Kamerstuk 31953-26

Vaststelling van overgangsrecht en wijziging van diverse wetten ten behoeve van de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht); Brief minister over o.a. taken die onder basistakenpakket van uitvoeringsdiensten zullen vallen en welke bedrijven dit betreft

Dossier: Vaststelling van overgangsrecht en wijziging van diverse wetten ten behoeve van de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht)


31 953
Vaststelling van overgangsrecht en wijziging van diverse wetten ten behoeve van de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht)

29 383
Meerjarenprogramma herijking van de VROM-regelgeving

nr. 26
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 oktober 2009

Bij brief van 8 oktober 2009 heeft de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer verzocht om uw Kamer uiterlijk 27 oktober 2009 te informeren over de taken die onder het basistakenpakket van de uitvoeringsdiensten zullen vallen en welke bedrijven dit betreft, alsmede over de stand van zaken op ICT-gebied waar het betreft de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Dit in verband met mijn toezeggingen tijdens het Algemeen Overleg van 30 september 2009 inzake de handhaving van het omgevingsrecht en de invoering van de Wabo. Op beide onderwerpen ga ik achtereenvolgens in.

1. Basistakenpakket regionale uitvoeringsdiensten

Tijdens het Algemeen overleg handhavingsstructuur op 30 september 2009 heb ik toegezegd uw Kamer in oktober 2009 te informeren over de taken die onder het basistakenpakket, bedoeld in de package deal, vallen en de bedrijven die dit betreft.

Vooruitlopend daarop breng ik in herinnering dat ik bij brief aan uw Kamer van 3 juli 20091 de voorlopige opzet van het basistakenpakket heb beschreven. Daarin heb ik aangegeven dat het basistakenpakket zal bestaan uit milieugerelateerde taken die complex en bovenlokaal zijn. Daarna heeft de VNG mij in haar brief van 10 september 2009 voorgesteld om het basistakenpakket voor wat betreft het gemeentelijk milieutoezicht te beperken. Het VNG-voorstel is besproken tijdens bestuurlijk overleg op 24 september 2009. Afgesproken is om met betrekking tot onderdeel 1 van het basistakenpakket2 uit te werken welke onder algemene regels 3 vallende bedrijven onder het basistakenpakket zouden moeten vallen.

Daarmee zijn de VNG, het IPO, de Unie van Waterschappen, en het Rijk (waaronder het OM) aan de slag gegaan, samen met enkele deskundigen van buiten de overheid (zoals het VNO-NCW en de Metaalunie). Dat heeft geleid tot een gedetailleerd overzicht van meldingsplichtige activiteiten die als complex, als niet-complex of als complex bij overschrijding van drempelwaarden zouden moeten worden aangemerkt. Hierbij zijn de niet-meldingsplichtige amvb-activiteiten buiten beschouwing gelaten: deze zijn niet complex en het milieutoezicht daarop kan bij de gemeenten blijven. Ook zijn de amvb-activiteiten waarvoor een vergunningplicht geldt1 buiten beschouwing gelaten: deze zijn namelijk reeds als complex aangemerkt en het milieutoezicht daarop komt onder de RUD’s te vallen.

In vervolg daarop wordt het activiteitenoverzicht momenteel vertaald naar het benodigde overzicht van bedrijven en branches. Het basistakenpakket moet immers zo helder en eenvoudig mogelijk worden beschreven en er mag straks geen onzekerheid bestaan over de vraag of bedrijven nu onder het milieutoezicht van de RUD of van de gemeente vallen. Zowel het VNO-NCW en MKB Nederland als het College van procureurs-generaal hebben hier met klem op aangedrongen2. Daarbij wordt ook bezien welke amvb-bedrijven in verband met het ketengerelateerde milieutoezicht tot het basistakenpakket van de RUD’s moeten behoren.

Overeenkomstig mijn tijdens het Algemeen Overleg gedane toezegging zal ik uw Kamer nog in oktober 2009 een richtinggevend document betreffende het basistakenpakket, inclusief de daaronder vallende amvb-bedrijven, toezenden. Dat richtinggevende document is nodig om tot RUD’s te kunnen komen. De provincies en de gemeenten hebben houvast nodig om de regionale uitwerking met elkaar te kunnen bespreken.

Het is zeker niet de bedoeling om het basistakenpakket in beton te gieten. Het is in mijn ogen niet alleen onmogelijk maar ook ongewenst om het basistakenpakket van bovenaf messcherp te scheiden van de taken die bij de gemeenten kunnen blijven. Wel zal het een voldoende stevig pakket moeten zijn om tot goed functionerende RUD’s te kunnen komen en daarmee de door de Commissie Mans geconstateerde fragmentatie aan te kunnen pakken. Het basistakenpakket zal met achtneming van dit uitgangspunt worden vastgesteld in het bestuurlijk overleg dat voor het eind van dit jaar zal plaatsvinden. Over ongeveer een jaar zullen de ontwikkelingen in de praktijk worden geëvalueerd en pas daarna zal een begin met de wettelijke regeling van het basistakenpakket worden gemaakt.

2. Voortgang ICT-project Wabo

Inhoud project

Het ICT-project van de Wabo omvat het ontwikkelen en invoeren van een elektronisch loket (Omgevingsloket online). Met dit loket kunnen alle burgers en ondernemers nagaan of, en zo ja voor welke onderdelen van hun activiteiten een Omgevingsvergunning nodig is. Vervolgens kunnen zij deze Omgevingsvergunning digitaal aanvragen. Het digitale loket wordt tevens ontwikkeld voor alle overheden zodat het bevoegd gezag een digitale aanvraag kan ontvangen en de bijlagen kan bekijken. Tevens kunnen het bevoegd gezag en adviseurs met het loket gezamenlijk aan de behandeling van de vergunning werken.

Uitgangspunten voortgangsrapportage

Om uw Kamer goed te kunnen informeren heb ik overeenkomstig uw verzoek ook dit jaar een risicoanalyse laten uitvoeren. VNG en IPO zijn door het bureau betrokken bij het opstellen van de analyse.

Daarnaast hebben gemeenten (VNG) en provincies (IPO) in de maanden september en oktober 2009 de reeds beschikbare versies van het loket als toekomstige gebruikers getest. Hierbij is zowel gekeken naar de aanvraag als de behandelkant van het loket.

Constateringen VKA

De onafhankelijke risicoanalyse is door het bureau Verdonck, Klooster & Associates B.V. (VKA) uitgevoerd. Centraal stond een tijdige afronding van het Omgevingsloket online. Het rapport is als bijlage bijgevoegd.1

De analyse is uitgevoerd in de periode juni tot en met september 2009 en had betrekking op de volgende elementen. Voorbereiding op de invoering, oplevering en gebruik van het Omgevingsloket, werking en beheer en informatiebeveiliging. Ik constateer dat de risico’s die door VKA in beeld zijn gebracht geen nieuwe punten opleveren. Zij zijn onderkend en er zijn inmiddels maatregelen op genomen. Het belangrijkste risico ten aanzien van het ontwikkelproces is het strakker inrichten van de sturing op de releaseplanning. Dit is inmiddels gerealiseerd hetgeen door VKA als positief wordt beoordeeld. Ten aanzien van de beheerorganisatie geeft VKA aan het essentieel te vinden dat het hoge tempo met betrekking tot de inrichting wordt voortgezet. VKA beoordeelt de genomen maatregelen als positief. Ten aanzien van het aansluiten beveelt VKA allerlei communicatieactiviteiten aan zowel vanuit VROM als vanuit IPO en VNG. Deze activiteiten zullen vanuit mijn ministerie worden opgepakt en gestimuleerd. Door het uitstel van de Wabo met enkele maanden is hiervoor meer tijd beschikbaar.

Resultaten testen door IPO en VNG

VNG en IPO zijn door de in september en oktober 2009 uitgevoerde testen tot de conclusie gekomen dat er voldoende vertrouwen is in de realisatie van het Omgevingsloket online in december 2009. Daarbij geldt wel dat alsdan de door beide organisaties genoemde opmerkingen zijn verwerkt. Dit wordt haalbaar geacht.

Hierbij geldt nog één kanttekening. Het is mogelijk dat in het eerste kwartaal nog gewerkt zal dienen te worden aan het onderdeel van het loket waarmee bouwtekeningen digitaal kunnen worden gelezen en becommentarieerd. Dit onderdeel werkt nu voor een deel goed maar op punten van praktische bruikbaarheid (zoals de tussentijdse archivering) dienen nog verbeteringen te worden aangebracht. Dit staat het inregelen en het oefenen niet in de weg. Hiermee kunnen gemeenten en provincies vanaf 1 januari 2010 voluit aan het werk.

Overeenkomstig het gestelde in mijn brief van 29 september 2009 (Kamerstukken II 2009/10, 31 953, nr. 25) zullen de uitvoerende overheden en adviseurs nog oefen- en inregeltijd voor het ICT-instrument nodig hebben. De inhoud van het loket (vragenboom en formulier) omvat dermate veel regelgeving dat het ongetwijfeld zo is dat het oefenen en inregelen van de voorziening in de praktijk nog wel kleinere kinderziekten aan het licht zal brengen en ongetwijfeld tot aanvullende wensen zal leiden. Daarom is al begonnen met een beheerorganisatie die vakkundig en snel met deze praktijksignalen om kan gaan. VROM, VNG en IPO zullen daarnaast gezamenlijk gemeenten en provincies blijven ondersteunen en stimuleren om het loket op tijd in gebruik te nemen zodat in de eerste maanden van 2010 voldoende ervaring kan worden opgedaan.

Conclusie

Mijn conclusie is dat de betrokken organisaties van IPO en VNG er vertrouwen in hebben dat het Omgevingsloket online eind dit jaar gereed zal zijn voor het inregelen en oefenen in de eigen organisatie. Ook het door mij in de brief van 29 september 2009 voorziene tijdstip van inwerkingtreding van de Wabo 3 maanden na publicatie van de benodigde wetgeving in het Staatsblad geeft meer zekerheid dat de Wabo echt gebruiksklaar is op het moment van invoeren. Ik ben me er wel van bewust dat de laatste maanden van dit jaar en de eerste van volgend jaar de inspanningen die afgelopen jaar zijn geleverd, moeten worden doorgezet. De constateringen uit de testen en de aanbevelingen van de risicoanalyse vormen hiervoor het kader.

Een afschrift van deze brief heb ik gezonden aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J. M. Cramer


XNoot
1

29 383, nr. 132.

XNoot
2

Het milieutoezicht op bedrijfsmatige niet-omgevingsvergunningplichtige activiteiten.

XNoot
3

Activiteitenbesluit, het Besluit landbouw, het Besluit glastuinbouw en het Vuurwerkbesluit.

XNoot
1

Zie de lijst van vergunningplichtige inrichtingen in bijlage 1 bij het Activiteitenbesluit.

XNoot
2

Brief van VNO-NCW en MKB Nederland van 24 september 2009 aan onder meer de fractievoorzitters in de Tweede Kamer, de betrokken ministers en de voorzitters van de VNG en het IPO en brief van het College van PG’s van 8 oktober 2009 aan de minister van Justitie.

XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.