Kamerstuk 32123-VIII-32

Voortgang Impuls brede scholen, sport en cultuur

Dossier: Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2010

Gepubliceerd: 30 oktober 2009
Indiener(s): Sharon Dijksma (staatssecretaris onderwijs, cultuur en wetenschap) (PvdA), Jet Bussemaker (staatssecretaris volksgezondheid, welzijn en sport) (PvdA)
Onderwerpen: basisonderwijs begroting cultuur cultuur en recreatie financiƫn onderwijs en wetenschap sport voortgezet onderwijs
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32123-VIII-32.html
ID: 32123-VIII-32

32 123 VIII
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2010

30 234
Toekomstig sportbeleid

nr. 32
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARISSEN VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT EN VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 oktober 2009

Een samenhangend aanbod van onderwijs, sport en cultuur biedt kinderen en jongeren een rijke leeromgeving waarin zij de kans krijgen om hun talenten optimaal te ontplooien, sociale vaardigheden op te doen en plezier te hebben.

Daarom is het kabinet in 2008 gestart met de «Impuls brede scholen, sport en cultuur». Met deze Impuls beoogt het kabinet in 2012, 2500 functies te realiseren die de verbinding leggen tussen onderwijs, sport en cultuur.

De beoogde effecten van het aanstellen van mensen die een combinatiebaan vervullen in tenminste twee van de drie sectoren van onderwijs, sport en cultuur zijn: de uitbreiding van het aantal brede scholen met sport- en cultuuraanbod in het primair en voortgezet onderwijs, de versterking van sportverenigingen, het stimuleren van een dagelijks sport- en beweegaanbod en het bevorderen dat de jeugd vertrouwd raakt met één of meer kunst- en cultuurvormen en het onder jongeren stimuleren van actieve kunstbeoefening. Hierover bent u al geïnformeerd1.

Met deze brief informeren wij u over de stand van zaken van de «Impuls brede scholen sport en cultuur». U wordt geïnformeerd over de stand van zaken in de eerste, tweede en derde tranche gemeenten, de aandachtspunten van gemeenten, de nieuwe afspraken over de financiering en de toekomst van de «Impuls brede scholen, sport en cultuur».

Algemeen

Het kader voor de «Impuls brede scholen, sport en cultuur» wordt gevormd door bestuurlijke afspraken die op 10 december 2007 zijn gemaakt door het Rijk, de VNG en vertegenwoordigers van de onderwijs-, sport- en cultuursector.

De deelnemende gemeenten hebben een verklaring getekend waarin het aantal te realiseren mensen met combinatiebanen voor hun gemeente is benoemd en waarin de gemeente toezegt vanaf het tweede jaar van deelname ook de benodigde cofinanciering beschikbaar te stellen. Het eerste jaar dat gemeenten meedoen aan de Impuls worden deze functies voor 100% vergoed door het Rijk. Vanaf het tweede jaar krijgen gemeenten structureel 40% vergoed van het Rijk. De vertegenwoordigers van de onderwijs-, sport- en cultuursector nemen de taak op zich om op lokaal niveau van de Impuls een succes te maken.

In 2008 is een eerste groep gemeenten van start gegaan en in 2009 een tweede groep. In welk jaar gemeenten van start gaan, is afhankelijk van het gemeentelijke inwoneraantal onder de 18 jaar.

Ondersteuning

Om de invoering van de Impuls op lokaal niveau te laten slagen, is gekozen voor een algemeen ondersteuningspunt en een ondersteuningsstructuur per sector.

De Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) is landelijk projectleider en verzorgt, namens de VNG, zowel de algemene als de gemeentelijke ondersteuning. NOC*NSF is verantwoordelijk voor de ondersteuning van de sportsector.

De Cultuurformatie draagt zorg voor de ondersteuning van de cultuursector.

De samenwerkende besturenorganisaties zorgen voor ondersteuning van zowel het primair als het voortgezet onderwijs bij het uitvoeren van de Impuls.

De ondersteuningsorganisaties verzorgen zowel gezamenlijk als afzonderlijk onder andere op provinciaal niveau diverse bijeenkomsten voor gemeenten en sectoren die nog gaan starten met de Impuls. Maar ook bijeenkomsten voor gemeenten en sectoren die al gestart zijn, zodat ze van elkaar kunnen leren. Daarnaast maken de VSG en de andere ondersteuningspartners gezamenlijk een boekje met goede voorbeelden van hoe mensen in combinatiebanen al op veel plekken in het land aan het werk zijn. Deze goede voorbeelden dienen als inspiratiebron voor gemeenten en sectoren die al meedoen aan de Impuls of die nog mee gaan doen.

In de cultuursector worden de mensen met een combinatiebaan de cultuurcoach genoemd. In de komende jaren komen er vele cultuurcoaches die én op school én binnen de cultuursector actief zijn. Bijvoorbeeld in Rotterdam, waar het RO Theater in 2009 drie theaterdocenten als cultuurcoach heeft aangetrokken.

Zij voeren op dit moment op drie brede scholen voor voortgezet onderwijs in Rotterdam een «talentcasting project» uit en werken in de verlengde schooltijd met enthousiaste leerlingen aan een eigen versie van de voorstelling Romeo en Julia. Door dit project levert het RO Theater een professionele bijdrage aan het culturele programma van de brede scholen.

Veel mensen met een combinatiebaan zijn werkzaam binnen de sportsector én binnen het primair onderwijs. Bijvoorbeeld de pilot «Gym in het zwembad», waar iemand voor 36 uur is aangesteld bij het Twentebad als schoolsport-medewerker. Deze functionaris richt zich op het verzorgen van bewegingsonderwijs op de basisschool en op trainingen na schooltijd bij de zwem- en waterpoloclub.

De schoolsport-medewerker ondersteunt de vereniging, zorgt ervoor dat er nieuwe leden bij de zwemclub komen, verbetert het kwalitatieve zwemaanbod en verbreedt het sportaanbod op school.

Stand van zaken

1. Eerste tranche gemeenten

In 2008 is de eerste groep van 30 gemeenten van start gegaan. Het gaat om de G-31 met uitzondering van Helmond. Deze gemeente heeft aangegeven een jaar later te starten. Alle gemeenten met aandachtswijken zitten in deze eerste groep van 30 gemeenten.

Nul- en éénmeting

Conform de bestuurlijke afspraken is er een nulmeting gehouden bij de start van de eerste groep gemeenten. Verder is er aan het einde van 2008 ook een éénmeting geweest, om de voortgang in kaart te brengen.

Deze éénmeting vindt u als bijlage bij deze brief.1 In 2008 is er geld beschikbaar gesteld om 375 nieuwe combinatiefuncties te creëren bij de 30 deelnemende gemeenten. Uit de éénmeting, die in september 2008 is verricht, blijkt dat naar verwachting op 1 januari 2009 184 fte’s zijn gerealiseerd. De uitkomsten van de éénmeting laten verder zien dat het aantal functies ten opzichte van de afgesproken aantallen sterk verschilt per gemeente. Ongeveer eenderde van de gemeenten heeft 80% of meer van de afgesproken fte’s gerealiseerd per 1 januari 2009. Daarnaast blijft eenderde van de gemeenten duidelijk achter. Deze gemeenten hebben minder dan 20% van de afgesproken aantallen fte’s gerealiseerd. Een laatste groep gemeenten zit daar tussenin. Inmiddels hebben met uitzondering van twee gemeenten, alle achterblijvende gemeenten een inhaalslag gemaakt.

Verdeling sectoren

Bij de verdeling over de sectoren laat de éénmeting zien dat de resultaten redelijk in lijn zijn met de percentages die daarover zijn afgesproken. In het primair onderwijs (44% in plaats van 34%) en het voortgezet onderwijs (12% in plaats van 10%) zijn iets meer functionarissen aangesteld en in de sport(40% in plaats van 50%) en cultuursector (4% in plaats van 6%) iets minder. De verwachting is dat deze percentages zich in de komende jaren zullen ontwikkelen in de richting van de afgesproken aantallen.

Cofinanciering

De G-30 heeft in het eerste jaar ongeveer de helft van het afgesproken aantal fte’s gerealiseerd. Dit komt onder andere doordat het gemeentelijke besluitvormingsproces langer duurt dan was verwacht en doordat meer tijd nodig is dan verwacht om kwalitatief goede mensen aan te stellen. Voordat gemeenten medewerkers aanstellen, willen ze eerst duidelijkheid over de structurele gemeentelijke cofinanciering. Vandaar dat hier in de éénmeting aparte aandacht aan is besteed. Uit de resultaten van de meting blijkt dat de G-30 de cofinanciering voor de combinatiefuncties in 2009 voor 75% rond hebben. Gemeenten geven aan van plan te zijn de functies snel in te vullen als de cofinanciering structureel geregeld is.

Inhaalslag na één-meting

De tegenvallende resultaten uit de éénmeting hebben ertoe geleid dat vanuit VWS en OCW extra inspanningen richting gemeenten in gang zijn gezet. Allereerst is er op 21 januari 2009 een wethoudersoverleg geweest, waar met de gemeenten is gesproken over hoe de ambities toch gerealiseerd konden worden. Verder zijn de achterblijvende gemeenten intensiever begeleid door de ondersteuningspartners. Daarnaast zijn vanuit het Rijk individuele gesprekken gevoerd met de verantwoordelijke wethouders van de achterblijvende gemeenten. In deze gesprekken zijn afspraken gemaakt over hoe en op welke termijn deze gemeenten de afspraken uit de gemeentelijke verklaring kunnen nakomen. Dit traject is ingezet om vanuit «goed bestuur» gemeenten de mogelijkheid te geven om dit jaar alsnog een inhaalslag te maken en de medewerkers aan te stellen. Geen van de wethouders van de bezochte gemeenten heeft overigens aangegeven de ambitie naar beneden te willen bijstellen. Inmiddels hebben deze gemeenten de gemaakte afspraken kunnen nakomen en de mensen in combinatiebanen aangesteld.

2. Tweede tranche gemeenten

Op 1 januari 2009 is een tweede groep gemeenten gestart. Het gaat dan om 99 gemeenten. Een aantal gemeenten stelt hun deelname een jaar uit. Ze willen eerst de gemeentelijke besluitvorming over de Impuls, inclusief de cofinanciering, afwachten. Gemeenten die in 2010 zouden starten zijn benaderd om hun deelname een jaar te vervroegen. Een aantal gemeenten heeft dit ook daadwerkelijk gedaan. Op dit moment wordt bij alle gemeenten die in 2009 zijn gestart een nulmeting gedaan.

3. Derde tranche gemeenten

Op 1 januari 2010 start een derde groep gemeenten. In de zomer van 2009 zijn de VSG, NOC*NSF, de cultuurformatie en de samenwerkende besturenorganisaties alvast begonnen met het informeren van deze gemeenten over de Impuls.

Aandachtspunten

Aandachtspunten uitvoering

Gemeenten die al deelnemen aan de Impuls, maar ook gemeenten die nog gaan starten, hebben meermaals aandacht gevraagd voor de moeilijke financiële positie van gemeenten als gevolg van de financiële crisis. Ook hebben gemeenten en ondersteunende organisaties aangegeven dat het normbedrag voor een medewerker in een combinatiebaan vaak niet voldoende is om een goed gekwalificeerde persoon aan te stellen. Het realiseren van de beoogde doelstellingen kwam hiermee onder druk te staan.

OCW, VWS en de gemeenten hebben daarom samen, op basis van signalen van ondersteuningspartners en gemeenten, naar een oplossing gezocht hoe verder te gaan met de Impuls en het aanstellen van mensen die werkzaam zijn in een combinatiebaan. Uitgangspunt daarbij is dat zoveel mogelijk medewerkers worden aangesteld op de juiste plekken. Ook geven gemeenten aan dat zij voor het beschikbare bedrag van € 45 000 niet de mensen kunnen aanstellen die nodig zijn. Gezamenlijk is gezocht naar mogelijkheden om hiervoor te zorgen waarbij wel rekening is gehouden met de (financiële) problemen van gemeenten. Het is daarbij van belang dat het beschikbare geld ten goede komt aan die gemeenten die de afgesproken aantallen realiseren en dus ook de bijbehorende kosten maken.

Oplossing

Besloten is om het normbedrag per functionaris met € 5 000 te verhogen. Hiermee komt het nieuwe normbedrag voor een medewerker in een combinatiebaan op € 50 000. Dit stelt gemeenten en sectoren in staat om een kwalitatief goede medewerker aan te stellen, hetgeen vaak gepaard gaat met werkervaring en opleiding. Het totaal beschikbare budget bij Rijk en gemeenten blijft gelijk, dit betekent in 2012 in totaal 250 fte minder gerealiseerde functies dan oorspronkelijk was afgesproken. Hiermee komt het aantal fte’s dat wel gerealiseerd wordt op circa 2250.

Naast het verhogen van het normbedrag, krijgen gemeenten vanaf nu de ruimte om een deel van de lokale cofinanciering door derden te laten meefinancieren.

Het betreft dan maximaal eenderde van de totale cofinanciering die door lokale partijen mag worden gefinancierd, op voorwaarde dat dit in overleg en overeenstemming met deze lokale partijen gebeurt. De totale cofinanciering bedraagt € 30 000. Gemeenten moeten zelf minimaal tweederde per functie uit eigen middelen blijven betalen (€ 20 000 per fte). En cofinanciering door derden mag maximaal € 10 000 per fte zijn.

De gemeenten die in 2008 zijn gestart en die tot nu toe niet in staat zijn geweest om de afgesproken aantallen te halen, kunnen dit alsnog doen. Hierbij wordt rekening gehouden met de nieuwe afspraken. Als de resultaten dan toch niet verbeterd zijn, dan wordt eind dit jaar de beslissing genomen om de twee gemeenten die het nog betreft uit te sluiten van verdere deelname.

Het vervolg

Implementatie nieuwe afspraken

Dit najaar worden de gemeenten van de eerste, tweede en derde tranche geïnformeerd over de nieuwe afspraken via de ondersteuningspartners en bestuurlijk via de VNG. Ook vindt er een herberekening plaats van het aantal afgesproken combinatiefuncties per gemeente in verband met het opgehoogde normbedrag.

Output monitor

In januari 2010 wordt de tweede meting uitgevoerd bij de gemeenten die in 2008 zijn gestart en de éénmeting bij de gemeenten die in 2009 zijn gestart. In de loop van 2010 vindt bij de gemeenten die in dat jaar van start gaan een nulmeting plaats.

Outcome monitor

Naast de output monitor, waarbij wordt vastgesteld hoeveel functies de deelnemende gemeenten en sectoren hebben gerealiseerd, wordt ook de outcome gemonitord. Bij het bepalen van de outcome wordt nagegaan of de beoogde effecten van de inzet van de combinatiefunctionarissen daadwerkelijk optreden. In het najaar van 2010 vindt een tussenrapportage plaats op basis van een eerste meting. Eind 2012 volgt de eindrapportage.

Wij gaan ervan uit dat wij u met deze brief voldoende hebben geïnformeerd over de stand van zaken van de «Impuls brede scholen, sport en cultuur». Wij zullen ons gezamenlijk met de VNG, VSG, NOC*NSF, de Cultuurformatie en de samenwerkende besturenorganisaties blijven inzetten voor een optimale brede ontwikkeling van kinderen en jongeren door de Impuls tot een succes te maken. Over het vervolg van de Impuls zullen we uw Kamer in het voorjaar van 2010 verder informeren.

De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

M. Bussemaker

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

S. A. M. Dijksma


XNoot
1

Koersbrief over brede scholen, sport en cultuur (Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, 30 234, nr. 12), «Brede scholen bieden kansen» (Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, 31 200 VIII, nr. 75), Beleidsbrief «De kracht van sport» (Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, 30 234, nr. 13).

XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.