Kamerstuk 33684-51

Amendement van het lid Bergkamp over samenwerking van colleges bij het voorzien in een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod van gecertificeerde instellingen

Dossier: Regels over de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en ouders bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen (Jeugdwet)


Nr. 51 AMENDEMENT VAN HET LID BERGKAMP

Ontvangen 10 oktober 2013

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel 2.7 wordt na het eerste lid een lid ingevoegd, luidende:

  • 1a. Bij algemene maatregel van bestuur worden gebieden aangewezen waarbinnen colleges met elkaar samenwerken bij het voorzien in een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod van gecertificeerde instellingen.

II

Aan artikel 2.11 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op artikel 2.7, 1a-de lid.

III

Artikel 12.6 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de huidige tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. De artikelen 2.7, 1a-de lid, en 2.11, derde lid, vervallen op de dag na de datum waarop het verslag als bedoeld in artikel 12.2 is gezonden aan de Staten-Generaal.

Toelichting

Dit amendement regelt dat bij algemene maatregel van bestuur gebieden worden aangewezen waarbinnen gemeenten samenwerken bij het voorzien in een toereikend aanbod van gecertificeerde instellingen voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. In het wetsvoorstel wordt de verantwoordelijkheid voor een aantal specifieke en/of specialistische gebieden binnen de jeugdhulp belegd bij de gemeenten. In artikel 2.7 van het wetsvoorstel wordt de mogelijkheid geboden dat bij algemene maatregel van bestuur gebieden worden aangewezen waarbinnen gemeenten dienen samen te werken. Met onderhavig amendement wordt beoogd bij algemene maatregel van bestuur te regelen dat gemeenten tot het moment waarop de eerste evaluatie van de wet plaatsvindt in ieder geval verplicht op bovenregionaal en/of landelijk niveau samenwerken – waaronder in ieder geval gezamenlijke inkoop wordt verstaan – ten aanzien van kinderbeschermingsmaatregelen en de jeugdreclassering.

De achtergrond om gemeenten in ieder geval de eerste jaren te verplichten om op deze gebieden bovenregionaal en/of landelijk samen te werken en in te kopen, is gelegen in het feit dat het hier veelal gaat om een relatief kleine groep jeugdigen en specialistische en daarmee mogelijk kwetsbare bovenregionale en landelijke voorzieningen of infrastructuur. De continuïteit van zorg voor deze specifieke doelgroepen en daarmee het in stand houden van deze specifieke bovenregionale en landelijke voorzieningen of infrastructuur kan niet alleen afhankelijk zijn van bestuurlijke afspraken met en tussen gemeenten. Dit vraagt extra waarborgen, in lijn met de stelselverantwoordelijkheid van het Rijk. Bovenbedoelde algemene maatregel van bestuur zal ook strekken tot uitvoering van artikel 2.11, tweede lid van het wetsvoorstel. In dit artikel wordt met het oog op een toereikend aanbod de grondslag geboden om bijvoorbeeld regels te stellen voor het gezamenlijke inkoopmodel.

Dit amendement tornt niet aan de financiële verantwoordelijkheid van gemeenten, maar draagt wel bij aan een zorgvuldige transitie op specifieke en/of specialistische gebieden. Met de evaluatie van de Jeugdwet kan worden beoordeeld of het nog steeds noodzakelijk is bovenregionale en/of landelijke samenwerking en inkoop te verplichten.

Bergkamp