Kamerstuk 17050-389

Verslag van een algemeen overleg

Misbruik belastingen, sociale zekerheid en subsidies


17 050
Misbruik en oneigenlijk gebruik op het gebied van belastingen, sociale zekerheid en subsidies

nr. 389
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 9 juli 2009

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid1 heeft op 11 juni 2009 overleg gevoerd met minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over:

– de brief van de staatssecretaris van SZW d.d. 25 mei 2009 met de aanbieding van het Jaarverslag SIOD 2008 (17 050, nr. 383);

– de brief van de minister van SZW d.d. 26 mei 2009 over Roemeense aspergestekers (17 050, nr. 385);

– Kamervragen van de leden Karabulut en Ulenbelt d.d. 8 juni 2009 met het antwoord daarop inzake de bevrijding uit slavernij van Roemeense arbeiders (Aanhangsel der Handelingen, vergaderjaar 2008–2009, nr. 2901);

– de brief van de minister van SZW d.d. 9 juni 2009 over de inzet van de gemeentelijke sociale diensten en UWV bij het vervullen van vacatures in de aspergeteelt (26 448, nr. 403);

Van het overleg brengt de commissie bijgaand stenografisch verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Jonker

De griffier van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Post

Voorzitter: Jonker

Griffier: Van de Wiel

Aanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Jonker, Jan Jacob van Dijk, Spekman, Van Gent, Fritsma en Ulenbelt,

en minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die vergezeld zijn van enkele ambtenaren van hun ministerie.

De voorzitter: Ik heet u allen welkom bij dit algemeen overleg. Er staat drie uur gepland voor dit overleg, maar de Kamerleden hebben mij verzocht om het in twee uur af te ronden. Wij hopen dat dit voor de bewindslieden mogelijk is. Wij zijn een spreektijd van vier minuten per woordvoerder overeengekomen.

De heer Jan Jacob van Dijk (CDA): Voorzitter. Er staan drie onderwerpen op de agenda. Eentje is het rapport van de SIOD. Laat ik daar kort over zijn. Wij hebben het rapport gezien. Een van de zaken waar wij tegenaan lopen, zijn de zogeheten zzp-Bulgaren, een problematiek die hier steeds vaker voorkomt. Bij de Kamers van Koophandel ziet men grote groepen in busjes binnenkomen. Vervolgens laat iedereen zich op dat moment inschrijven. De KvK’s kunnen daar eigenlijk helemaal niets aan doen, want zij hebben daar geen instrumenten voor. Kunnen de Kamers van Koophandel bij de inschrijving informatie doorspelen aan het UWV wanneer men zich bij de KvK afvraagt of het allemaal wel goed is? Er wordt immers nogal wat fraude gepleegd. Dit speelt trouwens niet alleen bij Bulgaren, maar ook bij Roemenen en Polen.

Voor mijn tweede punt heb ik meer tijd nodig. Het betreft de zaak in Someren. Ik zie de minister verbaasd kijken. Ik zal een aantal vragen stellen, waarin ook een mening in zit besloten. Als de minister daar ja op zegt, kunnen wij heel snel klaar zijn. Ik kreeg net te horen dat ik niet met al te veel vragen moest komen. Wij hebben hier te maken met een aspergeteelster, een werkgeefster, die al sinds 2005 elk jaar een boete opgelegd heeft gekregen van de Arbeidsinspectie vanwege illegale tewerkstelling en het niet melden van een bedrijfsongeval. Doordat zij iedere keer in beroep ging, was het elke keer weer mogelijk voor haar om opnieuw een tewerkstellingsvergunning te krijgen. Dat leidde er uiteindelijk toe dat er heel wat gevallen waren en dat er in totaal zo’n half miljoen aan boetes lag. Zou het UWV die vergunning niet kunnen weigeren, zolang de verordeningen en geschillen aangevochten zijn? Nu wordt er elke keer weer een tewerkstellingsvergunning aangevraagd die niet geweigerd kunnen worden, omdat er nog procedures lopen. Wij hebben daar eerlijk gezegd toch wel moeite mee. Als in een bepaalde situatie een vermoeden is dat iets niet deugt, moet toch de werkgever aantonen te goeder trouw te zijn? Op andere terreinen kunnen wij dat ook, waarom zou het dan hier kunnen?

De huidige systematiek bij bestuurlijke boetes is als volgt. Je krijgt een bestuurlijke boete, als je een tweede keer gepakt wordt, krijg je een hogere boete en pas bij de derde keer krijg je te maken met een strafrechtelijke procedure. De verwachting is dat iemand die een bestuurlijke boete krijgt, daar over het algemeen van leert en uiteindelijk zegt: ik stop ermee. Nu blijkt echter dat sommige mensen nogal hardnekkig zijn. Om die reden willen wij dat de overtreding zo snel mogelijk gecorrigeerd wordt. Daarom stellen wij voor om al over te gaan tot een strafrechtelijke sanctie indien men na een eerste bestuurlijke boete hetzelfde weer gaat doen. Wij vinden daarvoor ondersteuning in de recente aanvaarding van een Europese richtlijn getiteld: Directive of the European Parliament and the Council providing for minimum standards on sanctions and measures against employers of illegally staying third-country nationals. Daarin gaat het om deze problematiek. In artikel 11 wordt helder aangegeven dat er strafrechtelijke sancties moeten komen. Deze richtlijn moet vrij snel geïmplementeerd worden. Wij zouden graag zien dat die richtlijn zo snel mogelijk wordt overgenomen in de Nederlandse regelgeving.

Door de werkgeefster uit Someren en ook door andere werkgevers is naar voren gebracht dat het erg lang duurt voordat men een tewerkstellingsvergunning krijgt. De asperges houden zich niet aan termijnen, zo wordt gezegd, dus ik moet wel wat. Herkennen de bewindslieden dit geluid? Als dat zo is, hoe kan er dan voor gezorgd worden dat de verlening van een tewerkstellingsvergunning aanzienlijk kan worden versneld? Die vergunningen moeten sneller verleend worden.

Een ander element is de samenwerking of de onderlinge informatie-uitwisseling. Aan de ene kant ziet de gemeente bepaalde dingen. Aan de andere kant ziet het UWV bepaalde dingen. Dan is er nog de Arbeidsinspectie. Vaak weten die drie spelers niet van elkaar wat er nu precies gebeurt. Hoe zit het met de onderlinge samenwerking, communicatie en coördinatie? Zou daar ook niet eens wat aan verbeterd kunnen worden, om in ieder geval te zorgen voor adequaat en snel ingrijpen?

In het algemeen overleg dat wij in januari 2009 hebben gevoerd over verschillende onderwerpen, hebben wij een aantal toezeggingen gekregen. Een daarvan was dat er gezocht zou worden naar een manier om meer risicogericht onderzoek te kunnen doen naar controle, fraude en handhaving. Daar wacht ik nu al een hele poos op en ik zou wel eens willen weten wat de minister nu precies met die toezegging heeft gedaan. Hoe gaat hij er uiteindelijk voor zorgen dat wij die indicatoren helder krijgen?

De heer Spekman (PvdA): Voorzitter. Allereerst sluit ik mij aan bij de vraag van mijn collega over de zzp-constructies. Eerder hebben wij daarover een motie over ingediend, waarop de minister ook heeft geantwoord. Wij zouden graag een update willen, want deze praktijken nemen toe. Ik kreeg een paar dagen geleden weer een briefje in mijn brievenbus van een geregistreerd Pools bedrijf voor al uw grote of kleine klussen. Ik zal het briefje zo meteen doorgeven aan de medewerkers van het UWV en Arbeidsinspectie. Ik weet gewoon zeker dat dit niet deugt en dat het geen officieel geregistreerd bedrijf is. Dit soort dingen komt te vaak voor.

De zaak Someren raakt mij zeer. Dit is echt uitbuiting van mensen. Het is ook je collega’s een oor aannaaien, want het is valse concurrentie. En deze vrouw komt ermee weg. Wij zijn als overheid niet goed genoeg en niet scherp genoeg om deze vrouw op zo’n manier kaal te plukken dat ze met een gebogen hoofd op de veiling komt, zodat alle andere aspergeboeren zien dat zij dat soort praktijken niet ook moeten hebben. Daarin tonen wij onvermogen. Ik heb het idee dat de andere aspergeboeren nu allemaal denken: dat moet ik ook gaan doen, want die vrouw komt er maar mee weg. Dat is niet goed.

Wij vinden dat het op een aantal fronten anders moet. De pakkans van deze mensen moet echt omhoog en ook de sanctie moet beter. Om de pakkans te vergroten zijn er verschillende methodes. Het aantal inspecties is uitgebreid. Wij willen graag weten hoe gericht er nu inspecties plaatsvinden bij bedrijven die op deze manier georganiseerd zijn en die seizoensarbeid verrichten. Daar zitten immers ook goede bedrijven bij en die balen ervan dat een aantal slechte bedrijven niet wordt gecontroleerd. Dat hoor ik in de streek in kwestie ook terug. Er zijn daar ook perfecte bedrijven die echt hun stinkende best doen. Zij moeten nu op een moeilijke manier concurreren met malafide bedrijven die daar te gemakkelijk mee wegkomen.

Mijn tweede punt heeft te maken met de verantwoordelijkheid van de branche. Ik weet dat de FNV een cao-politie in de landbouw hard nodig vindt. Dat heeft ook in het Nederlands Dagblad gestaan. Ik zou graag zien dat het kabinet met de sociale partners om de tafel gaat om die cao-politie in de landbouw daadwerkelijk van de grond te krijgen. Ik vond het eigen initiatief van de uitzendbranche een goede zaak. Waar de branche het zelf doet, hoeven wij het immers niet te doen. Dat toont ook zin en nut van de branche. Ik vind het spijtig dat de branche in kwestie dat nog niet doet.

Het derde punt is de samenwerking met andere partijen. Ik zag in de brief van de minister staan dat er iets gemeld is aan de VROM-Inspectie. Ik heb de indruk dat wij heel vaak dingen melden aan andere takken van de overheid, of dat nu een lokale overheid betreft of het ministerie van VROM. Vindt er dan controle plaats? Wordt dat nagegaan en worden bestanden gekoppeld om zo’n vrouw echt te raken en kaal te plukken?

Hetzelfde geldt voor de gemeente Someren. De gemeente gebruikt een systeem van verplichte aanmelding in het nachtregister. Ik heb begrepen dat al deze medewerkers niet gemeld zijn. Gaat er dan ergens een bel rinkelen? Als dat niet gebeurt, is toch nog steeds bekend dat die asperges de grond uit moeten? Wordt het aannemelijk geacht dat die mensen elders verblijven op een illegale manier? Wordt de Arbeidsinspectie dan gewaarschuwd? In de brief van de minister staat voorts dat de Arbeidsinspectie de gemeente heeft ingelicht, maar de burgemeester ontkend dat bij Knevel & Van den Brink. Wat is nu waar? Er kan immers slechts een van de twee versies kloppen.

Er zijn dus onduidelijkheden en ik denk dat die samenwerking scherper kan. Mijn indruk is dat de gemeente Someren echt haar best heeft gedaan om de huisvesting op een goede manier aan te pakken en officieel te regelen. Toch zie je dat men uiteindelijk vervalt in een gedoogvergunning. Kunnen wij daar niet wat mee?

Dan kom ik op de sanctie zelf. Die wordt volstrekt niet serieus genomen. Mevrouw kreeg in 2005 haar eerste sanctie en daar is in juni 2009 nog niet definitief over beslist. Er is geen sprake van strafverdubbeling of van bedrijfssluiting. Wij willen echt dat de procedure van bezwaar en beroep, als die eenmaal is ingezet, binnen een jaar kan worden afgerond. Als in de sociale zekerheid iemand bijstandsfraude heeft gepleegd, is de procedure van bezwaar en beroep ook heel kort. Ik begreep dat de Arbeidsinspectie er soms wel een jaar over doet om te reageren op een bezwaarschrift dat is ingediend. Dat zou ik heel ernstig vinden. Het begint bij onszelf. Wij moeten er veel beter in worden, deze zaken op korte termijn af te doen. Vier jaar is veel te lang. Wij moeten effectiever en sneller worden en wij moeten harder ingrijpen tegenover herhaalde overtreders van de Wet arbeid vreemdelingen. Ik sluit mij verder ook aan bij het betoog van mijn collega over de functie van het strafrecht en de plek die dat zou moeten innemen.

Voorzitter. Voor mij is het kernprobleem dat de vrouw uit Someren te gemakkelijk is weggekomen met die boetes, omdat zij iedere keer een bezwaar- en beroepsprocedure is ingegaan. Daarmee heeft zij welbewust de boel gefrustreerd. De overheid blijkt te zwak georganiseerd om dit daadkrachtig aan te pakken. Ik vraag de minister om de maatregelen te nemen die nodig zijn om in het vervolg niet alleen alle plegers te kunnen pakken, maar om er ook voor te zorgen dat de goede ondernemers eerlijke concurrentie krijgen en dat deze uitbuiting echt stopt.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Voorzitter. Toen ik dit algemeen overleg aan het voorbereiden was, merkte ik dat je toch een vieze smaak in je mond krijgt als je echt gaat nadenken over wat zich in Someren heeft afgespeeld en wellicht ook nog op andere plaatsen. Ik kan mij voorstellen dat andere aspergetelers hier enorm van balen, omdat die sector hiermee toch op een heel vervelende manier naar buiten treedt. Het witte goud, zoals asperges ook wel worden genoemd, moet door hen die het uit de grond halen, wel heel erg duur worden betaald. Beroerde arbeidsomstandigheden, beroerde huisvesting, beroerde betaling en een werkgeefster die, zoals de mevrouw in Someren, echt maling heeft aan iedereen. Dat zij dan ook nog heel offensief naar Knevel & Van den Brink gaat, vind ik ook zo wat. Je moet maar durven, zou ik zeggen. Daar ontkende zij alles, maar de dag daarna werd zij wel opgepakt. Ik vraag mij af of dat heel veel indruk zal maken op deze mevrouw. De asperges zijn daar gewoon uit de grond gehaald, het bedrijf is gewoon door blijven draaien, en dat ondanks eerder opgelegde boetes van ruim € 566 000.

Ik vraag mij af hoe het in vredesnaam mogelijk is dat zoiets zo kan oplopen. Dat wekt bij ons toch de indruk dat alle verantwoordelijken naar elkaar zitten te wijzen. Het UWV weet niet wat de gemeente doet en de Arbeidsinspectie weet vervolgens weer niet wat de gemeente en het UWV doen. Er zijn dusdanig langlopende procedures dat de seizoensarbeid al is verstreken op het moment dat de vergunningen feitelijk worden ingetrokken. Dan denk ik: op zo’n manier worden malafide werkgevers er inderdaad niet warm of koud van als zij worden aangeschreven of boetes krijgen. Ze tekenen gewoon beroep na beroep aan en de business loopt door. Je zou kunnen zeggen: business as usual en wij zien later wel weer hoe het verder gaat. Ik zou toch indringend aan beide bewindslieden willen vragen of het nu echt zo is dat gemeente, Arbeidsinspectie en het UWV volledig langs elkaar heen werken. Je krijgt daar namelijk verschillende berichten over en dat werd in de zaak Someren ook gesuggereerd door de burgemeester. Ik kan mij bijna niet voorstellen dat het op die manier zou gaan. Daarna hoorde ik namelijk ook weer berichten dat het wel degelijk mogelijk is om die informatie tot zich te nemen. Ik ga vooralsnog uit van het laatste.

Ik vind het wel heel ernstig hoe plaatselijke bestuurders met dit soort zaken omgaan. Het is toch een beetje van: wij zien een heleboel door de vingers, de business moet doorgaan en wij willen zeker niemand tegen ons in het harnas jagen, laat maar waaien wat er met die werknemers gebeurt die onder afschuwelijke omstandigheden hun werk moeten doen en in zeer gevaarlijke huisvesting zitten. Er hoeft maar iets te gebeuren of het kan heel akelig aflopen. Er kan brand uitbreken of wat dan ook. Wie neemt daarin een coördinerende rol en de verantwoordelijkheid?

Ik zie er niets in dat men constant in beroep kan gaan. Als er drie keer een boete is opgelegd, zou ik het een goede zaak vinden als de tent gewoon gesloten zou worden. Dan blijven die asperges maar liggen rotten in het veld. Ik vind dat ook doodzonde, maar dan weten de mensen wel waar zij aan toe zijn als zij zich inlaten met dit soort praktijken. Je zou meteen hun vergunning moeten intrekken, zodat ook mensen in de seizoensarbeid direct geraakt worden in hun business. Worden zij daar niet direct in geraakt, dan zullen ze er ook niets van leren. Vaak zijn die mensen ook nog zo arrogant dat zij echt maling hebben aan alles. Als hun asperges maar de grond uit gaan, in dit geval, en daarna zien zij wel weer verder. Dit kan zo niet langer. Ik wil hier graag een reactie op van de bewindslieden.

Ik heb vaker aandacht gevraagd voor de zzp-constructie. Ook de GroenLinks-fractie heeft de indruk dat daar nog steeds mee gesjoemeld wordt en dat het schijnconstructies zijn, waarbij ook onder de prijs wordt gewerkt en sprake is van oneerlijke concurrentie. Ook daar zijn de mensen de pineut die het aanbieden, want zij gaan werken voor zulke lage prijzen dat dit nauwelijks een bestaan met zich brengt.

Ik heb nog een vraag over de vacatures. Het aantal vacatures in de landbouwsector was, naar ik begreep, een kleine 4000. Er zijn ruim 2500 tewerkstellingsvergunningen aangevraagd, maar er zijn maar 130 plaatsen opgevuld door binnenlands aanbod. Ik zou toch graag opheldering willen van de minister hoe dat nu kan. Heeft dat te maken met de arbeidsomstandigheden en de arbeidsvoorwaarden die aangeboden worden door die seizoenswerkgevers? Er moet toch iets meer aan de hand zijn dan dat er niet bemiddeld kan worden. Wanneer gaat de Arbeidsinspectie effectief optreden met de extra fte’s die zijn ingesteld? Ik begrijp dat die mensen nu nog in opleiding zijn, maar ik mag aannemen dat zij binnenkort wel op pad gaan.

De heer Fritsma (PVV): Voorzitter. Ook ik begin met de aspergestekers die in Someren zijn aangetroffen. Als dit voorval één ding duidelijk maakt, dan is het wel hoe slecht het is geweest om de Nederlandse arbeidsmarkt open te stellen voor Polen en andere nieuwe EU-onderdanen. Dat hier grote problemen uit voort zouden komen, kon je echt van verre aan zien komen.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Voorzitter. Ik wil de heer Fritsma er toch op wijzen dat wat hij nu zegt niet helemaal juist is. Voordat wij het vergunningenstelsel hadden en voordat wij de grenzen voor bijvoorbeeld de Polen hadden opengesteld, was er nog veel meer sprake van illegaliteit en van schijnconstructies. De openstelling is vooral gebeurd om dat tegen te gaan. Daar kan ik ook cijfers van overleggen. Ik ben heel benieuwd naar de cijfers van de heer Fritsma die mijn stelling ondergraven.

De heer Fritsma (PVV): Voorzitter. Ik denk dat de beantwoording voor een deel in mijn vervolgtekst ligt. Het is natuurlijk niet goed om iedereen die hier in Nederland werkt maar te gaan legaliseren om van al die problemen met huisvesting en handhaving af te komen. Ik acht dat geen goede insteek. Het gaat erom dat de regels gehandhaafd moeten worden. Als je de arbeidsmarkt niet had opengesteld, had je die situatie kunnen handhaven. Dat was ook makkelijker geweest, want dan had je bijvoorbeeld kunnen controleren op het bezit van een tewerkstellingsvergunning. Als een werkgever of werkgeefster werkt met Polen, kun je ook zeggen: als deze mensen geen tewerkstellingsvergunning hebben, treden wij meteen op. Dat maakt de controle eenvoudiger. Het ging in dit geval om Roemenen, maar ook om Polen. Dat is wel degelijk relevant.

Dat uit de openstelling van de arbeidsmarkt grote problemen voort zouden komen, kon je van verre zien aankomen. Van huisvestingsproblemen tot verdringing op de arbeidsmarkt en van overlast tot illegale tewerkstelling. Het kabinet en de meeste andere partijen dachten dat het zogenaamd flankerend beleid goed genoeg op poten stond om de openstelling van de arbeidsmarkt in goede banen te leiden. Wij zijn nu een paar jaar verder en kijk wat er gebeurt. Om te beginnen zijn er veel meer Polen naar Nederland gekomen dan aanvankelijk werd verwacht. Zij werken met tienduizenden in de bouw, terwijl in die sector de komende tijd tienduizenden banen verdwijnen. Voor schaarser wordende banen moeten Nederlandse bouwvakkers dus concurreren met heel veel Polen, hetgeen tragisch is.

Een paar jaar na de openstelling van de arbeidsmarkt hebben wij het over een aspergeboerderij die keer op keer is beboet vanwege het aan de laars lappen van allerlei regels en waar overlastsituaties zijn blijven bestaan. Flankerend beleid of geen flankerend beleid, de zaak is allesbehalve onder controle. Ik vraag het kabinet dus om de fout van de openstelling van de arbeidsmarkt te erkennen en om deze openstelling terug te draaien. Het kabinet moet ook meteen toezeggen dat openstelling van de arbeidsmarkt voor Roemenen en Bulgaren er niet in zit. De vacatures in de land- en tuinbouw moeten niet door Polen of Roemenen worden opgevuld, maar door gezonde mensen die in de bijstand zitten. Bied de vacatures actief aan aan deze groep. Wie weigert moet meteen de uitkering verliezen. Die uitkering is dan immers niet nodig, omdat de betreffende persoon werk kan krijgen. Dat deze lijn hard nodig is, blijkt ook uit een andere brief die op de agenda staat.

De heer Spekman (PvdA): Misschien rekent de heer Fritsma erop dat de meeste Nederlanders Pools niet kunnen onderscheiden van Roemeens of Bulgaars, maar in deze situatie ging het voornamelijk om Roemenen. Volgens mij heeft dit kabinet heel bewust de grens voor Roemenen en Bulgaren niet opengesteld. Er wordt gewerkt met tewerkstellingsvergunningen. Het probleem in Someren waar wij het nu over hebben, gaat dus niet over tienduizenden Polen, maar vooral over illegale arbeid en iemand die de regels bewust wil ontduiken, om zo goedkoop mogelijk arbeid gedaan te krijgen. Gaat u daar eens op in, mijnheer Fritsma, in plaats van zich iedere keer te fixeren op de Polen. Het betrof hier geen Polen.

De heer Fritsma (PVV): Voorzitter. Het waren hier wel Polen. In de brief van het kabinet staat heel duidelijk dat het Roemenen, Polen en Portugezen betrof, dus wij hebben het hier wel degelijk ook over Polen. En wij hebben het hier wel degelijk ook over de voorwaarden die in het flankerend beleid voor deze groep op orde zouden moeten zijn, zoals huisvesting, arbeidsvoorwaarden, en noem maar op, maar die niet in orde waren.

De heer Spekman (PvdA): Het probleem is dat deze vrouw iedere keer de regels ontduikt voor de groep voor wie dat kan. Het zijn dus voornamelijk Roemenen en als het moeilijker wordt gemaakt voor de Polen, gaat zij naar de Roemenen toe. U bent er dus niet met uw verhaal over de Polen, mijnheer Fritsma. U hebt het er vooral over dat de grenzen weer gesloten moeten worden, maar daar lossen wij het probleem niet mee op, want die Roemenen waren er ook. Dat is geen oplossing.

De heer Fritsma (PVV): Nogmaals, het is wel een oplossing, want als je die openstelling van de arbeidsmarkt terugdraait, kun je ook duidelijker en eenvoudiger controleren. Dan kun je kijken of er tewerkstellingsvergunningen zijn afgegeven of niet. Zo niet, dan kun je meteen ingrijpen. Nogmaals, er waren hier wel degelijk Polen aan het werk. Bewezen is dat de omstandigheden waaronder deze Polen werkten, inderdaad niet op orde waren. De huisvesting was niet op orde. Dus dit heeft een directe link met het flankerend beleid dat op orde zou zijn, maar dat dus in feite niet is. Het flankerend beleid was direct gekoppeld aan de openstelling van de arbeidsmarkt.

Voorzitter. Ik begon net over een andere brief die er op de agenda staat, namelijk die van 9 juni 2009 over de vervulling van vacatures in de aspergeteelt.

De voorzitter: Mijnheer Fritsma, u hebt weliswaar twee onderbrekingen gehad, maar u moet zo dadelijk gaan afronden.

De heer Fritsma (PVV): Ik ga zo dadelijk afronden. In de eerste maanden van dit jaar waren er zo’n 4000 vacatures in de landbouw. Via de werkpleinen waarmee het UWV en de gemeenten werklozen bemiddelen naar werk, werden er slechts 130 vervuld. Geeft het kabinet toe dat hier iets gigantisch scheef zit? In het verlengde hiervan staat in dezelfde brief dat door de Poolse werknemers het werkaanbod voor de agrarische sector aanzienlijk is verruimd. Op grond hiervan zijn door het UWV in 2009 geen speciale acties in gang gezet om extra binnenlands aanbod te werven. Met andere woorden, Nederlandse werklozen blijven een uitkering krijgen, omdat het werk toch wel door Polen wordt gedaan. Dit is echt een verschrikkelijke situatie, die rechtstreeks het gevolg is van het wanbeleid van dit kabinet. Het kabinet heeft altijd volgehouden dat het zijn best doet om Nederlandse werklozen in te zetten voor deze vacatures, maar dat is dus niet zo, gelet op de inhoud van die brief.

Voorzitter. Gelet op de tijd laat ik het hierbij.

De heer Ulenbelt (SP): Voorzitter. Ik was er eigenlijk niet voor dat de spreektijd zo is ingekort, maar ik kwam te laat binnen.

Voorzitter. Eergisteren was er weer een inval aan de Nederweertseweg numero 3 in Someren. Het lijkt alsof zij daar goed bezig zijn. Het rare is dat de huisvesting daar aanvankelijk een voorbeeldproject was. Op een gegeven moment is de wethouder daar met een hoge pief van LNV op bezoek geweest en op dat moment is ontdekt dat het er eigenlijk niet deugde. Er was illegaal bijgebouwd. Dat was het begin van de ellende. Ik ben maar eens gaan kijken in Someren. Iedereen praat erover en ik vind dat je met de mensen moet gaan praten over hoe het zit. Ik heb gesproken met de wethouder, de aspergeteelster en de Roemenen. Vroeger zaten er Polen, maar nu niet meer, zeiden zij tegen mij.

Die Roemenen wonen nu in een tent. De boerin die wil dat niet, de gemeente wil dat niet, en toch slapen die Roemenen in een tent. In die tent waait het, zeggen zij. Die tent lekt en als het buiten regent, regent het binnen ook. Met de brandveiligheid zit het daar wel goed, zou ik zeggen. Zou de minister nu kunnen bewerkstelligen dat die mensen voor zaterdag of zondag uit die tenten zijn en fatsoenlijk zijn gehuisvest want daar was het toch allemaal om te doen? Ik noem het symbool van die tent omdat eerder werd gezegd dat er niet wordt samengewerkt. Minister, laat u nu eens zien dat u dit wel kunt en dat die mensen voor het weekend fatsoenlijke huisvesting hebben.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Ik vind dat natuurlijk een uiterst sympathieke gedachte, maar ik moet wel zeggen dat mevrouw Janssen ook zomerhuisjes kan gaan huren voor deze mensen. Zolang dat niet goed geregeld is, zou ik zeggen: de tent sluiten in plaats van nu over tenten beginnen.

De heer Ulenbelt (SP): Natuurlijk heeft mevrouw Janssen daarin de grootste verantwoordelijkheid, maar wat is dat nu voor gemeente in Nederland die zulke tenten gedoogt? Wat is dat voor slappe hap? Er moet niet alleen naar mevrouw Janssen gewezen worden. Er moet ook naar het gemeentebestuur gewezen worden dat een toestand gedoogt die aanleiding is om er wat aan te doen.

De heer Jan Jacob van Dijk (CDA): Ik vind het allemaal wel mooi, maar uw oproep aan de minister dat hij ervoor moet zorgen dat er in plaats van die lekkende tenten straks mooie tenten staan ...

De heer Ulenbelt (SP): Nee, fatsoenlijke woningen.

De heer Jan Jacob van Dijk (CDA): ... vind ik toch wel wat ver gaan. Wie heeft hier de verantwoordelijkheid? Wat mij betreft, heeft in eerste instantie mevrouw Janssen de verantwoordelijkheid. Zij is degene die ervoor moet zorgen dat er goede huisvesting komt. Nu zegt u tegen de minister: u moet er even voor zorgen dat zij voor zaterdag een mooie tent of iets anders hebben. Dat is toch een verkeerde verdeling van verantwoordelijkheden?

De heer Ulenbelt (SP): Voorzitter. Er was huisvesting. Die is afgekeurd. Ik vind ook dat mevrouw Janssen dan moet zorgen voor fatsoenlijke huisvesting.

Mevrouw VanGent (GroenLinks): Die doet dat niet.

De heer Ulenbelt (SP): Nee. Natuurlijk, daar is geen twijfel over mogelijk. Wij hebben hier altijd gezegd dat Nederland zijn huis niet op orde heeft en dat is nu letterlijk het geval. Waar het mij om gaat is dat de burgemeester hier vorige week stond. Hij was ongeveer de held van Nederland. Hij had slaven bevrijd enzovoorts. Diezelfde gemeente gedoogt nu verblijf in tenten. Ik vind het niet meer dan terecht dat de minister daar achteraan gaat.

De heer Jan Jacob van Dijk (CDA): Ik vind dit hartstikke mooi. U bent een fantastische debattruc aan het uithalen. Echt grandioos. U hebt net gezegd dat de minister ervoor moet zorgen dat er goede huisvesting komt en dat dit voor zaterdag geregeld moet zijn. Zodra daar kritiek op komt, gaat u iets zeggen over het gedoogbeleid van de gemeente. Even terug naar de vraag die u in eerste instantie gesteld hebt. De minister is volgens mij niet een partytentverhuurbedrijf dat dit soort dingen even regelt. De minister controleert en het is aan mevrouw Janssen om ervoor te zorgen dat het op een goede manier gebeurt. Vindt u niet dat u net een misplaatst verzoek hebt gedaan, voordat de interrupties plaatsvonden?

De heer Ulenbelt (SP): Voorzitter. Het gaat mij om de leefsituatie van deze Roemeense arbeiders. Ik vind dat dit voor het weekend moet worden opgelost. De eerste minister die ik spreek voor het weekend, is deze minister. Het kabinet praat met één mond en ik vraag dus aan hem of hij zich, op welke manier dan ook, wil inspannen zodat die situatie wordt opgelost en die mensen fatsoenlijk worden gehuisvest. Dat de minister of iemand anders vervolgens de rekening bij die boerin neerlegt, vind ik prima. De huisvesting is echter het probleem dat allereerst moet worden opgelost.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Dat gaat hij niet betalen, denk ik.

De heer Ulenbelt (SP): Nee, en dat is dus ook mijn vraag aan de minister. Wilt u ervoor zorgen dat de huisvesting in het vervolg geregeld kan worden op kosten van de werkgever? Daardoor is deze situatie ontstaan. Niemand wil het, en toch gebeurt het. Wie is dan de held vandaag? Wie gaat dat doorbreken? Dat was mijn beroep op deze minister. Stuur onmiddellijk de VROM-Inspectie eropaf, zodat dit probleem wordt opgelost. Dan kan mijnheer Van Dijk wel praten over verantwoordelijkheidsverdeling. Ik vind het allemaal best, maar het gaat mij om de leefsituatie van die Roemeense arbeiders en daar zal het hem ongetwijfeld ook om gaan.

De heer Spekman (PvdA): Het is mij toch nog niet helemaal helder. Ik snap wat de heer Ulenbelt wil. Die leefsituatie moet beter, dat verdienen die mensen. Alleen is dan volgens mij de logische consequentie dat er wordt afgekeurd, dat de tent wordt gesloten en dat de Roemenen teruggaan naar Roemenië. Dat is iets anders dan dat de overheid de huisvesting gaat regelen. Die rekeningen krijgen wij niet meer terug. Neemt u dat voor lief? Als u nu moet kiezen, wat kiest u dan, mijnheer Ulenbelt? Maakt u de overheid verantwoordelijk voor goede huisvesting, terwijl wij niet weten of die rekening ooit wordt betaald? Of heeft dit voor u als consequentie dat wij de zaak sluiten en zeggen: het is over en uit?

De heer Ulenbelt (SP): Mijnheer Spekman, bent u nou van de Partij van de Arbeid of van de Partij van de Asperges? Ik bedoel, het gaat er toch om ...

De heer Spekman (PvdA): Ik ben niet van de Partij van de Asperges. U komt op voor mevrouw Janssen!

De heer Ulenbelt (SP): Ik kom helemaal niet op voor mevrouw Janssen! U zit mij de hele tijd te interrumperen. Straks is mijn tijd op, zodat ik niet meer op de verantwoordelijkheid van mevrouw Janssen kan ingaan. Mijn vraag was terecht. Indien een werkgever de huisvesting niet betaalt en regelt, vindt u dat de overheid maar niets moet doen. Stuur ze maar terug. Nou ja, mijn definitie van sociaal is echt een andere.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Wij moeten hier natuurlijk niet een discussie voeren over de hoofden van deze mensen heen. Dat vind ik een beetje tragisch, want volgens mij is het nog ingewikkelder. Ik heb begrepen dat de gemeente de huisvesting heeft afgekeurd en gesloten. Vervolgens heeft de gemeente daar tenten neer laten zetten. Als mijnheer Ulenbelt nu zegt dat deze tenten niet voor huisvesting geschikt zijn, zeker niet voor een wat langere periode, dan vraag ik de bewindspersonen of het niet mogelijk is om met de gemeente contact op te nemen. Daar zal men zijn verantwoordelijkheid moeten nemen. Ik begrijp uw hartstochtelijke oproep, mijnheer Ulenbelt, maar u weet net zo goed als ik dat het nooit wat wordt om het op deze manier te willen oplossen voor het weekend. Was het maar waar dat het zo werkte. Is het niet beter om aan de bewindslieden te vragen om deze gemeente te kielhalen en die tent daar gewoon te sluiten, zodat deze mensen naar huis kunnen?

De heer Ulenbelt (SP): Ik ben wat dat betreft een beetje onmachtig. Ik denk dat de machtige arm van deze minister lang genoeg is om hoe dan ook te bewerkstelligen dat het voor de zomer is opgelost. Of hij dat via de gemeente doet of dat hij het zelf doet: ik vind dit het symbool waar het om gaat. Het gaat om de positie van die mensen.

Voorzitter. Dan kom ik eindelijk of de hoofdverantwoordelijke in dezen. Als ik mijn tekst in omgekeerde volgorde had opgesteld, dan was dit debat misschien anders gelopen. De eerstverantwoordelijk is vanzelfsprekend mevrouw Janssen. Dat verzin ik niet ter plekke, dat heb ik hier gewoon staan. Zij heeft al jaren lak aan de wet. De illegale huisvesting en de talrijke boetes zijn al genoemd. De minister zegt dat hij wel wil uitzoeken wat hij kan doen. Wat dat betreft sluit ik mij aan bij de woordvoerder van het CDA. Als leraren aan hun kinderen zitten, dan schorsen wij hen in hun vak. Als artsen fouten maken, dan mogen zij niet meer opereren. Kan het niet zo zijn dat het over en uit is met het aanvragen van tewerkstellingsvergunningen voor iemand die illegaal tewerkstelt? Als dat mocht leiden tot sluiting, heb ik daar geen enkel probleem mee. Misschien moet dat in dit geval ook wel gebeuren. Dat brengt mij op een idee. De huisvesting deugt niet. Dat betekent dat de basis voor de tewerkstellingsvergunning is vervallen. De minister kan nu zeggen: de tewerkstellingsvergunning wordt zondag ingetrokken, als mevrouw de huisvesting dan niet op orde heeft. Kijk, dan heb ik toch nog iets gevonden waarmee de minister de twee dingen kan combineren.

In dit soort situaties wordt het loon van de buitenlandse arbeiders veelal pas betaald op het moment dat de totale oogst binnen is. Er wordt niet per maand betaald. Er wordt per week € 50 of nog minder betaald of er wordt een voorschot gegeven, en de eindbetaling geschiedt aan het einde van het seizoen. Kan de minister regelen dat het loon ook in deze situaties in ieder geval wekelijks of minstens maandelijks betaald wordt? In voorkomende situaties zou dat kunnen helpen. Dan kunnen de arbeiders vluchten en krijgen toch hun loon.

Deze arbeiders, die nu terug zijn gegaan naar Roemenië, op de bus gezet door de burgemeester of omdat zij dat zelf wilden, hebben hun loon nog niet ontvangen. Zij zijn gehoord door de Arbeidsinspectie. Ik neem aan dat hun namen en adressen bekend zijn en ik vraag aan de minister of hij via de ambassade deze mensen rechtsbijstand wil geven zodat zij alsnog het loon op mevrouw Janssen kunnen verhalen.

De voorzitter: De bewindspersonen geven aan, behoefte te hebben aan een korte schorsing. Ik stel voor dat staatssecretaris Klijnsma zo dadelijk als eerste de gelegenheid krijgt om de vragen te beantwoorden die aan haar gesteld zijn en dat wij haar daarna verexcuseren en de beantwoording verder overlaten aan de minister.

Staatssecretaris Klijnsma: Voorzitter. Door de geachte afgevaardigden zijn twee vragen gesteld die ik graag wil beantwoorden. De heer Van Dijk van de CDA-fractie is bezorgd over de constructies met zzp’ers en vraagt of de Kamers van Koophandel meer fraudesignalen kunnen geven. De SIOD en de Arbeidsinspectie hebben fraudemeldpunten, waar de Kamers van Koophandel dergelijke signalen kwijt kunnen, en dat kan ook bij de FIOD of de Belastingdienst. We moeten constateren dat de Kamers van Koophandel in 2008 één fraudemelding hebben gedaan bij de SIOD. Ik denk dat het een goed idee is om de Kamers van Koophandel nog even op de hoogte te stellen, of het geheugen op te frissen, dat zij dit pad kunnen bewandelen. Ik zeg toe dat ik dat zal doen.

De heer Van Dijk vroeg ook wanneer de informatie over de risicoprofielen aan de Kamer wordt toegezonden. Ik kan melden dat ons zogenaamde black-boxproject volgens planning verloopt en dat de benodigde risicoprofielen om de bestanden door te lichten inmiddels zijn ontwikkeld. Eind juni/begin juli wordt de tussenevaluatie door het College bescherming persoonsgegevens afgerond, zodat ik de Kamer in juli kan informeren over de voortgang van dit traject.

De heer Jan Jacob van Dijk (CDA): Ik kom nog even terug op de Kamers van Koophandel. Zij zeggen dat het lastig zit met de privacygegevens, wanneer iemand daar binnenkomt. Zij hebben geen officiële opsporingsbevoegdheid om dingen te kunnen doen. Zij kunnen geen gegevens doorspelen in verband met de privacy. Daar zit in belangrijke mate het probleem. Naast het attenderen van de Kamers van Koophandel is het misschien verstandig om ook met hen in overleg te treden over hoe dit probleem voorkomen kan worden of hoe het kan worden opgelost als het er is.

Staatssecretaris Klijnsma: Ik zal sonderen of dat probleem bestaat. Als dat bestaat, zal het inderdaad kortgesloten moeten worden. Dan zal ik u daarover informeren.

De voorzitter: Dan verexcuseren wij de staatssecretaris.

Staatssecretaris Klijnsma: Ik dank u allen hartelijk en wens u nog een prettige voortzetting van dit AO.

De voorzitter: Dan is nu het woord aan de minister voor de beantwoording in eerste termijn.

Minister Donner: Voorzitter. Het spijt mij dat de staatssecretaris vanwege de onfrisse situatie in Someren in beslag wordt genomen door de asperges in plaats van door dit AO over handhaving. Ik denk dat het goed is om op voorhand te waarschuwen dat hoe weerzinwekkend sommige zaken in Someren ook waren, deze niet bepalend moeten zijn voor het algemene beeld van de inzet bij de tewerkstelling van buitenlanders in de Nederlandse landbouw. Arbeidsmigratie is een gegeven waar de seizoenarbeid in de landbouw op berust. Anders zou die tak waarschijnlijk geheel verdwijnen. Meestal gaat het goed en verloopt de inzet van arbeidsmigranten naar tevredenheid van de werkgever, de werknemer en de overheid.

Dat betekent niet dat er geen onwenselijke situaties kunnen voorkomen. Om die reden hebben wij in de afgelopen jaren steeds steviger ingezet op handhaving, met goede resultaten. Het percentage door de Arbeidsinspectie geconstateerde illegale tewerkstellingen is over de hele linie sterk afgenomen: van 25% in 2005 naar 16% in 2008. In de agrarische sector is dit jaar tot nu toe bij niet meer dan 11% van de controles sprake van illegale tewerkstelling. Het gaat om het percentage van de controles die verricht worden en niet om het aantal landbouwbedrijven. Het aantal werkgevers dat na een eerdere boete opnieuw in de fout gaat, is gedaald van circa 35% bij de invoering van de bestuurlijke boete tot 19% nu. Ook dat bewijst dat de handhaving op dit terrein wel degelijk effectief is. Van de werkgevers die in 2008 door de Arbeidsinspectie zijn beboet wegens illegale tewerkstelling, heeft 75% de boete reeds volledig betaald of is inning gaande via een betalingsregeling. Het laatste kwart van de werkgevers krijgt te maken met dwanginvordering. Dat is nog een behoorlijk deel, maar het beeld dat werkgevers zich weinig gelegen laten liggen aan een boete, is onjuist. Voorlichting draagt eraan bij dat ook de werknemers beter op de hoogte zijn van hun rechten. Er wordt ook informatiemateriaal verstrekt aan Roemenen en Bulgaren, zodat ook zij weten wat hun rechten zijn.

Situaties met werkgevers zoals in Someren die keer op keer de wetgeving overtreden, blijken helaas niet helemaal uit te bannen, maar de handhaving zit er bovenop. Er zijn regelmatige inspecties op illegale tewerkstelling en beloning. Door de gemeente en de VROM-Inspectie vindt waar nodig controle plaats op de huisvesting.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Een groot deel van deze gegevens hebben wij al tot ons kunnen nemen, maar het gaat om de harde kern die maling heeft aan boetes en aan regelgeving en die continu de mazen van de wet opzoekt of in hoger beroep gaat, terwijl ondertussen de winkel gewoon openblijft.

Minister Donner: Daar kom ik aan toe.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Daar moeten wij iets beters op verzinnen. Ik hoop dat u vandaag met een antwoord komt. Gaat u dat doen?

Minister Donner: Ik kom in ieder geval met een antwoord op uw vraag. Laten wij even geordend discussiëren over de verschillende aspecten die hierbij betrokken zijn. Wat de zaak Someren betreft moet ik vaststellen dat er zowel een onderzoek van de Arbeidsinspectie als een strafrechtelijk onderzoek door de SIOD plaatsvindt. Ik kan nu niet ingaan op de aard van de onderzoeken die daar plaatsvinden en de conclusies die daaruit getrokken moeten worden, want daarmee zou ik door het onderzoek heenlopen. De SIOD onderzoekt in deze zaak of er sprake is van uitbuiting en mensenhandel. Als alle berichten over de arbeidsomstandigheden en de arbeidsvoorwaarden waar zijn, betreft het in elk geval een uitermate betreurenswaardige zaak. Dat soort zaken moet als het even kan niet voorkomen.

Er zijn dit jaar nieuwe feiten naar voren gekomen op het gebied van de huisvesting. Tot het vorige oogstseizoen was de huisvesting op dit bedrijf afdoende. Voor 2009 was verbetering geëist door de gemeente. Toen bleek dat de huisvesting onveilig was, heeft de gemeente ingegrepen. Daarbij was ook de Arbeidsinspectie betrokken. Deze had op het programma staan om ongeveer een week later eigener beweging over te gaan tot onderzoek. Toen bekend werd dat de gemeente zou controleren, heeft de Arbeidsinspectie zich daarbij aangesloten. De gang van zaken op het bedrijf wordt nog steeds nauwlettend gevolgd. Afgelopen maandag, 8 juni, is de afgifte van nieuwe tewerkstellingsvergunningen geweigerd vanwege de huisvestingssituatie en onduidelijkheid over de beloning. Er lagen nieuwe aanvragen voor uitbreiding van het aantal werknemers, met de huisvesting zoals die daar plaatsvond.

De zaak in Someren sleept zich lang voort en betreft een ingewikkeld aantal feiten. Een gegeven is ook dat de werkgever gebruik maakt van de mogelijkheden die de wet biedt om beslissingen van de overheid te laten toetsen door de rechter. In de laatste week van mei zijn er twee gerechtelijke uitspraken gedaan ten nadele van de werkgever. De SIOD is samen met de politie onder leiding van het OM bezig met een strafrechtelijk onderzoek naar mensenhandel en de Arbeidsinspectie stelt een onderzoek in naar mogelijke onderbetaling en illegale tewerkstelling. Ik benadruk dat dit een uitzonderlijke situatie is. In 2008 zijn er 10 400 onderzoeken uitgevoerd, die ruim 13 200 gecontroleerde werkgevers betreffen. In 58 gevallen zijn er signalen naar de SIOD gegaan over mogelijk georganiseerde illegale tewerkstelling. Dat is het totale beeld.

De heer Van Dijk en anderen hebben gevraagd wat wij kunnen doen bij recidive. De bestaande regeling is bekend en die heb ik de Kamer ook meegedeeld. Tewerkstellingsvergunningen kunnen worden geweigerd bij onherroepelijke veroordeling ter zake van eerdere overtredingen. De regeling is dat bij de eerste recidive de boete per illegaal tewerkgestelde vreemdeling wordt verhoogd en dat bij de tweede recidive ook strafrechtelijk kan worden opgetreden. Dan kunnen eventueel instrumenten van de Wet op de economische delicten worden gebruikt in de strafvervolging.

Ik heb duidelijk aangegeven dat zonder meer een gegeven is in de Nederlandse rechtspraak dat het bij recidive moet gaan om onherroepelijke veroordeling en dat veroordelingen die nog niet onherroepelijk zijn, niet mee kunnen tellen bij recidive. Dat is een uitwerking van het beginsel dat men geacht wordt onschuldig gehouden te zijn totdat men veroordeeld is. Dan hebben wij het over een vrij fundamenteel mensenrecht dat onder andere is gewaarborgd in het verdrag inzake de mensenrechten. Dat betekent niet dat er geen boetes kunnen worden opgelegd, want het beroep heeft geen schorsende werking ten aanzien van de boete. In een strafrechtelijke zaak kan een boete alleen worden opgelegd als er een veroordeling is, behoudens in de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken. Dat is een van de redenen waarom wij indertijd zijn overgestapt van strafrechtelijke naar bestuurlijke handhaving. Andere redenen zijn dat de procedures in die zaken sneller zijn en dat de bewijsvoering aanzienlijk eenvoudiger is.

Ik ben mij ervan bewust dat in dit geval wel zeer uitbundig gebruik is gemaakt van mogelijkheden van beroep en bezwaar. Bij de discussies hierover is mij ook gebleken dat de derde recidive moet plaatsvinden binnen 24 maanden en dat er bij optimaal gebruik van de mogelijkheden van beroep en bezwaar vermoedelijk binnen 24 maanden nooit twee keer een onherroepelijke veroordeling kan zijn. Dat is aanleiding om te bekijken of er reden is om op die bepalingen terug te komen. Tegelijkertijd wijs ik erop dat het niet meer mogelijk zou zijn dat iemand na een boete zijn leven betert, zoals wij zouden verwachten, als een tewerkstellingsvergunning onmiddellijk na een eerste overtreding kan worden geweigerd. Als er een overtreding wordt geconstateerd en een boete wordt opgelegd, zouden wij dan de volgende tewerkstellingsvergunning niet kunnen geven, omdat deze geweigerd kan worden wegens een overtreding. We moeten oppassen om hiermee niet het beoogde doel onderuit te halen, namelijk dat mensen hun handelen wijzigen. Uit de feiten blijkt dat dit gebeurt, want het aantal recidivegevallen loopt steeds verder terug.

De heer Jan Jacob van Dijk (CDA): Volgens mij heb ik dat ook niet gezegd.

Minister Donner: Nee, maar ik geef even aan dat anderen dat gezegd hebben.

De heer Jan Jacob van Dijk (CDA): U kijkt mij nadrukkelijk aan bij het gebruiken van dit soort voorbeelden. Dat vind ik allemaal mooi, maar het enige wat ik van u heb gevraagd, is of je van iemand die een overtreding heeft begaan, mag vragen dat hij bewijst dat hij te goeder trouw is wanneer hij weer een tewerkstellingsvergunning vraagt. Dat hebben wij ook op andere plekken, bijvoorbeeld bij horecaondernemers die al eens fraude hebben gepleegd. Wanneer zij een vergunning aanvragen, moeten zij laten zien dat zij bonafide zijn.

Minister Donner: In dit bijzondere geval heeft de rechter gevraagd om een mediationprocedure in gang te zetten, omdat men de indruk had dat mevrouw van goeden wille was en dat we er eventueel via mediation uit zouden komen. Er is gebruikgemaakt van dit specifieke punt bij de recente weigering, van afgelopen maandag, van de tewerkstellingsvergunningen. Omdat eerder was gebleken dat de huisvesting onvoldoende was, werd vooraf een verklaring van de gemeente gevraagd dat de huisvesting wel in orde was. Uit de verstrekte informatie bleek op een gegeven moment dat dit niet het geval was. Dat betrof niet de drie tenten die er al stonden, maar de twee tenten die er nog niet stonden. Dat was reden om te weigeren.

Op die specifieke punten kan er dus wel degelijk gebruik van worden gemaakt en wordt er ook gebruik van gemaakt. We moeten oppassen om op grond van een uitzonderlijk geval het hele systeem van rechtsbescherming te wijzigen. Dat dreigt wanneer men zegt dat er veel eerder moet worden opgetreden. In dit geval had men eerder willen optreden, maar dit is wel een uitzonderlijk geval. In andere gevallen dreigt nu juist dat degenen die wel van goeden wille zijn, vanwege deze regels extra worden aangepakt. Dat is het enige waar ik op wijs. Voor het overige heb ik aangegeven dat ik naar aanleiding van deze zaak zeer wel bereid ben om te bekijken hoe de recidive is geregeld en of de strafrechtelijke handhaving die wij bedoeld hebben te realiseren, bij vol gebruik van beroep en bezwaar, wordt weggeschoven.

In het algemeen geldt dat de Kamer eind dit jaar wordt ingelicht over de evaluatie van de invoering van de bestuurlijke boete, ook op dit terrein, waarbij dit soort aspecten ook een rol zullen moeten spelen. Je kunt overwegen dat het OM eventueel zou kunnen besluiten tot vervolging, wanneer een zaak volgens de Arbeidsinspectie de tweede keer te verdacht wordt, maar let wel, zodra men het strafrecht in schiet, zal er niets kunnen gebeuren totdat er een onherroepelijke veroordeling is door de rechter. Dat betekent dat andere maatregelen, zoals boetes, niet geëffectueerd kunnen worden. Dat geldt ook voor maatregelen om beter toe te zien op de regels.

De praktijk is voorts dat de strafrechter, ook bij herhaalde recidive, geen hogere straffen oplegt dan de Arbeidsinspectie zou doen. In enkele gevallen zijn de straffen zelfs lager. In de jaren dertig heeft een eerdere minister van Justitie van mijn naam de bepaling geïntroduceerd in het strafrecht over de recidive en de gewoontemisdadigers. Het is een bewuste keuze geweest, op grond van serieuze overwegingen, om het bestuursrecht in te voeren vanwege de grotere bruikbaarheid ervan in deze gevallen. Dat laat onverlet dat ik ook zie dat dit in dit soort zaken mogelijk een averechts effect heeft, zodat wij moeten bekijken hoe wij dit soort zaken sneller aan de strafrechter kunnen voorleggen, maar dan wordt niet sneller opgetreden, want dan zullen de instrumenten van de Wet op de economische delicten gebruikt moeten worden. Alleen in uitzonderlijke gevallen zal eventueel tot stillegging van een bedrijf overgegaan kunnen worden. Dat is de meest vergaande maatregel die je kunt treffen bij economische delicten en daar wordt niet lichtvaardig toe overgegaan. Derhalve denk ik dat wij moeten bekijken hoe wij de tewerkstellingsvergunning in het kader van de Wet arbeid vreemdelingen effectiever kunnen maken wanneer het vermoeden bestaat van recidive.

De heer Ulenbelt (SP): Ik noemde als voorbeeld dat een leraar geschorst kan worden uit zijn beroep, als hij aan een kind zit.

Minister Donner: Als straf.

De heer Ulenbelt (SP): Ja, maar ook ter vermijding van herhaling.

Minister Donner: Nogmaals, in de Wet op de economische delicten kan de maatregel opgelegd worden van sluiting van een bedrijf, maar die maatregel wordt effectief, nadat de rechter tot een oordeel is gekomen. Als daartegen beroep wordt ingesteld, zal deze vermoedelijk niet ten uitvoer worden gelegd totdat er een onherroepelijk oordeel is. Dat zijn langere procedures dan in het bestuursrecht.

De heer Ulenbelt (SP): Het gaat erom die procedures te verkorten. Dat wilt u ook, geloof ik. Bent u het met mij eens dat het principe moet zijn dat er geen tewerkstellingsvergunningen meer worden gegeven als iemand twee keer in de fout is gegaan? Met zo’n mechanisme had deze ellende voorkomen kunnen worden.

Minister Donner: Ik gaf aan dat dit zelfs na één keer mogelijk is. Bij twee keer gaat het om recidive, maar dan moet het ook gaan om onherroepelijke veroordelingen. Dat is in dit geval het probleem geweest.

De heer Ulenbelt (SP): Als u met een beroep op de slechte huisvesting een tewerkstellingsvergunning kunt weigeren, zoals hier is gebeurd, dan is er toch nog wel een argument te bedenken om zo’n vergunning te weigeren, namelijk dat die zaak niet deugt, omdat men al een of twee keer in de fout is gegaan.

Minister Donner: Wij hebben in Nederland de elementaire rechtsbescherming dat je niet tegengeworpen kunt hebben dat je een veroordeling hebt, als deze niet onherroepelijk is. Dat is een rechtsbescherming waar iedereen zich op beroept en die men wil.

De heer Ulenbelt (SP): Er zijn altijd derden bij betrokken. Dat zou een reden kunnen zijn om dat anders te doen.

Minister Donner: Dat klopt. Ter bescherming wordt de huisvesting aangepakt. Als het gaat om overtredingen van de Wet op het minimumloon kun je weer andere maatregelen treffen, maar het gaat hier om de tewerkstellingsvergunning. Twee eerdere procedures gingen over illegale tewerkstelling, dus dat er geen tewerkstellingsvergunning was. Het beeld bij de gemeente was dat er tot 2009 geen probleem was met de huisvesting. In 2008 is gebleken dat er aanleiding was voor controle en die heeft de gemeente uitgevoerd. Versta mij wel, ik ben er evenzeer op bedacht om te bekijken wat wij extra kunnen doen, maar ik wijs erop dat dit niet kan met terzijde schuiven van wezenlijke aspecten in ons rechtssysteem en die zijn bedoeld om burgers te beschermen tegen de overheid. Vanochtend was de Kamer unaniem van mening dat de overheid de boetes terug moest trekken, omdat deze niet in orde zouden zijn. Wij kunnen niet twee dingen doen. Het recht heeft twee kanten. Het is een bevoegdheid voor de overheid, maar het is ook een bescherming voor de burger.

De heer Spekman (PvdA): Het feit dat deze vrouw er ondertussen mee wegkomt, knaagt aan het rechtsgevoel, niet alleen van ons, maar van heel veel mensen in het land. Dan gaat het erom de procedure te verkorten. U zei net dat u hierop terug wil komen bij de herziening van de Wet arbeid vreemdelingen. Dat vind ik te weinig stellig, want deze vrouw is al vanaf 2005 bezig met een- en dezelfde zaak. Ik vind het heel reëel om de les te trekken dat het maximaal teruggaat tot een jaar. Volgens ons moet dat kunnen als het gaat om bezwaar en beroep en hoger beroep.

Minister Donner: Dan hebben we het over alle administratieve beroepen. Ik kan niet bij de rechtbank en bij de Raad van State aangeven dat deze procedures voorrang hebben. Dan moet u de discussie voeren met de minister van Justitie, maar niet met de minister van Sociale Zaken. Ik ben het met u eens dat er aandacht dient te zijn voor de snelheid waarmee de Arbeidsinspectie kan werken en eventueel antwoord kan geven, maar de lengte van de procedure is voor het overige een zaak van het gerechtelijke systeem.

De heer Spekman (PvdA): Ik snap wat u zegt, maar wij vinden allemaal dat wij deze excessen alleen maar kunnen bestrijden door een soort lik op stuk te geven, zodat men niet iedere keer in herhaling vervalt. Het helpt sowieso als er termijnen worden vastgelegd voor de Arbeidsinspectie. Ik heb gehoord dat het wel een jaar kan duren voordat er überhaupt wordt gereageerd op een bezwaarschrift. Verder moet erover worden nagedacht wanneer die schorsende werking eraf gaat. Daarvoor zijn volgens mij ook verschillende varianten mogelijk.

Minister Donner: Het beroep heeft geen schorsende werking ten aanzien van de boete. Als met een beroep op een veroordeling een vergunning wordt geweigerd waar iemand recht op heeft, dan is een vrij fundamenteel rechtsbeginsel dat die veroordeling onherroepelijk moet zijn. We zitten met de vraag op welke wijze we sneller tot onherroepelijke veroordeling kunnen komen. Dat is een onderdeel van het algemene rechtssysteem, waarbij de vraag is hoe snel er wordt gewerkt. Ik heb al toegezegd dat ik zal bekijken of het huidige systeem van recidive de effectiviteit blokkeert. Wij moeten ons ervan bewust zijn dat niet als algemeen systeem kan worden ingevoerd dat het niet al na de tweede recidive het strafrecht wordt, want dat zal de zaak eerder vertragen dan versnellen. Je moet er dan van gebruikmaken dat je een bijzonder vermoeden hebt, om versneld te kunnen optreden.

De heer Spekman (PvdA): Ik begrijp dat wij allemaal hetzelfde willen, maar het gaat om de vraag hoe wij dat voor elkaar krijgen. Het is ook denkbaar om de schorsende werking in geval van recidive weg te halen, want dat komt vaker voor. Is de minister bereid om de Kamer bij de evaluatie van de Wet arbeid vreemdelingen verschillende varianten te tonen om dat doel te bereiken waar wij met z’n allen naar streven?

Minister Donner: U bedoelt dat het enkele feit dat al een boete is opgelegd, grond kan zijn voor weigering van de tewerkstellingsvergunning. Ik zal dat meenemen en doorlichten op welke wijze dat verenigbaar is met de uitgangspunten van het recht. Alles kan, maar niet alles mag.

De klacht van de werkgeefster in Someren is dat de tewerkstellingsvergunningen naar haar mening erg lang duren. Er is gevraagd of ik mij daarin herken. Dat doe ik niet, omdat werkgevers die deelnemen aan het project seizoenarbeid in de land- en tuinbouw, ondersteuning krijgen van LTO bij hun aanvraag en het UWV binnen twee weken beslist. In dit geval werkte mevrouw niet mee aan het project seizoenarbeid, omdat zij zich nu juist onttrok aan de afspraken. De wettelijke beslistermijn voor de afgifte van de vergunning is vijf weken. Ik kan mij dus niet herkennen in het beeld dat dit veel te lang duurt.

De heer Van Dijk heeft opgemerkt dat in artikel 11 van de Europese richtlijn een aantal andere sanctiemogelijkheden wordt geïntroduceerd met betrekking tot illegale vreemdelingen en bedrijven die illegale tewerkstelling plegen. Daar zitten nieuwe mogelijkheden in, maar ook daar gaat het om strafrechtelijke sancties die opgelegd moeten worden. Ik wijs erop dat wij deze mogelijkheden al voor een groot deel hebben in het kader van de Wet op de economische delicten. We zullen de implementatie zo snel mogelijk ter hand nemen. Er zitten zaken in die wij nog niet kennen in de Wet op de economische delicten, zoals uitsluiting van overheidsopdrachten, uitkeringen of steun bij subsidies. Het in deze zaak verwachte instrument van sluiting van een bedrijf is een sanctie die ingevolge de Wet op de economische delicten kan worden opgelegd.

Bij de bestrijding van illegale tewerkstelling wordt zo goed mogelijk samengewerkt door de verschillende inspectiediensten. Dat heeft onder andere geleid tot interventieteams. Deze zijn er ook in de land- en tuinbouw. In die zin is men op de hoogte van wat in een bepaalde gemeente speelt. In Someren was de Arbeidsinspectie aanwezig bij de controle op 15 mei. Ook bij eerdere controles zijn zowel de Arbeidsinspectie als vertegenwoordigers van de gemeente aanwezig geweest. In het samenwerkingsverband in de regio Eindhoven, waar de gemeente Someren bij hoort, vindt overleg plaats met handhavende diensten zoals de Arbeidsinspectie. Die contacten lopen niet via de burgemeester, maar zij zijn er wel. Er is een zekere terughoudendheid bij de uitwisseling van gegevens over beboete werkgevers, omdat je te maken hebt met de privacy van de werkgever. Op grond van het SUWI-besluit kunnen het UWV en de gemeente gegevens uitwisselen over de huisvesting van arbeidsmigranten. Ik meen dat dit in dit geval ook is gebeurd, toen bleek dat de huisvesting onvoldoende was.

De heer Spekman heeft in verband met de huisvesting gevraagd naar het systeem van verplichte aanmelding en het nachtregister in Someren. Waarom is er geen belletje gaan rinkelen bij de gemeente? Er werd gedoogd dat de huisvestingslocatie niet in overeenstemming was met het bestemmingsplan, maar de kwaliteit van de huisvesting staat los van dat gedoogbeleid. De gemeente is opgetreden toen duidelijk werd dat de huisvesting niet veilig was. In 2007 was de huisvesting nog voldoende. Vorig jaar heeft de gemeente geconstateerd dat er een verbouwing had plaatsgevonden en dat daardoor een onveilige situatie was ontstaan. Deze gaf eerst aanleiding tot overleg met de werkgever, van wie voor de oogst van dit jaar verbeteringen zijn geëist. Bij de controle dit jaar, aan het begin van de oogst, is geconstateerd dat de verbeteringen niet waren aangebracht en dat er sprake was van een onveilige situatie. Vervolgens heeft de werkgever via de rechter geprobeerd om de aangekondigde ontruiming tegen te houden. Er zijn toen enkele weken verstreken tot het moment dat de ontruiming daadwerkelijk kon plaatsvinden. Dat is toen het optreden geweest.

De heer Spekman wees erop dat het ook gaat om de pakkans. Dat sluit ook aan op de vraag van de heer Van Dijk over het steeds meer richten van de controles op de risico’s. Sinds mei 2007 worden de controles op de uitvoering van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) gecombineerd met de controles op de naleving van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML). Naar aanleiding van het amendement van de heer Spekman is de Arbeidsinspectie uitgebreid met de nieuwe inspecteurs. Dit was specifiek gericht op het toezicht op de WML, dat veel intensievere controles vereist, ook van de boekhouding. De opleiding van nieuwe inspecteurs vergt daardoor meer tijd. In 2008 zijn 10 400 controles gehouden. Voor 2009 is de raming 11 000 en voor 2010 12 000. Er vindt dus een gestage uitbreiding plaats, terwijl het aantal gevallen van overtreding van de Wav afneemt. Tegelijkertijd maakt de Arbeidsinspectie al een tijd een risicoanalyse van de sectoren of de bedrijven waarop de controle wordt gericht, juist om ervoor te zorgen dat geen verkwisting van inspanning optreedt.

De heer Spekman vroeg waarom er nog geen cao-politie is ingevoerd, zoals dat in de sector van de uitzendbureaus het geval is. De naleving van de cao’s is in eerste instantie een kwestie van de sociale partners zelf. Ik heb tot nu toe niet het beeld gehad dat men in de landbouw behoefte heeft aan een dergelijke cao-politie. Tegelijkertijd moet ik wederom zeggen dat een geval zoals nu voorligt, geen reden is om nu opeens voor de hele landbouw een cao-politie in het leven te roepen. Dat suggereert namelijk dat er veel meer mis is. Bij de uitzendbranche hebben wij vermoedelijk met meer illegale bedrijven te maken dan met legale bedrijven. Dat is de aanleiding om daar veel sneller op te treden. Dat is hier niet het geval.

Mevrouw Van Gent maakte een opmerking over de uitwisseling door gemeenten. De Arbeidsinspectie is beperkt effectief op het gebied van de huisvesting omdat zij meestal op de bedrijfsterreinen komt en omdat het een uitzondering is dat werknemers op het bedrijfsterrein worden gehuisvest. Bij de landbouw was dat wel het geval. Daarom worden de signalen als dat nodig is in dat geval ook uitgewisseld. Om die reden heeft de gemeente ook laten weten dat zij zou optreden op 15 mei.

Mevrouw Van Gent vroeg mij verder om de toets op huisvesting aan te scherpen. Het UWV vraagt een verklaring van de gemeente per tien twv-aanvragen voor seizoensarbeid. Het nadeel daarvan is dat de administratieve lasten toenemen. Het alternatief is dat aan de tewerkstellingsvergunning het voorschrift wordt verbonden dat de twv wordt ingetrokken als er een verklaring van de gemeente is dat deze niet binnen een bepaalde periode is verkregen. Dat zijn mogelijkheden. Ik heb al aangegeven dat de twv nu is geweigerd omdat niet was voldaan aan de eisen voor huisvesting. Het is dus eerder een kwestie dat men weet waar men naar moet kijken, dan dat men in het algemeen gaat kijken.

Waarom vlot het niet bij het inzetten van uitkeringsgerechtigden in de oogst? Tot december vorig jaar was het aantal vacatures veel groter dan het aantal mensen dat in de WW of in de AWB zat. Bij elkaar opgeteld kwam dat erbovenuit. In voorgaande jaren was de mogelijkheid om mensen met een uitkering in te zetten in de landbouw beperkt. Dat is keer op keer geprobeerd. Dat wordt ook geprobeerd door gemeenten, waar de work-firstbeginselen worden toegepast. Dat is in eerste instantie een verantwoordelijkheid van de gemeente. In het licht van de crisis en met het oog op de gevoerde discussie over de tewerkstelling van Roemenen en Bulgaren, heb ik met de LTO afgesproken dat een kalender wordt opgesteld. Als er dan behoefte bestaat aan inzet van buitenlandse werknemers, dan worden eerst de wethouders en het UWV in de omgeving aangeschreven voor de inzet van mensen met een uitkering. De mogelijkheid om mensen met een WW-uitkering na een jaar op deze wijze in te zetten in de landbouw, ligt nu voor bij de Eerste Kamer. Ook hier hebben wij echter te maken met de grenzen van de mogelijkheden in de wet. In mijn brief aan de Kamer heb ik toegezegd dat ik de IWI zal vragen om te bekijken op welke manier hiervan gebruik wordt gemaakt bij de gemeenten.

De heer Fritsma is nu niet meer aanwezig, maar hij stelde nog eens het verhaal over de openstelling van de grenzen aan de orde. Naar ik meen hebben wij die discussie ettelijke keren gevoerd. De Portugezen zijn al een aantal jaren eerder toegetreden tot de Europese Unie. De heer Fritsma wees er zelf al op. Dat was nog voordat de heer Fritsma in de Kamer zat. Dat deze situatie zich in Nederland voordoet, geeft aan dat dit losstaat van het vrije verkeer van werknemers. Op de discussie over de huisvesting ben ik al uitvoerig ingegaan. De vraag of wij de grenzen opnieuw sluiten omdat er in Someren een onbehoorlijke situatie is, is dan ook niet aan de orde.

De heer Ulenbelt is ingegaan op de tenten. Zolang een gemeente een verklaring afgeeft dat de tenten een adequate huisvesting zijn, kan ik de tewerkstellingsvergunning niet weigeren. Ik kan de minister van Binnenlandse Zaken en de minister van VROM wel wijzen op deze situatie, maar dat is een ander geval. Wat ik ook kan doen, en dat is ook gebeurd, is weigeren om een nieuwe tewerkstellingsvergunning af te geven. Naar ons bleek, klopte de beschreven situatie immers niet met de werkelijke situatie. Dat was een aanleiding om de nieuwe vergunningen te weigeren. In hoeverre je ervoor kunt zorgen dat de tenten worden afgebroken, is één zaak. Hierover kan ik beter publiek geen uitspraken doen. Dat is een zaak waarover je niet op voorhand moet praten, als al iets lukt. De heer Ulenbelt wees erop dat in dit soort situaties in overeenkomsten wordt geregeld dat betaling plaatsvindt na afloop van de werkzaamheden. De vraag is in hoeverre geregeld kan worden dat per maand of per week moet worden uitbetaald. Het gaat hier wel om de algemene vrijheid van mensen om in contracten afspraken te maken over de wijze waarop wordt betaald. Wij hebben in Nederland niet een Burgerlijk Wetboek voor iedereen, maar niet voor Roemenen. Bij het toezicht op de Wet minimumloon – dat is een onderdeel van het onderzoek dat nu wordt gedaan – wordt bekeken of de situatie zodanig is dat kan worden gezegd dat de WML wordt overtreden. Ik kan niet in het BW opnemen dat betaling per definitie per maand of per week moet plaatsvinden alleen op basis van het feit dat een en ander in het genoemde geval tot een onfrisse situatie leidt. Daar kan ik niet de hele wet voor wijzigen. Dan moeten wij gewoon optreden in dit concrete geval.

Ik deel de zorg en de weerzin die hier is uitgesproken over de situatie die is aangetroffen. Ik zeg de Kamer toe dat wij zullen bekijken of we niet te veel vastlopen in onze eigen regels en procedures om in dit soort gevallen effectief op te kunnen treden. Kortom, wij zullen bekijken of de recidivebepaling en de wijze waarop wij daarmee omgaan anders moeten worden. Ten laatste kom ik daarop terug als de evaluatie van de bestuurlijke boete hier aan de orde is. Ik wijs erop dat er daarnaast een project loopt inzake de modernisering van de Wav, mede in verband met het moderne migratiebeleid, dat leidt tot wijziging van de Wav. Ook op dat moment is er eventueel aanleiding om te kijken of het nodig is om de bepalingen te wijzigen. Wij proberen de situatie in Someren zo effectief mogelijk aan te pakken, nu ook in het kader van strafrechtelijk onderzoek en onderzoeken met betrekking tot de Wet minimumloon. Dat alles betekent dat je achteraf nog steeds met een onbevredigend gevoel blijft zitten in de zin van hadden wij dit niet kunnen voorkomen of kunnen wij dit niet voorkomen? Ik heb echter ook aangegeven dat bewindspersonen en ambtelijke diensten moeten handelen binnen de grenzen van de wet.

De heer Jan Jacob van Dijk (CDA): Voorzitter. Ik dank de minister voor zijn toezegging dat wij bij de evaluatie van de bestuurlijke boete nog eens kunnen bekijken of een aantal dingen wat sneller en makkelijker kan. Op één punt blijf ik het oneens met de minister. Ik denk namelijk dat wij het strafrecht eerder kunnen toepassen. De minister zegt dat het niet sneller gaat en dat er in dat geval een opschortende werking is voor de boete. Dat laatste is best mogelijk, maar dat kun je altijd bij de strafmaat betrekken. Op de een of andere manier komt dat dan wel weer terug. Volgens mij is dat niet het grote probleem.

Op dit moment is het mogelijk om vier jaar lang door te gaan met bezwaar, beroep, hoger beroep en ga zo maar door. Mijn indruk is dat wij bij het strafrecht over het algemeen niet te maken hebben met periodes van vier jaar. Ik wil daarom voorstellen om na één keer over te gaan naar het strafrecht. De minister is namelijk op een punt niet ingegaan: het nadeel van de bestuurlijke boete is dat wij wel hopen dat gedragsverbetering plaatsvindt, maar dat niet zeker weten. Gebruik je het strafrecht, dan is in ieder geval veel sneller zeker dat het gaat gebeuren. De minister zegt dat in 19% van de gevallen recidive plaatsvindt. Ik heb dan niet het gevoel dat het maar om één gevalletje gaat. Het gaat om iets meer dan een paar gevallen. Om die reden hecht ik eraan dat wordt nagegaan of het mogelijk is om bij een eerste geval van recidive op basis van het strafrecht te handelen. Mocht blijken dat de minister daarover een andere mening heeft, dan overweeg ik om de Kamer hierover een uitspraak te vragen.

De heer Spekman (PvdA): Voorzitter. Ik dank de minister en de staatssecretaris voor hun antwoorden. Mij bekruipt nog steeds het gevoel dat de mevrouw in Someren ook hiervan nog niet erg onder de indruk is en er nog steeds te gemakkelijk mee wegkomt. Daarop baseer ik toch mijn oordeel. Als er aan onze zijde sprake is van onvermogen, vanwege naïviteit of allerlei andere constructies in ons hoofd, zodat wij dit niet steviger kunnen aanzetten, dan gaat dit door. Dan blijft zij hiermee doorgaan. Ik geef het minimumloon als voorbeeld. Het is bij de Arbeidsinspectie algemeen bekend dat het minimumloon wordt ontdoken door dit te versleutelen met allerlei huisvestingskosten of met allerlei goederen die verplicht moeten worden afgenomen. Ik snap wel dat wij niet alles dicht kunnen regelen, maar ik wil de naïviteit er een beetje uithalen. Ik wil de medewerkers van bijvoorbeeld de Arbeidsinspectie die dit allemaal zien, de mogelijkheid geven om te doen wat rechtvaardig is. Anders krijgen de mensen die op een super creatieve manier gebruikmaken van de regeltjes, toch hun zin en dan ontstaat valse concurrentie met de ondernemers die het eerlijk doen. Dat steekt mij. Ik vind dat wij daar echt paal en perk aan moeten stellen.

Ik ben blij met de toezegging van de minister dat hij in de Wet arbeid vreemdelingen, die wordt geëvalueerd, snelheid wil brengen. Ik vond hem wel nog een beetje afhoudend. Ik vind dat dit echt heel stellig moet gebeuren, anders komen wij daar bij de evaluatie op terug. Wij moeten hierin sneller worden, willen we een beetje slagkracht hebben als zich excessen voordoen. Ik weet wel zeker dat de meerderheid van de tuinders of de boeren het op een eerlijke manier doet. Voor degenen die het niet eerlijk doen, moeten wij meer slagkracht ontwikkelen. De snelheid moet omhoog. Begin dan alsjeblieft in de periode tot en met december met het afhandelen van de bezwaarschriften binnen de Arbeidsinspectie zelf.

Waarom vinden wij geen andere manieren? Waarom laat je iemand die al eerder is veroordeeld, maar nog niet onherroepelijk is veroordeeld, voor de calamiteitenregeling gaan? Aan het verlenen van een tewerkstellingsvergunning zijn eisen verbonden. Je kunt bijvoorbeeld stellen dat er geen beroep of bezwaar tegen je mag zijn ingesteld als je een beroep wilt doen op de calamiteitenregeling. Zo zijn er nog allerlei dingen te regelen.

Ik ben er ook nog niet van overtuigd dat de samenwerking tussen de geledingen van de overheid voldoende is. Ik denk hierbij niet aan de samenwerking tussen Binnenlandse Zaken en VROM. Wijzen alleen is echt niet voldoende. Ik wil het gewoon hard hebben dat de overheid als één functioneert en zich niet uit elkaar laat spelen doordat wordt gewezen naar een collega of doordat wordt afgewacht tot een collega van een andere dienst wel wat doet. Hetzelfde geldt voor de gemeente: of de burgermeester is op de hoogte, of niet. De burgemeester beweerde echt uitdrukkelijk bij Knevel & Van den Brink dat hij noch de gemeente op de hoogte was. Ik wil weten wat de waarheid is.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Voorzitter. Vandaag is het toch een beetje somberen over Someren. Wij vinden hier allemaal dat dit gewoon niet kan en dat de rotte appels eruit moeten. Zij verzieken de markt en zij buiten mensen uit. Dat wil hier niemand. De minister zegt dat hij toch nog eens gaat bezien of wij niet vastlopen in de eigen regels en procedures. Dat is prima, maar ik wil hem de volgende suggestie meegeven. Je kunt ook overwegen om iemand uit het vak te zetten, om een beroepsverbod op te leggen aan mensen die welbewust, keer op keer gebruikmaken van dit soort praktijken. Mensen die nu met een beroepsverbod te maken krijgen, zijn bijvoorbeeld ontucht plegende leraren of disfunctionerende medici. Ik begrijp best dat dit heel ingrijpend is, want je neemt mensen het brood uit de mond, maar het kan zijn dat werkgevers niet in staat zijn om zich als een fatsoenlijke werkgever te gedragen, mensen welbewust uitbuiten en lak hebben aan alle regels. Ik vraag de minister om die mogelijkheid toch nog eens te bezien. Als je geen rotzooi veroorzaakt, krijg je daar niet mee te maken, maar als je de zaak welbewust slechter maakt, dan moet je ook maar op de blaren zitten.

De heer Jan Jacob van Dijk (CDA): Kan mevrouw Van Gent toelichten hoe zij dit precies handen en voeten wil geven? Bij een arts is het simpel, want dan kun je de bevoegdheid intrekken. Bij een docent kun je exact hetzelfde doen, maar ik zou niet weten welk diploma van een aspergeteler ik ongeldig zou moeten verklaren.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Ik heb uit laten zoeken hoe je dat zou kunnen regelen. Ik heb begrepen dat je dit kunt regelen in het Wetboek van Strafrecht. Volgens mij is het in artikel 273f omschreven: wie een misdrijf in zijn beroep of bedrijf begaat, kan de uitoefening van dat beroep of bedrijf worden ontzegd. Ook hierbij is het beroepsverbod min of meer aan de orde geweest. Ik wil de minister vragen om die mogelijkheid te bezien. Het is natuurlijk een uiterste noodzaak, maar in de beantwoording hebben wij kunnen horen dat de meesten het goed doen. Een aantal verklooit het behoorlijk, verziekt de markt en buit mensen uit. Ik vind het niet te tolereren dat zo misbruik wordt gemaakt van mensen. Dit kan een ultiem middel zijn, maar dan weten mensen ook waar zij aan toe zijn als zij welbewust constant dit soort praktijken hanteren.

Ik heb nog een vraag over de huisvesting. Ik hoop toch niet dat ik goed heb begrepen dat mensen in tenten kunnen worden gehuisvest. In de ene tent is dat prima, maar in de andere tent mag dat niet omdat de haringen misschien anders zijn. Even serieus. De minister zegt dat hij Binnenlandse Zaken en VROM er best nog eens op wil wijzen dat er wellicht een misverstand is over de soort huisvesting. Een tent kan veilig zijn, maar daarmee kan het nog niet wenselijk zijn dat mensen op die manier worden gehuisvest. Waar gaat de minister Binnenlandse Zaken en VROM nu precies op wijzen? Hij zal het toch met mij eens zijn dat huisvesten in tenten niet overeenkomt met wat wij ons voorstellen van huisvesting als mensen hier komen werken.

De heer Ulenbelt (SP): Voorzitter. Over dat laatste was ik ook verbaasd. Ik meende ook te horen dat vijftien tewerkstellingsvergunningen zijn geweigerd omdat huisvesting plaats zou vinden in drie tenten, maar dat in de twee tenten die daarnaast staan wel mensen zitten met een tewerkstellingsvergunning.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Ja, dat is toch raar.

De heer Ulenbelt (SP): Zou de minister dan niet ook gewoon die andere tewerkstellingsvergunningen intrekken? Kennelijk kan dit met een verwijzing naar de tenten. Waarom dan in dit geval niet? Dan kan de minister daar mooi mee naar mevrouw Janssen stappen en zeggen: tenten weg, normaal huisvesten, anders tewerkstellingsvergunning weg. Nu wordt nog ongeveer twee of drie weken asperges gestoken. De facto zou dat neerkomen op: stoppen met die toko.

De arbeiders komen hier om te werken voor een loon. Ik had de minister gevraagd of hij via de Nederlandse ambassade hulp aan hen wil aanbieden om het achterstallige loon op mevrouw Janssen te verhalen. Ik denk dat de adressen van deze Roemenen bekend zijn. Anders moet de minister even bij mevrouw Janssen navragen waar haar ronselaar woont. Dat is een Nederlander die een camping in Roemenië heeft. Hij kent de arbeiders die naar Nederland zijn gekomen. Wellicht kan de ambassade dan via deze ronselaar, zo noem ik hem maar, deze Roemenen bijstaan opdat zij alsnog hun loon ontvangen.

Minister Donner: Voorzitter. De hulp waar de heer Ulenbelt om vraagt, is al toegezegd. Dat heb ik al in de brief aangegeven. Daar wordt inderdaad ook de ambassade bij ingeschakeld.

De ronselaar is mede object van het strafrechtelijk onderzoek.

Dan de huisvesting. Wellicht heb ik het onduidelijk weergegeven. De weigering vond plaats omdat werd beweerd dat er tenten waren, maar die waren er niet. Dat is gebruikt om de tewerkstellingsvergunningen te weigeren. Voor het oordeel over de vraag of de tenten adequate huisvesting zijn, ben ik afhankelijk van hetgeen de gemeente op dit punt verklaart. De gemeente heeft verklaard dat dit een adequate huisvesting is. Het gaat hierbij om een tijdelijke huisvesting. Bovendien zijn verschillende voorzieningen binnenshuis beschikbaar. Het sanitair bevindt zich binnenshuis. De gemeente heeft vastgesteld dat de huisvesting adequaat is. Er is juist gedaan wat men mij de hele tijd heeft gevraagd. Dat kon bij de vijftien en dat is ook gebeurd.

De heer Spekman (PvdA): Kan de inspectie van VROM daar dan niet langsgaan?

Minister Donner: Daarom zeg ik dat ik zal bekijken wat ik nog verder op dit terrein kan doen. Ik kan alleen maar aangeven dat ik zo snel mogelijk zal kijken wat daaraan kan worden gedaan.

De heer Spekman (PvdA): Wilt u ons daarover informeren?

Minister Donner: Nee, dat wil ik niet, want dat soort dingen moet je niet op papier zetten. Een en ander hoort u achteraf.

De heer Spekman (PvdA): Dat vind ik prima.

Minister Donner: Dan gaan wij niet op basis van deze toezegging officiële stukken overschrijven, maar als iets lukt, hoort de Kamer het wel.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): De gemeente heeft bij de huisvesting een belangrijke vinger in de pap. Ik denk daarbij niet aan tenten, ook al kun je binnen in een huis douchen of naar een wc. Of misschien is ook dat nog weer apart geregeld. Ik kan mij voorstellen dat de minister dat nog eens met zijn collega’s in het kabinet bespreekt. Daar zouden wij eens precies naar moeten kijken, want huisvesting in tenten is geen adequate huisvesting.

Minister Donner: Ik zal daarnaar informeren.

Mevrouw Van Gent vroeg om het instellen van een beroepsverbod. De heer Spekman wees er al op dat het hierbij niet gaat om een geregeld beroep, maar om het exploiteren van een aspergebedrijf. Het equivalent daarvan is het sluiten van het bedrijf. Die bevoegdheid zit al in de wet en kan worden toegepast. Dat is een onderdeel van de Wet op de economische delicten en die is van toepassing in deze situatie na herhaalde recidive.

De burgemeester heeft bij Knevel & Van den Brink verklaard dat hij niet op de hoogte was. Dat kan heel wel zijn.

Met de heren Spekman en Van Dijk ben ik het geheel eens dat het beeld en de situatie onbevredigend zijn. Ik heb toegezegd om te bekijken wat op punten kan worden gedaan om bij recidive effectiever in te grijpen als het beeld bestaat dat iets stelselmatig mis is. Het enige waarvoor ik heb gewaarschuwd is dat het hierbij gaat om regels die van toepassing zijn op goeden en kwaden. Zij zijn mede bedoeld als bescherming. De ergernis over één kwaad geval kan dan ook niet inhouden dat wij het hele systeem voor een deel ontdoen van de rechtsbescherming die het biedt. Dat moet vooropstaan.

Voor zover dat binnen mijn mogelijkheden ligt worden de zaken sneller afgehandeld. Over het algemeen is het dan een kwestie van hoe lang de procedures zijn. Ik wil erop wijzen dat het hier om uitzonderlijk lange procedures gaat door het gebruik van alle mogelijkheden. Een strafproces duurt aanzienlijk langer dan een bestuurlijk proces. Een van de redenen waarom wij gekozen hebben voor een bestuurlijke handhaving in plaats van een strafrechtelijke handhaving is omdat binnen de strafrechtelijke systematiek de hoogste boete die hier kan worden gebruikt € 900 is. Nu kunnen wij bij recidive een boete van € 12 000 opleggen. Juist vanwege dit soort zaken is gekozen voor bestuurlijke handhaving. Dat geheel moet worden afgewogen bij de beslissing of je iets anders doet of niet. Ik zeg de heer Van Dijk toe dat ik de Kamer zo snel mogelijk een volledige afweging zal geven van de verschillende aspecten die hierbij een rol spelen en wat op dat punt kan worden gedaan.

De heer Jan Jacob van Dijk (CDA): Wanneer kunnen wij die verwachten?

De heer Donner: Ik moet eerst een breder beeld hebben van de evaluatie. Zoals gezegd zal ik dat ten laatste ten tijde van de evaluatie doen, maar zo mogelijk eerder.

De heer Jan Jacob van Dijk (CDA): Goed. Ik beraad mij op wat ik ga doen.

De heer Donner: Voor de volgende oogst.

De heer Jan Jacob van Dijk (CDA): U had mij bijna, maar nu niet meer.

De voorzitter: Ik dank de minister voor de beantwoording. Ik neem aan dat de leden een overzicht van de toezeggingen willen. Ik zal het proberen. De laatste toezegging kan ik niet herhalen.

Toezeggingen

– De staatssecretaris heeft toegezegd informatie over de risicoprofielen in juli 2009 naar de Kamer te sturen.

– De minister gaat na of de overheid, om werkelijk effectief te kunnen optreden bij misstanden, niet te veel vastloopt in de bestaande regels en de procedures. De minister zal de Kamer hierover ten laatste informeren ten tijde van de evaluatie van de bestuurlijke boete. Dat is tegen het einde van dit jaar.

De voorzitter: Mijnheer Van Dijk zal de toezegging herhalen die de minister in de laatste minuut heeft gedaan.

De heer Jan Jacob van Dijk (CDA): Dat is wel mooi. Ik dacht dat dit de taak van de voorzitter was.

De toezegging die de minister heeft gedaan is dat hij de Kamer een overzicht zal geven van de afwegingen die zijn gemaakt bij de keuze tussen de bestuurlijke en de strafrechtelijke afdoening van delicten.

Minister Donner: Het gaat erom dat ik zo mogelijk separaat zal terugkomen op hetgeen wij in dit soort situaties effectiever kunnen doen door een versnelling en via het strafrecht. Het is niet meer dan een afweging. Het is waar je aan zou kunnen denken. Daarom zeg ik ook: ten laatste als onderdeel van de evaluatie. Mogelijk moet het daarbij worden betrokken. Ik ben net zo geraakt door de situatie die werd aangetroffen en door het beeld dat wij niks kunnen doen om een en ander eerder te doen.

De voorzitter: Ik hoop dat het nu duidelijk is voor de Kamer, want ik zou het niet kunnen herhalen.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Voorzitter. Ik heb een toezegging gekregen omtrent de huisvestingseisen. De minister zei dat hij met zijn collega’s van VROM en van Binnenlandse Zaken hiernaar zou kijken. Ik mag aannemen dat dit niet tot het einde van het jaar hoeft te duren en dat de minister de Kamer hierover na een maand kan informeren. Dan kan men vast gaan bouwen, zodat in het volgende seizoen wel goede huisvesting gereed is.

De voorzitter: Ik sluit de vergadering.


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van der Vlies (SGP), De Wit (SP), voorzitter, Van Gent (GroenLinks), Blok (VVD), Nicolaï (VVD), Jan Jacob van Dijk (CDA), Smeets (PvdA), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Omtzigt (CDA), Van Hijum (CDA), Timmer (PvdA), Koer Kaya (D66), Jonker (CDA), ondervoorzitter, Luijben (SP), Ulenbelt (SP), Ortega-Martijn (ChristenUnie), Blanksma-van den Heuvel (CDA), Van der Burg (VVD), Koppejan (CDA), Tony van Dijck (PVV), Spekman (PvdA),Vermeij (PvdA), Vermeij (PvdA), Thieme (PvdD), Karabulut (SP) en Vos (PvdA).

Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Gerkens (SP), Sap (GroenLinks), De Krom (VVD), Weekers (VVD), Smilde (CDA), Depla (PvdA), Aptroot (VVD), Pieper (CDA), Willemse-van der Ploeg (CDA), Linhard (PvdA), Pechtold (D66), Spies (CDA), Irrgang (SP), Lempens (SP), Cramer (ChristenUnie), Biskop (CDA), Elias (VVD), Joldersma (CDA), Fritsma (PVV), Tang (PvdA), Heerts (PvdA), Ouwehand (PvdD), Gesthuizen (SP) en Heijnen (PvdA).