De uitspraak van de Raad van State van 19 maart 2026 (ECLI ECLI:NL:RVS:2026:1600) |
|
Ulysse Ellian (VVD), Nicole Maes (VVD) |
|
Berendsen , Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met uitspraak 202600650/2/V6 (ECLI:NL:RVS:2026:1600) van de Raad van State?1
Welke impact heeft deze uitspraak op andere Gazanen die een Machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) hebben om naar Nederland af te reizen en in Nederland willen verblijven op grond van een reguliere verblijfsvergunning?
Bestaat het risico dat Gazanen die op grond van deze uitspraak met een mvv naar Nederland komen op enig moment tijdens hun verblijf in Nederland een asielaanvraag zullen indienen? Zo ja, deelt u de mening dat dit oneigenlijk gebruik is van een door Nederland afgegeven mvv?
Deelt u de mening dat er geen mvv afgegeven mag worden als het gevaar bestaat dat iemand eenmaal in Nederland asiel aanvraagt? Hoe zorgt u dat dit niet gebeurt?
Wat gaat u doen om te voorkomen dat het diplomatiek bijstaan of zelfs het evacueren van mensen met een mvv een normale procedure wordt in het kader van consulaire bijstand?
Deelt u de mening dat consulaire bijstand niet bedoeld is voor het evacueren van mvv-houders en dat deze uitspraak dus ook geen precedent mag zijn voor toekomstige mvv-houders?
Wat kunt u doen om te voorkomen dat de studenten tijdens of na afloop van hun studie alsnog asiel aanvragen in Nederland?
Ziet u wettelijke mogelijkheden om mensen die met een mvv naar Nederland zijn gereisd het recht om asiel aan te vragen in ons land te ontzeggen?
Kunt u toelichten hoe u oordeelt over deze uitspraak gedaan door de bestuursrechter, terwijl consulaire bijstand geen onderdeel is van het bestuursrecht en in beginsel bedoeld is voor onderdanen van ons land en dus niet voor mensen die een visum voor Nederland hebben gekregen?
Bestaat er een risico dat Gazanen die op grond van deze uitspraak met een mvv naar Nederland af kunnen reizen zullen proberen om via gezinshereniging nareizigers naar Nederland te laten komen? Zo ja, wat kunt u doen om dat te voorkomen?
Hoe beoordeelt u overweging 7.1 van bovengenoemde uitspraak, waarin wordt gesteld dat Nederland mogelijk gedwongen kan worden om Gazanen tot ons land toe te laten die naar Jordanië afreizen om hun mvv af te halen, maar waarvan vervolgens blijkt dat zij hebben gelogen over hun identiteit? Op grond van welk wettelijk voorschrift zou Nederland deze plicht hebben?
Geldt deze plicht ook voor Gazanen waarvan pas in Jordanië blijkt dat zij lid zijn (geweest) van een terroristische organisatie, die verdacht worden van het plegen van een terroristisch misdrijf of die op enige andere manier een gevaar vormen voor de openbare orde en/of nationale veiligheid? Deelt u de mening dat dit een volstrekt onwenselijke situatie is? Zo ja, welke maatregelen bent u bereid om te nemen om dit risico bij Gazanen maximaal te beperken?
Op welke manier bent u van plan invulling te geven aan de door de voorzieningenrechter opgelegde «inspanningsverplichting» om te bereiken dat de verzoeker de grens kan oversteken? Kunt u bevestigen dat de inspanningsverplichting uitsluitend ziet op het gebruik van de «diplomatieke weg» en geen feitelijke evacuatie of andere vorm van logistieke ondersteuning behelst?
In hoeverre verwacht u dat deze uitspraak, waarin de lage drempel van de inspanning wordt benadrukt, zal leiden tot een toename van soortgelijke verzoeken van Gazanen die reeds over een mvv-toezegging beschikken? Deelt u de mening dat zo’n toename onwenselijk is?
In hoeverre acht u de zorg terecht dat deze uitspraak een aanzuigende werking kan hebben op aanvragen van personen uit Gaza en andere conflictgebieden die voor studie naar Nederland willen komen?
Klopt het dat deze personen daarbij ook familieleden mee mogen nemen indien zij daar de voogdij over dragen, zoals het geval was bij een student aan de Universiteit Maastricht?
Deelt u de mening dat het onlogisch is om studenten uit Gaza de mogelijkheid te bieden aan Nederlandse universiteiten te studeren, terwijl Joodse studenten zich op Nederlandse universiteiten momenteel zeer onveilig en zelfs bedreigd voelen?
De situatie bij Fivoor |
|
Ulysse Ellian (VVD) |
|
van Bruggen |
|
|
|
|
Herinnert u zich de beantwoording van de eerdere Kamervragen over de situatie in de gemeente Zeist over de situatie van Fivoor in Den Dolder en de Kamerbrief van 16 april 2025 over de toekomst van de klinieken in Den Dolder?1, 2
Ja.
Kunt u uiteenzetten welke gesprekken er zijn gevoerd sinds april 2025 om ervoor te zorgen dat concrete vertrekplannen van Fivoor uit Den Dolder worden gerealiseerd? Kunt u de laatste stand van zaken geven?
In 2025 zijn vier Regionale Regietafels georganiseerd om de zoektocht naar een nieuwe locatie voor Fivoor te begeleiden. Aan deze tafel zitten burgemeesters uit de regio en de commissaris van de Koning van de provincie Utrecht. Hiermee onderstrepen we de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de regio om voldoende reguliere én forensische zorg beschikbaar te houden. Het voorzitterschap ligt bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid. De tafel wordt voorgezeten door de verantwoordelijk Staatssecretaris of een vertegenwoordiger van het ministerie. Ik zet die inzet voort.
Er wordt gewerkt langs twee sporen:
Er zijn drie locaties in beeld voor de herhuisvesting van Fivoor. Met het oog op het lokaal draagvlak voor de nieuwe locatie, verloopt de herhuisvesting volgens een zorgvuldig proces dat op dit moment wordt uitgewerkt. Het doorkruisen van dit proces roept risico’s op voor de herhuisvesting. De betreffende locaties deel ik daarom nu niet.
Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) is op dit moment niet actief betrokken bij de zoektocht naar een nieuwe locatie voor Fivoor. In het voorjaar van 2025 heeft het RVB meerdere specifieke locaties onderzocht. Zoals mijn voorganger in de brief aan de Tweede Kamer van 16 april 2025 heeft toegelicht, betrof dit vastgoed dat in gebruik is bij het Ministerie van Defensie.3 Dat vastgoed is primair bestemd voor de opgaven van Defensie. Gezien de huidige geopolitieke situatie en de noodzaak de Nederlandse defensiecapaciteit uit te breiden, heeft Defensie laten weten om die reden geen terreinen te verkopen. Daarom loopt er momenteel geen traject via het RVB. Mochten er in de toekomst locaties in beeld komen waar de RVB kan bemiddelen, dan is de afspraak dat zij direct worden aangehaakt.
Welke locatie of locaties zijn op dit moment in beeld om Fivoor te huisvesten en in hoeverre is het Rijksvastgoedbedrijf gecommiteerd aan de inzet om verhuizing van Fivoor mede mogelijk te maken?
Zie antwoord vraag 2.
Welke maatregelen zijn er in de tussentijd getroffen om de veiligheid in Den Dolder te waarborgen?
JenV ondersteunt gemeente Zeist bij de maatregelen die zij treft om de veiligheid te borgen tot 1 januari 2027, met de optie dit te verlengen als Fivoor langer blijft en de maatregelen effectief blijken. Maatregelen die door de gemeente worden genomen zijn:
Doel van de inzet is om het veiligheidsgevoel te vergroten en maatschappelijke rust en verbinding te creëren.
Bent u bereid net als uw ambtsvoorgangers om ook zelf in gesprek te gaan en te blijven met de omwonenden? Zo ja of nee, waarom?
Ja, zoals in het antwoord op vraag 2 aangegeven, continueer ik de inzet van mijn voorganger. Ik ga op een passend moment graag in gesprek met de omwonenden.
Bent u bereid deze vragen afzonderlijk te beantwoorden vóór het commissiedebat over tbs op 25 maart 2026?
Ja.
Het bericht dat Screeningsdienst asielzoekers stopt na ruim een jaar, '40 miljoen in prullenbak' |
|
Ulysse Ellian (VVD) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Screeningsdienst asielzoekers stopt na ruim een jaar, «40 miljoen in prullenbak»»?1
Klopt het dat bij de oprichting van de Dienst Identificatie en Screening Asielzoekers (DISA) al duidelijk was dat deze dienst tijdelijk zou zijn en dat de taken per 12 juni 2026 in verband met het Europese Asiel- en Migratiepact door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) zouden worden overgenomen? Zo ja, waarom is desondanks gekozen voor de oprichting van een aparte dienst?
Klopt het dat voor DISA een nieuw computersysteem is ontwikkeld dat circa 40 miljoen euro heeft gekost? Wat gebeurt er met dit systeem na opheffing van DISA en in hoeverre blijft dit systeem bruikbaar voor de IND?
Klopt het dat de 120 medewerkers van DISA niet overgaan naar de IND? Zo ja, waarom is daarvoor gekozen, en hoe voorkomt u dat de binnen DISA opgebouwde kennis en expertise op het gebied van identificatie en screening verloren gaan?
Hoe waarborgt u dat de overdracht van deze taken aan de IND niet leidt tot meer fouten, nieuwe achterstanden of extra druk op de IND, mede gelet op signalen dat DISA de foutmarge juist aanzienlijk zou hebben teruggebracht?
Aanhangers van het Iraanse Islamitische regime in Nederland |
|
Ulysse Ellian (VVD) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met diverse gevallen van personen in Nederland die zich positief over het Iraanse Islamitische regime uitlaten of zelfs publiekelijk dit regime steunen?
Het is bekend dat de Iraanse diaspora scheidslijnen kent. Uit de nieuwsberichten over demonstraties waarmee steun aan het Iraanse regime wordt betuigd, kan worden geconcludeerd dat zich personen in Nederland bevinden die zich positief over dit regime uitlaten.
Op welke wijze kan volgens u het strafrecht worden ingezet indien personen zich positief uitlaten over de Islamitische Revolutionaire Garde (IRGC) of deze zelfs steunen, nu de IRGC in de EU is aangemerkt als terroristische organisatie?
Het kabinet is er alles aan gelegen om de Nederlandse democratische rechtsstaat en vrijheden te beschermen tegen terrorisme en extremisme. De Islamitische Revolutionaire Garde (IRGC) is sinds 19 februari jl. op de Europese sanctielijst terrorisme (GS931) geplaatst. De IRGC is als terroristische organisatie gekwalificeerd en er zijn verschillende sancties opgelegd in het kader van de EU-sanctieregeling voor terrorismebestrijding. Hierdoor is eventuele deelname aan deze terroristische organisatie strafbaar en publieke steunbetuigingen aan IRGC worden met grote zorgen bezien.
Of er in een specifieke casus sprake is van (een verdenking van) een strafbaar feit – en dus of het strafrecht ingezet kan worden –, hangt af van de feiten en omstandigheden van dat geval. Het is dus van belang waaruit het «positief uitlaten» of «steunen» bestaat en met welke feitelijkheden dit gepaard gaat. Indien een persoon bijvoorbeeld een terroristische organisatie steunt door middel van financiële middelen, kan sprake zijn van terrorismefinanciering, hetgeen een misdrijf is.
Plaatsing van een organisatie op de nationale en/of Europese sanctielijst heeft tot gevolg dat de tegoeden van de betreffende persoon of organisatie worden bevroren. Tegelijkertijd is het verboden om financiële tegoeden/diensten en (op geld waardeerbare) middelen aan deze persoon of organisatie ter beschikking te stellen. Plaatsing van een persoon of organisatie op de EU-terrorisme sanctielijst heeft tot gevolg dat die persoon of organisatie van rechtswege in Nederland is verboden (artikel 2:20, vierde lid, Burgerlijk Wetboek). Op grond van artikel 140, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht is het «voortzetten van de werkzaamheid van een van rechtswege verboden organisatie» strafbaar. Het «voortzetten van de werkzaamheid» moet ruim worden geïnterpreteerd; het gaat daarbij om iedere gedraging die ten dienste staat aan het voortbestaan van de verboden organisatie. Dit kan bijvoorbeeld zijn het organiseren van een betoging, evenement of vergadering, het oprichten van een nieuwe (vergelijkbare) organisatie, het «in de lucht» houden van een website of het houden van fondsenwervingsacties ten behoeve van een verboden rechtspersoon. Een enkele handeling kan al bijdragen aan het voortbestaan van de organisatie. Of daar in een specifieke situatie sprake van is, zal afhangen van de feiten en omstandigheden van het geval. Dat is aan het Openbaar Ministerie, en uiteindelijk aan de rechter, om te bepalen.
Ook het «positief uitlaten» (in de brede zin van het woord) kan onder omstandigheden een strafbaar feit opleveren. Dit kan mogelijk kwalificeren als opruiing of het aanzetten tot haat en geweld, maar dat zal per geval aan de hand van de feiten en omstandigheden moeten worden beoordeeld. Hierbij speelt ook de context waarbinnen de uiting is gedaan een rol. Dit kan mogelijk kwalificeren als opruiing of het aanzetten tot haat of geweld. Om dergelijke laakbare uitingen met betrekking tot terrorisme nog beter en gerichter aan te kunnen pakken, heeft het kabinet een wetsvoorstel in voorbereiding waarin twee nieuwe strafbaarstellingen zijn opgenomen, te weten de strafbaarstelling van het verheerlijken van terrorisme en de strafbaarstelling van het openlijk betuigen van steun aan een terroristische organisatie. Dit wetsvoorstel ligt op dit moment voor advies bij de Raad van State.
Wat vindt u ervan dat personen in Nederland het Iraanse Islamitische Regime en/of de Islamitische Revolutionaire Garde publiekelijk steunen?
De IRGC staat sinds 19 februari jl. op de Europese sanctielijst terrorisme (GS931) waardoor er beperkende sancties zijn opgelegd in het kader van de EU-sanctieregeling voor terrorismebestrijding. Nederland heeft zich hiervoor onverminderd ingezet en een voortrekkende rol vervuld. Deze Nederlandse inzet is ook in een brief aan uw Kamer geïnformeerd.1 Het kabinet vindt het uitspreken van steun aan deze organisatie dan ook absoluut verwerpelijk. De vrijheid van meningsuiting is een fundamenteel onderdeel van onze democratie, maar dit recht kent wel grenzen. Zoals in het bovenstaande antwoord benoemd zal per geval beoordeeld moeten worden of deze grenzen zijn overschreden en of er mogelijk sprake is van een strafbaar feit. Dit is aan het Openbaar Ministerie, en uiteindelijk aan de rechter, om te bepalen.
Op welke wijze worden aangiften behandeld indien zij zien op bedreigingen richting Iraanse diaspora, dissidenten en hun familieleden in Iran?
Bij vermoedens van bijvoorbeeld bedreigingen richting Iraanse diaspora, dissidenten en hun familieleden in Iran kan er melding of aangifte worden gedaan bij de politie. De politie behandelt deze meldingen en aangiftes zorgvuldig en heeft daarbij oog voor de huidige internationale situatie.
Worden deze aangiften voortvarend behandeld vanwege de huidige internationale situatie en de mogelijkheid tot tegenacties van het Iraanse regime?
Zie antwoord vraag 4.
Wordt op dit moment daadwerkelijk grondig onderzoek gedaan welke personen in Nederland feitelijk verlengstukken van het Iraanse Islamitische Regime (en/of de IRGC) zijn en op welke wijze wordt actie tegen deze personen ondernomen? Zo ja/nee, waarom?
Uw vraag betreft het kennisniveau en het functioneren van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Daarover worden in het openbaar geen mededelingen gedaan. In algemene zin kan ik uw Kamer mededelen dat voortdurend en op basis van het dreigingsbeeld wordt bezien wat mogelijk is om ongewenste buitenlandse inmenging te voorzien, verstoren, verijdelen en/of mitigeren. Voor een actueel overzicht verwijs ik uw Kamer naar de meest recente publicaties over dit thema.2
Kunt u deze vragen afzonderlijk en vóór het plenaire debat over Iran op 12 maart 2026 beantwoorden?
Ja.
Het bericht 'Aanvaller jonge vrouw in Rotterdam blijkt asielzoeker (22) uit Marokko: ‘Vreselijk wat slachtoffer heeft meegemaakt’' |
|
Ulysse Ellian (VVD) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Aanvaller jonge vrouw in Rotterdam blijkt asielzoeker (22) uit Marokko: «Vreselijk wat slachtoffer heeft meegemaakt»»?1
Kunt u bevestigen dat de verdachte ten tijde van het incident een asielzoeker was?
Kunt u bevestigen dat de verdachte verbleef op een opvanglocatie in Hendrik-Ido-Ambacht?
Kunt u bevestigen dat de verdachte afkomstig is uit Marokko?
In welke fase van de asielprocedure bevond betrokkene zich ten tijde van het incident? Kunt u daarbij aangeven of al sprake was van een voornemen, besluit in eerste aanleg, of een (hoger) beroep?
Was er in deze casus al begonnen met een terugkeerprocedure? Zo nee, waarom niet? Zo ja, werkte de asielzoeker mee aan terugkeer?
Kunt u aangeven hoe lang betrokkene op dat moment in Nederland verbleef, hoelang hij in de opvang verbleef en hoelang zijn aanvraag liep?
Is in deze zaak een versnelde procedure toegepast? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke doorlooptijd gold in deze zaak vanaf aanmelding tot en met besluitvorming?
Welke gemiddelde doorlooptijden hanteert u momenteel voor versnelde behandeling van aanvragen van vreemdelingen uit een veilig land van herkomst? Kunt u die afzetten tegen de reguliere procedure?
Deelt u de opvatting dat bij aanvragen uit landen die in de praktijk veelal kansarm zijn, snelheid in de procedure mede een veiligheidsbelang kan dienen voor de omgeving van opvanglocaties? Zo nee, waarom niet?
Waren er voorafgaand aan dit incident signalen bekend bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V), de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM), of andere ketenpartners over overlastgevend, gewelddadig, of anderszins risicovol gedrag van betrokkene? Zo ja, welke maatregelen zijn genomen?
Worden COA-incidenten waarbij asielzoekers betrokken zijn in alle gevallen gedeeld met de IND, voor zover die incidenten relevant kunnen zijn voor de beoordeling van openbare orde of nationale veiligheid? Zo nee, waarom niet?
Welke toets hanteert de IND momenteel bij de beoordeling of sprake is van gevaar voor de openbare orde in asielzaken? Kunt u uiteenzetten welke indicatoren daarbij een rol spelen, welke bronnen worden betrokken en hoe de evenredigheidstoets wordt uitgevoerd?
Is in deze zaak overwogen om maatregelen te treffen die de bewegingsvrijheid beperken, zoals overplaatsing naar een locatie met strenger toezicht, een vrijheidsbeperkende maatregel, of vreemdelingenbewaring? Zo nee, waarom niet?
Kunt u aangeven welke drempels in de praktijk gelden om vreemdelingenbewaring te kunnen inzetten bij asielzoekers met ernstige openbare-orde-signalen? Acht u die drempels in de uitvoering toereikend?
Kunt u aangeven hoeveel asielzoekers er in 2025 zijn aangehouden vanwege een verdenking van verkrachting of van een poging tot verkrachting?
Het bericht ‘Klokkenluiders slaan alarm over massale fouten in vonnissen: onschuldigen in cel gegooid en daders ontlopen hun straf’ |
|
Ulysse Ellian (VVD) |
|
van Bruggen |
|
|
|
|
Bent u bekend het bericht «Klokkenluiders slaan alarm over massale fouten in vonnissen: onschuldigen in cel gegooid en daders ontlopen hun straf»?1
Hoe beoordeelt u de signalen dat er mogelijk 50.000 gevallen zijn waarin signalen waren over foutieve tenaamstellingen in onherroepelijke vonnissen en hoe verhoudt dit tot de 876 strafzaken die tot nu toe bekend waren?
In hoeveel gevallen is tot nu toe bekend dat een straf geheel of gedeeltelijk aan de onjuiste persoon ten uitvoer is gelegd? Om welke delicten ging dit?
In hoeveel gevallen zijn daders onterecht vrijuit gegaan als gevolg van de foutieve tenaamstellingen? Om welke delicten ging dit?
Hoelang zijn de daders die vrijuit zijn gegaan als gevolg van de foutieve tenaamstellingen al op vrije voeten en welke acties bent u voornemens te ondernemen om deze groep alsnog hun straf te laten ondergaan?
Bent u bereid om aanvullend onderzoek te doen naar de signalen dat de aantallen van onjuiste tenaamstellingen mogelijk veel groter zijn dan eerder was onderzocht?
Wat vindt u ervan dat medewerkers zich niet vrij hebben gevoeld te kunnen praten met de onderzoekers van de Algemene Rekenkamer en de Auditdienst Rijk en acht u aanvullend onderzoek naar zowel de aard, ernst en omvang van de fouten en de werkcultuur passend? Zo ja/nee, waarom?
Kunt u deze vragen binnen drie weken afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Een grote crimineel (Lysander de R.) die naar een regulier detentieregime is afgeschaald |
|
Ulysse Ellian (VVD) |
|
van Bruggen |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Onrust in gevangenis Heerhugowaard: motorbende-leider wil wraak»?1
Klopt het dat Lysander de R. recent in een regulier regime is geplaatst?
Hoe kan het dat een gedetineerde die bekend staat als het «bajesbeest» en de «schrik van Zaanstad» en in meerdere Penitentiaire Inrichtingen een schrikbewind voerde, al enige tijd op een reguliere afdeling is geplaatst?
Waarom is deze gedetineerde al langer dan een jaar uit de Afdeling Intensief Toezicht geplaatst?
Waarom wordt een gedetineerde, die evident en aantoonbaar betrokken is bij voortgezet crimineel handelen uit detentie, in een Penitentiaire Inrichting (Zuyderbosch) geplaatst waar in 2025 maar liefst 31 keer communicatiemiddelen zijn aangetroffen bij gedetineerden?
Op welke wijze worden bij het afbouwen van toezichtsmaatregelen op basis van de lijst gedetineerden met een vlucht- en/of maatschappelijk risico, feiten betrokken zoals het leiding geven vanuit detentie aan een motorclub zoals MC Hardliners, het oprichten daarvan en leider zijn van een dergelijke criminele organisatie?
Op welke wijze worden de B- en C-grond uit artikel 13 van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden gewogen indien sprake is van een gedetineerde die aantoonbaar vanuit detentie crimineel handelen heeft voortgezet en een leidende rol heeft bij een criminele organisatie zoals een motorclub?
Hoe kan er geen sprake zijn van een hoog risico op aanhoudende ongeoorloofde contacten met de buitenwereld met een maatschappelijk ontwrichtend karakter indien een gedetineerde hoogstwaarschijnlijk betrokken is bij ernstige bedreigingen jegens een burgemeester?
Indien de feiten als genoemd in vragen 4, 5 en 6 zich zouden voordoen: waarom zit zo een gedetineerde dan niet in de Extra Beveiligde Inrichting?
Waarom kan een gedetineerde in aanmerking komen voor fasering als de voorwaardelijke invrijheidsstelling door de rechter is ingetrokken?
Waarom kan een gedetineerde in aanmerking komen voor meer vrijheden indien hij betrokken is bij feiten zoals genoemd in de vragen 4, 5 en 6?
Wanneer gaat u inzien dat criminele kopstukken er alles aan zullen doen om in lagere detentieregimes terecht te komen?
Wat gaat u de samenleving precies uitleggen indien een gedetineerde zoals Lysander de R. vanuit detentie wederom de samenleving vrees zal aanjagen en mogelijk ernstige strafbare feiten zal laten plegen?
Kunt u deze vragen afzonderlijk en uiterlijk 1 maart 2026 beantwoorden?
Indien u bij beantwoording op sommige vragen zult antwoorden dat u «niet ingaat op individuele gevallen», kunt u daarbij dan uitgebreid motiveren waarom u niet op individuele gevallen kunt ingaan terwijl de uitvoering van strafrechtelijke vonnissen rechtstreeks onder uw verantwoordelijkheid valt?
De beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam ter zake een advocaat die verdacht wordt van deelname aan een criminele organisatie |
|
Ulysse Ellian (VVD) |
|
Arno Rutte (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de beslissing van de Raad van Discipline van 19 januari 2026?1
Ja.
Hoe vaak is sinds de totstandkoming van artikel 60ab van de Advocatenwet een schorsing uitgesproken en hoe vaak is een voorlopige voorziening toegewezen zoals is gebeurd op 19 januari 2026?
Ter beantwoording van deze vraag heb ik, via de Nederlandse Orde van Advocaten (hierna: NOvA), gegevens opgevraagd bij de Stichting Ondersteuning Tuchtcolleges Advocatuur.
Sinds de inwerkingtreding van het huidig artikel 60ab Advocatenwet zijn er in totaal bij de verschillende Raden van discipline 32 zaken geweest waarbij een verzoek op grond van artikel 60ab Advocatenwet, dan wel een verzoek op grond van artikelen 60ab én 60b Advocatenwet, is toegewezen. In 18 van deze 32 zaken ging het om een schorsing voor onbepaalde tijd, in 10 zaken ging het om een schorsing voor onbepaalde tijd en is een voorlopige voorziening getroffen en in 4 zaken is enkel een voorlopige voorziening getroffen.
Sinds de inwerkingtreding van het huidig artikel 60ab Advocatenwet zijn er bij het Hof van discipline 4 zaken geweest waarbij een verzoek op grond van artikel 60ab van de Advocatenwet is toegewezen. In 3 zaken ging het om een schorsing voor onbepaalde tijd en in 1 zaak om een ging het om een schorsing voor onbepaalde tijd en is een voorlopige voorziening getroffen.
Wat vindt u ervan dat een advocaat tegen wie een verdenking van een zeer ernstig strafbaar feit bestaat, namelijk deelname aan een criminele organisatie, werkzaamheden als advocaat kan verrichten terwijl de strafzaak nog loopt?
In de zaak waar naar wordt gevraagd is een onafhankelijke tuchtrechter tot het oordeel gekomen dat de schorsing van de advocaat in de uitoefening van zijn advocatenpraktijk op grond van artikel 60ab, eerste lid, Advocatenwet niet langer kan worden gerechtvaardigd en is in de zaak een voorlopige voorziening getroffen. Als Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid laat ik mij niet uit over individuele zaken.
In het algemeen kan ik zeggen dat voor iedereen in Nederland die verdacht wordt van het begaan van een strafbaar feit, geldt dat diegene onschuldig wordt geacht totdat het tegendeel is bewezen.
Voorts wijs ik uw Kamer erop dat er verschillende maatregelen zijn getroffen om voortgezet crimineel handelen in detentie tegen te gaan en advocaten te beschermen. Uw kamer is op 23 januari 2026 geïnformeerd over de voortgang hieromtrent.2
Wat vindt u ervan dat een advocaat die verdacht wordt van het doorgeven van boodschappen vanuit de Extra Beveiligde Inrichting zijn werkzaamheden als advocaat weer kan hervatten en dus ook gebruik kan maken van de bescherming die een advocaat geniet?
Ik laat mij niet uit over individuele zaken. In zijn algemeenheid merk ik op dat voor iedere verdachte in Nederland de onschuldpresumptie geldt. Alle advocaten in Nederland hebben bepaalde plichten, maar ook rechten, zoals het verschoningsrecht. Het verschoningsrecht beschermt de vertrouwelijkheid tussen advocaat en cliënt en is van belang voor een goede uitoefening van het beroep advocaat.
Hoe kan een advocaat die verdacht wordt van een zeer ernstig strafbaar feit volgens u voldoen aan alle kernwaarden die gelden voor de advocatuur?
Zoals in de antwoorden hierboven is gezegd, laat ik mij niet uit over individuele zaken. In het algemeen kan ik zeggen dat alle advocaten in Nederland de kernwaarden als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, Advocatenwet in acht moeten nemen. De lokale deken houdt in zijn arrondissement onder meer toezicht op de naleving van de verplichtingen op grond van de Advocatenwet. Op grond van artikel 46 Advocatenwet zijn alle advocaten aan tuchtrechtspraak onderworpen onder meer voor het handelen in strijd met de in dat artikel omschreven betamelijkheidsnorm en de Advocatenwet. De tuchtrechter toetst het aan de advocaat verweten handelen of nalaten aan artikel 46 Advocatenwet. Zoals hierboven ook genoemd, wordt iedere verdachte in Nederland onschuldig geacht totdat het tegendeel is bewezen.
Kunt u toelichten of er op een andere manier wordt beslist op een verzoek tot opheffing van een schorsing ex artikel 60ab van de Advocatenwet na de voorziene wijziging van de Advocatenwet waarmee de Onafhankelijk Toezichthouder Advocatuur wordt geïntroduceerd?
In het conceptwetsvoorstel waarmee de Onafhankelijk Toezichthouder Advocatuur (OTA) wordt geïntroduceerd, is voorzien dat de OTA de bevoegdheid krijgt om, op grond van de artikelen 60ab, 60b en 60c Advocatenwet, diverse ordemaatregelen te verzoeken aan de tuchtrechter. Ik kan niet zeggen of deze voorziene wijziging zal leiden tot een andere manier van beslissen door de tuchtrechter op verzoeken op grond van artikel 60abAdvocatenwet. Het is aan de tuchtrechter om elke zaak op zijn eigen merites te beoordelen.
De Arbeidstijdenwet en opschaling van de krijgsmacht |
|
Ulysse Ellian (VVD) |
|
Gijs Tuinman (BBB) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het feit dat Defensie bij realistische, meerdaagse en geïntegreerde oefeningen gebruikmaakt van externe opleiders die werkzaamheden verrichten die inhoudelijk gelijk zijn aan die van defensiepersoneel, onder militair gezag plaatsvinden en direct samenhangen met de operationele gereedheid van eenheden?
In hoeverre herkent u dat de onverkorte toepassing van de Arbeidstijdenwet in deze situaties kan botsen met realisme, veiligheid en continuïteit van de opleiding?
Welke ruimte biedt artikel 2:4 van de Arbeidstijdenwet ruimte om de wet geheel of gedeeltelijk buiten toepassing te verklaren wanneer toepassing de uitvoering van wettelijke taken belemmert?
Hoe wordt deze bepaling momenteel toegepast ten aanzien van externe opleiders die in een militair-operationele context functioneren?
Bent u bereid om te verkennen of een strikt afgebakende ministeriële regeling op grond van artikel 2:4 ATW mogelijk en wenselijk is, die uitsluitend ziet op aangewezen opleidingssituaties en externe opleiders daarin tijdelijk functioneel gelijkstelt aan defensiepersoneel, met passende waarborgen voor arbeidsomstandigheden, veiligheid en herstel? Zo ja, kunt u de Kamer over de uitkomsten van deze verkenning zo snel mogelijk informeren? Zo nee, waarom niet?
Het bericht ‘Register notariaat al maanden uit de lucht na kritiek van Autoriteit Persoonsgegevens’ |
|
Jeltje Straatman (CDA), Ulysse Ellian (VVD) |
|
Arno Rutte (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Register notariaat al maanden uit de lucht na kritiek van Autoriteit Persoonsgegevens (AP)»?1
Ja.
Wanneer raakte u op de hoogte van de klacht van de AP over het register voor het notariaat in de zin van artikel 5 van de Wet op het notarisambt en artikel 8 van het Besluit op het notarisambt? En wat is er namens u besloten nadat de klacht gegrond werd verklaard?
De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) heeft op 28 januari 2025 aan het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) gemeld een brief van de AP te hebben ontvangen, waarna een dag later contact is geweest tussen het ministerie en de KNB over de inhoud van die brief. Vervolgens is in contact tussen JenV en de KNB op 3 februari 2025 besproken dat het niet in strijd met de wet zou zijn als de KNB (voorlopig) de mogelijkheid zou stopzetten om het register online te raadplegen. Ook is besproken dat het verstandig zou zijn te wachten op publicatie van de uitkomsten van het destijds nog lopende Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC)-onderzoek naar gegevensbescherming in openbare registers vóórdat de KNB verdere beslissingen zou nemen over het register. De KNB heeft daarna besloten de online toegang tot het register (voorlopig) te beëindigen en feitelijk uitvoering gegeven aan dat besluit.
Bent u van mening dat op dit moment in de praktijk uitvoering wordt gegeven aan artikel 5 van de Wet op het notarisambt? Zo ja of nee, waarom?
Ja, op dit moment wordt uitvoering gegeven aan artikel 5 van de Wet op het notarisambt. Een register blijft openbaar, ook wanneer de manier van toegang geven tot gegevens wijzigt of verschilt per doelgroep.2 Het niet online kunnen raadplegen van een register, maar het moeten aanvragen van gegevens door het invullen van een webformulier of per telefoon of post, is geen zodanige hindernis dat effectief de openbaarheid wordt belemmerd.3 Op de website waar voorheen de openbare gegevens van het register voor het notariaat online raadpleegbaar waren, vinden bezoekers nu informatie hoe zij die openbare gegevens kunnen verkrijgen.
Kunt u toelichten waarom namens u is besloten niet in beroep te gaan, waardoor de facto de Wet op het notarisambt niet correct wordt uitgevoerd en het voor mensen niet effectief mogelijk is de integriteit van notarissen te controleren?
De brief van de AP bevat een constatering en geen handhavingsbesluit, zodat een beroep niet aan de orde was. Overigens wordt verwezen naar het antwoord op vraag 3.
Hoe kan volgens u effectief worden gecontroleerd of notarissen inmiddels wel voldoen aan hun wettelijke verplichting hun nevenbetrekkingen openbaar te maken, nadat in 2024 bleek dat driekwart van de notarissen hun nevenbetrekkingen niet of niet juist heeft doorgegeven?
De controle op het nakomen door notarissen van hun wettelijke verplichtingen is een taak van het Bureau Financieel Toezicht (BFT). Sinds 2022 heeft het BFT de naleving van de verplichting van de notarissen om nevenbetrekkingen op te geven ook nadrukkelijk opgenomen in de reguliere toezichtonderzoeken. Ook wordt door het BFT op reguliere basis aan de hand van het handelsregister gecontroleerd of de inschrijvingen in het register notariaat overeenkomen met de registraties in het handelsregister.
Kunt u bevorderen dat het register zo snel mogelijk weer online komt te staan? Zo ja, welke stappen bent u voornemens hiertoe te zetten?
Voor een aantal wettelijke openbare registers in het domein van JenV is onderzoek uitgevoerd door het WODC4 naar de bescherming van persoonsgegevens. Het register voor het notariaat behoort niet tot de onderzochte registers, maar het in het WODC-onderzoek opgenomen kader voor het toetsen van de gegevensbescherming en de aanbevelingen voor verbetering zijn volgens de onderzoekers toepasbaar op alle openbare registers met persoonsgegevens.
De KNB is vanuit het JenV gewezen op de relevantie van dat WODC-onderzoek voor het beheer van het register voor het notariaat. Dit onderzoek biedt handvatten aan de registerhouder om een goede belangenafweging te kunnen maken tussen gegevensbescherming en de wijze van openbaarheid. Onder verwijzing naar het antwoord op vraag 3 zullen door JenV geen stappen worden gezet om te bevorderen dat het register (geheel of gedeeltelijk) online te raadplegen is.
Bent u bereid een overzicht te verstrekken van alle overheidsregisters die naar aanleiding van kritiek van de AP al dan niet tijdelijk offline zijn gehaald? Zo nee, waarom niet en kunt u in contact treden met de AP om een overzicht op te stellen?
JenV beschikt niet over een overzicht van alle overheidsregisters die offline zijn gehaald en kan daarom deze gegevens niet aan uw Kamer verstrekken. Voor de openbaarheid van een register is online toegankelijkheid geen noodzakelijke voorwaarde. Daarmee is er voor mij geen reden alsnog een overzicht te laten maken van overheidsregisters die naar aanleiding van kritiek van de AP offline zijn gehaald.
Bent u bereid te bevorderen dat klachten die de AP verstuurt naar bestuursorganen zo snel mogelijk openbaar worden gemaakt, zodat tijdig een weging van belangen kan plaatsvinden en bestuursorganen ook van elkaar kunnen leren? Zo nee, waarom niet?
Voor dit antwoord wordt ervan uitgegaan dat wordt gedoeld op klachten die de AP ontvangt, omdat het in de onderhavige zaak ging om een klacht van een betrokkene bij de AP en omdat de AP zelf geen «klachten» indient. Op grond van artikel 77 Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) kan iedere betrokkene een klacht indienen bij de AP over niet-naleving van de AVG. Volgens de in het bestuursrecht gebruikelijke terminologie moet een dergelijke klacht worden geduid als «verzoek tot handhaving» aan de AP.5 Een verzoek tot handhaving kan leiden tot een handhavingsbesluit. Openbaarmaking van handhavingsbesluiten is nu in beginsel verplicht op basis van artikel 3.1 Wet open overheid, tenzij de voorzieningenrechter ernstige twijfels heeft over de rechtmatigheid van het besluit. Volgens haar eigen beleidsregels over openbaarmaking publiceert de AP in beginsel alle handhavingsbesluiten, met uitzondering van berispingen.6
Het bericht ‘Rechters geven op Schiphol betrapte drugskoeriers lagere straf door scheefgroei’ |
|
Ulysse Ellian (VVD), Ingrid Michon (VVD) |
|
Foort van Oosten (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Rechters geven op Schiphol betrapte drugskoeriers lagere straf door scheefgroei» en het persbericht hierover van de Rechtbank Noord-Holland?1, 2
Ja.
Hoe beoordeelt u de stelling van de Rechtbank Noord-Holland dat de disbalans tussen opgelegde straffen aan drugskoeriers enerzijds en grote drugscriminelen die zich bezighouden met (de organisatie van) grootschalige drugshandel anderzijds de laatste jaren verder is vergroot door de introductie van procesafspraken?3
Het is aan de rechter om (gevangenis-)straffen op te leggen, ook bij zaken waarin sprake is van procesafspraken. De introductie van procesafspraken kan inderdaad in sommige gevallen bijdragen aan vermindering van de straf voor verdachten, maar dit is afhankelijk van de specifieke omstandigheden van de zaak. Het OM maakt per individueel geval een afweging die recht moet doen aan de omstandigheden van het geval. Procesafspraken worden door het OM gemaakt op basis van een zorgvuldige belangenafweging, waarbij acht wordt geslagen op de ernst van het begane strafbare feit, de daarop gestelde maximumstraf en de straf die de rechter op zal leggen. Het maken van procesafspraken door het OM kan een middel zijn om een strafzaak efficiënter af te ronden, met name in gevallen waar er andere belangrijke overwegingen spelen. Het is uiteindelijk aan de rechter om een passende straf op te leggen voor de bewezenverklaarde feiten.
Hoe vaak zijn er tot nu toe procesafspraken gemaakt met verdachten die worden beschuldigd van betrokkenheid bij de organisatie van grootschalige drugshandel en in hoeveel van deze grote drugszaken wil het Openbaar Ministerie in 2025 en 2026 nog procesafspraken maken?
Er vindt door het OM geen centrale registratie plaats van het aantal zaken waarin procesafspraken worden gemaakt. In algemene zin geldt dat het OM beoordeelt welke zaken geschikt zijn voor procesafspraken, afhankelijk van factoren zoals de ernst van de misdrijven en de impact op de georganiseerde misdaad.
Hoeveel drugszaken zijn er op dit moment in de voorraad te plannen strafzaken waarop de nieuwe uitgangspunten van de Rechtbank Noord-Holland van toepassing zijn en, als dit niet uit de managementsystemen van de Rechtspraak kan worden afgeleid, kunt u dan in contact treden met de Rechtspraak om dit aantal bij benadering te achterhalen?
Het valt niet te zeggen op hoeveel strafzaken de nieuwe uitgangspunten van de Rechtbank Noord-Holland van toepassing zijn. Uit contact met de rechtspraak blijkt dat een dergelijke zoekslag niet in de systemen van de rechtspraak of de Rechtbank Noord-Holland kan worden gemaakt. Het kan dus ook niet bij benadering worden gezegd op hoeveel strafzaken de nieuwe uitgangspunten van toepassing zijn.
Hoeveel procesafspraken zijn er tot nu toe in totaal tot stand gekomen sinds de inwerkingtreding van de OM-aanwijzing in 2023 en in hoeveel zaken streeft het OM naar het maken van procesafspraken in 2025 en 2026?
Er vindt, zoals vermeld in het antwoord op vraag 3, geen centrale registratie plaats van het aantal procesafspraken dat het OM maakt. In algemene zin geldt dat het OM niet vooraf streeft naar het maken van procesafspraken in een bepaald aantal zaken. Het maken van procesafspraken door het OM kan een middel zijn om een strafzaak efficiënter af te ronden, met name in gevallen waar er andere belangrijke overwegingen spelen. Daarmee kan een bijdrage aan de belangen van slachtoffers, verdachten en de maatschappij worden geleverd. Een efficiënte en tijdige afronding van een anders mogelijk omvangrijke strafzaak zorgt immers relatief snel voor duidelijkheid voor eenieder en leidt ertoe dat voortvarender andere zaken kunnen worden opgepakt c.q. behandeld.
Hoe beoordeelt u het feit dat er dankzij procesafspraken een nog grotere kloof is ontstaan tussen opgelegde straffen in drugszaken in Nederland en opgelegde straffen in drugszaken in ons omringende landen zoals België, Duitsland en Frankrijk?
De straffen in Nederland zijn het resultaat van een zorgvuldig afgewogen oordeel dat kijkt naar de omstandigheden van de zaak en de rol van de verdachte. Procesafspraken kunnen leiden tot lichtere straffen, maar daar staat tegenover dat de verantwoorde inzet van procesafspraken kan bijdragen aan een efficiënte rechtsgang. Ook in ons omringende landen, zoals Duitsland, bestaan mogelijkheden om procesafspraken te maken. In elk geval blijft het streven van het OM een effectieve en evenwichtige afhandeling van strafzaken, waarbij de ernst van de misdaad en de impact op de samenleving altijd centraal staan.
Begrijpt u dat criminele netwerken hierdoor een sterkere prikkel krijgen om uithalers en andere drugskoeriers juist naar Nederland te sturen, omdat de opgelegde straffen in Nederland in verreweg de meeste gevallen veel lager zijn dan in België, Duitsland en Frankrijk?
In Nederland is de afgelopen jaren de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit fors is uitgebreid en versterkt. Met de brede aanpak, waarover uw Kamer periodiek wordt geïnformeerd, zet het kabinet vol in op Nederland zo onaantrekkelijk mogelijk te maken voor criminele netwerken om zich hier te vestigen of hun criminele activiteiten voort te zetten. Naast het verhogen van wettelijke strafmaxima op verschillende delicten, zet ik in op het verhogen van de pakkans, het opwerpen van barrières en het voorkomen van gelegenheid. Deze maatregelen zijn effectief en schrikken veelal meer af dan de hoogte vaneen opgelegde straf. Dat is ook terug te zien in de cijfers. Afgelopen jaren zijn flink wat barrières opgeworpen, waaronder de vertrouwensketen in de Rotterdamse haven waardoor pincodefraude bij het ophalen van containers onmogelijk is gemaakt, intensievere controle en de nieuwe strafbaarstelling van art. 138aa van het Wetboek van Strafrecht. Het resultaat van die barrières is onder meer dat het aantal uithalers in de Rotterdamse haven aanzienlijk is gedaald, van 415 in 2021 naar 266 in 2024.
Bent u bereid om mede naar aanleiding van deze berichten in gesprek te gaan met het Openbaar Ministerie om te bevorderen dat geen verdere procesafspraken worden gemaakt in grootschalige drugszaken tot na de behandeling van de eerste aanvullingswet van het Wetboek van Strafvordering in de Kamer? Zo nee, waarom niet?
Ik zie geen aanleiding om hierover in gesprek te gaan met het OM. De huidige praktijk wordt genormeerd via door de Hoge Raad gegeven kaders (ECLI:NL:HR:2022:1252) en de Aanwijzing procesafspraken in strafzaken van het College van Procureurs-Generaal. Binnen die grenzen kunnen procesafspraken worden gemaakt.
Zoals eerder aangegeven, worden procesafspraken door het OM gemaakt op basis van een zorgvuldige belangenafweging, waarbij acht wordt geslagen op de ernst van het begane strafbare feit, de daarop gestelde maximumstraf en de straf die de rechter op zal leggen. Het is uiteindelijk aan de rechter om een passende straf op te leggen voor de bewezenverklaarde feiten. Als rechters van mening zijn dat er hierbij sprake is van scheefgroei, dan is het goed als hierover binnen de rechtspraak discussie plaatsvindt. Ik vind het van belang om een specifiek wettelijk kader voor procesafspraken in te voeren. Deze regeling is opgenomen in de eerste aanvullingswet bij het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Het wetsvoorstel zal spoedig bij uw Kamer worden ingediend. Deze wettelijke regeling geeft de wetgever de mogelijkheid om principiële vragen die samenhangen met procesafspraken van een antwoord te voorzien, waaronder de vraag wat de maximale strafvermindering is die een verdachte via procesafspraken mag krijgen.
Kunt u deze vragen afzonderlijk en binnen drie weken beantwoorden?
De vragen zijn afzonderlijk en zo volledig mogelijk beantwoord. Er is gepoogd om de gevraagde termijn te behalen, maar dit is helaas niet gelukt.
Het bericht ‘Vader van vermoorde Ryan loopt vrij rond in Syrië, wat kan Nederland doen?’ |
|
Ulysse Ellian (VVD), Bente Becker (VVD) |
|
Foort van Oosten (VVD), David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend het bericht «Vader van vermoorde Ryan loopt vrij rond in Syrië, wat kan Nederland doen»1?
Ja.
Bent u bereid concreet toe te lichten wat u kunt doen om straffeloosheid in zaken zoals deze te voorkomen? Zo ja/nee, waarom?
Over lopende strafrechtelijke procedures kan ik geen uitspraken doen. In algemene zin merk ik op dat straffeloosheid zoveel als mogelijk moet worden voorkomen, in het bijzonder waar het gaat om zeer ernstige misdrijven. Ook in zaken met een internationale context zetten alle betrokken Nederlandse autoriteiten, waaronder mijn departement, zich daartoe in. Samen met het Openbaar Ministerie wordt in zaken zoals deze gekeken naar verschillende mogelijkheden om tot gerechtigheid te komen. Een goede samenwerking met de justitiële autoriteiten in het buitenland is hierbij een aspect dat een rol speelt. Over het aangaan en versterken van deze samenwerkingsrelaties voert mijn departement waar nodig overleg met het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Bent u bereid te kijken naar de mogelijkheid tot het indienen van een rechtshulpverzoek, en zo ja, acht u dit kansrijk en welke criteria hanteert u bij het indienen van rechtshulpverzoeken als er geen adequaat verdrag is met een land als Syrië? Zo nee, wat gaat u dan doen?
Over individuele strafzaken, het contact daarover met een buitenlandse autoriteit en de wijze waarop door een buitenlandse autoriteit wordt gehandeld, kan ik geen mededelingen doen.
In zijn algemeenheid kan ik toelichten dat rechtshulpverzoeken worden ingediend op verzoek van de officier van justitie of de rechter. Inzending naar het buitenland vindt plaats door tussenkomst van mijn departement als centrale autoriteit, dat in dit kader adviseert over de (on)mogelijkheden en de afweging om een verzoek al dan niet te verzenden. Daarbij wordt waar nodig het Ministerie van Buitenlandse Zaken betrokken.
Met Syrië bestaat momenteel geen justitiële rechtshulprelatie. Voor het aangaan van een dergelijke wederzijdse rechtshulprelatie is het essentieel dat er een bestendige, algemene diplomatieke relatie met een land is. Ook van belang is of een land partij is bij relevante internationale verdragen, die bijvoorbeeld zien op de naleving van fundamentele mensenrechten of op justitiële samenwerking in strafzaken. Om een verzoek tot rechtshulp in te dienen is een bepaalde mate van vertrouwen in elkaars rechtssysteem nodig. Daarnaast komen er verschillende praktische aspecten bij kijken en dient een verzoek uitvoerbaar te zijn voor het bevraagde land. Al deze aspecten gelden des te meer voor het sluiten van bilaterale rechtshulp- en uitleveringsverdragen, waar een sterke mate van wederkerigheid bij komt kijken.
Het rechtssysteem in Syrië is sinds de val van het regime van president Assad, in december 2024, nog in opbouw. Het kabinet blijft de ontwikkelingen nauwlettend volgen in het licht van een mogelijke toekomstige samenwerkingsrelatie.
Onder welke omstandigheden acht u het denkbaar dat u in overleg treedt over een rechtshulp- en/of uitleveringsverdrag met Syrië?
Zie antwoord vraag 3.
Welke andere Europese landen hebben inmiddels rechtshulpverzoeken aan Syrië gedaan en kunt u in overleg treden met deze landen om te bespreken hoe zij deze rechtshulpverzoeken hebben voorbereid en welke voorwaarden daarbij zijn gesteld?
Ik ben niet bekend met rechtshulpverzoeken die andere (Europese) landen aan Syrië hebben gedaan. Wellicht ten overvloede merk ik op dat ik geen uitspraken kan doen over de justitiële rechtshulprelaties die andere landen aangaan met Syrië.
In Europa bestaan diverse overleggremia en samenwerkingsverbanden, zowel binnen de Raad van Europa als de Europese Unie. Hierin delen landen best practices met elkaar en kunnen ervaringen over justitiële samenwerking met specifieke landen worden uitgewisseld. Nederland is vertegenwoordigd in deze overlegstructuren en neemt actief deel aan deze vormen van informatie-uitwisseling.
Bent u bereid de zaak van de vermoorde Ryan bij elk diplomatiek (ambtelijk en politiek) overleg met vertegenwoordigers van de Syrische regering blijvend onder de aandacht te brengen om straffeloosheid te voorkomen? Zo ja, kunt u de Kamer hierover periodiek informeren? Zo nee, waarom niet?
Dit is een uiterst tragische zaak. Zowel het Ministerie van Buitenlandse Zaken als mijn departement bezien of – met inachtneming van hetgeen hiervoor uiteen is gezet – en op welke gepast moment, niveau en wijze de zaak onder de aandacht gebracht kan worden bij vertegenwoordigers van de Syrische overgangsregering. Ik kan de Kamer hierover niet periodiek informeren, aangezien ik niet in kan gaan op individuele strafzaken en de al dan niet diplomatieke stappen die daarin worden gezet. Dit zou ook niet in het belang zijn van de zaak, aangezien juist vertrouwelijkheid van diplomatiek verkeer een relatie ten goede komt.
Het bericht dat het Openbaar Ministerie weer procesafspraken maakt met een grote crimineel (Faissal Taghi) |
|
Ulysse Ellian (VVD) |
|
Foort van Oosten (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht: «Zoon Ridouan Taghi maakt procesafspraken met OM in strafzaak»?1
Ja.
Wat vindt u ervan dat met de zoon van de beruchtste crimineel van Nederland procesafspraken worden gemaakt?
Op lopende individuele zaken kan ik als Minister niet ingaan. Het is een eigenstandig besluit van het Openbaar Ministerie (OM) om al dan niet procesafspraken te maken.
Hoe kan het dat procesafspraken worden gemaakt met iemand die zijn vader uit de Extra Beveiligde Inrichting wilde bevrijden en iemand die dus mede heeft veroorzaakt dat medewerkers van de Extra Beveiligde Inrichting moesten onderduiken?
Op lopende individuele zaken kan in niet ingaan, maar het is in algemene zin niet ongebruikelijk dat het OM in strafzaken procesafspraken maakt, ook met personen die zich mogelijk schuldig hebben gemaakt aan ernstige misdrijven, mits de voorwaarden daarvoor gerechtvaardigd zijn en de belangen door het OM op de juiste wijze zijn afgewogen. Het OM maakt per individueel geval een afweging die recht moet doen aan de omstandigheden van het geval. Er wordt hierbij natuurlijk ook rekening gehouden met de veiligheid van derden. Het is uiteindelijk aan de rechter om een passende straf op te leggen voor de bewezenverklaarde feiten.
Hoe kunt u volhouden dat «criminele kopstukken moeten worden aangepakt» (zie uw eerdere antwoorden van 6 februari 2025) indien het Openbaar Ministerie grote criminelen met procesafspraken laat wegkomen met een lichtere straf?
Criminele kopstukken met grote impact op de samenleving moeten streng en ook effectief worden aangepakt. Het maken van procesafspraken door het OM kan een middel zijn om een strafzaak efficiënter af te ronden, met name in gevallen waar er andere belangrijke overwegingen spelen. Procesafspraken worden door het OM gemaakt op basis van een zorgvuldige belangenafweging, waarbij acht wordt geslagen op de ernst van het begane strafbare feit, de daarop gestelde maximumstraf en de straf die de rechter op zal leggen. Dit betekent niet dat de ernst van de strafbare feiten wordt miskend. Na het maken van procesafspraken is doorgaans minder zittingstijd nodig en kan de zaak veelal in één instantie worden afgedaan. Hierdoor blijft ook meer capaciteit beschikbaar om andere (ernstige) strafzaken op te pakken. Zoals in mijn antwoord op de vorige vraag is aangegeven, is het uiteindelijk aan de rechter om een passende straf op te leggen voor de bewezenverklaarde feiten.
In de literatuur2 en de jurisprudentie3 wordt aanvaard dat de strafkorting die aan verdachten geboden kan worden in ruil voor het maken van procesafspraken, een bandbreedte kent van maximaal een derde ten opzichte van de straf die in een zaak eigenlijk zou kunnen/moeten worden opgelegd. Hoewel dit geen harde regel is en dit dus niet met zoveel woorden in de Aanwijzing procesafspraken in strafzaken van het College van Procureurs-Generaal staat opgenomen, pleegt deze regel in beginsel te worden gevolgd door rechters. De rechter kan echter ook een hogere straf opleggen dan in de procesafspraken is voorgesteld.4
In hoeverre zijn dit soort vergaande afspraken zonder wettelijke grondslag en dus een uitdrukkelijke uitspraak van de wetgever, nog wenselijk?
Over de wenselijkheid van het maken van procesafspraken verwijs ik naar het antwoord op de vragen 2, 3 en 4. Er bestaat op dit moment geen specifieke wettelijke regeling voor het maken van procesafspraken. De huidige praktijk wordt genormeerd via door de Hoge Raad gegeven kaders (ECLI:NL:HR:2022:1252) en de Aanwijzing procesafspraken in strafzaken van het College van Procureurs-Generaal. Binnen die grenzen kunnen procesafspraken worden gemaakt. Ik vind het van belang om een specifiek wettelijk kader voor procesafspraken in te voeren. Deze regeling is opgenomen in de eerste aanvullingswet bij het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Op dit moment wordt het advies van de Raad van State over dit wetsvoorstel verwerkt, waarna het wetsvoorstel bij uw Kamer wordt ingediend.
Hoe beoordeelt u de transparantie en openbaarheid van rechtspraak nu juist bij grote criminelen in toenemende mate procesafspraken worden gemaakt?
In uiteenlopende typen strafzaken vindt het OM het op basis van een zorgvuldige belangenafweging wenselijk om procesafspraken te maken. Het maken van procesafspraken doet geen afbreuk aan de transparantie en openbaarheid van het strafproces, die gelden als essentiële pijlers van het rechtssysteem. Procesafspraken worden schriftelijk aan de rechter voorgelegd en tijdens een openbare behandeling besproken. De rechter beoordeelt zelfstandig of hij al dan niet overeenkomstig de gemaakte procesafspraken zal beslissen en legt daarover in zijn vonnis verantwoording af. Op die wijze is gewaarborgd dat procesafspraken niet op gespannen voet staan met de genoemde beginselen.
Waarom heeft het (demissionaire) kabinet geen mening over de omvang en reikwijdte van procesafspraken met grote criminelen?
Ik hecht grote waarde aan effectieve strafrechtelijke handhaving en proportionele bestraffing, alsook aan een voortvarend verloop van het strafproces en een efficiënte inzet van capaciteit. Zoals hiervoor ook aangegeven kunnen procesafspraken daarbij behulpzaam zijn. De vraag of en in welke mate procesafspraken in praktijk moeten worden ingezet, is een afweging die aan het OM en de rechtspraak is. In het antwoord op vraag 5 heb ik aangegeven dat een wetsvoorstel in procedure is, waarin een specifieke regeling van procesafspraken is opgenomen. Deze wettelijke regeling geeft de wetgever de mogelijkheid om principiële vragen die samenhangen met procesafspraken van een antwoord te voorzien, waaronder de vraag of de mogelijkheid om procesafspraken te maken bij bepaalde strafbare feiten moet worden uitgesloten.
Waarom prevaleren doorlooptijdtijden, werklast en capaciteitsinzet boven het eisen van de maximale straf voor internationale drugscriminelen die met hun handel een spiraal van geweld in stand houden?
Zowel het streven naar proportionele bestraffing als een efficiënt strafproces zijn voor het OM van groot belang. Daarbij worden de ernst van de misdrijven en de impact op de samenleving altijd meegewogen. Het OM maakt procesafspraken om tot een voortvarende afdoening van strafzaken te komen en kijkt daarbij altijd nadrukkelijk naar de gevolgen van de misdrijven voor de maatschappij. De capaciteit die door de inzet van procesafspraken wordt bespaard worden ingezet om andere strafzaken op te pakken, die anders mogelijk zouden zijn blijven liggen.
Zoals hiervoor bij vragen 3 en 4 is aangegeven blijft het uiteindelijk aan de rechter om te bepalen wat een passende straf is.
Waarom mogen procesafspraken worden gemaakt met criminelen waarbij het risico op voortgezet crimineel handelen uit detentie onaanvaardbaar hoog is?
Het kabinet hecht groot belang aan het voorkomen van voortgezet crimineel handelen vanuit detentie. De afwegingen die het OM maakt bij het maken van procesafspraken zijn complex en betreffen niet alleen de strafmaat, maar ook andere belangen zoals bijvoorbeeld het voorkomen van langdurige rechtszaken met risico’s van strafvermindering bij het wijzen van het vonnis. Bij het maken van procesafspraken is het toepasselijke detentieregime nadrukkelijk geen onderwerp van onderhandeling. Zo is dat ook opgenomen in de Aanwijzing procesafspraken in strafzaken van het Openbaar Ministerie. Als er voorafgaand aan het maken van procesafspraken signalen zijn van mogelijk voortgezet crimineel handelen in detentie, worden deze signalen door het OM uiteraard betrokken bij de beslissing over het al dan niet maken van procesafspraken.
Hoe beoordeelt u het maken van procesafspraken met grote criminelen in het licht van de overweging van de Hoge Raad dat geen algemene regels gegeven kunnen worden over de toelaatbaarheid van procesafspraken en dat een algemene regeling door de wetgever gemaakt dient te worden?
Ik erken de wenselijkheid van duidelijke kaders voor het maken van procesafspraken. Er is – zoals toegelicht in de beantwoording van vraag 5 – een wetsvoorstel in voorbereiding waarin een specifieke regeling van procesafspraken is opgenomen.
Kunt u deze vragen afzonderlijk en binnen drie weken beantwoorden?
Het kabinet heeft de vragen afzonderlijk en zo volledig mogelijk beantwoord. Er is gepoogd om de gevraagde termijn te behalen, maar dit is helaas niet gelukt.
Het Joods Hospice Immanuel dat tijdelijk moet sluiten omdat geen veilige locatie gevonden kan worden |
|
Ulysse Ellian (VVD) |
|
Foort van Oosten (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Hospice moet minstens zes maanden dicht»?1
Ja.
Wat is de onderbouwing van een negatief veiligheidsadvies voor een beoogde tijdelijke locatie in Amsterdam-Nieuw-West van het Joodse Hospice Immanuel?
Er is geen sprake van een negatief veiligheidsadvies voor de beoogde tijdelijke locatie van het hospice en daarom is er ook geen onderbouwing voor een dergelijke conclusie. De politie heeft mij bevestigd dat er geen advies is gegeven over het al dan niet kunnen garanderen van de veiligheid, noch dat er uitspraken zijn gedaan waaruit een concrete dreiging of onveiligheid voor het hospice kan worden afgeleid.
De zaak vraagt om een bredere context. Het Joods Hospice Immanuel stond enkele manden geleden voor de opgave om, in verband met een verbouwing van het huidige pand, gedurende circa een half jaar uit te wijken naar een geschikte tijdelijke locatie. Nadat een aantal alternatieven, samen met zorgaanbieders, gemeenten en huiseigenaren, is verkend werd een geschikte locatie gevonden bij een zorgaanbieder in Amsterdam Nieuw-West. Het bestuur, de directie en betrokken zorgprofessionals stonden positief tegenover deze oplossing.
In het kader van een kennismaking heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de wijkagent van het gebied waar het hospice een tijdelijk onderkomen had gevonden en vertegenwoordigers van het hospice. De wijkagent heeft, zoals gebruikelijk, de lokale context van de wijk geschetst en besproken. Hoewel de politie mij heeft laten weten dat er geen negatief advies is gegeven of uitspraken zijn gedaan over het wel of niet garanderen van de veiligheid, is het gesprek door het bestuur en de directie van het hospice als ontmoedigend ervaren. Een groot deel van de vrijwilligers van het hospice heeft daarnaast aangegeven zich op en in de omgeving van deze tijdelijke locatie niet veilig te voelen. Dit betreur ik. In een omgeving waar vrijwilligers vanuit warme betrokkenheid werken, kan een dergelijk gevoel zwaar wegen. Vrijwilligers vormen de ruggengraat van een hospice. Dat het bestuur deze zorgen niet heeft willen negeren, begrijp ik. In een interne uitwisseling hierover is door het hospice in dit kader ongelukkigerwijs gesproken over een «negatief veiligheidsadvies». Het bestuur van het hospice heeft hiermee getracht gehoor te geven aan de zorgen die onder de vrijwilligers leefden. Hiermee werd nadrukkelijk geen dreiging of indicatie van onveiligheid voor de Joodse instelling bedoeld.
De gemeente Amsterdam zegt geen signalen of aanwijzingen te kennen dat het hospice zich niet veilig zou kunnen vestigen in stadsdeel Nieuw West. De gemeente is ook niet eerder gekend in de zorgen van het hospice over de veiligheid.2
Het hospice geeft in een persverklaring aan dat er tijdens de geplande verbouwing geen geschikte tijdelijke locatie is gevonden waar bewoners, medewerkers en vrijwilligers zich veilig en goed verzorgd kunnen voelen. Omdat het hospice niet kan functioneren zonder de inzet van vrijwilligers, heeft het bestuur de moeilijke beslissing moeten nemen om gedurende de verbouwing tijdelijk te sluiten.3
Wat vindt u ervan dat het Joods Hospice Immanuel om veiligheidsredenen geen tijdelijk onderdak kan vinden?
Er is geen sprake van dat het hospice om veiligheidsredenen geen tijdelijk onderdak kan vinden, zie ook mijn antwoord op vraag 2. Dat burgers – in dit geval de Joodse vrijwilligers van het hospice Immanuel – zich genoodzaakt zien om hun handelen te beperken door een gevoel van onveiligheid betreur ik.
Welke maatregelen uit de nationale strategie antisemitismebestrijding gaan ervoor zorgen dat een hospice zoals Immanuel wel een veilige plek kan vinden?
Er is geen indicatie dat de gevonden tijdelijke locatie niet veilig is. In de Strategie Bestrijding Antisemitisme staan diverse maatregelen die moeten bijdragen aan het veiligheidsgevoel, zoals de Taskfoce antisemitisme die zich bezig houdt met de veiligheid op stations en hoger onderwijs, aandacht voor slachtoffers van antisemitisme, vergroting van kennis bij politie en onderwijs om adequaat om te gaan met (signalen van) antisemitisme. Daarnaast is er aandacht voor ontmoeting tussen diverse groepen in de samenleving en kennismaking met het Joods leven in Nederland dat als doel heeft beelden en vooroordelen weg te nemen. De strategie wordt begin 2026 geactualiseerd. Dat biedt mogelijkheid om nadere accenten te zetten.
Wat gaat u doen om ervoor te zorgen dat de Joodse gemeenschap ongeacht de locatie veilig kan leven?
Ieder individu en iedere gemeenschap moeten ongeacht de locatie veilig kunnen leven in Nederland. Daar wordt iedere dag hard aan gewerkt. Ook in deze situatie is dit uitgangspunt leidend. Dit blijkt ook uit het antwoord raadsvragen in Amsterdam: «Het college geeft aan graag mee te hebben gedacht met de directie over wat er volgens hen nodig zou zijn (en mogelijk zou zijn) op de betreffende locatie, en bij zou kunnen dragen aan het veiligheidsgevoel van de bewoners, bezoekers en vrijwilligers.»
Wanneer dreigingsanalyses hiertoe aanleiding geven kan gerichter en intensiever aan de veiligheid worden gewerkt. De Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024–2030 draagt hier verder aan bij. Behalve veiligheidsmaatregelen waaronder het veiligheidsfonds (zie vraag4 bevat deze strategie ook preventieve programma’s in onder andere onderwijs en sport om antisemitisme tegen te gaan in de gehele maatschappij.
Bent u bereid om met de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg in overleg te treden over de gevolgen van de tijdelijke sluiting voor het Joods Hospicle Immanuel? Zo ja, wilt u daarbij de financiële consequenties zoals gevolgen voor de subsidie betrekken? Zo nee, waarom niet?
Ik sta reeds in contact met de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg. Zij heeft onlangs een bezoek gebracht aan het hospice en blijft in contact met het hospice om te verkennen hoe de effecten van de sluiting zoveel mogelijk beperkt kunnen worden en palliatieve zorg voor Joodse mensen gewaarborgd blijft.
Bent u bereid om te kijken of het «Veiligheidsfonds voor bescherming Joods leven» een soelaas kan bieden voor het Joods Hospice Immanuel?
De stichting Joods Hospice Immanuel ontvangt een subsidie uit het Veiligheidsfonds, de «Regeling veiligheid Joodse instellingen 2025».5 Deze is aangevraagd voor beveiligingsmaatregelen aan het huidige pand dat verbouwd gaat worden.
Kunt u deze vragen afzonderlijk en binnen drie weken beantwoorden?
Dit is helaas niet gelukt.
Het bericht dat een eruchte moordmakelaar betrapt in cel met telefoon: ’Jomairo D. regelde extreem gewelddadige delicten |
|
Ulysse Ellian (VVD) |
|
Arno Rutte (VVD), Foort van Oosten (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Beruchte moordmakelaar betrapt in cel met telefoon: «Jomairo D. regelde extreem gewelddadige delicten»»?1
Ja.
Wat vindt u ervan dat een beruchte moordmakelaar vanuit de penitentiaire inrichting (PI) Zaanstad hoogstwaarschijnlijk met een telefoon opdrachten tot gewelddadige delicten kon geven?
Het is onacceptabel wanneer een gedetineerde met binnengesmokkelde telefoons criminele activiteiten voortzet. De Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) zet zich hier dan ook hard voor in om dit te voorkomen met nieuwe technieken en verschillende vormen van controles. Ik kan echter niet ingaan op de situatie rondom individuele gedetineerden.
Hoe kan het dat op een crimineel van dit kaliber niet in de Afdeling Intensief Toezicht of de Extra Beveiligde Inrichting is geplaatst?
Zoals aangegeven ga ik niet in op situaties van individuele gedetineerden. Wel kan ik in algemene zin een toelichting geven op het plaatsingsproces. Bij de eerste plaatsing wordt door DJI conform de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing gedetineerden (Rspog) een risicoprofiel vastgesteld op basis van concrete en actuele informatie waarbij er naar meerdere aspecten wordt gekeken, zoals de kenmerken en achtergronden van het delict en overige beschikbare informatie van het Openbaar Ministerie (OM) en de politie. DJI bepaalt vervolgens op grond van de Rspog welke inrichting en regime het meest veilig en passend is. Voor plaatsing op een Afdeling Intensief Toezicht (AIT) of de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) geldt dat elk jaar opnieuw wordt getoetst of de gedetineerde nog steeds voldoet aan de plaatsingscriteria zoals omschreven in de Rspog. Bij deze beoordeling wordt onder meer gekeken naar actuele informatie van politie, OM en van de Penitentiaire Inrichting (PI).
Wat is volgens u de oorzaak dat al jaren een grote hoeveelheid contrabande de PI Zaanstad binnen blijft komen?
Het Justitieel Complex Zaanstad (JCZ) is een zeer grote inrichting en biedt plaats aan circa 900 justitiabelen. Dat neemt niet weg dat ook ik zorgen heb over de hoeveelheid gevonden contrabande. Daarom werkt DJI hard om contrabande te voorkomen, dat geldt ook voor het JCZ. Ik hecht eraan te benadrukken dat niet alle aangetroffen contrabande bij gedetineerden terecht zijn gekomen. Veel wordt onderschept voordat het een gedetineerde bereikt. Dit zijn bijvoorbeeld contrabande die zijn aangetroffen bij de fouillering na bezoek, een controle na deelname aan een buitenactiviteit of bij de controles van de post.
Middels een gelaagd proces wordt er op de volgende wijze op contrabande gecontroleerd:
De hierboven genoemde controles vormen een belangrijk onderdeel van het bestrijden van contrabande. Hierbij geldt dat als bij een eerdere inzet telefoons zijn aangetroffen, dit reden kan zijn om nogmaals te controleren, wat vervolgens weer nieuwe contrabande op kan leveren. Op deze wijze wordt, conform de motie van het lid Ellian, verscherpte controles uitgeoefend.2
Ik vind het van groot belang dat inrichtingen controles uitoefenen en blijf hier dan ook op inzetten middels bovenstaande werkwijze.
Welke maatregelen gaat u nemen om ervoor te zorgen dat telefoons en andere informatiedragers niet meer de PI Zaanstad binnengebracht worden?
Het weren van contrabande is blijvend onder de aandacht en in ontwikkeling. Er wordt dan ook vanuit de in het regeerprogramma toegekende middelen flink geïnvesteerd in technieken om contrabande tegen te gaan.
Naast de in antwoord 4 genoemde controles, wordt ingezet op het treffen van technische maatregelen bij het tegengaan van contrabande.
Vanuit veiligheidsoverwegingen kan ik niet alle maatregelen omschrijven, anders worden criminelen onnodig wijzer en verliezen maatregelen hun effectiviteit. Enkele maatregelen, zoals ook eerder gedeeld met uw Kamer, die ik kan noemen zijn
overgooidetectie, GSM-detectie en de inzet van bodyscanners3. Verder wordt gewerkt aan verscherpte toegangscontroles en zoekacties, detecteren van drones/ telefoons en de jamming van telefoons.
Bent u bereid om de PI Zaanstad onder extra toezicht te stellen, waarbij intensieve onaangekondigde controles worden uitgevoerd onder exclusief toezicht van de Landelijke Bijzondere Bijstandseenheid? Zo ja of nee, waarom?
Conform de eerdere motie van het Kamerlid Ellian4 worden er verscherpte controles uitgeoefend door de inzet van risico en informatie gestuurde inzet van controles. De gelaagde werkwijze, zoals in antwoord drie is omschreven, waarbij er meerdere keren op onvoorspelbare wijze wordt gecontroleerd draagt bij aan snelle interventies en concrete vondsten. Dit levert het meeste resultaat op. Ik zal uw Kamer, conform aangenomen motie van Kamerlid Ellian5, in september 2026 informeren over de inzet van de verscherpte controles.
Waarom vinden er zelden vervolgingen plaats op basis van informatie die op telefoons staat die gevonden worden in een PI?
Ik deel de zorgen over voortgezet crimineel handelen in detentie. Ik ga echter niet over de beslissing om over te gaan tot opsporing en vervolging. Dit is aan het Openbaar Ministerie. Wel kan ik aangeven dat de samenwerking tussen het OM, politie en DJI met de komst van Detentie Intelligence Unit (DIU) is versterkt. In de DIU werken zij samen aan analyses en aan het opmaken van informatieproducten over gedetineerden. Deze informatieproducten kunnen vervolgens worden gebruikt bij plaatsingsbeslissingen en het treffen van gepaste maatregelen in de verschillende fasen van detentie, maar eveneens om strafbare feiten, ook in de buitenwereld, op te sporen. Het delen van intelligence levert een belangrijke bijdrage aan de kennispositie van DJI, politie en het OM over (hoog)risicogedetineerden om daarmee maximaal in te kunnen zetten op het aanpakken van voortgezet crimineel handelen vanuit detentie.
Bent u bereid om bij het Openbaar Ministerie erop aan te dringen dat criminele opdrachten vanuit de gevangenis onacceptabel zijn en dat, ondanks dat een gedetineerde al een hoge straf heeft gehad, maximaal ingezet moet worden op opsporing en vervolging van alle personen die betrokken zijn bij criminele opdrachten vanuit de gevangenis? Zo ja of nee, waarom?
Zie antwoord vraag 7.
Kunt u deze vragen afzonderlijk en uiterlijk eind november 2025 beantwoorden?
Deze vragen zijn zo spoedig mogelijk beantwoord.
De opbrengsten van zoekacties in Justitiële Inrichtingen |
|
Ulysse Ellian (VVD) |
|
Arno Rutte (VVD) |
|
|
|
|
Hoeveel telefoons zijn er door de Landelijke Bijzondere Bijstandseenheid aangetroffen tussen 1 januari 2025 en 1 september 2025 in Penitentiaire Inrichtingen?
Om een volledig beeld te geven van de controles op telefoons in de penitentiaire inrichtingen (PI) die hebben plaatsgevonden worden naast de aangetroffen telefoons door de Landelijke Bijzondere Bijstandseenheid ook de aangetroffen telefoons bij de inzet van enkel de speurhonden gedeeld. Door de LBB zijn tussen 1 januari 2025 en 31 augustus 2025 42 telefoons aangetroffen. Hierbij heeft de LBB soms ook speurhonden ingezet. Daarnaast hebben er ook acties met enkel speurhonden plaatsgevonden. Hierbij zijn tussen 1 januari 2025 en 31 augustus 2025 82 telefoons aangetroffen.
In zijn algemeenheid kan ik u meegeven dat de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) jaarlijks de totale cijfers omtrent de aangetroffen contrabande publiceert op haar website. De opbrengsten van de controles uitgevoerd door de LBB van de Dienst Vervoer en Ondersteuning (DV&O) maken onderdeel uit van deze totale cijfers.
De LBB is een onderdeel van de Landelijke Dienst Specialistische Taken (LDST) van de DV&O en bestaat uit verschillende specialistische teams. Zij kunnen onder andere ingezet worden op basis van intelligence, ten behoeve van de controles op datadragers of specifiek ten behoeve van andere contrabande. Ook de speurhonden worden met regelmaat ingezet en maken naast de LBB onderdeel uit van de LDST. Inzet van de LBB en van de speurhonden vindt plaats op basis van inzetmatrixen. Door middel van deze inzetmatrixen wordt bepaald hoeveel geplande en ongeplande inzetten er ten minste op jaarbasis plaats dienen te vinden per penitentiaire inrichting (PI). Daarnaast vinden er aanvullend risicogestuurde inzetten plaats indien er signalen zijn dat er mogelijk telefoons aanwezig zijn. Informatie omtrent aangetroffen telefoons worden onderling gedeeld en gebruikt voor volgende controles. Het risicogestuurd inzetten van de speurhonden is naar aanleiding van de motie van Dijk1 geïntensiveerd.
Tot slot wil ik nog opmerken dat zoals reeds eerder aan uw Kamer is meegegeven, er door het kabinet vanuit de regeerprogrammamiddelen ook flink wordt geïnvesteerd in technieken om contrabande tegen te gaan. Te denken valt aan overgooidetectie, GSM-detectie en de inzet van bodyscanners.2 Kortom het weren van contrabande en specifiek het tegengaan van voortgezet crimineel vanuit detentie blijvend onder de aandacht en in ontwikkeling.
Kunt u per Penitentiaire Inrichting per maand aangeven hoeveel telefoons gevonden zijn?
Het is niet mogelijk om de gevonden telefoons door de LBB en door de speurhonden uit te splitsen per maand, deze worden niet op maandelijkse wijze geregistreerd. Cijfers omtrent contrabande worden op jaarbasis gepubliceerd. Hieronder treft u een overzicht aan per PI van het aantal keer dat er een inzet van de LBB heeft plaatsgevonden, soms in combinatie met de inzet van speurhonden en hoeveel telefoons er zijn aangetroffen. Ook is in het overzicht opgenomen het aantal inzetten van enkel speurhonden per PI en het daarbij behorende aantal aangetroffen telefoons.
Ten aanzien van de cijfers hecht ik eraan om de volgende context mee te geven. Een geplande of ongeplande inzet kan de ene keer niets opleveren en een volgende keer juist in verhouding veel opleveren. Ook kan het feit dat er bij een eerdere inzet telefoons zijn aangetroffen reden zijn om nogmaals in te zetten, wat weer nieuwe aangetroffen telefoons op kan leveren. Op deze wijze wordt, conform de motie van het lid Ellian3 een verscherpt toezicht uitgeoefend. Bij inrichtingen met in verhouding veel aangetroffen telefoons zullen er in de regel ook meer inzetten plaatsvinden. Daar staat tegenover dat «relatief» veel inzetten niet hoeft te resulteren in meer aangetroffen telefoons. Ook op basis van andere signalen dan eerder aangetroffen telefoons kan besloten worden om nogmaals in te zetten.
2
0
28
0
30
5
0
23
0
28
5
3
61
8
66
1
0
20
0
21
1
0
42
0
43
4
0
47
1
51
2
0
63
1
65
6
0
33
0
39
2
0
47
1
49
4
0
30
11
34
0
0
50
0
50
0
0
24
0
24
1
0
4
0
5
7
9
41
16
48
1
0
37
1
38
1
0
43
1
44
2
2
41
0
43
2
0
22
0
24
3
2
34
7
37
0
0
22
0
22
10
8
33
6
43
2
0
25
1
27
4
2
41
5
45
2
0
36
0
38
0
0
12
0
12
0
0
39
0
39
2
2
39
20
41
4
0
53
0
57
5
3
47
3
52
1
0
19
0
20
2
11
37
0
39
0
0
1
0
1
Hoeveel contrabande is aangetroffen tussen 1 januari 2025 en 1 september 2025?
Tussen 1 januari 2025 en 1 september 2025 zijn er 1.714 contrabande aangetroffen in de verschillende PI’s en twee Rijks Justitiële Jeugdinrichtingen (RJJI). Ten aanzien van de twee andere RJJI’s zijn er geen eenduidige gegevens bij het Bureau Veiligheid en Integriteit (BV&I) van DJI beschikbaar. Voor de twee Rijks Forensische Psychiatrische Centra (FPC) geldt dat zij contrabande melden door middels van een melding bijzonder voorval (MBV). In 2025 zijn er geen MBV’s opgemaakt ten aanzien van contrabande. Voor het opmaken van een MBV gelden andere criteria dan voor de meldingen vanuit een PI. DJI spant zich in om voor de zomer van 2026 de eerst resultaten van een uniforme registratie zichtbaar te hebben.
Middels een gelaagd proces wordt er op contrabande gecontroleerd binnen een PI. Dit gelaagd proces bestaat onder andere uit de basis controles die plaatsvinden bij binnenkomst van justitiabelen maar ook van die van bezoekers en medewerkers van DJI. Ook de periodieke (cel)inspecties maken deel uit van dit gelaagd proces, naast de zoekacties van het interne bijstandsteam en de zoekacties die samen met of enkel door de LBB en de inzet van speurhonden plaatsvinden.
De hierboven vermelde contrabande zijn aangetroffen tijdens de reguliere celinspecties, deze kunnen zowel dagelijks als maandelijks plaatsvinden en tijdens de celinspecties op indicatie. Ook betreft het de contrabande die zijn aangetroffen in de gemeenschappelijke ruimtes zoals de luchtplaats, de arbeidszaal en andere ruimtes, en na fouillering nadat bezoek heeft plaatsgevonden of nadat er deel is genomen aan een activiteit. Daarnaast betreft het tevens de contrabande die zijn aangetroffen bij de controles van de buitenronde. Hierbij valt te denken aan het dak van een inrichting en de ruimte tussen de muur van een inrichting en het penitentiaire hek. Ook de contrabande die zijn aangetroffen bij de controles van de post, bezoekers, invoer en de inkomsten zijn in de aantallen opgenomen.
Kunt u per Penitentiaire Inrichting, Justitiële Jeugdinrichting en TBS-kliniek per maand aangeven hoeveel contrabande is aangetroffen en de contrabande uitsplitsen per categorie?
Het is niet mogelijk om de aangetroffen contrabande uit te splitsen per maand aangezien deze niet maandelijks worden geregistreerd. Cijfers omtrent contrabande worden op jaarbasis gepubliceerd. Wel is het mogelijk om de aangetroffen contrabande per inrichting te geven. Het betreft hier enkel de contrabande aangetroffen in Rijksinrichtingen. Van twee RJJI’s en de twee FPC’s ontbreken de aantallen. Zoals aangegeven bij de beantwoording van vraag 3 spant DJI zich in de registratie op korte termijn te realiseren.
0
5
46
0
1
0
0
3
0
12
118
0
0
0
0
4
2
40
176
8
1
0
0
1
0
0
0
0
0
0
0
0
0
8
30
0
0
0
0
1
0
3
15
0
0
0
0
0
0
3
95
1
0
1
1
4
0
0
21
0
0
0
0
0
0
0
73
2
2
0
0
10
1
33
78
9
0
1
0
16
0
3
107
0
0
0
0
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
31
10
0
0
0
0
0
0
0
49
0
0
0
0
0
0
0
55
0
0
0
0
0
0
10
4
0
0
0
0
0
0
3
26
0
0
0
0
0
0
39
83
1
4
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
25
73
1
0
0
0
0
0
15
83
0
0
0
0
0
6
18
49
0
2
0
0
0
1
3
7
2
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
7
15
0
0
0
0
0
0
6
23
0
1
0
0
3
0
2
18
3
0
0
0
0
0
14
6
0
0
0
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
3
0
0
1
0
0
0
4
9
0
2
59
0
0
Kunt u in ieder geval vraag 1,2 en 3 voor het commissiedebat gevangeniswezen van 24 september 2025 beantwoorden?
Door de korte periode tussen het moment van indienen van de vraag en het commissiedebat gevangeniswezen van 24 september 2025 is het niet mogelijk gebleken de vragen te beantwoorden voor het betreffende commissiedebat.
Oproepen tot geweld tijdens het concert van Bob Vylan in Paradiso Amsterdam |
|
Eric van der Burg (VVD), Ingrid Michon (VVD), Ulysse Ellian (VVD) |
|
Moes , Foort van Oosten (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met uitspraken van Bob Vylan tijdens zijn concert waarbij geweld tegen de vermoorde Charlie Kirk en zionisten werd toegejuicht en werd opgeroepen mensen op straat te gaan vinden?
Welke uitingen zijn gedaan door Bob Vylan zal uit het onderzoek van politie en het Openbaar Ministerie moeten blijken.
Deelt u de mening dat vrijheid van meningsuiting belangrijk is en kritiek op de Israëlische regering geuit moet kunnen worden, maar dat dit totaal iets anders is dan het verheerlijken van geweld en het tijdens een concert oproepen tot het «op straat gaan vinden van mensen?»
Voor haatzaaien en antisemitisme is in Nederland geen plaats. Dat mag niet vergoelijkt worden als vrijheid van meningsuiting, net zoals dat kritiek op de Israëlische regering niet automatisch mag worden weggezet als haatzaaien en antisemitisme. Of er sprake is van strafbare uitingen door Bob Vylan wordt door de politie en het Openbaar Ministerie onderzocht.
Hoe is de afweging tot stand gekomen om dit optreden toe te staan en is hierover contact geweest met de burgemeester van Amsterdam?
De afweging voor het laten plaatsvinden van een evenement ligt bij de organisatie van het evenement en de burgemeester. Het vooraf verbieden van een optreden is alleen mogelijk als er aantoonbare sprake is van ernstige wanordelijkheden of een concrete en ernstige vrees voor het ontstaan daarvan en, gelet op de ernst van de (te vrezen) wanordelijkheden, in redelijkheid gemeend kan worden dat de situatie met feitelijke (bijvoorbeeld de inzet van politie) of juridische minder verstrekkende middelen niet meer beheerst kan worden. De Gemeentewet biedt geen grondslag om preventief de vrijheid van meningsuiting te beperken (vanwege het verbod op censuur).
Hoe beoordeelt u de beslissing van de Britse regering om de leden van de band strafrechtelijk te vervolgen voor haatzaaien vanwege soortgelijke uitspraken en welke mogelijkheden daartoe hebben wij daartoe in Nederland?
Ik ga geen oordeel vellen over het lopende Britse strafrechtelijke onderzoek.
Hebben de bandleden voor het optreden visa gekregen en hoe vindt deze afweging plaats? Wat hebben de uitspraken voor gevolgen voor een eventuele volgende beslissing?
Ik verwijs u naar de antwoorden van 4 september jl. op vragen van het lid Vondeling (PVV) aan de Minister van Asiel en Migratie en de toenmalig Minister van Justitie en Veiligheid over het toen nog aanstaande optreden van het punkduo Bob Vylan in Amsterdam en Tilburg. Over individuele gevallen of besluiten kan de Minister van Asiel en Migratie geen uitspraken doen.
In algemene zin geldt dat onderdanen van het Verenigd Koninkrijk voor kort verblijf visumvrij naar Nederland kunnen reizen. Voor toelating en verblijf gelden de reguliere regels van de Schengengrenscode en de Vreemdelingenwet.
Voor het weren van een vreemdeling die een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid, bijvoorbeeld vanwege het uitdragen van extremisme, kan de vreemdeling op grond van de Schengengrenscode de toegang tot Nederland (en het Schengengebied) geweigerd worden door de Minister van Asiel en Migratie. Om over te kunnen gaan tot een dergelijke maatregel, dient de IND over informatie te beschikken die hier voldoende grondslag voor kan bieden. Daarbij kan gebruik gemaakt worden van duidingen van de NCTV, ambtsberichten van de AIVD en/of informatie uit de lokale driehoek. Eventuele rechterlijke uitspraken worden vanzelfsprekend betrokken bij besluitvorming, binnen het geldende wettelijke kader. Op individuele casuïstiek kan de Minister van Asiel en Migratie niet ingaan.
Is er een mogelijkheid tot het opleggen van een inreisverbod en of ongewenstverklaring en wat is hiervoor nodig?
Zie antwoord vraag 5.
Wat voor gevolgen hebben deze uitspraken, waarvoor in het Verenigd Koninkrijk dus inmiddels strafrechtelijke vervolging is gestart, voor de volgende optredens van de band in Nederland op 16 en 17 september? Welke mogelijkheden heeft de overheid om te voorkomen dat hier opnieuw wordt opgeroepen tot geweld?
Ik verwijs u naar de antwoorden van september jl. op vragen van het lid Vondeling (PVV) aan de Minister van Asiel en Migratie en de toenmalig Minister van Justitie en Veiligheid over het toen nog aanstaande optreden van het punkduo Bob Vylan in Amsterdam en Tilburg. Het lokaal bestuur is verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde en maakt daarin een eigen afweging. Het vooraf verbieden van een optreden is alleen mogelijk als er aantoonbare sprake is van ernstige wanordelijkheden of een concrete en ernstige vrees voor het ontstaan daarvan en, gelet op de ernst van de (te vrezen) wanordelijkheden, in redelijkheid gemeend kan worden dat de situatie met feitelijke (bijvoorbeeld de inzet van politie) of juridische minder verstrekkende middelen niet meer beheerst kan worden. De Gemeentewet biedt geen grondslag om preventief de vrijheid van meningsuiting te beperken (vanwege het verbod op censuur). Wel kan de inhoud van uitingen het startpunt zijn van een keten van aanleidingen die leidt tot ingrijpen zoals het verbieden van een optreden. Daarbij heeft de burgemeester dan niet de uitlatingen zelf in gedachten, maar de objectiveerbare vrees voor wanordelijkheden waar die toe kunnen leiden.
Bent u bereid contact te hebben met het gemeentebestuur van de andere gemeenten over de reeks volgende concerten waarbij het zeer waarschijnlijk is dat opnieuw zal worden opgeroepen tot geweld?
Zie antwoord vraag 7.
Militair-civiele samenwerking op Lelystad Airport |
|
Peter de Groot (VVD), Ulysse Ellian (VVD) |
|
Tieman , Gijs Tuinman (BBB) |
|
|
|
|
Kunt u een andere uitwerking geven van de synergievoordelen die door het kabinet worden genoemd in het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD): «Militair-civiele samenwerking op Lelystad Airport biedt veel synergievoordelen, zoals gedeeld ruimtegebruik, medegebruik van ondersteunende diensten en gezamenlijke investeringen»?
U kunt denken aan voordelen en kansen voor samenwerking op het gebied van personeel, technologie, onderhoud, ketenpartners (zoals toeleveranciers), bedrijfsvoeringvoorzieningen en faciliteiten die zowel nodig zijn voor handelsverkeer en jachtvliegtuigen zoals luchtverkeersleiding, brandweervoorzieningen, opleidingen, transport en een start- en landingsbaan.
Deelt u de mening dat deze synergievoordelen alleen optreden indien Lelystad Airport een bedrijfsvoering draait die gericht is op passagiersvluchten? Zo ja/nee, waarom?
Het klopt dat synergievoordelen ontstaan bij samenwerking tussen verschillende gebruikers, mits er sprake is van gedeeld gebruik van voorzieningen zoals de start- en landingsbaan, brandstofinstallaties, luchtverkeersleiding, beveiliging en onderhoudsfaciliteiten. Dit scheelt ruimte en bespaart dubbele kosten ten opzichte van twee vliegvelden. De mate van synergie is afhankelijk van de aard, omvang en intensiteit van het gebruik van Lelystad Airport. Een civiele bedrijfsvoering met enkel general aviation heeft in een beperktere mate synergiemogelijkheden dan met groothandelsverkeer.
In hoeverre is een besluit over het toelaten van passagiersvluchten op Lelystad Airport wenselijk voor snelle realisatie van de stationering van F35's op Lelystad Airport?
Het kabinet heeft aangegeven dit jaar te willen besluiten over commerciële vluchten en de stationering van jachtvliegtuigen, in lijn met de wens van de regio. Het toelaten van commerciële vluchten geeft enerzijds draagvlak in de regio om medewerking te geven aan het stationeren van jachtvliegtuigen en zorgt anderzijds voor de aanwezigheid van verschillende voorzieningen zoals luchtverkeersleiding en brandweer (zie vraag 1). De voorbereidingen voor zowel militaire als civiele ingebruikname worden voortgezet, zodat hier later dit jaar over besloten kan worden
Op welke manier gaat u ervoor zorgen dat voorbereidingen voor de openstelling van de luchthaven voor militair verkeer parallel blijven lopen met de openstelling voor passagiersvluchten?
Op Lelystad Airport zijn de afgelopen jaren al veel voorbereidingen getroffen voor het toelaten van commerciële vluchten. Er lopen nog enkele, voornamelijk juridische, stappen zoals de wijziging van het Luchthavenbesluit Lelystad. Voor militair medegebruik zijn extra voorzieningen nodig zoals infrastructuur, evenals een aantal aanvullende operationele en juridische stappen. Deze voorbereidingen kosten meer tijd dan nodig is voor het toelaten van commerciële vluchten. Hoe dit er concreet uit komt te zien werken wij verder uit. De voorbereidingen voor zowel militaire als civiele ingebruikname worden voortgezet, zodat op een later moment hierover een besluit kan worden genomen door het kabinet. Hierover heb ik, Minister van IenW, u geïnformeerd in Kamerbrief Stand van Zaken Lelystad Airport, die tegelijkertijd met deze brief aan de Kamer is verstuurd.
Wat vindt u van het feit dat het merendeel van de Nederlandse bevolking het eens is met de geplande opstelling van Lelystad Airport voor passagiersvluchten, zoals blijkt uit recente onderzoeken van het Algemeen Dagblad?
Wij hebben hiervan kennisgenomen.
Op welke wijze zijn de kosten van inmiddels 240 miljoen euro voor de aanleg van Lelystad Airport gewogen in de besluitvorming tot op heden?
Gedane investeringen worden meegenomen in de overwegingen en besluitvorming rondom Lelystad Airport, die nog niet is afgerond. Hierover heb ik, Minister van IenW, u geïnformeerd in de Kamerbrief Stand van Zaken Lelystad Airport, die tegelijkertijd met deze brief aan de Kamer is verstuurd.
In hoeverre realiseert u zich dat er geen draagvlak is in de regio van Lelystad Airport voor de stationering van F35's op Lelystad Airport indien dit niet gecombineerd wordt met het toestaan van passagiersvluchten?
Wij realiseren ons dat het regionaal-bestuurlijk draagvlak in dat scenario wegvalt. Het kabinet hecht aan maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak, zoals ook uitgesproken in de Kamerbrief over de ontwerp-beleidsvisie van het NPRD van 23 mei jl.1
Hoe verwacht u (bestuurlijk) draagvlak in de regio van Lelystad Airport te behouden indien wel F35's gestationeerd worden, maar passagiersvluchten niet toegestaan worden?
De insteek van het kabinet is om draagvlak in de regio te behouden. Er wordt gewerkt aan de besluitvorming. Zie ook het antwoord op vraag 7.
Kunt u na overleg met Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) het proces schetsen voor het verlenen van de benodigde natuurvergunning voor zowel burgerluchtvaart als militair gebruik?
Voor beide aanvragen geldt de reguliere vergunningprocedure waarbij aangetoond moet worden dat er geen significant negatieve effecten op de natuur zijn te verwachten. Daarvoor is een passende beoordeling nodig met daarbij de toets aan het additionaliteitsvereiste. Als daaraan voldaan wordt, kan een vergunning worden afgegeven.
Bent u, Staatssecretaris van Defensie, bereid om samen met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de provincie Flevoland, de gemeente Lelystad en betrokken partijen te werken aan een snelle en zorgvuldige openstelling van Lelystad Airport voor zowel passagiersvluchten als militaire luchtvaart? Zo ja/nee, waarom?
De Ministeries van Defensie en Infrastructuur en Waterstaat overleggen regelmatig met elkaar, Lelystad Airport en betrokken partijen in de regio over de besluitvorming over Lelystad Airport. Een definitief besluit over de toekomst van Lelystad Airport is nu nog niet aan de orde. Hierover heeft de Minister van IenW u geïnformeerd in de Kamerbrief Stand van Zaken Lelystad Airport, die tegelijkertijd met deze brief aan de Kamer is verstuurd.
Deelt u de mening dat de Tweede Kamer aanvullend op het voornemen wat betreft stationering van de F35 op Lelystad Airport gelijktijdig met de behandeling van het NPRD óók duidelijkheid moet krijgen over het standpunt aangaande de toekomst van passagiersvluchten op Lelystad Airport? Zo ja/nee, waarom?
Het kabinet streeft ernaar om eind dit jaar een definitief besluit te nemen over jachtvliegtuigcapaciteit en de openstelling van Lelystad Airport voor handelsverkeer, zoals uitgesproken in de Kamerbrief over de ontwerp-beleidsvisie van het NPRD van 23 mei jl.
Kunt u deze vragen afzonderlijk en uiterlijk voorafgaand aan het Notaoverleg Nationaal Programma Ruimte voor Defensie beantwoorden?
Ja.
Het bericht dat het Joods Politienetwerk tijdelijk uit het netwerkoverleg van de politie is gestapt. |
|
Ulysse Ellian (VVD), Ingrid Michon (VVD) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «We hebben geen zin meer in politiek»?1
Ja
Wat vindt u ervan dat het Joods Politienetwerk uit het netwerkoverleg is gestapt omdat zij continu op de situatie in Gaza wordt aangesproken?
De politie heeft mij laten weten dat het Joods Politie Netwerk heeft besloten tijdelijk een rustpauze in te willen bouwen, omdat collega’s het gevoel hebben zich in de organisatie te moeten verantwoorden voor gebeurtenissen in het Midden-Oosten. Ik respecteer net als de Korpschef deze keuze van de medewerkers. Wel wil ik aangeven dat ik het betreurenswaardig vindt dat deze Nederlandse Joodse agenten het gevoel hebben zich te moeten verantwoorden voor gebeurtenissen in het Midden-Oosten. We moeten er als samenleving voor waken dat conflicten elders een wig drijven tussen mensen en groepen hier. De politieleiding is goed in contact met het Joods Politie Netwerk en ik heb er vertrouwen in dat de Korpschef hier op een zorgvuldige manier mee omgaat.
Wat vindt u ervan dat Joden in Nederland verantwoordelijk worden gehouden voor acties van de Israëlische regering en wat gaat u direct doen om dit te stoppen?
In het algemeen geldt dat het niet juist is om mensen aan te spreken op zaken waarvoor zij niet verantwoordelijk zijn omwille van een vermeende band met de verantwoordelijken. Dat werkt polarisatie en stigmatisering in de hand. In gesprekken met Joden door heel het land wordt regelmatig aangegeven dat zij verantwoordelijk worden gehouden voor de acties van de Israël. Dat is niet acceptabel. Joden in Nederland zijn niet verantwoordelijk voor de politiek in Israël, wat je er ook van vindt.
In november 2024 heeft het kabinet de Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024–2030 aan de Tweede Kamer gestuurd. Op 23 september a.s. zal ik met uw kamer spreken over de voortgang.
Wat vindt u ervan dat bij de politie mensen werken die geen onderscheid kunnen of willen maken tussen Joodse burgers in Nederland en de Israëlische regering?
Zie het antwoord op vraag 3.
Wat gaat u eraan doen om te zorgen dat juist de politie niet bijdraagt aan het grote onveiligheidsgevoel van Joden?
Mij zijn geen signalen bekend dat de politie als geheel in haar handelen bijdraagt aan het onveiligheidsgevoel van Joden. Mochten personen binnen de organisatie zich hier wel schuldig aan maken, dan ga ik er vanuit dat de Korpschef dit stevig aanpakt.
Hoe gaat u ervoor zorgen dat ook de Joodse burgers van Nederland kunnen vertrouwen op de neutraliteit van de politie en dat de politie ook de Joodse gemeenschap beschermt?
In Nederland moet iedereen zich veilig kunnen voelen en vertrouwen kunnen hebben in de politie. Als mij signalen ter ore komen dat de neutraliteit in het geding is, zal ik dat laten uitzoeken en waar nodig met de Korpschef bespreken.
Wat gaat u doen om ervoor te zorgen dat het Joods Politienetwerk niet meer aangesproken wordt op Gaza, maar juist op vakmanschap?
Zie het antwoord op vraag 3.
Kunt u deze vragen uiterlijk voor het plenair debat over antisemitisme in september 2025 beantwoorden?
Ja
Mogelijke Nederlandse bijstand bij natuurbranden in Zuid-Europa |
|
Ulysse Ellian (VVD), Hester Veltman-Kamp (VVD) |
|
Gijs Tuinman (BBB), Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u op de hoogte van de hevige natuurbranden die momenteel woeden in onder meer Spanje, Portugal en op de Balkan, zoals beschreven in recente nieuwsberichten?1 2 3
Ja.
Klopt het dat Montenegro, Spanje en Portugal bijstandsverzoeken hebben gedaan voor inzet, met name helikopters met teams, bij de bestrijding van deze natuurbranden?
Montenegro heeft op 11 augustus via het operationele Europese Coördinatiecentrum, het EU Emergency Response Coordination Centre (ERCC), het Uniemechanisme voor Civiele Bescherming geactiveerd en verzocht om twee blushelikopters, twee blusvliegtuigen en een team voor de bestrijding van bosbranden op de grond. Verschillende EU lidstaten hebben op dit verzoek gereageerd door het leveren van de gevraagde capaciteiten en teams. Op 13 augustus heeft Spanje via ditzelfde mechanisme verzocht om blusmiddelen, zoals helikopters, vliegtuigen en voertuigen. Portugal heeft op 15 augustus een verzoek gedaan voor blusvliegtuigen.
Welke overwegingen hebben ertoe geleid om deze bijstand te weigeren?
Verzoeken die via het EU Emergency Response Coordination Centre (ERCC) worden gedaan komen in Nederland binnen bij het Nationaal Crisiscentrum (NCC). Het NCC volgt een vaste procedure om snel en effectief te reageren. Zo worden verzoeken uitgezet bij de relevante ministeries om na te gaan of aan het verzoek kan worden voldaan. Vervolgens zijn de verzoeken bij Defensie terechtgekomen. In het geval van het verzoek vanuit Montenegro is hier door andere EU-lidstaten op korte termijn op gereageerd. Naar aanleiding van het Spaanse verzoek heeft het kabinet besloten om twee Chinook-transporthelikopters te leveren om te helpen bij het bestrijden van de natuurbranden. De helikopters zijn van dinsdag 19 augustus tot zondag 31 augustus ingezet voor de brandbestrijding.
In deze periode hebben de toestellen bijna 3 miljoen liter water gedropt ter bestrijding van de natuurbranden.
Kan Defensie alsnog zo spoedig mogelijk helikopters inzetten in de getroffen gebieden die om bijstand vragen? Zo ja, gaat u dit doen? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 3.
Deelt u de opvatting dat dergelijke operationele bijstand bij een crisis niet alleen de kracht van Europese samenwerking toont, maar ook het imago van Nederland als betrouwbare partner in EU- en NAVO-verband extra versterkt?
Ja, met de inzet van de Chinooks laat Nederland zien verantwoordelijkheid te nemen als bondgenoot, en een bijdrage te leveren aan het beschermen van levens en behoud van de natuur. Het Uniemechanisme voor Civiele Bescherming is gestoeld op solidariteit: landen die elkaar bijstaan in crisistijd kunnen zelf ook rekenen op steun wanneer dat nodig is. Nederland hecht hier al langere tijd veel belang aan en draagt daarom actief bij, onder meer met donaties aan energie-infrastructuur, de levering van strooizout en de donatie van COVID-19-vaccins. Dat vergroot niet alleen de kans op wederkerigheid binnen de EU, maar heeft ook strategische waarde voor onze bilaterale relaties, zoals met Spanje, waar recent twee Nederlandse brandweerteams door Spaanse collega’s in Galicië zijn opgeleid – een samenwerking die Nederland graag verder uitbouwt.
Het is een goed voorbeeld van hoe Europese samenwerking en solidariteit er in de praktijk uitziet. Dit versterkt ook de positie van Nederland als betrouwbare partner in NAVO-verband.
Welke voorbereidingen of draaiboeken liggen gereed binnen Defensie om snel in te spelen op urgente internationale verzoeken tot civiele bijstand, zoals nu bij natuurbranden?
Defensie beschikt over kennis en expertise om bijstand te kunnen leveren. Voor internationale verzoeken wordt dit gecombineerd met de kennis en expertise die is opgedaan met expeditionair optreden. Uiteindelijk geldt bij noodsituaties als deze dat het om maatwerk draait. Bij internationale bijstand zal ook altijd een afweging plaatsvinden tussen nationale en internationale belangen, en worden de gevolgen van een dergelijke inzet ten opzichte van de gereedheid voor hoofdtaak 1 en 2 meegewogen.
Hoe beoordeelt u de strategische waarde van snelle, zichtbare Nederlandse inzet bij deze rampen voor onze positie in toekomstige Europese en internationale samenwerking?
Zie ook het antwoord op vraag 5. De snelle, zichtbare Nederlandse inzet van de Chinooks geeft een belangrijk signaal af dat Europese lidstaten elkaar steunen bij rampen en crises van verschillende aard. Daarnaast draagt het bij aan het versterken van gezamenlijke crisisresponsmechanismen.
Bent u bereid in ieder geval om de vragen 1 t/m 6, gezien de noodsituatie in delen van Zuid-Europa, per omgaande beantwoorden?
Uw Kamer is in de Kamerbrief Geannoteerde Agenda RBZ Defensie 28 en 29 augustus 2025 van 19 augustus jl. reeds geïnformeerd over de inzet van de Chinook-transporthelikopters om natuurbranden in Spanje te bestrijden.