De verkiezingsuitslag in de Democratische Republiek Congo (DRC) |
|
Frans Timmermans (PvdA), Sjoera Dikkers (PvdA) |
|
|
|
|
Deelt u de mening van de Congolese oppositie en buitenlandse waarnemers dat «er grootschalige fraude» gepleegd is tijdens de laatste presidentsverkiezingen in de DRC? Zo nee, waarom niet?
Nederland deelt de conclusies van de EU-waarnemingsmissie en Hoge Vertegenwoordiger Catherine Ashton dat de Congolese presidentsverkiezingen gepaard zijn gegaan met serieuze tekortkomingen en een gebrek aan transparantie. Als gevolg daarvan is een groot aantal stemmen niet meegeteld in het eindresultaat en is de geloofwaardigheid van het verkiezingsproces aangetast.
Hoe beoordeelt u de uitspraak van oppositieleider Etienne Tshisekedi, die beweert de verkiezingen te hebben gewonnen en ambtenaren, leger en politie oproept om alleen nog maar bevelen van hem op te volgen?
Geen van de internationale waarnemersmissies concludeert dat oppositieleider Etienne Tshisekedi zonder de geconstateerde tekortkomingen de verkiezingen zou hebben gewonnen. De DRC is niet gebaat bij confrontatie en nieuw geweld. De regering en de oppositie zullen de dialoog aan moeten gaan om de problemen op vreedzame wijze op te lossen.
Deelt u de zorg dat de DRC momenteel in een uiterst explosieve situatie is beland en de kans groot is dat er grootschalig geweld uitbreekt? Zo nee, waarom niet?
De situatie in de DRC is fragiel en de verkiezingen hebben geleid tot nieuwe spanningen binnen de samenleving. De internationale gemeenschap en Nederland spreken zowel de regering als de oppositie aan op hun verantwoordelijkheid om af te zien van geweld en te werken aan een vreedzame oplossing van de huidige problemen.
Deelt u de mening van vele buitenlandse diplomaten die aangeven dat president Kabila de beste kans kan brengen voor stabiliteit in Congo? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Een legitieme regering die werkt voor het welzijn van de Congolese bevolking biedt de beste garantie voor stabiliteit in de DRC. Het is aan het Congolese volk om te bepalen wie een dergelijke regering moet leiden.
Deelt u de mening dat de buitenlandse steun aan Kabila in belangrijke mate gemotiveerd wordt door economische belangen zoals de toegang tot kritieke grondstoffen als coltan en kobalt? Zo ja, op welke wijze gaat de Nederlandse regering hiermee om?
Neen. De internationale gemeenschap als zodanig steunt in de DRC geen presidentskandidaat boven de anderen. Dat neemt niet weg dat landen in de regio in hun betrekkingen met de DRC hun economische belangen laten meewegen. De Nederlandse inzet is hoofdzakelijk gericht op het lenigen van humanitaire noden en het bevorderen van stabiliteit en is niet afhankelijk van wie het presidentschap bekleedt.
Wat doet de Nederlandse ambassade momenteel om Congolese mensenrechtenactivisten te beschermen en om de Congolese autoriteiten blijvend aan te spreken op hun internationaalrechtelijke verplichtingen op het vlak van mensenrechten en democratie?
Nederland blijft in EU-verband en bilateraal de Congolese autoriteiten aanspreken op hun verantwoordelijkheden op het gebied van de mensenrechten en als democratische rechtsstaat. Dit doet Nederland in de bilaterale contacten met de Congolese autoriteiten op verschillende niveaus. Ook dringt Nederland er op aan dat deze onderwerpen op de agenda staan van besprekingen met de DRC in het kader van de EU en de VN.
De Nederlandse ambassade volgt daarnaast de situatie van mensenrechten-verdedigers in het land op de voet en onderhoudt nauwe contacten met NGO’s, de VN en andere gesprekspartners.
Treft de ambassade extra maatregelen om de veiligheid van Nederlanders in de DRC te waarborgen in het geval van toenemend geweld? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?
Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft over de afgelopen periode alle reizen naar de DRC ontraden. De ambassade te Kinshasa heeft regelmatig contact onderhouden met de Nederlanders die zich hebben geregistreerd om hen te informeren over de ontwikkelingen en te adviseren. Met EU-partners zijn afspraken gemaakt over samenwerking in geval van een acute crisis.
Op welke wijze spreekt de Nederlandse regering, zowel in bilaterale contacten als via de Europese Unie en de relevante VN-instrumenten, de Congolese autoriteiten blijvend aan op hun internationaalrechtelijke verplichtingen op het vlak van mensenrechten en democratie?
Zie antwoord vraag 6.
De waarschuwing van de International Land Coalition over negatieve impact van landgrabbing |
|
Sjoera Dikkers (PvdA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het rapport «Land Rights and the Rush for Land. Findings of the Global Commercial Pressures on Land Research Project» van de IIED, CIRAD, en de International Land Coalition, online gepubliceerd op 14 december 2011?
Ja. Nederland is al ruim 7 jaar actief in de ondersteuning van de International Land Coalition (ILC).
Hoe oordeelt u over de mededeling van de auteurs dat dit de «most comprehensive study of large land acquisitions in developing countries to date» is?
Het rapport is zeer interessant en veelomvattend, waarbij ik aanteken dat het niet de ambitie heeft om compleet te zijn maar bevindingen presenteert en interpreteert van het Global Commercial Pressures on Land Research Project en het Land Matrix Rapport.
Deelt u de mening dat het feit dat driekwart van de investeringen voor landbouw bestemd is voor de productie van biobrandstoffen en niet van voedsel, onwenselijk is? Zo nee, waarom niet?
Wanneer er sprake is van verdringing is dat geen goede zaak.
Hoe oordeelt u over de conclusies van het rapport dat «while large land deals can create opportunities, they are more likely to cause problems for the poorest members of society» en dat «there is little in our findings to suggest that the term «land grabbing» is not widely deserved», aldus een co-auteur van het rapport?
In het eerste citaat kan ik me vinden, zoals uit de beantwoording van eerdere vragen mag blijken.
Ten aanzien van het tweede citaat wil ik opmerken dat de term land grabbing in veel gevallen zeker een vlag is die de lading dekt. Ik ben echter niet voor het ongeclausuleerd hanteren van deze term. Daarvoor is de problematiek te complex. Ik ben namelijk van mening dat specifieke grootschalige investeringen – onder bepaalde voorwaarden en omstandigheden – wel degelijk een positieve impact op de landbouwproductie en armoedebestrijding kunnen hebben. Een algehele negatieve connotatie zou dit ondermijnen en dat moeten we voorkomen.
Kunt u aangeven welke projecten de Nederlandse overheid in het kader van het stimuleren van internationaal zakendoen, bijvoorbeeld door financiering verstrekt door Agentschap NL, van welke bedrijven (mede) heeft gefinancierd die beslag leggen op grond voor bijvoorbeeld landbouw, bosbouw of mijnbouw? Kunt u aangeven, per project, om hoeveel hectare grond het hierbij gaat?
Uitvoeringsorganisaties als AgentschapNL houden niet systematisch bij hoeveel beslag er gelegd wordt op grond door ondersteunde bedrijven in ontwikkelingslanden. Daarom is het onmogelijk om een totaal overzicht te geven waarin per project wordt aangegeven om hoeveel hectare grond het gaat. Het feit dat veel van de door Nederland gecofinancierde activiteiten in het kader van internationaal zakendoen – ook in die van landbouw, mijnbouw en bosbouwbedrijven – niet direct aan investeringen in grond gelieerd zijn is hier een belangrijke verklaring voor. Indien er wel sprake is van een investering in bedrijfseigen hectares grond (bijvoorbeeld in irrigatie-infrastructuur, verbouw van gewassen, bouw van kassen etc.) dan variëren de oppervlaktes erg per bedrijfsleveninstrument. Bij PSI gaat het in deze gevallen meestal om een beslag op grond tussen grofweg 1 en 100 hectares per project, met een paar uitzonderingen van projecten van tussen de 100 en 1 000 ha. Via ORIO en FMO zijn er ook investeringen en deelnemingen in plantages met oppervlakten van grotere aantallen hectares.
Kunt u de gevolgen van deze projecten voor het landgebruik, de landrechten en de lokale gemeenschappen aangeven? Zo nee, waarom niet?
Bedrijven die financiering van de overheid aanvragen in het kader van het buitenlandinstrumentarium moeten de OESO-richtlijnen onderschrijven. Daarbij vragen Nederlandse uitvoerders van de PSD-instrumenten zoals FMO en AgentschapNL van bedrijven een getekende verklaring dat zij bekend zijn met en zich zullen houden aan de OESO-richtlijnen. Een en ander geeft mij het vertrouwen dat de door Nederland gecofinancierde projecten die in land investeren over het algemeen geen negatieve effecten zullen veroorzaken ten aanzien van landgebruik en landrechten van de lokale gemeenschappen. Temeer ook omdat naast deze inspanningsverplichting, monitoring op MVO-aspecten en landenspecifieke risico’s op het gebied van mensenrechten (zoals conflicten rond landdeals) tegenwoordig een belangrijk onderdeel is van reguliere rapportages en projectbezoeken.
Kunt u een overzicht geven van de Nederlandse investeerders (pensioenfondsen, bedrijven, speculanten, hedgefondsen, banken, etc.) die investeren in grond in ontwikkelingslanden? Kunt u daarbij per investeerder, uitgesplitst naar project en/of afzonderlijke investering aangeven om hoeveel hectare het gaat, welke locatie in welk land het betreft en met welk doel het geld geïnvesteerd is (mijnbouw, toerisme, bosbouw, landbouw, biobrandstoffen, etc)? Zo nee, waarom niet?
Nee, ik heb daar geen volledig inzicht in. Ten eerste omdat ik alleen in gesprek ben met dat deel van de Nederlandse investeerders dat belangstelling heeft voor co-financiering van investeringen in ontwikkelingslanden. Ten tweede omdat de uitvoeringsorganisaties op dit moment niet systematisch dergelijke gegevens bijhouden.
Welke concrete maatregelen neemt de regering om ervoor te zorgen dat investeringen in grond in ontwikkelingslanden door Nederlandse investeerders (pensioenfondsen, bedrijven, speculanten, hedgefondsen, banken, etc.) bijdragen aan duurzame ontwikkeling en kansen creëert voor de allerarmsten, zodat de problemen waar zij mee te kampen hebben niet vergroot worden.?
De in het ILC-rapport beschreven landdeals hangen samen met structurele veranderingen in het mondiale voedselsysteem. Landdeals moeten tegen deze achtergrond dan ook gezien worden als het gevolg van de toegenomen vraag naar agrarische producten, waarbij de acquisitie van land een manier is om toegang tot deze producten te verkrijgen.
Hoewel landacquisitie een legitieme manier is om in de landbouw te investeren, is land een bijzondere productiefactor met belangrijke sociale, culturele en economische waarde. Landdeals moeten dan ook op een transparante en inclusieve wijze gesloten worden, met oog voor de belangen en bestaanszekerheid van de lokale bevolking. In de eerste plaats staan nationale overheden daarvoor aan de lat. Ruimtelijke ordening en landrechten behoren tot de soevereiniteit van landen zelf. Zij hebben de verantwoordelijkheid om te zorgen dat een landdeal gunstige economische effecten heeft, dat de lokale bevolking geen onrecht wordt aangedaan en dat waar nodig passende compensatie wordt geboden. De lokale bevolking op zijn beurt moet in staat zijn om zich te manifesteren als zij gedupeerd worden door landdeals en burgers moeten hun rechten op kunnen eisen. Daarnaast mogen ook investeerders hun verantwoordelijkheden niet ontlopen en moeten zij op een verantwoorde wijze opereren. Door in te zetten op deze punten ontstaat de mogelijkheid om landdeals te sluiten die recht doen aan de belangen van nationale overheden, de lokale bevolking en investeerders.
Nederland richt zijn beleid dan ook op het creëren van dergelijke mogelijkheden. Zo zijn Nederlandse ambassades actief met hun partners in het bevorderen van verbanden tussen land(gebruiks)rechten en mogelijkheden om die in te zetten voor het verhogen van de voedselzekerheid en inclusieve economische groei voor de arme lokale bevolking. Daarnaast zet Nederland zich al jaren heel concreet in om in bepaalde ontwikkelingslanden de lokale bevolking te helpen om landrechten te krijgen dan wel op te eisen, onder andere via de International Land Coalition en GRAIN. De regering verwacht van Nederlandse bedrijven, banken en pensioenfondsen dat zij de OESO-Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen implementeren en vraagt de aanvragers van financiering van de overheid om deze richtlijnen te onderschrijven. Met deze geïntegreerde inzet, zoals eerder beschreven in mijn antwoorden op uw vragen in september 2011 naar aanleiding van het Oxfam rapport «Land and Power», wil Nederland bijdragen aan meer kennis, capaciteit en inzicht bij nationale overheden, lokale bevolkingen en investeerders over duurzaam gebruik van land en investeringen hierin.
Kortom, ik wil me actief inspannen om te voorkomen dat investeringen in land ten koste gaan van de lokale bevolking. Nederland zal zich inzetten om de Voluntary Guidelines on the Responsible Governance of Tenure of Land, Fisheries and Forests in the Context of National Food Securitytot een succes te maken. Wij zijn van mening dat free, prior and informed consent en gelijke rechten voor vrouwen hierin belangrijke elementen zijn. Nederland zal bovendien doorgaan met het ondersteunen van lokale gemeenschappen om hun landrechten op te eisen indien zij gedupeerd worden door een landdeal. Tot slot zal het onderschrijven van de OESO-richtlijnen door bedrijven die subsidies, leningen of garanties krijgen een voorwaarde blijven voor toegang tot de instrumenten van de ministeries van EL&I en BZ.
Het escalerende en brute geweld van het Indonesische leger tegen de autochtone bevolking van West-Papoea |
|
Wim Kortenoeven (PVV) |
|
|
|
|
Hoe beoordeelt u de nieuwsberichten «Shootings, village burnings and helicopter attacks continue across Paniai»1 en «Massive Indonesian offensive displaces thousands in Paniai as helicopters attack and raze villages»?2
Uit contacten met Indonesische autoriteiten, mensenrechtenorganisaties en Papoea activisten blijkt, dat op 13 december jl. een activiteit van een Indonesische politie eenheid plaats vond in het district Paniai (Provincie Papoea) tegen gewapende leden van de TPN/OPM. De schaal van deze operatie en het aantal betrokken burgers is volgens deze bronnen aanzienlijk kleiner dan de aangehaalde nieuwsberichten suggeren. Bronnen in mensenrechtenkringen spreken van 14 doden en 6 gewonden onder leden van de OPM. De politie heeft voorafgaande aan de actie de dorpelingen opgeroepen het gebied te verlaten. Enkele honderden bewoners hebben hieraan gevolg gegeven en zijn opgevangen door de lokale overheid in de plaats Enarotali.
Wat heeft u in concrete zin richting de Indonesische autoriteiten en/of in multilateraal verband ondernomen, nadat u op 13 december jl. door indiener dezes was geattendeerd op berichten dat het Indonesische leger een offensief was begonnen tegen separatisten in West-Papoea en dat bij de aanvallen ook 26 Papoea-dorpen zouden zijn aangevallen en verwoest? Wat waren de concrete resultaten van uw interventie(s)?
Ik heb de ambassade Jakarta gevraagd contact op te nemen met de Indonesische overheid, mensenrechtenorganisaties, Papoea-activisten en Westerse ambassades om toereikende informatie te krijgen over de gebeurtenissen in Paniai. Zorgvuldigheid is hierbij op zijn plaats. Het is duidelijk dat er veel geruchten de ronde doen. Andere landen hebben, naar de ambassade is gebleken, geen bijzondere zorg geuit over deze berichten. Een aantal van hen geeft aan dat het hier een operatie in het kader van «law enforcement» betreft.
Hoe heeft u invulling gegeven of hoe gaat u invulling geven aan de op 29 november jl. met algemene stemmen door de Tweede Kamer aangenomen motie Kortenoeven c.s.?3
Zoals ik aangaf tijdens de begrotingsbehandeling ben ik graag bereid om de punten 1, 2 en 4 van de motie uit te voeren en heb ik contact met de Indonesische autoriteiten over het afzien van geweld tegen vreedzame demonstranten, het vrijlaten van politieke gevangenen in Papoea, hervatting van een dialoog met Papoea’s en uitvoering van de Speciale Autonomiewet.
Ik zie deze punten van de motie als ondersteuning van bestaand beleid. Zowel in Den Haag als in Jakarta is er regelmatig contact met de Indonesische autoriteiten over de mensenrechtensituatie in Papoea. Dat gebeurt ook in de EU-Indonesië mensenrechtendialoog. Tijdens het goedkeuringsdebat voor de Partnerschap Samenwerkingsovereenkomst EU-Indonesië heb ik toegezegd dat een bezoek van de mensenrechtenambassadeur aan Papoea en de Molukken zal worden nagestreefd in het kader van zijn voorgenomen bezoek aan Indonesië volgend jaar.
Op instigatie van de Indonesische president wordt momenteel een aantal initiatieven ontplooid om de situatie in Papoea te verbeteren. Een speciale ontwikkelingseenheid voor Papoea, UP4B, is sinds kort operationeel en zal zich richten op betere uitvoering van de speciale autonomiewet uit 2001. Naast de sociaaleconomische ontwikkeling van de provincie gaat de aandacht daarbij ook uit naar de culturele en politieke aspecten. Ik zie dit als een bemoedigende ontwikkeling.
De Nederlandse ambassadeur heeft in een gesprek met de leider van de speciale ontwikkelingseenheid UP4B, de heer Darmono, de Nederlandse bereidheid tot ondersteuning van de provincie bevestigd.
De situatie in Papoea is complex en het nieuwe Indonesische initiatief zal tijd en geduld vergen. Dit betekent dat ook Nederland zorgvuldig te werk moet gaan en zal zoeken naar de mogelijkheden om bij te dragen om te kunnen bijdragen aan een betere situatie in Papoea. Een kritische, maar constructieve dialoog over de situatie in Papoea is daarbij gepast, maar uitvoering van punt 3 van de motie van het lid Kortenoeven – instelling van beschermingsmechanismen voor de Papoea’s – acht ik in dit licht niet effectief.
Bent u bereid, vanwege de gewenste duidelijkheid en de grote urgentie, deze vragen ieder afzonderlijk en nog vóór dinsdag 20 december 10.00 uur te beantwoorden?
De vragen werden op 21 december ontvangen. Ik doe u hierbij per omgaande de antwoorden toekomen.
De voortdurende christenvervolging in het islamitische koninkrijk Saoedi-Arabië |
|
Geert Wilders (PVV) |
|
|
|
|
Hoe beoordeelt u het door de organisatie International Christian Concernverspreide nieuwsbericht «42 Ethiopian Christians Arrested in Saudi Arabia», waarin wordt gemeld dat 42 Ethiopische christenen bij een gewelddadige inval van de Saoedische religieuze politie zijn gearresteerd terwijl zij in de beslotenheid van de woning van een van hen een godsdienstoefening hielden?1
Navraag bij de Ethiopische ambassade in Riyadh levert op dat de Saoedische politie 35 Ethiopiërs heeft gearresteerd. De Nederlandse ambassade in Riyadh staat in contact met de Ethiopische ambassade over de precieze toedracht van de zaak en over de omstandigheden waarin de gevangenen verkeren. De Ethiopische ambassade heeft contact met haar gearresteerde landgenoten.
Hoe ziet u dit incident in het licht van uw antwoorden van 1 november 2010 op Schriftelijke vragen?2 Bent u bereid de Kamer een gedetailleerd overzicht te verstrekken van alle gelegenheden, sinds 1 november 2010, waarbij Saoedische overheidsfunctionarissen in bilateraal verband door u, de Nederlandse ambassadeur in Riyad, of andere ambtenaren zijn aangesproken over de vervolging van christenen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wilt u dan bij dat overzicht ook de Saoedische reacties vermelden? Zo nee, waarom niet?
Mensenrechten, waaronder de doodstraf, rechten van vrouwen, rechten van arbeidsmigranten en de positie van religieuze minderheden, worden regelmatig in multilateraal en bilateraal verband besproken. In een gesprek van de Nederlandse ambassadeur in Saoedi-Arabië met de Saoedische Vice-Minister van Buitenlandse Zaken op 2 april 2011 is specifiek over godsdienstvrijheid van gedachten gewisseld. Verder wordt godsdienstvrijheid regelmatig in EU verband besproken. Nederland zal voor de aankomende VN Universal Periodic Review voor Saoedi-Arabië in 2013, net als in 2009, een bijdrage leveren over de positie van religieuze minderheden. De mensenrechtenambassadeur heeft dit onderwerp aan de orde gesteld tijdens zijn bezoek in februari j.l. (zie antwoord op vraag 4).
Bent u bereid nog deze week de Saoedische ambassadeur te ontbieden en te eisen dat de 42 gearresteerde Ethiopische christenen onmiddellijk worden vrijgelaten? Zo nee, waarom niet?
De Nederlandse ambassade in Riyadh staat in contact met de Ethiopische ambassade over deze zaak. Het onderwerp is aan de orde gesteld tijdens de reis van de mensenrechtenambassadeur. Het ontbieden van de Saoedische ambassadeur acht ik op dit moment niet effectief.
Onder verwijzing naar het Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden van 7 november 20113, waarin u berichtte dat de mensenrechtenambassadeur in 2012 naar Saoedi-Arabië zal gaan: voor wanneer staat dat bezoek precies gepland? Welke opdracht krijgt de ambassadeur precies mee met betrekking tot het vraagstuk van de voortdurende christenvervolging in Saoedi-Arabië? Zullen door de ambassadeur ook christenen worden bezocht? Zo nee, waarom niet?
Het bezoek van de mensenrechtenambassadeur vond plaats op 11-14 februari 2012. Tijdens zijn bezoek stonden ook godsdienstvrijheid en de toestand rond de christenen in Saoedi-Arabië op de agenda. Over het bezoek wordt u separaat geïnformeerd.
Deelt u de mening dat het vorige bezoek van de mensenrechtenambassadeur aan Saoedi-Arabië, in januari-februari 2010, in concrete termen geen moer heeft opgeleverd, zoals ook al duidelijk werd uit het verslag terzake?4 Zo nee, waarom niet?
Zolang de situatie daar aanleiding toe geeft zal Nederland bij Saoedi-Arabië met beschikbare diplomatieke middelen de mensenrechtensituatie ter sprake brengen.
Wilt u deze vragen vanwege de gewenste duidelijkheid en gezien de grote urgentie ieder afzonderlijk en binnen een week beantwoorden?
Beantwoording binnen een week was helaas niet mogelijk.
Over berechting van burgers door militaire rechtbanken in Egypte |
|
Raymond de Roon (PVV) |
|
|
|
|
Kent u de berichten over de Koptische cyberactivist Maikel Nabil die door een militaire rechtbank is veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf voor bekritisering van het leger?1
Ja.
Klopt het dat Maikel Nabil niet in hoger beroep kan gaan omdat hij is veroordeeld door een militaire rechtbank?
Maikel Nabil werd op 10 april 2011 door een militaire rechtbank veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf. Medio december 2011 werd dit teruggebracht tot een gevangenisstraf van twee jaar en een boete van 200 Egyptische ponden. Omdat Maikel Nabil door een militaire rechtbank was veroordeeld was beroep uitgesloten.
De militaire rechtbank heeft Maikel Nabil in oktober 2011 aan een psychiatrisch onderzoek laten onderwerpen. Daaruit zou zijn gebleken dat Nabil psychisch gezond was en derhalve kon worden berecht. De Nederlandse ambassade in Cairo heeft geen bevestiging kunnen krijgen van het bestaan van psychiatrische kampen. Voor zover bekend kan een militaire rechtbank militairen dwangarbeid opleggen. Onafhankelijke bronnen kunnen niet bevestigen of militaire rechtbanken ook burgers dwangarbeid opleggen.
Op 22 januari jl. kondigde de Hoge Militaire Raad aan dat Maikel Nabil en 1958 andere door militaire rechtbanken veroordeelde Egyptenaren amnestie zouden krijgen. Nabil werd op 25 januari jl. vrijgelaten.
Waaruit bestaat zijn gevangenisstraf? Klopt het dat de militaire rechtbanken burgers gevangenisstraffen opleggen in combinatie met zware dwangarbeid of dat ze hen veroordelen tot gevangenisstraffen in psychiatrisch kampen?2
Zie antwoord vraag 2.
Bent u het met mij eens dat het een zeer kwalijke zaak is dat burgers sinds de Egyptische revolte door militaire rechtbanken kunnen worden berecht? Deelt u mijn mening dat dit gebeurt om kritische burgers te intimideren en monddood te maken?3 Hoe beoordeelt u de mensenrechtensituatie en de rechtszekerheid op dit moment in Egypte?
Ik deel de mening dat het onwenselijk is dat burgers door militaire rechtbanken worden berecht. De Nederlandse zorg over berechting van burgers door militaire rechtbanken is zowel in bilaterale contacten met de Egyptische autoriteiten als in multilateraal kader door Nederland geuit. Ik heb de berechting van burgers door militaire rechtbanken ter sprake gebracht tijdens mijn gesprek met mijn Egyptische collega Kamel Amr op 2 november jl. Hij meldde dat de Hoge Militaire Raad had besloten burgers niet langer door militaire rechtbanken te laten berechten. In de praktijk blijkt dat dit nog niet altijd het geval is. Zaken van burgers worden wel steeds vaker door de civiele openbaar aanklagers behandeld.
De mensenrechtensituatie in Egypte, de voortdurende noodtoestand, de positie van religieuze minderheden, het geweld tegen vreedzame demonstranten en de positie van vrouwen in het bijzonder, blijven punten van zorg. HV Ashton heeft op 18 december jl. een verklaring uitgegeven waarin zij haar zorg over het geweld uit en Egyptische autoriteiten oproept een onafhankelijk onderzoek naar het geweld in te stellen.
Bent u van plan om uw ongenoegen kenbaar te maken aan de regering van Egypte over het fenomeen dat burgers, waaronder cyberactivisten, voor militaire rechtbanken worden gedaagd? Of blijft het bij een facebook-oproep?4
Zie antwoord vraag 4.
Ziet u hierin aanleiding om over te gaan tot maatregelen die de Egyptische regering nu eindelijk daadwerkelijk zullen raken, in het kader van more for more, less for less? Zo neen, waarom niet?
Al geruime tijd geleden is besloten de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking met Egypte af te bouwen. Het overgrote deel van de nu nog resterende fondsen zijn bestaande verplichtingen op het gebied van water en komen met name ten goede aan de Egyptische bevolking. De steun die Nederland Egypte thans biedt ter bevordering van het Egyptische transitieproces loopt via NGO’s. Bevriezing van gemeende fondsen zou dus slechts de bevolking raken.
Obesitas in ontwikkelingslanden |
|
Joël Voordewind (CU) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Steeds meer dikkerds in de Derde Wereld»?1 Heeft u tevens kennisgenomen van het Rode Kruis «World Disasters Report»?2
Ja.
Deelt u de analyse, zoals gesteld in beide documenten, dat wereldwijd meer mensen overlijden aan de gevolgen van obesitas dan aan ondervoeding? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat heeft deze constatering voor gevolgen voor het beleid, bijvoorbeeld op het gebied van voedselzekerheid, landbouw en ontwikkelingssamenwerking?
Het is mij bekend dat wereldwijd meer mensen overlijden aan de gevolgen van obesitas dan aan ondervoeding verbonden aan onvoldoende calorieën. Ook neemt het aantal mensen in ontwikkelingslanden dat aan obesitas lijdt toe. Dit komt door de inname van te veel calorieën en te weinig beweging. Mensen zijn ondervoed als zij te weinig calorieën binnen krijgen en/of als hun voeding onvoldoende vitamines en mineralen bevat. Beide toestanden – obesitas en ernstige tekorten aan essentiële vitamines en mineralen die ziekte veroorzaken («verborgen honger») – kunnen binnen eenzelfde gemeenschap en zelfs binnen een zelfde persoon voorkomen. Ons beleid, zoals verwoord in de kamerbrief voedselzekerheid van 24 oktober 2011 (32 605, nr. 54), is erop gericht de toegang tot volwaardige voeding in ontwikkelingslanden te bevorderen. Hierbij hoort vanzelfsprekend de benodigde kennis en bewustzijn over het belang van goede voeding zodat consumenten zelf verantwoorde keuzes kunnen maken om obesitas en andere voedingsgerelateerde ziektes te voorkomen.
Welke mogelijkheden ziet u om de problematiek omtrent obesitas in ontwikkelingslanden te agenderen in staand beleid?
Toegang tot betere voeding is één van de vier pijlers van het voedselzekerheidsbeleid zoals toegelicht in de kamerbrief van 24 oktober jl. In het ontwikkelingsbeleid op het gebied van voedselzekerheid is nadrukkelijk gekozen voor een inzet op toegang tot goede voeding bij armen in lage inkomenslanden, bij mensen dus die vanwege armoede aan honger, ook verborgen honger, lijden. In het huidige voedselzekerheidsbeleid wordt onderkend dat ondervoeding gepaard kan gaan met obesitas. Programma’s zoals GAIN (Global Alliance for Improved Nutrition) zijn erop gericht deze vorm van ondervoeding te bestrijden en de toegang tot goede voeding voor kwetsbare groepen te vergroten. Onze inzet is vooral gericht op voorlichting over goede voeding en verrijking van voedingsproducten voor kwetsbare groepen, vooral vrouwen in de reproductieve leeftijd en jonge kinderen. In Ethiopië wordt in het kader van het bilaterale meerjarenplan steun gegeven aan een UNICEF programma voor verbetering van de voedingstoestand van moeders en kinderen door voorlichtingsactiviteiten op dorpsniveau. In Rwanda, Mozambique en Bangladesh worden programma’s ontwikkeld om de toegang tot betere voeding te vergroten.
Deelt u de mening dat de export van ongezonde, calorierijke producten vanuit het rijke Westen mede ten grondslag ligt aan deze obesitas-problematiek? Zo ja, kunt u meer duidelijkheid verschaffen omtrent de export van ongezonde, calorierijke producten vanuit Nederland naar ontwikkelingslanden?
Naar mijn mening zijn voedselproducten zijn niet intrinsiek gezond of ongezond. De caloriewaarde van producten is niet de enige factor die van belang is bij de problematiek rond obesitas. Zoals ook het World Disasters Report benoemt wordt de toename van obesitas in ontwikkelingslanden veroorzaakt door een veelvoud van factoren die samenhangen met veranderende levensstijlen. Het is bekend dat toenemende welvaart in ontwikkelingslanden gepaard kan gaan met een verandering in levensstijl met meer calorierijk voedsel en minder lichaamsbeweging. Het is daarom belangrijk dat er lokaal beleid ontwikkeld wordt dat de kennis over voeding en gezondheid bij consumenten bevordert.
Rabiate islamitische Jodenhaat op de staatstelevisie van het Als 'gematigd' bekend staande emiraat Koeweit |
|
Geert Wilders (PVV), Wim Kortenoeven (PVV) |
|
|
|
|
Kent u het MEMRI-filmverslag/rapport «Kuwaiti Preacher Sheik Nayef Hajjaj Al-Ajami: Allah Transformed the Jews, the «Scum of Mankind,» into Apes and Pigs»?1
Ja.
Wat vindt u ervan dat de Joden (zowel die in het verleden als die in onze tijd) hier collectief worden afgeschilderd als de vijanden van de moslims, als de vervalsers van het woord van Allah, als een ondankbaar en boosaardig volk, als de aanbidders van het gouden kalf, als de moordenaars van profeten, als de vijanden van de «goddelijke profetieën» en als het schorem van de mensheid, die de vervloeking en boosheid van Allah hebben opgewekt en die door Allah werden veranderd in apen en zwijnen en in aanbidders van taghut (o.a. afgoden)?
Ik laat de uitingen voor rekening van de heer Al-Ajami.
Neemt u met kracht afstand van deze antisemitische ophitsing en bent u bereid dat zo spoedig mogelijk in bi- en multilateraal verband ter kennis te brengen aan de regering van Koeweit en de Tweede Kamer t.z.t. te informeren over de Koeweitse reactie? Zo nee, waarom niet?
Het is niet aan de Nederlandse regering om afstand te nemen van uitlatingen van een Koeweiti sheikh. De Nederlandse overheid respecteert de vrijheid van meningsuiting van individuen in andere landen. Uit navraag door de Nederlandse ambassade in Koeweit is gebleken dat de Koeweiti overheid niets te maken heeft met de uitlatingen van de heer Al-Ajami. Ik zal daarom geen formeel protest aantekenen bij de Koeweiti regering.
Nieuwe problemen met de JSF |
|
Arjan El Fassed (GL) |
|
|
|
|
Kent u het bericht «Trillion-Dollar Jet Has Thirteen Expensive New Flaws» (13 december 2011)?1
Ja.
Bent u bekend met het onderzoek dat in opdracht van Frank Kendall, in het Pentagon verantwoordelijk voor materieelaankoop, is uitgevoerd en het rapport «F-35 Joint Strike Fighter: Concurrency Quick Look Review» van 29 november 2011 dat onlangs is uitgelekt via POGO (Project on Government Oversight)?2
Ja, de Verenigde Staten hebben het rapport beschikbaar gesteld aan de partnerlanden van het F-35 programma.
Hoe beoordeelt u de lijst met mankementen die Kendall en zijn panel constateren?
Op dit moment is de technische testfase (Developmental Testing and Evaluation, DT&E) van de F-35 gaande om technische tekortkomingen op te sporen en te herstellen voordat het toestel operationeel in gebruik wordt genomen. Ondertussen worden ook toestellen geproduceerd. Dit is bij eerdere ontwikkelingstrajecten van jachtvliegtuigen ook gebeurd, maar niet in die mate als thans het geval is. De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken doelde met zijn uitdrukking «rijden en sleutelen» op noodzakelijke aanpassingen aan reeds geproduceerde toestellen.
Het ministerie van Defensie wordt via de Nederlandse vertegenwoordiger bij het Joint Strike Fighter Program Office (JPO) in Washington DC geïnformeerd over de voortgang van het testprogramma en geconstateerde technische tekortkomingen. Het in vraag 5 genoemde Amerikaanse rapport gaat in op in totaal dertien tekortkomingen die aanpassingen van geproduceerde toestellen noodzakelijk maken. Niet al deze probleemgebieden hebben overigens betrekking op de CTOL-versie (Conventional Take-off and Landing)van de F-35 waarvoor Nederland belangstelling heeft. De belangrijkste voor Nederland relevante tekortkomingen zijn reeds aan de Kamer gemeld, onder meer in de jaarrapportage Vervanging F-16 over 2010 (Kamerstuk 26 488 nr. 258) en de brief van 25 mei 2011 (Kamerstuk 26 488 nr. 271).
Bij de aanvang van het JSF-programma werd er volgens het Amerikaanse rapport op goede gronden van uitgegaan dat door de grootschalige toepassing van computersimulaties de ontwikkeling van de F-35 anders zou verlopen dan eerdere ontwikkelingstrajecten. Deze verwachting blijkt volgens het rapport te optimistisch te zijn geweest. Ik constateer dat er belangrijke technische tekortkomingen zijn geconstateerd, maar tevens dat er ook maatregelen worden genomen ter opheffing daarvan. Deze maatregelen onderstrepen de vastberadenheid van de Amerikaanse overheid om van de JSF een succes te maken.
Is de in het rapport gebruikte kwalificatie «classified deficiency» gerelateerd aan problemen rond stealth? Klopt het dat de JSF toch niet zo onzichtbaar zal zijn voor radars als Lockheed Martin heeft gezegd dat de JSF zal zijn?
Ik kan niet ingaan op gerubriceerde informatie.
Klopt het dat veel problemen te maken hebben met wat de staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken op 6 december 2011 tijdens het mondelinge vragenuur in afwezigheid van de minister van Defensie noemde «rijden en sleutelen»? Hoe beoordeelt u het functioneren van «rijden en sleutelen» na het lezen van het rapport «F-35 Joint Strike Fighter: Concurrency Quick Look Review» van 29 november 2011?
Zie antwoord vraag 3.
Deelt u de mening dat het onderzoek in opdracht van Kendall aantoont dat de hoeveelheid mankementen op dit moment in dezelfde mate voorkomen als dat in de beginfase van de ontwikkeling van een gevechtsvliegtuig? Hoe beoordeelt u het feit dat bij het testen is geconstateerd dat er maar liefst 725 veranderingen in het design zijn aangebracht terwijl nieuwe toestellen al uit de fabriek kwamen?
Het Amerikaanse rapport stelt dat het aantal tekortkomingen bij de F-35 meer lijkt op die van eerdere vliegtuigontwikkelingsprogramma’s dan verwacht. Ik heb geen aanleiding deze constatering ter discussie te stellen. Het is overigens gebruikelijk dat in een vroeg stadium van de ontwikkeling de meeste mankementen worden geconstateerd. Voor dat doel is binnen het F-35 programma ook een uitgebreid test- en evaluatieprogramma opgezet. Dat is eveneens de reden waarom in de LRIP-1 en LRIP-2 productieseries relatief de minste toestellen zijn besteld.
Minister Panetta heeft op 26 januari jl. aangekondigd dat de Verenigde Staten de komende jaren minder toestellen zullen af nemen teneinde de aanpassingskosten van de toestellen na aflevering te beperken. De Amerikaanse bestelreeks zal pas begin februari bekend zijn na de indiening van de Amerikaanse defensiebegroting voor het fiscale jaar (Fiscal Year)2013 dat begint op 1 oktober 2012. Overigens verschillen de omvang van de noodzakelijke veranderingen aan de toestellen en de mogelijke gevolgen van de geconstateerde tekortkomingen. Een deel van de gebreken zal reeds op de productielijn worden hersteld. De resterende aanpassingen kunnen na aflevering van de toestellen worden uitgevoerd op een moment dat past in het onderhoudsschema.
Klopt het dat ook in de VS wordt gesproken over langer doorvliegen met bestaande toestellen en dat de firma Boeing daartoe zelfs plannen heeft ingediend?
Evenals Nederland dienen de Verenigde Staten langer door te vliegen met de bestaande vloot jachtvliegtuigen. Vanwege de vertragingen bij de F-35 heeft de Amerikaanse luchtmacht onder meer besloten tot modificaties aan haar nieuwere F-16 toestellen (F-16 C/D) ter verlenging van de levensduur. Daarnaast beschikken de Amerikaanse strijdkrachten nog over andere typen jachtvliegtuigen die op termijn worden vervangen door de F-35. Voor deze toestellen wordt door de fabrikanten meegedacht over oplossingen om de levensduur te verlengen. Vanwege de gemiddelde leeftijd van sommige van deze toestellen is dat echter niet altijd mogelijk en moeten als overbruggingsmaatregel enkele nieuwe toestellen van een ouder type worden besteld. Boeing overweegt in dit verband productielijnen langer open te houden. Deze opties zijn kostbaar en de besluitvorming hierover is nog niet voltooid. Hoe dan ook staat in de Verenigde Staten de JSF als opvolger van een reeks verouderde vliegtuigtypen niet ter discussie.
Bent u bereid om nog op korte termijn verslag te doen van het JSF-programma tot nu toe om lessen te trekken uit de fouten die in het gehele programma zijn gemaakt en over de Nederlandse betrokkenheid daarbij?
De jaarrapportages van het project Vervanging F-16 doen verslag van de stand van zaken van het programma. De rapportages gaan tevens in op de belangrijkste onderkende risico’s en de maatregelen die in verband daarmee worden genomen. Na de voltooiing van het project Vervanging F-16 zal het, zoals te doen gebruikelijk bij grote projecten, worden geëvalueerd.
Kunt u deze vragen beantwoorden voor het algemeen overleg op 8 februari 2012 over de vervanging van de F-16?
Ja.
Het bewapenen van schepen voor de illegale walvisjacht door Japan met geld uit het rampenfonds voor slachtoffers van de aardbeving |
|
Esther Ouwehand (PvdD), Marianne Thieme (PvdD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het feit dat Japan geld uit het rampenfonds, dat bedoeld is voor hulp aan slachtoffers van de aardbeving, besteedt aan het subsidiëren en bewapenen van schepen voor de illegale walvisjacht?1
De Japanse regering heeft mij geïnformeerd dat gelden uit het rampenfonds niet worden aangewend voor het bewapenen van de walvisschepen. Het Japanse parlement de afgelopen tijd een aantal nationale noodhulp- en wederopbouwbudgetten heeft vastgesteld voor de door de drievoudige ramp van 11 maart jl. getroffen gebieden. Een klein deel van dit budget wordt voor zover kan worden nagegaan aangewend ter ondersteuning van de walvisvangst voor wetenschappelijke doeleinden. Verder wordt bijvoorbeeld de kust hersteld, waaraan vissershavens zijn gelegen waar ook walvis wordt aangevoerd en verwerkt.
Deelt u de mening dat het subsidiëren van illegale jacht op bedreigde walvissen in zeereservaten zeer afkeurenswaardig is? Zo nee, waarom niet?
De Nederlandse regering is tegenstander van de walvisvaart.
Hoe beoordeelt u de bewapening van Japanse walvisschepen in het licht van de internationale verdragen ter bescherming van walvissen, de reservaten en de veiligheid op zee?
Het Japanse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft mij verzekerd dat de Japanse walvisschepen niet bewapend zijn. Op de walvischepen is wel burgerpersoneel met rechtshandhavingsbevoegdheden aan boord. Hun taak is het waken over de veiligheid van de walvisvloot en hun opvarenden.
Bent u bereid om zo spoedig mogelijk officieel protest aan te tekenen bij de Japanse regering tegen het gebruiken van het hulpfonds voor het bewapenen van de illegale walvisjacht tegen milieuorganisaties? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?
Neen. Gelden uit het hulpfonds worden niet aangewend voor het bewapenen van de walvisschepen.
Kunt u uiteenzetten welke actie u heeft ondernomen naar aanleiding van het schietincident uit 2008 waarbij door een Japans walvisschip op Captain Paul Watson van Sea Shepherd Conservation Society geschoten zou zijn? Wat zijn de uitkomsten van het onderzoek dat u de Kamer destijds heeft toegezegd? Kunt u toelichten in hoeverre Japan heeft meegewerkt aan het onderzoek dan wel waarheidsvinding in de weg heeft gestaan?
Naar aanleiding van Japanse klachten over de verschillende incidenten van 3 en 7 maart 2008 heeft Nederland destijds aan beide partijen nadere informatie gevraagd. Het Japanse Institute of Cetacean Researchheeft videobeelden aangeleverd; van Paul Watson, de oprichter van SSCS, werd een brief ontvangen met een schets van de gebeurtenissen. Voor het overige verwijs ik naar het Algemeen Overleg dat de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op 21 april 2010 met de Kamer heeft gevoerd.
Deelt u de mening dat het bewapenen van walvisschepen niet bijdraagt aan de veiligheid op zee? Zo ja, bent u bereid de Japanse regering mede te delen dat Nederland geen inzet kan plegen ter bevordering van de veiligheid op zee wanneer niet-militaire Japanse schepen bewapend rondvaren tijdens de toch al illegale walvisjacht?
Walvisschepen worden niet bewapend. Nederland heeft recentelijk beide partijen opgeroepen zich te houden aan de regels en wetgeving inzake de veiligheid op zee.
Het bericht ‘Palestijn sterft door traangasgranaat’ |
|
Harry van Bommel , Emile Roemer (SP) |
|
|
|
|
Kent u het bericht «Palestijn sterft door traangasgranaat»?1
Ja.
Hebt u kennisgenomen van de beelden uit het dorpje Nabi Saleh van het van dichtbij in het gezicht afvuren van een traangasgranaat op de 28-jarige Mustafa Tamini?2
Ja.
Deelt u het oordeel van de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem dat het op personen gericht afvuren van traangasgranaten in strijd is met de «rules of engagement» en met de Israëlische wet? Indien nee, waarom niet?
Het oordeel of het handelen van Israëlische militairen strijdig is geweest met de rules of engagement en de Israëlische wet is eerst aan de Israëlische autoriteiten. De militaire politie en het IDF Central Command zijn een onderzoek gestart naar de gang van zaken.
Is het waar dat majoor Uri Sagi van het kantoor van de «legal advisor for Judea and Samaria» in july 2011 heeft verklaard «we have again clarified to the forces operating in Central Command the rules relating to firing of tear-gas canisters at persons, including the prohibition on directly firing a tear-gas canister at a person»?3
B’Tselem verklaart dat majoor Sagi deze uitspraak heeft gedaan.
Is het waar dat het vaker is voorgekomen dat gericht traangasgranaten op personen zijn afgevuurd maar dat hiervoor nog nooit een militair is veroordeeld?
Ik heb kennisgenomen van hetgeen B’Tselem hierover stelt. Hiernaar is door de ambassade navraag gedaan bij de Israëlische autoriteiten. Volgens de autoriteiten wordt elke gebeurtenis waarin een militair handelt in strijd met IDF-regelgeving, onderzocht. Indien er sprake is van verdenking van een overtreding, volgt tuchtrechtelijke of strafrechtelijke vervolging. Sinds het IDF 4,5 jaar geleden een juridische afdeling heeft opgericht speciaal voor Palestijnse aangelegenheden, is er geen militair in staat van beschuldiging gesteld voor het gebruik van traangas in strijd met de IDF regelgeving.
Bent u bereid uw afkeuring uit te spreken over het buitensporige gebruik van traangas tegen ongewapende demonstranten in het dorpje Nabi Saleh en die afkeuring over te brengen aan de Israëlische autoriteiten? Indien nee, waarom niet?
Het IDF doet momenteel onderzoek naar het voorval in Nabi Saleh. Naar aanleiding van de resultaten van dit onderzoek zal ik een nadere afweging terzake maken.
Wat is naar uw oordeel waarvan de bewering van de bewoners van Nabi Saleh dat Israël land en een waterbron in beslag heeft genomen die eigenlijk aan het Palestijnse dorp toebehoren?
Uit verschillende bronnen blijkt dat er onrust bestaat onder de bewoners van het dorp Nabi Saleh over deze waterbron.
Geheime CIA-gevangenis in Roemenië |
|
Harry van Bommel |
|
Kent u het bericht «Geheime gevangenis CIA stond in de stad»?1
Ja.
Herinnert u zich uw antwoorden op schriftelijke vragen van 7 november 2005?2
Ja.
Bent u bereid uw standpunt te herzien nu duidelijk is dat CIA-bronnen het bestaan van de gevangenis bevestigen? Zo nee, waarom niet?
Het mediabericht is gebaseerd op anonieme uitlatingen van personen die worden opgevoerd als voormalige CIA-werknemers. De Roemeense autoriteiten hebben meegedeeld dat er geen CIA-detentiecentrum is geweest. Zij wijzen hierbij tevens op eerder grondig onderzoek van de Raad van Europa. De Roemeense autoriteiten hebben ook aangegeven medewerking te zullen verlenen aan hernieuwd onderzoek, indien de Raad van Europa daar op basis van de recente mediaberichten aanleiding toe ziet. Tegen deze achtergrond zie ik geen aanleiding aan te dringen op aanvullend internationaal onderzoek.
Zo ja, bent u dan alsnog bereid te pleiten voor een internationaal onderzoek onder auspiciën van de VN naar het netwerk van geheime gevangenissen en naar de beschuldigingen van het martelen van de gevangenen?
Zie antwoord vraag 3.
De visumverlening door de Indiase autoriteiten |
|
Frans Timmermans (PvdA) |
|
|
|
|
Is u bekend dat het voorkomt dat Nederlanders die via de Indiase ambassade in Den Haag een visum aanvragen en vervolgens ook verkrijgen voor een bezoek aan India, desondanks geen toegang krijgen tot India bij aankomst in dat land? Is u tevens bekend dat deze mensen, ondanks herhaalde navraag, op geen enkele manier uitsluitsel krijgen over de reden van de weigering toegelaten te worden tot India?
Ja.
Zo ja, heeft u inzicht in de omvang van dit probleem? Weet u hoeveel Nederlanders dit inmiddels is overkomen?
Voorts mij bekend, is dit in de afgelopen drie jaar, incidenteel twee Nederlanders overkomen. Mijn Ministerie heeft betrokkenen gezegd dat de Indiase ambassade bereid is hen uitleg te geven waarom zij, ondanks eerder in het bezit te zijn gesteld van een visum, niet zijn toegelaten tot India. Volgens onze informatie heeft één betrokkene hiervan gebruik gemaakt en heeft hij van de Indiase ambassade uitleg gekregen.
Indien u de omvang niet kent, bent u dan bereid hierover bij reisorganisaties navraag te doen? Zo ja, wilt u dan de informatie met de Kamer delen? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 2.
Indien zou blijken dat dit inderdaad geen incidenten zijn, maar het vaker voorkomt, bent u dan bereid bij de Indiase autoriteiten navraag te doen over de reden voor dit beleid en er tevens op aan te dringen het beleid te wijzigen?
Als mocht blijken dat het zou gaan om een stelselmatig verschijnsel, zal ik dat bilateraal en via de EU met de Indiase autoriteiten bespreken.
Deelt u de mening dat, hoewel landen krachtens internationaal recht het soevereine recht hebben vreemdelingen al dan niet toegang tot hun grondgebied te verschaffen, de praktijk om eerst visa te verstrekken en vervolgens zonder opgaaf van reden toegang te weigeren, in strijd is met internationaal gangbare gebruiken?
Ja.
Zo ja, deelt u dan tevens de mening dat Nederland en de EU landen die zich aan deze praktijk bezondigen ten aanzien van Nederlanders daarop moeten aanspreken?
Ja.
Bent u dan bereid India bilateraal en via de EU hierop aan te spreken en beëindiging van deze praktijk te bepleiten? Zo nee, waarom niet?
Zie mijn antwoord op vraag 4.
Onregelmatigheden bij de Egyptische verkiezingen |
|
Joël Voordewind (CU) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van onregelmatigheden bij de Egyptische verkiezingen, zoals het campagnevoeren en «adviseren» voor stemlokalen, wat vooral door de Moslimbroederschap en Salafisten wordt gedaan?1
Ja.
Zijn bij u nog andere onregelmatigheden bekend? Kunt u bevestigen dat deze handelingen strijdig zijn met de Egyptische kieswet en voorts met de internationale richtlijnen zoals ook door het Carter instituut worden gehanteerd? Hoe verhouden deze onregelmatigheden zich tot artikel 25 lid b van het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten? Bent u van mening dat deze praktijken de uitslag van de verkiezingen hebben beïnvloed?
Het Carter Center heeft op basis van zijn bevindingen een rapport opgesteld met geconstateerde onregelmatigheden. Het Carter Center en andere onafhankelijke waarnemers hebben echter vastgesteld dat deze onregelmatigheden niet van dien aard zijn geweest, dat zij de uitslag hebben beïnvloed.
Heeft u, al dan niet in samenspraak met uw EU-collega’s, protest aangetekend bij uw Egyptische collega? Zo nee, bent u bereid dat alsnog te doen?
De komende periode zullen inderdaad nog meer ronden verkiezingen plaatsvinden. Onafhankelijke waarnemers hebben na de eerste ronde van de parlementsverkiezingen aanbevelingen gedaan aan de Egyptische autoriteiten om onregelmatigheden in de volgende ronden te voorkomen. Ook hebben waarnemers vastgesteld dat de Egyptische autoriteiten bij geconstateerde onregelmatigheden gedurende eerdere verkiezingsronden waar mogelijk onmiddellijk hebben gehandeld om deze onregelmatigheden te corrigeren. Het Carter Center heeft in de tweede ronde verbeteringen waargenomen ten opzichte van de eerste ronde. Zowel de EU als Nederland heeft in de periode voorafgaand aan de verkiezingen gepleit voor vrije en eerlijke verkiezingen. Na geconstateerde onregelmatigheden hebben de Egyptische autoriteiten actie ondernomen om deze in de toekomst te vermijden. Ik zie daarom nu geen reden om samen met mijn EU-collega’s aan te dringen op strengere handhaving van de Egyptische kieswet.
Bent u ervan op de hoogte dat de 2e fase 14 december aanstaande aanvangt en de 3e fase op 3 januari? Bent u in dit kader bereid, al dan niet in samenspraak met uw EU-collega’s, bij de Egyptische autoriteiten op strenge handhaving aan te dringen? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 3.
Patenten |
|
Kathleen Ferrier (CDA) |
|
|
|
|
Kent u het artikel «patenten dwarsbomen ontwikkelingsprojecten»?1
Ja, daar ben ik mee bekend.
Klopt de informatie dat samenwerkingsprojecten, zoals tussen de ministeries van landbouw van Indonesië en Nederland, niets opleveren vanwege het moeten aanvragen van patenten?
Nederland werkt in veel land- en tuinbouwprojecten succesvol samen met derde landen. Deze projecten hebben betrekking op onder andere capaciteitsopbouw, duurzame productiemethoden, ketenmanagement en de implementatie van regelgeving op het gebied van kwekersrecht.
Dat het in Trouw beschreven project niet de door de onderzoekers gewenste resultaten heeft opgeleverd, heeft twee redenen die direct met elkaar verbonden zijn. Het betrof een genetisch gemodificeerd gewas, waar de verplichte veiligheidstoetsen en overige procedures die in Indonesië van toepassing zijn hoge kosten met zich meebrachten. Het risico van imagoschade en aansprakelijkheid voor een markt als Indonesië, waar maar een kleine winstmarge haalbaar is, speelde hierin ook een rol.
De tweede reden dat het project niet de gewenste resultaten opleverde, had niet te maken met de aanvraag van octrooien op de eigen uitvinding, maar met het nietkrijgen van toestemming voor het gebruik van octrooien van derden.
Het voornaamste probleem is geweest dat er te laat in het traject een analyse is gemaakt van het aantal octrooien waarvoor een licentie moest worden aangevraagd om de nieuwe vinding ook daadwerkelijk naar de markt te kunnen brengen. Doordat er niet duidelijk toestemming is gegeven door de octrooihouders, was het voor de betrokken Nederlandse groentebedrijven te riskant om de technologie over te nemen en verder te ontwikkelen.
Zo ja, kunt u hierbij aangeven in hoeverre deze problematiek wordt versterkt door administratieve lasten die het aanvragen van patenten doorgaans met zich meebrengt?
Bij octrooiaanvragen is in formele zin geen sprake van administratieve lasten omdat octrooi aanvragen geen plicht is maar een recht. Het probleem was niet zozeer het aanvragen van octrooien, maar het verkrijgen van licenties onder bestaande octrooien.
Bij algemene «transactiekosten» inzake octrooien, gaat het om alle kosten, tijd en expertise die nodig zijn voor 1) de zogenoemde Freedom To Operate (FTO) analyse waarin alle octrooien van derden die kunnen interfereren met het eigen onderzoek in kaart worden gebracht, 2) het zo nodig onderhandelen met rechthebbende octrooihouders om een licentie te verkrijgen tegen betaling van passende royalties daarvoor, en 3) in voorkomende gevallen voeren van juridische procedures om een octrooi aan te vechten of verweer te voeren tegen octrooi-inbreuk.
Klopt het dat de nodige kennis over het aanvragen van patenten en intellectueel eigendom ontbreekt op Nederlandse ministeries, bij onderzoekers en beleidsmakers en dat daardoor lang onzekerheid blijft bestaan over de toekomst van gestarte projecten? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke mogelijkheden ziet u om dit gebrek aan kennis te compenseren?
De benodigde kennis over octrooien is in Nederland aanwezig bij ministeries en onderzoekers. Ook ligt het probleem niet zozeer bij de kennis over het aanvragen van octrooien. Op dat gebied is de afgelopen jaren al veel vooruitgang geboekt door activiteiten van Agentschap NL-Octrooicentrum, Technologiestichting STW en de individuele universiteiten. Bij de universiteiten zijn Technology Transfer Offices (TTO’s) opgericht en Intellectual Property Officers aangesteld. Het bewustzijn van studenten en onderzoekers op het gebied van intellectueel eigendomsrecht kan verhoogd worden.
Op welke manier kan in de toekomst worden voorkomen dat potentieel succesvolle samenwerkingsprojecten stuklopen op de aanvraag van patenten?
Voor de omgang met octrooien is van groot belang dat bij de start van een samenwerkingproject een inventarisatie van eventueel relevante octrooien van derden wordt gedaan. Daarna moet duidelijk zijn welke licenties er moeten worden aangevraagd en hoe eventuele bescherming van intellectueel eigendom van de eigen resultaten kan plaatsvinden.
Deze positie op het gebied van octrooien moet voor of zo spoedig mogelijk na de start van het onderzoek worden bepaald omdat dan duidelijk wordt of het onderzoek nog wel nodig is, gelet op de stand van de techniek en of, en zo ja, op welke wijze (bijvoorbeeld via licenties) rekening gehouden moet worden met beschermende rechten van derden.
Bent u bereid de Kamer te infomeren over uw standpunt ten aanzien van de belangrijkste conclusies van het aangehaalde internationale onderzoek en de relevantie van de conclusies voor het Nederlandse beleid op het gebied van ontwikkelingssamenwerking?
Ik zal, samen met de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, de Tweede Kamer voor de zomer 2012 nader informeren. Dan zullen wij ingaan op de belangrijkste conclusies en aanbevelingen van het rapport «Harnessing Intellectual Property Rights for Development Objectives», waar het artikel in Trouw betrekking op heeft, en de relevantie daarvan voor het Nederlandse beleid ten aanzien van ontwikkelingssamenwerking.
Het in Saoedi-Arabische schoolboeken zaaien van haat en aanzetten tot geweld tegen Joden, christenen, 'ongelovigen' en geloofsafvalligen |
|
Wim Kortenoeven (PVV), Geert Wilders (PVV) |
|
|
|
|
Hoe beoordeelt u het rapport van het Middle East Media Research Institute (MEMRI) getiteld «Saudi Textbook: The Enmity between the Muslims and the Jews Is Everlasting»1; het rapport van het Hudson Institute getiteld «Ten years on – Saudi Arabia’s Textbooks Still Promote Religious Violence»2; het hoofdstuk over Saoedi-Arabië in het laatste rapport (2011) van de United States Commission on International Religious Freedom3 en het nieuwsartikel «Saudis export anti-Christian and anti-Jewish textbooks across the world: report»?4
De publicaties bevestigen een zorgelijk beeld van godsdienstvrijheid in Saoedi-Arabië.
Op welke religieuze en/of ideologische uitgangspunten is het zaaien van haat en het aanzetten tot geweld tegen Joden, christenen, «ongelovigen» en geloofsafvalligen in Saoedi-Arabische schoolboeken gebaseerd en kunnen die uitgangspunten naar uw mening worden gedeactiveerd of weggenomen? Zo ja, hoe kan dat door u worden bevorderd?
In de boeken wordt verwezen naar enkele laat Middeleeuwse islamitische geleerden. Nederland wijst zowel bilateraal als middels de EU
Saoedi-Arabië bij herhaling op de door haar aangegane internationaalrechtelijke verplichtingen die haaks staan op deze uitgangspunten.
Is het Saoedische curriculum op enig punt strijdig met internationale verplichtingen van Saoedi-Arabië?
Mede naar aanleiding van internationale zorgen werkt de Saoedische overheid aan verbetering van het onderwijssysteem. Op aanwijzing van de koning wordt in Saoedi-Arabië de laatste jaren meer aandacht besteed aan tolerantie en interreligieuze dialoog binnen het onderwijs. In 2007 is de Saoedische regering gestart met een meerjarig project m.b.t. de revisie van leerboeken, curricula en onderwijsmethoden om tolerantie te bevorderen en beledigende inhoud t.a.v. andere religies te verwijderen. De implementatie hiervan is echter nog niet afgerond.
Welke maatregelen worden er genomen om te voorkomen dat haat en geweld predikende onderdelen van het Saoedische curriculum naar mohammedaanse gemeenschappen in Nederland worden geëxporteerd?
Nederlandse kinderen volgen onderwijs binnen het Nederlandse onderwijsstelsel.
Wat heeft Nederland tot nu toe in bilateraal opzicht en in internationale organisaties ondernomen en wat gaat u thans ondernemen om de Saoedische regering ertoe te bewegen het curriculum te laten zuiveren van het zaaien van haat en het aanzetten tot geweld tegen Joden, christenen, «ongelovigen» en geloofsafvalligen? En wat was het resultaat van eventuele eerdere demarches van uw kant?
Nederland roept de Saoedische overheid bilateraal, in EU- en in VN-verband op tot het respecteren van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst. Verder heeft Nederland in het verleden een constructieve bijdrage geleverd aan de VN «Universal Periodic Review» van Saoedi-Arabië, waarin onder andere de discriminatie van religieuze minderheden aan de orde is gesteld. Ook is een bezoek van de Mensenrechtenambassadeur aan Saoedi-Arabië gepland voor februari 2012 met als doel het voortzetten van de dialoog op het gebied van mensenrechten. Tijdens zijn bezoek zal de mensenrechtenambassadeur aandacht vragen voor godsdienstvrijheid en vrijheid van meningsuiting.
Wilt u deze vragen voor de gewenste duidelijkheid ieder afzonderlijk beantwoorden?
Ja.
De Nederlandse voordracht van Ad Melkert bij de internationale arbeidsorganisatie ILO |
|
Johan Driessen (PVV) |
|
|
|
|
Deelt u bij nader inzien de mening dat Ad Melkert, die op 24 april 2002 zei: «Als je flirt met Fortuyn, dan gebeurt er in Nederland straks hetzelfde als in Frankrijk. Daar zijn ze wakker geworden met Le Pen, straks worden wij wakker met Fortuyn», wel de laatste is over wie gezegd kan worden dat «hij de sociale dialoog een warm hart toedraagt en in staat is bruggen te slaan»?1
De heer Melkert is een goede kandidaat voor de positie van Directeur-Generaal van de ILO. De sociale partners zijn nauw betrokken geweest bij de afweging om de heer Melkert te kandideren. Zij steunen de kandidaatstelling. De ILO is een belangrijke VN-organisatie, die ook relevant is voor Nederland.
Deelt u de mening dat er al veel te veel oud-politici van de Partij van de Arbeid aan lucratieve baantjes zijn geholpen?
Zie antwoord vraag 1.
Bent u bereid de kandidatuur van Ad Melkert voor de functie van directeur-generaal van de ILO vandaag nog in te trekken? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 1.
Afghaanse president Karzai |
|
Mariko Peters (GL) |
|
|
|
|
Bent u op de hoogte van de berichtgeving in onder andere The Independent1 over de plannen van Karzai om ook na 2014 aan de macht te blijven in Afghanistan?
Ja.
Hoe beoordeelt u de berichtgeving? Bent u bekend met het rapport van de Duitse inlichtingendienst BND waarop de berichtgeving zich baseert? Heeft u contact gehad met de Duitse autoriteiten hierover? Hebben de Nederlandse inlichtingendiensten hierover contact gehad met de BND?
President Karzai stelde zelf in zijn afsluitende toespraak tijdens de loya jirga op 19 november dat hij na 2014 niet meer aan de macht zal zijn (zie ook vraag/antwoord 3). Ik kan geen informatie verschaffen over rapporten van de Duitse inlichtingendienst BND. Ook over informatie die tussen inlichtingendiensten wordt gewisseld, kan geen mededelingen worden gedaan.
Deelt u de zorgen over de berichten dat Karzai niet bereid is zich terug te trekken uit de Afghaanse politiek na 2014, wanneer zijn grondwettelijke maximale termijn als president afloopt? Deelt u de zorgen dat dit het vertrouwen van de Afghanen in democratie en goed bestuur verder doet afnemen?
Volgens de Afghaanse grondwet is het mandaat van een president beperkt tot maximaal twee termijnen, waarna hij af moet treden. Tijdens de loya jirga gaf president Karzai aan na 2014 niet meer aan de macht te zullen zijn. Ik stel de opheldering die de president heeft verschaft omtrent deze kwestie op prijs.
Bent u bereid zelfstandig en in EU-, VN- en NAVO-verband druk op Karzai uit te oefenen om geen pogingen te doen in strijd met de letter en geest van de huidige grondwet als president aan te blijven na 2014? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe gaat u hierin optreden?
In gesprekken met de Afghaanse regering wordt met regelmaat gewezen op het belang van de rechtsstaat en de belangrijke plaats van de grondwet hierin als basis voor het Afghaanse politieke en juridische systeem. Indien hier aanleiding toe is zal Nederland de Afghaanse regering blijven aanspreken op specifieke punten van zorg.
De uitspraken van admiraal Venlet over de Joint Strike Fighter |
|
Jasper van Dijk , Angelien Eijsink (PvdA), Wassila Hachchi (D66) |
|
|
|
|
Kent u de uitspraken van de admiraal Venlet over de problemen met de JSF in het artikel «JSF’s build and test was «Miscalculation» Adm. Venlet says: production must slow»?1
Ja.
Hoe oordeelt u over de constatering dat de mate van overlap tussen ontwikkelen, bouwen, testen en productie bij nader inzien een misrekening is geweest?
Bij de aanvang van het F-35 programma werd gedacht dat door de grootschalige toepassing van computersimulaties de ontwikkeling van de F-35 anders zou verlopen dan eerdere ontwikkelingstrajecten. Op grond daarvan is besloten relatief vroeg in het programma al grotere aantallen toestellen te produceren. Vice-admiraal Venlet zet in het interview uiteen dat deze benadering blijkt te leiden tot meer kosten dan oorspronkelijk verwacht. Om die reden heeft minister Panetta op 26 januari jl. aangekondigd dat de Verenigde Staten de komende jaren minder toestellen zullen afnemen teneinde de aanpassingskosten van de toestellen na aflevering te beperken.
Op grond van de beschikbare informatie heeft Defensie steeds het standpunt van het Pentagon gedeeld. Tijdens de hoorzitting van april 2009 zijn ervaringen besproken met eerdere ontwikkelingstrajecten van wapensystemen. Op dat moment was er nog geen reden aan te nemen dat de programmaopzet gewijzigd moest worden.
Is het u bekend dat de Amerikaanse rekenkamer U.S. Government Accountability Office (GAO) al enige jaren waarschuwt dat er in een JSF project een risico wordt genomen met het overlappen van ontwikkelen, bouwen, testen en productie? In welke mate zijn deze zorgen van GAO binnen het JSF Program office (JPO) besproken?
Het GAO heeft de afgelopen jaren gewezen op risico’s als gevolg van de overlap van ontwikkeling, bouw, testen en productie. Deze waarschuwing komt terug in de Monitor over het project vervanging F-16 van de Algemene Rekenkamer over het jaar 2009 (Kamerstuk 31 200, nr. 14). In de bestuurlijke reactie op deze GAO-rapporten heeft het Amerikaanse Ministerie van Defensie (waar het JPO deel van uitmaakt), zoals uiteengezet in het antwoord op vraag 2 en 6, steeds gesteld dat de ontwikkeling van de F-35 vooral door de grootschalige toepassing van computersimulaties anders zou verlopen dan eerdere ontwikkelingstrajecten. In de reactie op het GAO rapport van 12 mei 2011 (Kamerstuk 26 488, nr. 269) wordt daarnaar verwezen. Defensie heeft op grond van de beschikbare informatie steeds het standpunt van het Pentagon gedeeld. Naar de huidige inzichten, op grond van de uitvoering van ongeveer 20 procent van het testprogramma, blijkt dat de ontwikkeling van de F-35 minder afwijkt van eerdere progamma’s dan verwacht.
Welke conclusies zijn er door u binnen het JPO getrokken op basis van de waarschuwingen van de Amerikaanse rekenkamer?
Zie antwoord vraag 3.
Welke conclusies zijn er door u getrokken uit de eveneens door de Nederlandse Algemene Rekenkamer (ARK) gedane waarschuwingen over de risico’s die genomen worden met het overlappen van ontwikkelen, bouwen, testen en productie?
Zie antwoord vraag 3.
Welke rol hebben de waarschuwingen van de deskundigen over het risico van de overlap tussen ontwikkelen, testen en produceren, geuit tijdens de hoorzitting van april 2009, gespeeld in het verdere besluitvormingsproces met betrekking tot de Nederlandse deelname in de JSF ontwikkeling?
Zie antwoord vraag 2.
Wat zijn de extra bijkomende kosten voorkomend uit de nu geconstateerde gebreken voor het in aanbouw zijnde eerste Nederlandse testtoestel dat volgens planning in augustus 2012 geleverd gaat worden?
Voor wiens rekening zullen extra bijkomende kosten voor het in aanbouw zijnde eerste Nederlandse testtoestel komen?
Wat zijn de extra bijkomende kosten voorkomend uit de nu geconstateerde gebreken voor het tweede Nederlandse testtoestel dat volgens planning in maart 2013 geleverd gaat worden?
Voor wiens rekening zullen extra bijkomende kosten voor het tweede Nederlandse testtoestel komen?
Wat zijn de gevolgen van de benodigde aanpassingen voor de totale aanschafprijs van het eerste Nederlandse testtoestel?
Wat zijn de gevolgen van de benodigde aanpassingen voor de totale aanschafprijs van het tweede Nederlandse testtoestel?
Is het u al bekend wat de gevolgen van de huidige problemen zullen zijn voor de wijze waarop het JSF programma zal worden aangepast? Zo nee, op welke termijn verwacht u duidelijkheid over de verdere planning in het JSF project?
Zoals toegezegd in de brief van 1 juli 2011 (Kamerstuk 26 488, nr. 275) zal ik u informeren over de Amerikaanse besluitvorming zodra die gereed is. Naar verwachting zal begin februari duidelijkheid ontstaan over de Amerikaanse productieaantallen in de komende jaren. Over de planning van de ontwikkelingsfase zal naar verwachting in de weken daarna een besluit vallen. De Verenigde Staten zullen de partners informeren over de voortgang daarvan. Minister Panetta heeft op 26 januari jl. reeds aangekondigd dat de Verenigde Staten de komende jaren minder toestellen zullen afnemen teneinde de aanpassingskosten van de toestellen na aflevering te beperken.
Een Nederlands besluit over de vervanging van de F-16 wordt overgelaten aan een volgend kabinet. Naar verwachting zullen de eerste productietoestellen niet voor 2019 bij het Commando luchtstrijdkrachten instromen. Risico’s veroorzaakt door de gelijktijdige ontwikkeling en productie van de F-35 zullen tegen die tijd (2019) aanzienlijk zijn afgenomen omdat de ontwikkeling dan nagenoeg zal zijn voltooid.
Is binnen het JPO al gesproken over een aanpassing van de planning in het JSF project?
Zie antwoord vraag 13.
Op welke wijze zult u de Kamer informeren over de gewijzigde planning in het JSF project?
Zie antwoord vraag 13.
Kunt u een geactualiseerd overzicht geven van de door de partnerlanden geplande aantallen toestellen? Kunt u een geactualiseerd overzicht geven van de door de partnerlanden geplande bestellingen?
Jaarlijks geven de partnerlanden in het najaar hun aangepaste planningsreeksen door aan het JPO. Deze reeksen worden gebruikt voor de herijking van de financiële reeksen die ten grondslag liggen aan de onder meer door Nederland ontvangen financiële informatie ten behoeve van de jaarrapportage. Zoals uiteengezet bij de beantwoording van vraag 13, 14 en 15 zal pas begin februari duidelijkheid ontstaan over de Amerikaanse planning. In Italië worden op dit moment bezuinigingsmaatregelen uitgewerkt. Daarbij wordt ook het aantal aan te schaffen F-35 toestellen opnieuw vastgesteld. In de jaarrapportage wordt het actuele overzicht van de planningreeksen opgenomen.
Op dit moment zijn de volgende aantallen toestellen besteld:
Turkije heeft onlangs besloten twee toestellen aan te schaffen in de LRIP-7 productieserie. Noorwegen heeft besloten vier toestellen in de LRIP-8 productieserie te bestellen. Verder zijn er twee niet-partnerlanden die concrete stappen hebben gezet; Israel heeft een eerste bestelling van negentien toestellen gedaan en de Japanse regering heeft besloten een eerste serie van 42 toestellen te bestellen.
Een Israëlisch wetsvoorstel ten aanzien van inkomsten van organisaties die donaties ontvangen van buitenlandse statelijke entiteiten |
|
Alexander Pechtold (D66), Wassila Hachchi (D66) |
|
|
|
|
Klopt het dat de Nederlandse regering opheldering heeft gevraagd aan en haar zorgen heeft geuit bij de Israëlische regering over twee wetsvoorstellen die de buitenlandse subsidiëring van Israëlische mensenrechten- en vredesorganisaties aan beperkingen zou onderwerpen?1 Zo ja, wat was de precieze aard en inzet van deze interventie? Hoe heeft de Israëlische regering erop gereageerd?
De regering heeft zorg geuit over bedoelde wetsvoorstellen. Daarbij is zowel gewezen op de potentiële beperking van democratische grondrechten als op mogelijke imagoschade voor Israël. Van Israëlische zijde werd hiervan goede nota genomen en de Israëlische procedure inzake initiatiefwetgeving uiteengezet.
Klopt het dat internationale pressie ertoe heeft geleid dat de Israëlische premier Netanyahu de betreffende wetsvoorstellen heeft bevroren, nadat het Ministeriële Comité voor Wetgeving de voorstellen eerder had geaccordeerd?2
Voorgenomen wetgevingsprocessen zijn inderdaad bevroren. Ik treed niet in de overwegingen van de Israëlische premier die daartoe geleid hebben.
Is het waar dat de EU-Ambassadeur in Israël, Standley, pressie heeft uitgeoefend om de Israëlische regering ertoe te bewegen de wetsvoorstellen te schrappen? Zo ja, verwelkomde en steunde u deze pressie?
De EU-ambassadeurs dragen het standpunt uit zoals besproken in EU-verband.
Heeft u vernomen dat de Israëlische procureur-generaal Weinstein de wetsvoorstellen «disproportioneel en onconstitutioneel» heeft genoemd en erop gericht de meningsuiting te onderdrukken?3 Wat is uw reactie daarop?
De regering volgt het Israëlische debat aandachtig, maar onthoudt zich van commentaar op individuele uitspraken die in dat kader in Israël worden gedaan.
Klopt het dat Nederland in EU-verband een leidende rol vervult bij de bescherming van mensenrechtenverdedigers en in dat kader proactief en coördinerend optreedt bij het monitoren en tegengaan van wetsvoorstellen en wetgeving in Israël die een bedreiging vormen voor de positie en vrijheden van mensenrechten- en vredesactivisten en hun organisaties? Kunt u dit toelichten?
De Nederlandse ambassade heeft in het kader van de taakverdeling tussen EU-delegatie en lidstaten de rol op zich genomen van «focal point human rights defenders». In het kader van de EU-strategie voor mensenrechtenverdedigers organiseert de post onder andere een jaarlijks evenement ten behoeve van mensenrechtenverdedigers.
Is het waar dat de indieners van de eerder genoemde wetsvoorstellen op verzoek van premier Netanyahu deze voorstellen in een nieuw wetsvoorstel hebben geïntegreerd?4
Er is een nieuw voorstel voor initiatiefwetgeving dat de kern van de twee eerder genoemde voorstellen combineert.
Zo ja, klopt het dat dit wetvoorstel voorziet in een totaalverbod op buitenlandse subsidiëringen van bepaalde maatschappelijke organisaties? Welke handelingen of uitlatingen van organisaties resulteren in dit verbod?
Nee, dit wetsvoorstel voorziet niet in een totaalverbod. Wel wordt een bepaalde mate van regulering beoogd van organisaties die als politieke NGO’s worden gedefinieerd.
Het wetgevingsproces in Israël wat betreft initiatiefwetten is zodanig complex en veranderlijk, dat het op dit moment niet zinvol is op de details van de verschillende initiatiefwetsvoorstellen in te gaan.
Klopt het dat dit wetvoorstel voorziet in een belasting van 45 procent op buitenlandse overheidssteun aan maatschappelijke organisaties die geen financiële steun van de Israëlische overheid ontvangen? Zo ja, is het waar dat een dergelijke belasting tot gevolg zou hebben dat belangrijke internationale donoren, waaronder de EU en haar lidstaten, hun subsidiëring van Israëlische mensenrechten- en vredesorganisaties zouden moeten staken, omdat zij op basis van regelgeving en richtlijnen geen subsidies mogen verstrekken die fiscaal belast worden?
Er zijn inderdaad een of meer voorstellen voor initiatiefwetgeving die voorzien in een dergelijke belastingheffing. Een dergelijke belastingheffing zou gevolgen kunnen hebben voor de buitenlandse financiering van Israëlische NGO’s.
Klopt het dat dit wetsvoorstel voorziet in de mogelijkheid dat de Israëlische minister van Financiën en de parlementaire commissie voor Financiën ontheffing kunnen verlenen voor deze belasting, waardoor zij feitelijk justitieel gezag zouden verwerven over maatschappelijke organisaties die juist tot taak hebben om de uitvoerende en wetgevende macht te controleren? Wat is uw reactie daarop?
Het is inderdaad initiatiefwetgeving die voorziet in een dergelijke discretionaire bevoegdheid. Gezien de onzekere uitkomsten van het wetgevingsproces acht ik commentaar op de diverse voorliggende wetsvoorstellen op dit moment niet zinvol.
Klopt het dat Israëlische nederzettingenorganisaties die private buitenlandse donaties en/of financiële steun van de Israëlische overheid ontvangen, buiten het bereik van dit wetsvoorstel vallen? Zo ja, wat is daarop uw reactie?
Het initiatiefwetsvoorstel voorziet in een dergelijk onderscheid. Ook hier geldt dat het oordeel van de regering afhankelijk is van de uitkomst van het wetgevingsproces.
Wat is uw reactie op berichten dat de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Clinton en de Amerikaanse ambassadeur in Israël Shapiro met ontzetting hebben gereageerd op deze ontwikkelingen?5
Daar neem ik kennis van.
Indien het wetsvoorstel wordt aangenomen, heeft de Nederlandse regering dan nog de mogelijkheid om alle Israëlische mensenrechten- en vredesorganisaties te blijven financieren die op dit moment Nederlandse subsidie ontvangen? Zo nee, welke mensenrechten- of vredesorganisaties zouden niet langer in aanmerking komen voor subsidiëring door Nederland?
Het kabinet wil niet vooruitlopen op de uiteindelijke wetgeving. Pas wanneer de inhoud daarvan bekend is, kan men vaststellen of deze gevolgen heeft voor de subsidierelaties die Nederland onderhoudt.
Kloppen berichten dat het Ministeriële Comité voor Wetgeving of de Israëlische regering zich op zeer korte termijn over het aangepaste wetsvoorstel zullen buigen? Zo ja, bent u bereid om nog voordat dit gebeurt via de bilaterale relatie en via de EU druk uit te oefenen op de Israëlische regering om de onafhankelijkheid van maatschappelijke organisaties te waarborgen?
Het is niet bekend wanneer de voorstellen voor initiatiefwetgeving voor definitieve stemming aan de Knesset voorliggen. Dat laat onverlet dat de EU-delegatie en de ambassades van diverse lidstaten in hun reguliere contacten met Israël het eerder genoemde standpunt zullen blijven uitdragen.
Zou u willen streven naar beantwoording van deze vragen voordat het Ministeriële Comité voor Wetgeving, c.q. de Israëlische regering, zich over het aangepaste wetsvoorstel buigen?
Ja.
Het bericht dat Japan ongeveer 28,5 miljoen dollar uit het noodfonds besteedt aan subsidiëring van de Japanse walvisvloot |
|
|
|
|
Klopt het bericht dat Japan ongeveer 28,5 miljoen dollar uit het noodfonds, bedoeld voor de slachtoffers van de aardbeving, tsunami en nucleaire crisis, besteedt aan subsidiëring van de Japanse walvisvloot?1
Het Japanse parlement heeft de afgelopen tijd een aantal nationale noodhulp- en wederopbouwbudgetten aangenomen voor de door de drievoudige ramp van 11 maart jl. getroffen gebieden. Een klein deel van dit budget wordt naar verluidt aangewend ter ondersteuning van de walvisvangst voor wetenschappelijke doeleinden. Verder wordt bijvoorbeeld de kust hersteld, waaraan vissershavens zijn gelegen waar ook walvis wordt aangevoerd en verwerkt.
Kunt u aangeven in hoeverre deze gelden door buitenlandse donoren, waaronder Nederland, zijn opgebracht en/of Japan door besteding van buitenlandse gelden in de door de aardbeving getroffen gebieden de walvisvloot kon subsidiëren?
Deze budgetten zijn uitsluitend gebaseerd op Japanse overheidsfondsen, niet op donaties van andere landen of internationale instellingen.
Hoe beoordeelt u deze keuze van de Japanse overheid, mede gezien de geïsoleerde positie die Japan internationaal inneemt ten aanzien van de walvisvaart?
Ik dring er bij Japan steeds op aan zich aan te sluiten bij die landen die de walvisvangst hebben afgezworen. De internationale gemeenschap is hierover verdeeld, hetgeen in de jaarlijkse bijeenkomsten van de Internationale Walvis Commissie tot uitdrukking komt. Binnen die organisatie moet naar een oplossing worden gezocht waarvoor Nederland zich al sinds jaar en dag constructief inzet.
Bent u bereid, zowel bilateraal als in EU-verband, een krachtig protest te laten horen tegen deze beslissing en Japan te bewegen om deze hulpgelden in te zetten voor een duurzame vorm van levensonderhoud voor de getroffen bevolking?
Zie het antwoord op vraag 2 en 3.