Kamerstuk 33684-54

Amendement van de leden Leijten en Kooiman over de inrichting van een centraal register van ongeschikte pleegouders

Dossier: Regels over de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en ouders bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen (Jeugdwet)


Nr. 54 AMENDEMENT VAN DE LEDEN LEIJTEN EN KOOIMAN

Ontvangen 10 oktober 2013

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

In artikel 1 wordt in de alfabetische rangschiking ingevoegd:

  • pleegouderbestand: het bestand waarin persoonsgegevens omtrent

pleegouders of diens gezinsleden worden opgenomen als bedoeld in artikel 5.5, eerste lid.

II

Aan artikel 5.1, eerste lid, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • e. de pleegouder beschikt over een verklaring omtrent opname in het pleegouderbestand, afgegeven door Onze Minister, inhoudende dat noch de pleegouder noch enig lid van diens gezin is opgenomen in het pleegouderbestand.

III

Na artikel 5.4 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5.5

  • 1. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport stelt een pleegouderbestand in.

  • 2. Op verzoek van het college of de pleegzorgaanbieder registreert Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in het pleegouderbestand de persoonsgegevens van de pleegouder die, of het lid van diens gezin dat, niet voldoet aan bij algemene maatregel van bestuur te bepalen geschiktheidseisen.

  • 3. Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt gedaan nadat het college of de pleegzorgaanbieder onherroepelijk heeft vastgesteld dat de pleegouder niet voldoet aan de geschiktheidseisen.

  • 4. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport schrapt de pleegouder uit het pleegouderbestand indien door het college, de pleegzorgaanbieder of Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportonherroepelijk is vastgesteld dat de pleegouder aan de geschiktheidseisen voldoet.

  • 5. Indien noch de pleegouder noch enig lid van diens gezin is opgenomen in het pleegouderbestand verstrekt Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op verzoek de pleegouder een verklaring inhoudende dat noch de pleegouder noch enig lid van diens gezin is opgenomen in het pleegouderbestand aan die pleegouder.

  • 6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de inrichting en het beheer van het pleegouderbestand. Daartoe behoren in elk geval regels omtrent de beveiliging van persoonsgegevens.

  • 7. Het college, de pleegzorgaanbiederen Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zijn bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens van de pleegouder ter uitvoering van dit artikel.

Toelichting

De indieners van dit wetsvoorstel achten het wenselijk dat Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een register aanhoudt waarin elke pleegouder (of lid van diens gezin) wordt opgenomen waarvan gebleken is dat die niet geschikt is als pleegouder (of pleeggezinslid). De geschiktheidsheisen die nader bij algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld betreffen zaken als (ernstige) gedragsproblemen, verslavingsproblemen of andere factoren die opname van de op te nemen jeugdige in het gezin bij de pleegouder onwenselijk maken.

Het is noodzakelijk hiervoor een centraal register in te richten, opdat voorkomen wordt dat pleegouders die reeds ongeschikt zijn bevonden door een bepaald college of pleegzorgaanbieder bij andere gemeente tóch een pleegcontract zouden kunnen sluiten.

Uiteraard dient de pleegouder voldoende effectief tegen de registratie te kunnen opkomen, zodat van registratie niet eerder sprake is dan nadat de ongeschiktheid onherroepelijk is vastgesteld (dus na eventueel bezwaar en beroep van de belanghebbende(n)). De pleegouder (of diens gezinslid) kan te allen tijde verzoeken richten aan een college, pleegzorgaanbieder of Onze Minister om uit het register geschrapt te worden, indien en zodra onherroepelijk vastgesteld wordt dat (weer) voldaan wordt aan de geschiktheidseisen.

Leijten Kooiman