Kamervraag 2026Z11210

Het bericht ‘Rechtbank beëindigt tbs van moordenaar student Nadia van de Ven’

Ingediend 28 mei 2026
Beantwoord 30 juni 2026 (na 33 dagen)
Indiener Ulysse Ellian (VVD)
Beantwoord door van Bruggen
Onderwerpen recht strafrecht
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z11210.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2428.html
  • Vraag 1
    Bent u bekend met het bericht «Rechtbank beëindigt tbs van moordenaar student Nadia van de Ven?1

    Ja, ik ben bekend met dit nieuwsbericht van de NOS op 26 mei jongstleden.

  • Vraag 2
    Wat vindt u ervan dat een moordenaar slechts zes jaar gevangenisstraf uitzit, terwijl 20 jaar is opgelegd door de rechter?

    Ik realiseer mij dat het maatschappelijk en voor nabestaanden mogelijk moeilijk te begrijpen is wanneer een veroordeelde de door de rechter opgelegde gevangenisstraf niet volledig ondergaat, in het bijzonder bij ernstige misdrijven zoals moord. Tegelijkertijd is het van belang deze zaak, waarin sprake is van een zogeheten combinatievonnis, te bezien in het licht van het wettelijk kader dat gold ten tijde van de tenuitvoerlegging van dergelijke vonnissen. Bij een combinatievonnis legt de rechter zowel een gevangenisstraf als de maatregel van terbeschikkingstelling (tbs) op.
    In 1997 werd de zogenoemde Fokkensregeling ingevoerd.2 Deze regeling maakte het mogelijk dat een veroordeelde met een combinatievonnis onder bepaalde omstandigheden na het ondergaan van een derde van de gevangenisstraf kon starten met de tbs-behandeling. Hieraan lag de overtuiging ten grondslag dat een tbs-behandeling voor personen met een ernstige psychische stoornis effectiever is wanneer daarmee zo spoedig mogelijk wordt gestart. Zonder toepassing van de Fokkensregeling kon de tbs-behandeling in de regel pas starten nadat twee derde van de gevangenisstraf was ondergaan, gelet op de koppeling met het moment van voorwaardelijke invrijheidsstelling.3 De Fokkensregeling is in 2010 afgeschaft.4 Op grond van het overgangsrecht had deze afschaffing echter geen gevolgen voor veroordeelden die reeds op basis van deze regeling waren geplaatst in een tbs-kliniek, nadat een derde van de gevangenisstraf ten uitvoer was gelegd.5 In de onderhavige zaak gaat het derhalve om een uitvloeisel van het destijds geldende wettelijk kader voor de tenuitvoerlegging van combinatievonnissen. De gang van zaken past binnen dat kader.

  • Vraag 3
    Hoe vaak komt het voor dat een tbs-maatregel volledig wordt beëindigd terwijl het Openbaar Ministerie (OM) verlenging van de tbs-maatregel heeft gevorderd? Als dit niet uit de managementsystemen van het OM of de Rechtspraak kan worden afgeleid, kunt u dan een schatting maken?

    Het komt in de rechtspraktijk voor dat de officier van justitie een vordering tot verlenging indient, maar deze vordering ter terechtzitting niet handhaaft. Ook kan de vordering tot verlenging van de tbs-maatregel door de rechter worden afgewezen. In beide gevallen is het context- en zaaks afhankelijk. Er vindt door het OM geen afzonderlijke registratie plaats van deze beslissingen, waardoor geen zicht is op het aantal zaken waarin (initieel) een vordering is ingediend door het OM dan wel de vordering door de rechter (rechtbank en/of gerechtshof) wordt afgewezen. Wegens het ontbreken van gegevens daaromtrent geeft het OM aan ook geen schatting te kunnen maken.
    De Rechtspraak heeft desgevraagd aangegeven dat in de afgelopen vijf jaar in ongeveer 7 tot 9% van de gevallen waarin het OM in eerste aanleg verlenging van de tbs-maatregel heeft gevorderd, deze vordering door de rechter is afgewezen. In 2025 bedroeg het aantal vorderingen tot verlenging van tbs circa 1.490. In de managementinformatiesystemen van de Rechtspraak wordt geen registratie bijgehouden van gevallen waarin de officier van justitie een vordering tot verlenging van de tbs-maatregel indient, maar deze ter terechtzitting niet handhaaft. Wegens het ontbreken van gegevens daaromtrent geeft de Rechtspraak aan ook geen schatting te kunnen maken.

  • Vraag 4
    In hoeverre vindt u het verstandig dat wanneer een dader tijdens een tbs-traject met een gemankeerd delictscenario werkt en wisselend verklaart over zijn alcoholgebruik voorafgaand aan het plegen van een moord, terugkeert in de maatschappij?

    Vooropgesteld moet worden dat het mij als Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet past om te treden in het oordeel van de rechter in een individuele zaak. Wel kan ik aangeven dat de voortgang van een tbs-behandeling en de beoordeling of het risico op gevaar voor de samenleving voldoende is teruggebracht niet uitsluitend worden gebaseerd op een delictscenario, maar worden bezien in samenhang met de overige onderdelen van de behandeling en adviezen van deskundigen.
    Een tbs-behandeling bestaat uit diagnostiek, risicotaxatie, behandeling en resocialisatie, uitstroom en nazorg. Deze onderdelen zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek of worden optimaal geacht en frequent toegepast door professionals. Sinds 2022 vormt het Kwaliteitskader Forensische Zorg de basis voor kwaliteit in het forensische zorgveld.6 Professionals werkzaam in de forensisch klinische zorg handelen dienovereenkomstig, waarbij het verkleinen van het recidiverisico vooropstaat. In de behandeling wordt te allen tijde uitgegaan van de strafrechtelijke veroordeling, ook als een tbs-gestelde het delict (gedeeltelijk) ontkent of daarover wisselend verklaart. Indien een tbs-gestelde vanuit een ontkennende houding geen stappen in de behandeling zet, komt diegene niet in aanmerking voor verlof en andere vervolgstappen.
    Tot slot hecht ik eraan te benadrukken dat een beslissing tot onvoorwaardelijke beëindiging van tbs met dwangverpleging niet lichtvaardig wordt genomen. Daaraan gaat in de regel een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging vooraf van ten minste één jaar, waartoe de rechter besluit op basis van adviezen van deskundigen. Bij de beoordeling van een eventuele beëindiging van de maatregel wordt de rechter opnieuw door deskundigen geadviseerd.

  • Vraag 5
    Hoe vaak hebben slachtoffers en nabestaanden de mogelijkheid gehad om hun spreekrecht uit te oefenen bij tbs-verlengingszittingen en hoe vaak hebben zij dat ook daadwerkelijk uitgeoefend?

    Het beperkt spreekrecht bij tbs-verlengingszittingen is per 1 januari 2025 in werking getreden. Het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) raadpleegt slachtoffers en nabestaanden of zij gebruik wensen te maken van dit spreekrecht en geeft dit door aan het OM. Het OM roept de slachtoffers en nabestaanden vervolgens op voor de zitting. Het is onbekend hoeveel slachtoffers zijn bevraagd over hun wensen, hoeveel slachtoffers zijn opgeroepen voor de zitting en hoeveel slachtoffers tijdens de zitting daadwerkelijk gebruik hebben gemaakt van het beperkt spreekrecht. Hierover zijn geen cijfers beschikbaar in de systemen van CJIB, OM en Rechtspraak. Ik verwijs op dit punt tevens naar de eerdere beantwoording van Kamervragen over dit onderwerp.7
    Het beperkt spreekrecht is onderdeel van de inhoudelijke effectevaluatie van de Wet Uitbreiding Slachtofferrechten die naar verwachting later dit jaar van start gaat. Het CJIB kijkt bij de verdere optimalisering van het werkproces van het raadplegen over het beperkt spreekrecht naar de mogelijkheden voor monitoring van cijfers daarvan.

  • Vraag 6
    Wat is wat uw betreft een passende sanctie als slachtoffers of nabestaanden niet wordt gewezen op hun wettelijk recht het spreekrecht uit te oefenen bij tbs-verlengingszittingen?

    Zoals bij alle slachtofferrechten is aandacht voor een goede uitvoering in de praktijk van groot belang. Als echter alle inspanningen ten spijt, een slachtoffer of nabestaande geen gebruik heeft kunnen maken van het beperkt spreekrecht, kan via de bestaande klachtenprocedure een klacht worden ingediend bij de betreffende organisatie. Dit kan erkenning bieden aan het slachtoffer of de nabestaande en draagt tevens bij aan het lerend vermogen en een betere kwaliteit van de dienstverlening.
    Naast de klachtenprocedure worden via de tweede aanvullingswet van het nieuwe Wetboek van Strafvordering voorstellen gedaan om de naleving van slachtofferrechten te versterken, waarmee uitvoering wordt gegeven aan de motie van het lid Ellian (VVD).8 Dit ziet op het beter inzetten en faciliteren van klachtenprocedures bij organisaties. Daarnaast wordt bezien of het slachtoffer een recht kan krijgen om een financiële uitkering te verzoeken bij niet-naleving van bepaalde wettelijke voorschriften waarbij herstel niet mogelijk is, zoals het oproepen voor een zitting. De formele consultatie van het conceptvoorstel voor de tweede aanvullingswet loopt tot 11 september 2026.

  • Mededeling - 18 juni 2026

    Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van het lid Ellian (VVD), van uw Kamer aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over het bericht «Rechtbank beëindigt tbs van moordenaar student Nadia van de Ven». (ingezonden 28 mei 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z11210
Volledige titel: Het bericht ‘Rechtbank beëindigt tbs van moordenaar student Nadia van de Ven’
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20252026-2428
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Ellian over het bericht 'Rechtbank beëindigt tbs van moordenaar student Nadia van de Ven'