Kamervraag 2026Z06392

Het bericht dat de Verenigde Naties slavenhandel als ergste misdaad tegen de menselijkheid ooit bestempelt

Ingediend 27 maart 2026
Beantwoord 23 april 2026 (na 27 dagen)
Indiener Mikal Tseggai (PvdA)
Beantwoord door Berendsen , Pieter Heerma (CDA), Rob Jetten (D66)
Onderwerpen bestuur internationaal organisatie en beleid parlement recht strafrecht
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z06392.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1744.html
  • Vraag 1
    Kent u het bericht dat de Verenigde Naties (VN) slavenhandel als ergste misdaad tegen de menselijkheid ooit bestempelt?1 Zo ja, wat vindt u van dit bericht?

    Ja. Het kabinet is bekend met de betreffende VN-resolutie. Het kabinet onderstreept het grote belang van blijvende internationale aandacht voor het slavernijverleden en de trans-Atlantische slavenhandel. Daarbij wordt volledig erkend dat hiermee een immens onrecht is aangedaan aan tot slaaf gemaakten en dat de gevolgen daarvan tot op de dag van vandaag doorwerken in de vorm van onder meer racisme, discriminatie en ongelijkheid.
    Nederland heeft dit ook expliciet erkend door het aanbieden van excuses in 2022 door de Minister-President en in 2023 door de Koning. Sindsdien wordt langs een brede agenda gewerkt aan erkenning, herdenking, en een beter begrip van de doorwerkingen van het slavernijverleden.
    Anderzijds bevat de resolutie ook onderdelen waar principiële en juridische bezwaren tegen bestaan, waaronder het aanbrengen van een hiërarchie in misdrijven tegen de menselijkheid, het toepassen van internationaal recht met terugwerkende kracht en de juridische implicaties die daaraan worden verbonden. Door middel van een onthouding inclusief stemverklaring heeft het kabinet zowel zijn betrokkenheid bij het onderwerp als zijn bezwaren tegen specifieke onderdelen duidelijk gemaakt.

  • Vraag 2
    Klopt het dat Nederland zich heeft onthouden van stemming? Zo ja, waarom?

    Ja. het kabinet heeft zich, samen met 51 andere landen waaronder alle EU lidstaten, onthouden van stemming over deze resolutie.
    Deze keuze is gemaakt omdat de resolutie enerzijds elementen bevat die het kabinet onderschrijft: Nederland erkent de bijzondere ernst van het slavernijverleden en de trans-Atlantische slavenhandel, evenals de doorwerking daarvan in het heden. Het kabinet zet zich in voor
    blijvende aandacht voor dit verleden, onder meer via erkenning en herdenken en een beter begrip van de doorwerkingen van het slavernijverleden. Dat doet het kabinet bijvoorbeeld door middel van maatschappelijke dialoog, aanpassingen in het onderwijs en de bestrijding van racisme en discriminatie. Anderzijds bevat de resolutie ook onderdelen waar wij principiële en juridische bezwaren tegen hebben, waaronder het aanbrengen van een hiërarchie in misdrijven tegen de menselijkheid, het toepassen van internationaal recht met terugwerkende kracht en de juridische implicaties die daaraan worden verbonden. Zowel betrokkenheid bij het onderwerp als de bezwaren tegen specifieke onderdelen zijn door middel van een onthouding inclusief stemverklaring duidelijk gemaakt.

  • Vraag 3
    Bent u het eens met de stelling dat van landen met een koloniaal verleden en directe betrokkenheid bij (trans-Atlantische) slavenhandel, zoals Nederland, een expliciete erkenning verwacht mag worden? Zo nee, waarom niet? Hoe verhoudt deze stemonthouding in de Algemene Vergadering van de VN zich tot de officiële excuses voor het handelen van de Nederlandse staat, waarbij, in de bewoordingen van de toenmalige Minister-President Rutte, «een komma, geen punt» werd gezet? Had het niet meer in deze benadering gepast om wél in te stemmen met deze VN-resolutie?

    Het kabinet onderschrijft dat van landen met een koloniaal verleden, zoals Nederland, een expliciete erkenning van het slavernijverleden verwacht mag worden.
    Het kabinet begrijpt dat de onthouding vragen of teleurstelling kan oproepen.
    Die onthouding doet echter niets af aan de erkenning van het grote historische onrecht, de door de regering gemaakte excuses en de inzet op de opvolging daarvan.
    Juist omdat de doorwerking van het slavernijverleden voor veel mensen in het heden voelbaar is, blijft het kabinet zich inzetten voor erkenning, herdenken en meer bewustwording, in gesprek met betrokken gemeenschappen. Zoals eerder is gezegd: de excuses vormden geen eindpunt, maar een volgende stap. Daarom wordt onder andere gewerkt aan meer kennis en onderzoek, het versterken van maatschappelijke initiatieven, en zijn er aanpassingen gedaan in het onderwijs.
    De onthouding bij deze resolutie, samen met 51 andere landen waaronder alle EU lidstaten, staat niet op gespannen voet met deze lijn. Deze gezamenlijke positie laat zien dat de juridische bezwaren tegen onderdelen van de resolutie breder worden gedeeld. De keuze om te onthouden is ingegeven door specifieke juridische bezwaren tegen onderdelen van de resolutietekst, en niet door een gebrek aan erkenning van het historische onrecht.

  • Vraag 4
    Hoe beoordeelt u de oproep van de secretaris-generaal van de VN om te komen tot «een confrontatie met de nalatenschap van de slavernij en racisme»? Wat valt, in dit licht bezien, te verwachten aan kabinetsmaatregelen?

    Het kabinet onderschrijft de oproep van de secretaris-generaal van de VN om de nalatenschap van slavernij en racisme onder ogen te zien. Het kabinet geeft uitvoering aan de onderdelen van de resolutie die het onderschrijft al via bestaand beleid. Het is van groot belang om deze geschiedenis te blijven erkennen, te begrijpen en bespreekbaar te maken, juist vanwege de blijvende impact ervan op samenlevingen wereldwijd en in Nederland.
    Het kabinet werkt hier op verschillende manieren aan. Zo is het Herdenkingscomité Slavernijverleden al sinds januari 2025 formeel aan het werk, met een werkorganisatie in Europees Nederland en in het Caribisch deel van het Koninkrijk. Het Comité draagt bij aan de nationale herdenking op 1 juli en ondersteunt ook lokale en gemeenschap specifieke herdenkingen.
    Daarnaast zijn subsidieregelingen voor maatschappelijke initiatieven in Europees Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk opengesteld en wordt geïnvesteerd in onderwijs, musea, archieven en erfgoed, kennis en onderzoek, en publiekscommunicatie met betrekking tot antidiscriminatievoorzieningen.
    Eind 2025 zijn bijvoorbeeld de definitieve conceptkerndoelen voor het leergebied Mens en Maatschappij opgeleverd. Hierin is, specifieker dan in de huidige kerndoelen, opgenomen dat leerlingen kennis moeten opdoen over het koloniaal en slavernijverleden. Het Surinamemuseum is geopend en het Nationaal Slavernijmuseum zal de komende jaren verder worden opgebouwd. In 2026 wordt een kennissynthese opgeleverd dat de doorwerking van het koloniaal- en (trans-Atlantisch) slavernijverleden in hedendaags racisme en discriminatie inzichtelijk maakt. Ook is al begonnen om de doorwerking van het slavernijverleden in zorg en welzijn in kaart te brengen.
    Met oog voor historische context en binnen de kaders van het internationaal recht blijft het kabinet zich constructief inzetten in internationale fora, zoals de VN, voor een zorgvuldige en evenwichtige benadering van dit verleden, met oog voor de blijvende doorwerking ervan in het heden. Daarbij blijft het kabinet kritisch op voorstellen die juridisch of beleidsmatig onwenselijk worden geacht.

  • Vraag 5
    Bent u bereid om deze vragen vóór het aankomende commissiedebat Discriminatie, racisme en mensenrechten te beantwoorden?

    Ja.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z06392
Volledige titel: Het bericht dat de Verenigde Naties slavenhandel als ergste misdaad tegen de menselijkheid ooit bestempelt
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20252026-1744
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Tseggai over het bericht dat de Verenigde Naties slavenhandel als ergste misdaad tegen de menselijkheid ooit bestempelt