| Ingediend | 6 maart 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 11 mei 2026 (na 66 dagen) |
| Indiener | Ulysse Ellian (VVD) |
| Beantwoord door | Bart van den Brink (CDA) |
| Onderwerpen | migratie en integratie organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z04551.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1883.html |
Ja.
De lijst met veilige landen is opgeschort. De IND hanteert richtlijnen voor de afhandeling van kansarme asielaanvragen. De beoogde behandeltijd van dergelijke aanvragen is 4 weken.
Ja. Snelheid in de asielprocedure kan bijdragen aan de veiligheid rond opvanglocaties. Daarom is de inzet van de asielketen erop gericht om asielprocedures van overlastgevende en criminele asielzoekers snel en slagvaardig af te doen, zodat de verblijfsduur in de opvang wordt beperkt. Daarnaast worden aanvragen met weinig kans op een verblijfsvergunning met prioriteit opgepakt.
Zoals toegelicht kan op individuele casuïstiek niet worden ingegaan.
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) registreert verschillende typen incidenten op opvanglocaties. Signalen van ernstige overlast worden gedeeld met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), zodat de asielprocedure waar mogelijk kan worden versneld. Daarnaast kan sprake zijn van strafbare feiten die verblijfsrechtelijke consequenties hebben. De Kwalificatierichtlijn vereist dat, als een vreemdeling internationale bescherming nodig heeft, er voor het weigeren of intrekken van een asielvergunning sprake moet zijn van veroordeling wegens een (bijzonder) ernstig misdrijf.
De toets of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde in asielzaken is afhankelijk van de grond voor vergunningverlening. De werkwijze is door de IND uitgewerkt en toegelicht in de openbare werkinstructie 2026/012.
Eerst toetst de IND of een vreemdeling in aanmerking komt voor een asielvergunning. Als een vreemdeling moet worden aangemerkt als verdragsvluchteling, kan de vergunning alleen worden geweigerd of ingetrokken als er sprake is van een onherroepelijke veroordeling voor een «bijzonder ernstig misdrijf». Relevante indicatoren zijn onder meer de ernst van het misdrijf, de maximale en feitelijke opgelegde straf, de omvang van de schade, opzettelijkheid en verzachtende of verzwarende omstandigheden. Het strafrechtelijk vonnis is hierbij van belang. Daarnaast moet er ook sprake zijn van een gevaar voor de gemeenschap.
Indien de vreemdeling geen verdragsvluchteling is maar wel in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming, moet sprake zijn van een veroordeling voor een «ernstig misdrijf». Ook hier is het strafrechtelijk vonnis van belang en moet er sprake zijn van een misdrijf dat een gevaar voor de gemeenschap oplevert.
In beide gevallen wordt het Unierechtelijk openbare orde criterium getoetst. Dit houdt in dat het persoonlijk gedrag van de vreemdeling een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving moet vormen.
Bij intrekking van de asielvergunning op grond van openbare orde geldt bovendien de zogenoemde glijdende schaal. Hierbij wordt de hoogte van opgelegde straf afgezet tegen de duur van het rechtmatig verblijf in Nederland. Hoe langer een vreemdeling rechtmatig verblijf heeft, hoe hoger de opgelegde straf moet zijn voordat de vreemdeling in aanmerking komt voor intrekking van het verblijfsrecht.
Daarnaast wordt in beide gevallen beoordeeld of het weigeren of intrekken van de verblijfsvergunning asiel evenredig is. Dit betreft een individuele beoordeling waarbij alle relevante feiten en omstandigheden worden betrokken. De IND hanteert daarbij het uitgangspunt dat aan het beschermen van de openbare orde een zwaar gewicht toekomt.
Als de vreemdeling niet in aanmerking komt voor vluchtelingschap of subsidiaire bescherming, wordt de asielaanvraag afgewezen. Het gevaar voor de openbare orde kan dan een aanvullende afwijzingsgrond vormen. Er hoeft dan geen sprake te zijn van een bijzonder ernstig of ernstig misdrijf.
Op individuele casuïstiek kan niet worden ingegaan.
In eerste instantie wordt bij verstoring van de openbare orde ingezet op straf- en bestuursrecht. Daarna kan worden bekeken of vreemdelingrechtelijke maatregelen kunnen worden ingezet. Vreemdelingenbewaring is hierbij geen doel op zichzelf en wordt uitsluitend als uiterste middel toegepast. Primair dient vreemdelingenbewaring ertoe iemand beschikbaar te houden voor de procedure en onttrekking aan het toezicht van de autoriteiten te voorkomen. Vreemdelingenbewaring moet altijd proportioneel zijn. Een grond voor die proportionaliteit is de openbare orde. De Opvangrichtlijn biedt daarvoor ruimte, maar in de jurisprudentie wordt dit criterium strikt ingevuld. Pas bij een aanzienlijke inbreuk op de openbare orde kan op deze grond een asielzoeker in bewaring worden genomen. De openbare orde is echter niet de enige wettelijke grondslag voor detentie. Ook het onttrekken aan onderzoek of de noodzaak van nader onderzoek naar de identiteit en de nationaliteit kunnen reden zijn voor vreemdelingenbewaring. In sommige gevallen kan bewaring op andere gronden dan de openbare orde worden toegepast.
Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) brengt jaarlijks overlast en criminaliteit door asielzoekers in beeld. De cijfers over 2025 worden naar verwachting voor het zomerreces gepubliceerd.
Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van het lid Ellian (VVD), van uw Kamer aan de Minister van Asiel en Migratie over het bericht «Aanvaller jonge vrouw in Rotterdam blijkt asielzoeker (22) uit Marokko: «Vreselijk wat slachtoffer heeft meegemaakt»« (ingezonden 6 maart 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.