van. Zie hiervoor ook mijn antwoord op vraag 3.
De grote gevolgen van schaalvergroting in de supermarktbranche voor kleine supermarktondernemers |
|
Elbert Dijkgraaf (SGP), Sharon Gesthuizen (SP), Carola Schouten (CU) |
|
Maxime Verhagen (minister economische zaken en klimaat, viceminister-president ) (CDA) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op de constatering in het bericht «Grotere supermarkten boeken weer meer winst. Kleine supers onverminderd in zwaar weer» dat de verruiming van het aantal zondagopenstellingen mede veroorzaker is van verslechtering van de concurrentiepositie van de kleine supermarktondernemer ten opzichte van die van de grote ketens?1
Zondagopenstelling heeft een effect op het mogelijke aantal openingsuren van winkels, waaronder grote en kleine supermarkten. Winkeliers, ook supermarkten, maken gebruik van de mogelijkheden die de wet hen biedt om openingstijden aan te passen aan consumentenvoorkeuren. In welke mate een supermarkt daar gebruik van maakt is aan de supermarkt zelf. En hoewel grote bedrijven beter kunnen inspelen op de ruimere mogelijkheden, maken ook kleine bedrijven gebruik van de ruimere openingstijden. Het is hierbij een gegeven dat grote winkeliers bepaalde schaalvoordelen hebben ten opzichte van kleine winkeliers. Tegelijkertijd hebben kleine winkeliers weer bepaalde voordelen ten opzichte van grote winkeliers, zoals specialisatie.
De Winkeltijdenwet gaat uit van verplichte sluiting van de winkels op zondag. Op dit uitgangspunt zijn slechts een beperkt aantal uitzonderingen mogelijk, zoals bijvoorbeeld de toerismebepaling. Het is aan gemeenten om te bepalen of zij gebruik willen en kunnen maken van deze uitzonderingen op de hoofdregel. De wetswijziging die op 1 januari 2011 in werking is getreden, heeft tot doel het oneigenlijk gebruik van de toerismebepaling uit de Winkeltijdenwet tegen te gaan. Hiertoe is de toerismebepaling aangescherpt. De wetswijziging zal dan ook eerder tot gevolg hebben dat het aantal koopzondagen afneemt, dan dat zij toeneemt. Deze wetswijziging brengt naar verwachting voordelen voor de kleine ondernemer mee, zoals uit eerder onderzoek van het Centraal Planbureau2 blijkt. Uit dit onderzoek blijkt namelijk dat kleine winkels er door de wetswijziging naar verwachting wat in omzet op vooruit gaan, terwijl de winkelketens er in omzet wat op achteruit gaan. De reden hiervoor is dat winkelketens bij minder zondagsopening hun schaalvoordelen minder kunnen benutten, en dat geeft kleine winkeliers een kostenvoordeel. De wetswijziging leidt er dus toe dat de concurrentiepositie van kleine winkeliers licht verbetert ten opzichte van de positie van winkelketens.
Overigens maakt de omzet op zondag vooralsnog een beperkt deel uit van de totaalomzet (1,16%). Tegelijkertijd manifesteert de schaalgrootte van grote supermarkten zich niet alleen op het terrein van openingsuren, maar ook op onder meer het terrein van prijsstelling van producten, het assortiment aan producten en het kunnen opvangen van economische tegenwind. Mogelijk hebben die laatste factoren wel het meeste effect op de dalende trend van de omzet en aantal van kleine supermarkten.
Erkent u dat ruimere zondagopenstelling voor kleine ondernemers grotere bezwaren en problemen oplevert dan voor (grote) ketens?
Ruimere zondagsopenstelling zou meer problemen kunnen opleveren voor kleine ondernemers dan voor ketens. Zoals ik hierboven echter reeds heb aangegeven, zal de wetswijziging die op 1 januari 2011 in werking is getreden, eerder leiden tot een verlaging van het aantal koopzondagen, wat juist voordelen voor de kleine ondernemer meebrengt.
Vindt u deze ontwikkeling een onwenselijk gevolg van de ruimere zondagopenstelling?
De mogelijkheden voor de detailhandel van ruimere openstelling op zondag is slechts één van de factoren die een rol spelen bij de dalende trend van de omzet en aantal van kleine supermarkten. Daarnaast spelen, zoals al eerder aangegeven, factoren als prijsstelling van producten, het assortiment aan producten en het kunnen opvangen van economische tegenwind een belangrijke rol bij deze ontwikkeling.
Zo ja, bent u bereid maatregelen te nemen om dit ongewenste gevolg teniet te doen en uiteen te zetten welke maatregelen dat zijn?
Nee, zoals ik reeds heb aangegeven is de ruimere openstelling op zondag slechts één van de factoren die een rol spelen bij de dalende trend van de omzet en aantal van kleine supermarkten. Bovendien zal de wetswijziging die op 1 januari 2011 in werking is getreden, eerder leiden tot een verlaging van het aantal koopzondagen dan een verhoging.
Het bericht dat de Nederlandse Officieren Vereniging deelname van militairen aan de Gay Pride afkeurt |
|
Wassila Hachchi (D66), Pia Dijkstra (D66) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op het artikel «Gay Pride, Defensie Pride?» waarin de grootste vereniging voor Defensie officieren deelname van militairen aan de Canal Parade tijdens de Gay Pride afkeurt en stelt dat de krijgsmacht hiermee een verkeerd visitekaartje heeft afgegeven?1
Ik ben van mening dat de betrokken militairen op een passende wijze hebben deelgenomen aan de Canal Parade. Defensie heeft militairen sinds 2009 toestemming gegeven om in uniform deel te nemen aan deze manifestatie en dit blijft zo. Ook zijn militairen in uniform aanwezig bij de jaarlijkse Roze Zaterdag.
Ik heb kennisgenomen van het artikel in het blad Carré van de Nederlandse Officieren Vereniging (NOV). Defensie draagt geen verantwoordelijkheid voor dit blad en het artikel komt dan ook voor rekening van de redactie. Ik zie geen aanleiding hierover met de NOV contact op te nemen. Zie ook het antwoord op vraag 3.
Bent u bereid afstand te nemen van de woorden van Nederlandse Officieren Vereniging (NOV)? Kunt u de NOV hierop aanspreken of met de NOV in overleg treden over de onwenselijkheid van deze uitspraken?
Zie antwoord vraag 1.
Bent u bereid het huidige Defensiebeleid dat gericht is op de acceptatie van homoseksuelen nogmaals bij het Defensiepersoneel onder de aandacht te brengen?
Iedereen bij Defensie moet kunnen werken zonder zich bedreigd of gediscrimineerd te voelen. Met interne en externe communicatie bevordert Defensie het beeld dat de acceptatie van homoseksualiteit binnen Defensie vanzelfsprekend is. Ook wordt in opleidingen aan dit thema aandacht besteed. In de brief van 9 februari 2011 (Kamerstuk 32 500 X, nr. 84) heb ik uiteengezet dat het Actieplan diversiteit weliswaar wordt beëindigd, maar dat de maatregelen die betrekking hebben op mensen met een andere seksuele geaardheid grotendeels worden gehandhaafd.
Wilt u garanderen dat Defensiepersoneel volgend jaar wederom in uniform met een eigen boot mag meevaren tijdens de Canal Parade?
Zie antwoord vraag 1.
Een botel |
|
Michiel Holtackers (CDA) |
|
Joop Atsma (staatssecretaris infrastructuur en waterstaat) (CDA) |
|
|
|
|
Bent u op de hoogte van de plannen in de gemeente Woudrichem voor de realisatie van een hotelboot (Botel), maar dat dit vooralsnog niet door kan gaan aangezien u geen medewerking wil verlenen?
Ik ben op de hoogte van de plannen voor een hotelboot in de gemeente Woudrichem. Over deze plannen ben ik nog in gesprek met de gemeente.
Ik deel uw mening dat lokale initiatieven in beginsel positief benaderd moeten worden. Voor initiatieven die liggen in het rivierbed geldt echter dat deze geen nadelige effecten mogen hebben op de waterveiligheid en is een Waterwetvergunning vereist. De Beleidsregels grote rivieren gelden als het afwegingskader om te beoordelen of een initiatief toelaatbaar is en in aanmerking komt voor een Waterwetvergunning. De Beleidsregels bieden, onder strikte rivierkundige voorwaarden, mogelijkheden voor wonen, werken en recreëren in het rivierbed.
Deelt u de mening dat dergelijke lokale initiatieven in beginsel door de Rijksoverheid positief benaderd moeten worden?
Zie antwoord vraag 1.
Deelt u de mening van de gemeente dat de realisatie van het botel maar een zeer geringe invloed heeft op de afvoer- en bergingscapaciteit van de Boven-Merwede?
Zie antwoord vraag 1.
Is het waar dat de doelstellingen van de Beleidslijn grote rivieren zijn gericht op het handhaven van de beschikbare afvoer- en bergingscapaciteit en het voorkomen van feitelijke belemmeringen voor toekomstige verruiming van het rivierbed? Schiet u bij de beoordeling van dit initiatief, dat niet in strijd is met beide doelstellingen, niet uw doel voorbij?
Zie antwoord vraag 1.
Deelt u de mening dat u bij de beoordeling van dit initiatief de Beleidslijn grote rivieren te eng uitlegt? Zo nee, biedt de afwijkingsmogelijkheid bij bijzondere omstandigheden volgens u mogelijkheden om medewerking aan dit initiatief te verlenen?
Zie antwoord vraag 1.
Bent u bereid om in overleg met de gemeente Woudrichem zo spoedig mogelijk te werken aan een oplossing voor deze kwestie?
Zie antwoord vraag 1.
De geruchtenstroom van een mogelijke terbeschikkingstelling van faciliteiten op Bonaire ten behoeve van het FOL-verdrag |
|
Cynthia Ortega-Martijn (CU), Joël Voordewind (CU) |
|
|
|
|
Bent u ervan op de hoogte dat er ophef is ontstaan over de mogelijke terbeschikkingstelling van faciliteiten op Bonaire ten behoeve van het bilaterale Forward Operating Locations-verdrag?1
Ja.
Is het juist te stellen dat er van dergelijke plannen geen sprake is, gezien ook de opmerking van de minister dat de terbeschikkingstelling van faciliteiten op Aruba en Curaçao op 2 november 2011 met vijf jaar wordt verlengd?2 Heeft het kabinet plannen om in de toekomst faciliteiten in Bonaire ter beschikking te stellen ten behoeve van het FOL-verdrag? Zo ja, bent u bereid de Kamer hiervan spoedig van op de hoogte te stellen?
Dat is juist. De regering heeft geen plannen om in de toekomst faciliteiten in Bonaire ter beschikking te stellen ten behoeve van het FOL-verdrag.
Bent u bereid om te verklaren, en dit ook duidelijk te communiceren richting Bonaire, dat er überhaupt geen sprake is van een terbeschikkingstelling van faciliteiten voor Amerikaanse luchtverkenningactiviteiten op Bonaire ten behoeve van het FOL-verdrag? Zo nee, waarom niet?
Er worden geen faciliteiten voor Amerikaanse luchtverkenningsactiviteiten op Bonaire ten behoeve van het FOL-verdrag ter beschikking gesteld. De autoriteiten op Bonaire zijn hiervan op de hoogte.
Het bericht ‘Zorgkantoren negeren zzp-ers voor AWBZ-zorg’ |
|
Linda Voortman (GL) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Zorgkantoren negeren ZZP-ers voor AWBZ-zorg? Hoe beoordeelt u dit bericht?1
Het proces van de eerste contracteerronde 2012 loopt nog tot 1 november 2011. De eerste contracteerronde is vooral gericht op instellingen en de inkoopcriteria zijn nog niet toegesneden op zelfstandige zorgverleners. Indien er sprake is van afwijzing, dan komt dit omdat de organisatie niet voldoet aan de inkoopcriteria die het zorgkantoor heeft opgesteld. Dit kunnen zowel procesmatige, kwaliteits- als zorginhoudelijke criteria zijn.
Daarbij dient bedacht te worden dat het zorgkantoor geen contracteerplicht heeft en dus een keuze maakt uit de zorgaanbieders die in 2012 zorg zouden willen gaan leveren.
Wat vindt u er van dat zorgkantoren Zelfstandigen Zonder Personeel (ZZP'ers) en zorgondernemers «massaal en structureel afwijzen» voor het leveren van AWBZ-zorg?
Zie antwoord vraag 1.
Deelt u de mening dat dit, zeker met het oog op het deels afschaffen van het persoonsgebonden budget (pgb), een zorgelijke ontwikkeling is? Zo ja, bent u bereid maatregelen te treffen? Welke zullen dit zijn? Zo nee, waarom niet?
Ik stel een apart budget beschikbaar zodat zorgkantoren in 2012 extra kunnen contracteren, om te voorzien in de zorgvraag die ontstaat doordat cliënten zonder verblijfsindicatie geen beroep meer kunnen doen op de pgb-regeling. Kleine zorgaanbieders en zelfstandig zorgverleners kunnen hiervan profiteren. Ook ben ik in overleg met Zorgverzekeraars Nederland om spoedig criteria te formuleren voor de contractering van zelfstandige zorgverleners, zodat nog in 2012 contractering van zelfstandige zorgverleners zal plaatsvinden.
Deelt u de zorgen van Branchevereniging Kleinschalige Zorg dat er ook in 2012 nog niet gecontracteerd kan worden omdat de contracteerruimte al eind dit jaar verdeeld wordt onder de reguliere zorgaanbieders? Zo ja, wat gaat u hieraan doen? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 3.
Het bericht ‘Landgoed Hemmen eist 'subsidiepercelen' op’ |
|
Ger Koopmans (CDA) |
|
Joop Atsma (staatssecretaris infrastructuur en waterstaat) (CDA) |
|
|
|
|
Kent u het bericht «Landgoed Hemmen eist «subsidiepercelen» op»?1
Ja, dat bericht is bij mij bekend.
Waarom heeft Rijkswaterstaat (RWS) – ondanks herhaalde verzoeken – nooit het Lijndensche Fonds voor Kerk en Zending uitgenodigd voor een gesprek of overleg over de mogelijkheid van verkoop aan deze Stichting?
Vanaf de fase van planvorming in 1996 tot aan de oplevering van dit gedeelte van het rivierverruimingsproject Lexkesveer in 2009, heeft RWS gesproken met een aantal partijen over het beheer in de Schoutenwaard, waaronder Geldersch Landschap en Geldersche Kasteelen (GLGK) en Stichting het Lijndensche Fonds (SLF).
SLF werd betrokken bij het overleg over het beheer vanwege haar eigendommen in de Schoutenwaard. Vanaf de start van het overleg heeft RWS aangegeven dat de beheerder van de projectgronden ook de eigenaar zou worden. Deze koppeling is gemaakt, omdat uitsluitend eigenaren/erfpachters in aanmerking kunnen komen voor natuurbeheersubsidies.
SLF heeft zich in 2006 teruggetrokken uit de besprekingen, nadat haar bleek dat, buiten de bestaande Subsidieregeling Natuurbeheer, er bij RWS geen aanvullende financiële regelingen bestaan voor vegetatiebeheer. In 2007 heeft SLF haar buitendijkse gronden in de Schoutenwaard verkocht en zij heeft van de Staat toen een grotere oppervlakte binnendijkse gronden teruggekocht.
GLGK bleef als enige geïnteresseerde partij over en is inmiddels bijna twee jaar beheerder van de uiterwaard, met een vergunning op basis van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken. SLF heeft geen bezwaar/beroep aangetekend tegen de verlening van deze vergunning.
In het voorjaar van 2011 heeft SLF contact opgenomen met RWS over de op handen zijnde eigendomsoverdracht van de gronden in de Schoutenwaard. Daarop is RWS meerdere malen in gesprek geweest met SLF en heeft uiteengezet dat vanwege bovengenoemde redenen levering aan GLGK is voorzien.
Is de voorziene doorlevering aan het Geldersch Landschap niet in strijd met de beschikking van de Europese Commissie inzake de klacht gelijkberechtiging (juli 2011)? Loopt RWS niet het risico straks de doorlevering te moeten «terugdraaien» vanwege ongeoorloofde staatssteun? Deze Rijksdienst was toch op de hoogte van de ingediende klacht door de Vereniging Gelijkberechting Grondbezitters (VGG) bij de Europese Commissie en op de hoogte van de Verklaring van Linschoten?
RWS is op de hoogte van de klacht bij de Europese Commissie (EC) en de Verklaring van Linschoten. Het besluit van de EC heeft geen betrekking op de voorziene doorlevering aan GLGK. Het besluit van de EC (N308/2010) betrof de «Subsidieregeling grondverwerving ten behoeve van natuurbehoud» van het ministerie van EL&I. De EC heeft de subsidieregeling als non-discriminatoir en niet-marktverstorend beoordeeld. Levering aan GLGK is niet in strijd met deze beschikking. De levering vindt voorts plaats tegen de waarde in het economisch verkeer. Er is daarom geen sprake van ongeoorloofde staatssteun.
Waaruit blijkt de juridische gebondenheid en op welk moment is die ontstaan waardoor RWS de gronden Lexkesveer niet wil of kan verkopen aan de Stichting Het Lijndensche Fonds voor Kerk en Zending maar «moet» doorleveren aan het Geldersch Landschap?
Zoals in de beantwoording onder 2 is vermeld, is GLGK nu bijna 2 jaar beheerder van de uiterwaard. RWS vanaf het begin van het project aangegeven dat de toekomstige beheerder van de projectgronden ook de eigenaar daarvan zou worden. RWS is derhalve juridisch gebonden tot verkoop van de gronden aan GLGK.
Welke redenen liggen ten grondslag aan het feit dat (nog) geen invulling is gegeven aan die juridische gebondenheid, nu nog steeds geen overdracht heeft plaatsgehad? Waarom is er voor gekozen eerst de gronden in erfpacht over te dragen en later in eigendom?
RWS wacht met de eigendomsoverdracht aan GLGK via het RVOB, totdat de bestemming van de betreffende gronden door de gemeente is gewijzigd naar natuur. Als de bestemmingsplanwijziging definitief is, is het huidige beheer(plan) conform bestemming en is de natuurdoelstelling van het project Lexkesveer ook op die manier verzekerd.
Tot die tijd zal RWS de gronden aan GLGK in erfpacht uitgeven.
Waarom is er niet gekozen voor een openbare aanbesteding waar iedereen in kan meedingen? Particulieren, terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties en andere organisaties en bedrijven krijgen dan elk gelijke kansen.
Zie het antwoord op vraag 4.
Is er overheidsgeld (belastinggeld) vanuit het Rijk, de provincie over anderszins met de verkoop/de aankoop gemoeid?
De aankoop van de gronden in de Schoutenwaard is in het kader van het project met overheidsgelden geschied, evenals de realisatie van het gehele project Lexkesveer. De doelstelling van het rivierverruimingsproject betreft zowel waterstandsdaling als ook natuurontwikkeling. In verband hiermee wordt de bestemming van de gronden gewijzigd in natuur. GLGK ontvangt geen subsidie van het Rijk voor deze aankoop en heeft daarnaast aangegeven dat zij geen subsidie zal aanvragen voor de voorziene aankoop van deze heringerichte en herbestemde uiterwaard.
De zinloosheid van zittenblijven |
|
Metin Çelik (PvdA) |
|
Marja van Bijsterveldt (minister onderwijs, cultuur en wetenschap) (CDA) |
|
|
|
|
Deelt u de conclusie van het artikel «Zittenblijven helpt niet» dat een jaartje doubleren meestal niet zinvol is, zeker niet op de lange termijn?1 Zo ja, welke consequenties verbindt u daaraan? Zo neen, waarom niet?
Uit een recent rapport van de Europese Commissie over zittenblijven2 blijkt dat opvattingen en praktijken rond zittenblijven in Europese landen sterk verschillen. Het artikel zelf laat ook zien dat er verschillende opvattingen zijn. De Nederlandse Inspectie van het Onderwijs schrijft in haar Onderwijsverslag 2008/2009 dat een verlenging van de kleuterperiode meestal tijdelijke positieve effecten heeft, maar ook dat er geen recent Nederlands onderzoek beschikbaar is over de effecten van zittenblijven in de hogere leerjaren van de basisschool. Voor individuele leerlingen kan doubleren doelmatig zijn, als leerlingen een doel bereiken dat ze anders niet bereikt zouden hebben (bijvoorbeeld het eindexamen). Bij het traditionele zittenblijven is dat niet vanzelfsprekend het geval.
Een eenduidige conclusie is dus lastig. Ik zet in op het versterken van het opbrengstgericht werken door scholen, zodat zittenblijven minder vaak nodig zal zijn.
Hoe beoordeelt u de kwalificatie in het artikel: «Zittenblijven is een onbeholpen manier van omgaan met leerlingen die niet meekomen»?
Die kwalificatie laat ik voor rekening van de aangehaalde onderwijs-onderzoeker. Scholen zijn professionele organisaties. Zij evalueren de ontwikkeling van hun leerlingen en maken ieder jaar een afweging: overgaan, doubleren, opstromen of afstromen. Het is aan de professionals op de school om die afweging te maken.
Hoe verklaart u dat het percentage zittenblijvers op gemiddeld sterke en gemiddeld zwakke scholen niet verschilt?
Allereerst wil ik hier opmerken dat het in het artikel genoemde percentage zittenblijvers in het basisonderwijs (22%) aan de hoge kant is; de inspectie komt in het eerder genoemde Onderwijsverslag tot ongeveer 18%.
Het artikel stelt dat op gemiddeld sterke en gemiddeld zwakke scholen het percentage zittenblijvers vergelijkbaar is, maar volgens het Onderwijsverslag 2009/2010 zijn er juist wel verschillen in zittenblijven tussen scholen. Bovendien blijkt dat meer zittenblijven in ieder geval niet leidt tot hogere eindopbrengsten (eindtoets, centraal examen).
Wat ziet u als een adequate manier van omgaan met leerlingen die niet meekomen en wat mogen alternatieven voor zittenblijven wat u betreft kosten?
Ik vind het primair van belang dat scholen opbrengstgericht werken: aan de hand van opbrengstgegevens het onderwijs geschikt maken voor alle leerlingen («onderwijs op maat»), zodat zittenblijven minder vaak nodig is. De actieplannen «Basis voor presteren», «Beter presteren» en «Leerkracht 2020» richten zich daarop en geven aan welke middelen beschikbaar zijn. Daarnaast mag van scholen worden verwacht dat zij transparant zijn over zittenblijven; de inspectie spreekt scholen zo nodig aan op hun beleid.
Kunt u kwantificeren hoeveel onderwijsgeld er per saldo wordt verspild doordat leerlingen die niet meekomen op de scholen voor basis- en voortgezet onderwijs blijven zitten?
Ik distantieer mij van de suggestie in de vraag dat zittenblijven hetzelfde is als verspilling. De meningen over zittenblijven en «verspilling» verschillen; dat maakt een schatting van de kosten ook niet mogelijk.
Het bericht ‘E-aangifte ondernemers veilig ondanks DigiNotar-hack’ |
|
Helma Neppérus (VVD), Ed Groot (PvdA), Pieter Omtzigt (CDA) |
|
Frans Weekers (staatssecretaris financiën) (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het artikel «E-aangifte ondernemers veilig ondanks DigiNotar-hack»?1
De Diginotarproblematiek heeft ertoe geleid dat een andere certificaatleverancier, te weten KPN/Getronics, de desbetreffende certificaten gaat leveren. De Belastingdienst had in het weekend waarin de Diginotarproblematiek zich voordeed meteen intensief overleg met software-ontwikkelaars, koepels van fiscale dienstverleners, VNO-NCW/MKB-Nederland en ICT-office. Het overleg met de sector is de afgelopen weken voortgezet; onderwerp van deze overleggen is de operatie waarbij Diginotarcertificaten worden vervangen door KPN/Getronicscertificaten. In een van die overleggen heeft de Belastingdienst gegarandeerd dat de prijs van de certificaten van KPN/Getronics niet zal afwijken van de tot voor kort door Diginotar gehanteerde prijs.
Fiscaal dienstverleners, want daarover gaat het vooral in het kader van deze vervangingsoperatie, schaffen derhalve voor de «oude» prijs een nieuw certificaat aan dat weer voor 4 jaar geldig is. Er is dus geen sprake van verhoging van kosten en administratieve lasten. De Diginotarproblematiek maakt duidelijk dat snel overstappen naar een andere leverancier eenvoudig mogelijk moet zijn. Met beveiligingsoplossingen die voldoen aan eHerkenning voor bedrijven wordt overstappen gemakkelijker.
Klopt het dat «in overleg met de betrokken partijen – softwareleveranciers, fiscale intermediairs, VNO-NCW en de Belastingdienst – is vastgesteld dat de continuïteit van het netwerk geborgd is»?
Zie antwoord vraag 1.
Heeft het overleg tussen de betrokken partijen een gedragen conclusies opgeleverd? Kunt u die met de Kamer delen?
Zie antwoord vraag 1.
Bent u voornemens acties te ondernemen, zoals het verplicht vervangen van certificaten, die gevolgen hebben voor de lasten en de administratieve lasten van het bedrijfsleven? Zo ja, wilt u aangeven hoe hoog die lasten en administratieve lasten zijn en hoe u de lasten compenseert voor het bedrijfsleven?
Zie antwoord vraag 1.
Klopt het dat «in het overleg is vastgesteld dat de systemen waarmee ondernemers direct of via hun intermediair aangifte doen ook in deze situatie kunnen blijven functioneren»?
Deze vragen moeten op een misverstand berusten: in het ondernemersdomein komt momenteel geen sms-authenticatie voor. Deze is alleen bekend bij DigiD, niveau midden, maar die voorziening geldt slechts voor burgers.
Mogelijk wordt gedoeld op de voorgenomen afschaffing van de zogeheten BAPI-PIN-variant in het ondernemersdomein. Daarvoor verwijs ik naar de gelijktijdige beantwoording van de vragen van de leden Omtzigt, Neppérus en Groot.
Deelt u de mening dat het dus gepast is alle BAPI-kanalen en FOS-kanalen2 in de huidige vorm te handhaven?
Zie antwoord vraag 5.
Het bericht ‘Kabinetsplannen bemoeilijken ouderenzorg’ |
|
Linda Voortman (GL) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht van «Kabinetsplannen bemoeilijken ouderenzorg?»1
Ja. Ik ben bekend met het bericht.
Hoe beoordeelt u het idee om specialisten ouderengeneeskunde los van het verpleeghuis te laten opereren door ze over te hevelen naar de Zorgverzekeringswet?
Verenso besteedt in haar toekomstvisie aandacht aan de positionering van de specialist ouderengeneeskunde. Dat vind ik een goede zaak. De rol van de specialist ouderengeneeskunde binnen het stelsel van de langdurige zorg is een belangrijke. Die rol moet worden herbezien in het licht van de ontwikkelingen omtrent het scheiden van wonen en zorg en de noodzaak om de zorg tussen huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde en geriatrische ziekenhuiszorg en revalidatiezorg op elkaar af te stemmen. Het idee dat specialisten ouderengeneeskunde buiten de traditionele verpleegtehuizen, thuis en in het verzorgingstehuis voor ouderen met een intramurale indicatie moeten kunnen worden ingezet, onderschrijf ik dan ook. En dat de zorg daarmee efficiënter kan, onderschrijf ik ook.
Over de vraag hoe dit het beste georganiseerd en bekostigd kan worden bezin ik mij nog. Daarbij moet in ogenschouw worden genomen dat het aantal specialisten ouderengeneeskunde niet ruim bemeten is en dat hun expertise naast en met andere zorgverleners zo gericht mogelijk moet worden ingezet. Naast Verenso hebben ook de zorgkantoren/verzekeraars, branche-organisaties van zorgaanbieders en de cliëntenorganisaties hierover ideeën. Overheveling van (een deel van) de behandeling van de AWBZ naar de Zvw, zoals Verenso voorstelt, is hierbij één van de mogelijkheden. Een dergelijke overheveling is echter alleen zinvol, als daarmee wordt bereikt dat de kwaliteit van zorg voor de cliënt toeneemt.
Deelt u de mening van Verenso dat dit kostenbesparing en efficiëntie bevordert? Zo ja, bent u bereid deze overgang te faciliteren? Zo nee, waarom niet?
Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik graag naar mijn antwoord op vraag 2.
Deelt u de mening dat een eigen bijdrage bij aandoeningen als dementie en Alzheimer de behandeling van deze ziekten ernstig kan belemmeren? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid hier iets aan te doen?
Eind augustus 2011 zijn door het Kamerlid Leijten (SP) Kamervragen gesteld over de eigen bijdrage bij dementie en Alzheimer. Deze vragen zijn gesteld naar aanleiding van de brief van de directeur van Geriant van 23 augustus 2011 en hebben dezelfde strekking als voorliggende vraag. De minister heeft deze vragen op 31 augustus 2011, beantwoord.
In antwoord op betreffende vragen is geschreven dat wij niet van mening zijn dat een eigen bijdrage per definitie contraproductief werkt, ook niet bij aandoeningen als dementie en Alzheimer. Daarbij is aangegeven dat – ook op verzoek van uw Kamer – de mogelijkheid is verkend om een uitzondering op basis van aandoeningsgerichte doelgroepen te realiseren, maar dat na overleg met het veld is geconstateerd dat het uitsluiten van patiënten met bepaalde psychische aandoeningen moeilijk objectiveerbaar is te maken. Ik verwijs u voor nadere uitleg naar de antwoorden op deze vragen. Om tegemoet te komen aan de motie-Van der Staaij/Bruins Slot2 is toen een pakket maatregelen samengesteld waarmee de eigen bijdrage van € 275,– (brief 27 juni 2011, kenmerk CZ/CGGZ-3070559) is verlaagd naar € 200,–. In de motie wordt de regering verzocht om bij het introduceren van een eigen bijdrage in de tweedelijns GGZ het risico op zorgmijding in te perken door de meest kwetsbare doelgroepen te ontzien. De minister heeft in een brief aan u aangegeven dat ze bereidt is om in het kader van de ontwikkeling van de brede beleidsagenda GGZ, waarover zij op dit moment in gesprek is met veldpartijen, mogelijkheden voor bepaalde alternatieve maatregelen voor 2013 verder te willen onderzoeken. Tevens wordt er een monitor opgezet, waarmee de effecten van de eigen bijdrage op zorgmijding worden gevolgd.
Bent u bereid het voorstel van Verenso te overwegen om zwakke ouderen met psychogeriatrische klachten te ontzien van een eigen bijdrage in de GGZ? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?
Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik graag naar mijn antwoord op vraag 4.
Kunt u deze vragen beantwoorden voor het algemeen overleg GGZ op 29 september?
De antwoorden op de vragen van het Kamerlid Leijten (SP) zijn op 31 augustus naar uw Kamer gezonden.
Het artikel “ZZP chauffeurs worden vervangen door buitenlandse” |
|
Erik Ziengs (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «ZZP chauffeurs worden vervangen door buitenlandse»?1
Ja.
Deelt u de mening dat de Nederlandse transportbedrijven gebruik moeten kunnen maken van bestuurders van vrachtauto’s die niet bij hen in dienstbetrekking zijn, mede omdat de transportsector sterke behoefte heeft aan flexibel inzetbare vakmensen?
In 2009 is de Wet wegvervoer goederen (WWG) in werking getreden. In het wetsvoorstel, zoals ingediend bij de Tweede Kamer, was de eis van dienstbetrekking niet langer in de wet opgenomen.
Een meerderheid van de Tweede Kamer was echter voor het handhaven van de eis van dienstbetrekking in de WWG, met name met het oog op de bescherming van de vrachtautochauffeur zonder eigen vrachtauto tegen betaling onder het CAO-loon.
Bij de behandeling van de wet is een evaluatie toegezegd twee jaar na inwerkingtreding van de wet. De resultaten van deze evaluatie en mijn standpunt hierop verwacht ik begin volgend jaar aan de Tweede Kamer te kunnen meedelen. Dat is het moment waarop ik graag met uw Kamer de discussie wil voeren over het al dan niet intrekken van de eis van dienstbetrekking.
Deelt u de mening dat Nederlandse zelfstandige chauffeurs (ZZP’ers) door de huidige regelgeving in Nederland benadeelt worden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u van mening dat de betreffende passage in de Wet Wegvervoer Goederen met het oog op de ontwikkeling van ondernemerschap en de mogelijkheid tot beroepsuitoefening ZZP’ers, onwenselijk is?
Zie mijn antwoord op vraag 2.
Bent u bereid om op korte termijn een oplossing voor dit probleem te vinden, bijvoorbeeld door middel van een aanpassing van de regelgeving, zodat zelfstandig ondernemers in de toekomst ook in de transportsector aan de slag kunnen?
Zie mijn antwoord op vraag 2.
De gevolgen van de ggz bezuinigingen |
|
Esmé Wiegman-van Meppelen Scheppink (CU) |
|
Edith Schippers (minister volksgezondheid, welzijn en sport) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u ervan op de hoogte dat door de optelsom van bezuinigingen Boumanggz in de regio Rotterdam genoodzaakt is om 90 volledige arbeidsplaatsen af te stoten?
Ik heb dat uit de brandbrief van Bouman ggz aan enkele gemeenten en het persbericht in het Algemeen Dagblad begrepen.
Bent u ervan op de hoogte dat dit ervoor zal zorgen dat ongeveer 1 000 patiënten geen behandeling of zorg meer zullen ontvangen?
Zie antwoord vraag 1.
Wat gaat u er aan doen om te voorkomen dat de gevolgen neerslaan op de meest kwetsbare mensen, die zonder adequate behandeling, zorg en begeleiding zichzelf en hun omgeving schade berokkenen?
Ik zal onderzoek doen naar de mogelijke effecten van een eigen bijdrage op de zorgvraag van kwetsbare groepen. Daarbij dient vooral aandacht te worden besteed aan eventuele zorgmijding of uitstel van zorg. In juni 2012 verwacht ik een eerste analyse van de effecten, daarna hoop ik in januari 2013 over een volledig overzicht te beschikken.
Deelt u de mening, dat het erg onwenselijk is, wanneer behandelingen worden afgebroken van patiënten die al in een traject zitten? Zo ja, hoe voorkomt u dit?
Ook in tijden van bezuiniging verwacht ik van professionals dat zij verantwoorde zorg blijven leveren aan patiënten, die daarom vragen. Ik ga er daarom van uit dat behandeltrajecten niet zonder geldige reden worden afgebroken.
Wat is uw oordeel over een conclusie uit het rapport over Intensief Beschermd Wonen (IBW)1 dat voor een gemiddelde IBW bewoner de totale maatschappelijke kosten zijn afgenomen?
In de brandbrief van Bouman ggz aan verschillende gemeenten wordt verwezen naar een kostenreductie van 40% door introductie van het model Beschermde Woonvormen bij Bouman ggz. Dit bevestigt de eerdere onderzoeksresultaten dat met een geïntegreerd traject er niet alleen verbetering in functioneren van patiënten, minder overlast, maar ook vermindering van zorgkosten is te bereiken. Daar kan ik als minister alleen maar blij mee zijn. Zorgverzekeraars kunnen hierop inspelen door gerichte zorginkoop. Het is daarnaast de verantwoordelijkheid van de zorgaanbieders om best practices, zoals het model Intensief Beschermde Woonvormen, breed te verspreiden.
Voor zover ontschotting hierbij aan de orde is, heb ik voor dit jaar de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) al gevraagd een regeling te treffen, die een herverdeling mogelijk maakt van middelen tussen Algemene Wet Bijzonder Ziektekosten (AWBZ) en Zorgverzekeringswet (Zvw). Dat is daardoor praktisch mogelijk gemaakt in 2011. Ik verwacht eind dit jaar een nader advies van hen, om te komen tot een structurele oplossing.
Bent u bereid bezuinigingen in de geestelijke gezondheidszorg af te zetten tegen toenemende al dan niet afnemende maatschappelijke kosten?
Ik heb wel degelijk oog voor de baten van een behandeling in de ggz, zowel op het persoonlijke vlak voor een individuele patiënt als voor de samenleving. Dit ontslaat mij echter niet van de noodzaak om een verantwoorde uitgavenontwikkeling in de sector te realiseren. Mijn maatregelen zijn bedoeld om ook op de langere termijn financiële houdbaarheid te garanderen. Verantwoorde zorg betekent ook efficiënte en betaalbare zorg.
Wilt u deze vragen voor het algemeen overleg over de ggz op 29 september a.s. beantwoorden?
Bij deze.
De mensenrechtenschendingen door Frontex in Griekse vluchtelingenopvang |
|
Sharon Gesthuizen (SP) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het rapport van Human Rights Watch over de wantoestanden in de Griekse opvang van migranten?1
Ja.
Wat is uw reactie op de werkwijze van het politiebureau te Feres, waarbij 97 vluchtelingen tegelijkertijd zijn gedetineerd, terwijl er slechts ruimte is voor 30 personen?
Met Human Rights Watch onderschrijf ik het belang dat gedetineerden hun detentie in menswaardige omstandigheden doorbrengen. Griekenland zit midden in het overgangproces naar een hervorming van zijn asiel- en migratiestelsel. Onverminderd het uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid voor het bewerkstellingen van de verbeteringen bij Griekenland zelf ligt, steunt Nederland Griekenland in dit proces via EASO en Frontex. Door het EASO is vanaf 1 april van dit jaar een aantal asiel-ondersteuningsteams in Griekenland ingezet, die bestaan uit asiel- en opvangdeskundigen uit de verschillende lidstaten. De aanbevelingen die door deze deskundigen zijn gedaan over detentieomstandigheden en faciliteiten zijn door de Griekse autoriteiten overgenomen in de technische plannen. In mijn contacten met mijn Griekse ambtgenoten zal ik het belang van een spoedige implementatie van deze plannen (blijven) accentueren. Ik beschik momenteel niet over informatie om uw concrete vragen over de duur van individuele asielprocedures in Griekenland te beantwoorden. In ambtelijke contacten hebben de Griekse autoriteiten wel meegedeeld dat in het indienen van een asielaanvraag reden kan liggen om de detentie op te heffen.
Wat is uw reactie op de situatie in het vreemdelingendetentiecentrum in Fylakio, waar kinderen zonder enkele begeleiding tussen voor hen onbekende volwassenen vastzitten in overvolle en smerige cellen?
Zie antwoord vraag 2.
Wat gebeurt er met de asielprocedures van deze vluchtelingen? Hoe snel wordt bekeken in hoeverre zij in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning? Hoe lang blijven vluchtelingen gemiddeld in Griekse opvangcentra?
Zie antwoord vraag 2.
Erkent u dat Frontex mensenrechten schendt door bewust vluchtelingen onder erbarmelijke omstandigheden in detentie onder te brengen? Wat vindt u ervan dat Frontex deze procedure in stand heeft gehouden, ondanks de eerdere uitspraak van het EHRM dat mensenrechten worden geschonden in dergelijke centra?
Frontex is een agentschap van de Europese Unie dat de operationele samenwerking tussen EU-lidstaten coördineert op het gebied van het beheer van de buitengrenzen. Indien lidstaten technische en operationele bijstand nodig hebben aan de buitengrenzen, kan het agentschap hen bijstaan. Ondanks de coördinerende rol van Frontex, blijven EU-lidstaten zelf verantwoordelijk voor de bewaking van de Schengen-buitengrenzen. Dit geldt tevens voor de opvang en het in detentie zetten van illegale migranten. Frontex zelf heeft hier geen taak in en is dus niet verantwoordelijk voor eventuele slechte omstandigheden in detentiecentra.
Wat is uw reactie op de conclusie van Human Rights Watch dat de activiteiten van Frontex (nog steeds) in strijd zijn met het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie?
Alle EU-lidstaten zijn gehouden om de mensenrechten te respecteren aangezien zij alle gebonden zijn aan onder meer het Europees Verdrag voor de Rechten van de mens en het Handvest van de Grondrechten voor de Europese Unie. Als agentschap van de Europese Commissie is Frontex eveneens gebonden aan het Handvest en verplicht om fundamentele rechten te waarborgen. Grensbewaking wordt uitgevoerd conform de Schengengrenscode (Verordening 562/2006) waarin de taken en bevoegdheden van de grenswachters zijn beschreven. Zowel in de Schengengrenscode als in de Frontex-verordening wordt expliciet verwezen naar fundamentele rechten, in het bijzonder het EU-grondrechtenhandvest. Bescherming van de fundamentele rechten is tevens een belangrijk onderdeel van de opleiding die Frontex aan grenswachters biedt. Het agentschap kent daarnaast een incidentenmechanisme waarmee grenswachters incidenten kunnen melden aan Frontex en hiermee ook de overige lidstaten op de hoogte stellen van mogelijke schendingen van mensenrechten.
Naast deze reeds bestaande waarborgen, zijn in de nieuwe Frontex-verordening nieuwe maatregelen opgenomen waarmee mensenrechten verder gewaarborgd worden. Zo zal er een grondrechtenfunctionaris worden aangesteld en wordt een adviesforum ingesteld dat de uitvoerend directeur en de raad van bestuur bij zal staan op het gebied van fundamentele rechten. De grondrechtenfunctionaris zal onafhankelijk zijn in de uitvoering van zijn taken. Door regelmatig te rapporteren aan de raad van bestuur en het adviesforum draagt deze bij aan het toezicht op naleving van fundamentele rechten door Frontex. De nieuwe Frontex-verordening geeft het agentschap tevens de mogelijkheid om gezamenlijke operaties en proefprojecten stop te zetten wanneer lidstaten niet langer voldoen aan de voorwaarden voor het uitvoeren van de gezamenlijke operaties of proefprojecten.
Gezien het bovenstaande zijn er naar mijn mening voldoende maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat Frontex conform het EU-recht en internationale verdragen omtrent fundamentele rechten handelt.
Hoe denkt u over de conclusie van Human Rights Watch, waaruit blijkt dat de voorgenomen wijzigingen in de regels met betrekking tot operaties van Frontex onvoldoende zullen zijn om verdere mensenrechtenschendingen te voorkomen?
Zie antwoord vraag 6.
Welke garanties zijn er concreet gesteld om te waarborgen dat Frontex de mensenrechten naleeft? Wat zal er in de toekomst gebeuren met geluiden van mensenrechtenschendingen? Welke noodprocedure zal worden gestart om deze geluiden te kunnen bespreken?
Zie antwoord vraag 6.
Mensenrechtenschendingen in Burundi |
|
Ewout Irrgang (SP) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op het artikel «Alleen in de wildernis slaap je nog rustig»?1
Ik veroordeel de gruwelijke aanslag van 18 september, waarbij 36 mensen werden vermoord in een bar in de plaats Gatumba. Ik maak mij zorgen over de geweldsspiraal die zich in Burundi aftekent, en de verharding van posities van zowel regering als oppositie.
Wat is uw reactie op het artikel «Burundi: stop harassing lawyers and journalists»?2
Ik onderschrijf de oproep van Human Rights Watch om de rechten van juristen en journalisten in Burundi te respecteren. De recente ontwikkelingen met betrekking tot de bewegingsvrijheid van journalisten en de vervolging van advocaten zijn zorgelijk.
Herinnert u zich de vragen over het verlengen van het verdrag met Burundi?3
Ja. De antwoorden daarop werden op 4 juli 2011 aan de Kamer toegezonden onder referentie DAF-357/11 (kamerstuk 24 493 (R 1557) nr. 48).
Bent u van mening dat de huidige aanpak van mensenrechtenschendingen door middel van dialoog met en druk uitoefenen op de Burundese regering een succesvolle aanpak is? Zo ja, waaruit blijkt dit?
Sinds het einde van de burgeroorlog in Burundi in 2006 is de mensenrechtensituatie in het land aanmerkelijk verbeterd. Met een combinatie van hulp, dialoog en druk proberen de internationale gemeenschap, waaronder Nederland, het land te assisteren op de weg naar duurzame vrede en stabiliteit. Dat is een proces dat tijd vergt en tegenslagen zal kennen maar wel degelijk vooruitgang boekt. Zo is mede door internationale druk een nationale ombudsman benoemd, een onafhankelijke mensenrechtencommissie opgezet en wordt voortgang gemaakt inzake transitionele justitie. Ook is, mede dankzij Nederlandse inzet, een toenemende professionalisering merkbaar bij het Burundese leger en, in mindere mate, bij de politie.
Kunt u aangeven waarom u vindt dat de Nederlands-Burundese samenwerking in de veligheidssector een bijdrage levert aan de verbetering van de mensenrechtensituatie in Burundi? Waaruit blijkt dit onder meer en waar baseert u deze informatie op?
Het doel van het Burundees-Nederlands veiligheidssectorprogramma is een democratisch gecontroleerde effectieve veiligheidssector die voorziet in de bescherming van de Burundese bevolking. Hiertoe wordt gewerkt aan opbouw van de capaciteit van alle actoren in de sector. Dit betreft niet alleen politie, leger, openbare aanklager en rechtbanken, maar vooral ook toezichthouders zoals parlement, media en maatschappelijk middenveld. Gedragsverandering binnen veiligheidsdiensten zoals het Burundese leger en politie die voor een groot deel bestaan uit oud-rebellen vraagt tijd. Echter, het leger, dat tot 2005 werd gezien als een negatieve actor in de veiligheidssector, heeft bijvoorbeeld al een belangrijke rol gespeeld in het bewaren van de rust tijdens de verkiezingsdagen afgelopen jaar. Dit illustreert dat met een dergelijke aanpak concreet bijgedragen wordt aan een groter respect voor mensenrechten onder de veiligheidstroepen.
Kunt u aangeven wie de accountantscontroles uitvoert binnen het veiligheidssectorprogramma met Burundi? Waar richten de feitelijke controles zich precies op?
PricewaterhouseCoopers houdt tot oktober 2011 als financial management agent van het veiligheidssectorprogramma toezicht op de uitgaven. Deze controles zorgen, in combinatie met de strenge procedures die zijn ingesteld voor het gebruik van de Nederlandse fondsen, voor een rechtmatig gebruik van de programmamiddelen. Vanaf oktober 2011 neemt de Duitse Gesellschaft fur Internationale Zusammenarbeit (GIZ) de taak van financial management agent over. GIZ hanteert een strikt intern auditregime, dat geschikt is voor de complexe omstandigheden waaronder dit project wordt uitgevoerd.
Kunt u aangeven hoe u – tezamen met andere donoren en Burundese organisaties – de democratische controle over de veiligheidssector wil versterken?4 Kunt u hierbij ingaan op het probleem dat veel misstanden in de veiligheidssector juist in opdracht van de regering plaatsvinden en dat de Burundese president tevens het hoofd is van de magistratuur waardoor er de facto geen scheiding der machten is?
Het vergroten van de interne en externe controle op de veiligheidssector is het hart van het veiligheidssectorprogramma. Samen met andere donoren zoals België en Duitsland en maatschappelijke organisaties, zoals het Burundian Leadership Program, wordt gewerkt aan het verbeteren van de capaciteit van de parlementaire veiligheidscommissie bijvoorbeeld om het overheidsbudget voor de veiligheidsdiensten te kunnen analyseren. Verder richt Nederland zich op het versterken van de capaciteit van de militaire rechtbanken, inspecteur-generaal, en het maatschappelijk middenveld.
Een groot aantal donoren, waaronder de Verenigde Naties, VK, VS, en België ondersteunen Burundi in de versterking van de juridische sector. Onafhankelijkheid en neutraliteit staan daarbij centraal, waarbij een adequate scheiding der machten van belang is.
Kunt u een overzicht geven van de concrete activiteiten en programma’s die Nederland via het stabiliteitsfonds financiert in Burundi? Vindt hierin nog een wijziging plaats in 2012?
Nederland financiert momenteel in Burundi de volgende activiteiten uit het stabiliteitsfonds:
Vanaf 1 januari 2012 komt het veiligheidssectorprogramma ten laste van de gedelegeerde middelen van het ambassadekantoor in Bujumbura. In de overige genoemde activiteiten treden geen wijzigingen op.
Kunt u aangeven of en zo ja hoeveel Nederland in 2012 voornemens is om begrotingssteun aan Burundi te geven? Kunt u hierbij tevens ingaan op de mogelijke Nederlandse bijdrage in begrotingssteun aan Burundi via multilaterale organisaties zoals de EU en de Wereldbank?
Nederland heeft al dit jaar de voorgenomen begrotingssteun omgezet in geoormerkte stabiliteitssteun. De Kamer is hierover op 14 december 2010 (DAF 855/10) geïnformeerd. Nederland zal in 2012 geen bilaterale begrotingssteun geven aan Burundi, ook niet door een aparte bijdrage voor dat land via de EU of de Wereldbank. Wat betreft de multilaterale begrotingssteun door Wereldbank en EU in 2012 wil ik mij inzetten voor een steunvorm met aanvullende waarborgen die zekerstellen dat uitgaven daadwerkelijk geschieden ten behoeve van het behoud van stabiliteit.
Bent u van mening dat gezien de snel verslechterende veiligheidssituatie in Burundi en de (mogelijke) betrokkenheid van de Burundese autoriteiten hierbij de begrotingssteun aan Burundi zo spoedig mogelijk moet worden stopgezet? Zo neen, waarom niet? Zo ja, gaat u hiervoor pleiten bij de relevante instellingen?
Zie antwoord vraag 9.
Kunt u aangeven wat u concreet doet om Burundese mensenrechtenverdedigers, oppositieleden, onafhankelijke journalisten en advocaten te verdedigen? Welk budget stelt u hiervoor beschikbaar in 2011 en in 2012?
Nederland richt zich op het trainen van Burundese ngo’s, onderzoeksinstituten en media om hun controlerende rol inzake mensenrechtenschendingen door de Burundese veiligheidsdiensten te vervullen. Voor het versterken van deze civiele controlemechanismen over de veiligheidssector is binnen het veiligheidssectorprogramma voor 2012 en 2013 130 000 euro voorzien. Nederland ondersteunt verder de MFS2-organisaties, die op hun beurt mensenrechtenorganisaties in Burundi steunen, naast enkele internationale organisaties die regionale mechanismen ter bescherming van mensenrechtenverdedigers versterken.
In mijn brief aan uw Kamer van 2 mei jl. over de uitvoering van de motie El Fassed inzake het Shelter City initiatief, heb ik tenslotte uiteengezet welke praktische ondersteuning Nederland een mensenrechtenverdediger in nood kan bieden. Indien een mensenrechtenverdediger in acute nood niet opgevangen kan worden in de regio, kan via de Nederlandse ambassade een visumaanvraag worden ingediend met een zorgvuldig onderbouwd verzoek om versnelde afgifte.