Kamerstuk 33988-25

Nader gewijzigd amendement van het lid Ulenbelt c.s. ter vervanging van nr. 19 dat ertoe strekt dat gemeenten bij een aanvraag voor bijstand niet uitgekeerde pensioengelden niet tot de middelen kunnen rekenen

Dossier: Wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Verzamelwet SZW 2015)


Nr. 25 NADER GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID ULENBELT C.S. TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 19

Ontvangen 5 november 2014

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

A

In artikel IX wordt na onderdeel Ea een onderdeel ingevoegd, luidende:

Eb

Aan artikel 15, eerste lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: Onder een beroep kunnen doen op een voorliggende voorziening wordt niet verstaan het op verzoek van het college indienen door de belanghebbende van een aanvraag tot vervroeging van de ingangsdatum van een ouderdomspensioen als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet en in artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, zolang belanghebbende nog niet de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.

B

In artikel IX wordt na onderdeel H een onderdeel ingevoegd, luidende:

H00a

Aan artikel 31 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 8. Onder het redelijkerwijs kunnen beschikken over vermogens- en inkomensbestanddelen, bedoeld in het eerste lid, wordt niet verstaan het op verzoek van het college indienen door de belanghebbende van een aanvraag tot vervroeging van de ingangsdatum van een ouderdomspensioen als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet en in artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, zolang belanghebbende nog niet de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.

C

In artikel IX wordt na onderdeel Ja een onderdeel ingevoegd, luidende:

Jab

In artikel 47b wordt de zinsnede «16, eerste lid, 17, 31, tweede lid, onderdeel m» vervangen door: 15, eerste lid, 16, eerste lid, 17, 31, tweede lid, onderdeel m, 31, achtste lid,.

Toelichting

Met dit amendement wordt geregeld dat gemeenten bijstandsgerechtigden niet kunnen dwingen om hun 2e pijler pensioen vervroegd in te laten gaan. Alleen wanneer personen vrijwillig hun 2e pijler pensioen eerder laten ingaan, zal het 2e pijler pensioen door het college van B&W in aanmerking genomen worden bij de vaststelling voor het recht op en de hoogte van de bijstand.

Aangezien onderhavige materie in de Participatiewet op het niveau van de wet is geregeld, maar onder de IOAW/IOAZ op het niveau van een algemene maatregel van bestuur (het Algemeen inkomensbesluit sociale zekerheidswetten: hierna AIB) is geregeld, ziet de onderhavige wijziging uitsluitend op de Participatiewet. Na aanvaarding van dit amendement behoeft het AIB aanpassing.

Daartoe worden de artikelen 15, 31 en 47b van de Participatiewet gewijzigd.

Ulenbelt Karabulut Kerstens Omtzigt Krol Van Weyenberg