| Ingediend | 4 februari 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 2 april 2026 (na 57 dagen) |
| Indiener | Ulysse Ellian (VVD) |
| Beantwoord door | Gijs Tuinman (BBB) |
| Onderwerpen | arbeidsvoorwaarden defensie internationaal werk |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z02307.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1520.html |
Defensie maakt bij opleidingen en oefeningen gebruik van externe opleidingscapaciteit van civiele partijen. Deze opleiders verrichten hun werkzaamheden op basis van civielrechtelijke overeenkomsten met hun werkgever. Zij vallen niet onder militair gezag en zijn geen defensiepersoneel.
Defensie onderkent dat bij intensieve en meerdaagse opleidingen spanning kan ontstaan tussen de gewenste opleidingsrealiteit en de kaders van de Arbeidstijdenwet. Bij de inzet van externe opleiders berust de formele verantwoordelijkheid voor naleving van deze wet bij de betreffende werkgever. Defensie heeft een zorgplicht en moet erop toezien dat de ingehuurde medewerkers niet in strijd met toepasselijke wet- en regelgeving werkzaam zijn. Defensie maakt hierover vooraf duidelijke afspraken met de civiele werkgever en richt opdrachten zodanig in dat zowel operationele doelstellingen als geldende arbeidswetgeving worden gerespecteerd.
Artikel 2:4 van de Arbeidstijdenwet biedt de mogelijkheid om, onder voorwaarden, bepalingen uit de wet geheel of gedeeltelijk buiten toepassing te verklaren voor defensiepersoneel, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van wettelijke taken van Defensie.
Deze bepaling is uitsluitend van toepassing op defensiepersoneel en wordt niet toegepast op extern ingehuurde opleiders. Voor deze laatste groep medewerkers blijft het civiele arbeidsrechtelijk kader, waaronder de Arbeidstijdenwet, volledig van kracht.
Het ligt in de rede dat uitzonderingsbepalingen binnen de Arbeidstijdenwet terughoudend worden toegepast en enkel van toepassing zijn op defensiepersoneel dat onder militair gezag valt. Voor extern ingehuurde opleiders geldt immers het civiele arbeidsrechtelijk kader. Wel herkennen we het vraagstuk. Daarom ben ik bereid met SZW hierover in gesprek te gaan. Ik zal uw Kamer over de uitkomsten informeren.
Hierbij deel ik u mee dat beantwoording van de vragen gesteld door het lid Ellian (kenmerk 2026Z02307) binnen de gestelde termijn niet haalbaar is gebleken. De beantwoording heeft met het oog op een zorgvuldige en volledige beantwoording meer tijd nodig. Uw Kamer zal de schriftelijke beantwoording zo spoedig mogelijk ontvangen.