De behandeling van klokkenluider Roelie Post door de Europese Commissie |
|
Michiel van Nispen , Renske Leijten |
|
Stef Blok (minister buitenlandse zaken) (VVD), Sander Dekker (minister zonder portefeuille justitie en veiligheid) (VVD) |
|
Heeft u kennisgenomen van de uitzending van VPRO-Argos «Roelie Post. Het leven van een klokkenluider»?1 Was u reeds bekend met deze zaak?
Ja, het kabinet heeft kennisgenomen van de uitzending, het kabinet was niet bekend met alle aspecten die in de uitzending aan de orde kwamen.
Wat is uw reactie op het feit dat Roelie Post, die als ambtenaar bij de Europese Commissie als een van de eersten corruptieschandalen rondom adopties uit Roemenië aan het licht bracht, te maken kreeg met forse tegenwerkingen en bedreigingen die inmiddels zo ernstig zijn dat ze ondergedoken moet leven?
In algemene zin geldt dat het kabinet elke bedreiging tegen ambtsdragers in de publieke sector, ook bij de Europese Commissie, als onacceptabel beschouwt.
Deelt u de mening dat het schrijnend is dat iemand die zich kwetsbaar opstelt als klokkenluider niet alleen te maken heeft met ernstige bedreigingen, maar (inmiddels) ook een slepend conflict heeft met haar werkgever, de Europese Commissie, die haar nooit heeft beschermd maar ook niet erkent als klokkenluider en nu zelfs met forse strafmaatregelen dreigt? Deelt u de mening dat een dergelijke behandeling niet acceptabel is?
Het kabinet acht het van belang dat bescherming van klokkenluiders adequaat geregeld is, zowel in Nederland als in de Europese Unie. In de afgelopen jaren is de aandacht voor klokkenluiders toegenomen.
In Nederland heeft die aandacht geleid tot de Wet Huis voor Klokkenluiders die werkgevers o.a. verplicht om een interne meldregeling te hebben en die het mogelijk maakt dat (potentiële) klokkenluiders advies en ondersteuning krijgen van het externe, onafhankelijke Huis voor Klokkenluiders.
Ook binnen de Europese instellingen is de aandacht voor klokkenluiden en de bescherming van klokkenluiders toegenomen. Personeel van de instellingen van de EU, genieten klokkenluidersbescherming op grond van het statuut van de ambtenaren en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. In 2004 zijn hier procedures aan toegevoegd voor het melden van fraude, corruptie of ernstige onregelmatigheden, en om personeelsleden die inbreuken melden bescherming te bieden tegen negatieve gevolgen.
In 2012 heeft de Commissie nieuwe Guidelines voor klokkenluiden gepubliceerd (SEC 2012 679 final2) met als doel om de effectieve toepassing van de eigen regels met betrekking tot het melden van misstanden en de bescherming van melders/klokkenluiders te verbeteren en te versterken. Hierin onderschrijft de Europese Commissie het belang van een duidelijke procedure en bescherming voor klokkenluiders. Deze Guidelines benoemen de noodzaak «to ensure that members of staff who report serious wrongdoings or concerns in good faith are afforded the utmost confidentiality and greatest degree of protection against any retaliation as a result of their whistleblowing». De Guidelines noemen verschillende interne en externe kanalen (waaronder de Europese Ombudsman) voor werknemers die vermoedens van misstanden kenbaar willen maken en gaan in op verschillende beschermende maatregelen.
Wat zegt het volgens u over de Europese Commissie dat Roelie Post niet de enige is, maar dat in de uitzending van Argos meer voorbeelden worden genoemd van mensen die corruptieschandalen onthulden maar vervolgens in de problemen kwamen? Hoeveel mensen zitten thuis wegens het luiden van de klok?
Het kabinet hecht aan de Guidelines die de Commissie in 2012 heeft aangenomen en de toepassing van deze Guidelines door de instellingen. Het kabinet is niet bekend met de omgang van de Commissie met de in de Argos-uitzending genoemde personen. Het kabinet is niet op de hoogte van het totale aantallen klokkenluiders bij de Commissie die op non-actief staan.
Wat vindt u er van dat niemand bij de Europese Commissie wilde meewerken aan deze uitzending van Argos over deze klokkenluider, en dat ook Eurocommissaris Timmermans nooit iets van zich liet horen in deze kwestie ondanks herhaald verzoek?
Het is een eigenstandige overweging van de Europese Commissie om al dan niet mee te werken aan een uitzending.
Vindt u ook dat, nu er zeer recent door Eurocommissaris Timmermans nieuwe regels zijn aangekondigd om klokkenluiders beter te beschermen, het niet zo kan zijn dat Roelie Post precies het omgekeerde overkomt namelijk dat zij gestraft wordt in plaats van beschermd?2
De recente voorstellen van de Commissie hebben geen betrekking op de positie van medewerkers van de Europese Commissie; hiervoor verwijst het kabinet naar de onder antwoord drie genoemde Guidelines die van toepassing zijn op medewerkers van de Commissie.
Welke mogelijkheden zijn er voor u om te bemiddelen in het conflict tussen Roelie Post en de Europese Commissie? Wat kunt u voor deze klokkenluider betekenen?
De specifieke aspecten van het geschil tussen de Commissie en de betreffende medewerker zijn bij het kabinet niet bekend. In principe gelden voor medewerkers van de Commissie de vastgelegde procedures uit de verordening voor het statuut van Europese ambtenaren, die in deze gevallen van toepassing zijn. Ook verwijst het kabinet naar de onder antwoord drie genoemde Guidelines voor klokkenluiders. Voor het kabinet ligt er om deze reden geen bemiddelende rol voor de hand. Dat laat onverlet dat het kabinet het positief zou vinden indien er naar de inhoud en de geest van de geldende Europese regelgeving een voor beide partijen bevredigende oplossing wordt gevonden in dit geschil.
Het artikel ‘Weedkiller products more toxic than their active ingredient, tests show’ |
|
Tjeerd de Groot (D66) |
|
Carola Schouten (viceminister-president , minister landbouw, visserij, voedselzekerheid en natuur) (CU) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Weedkiller products more toxic than their active ingredient, tests show» alsmede met de achterliggende studie waarnaar in het bericht wordt verwezen?1
Ja.
Hoe beoordeelt u de inhoud van de achterliggende studie waarnaar in het bericht wordt verwezen?
De onderzoekers verstrekken geen informatie over de daadwerkelijke samenstelling van de verschillende gewasbeschermingsmiddelen op basis van de werkzame stof glyfosaat. Hierdoor is het niet mogelijk om de achterliggende studie te duiden, waarnaar het bericht verwijst.
Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) is momenteel bezig met het herbeoordelen van alle toepassingen van gewasbeschermingsmiddelen op basis van de werkzame stof glyfosaat in Nederland. Het Ctgb beschikt daarvoor over de samenstelling van deze middelen. Het Ctgb neemt in de herbeoordeling ook de mogelijke effecten van de hulpstoffen mee, die naast de werkzame stof, in een product zijn verwerkt. Dit kan aanleiding geven tot het wijzigen of intrekken van toelatingen, zoals is gebeurd in geval van de hulpstof POE-tallowamine (Kamerstuk 27 858, nr. 394). Ik wacht de resultaten van deze herbeoordeling af.
Geeft deze studie aanleiding tot heroverweging van het besluit van de European Food Safety Authority (EFSA) ten aanzien van de toelating van het middel glyfosaat?
Nee, omdat deze studie ziet op de mogelijke effecten van verschillende gewasbeschermingsmiddelen met daarin de werkzame stof glyfosaat en niet op de mogelijke effecten van de werkzame stof glyfosaat zelf. De Europese besluitvorming eind 2017 betrof de werkzame stof.
De antisemitische uitspraken van president Abbas |
|
Kees van der Staaij (SGP), Joël Voordewind (CU) |
|
Stef Blok (minister buitenlandse zaken) (VVD) |
|
|
|
|
Kent u het bericht «Palestijnse president Abbas verwijt de Holocaust aan gedrag van de Joden»?1
Ja.
Deelt u de mening dat president Abbas, met zijn opmerkingen over de Joodse en Israëlische geschiedenis, waaronder de ontkenning van de Joodse connectie met het land Israel, het benoemen van Israel als een «Europees» en «koloniaal» project en het noemen van samenwerking tussen Hitler en Zionisten, zich niet alleen schuldig maakt aan flagrante geschiedvervalsing maar zich ook willens en wetens zeer kwetsend opstelt?
Het kabinet deelt de mening van de Hoge Vertegenwoordiger van de EU dat de speech van de Palestijnse president Abbas op 30 april jl. – die ingaat op het ontstaan van de Holocaust en de legitimiteit van Israël – onacceptabele delen bevat. Nederland heeft in een tweet op 3 mei jl. aangegeven deze EU-verklaring volledig te onderschrijven. De Nederlandse Vertegenwoordiger in Ramallah heeft direct geprotesteerd bij de Palestijnse Autoriteit, waarbij is aangegeven dat Nederland deze delen van de speech fout, onnodig, onbehulpzaam, onrechtvaardig en ongelukkig acht. Een dergelijke boodschap is ook door de vertegenwoordiger van de EU bij de Palestijnse Autoriteit afgegeven namens alle EU-lidstaten. Nederland heeft deze boodschap eveneens herhaald in de VN Veiligheidsraad. Zowel bilateraal als in EU-verband, blijft Nederland – zowel de Palestijnse Autoriteit als Israël – aanspreken op opruiende retoriek.
Beaamt u dat president Abbas met deze antisemitische opmerkingen antisemitisme onder Palestijnen aanwakkert?
Zoals de Hoge Vertegenwoordiger van de EU ook stelt, werkt dergelijke retoriek diegenen die een twee-statenoplossing afwijzen, in de hand. Hoewel president Abbas meermaals steun heeft uitgesproken voor een twee-statenoplossing, acht het kabinet het zorgelijk dat de uitspraken een dergelijke negatieve werking kunnen hebben.
Welke gevolgen hebben de uitspraken van president Abbas voor de Palestijnse opstelling binnen het vredesproces, en voor de kans van slagen van dit proces?
Zoals aangegeven in de Kamerbrief over de stand van zaken van het Midden-Oosten Vredesproces (d.d. 16 april 2018, kenmerk 23432–444/2018D02479), is de twee-statenoplossing steeds meer onder druk komen te staan. Het Kwartet (de EU, de VS, Rusland en de VN) identificeerde in diens rapport van juli 2016 een aantal trends die de verwezenlijking van de twee-statenoplossing bemoeilijken, waaronder opruiende retoriek. Deze trends zijn nadien niet veranderd. Delen van de speech van president Abbas op 30 april jl. passen niet bij een leider die vrede nastreeft met diens Israëlische buren. Tegelijkertijd moet gesteld worden dat aan Israëlische zijde eveneens onbehulpzame uitspraken zijn gedaan, zoals de openlijke suggesties van verschillende politici om delen van de Westelijke Jordaanoever te annexeren of opmerkingen over Palestijnen of Palestijnse moeders die allemaal terroristen zouden zijn. Het kabinet is van mening dat dergelijke uitspraken het wederzijds vertrouwen ondergraven en een klimaat scheppen, waarbij beide partijen meer en meer vast komen te zitten in hun eigen posities en gelijk.
Bent u net als de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) van mening dat deze uitspraken onacceptabel zijn? Wordt er in EU-verband verdere vervolgactie overwogen?
Zie antwoord vraag 2.
Welke politieke en financiële consequenties verbindt u aan de uitspraken van president Abbas?
Nederland heeft, net als de EU, nadrukkelijk stelling genomen tegen de uitspraken en president Abbas heeft zijn excuses aangeboden. Het kabinet ziet geen aanleiding om de Nederlandse steun aan de Palestijnse gebieden (gedeeltelijk) op te schorten of te beëindigen.
De berichten ‘Situatie buitendijkse haven is onvoorstelbaar’ en ‘Komst buitendijkse haven nog niet zeker’ |
|
Helma Lodders (VVD), Remco Dijkstra (VVD) |
|
Carola Schouten (viceminister-president , minister landbouw, visserij, voedselzekerheid en natuur) (CU) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichten «Situatie buitendijkse haven is «onvoorstelbaar»» en «Komst buitendijkse haven nog niet zeker» van Omroep Flevoland?1 2
Ja.
Herkent u de problemen en de patstelling, zoals geschetst in het bericht «Komst buitendijkse haven nog niet zeker»? Zo ja, hoe lang speelt deze situatie? Zo nee, kunt u reflecteren op het gestelde?
De Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland wordt voor het belangrijkste deel ontwikkeld in het IJsselmeer, binnen het beheergebied van Rijkswaterstaat.
Op 19 juli 2017 hebben het Rijk en de provincie Flevoland afspraken vastgelegd in een Bestuursovereenkomst Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland. In deze overeenkomst committeren partijen zich aan het mogelijk maken van de haven, onder andere door het opstellen van een erfpachtovereenkomst tussen de Staat (het Rijksvastgoedbedrijf) en de provincie Flevoland. Een verkoop van de betreffende gronden aan de provincie is overigens niet aan de orde; de gronden blijven immers deel uitmaken van het beheergebied van Rijkswaterstaat. Bovendien is een verkoop niet nodig om de Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland te faciliteren.
Het Rijksvastgoedbedrijf bepaalt onder welke voorwaarden er een recht van erfpacht voor de betreffende gronden kan worden gegeven.
Er is de afgelopen periode gewerkt aan de erfpachtovereenkomst, conform de uitgangspunten van de Bestuursovereenkomst. Eén van de vastgelegde uitgangspunten is de duur van de erfpachtperiode (40 jaar, met de mogelijkheid tot een hervestiging van het erfpachtrecht voor nogmaals 40 jaar).
In een bestuurlijk overleg d.d. 12 februari 2018 tussen Rijkswaterstaat, Rijksvastgoedbedrijf en de provincie Flevoland, is ter sprake gekomen dat het Rijksvastgoedbedrijf en de provincie niet tot overeenstemming lijken te komen over de voorwaarden van deze erfpachtovereenkomst. Daarna heeft nog verschillende keren overleg plaatsgevonden tussen Rijk en provincie. Het kabinet is van mening dat noch de afgesproken duur van het recht van erfpacht, noch de algemene voorwaarden van de Staat bij erfpacht een belemmering hoeven te vormen voor de realisatie van de Servicehaven en ik ga graag verder met de provincie in overleg over de vraag hoe eventuele door de provincie ervaren belemmeringen zouden kunnen worden weggenomen. De geschetste patstelling herken ik als zodanig niet.
Is het u bekend dat verschillende banken geen hypotheek willen verstrekken vanwege het gebrek aan rechten en zekerheden? Zo ja, wat vindt u hiervan? Zo nee, bent u bereid zich hierover te doen informeren?
Ja, dat is mij bekend. De afgesproken duur van het recht van erfpacht, noch de algemene voorwaarden van de Staat bij erfpacht zijn als zodanig beperkend voor het verkrijgen van externe financiering. Het probleem lijkt met name te zitten in de voorgenomen opzet dat de ondernemers via de provincie uitsluitend een onder-ondererfpachtrecht verkrijgen. Verschillende banken zijn van mening dat zij hierdoor onvoldoende zekerheden verkrijgen om een hypotheek te verstrekken.
Ik ben van mening dat door middel van een aanpassing van de door provincie beoogde opzet, waarbij bijvoorbeeld rechtstreeks aan de ondernemer(s) een zelfstandig recht van erfpacht wordt verleend, er een situatie ontstaat waarbij er voor banken wel voldoende zekerheden zijn en de Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland kan worden gerealiseerd.
Wat vindt u ervan dat de ontwikkeling van de buitendijkse haven in gevaar dreigt te komen door een gebrek aan rechten en zekerheden, wat bevestigd wordt door ondernemers en banken?
Zie het antwoord op vraag 3.
Wat vindt u ervan dat de ontwikkeling van de buitendijkse haven een initiatief is van een groep innovatieve ondernemers die al een aantal jaren daarmee bezig is? Bent u ermee bekend dat een dergelijke haven voor een lange periode wordt aangelegd en dat daarmee de mogelijkheden om over te gaan tot ontwikkeling al zeer beperkt zijn?
De Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland sluit aan op de Maritieme Strategie van het Rijk. De nieuwe haven kan bijdragen aan de verbetering van de Nederlandse maritieme infrastructuur. Ik sta derhalve positief ten opzichte van het initiatief, dat oorspronkelijk afkomstig is van zeven maritieme bedrijven. Nadat gebleken is dat de bedrijven in gezamenlijkheid de haven niet zelf konden realiseren, heeft de provincie Flevoland enkele jaren geleden, mede op verzoek van de gemeenten Urk en Noordoostpolder, een trekkersrol op zich genomen in de ontwikkeling van deze haven. Het is evident dat een dergelijke haven voor een lange periode wordt aangelegd.
Zijn er recent soortgelijke situaties geweest waar het Rijk en een provincie of het Rijk en een gemeente tot overeenstemming moesten komen? Zo ja, kunt u aangeven welk(e) project(en) dat geweest zijn? Kunt u aangeven op welke manier is omgegaan met rechten en zekerheden?
Het Rijksvastgoedbedrijf heeft de afgelopen jaren talloze projecten uitgevoerd in samenwerking met decentrale overheden, zoals gemeenten, provincies en waterschappen. Een greep uit dit soort projecten kunt u vinden via: https://www.rijksvastgoedbedrijf.nl/expertise-en-diensten/z/zakendoen-met-het-rijksvastgoedbedrijf/documenten/brochure/2017/12/01/gebiedsontwikkeling-in-nederland-de-rol-van-het-rijksvastgoedbedrijf
Een aansprekend voorbeeld is de ontwikkeling van Flevokust Haven, de nieuwe multimodale containerterminal en overslaghaven met een «nat» – havengebonden en havengerelateerd – bedrijventerrein ten noorden van Lelystad. Flevokust Haven is eveneens voor een belangrijk deel gerealiseerd binnen het beheergebied van Rijkswaterstaat. In privaatrechtelijke zin is deze haven eveneens geregeld via een erfpachtovereenkomst tussen de Staat (Rijksvastgoedbedrijf) en de provincie Flevoland. Inmiddels zijn de eerste containers verladen via Flevokust Haven. Medio 2018 zal de haven volledig operationeel zijn.
Welke oplossing(en) ziet u om de ontwikkeling van de buitendijkse haven niet langer te frustreren, zodat kan worden overgegaan tot uitvoering?
De grondhouding van zowel Rijkswaterstaat als het Rijkvastgoedbedrijf om de ontwikkeling van de haven ook in privaatrechtelijke zin te faciliteren is positief. In de Bestuursovereenkomst Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland van 19 juli 2017, zijn goede afspraken gemaakt tussen het Rijk en de provincie Flevoland over de ontwikkeling van de haven. Van Rijkszijde treden wij graag verder in overleg met de provincie om tot een snelle realisatie van de Maritieme Servicehaven te komen.
Bent u bereid om op korte termijn het gesprek met de provincie Flevoland aan te gaan (en eventueel andere relevante partijen) om te komen tot een maatwerkoplossing? Zo nee, waarom niet?
Ja. Zie ook mijn antwoorden bij de vragen 2 en 7.
Deelt u de mening dat een dergelijke haven van belang is voor de economie van noordelijk Flevoland en voor banen in de regio? Zo ja, welke stappen wilt u zetten om een spoedige realisatie te bewerkstelligen?
De Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland sluit aan op de Maritieme Strategie van het Rijk. De nieuwe haven kan bijdragen aan de verbetering van de Nederlandse maritieme infrastructuur. Het belang van de ontwikkeling van de buitendijkse Maritieme Servicehaven staat voor mij derhalve niet ter discussie.
Bent u bereid deze vragen voor het algemeen overleg Maritiem op 17 mei 2018 te beantwoorden?
Ja.
De steekpartij in Den Haag |
|
Joba van den Berg-Jansen (CDA), Madeleine van Toorenburg (CDA) |
|
Mark Harbers (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD), Ferdinand Grapperhaus (minister justitie en veiligheid) (CDA) |
|
|
|
|
Kent u de artikelen «Dader steekpartij Den Haag komt uit Syrië»1 en «Kramp rondom de steek-Syriër?2
Ja.
Kunt u aangeven waarom er direct geconcludeerd wordt dat deze steekpartij is veroorzaakt door verward gedrag, nu in het artikel is te lezen dat de dader van deze steekpartij bij de politie en andere hulpdiensten bekend was vanwege verward gedrag? Worden er nog andere motieven voor deze daad onderzocht?
Zoals eerder gemeld, is de verdachte bekend bij politie en hulpverleningsinstanties vanwege verward gedrag. Op dit moment kan nog niet met zekerheid worden gesteld wat hem tot zijn daden heeft gebracht.
Maandag 23 juli a.s. is de eerste pro forma zitting. Op de voorlopige tenlastelegging staan drie pogingen moord dan wel doodslag, al dan niet met terroristisch oogmerk, alsmede twee bedreigingen met zware mishandeling. Dit wordt nu nog verder onderzocht.
Wat is de asielstatus is van de verdachte die volgens het artikel afkomstig is uit Syrië? Was bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) of een andere overheidsinstantie reeds bekend dat deze persoon gewelddadig gedrag kon vertonen? Is in dit individuele geval sprake geweest van begeleiding bij de inburgering in verband met verward gedrag? Zo ja, hoe kan het dan dat deze persoon drie mensen neersteekt, terwijl overheidsinstanties weten van zijn verwarde gedrag? Wat is er bij dit voorval misgegaan? Kunt u daarbij ook ingaan op eerdere voorvallen van deze persoon, zover bekend bij politie?
Betrokkene is in het bezit van een verblijfsvergunning. Bij de IND was geen informatie bekend waaruit bleek dat betrokkene verward gedrag vertoonde of veroordeeld is inzake gewelddadige gedragingen. Zoals hierboven vermeld was verdachte bij politie en hulpverleningsinstanties wel bekend vanwege verward gedrag. Er wordt niet verder ingegaan op de vreemdelingrechtelijke aspecten van deze individuele zaak. Voor het overige verwijs ik u naar mijn antwoord bij vraag 2.
Kunt u aangeven of er begeleiding is voor asielzoekers met verward gedrag? Zo ja, waaruit bestaat die begeleiding? Is er sprake van een samenwerking in integraal verband? Heeft de politie beschikking over informatie uit een eventueel begeleidingstraject? Hoe wordt die begeleiding georganiseerd?
Een asielzoeker maakt aanspraak op zorg via de Regeling Zorg Asielzoekers (RZA) die op dit moment wordt uitgevoerd door Arts en Zorg en betaald wordt vanuit het Ministerie van JenV. Het medisch personeel in de eerste lijn op asielzoekerscentra kan asielzoekers doorverwijzen naar de tweede lijn (o.a. specialistische zorg, ziekenhuiszorg, geestelijke gezondheidszorg). Daarbij kunnen tolken worden ingeschakeld.
Naast de reguliere asielzoekerscentra is er een aantal (opvang)voorzieningen waar asielzoekers terecht kunnen die extra (psychische) zorg of aandacht nodig hebben. Het betreft hier:
Kunt u in algemene termen aangeven wat de huidige stand van zaken is van het beleid rondom personen met verward gedrag? Is er bij de begeleiding van personen met verward gedrag sprake van specifieke problematiek rond asielzoekers? Zo ja, hoe wordt die problematiek aangevlogen?
Ik sta in nauw overleg met de Staatssecretaris van VWS over het beleid rondom personen met verward gedrag. Hoewel incidenten nooit volledig zullen zijn uit te sluiten, houden wij de lokale en regionale aanpakken en infrastructuren voor personen met verward en/of risicovol gedrag nauwgezet tegen het licht om ervoor te zorgen dat de kans daarop zo klein mogelijk blijft. Wij verwachten uw Kamer hierover dit najaar bij brief nader te kunnen informeren. Daarmee zal dan tegelijkertijd worden tegemoetgekomen aan het verzoek van uw Kamer zoals gedaan tijdens de regeling van werkzaamheden van 3 juli naar aanleiding van het steekincident in de Amsterdamse metro.
Het ILVO-onderzoek naar de effecten van de pulsvisserij |
|
Roelof Bisschop (SGP) |
|
Carola Schouten (viceminister-president , minister landbouw, visserij, voedselzekerheid en natuur) (CU) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van de resultaten van het onderzoek van het Vlaamse Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) naar de effecten van de (garnalen) pulsvisserij?1
Ja.
Hoe waardeert u de resultaten van het genoemde onderzoek?
Het genoemde onderzoek draagt bij aan het inzichtelijk maken van de neveneffecten van de pulsen in de garnalenvisserij op de eerste levensstadia van kabeljauw en tong, en de invloed van de pulsen op de prooidetectie van haaien. Positief voor het gebruik van de pulsvisserij is de conclusie uit dit onderzoek dat de prooidetectie niet wordt aangetast door de pulsen, en dat deze geen misvormingen bij visseneitjes en -larven veroorzaken. Daarnaast brengt het eventuele onzekerheden aan het licht die meegenomen kunnen worden in het vervolgonderzoek.
Bent u voornemens de (positieve) resultaten van het onderzoek bij de Europese Commissie, andere Europese lidstaten en de International Council for the Exploration of the Sea (ICES) onder de aandacht te brengen?
Ontwikkelingen en resultaten aangaande pulsvisserij onderzoek en -onderzoeksresultaten worden onder andere besproken in de jaarlijkse International Dialogue Meetings met internationale betrokkenen op 2 juli 2015 en 20 januari 2017, waaronder de Europese Commissie en andere Europese lidstaten. De volgende International Dialogue meeting vindt plaats op 19 juni 2018. ICES brengt haar adviezen uit op basis van bestaande onderzoeksresultaten en ook dit onderzoek zal naar ik aanneem in (toekomstige) beoordelingen worden betrokken. Mijn inbreng in de discussie over de plek van de pulsvisserij in de Verordening Technische Maatregelen baseer ik op de resultaten van het onderzoek naar de pulsvisserij.
Wat is de stand van zaken in de triloog over de Verordening Technische Maatregelen?
Op 29 mei vond de derde triloog plaats over de Verordening Technische Maatregelen tussen de Europese Commissie, de Raad en het Europees parlement. Het onderwerp pulsvisserij stond niet op de agenda en is in de voorgaande trilogen ook niet besproken. De vierde triloog staat gepland op 19 juni, waarbij zeer waarschijnlijk pulsvisserij wordt besproken.
Wat is nu het verwachte tijdpad met betrekking tot de genoemde triloog en het vervolg erop?
Helaas is het tijdpad nog onduidelijk. Naast pulsvisserij zijn er nog belangrijke discussiepunten, met name de formulering van concrete streefdoelen vormt een heet hangijzer. De voortgang en de snelheid van het proces wordt bepaald door de discussie over deze punten. Bedacht moet worden dat de volgende Raadsvoorzitter (Oostenrijk) op het gebied van visserij een overvol programma heeft en daarom graag zou zien dat de Verordening Technische Maatregelen spoedig kan worden afgerond. Ook het Europees parlement zal wellicht snelle voortgang wensen vanwege de naderende verkiezing voor een nieuw parlement.
Is bij andere lidstaten een verandering in het denken over de pulsvisserij merkbaar?
Het Raadsmandaat is tot nu toe niet gewijzigd (beperking van de pulsvisserij tot 5% van de boomkorvloot). Alleen Frankrijk heeft expliciet aangegeven het Europees parlement te willen volgen in het voorgestelde verbod op de pulsvisserij. Vele lidstaten hebben aangegeven groot belang te hechten aan voortgang van innovatie en aan visserijbeleid dat op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek is gebaseerd.
Een drugsbaron als consul op Aruba |
|
Machiel de Graaf (PVV), Raymond de Roon (PVV) |
|
Stef Blok (minister buitenlandse zaken) (VVD) |
|
|
|
|
Deelt u de mening dat Nederland alleen buitenlandse diplomaten dient te accepteren wier reputatie niet in opspraak is?
De verdragsrechtelijke afspraken voor het accepteren van buitenlandse diplomaten verschillen met betrekking tot verschillende diplomatieke posities (bijvoorbeeld ambassadeur, consul, overige diplomatieke staf). In dit geval betreft het een consul-generaal, waardoor het Koninkrijk een exequatur dient te verlenen. De zendstaat is verantwoordelijk voor de voordracht van de kandidaat consul-generaal. Met het oog op effectieve internationale betrekkingen is het gebruikelijk dat de ontvangende staat slechts om zwaarwegende redenen een dergelijke kandidatuur weigert. Dit is ook het Nederlandse beleid.
Herinnert u zich nog de blamage die uw ambtsvoorganger zich op de hals haalde met de acceptatie van Carvajal als consul van Venezuela op Aruba
Over de situatie met betrekking tot Carvajal heeft mijn ambtsvoorganger diverse Kamervragen beantwoord in 2014 en 2015.
Waarom heeft nu ook u ingestemd met (opnieuw) een benoeming van een Venozolaanse consul van bedenkelijke reputatie op Aruba?1
Er zijn op dit moment geen aanwijzingen, zoals een veroordeling voor ernstige strafbare feiten, die een exequatur voor de heer Mata Figueroa in de weg staan. Anders dan in het aangehaalde artikel verondersteld, staat de heer Mata Figueroa niet op de Specially Designated Nationals and Blocked Persons lijst van de Treasury Department van de Verenigde Staten.
Ziet u in dat daardoor de reputatie van Aruba, en dus ook van het Koninkrijk der Nederlanden, als draaischijf in de internationale drugshandel daardoor bevestigd wordt?
Dat Aruba de reputatie heeft te fungeren als draaischijf in de internationale drugshandel is mij niet bekend.
Bent u bereid dit ongelukkige besluit zo snel mogelijk terug te draaien? Zo nee, waarom niet?
Ik zie, met verwijzing naar de antwoorden op vraag 1 en 3, momenteel geen reden om het besluit terug te draaien.
Werken zonder loon in de vijf gemeenten in de Hoeksche Waard |
|
Jasper van Dijk , Gijs van Dijk (PvdA) |
|
Tamara van Ark (staatssecretaris sociale zaken en werkgelegenheid) (VVD) |
|
|
|
|
Kent u de brief van Werk & Inkomen Hoeksche Waard (WIHW) van de vijf gemeenten in de Hoeksche Waard, waarin staat dat mensen met een bijstandsuitkeringen moeten werken zonder loon?1
Ja, de brief is mij bekend.
Bent u bekend met het Dove-traject van Werk & Inkomen Hoeksche Waard (WIHW)? Valt dit traject onder de noemer «tegenprestatie»? Zijn dit echter geen gewone banen, waardoor er sprake is van werken zonder loon voor mensen met een bijstandsuitkering?
Ik heb mij naar aanleiding van de brief aan uitkeringsgerechtigden door WIHW laten informeren over dit traject. Het betreft geen tegenprestatie, maar een opstap naar werk via het opdoen van werkervaring.
Uitkeringsgerechtigden worden selectief uitgenodigd voor dit traject om hun werknemersvaardigheden te verbeteren tijdens het doen van inpakwerk. Zo kunnen mensen die lang in de bijstand zitten bijvoorbeeld weer wennen aan het werkritme. Er is begeleiding van een werkleider en jobcoach. Op de werkvloer bij WIHW staat niet de productie, maar de ontwikkeling voorop. Op de werkervaringsplaats ontmoeten uitkeringsgerechtigden werkgevers die hen advies geven over solliciteren in de sector en waar werkgevers op letten wanneer zij een nieuwe werknemer zoeken. Het traject duurt maximaal drie maanden, waarin er maximaal 40 uur per week wordt gewerkt, omdat veel vacatures in de sector fulltime functies betreffen. Deelname en arbeidsbelasting moeten passend zijn voor de uitkeringsgerechtigde, aldus WIHW.
In de eerste ronde stroomden 7 van de 12 deelnemers binnen enkele weken uit naar betaald werk. Naar aanleiding van de uitstroom zijn nieuwe uitkeringsgerechtigden uitgenodigd om deel te nemen.
Werken met behoud van uitkering moet binnen de kaders van de wet worden toegepast. In de Participatiewet is bepaald dat gemeenten een vergoeding moeten bedingen bij een opdrachtgever, die de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord mag beïnvloeden. Uit de informatie van WIHW maak ik op dat de opdrachtgever een marktconform tarief betaalt aan WIHW, dat is gebaseerd op het WML, met een opslag voor logistieke en overheadkosten.
Uit jurisprudentie volgt tevens dat gemeenten werken met behoud van uitkering kunnen inzetten, mits het traject is gericht op arbeidsinschakeling en een beperkte duur heeft. WIHW geeft aan dat het traject is gericht op de ontwikkeling en arbeidsinschakeling van de uitkeringsgerechtigde en selectief wordt ingezet. Dit zijn wat mij betreft waardevolle aspecten, waarop de voormalig Staatssecretaris ook wees in de Kamerbrief «Werken met Flextensie» van 24 oktober 2017.
Is het gemeenten, zoals de vijf gemeenten in de Hoeksche Waard, toegestaan om mensen te verplichten aan werktrajecten deel te nemen zonder dat daar loon tegenover staat? Zo nee, bent u bereid om hiertegen op te treden? Zo ja, vindt u dit wenselijk?
Uitkeringsgerechtigden hebben een inspanningsverplichting (Participatiewet artikel 9, eerste lid, onderdeel b). WIHW geeft aan dat zij de uitnodiging aan uitkeringsgerechtigden op dit punt ongelukkig heeft geformuleerd. Het gebruik van re-integratievoorzieningen moet altijd passend zijn. Bij de selectie van de kandidaten voor een traject wordt maatwerk geleverd. De in de brief genoemde bijeenkomst is daarvoor een toetsingsmoment. Op basis van de informatie van WIHW zie ik geen reden om aan te nemen dat hier sprake is van ongeoorloofde dwang of onderbetaling. Zie ook het antwoord op vraag 2.
Vindt u het ook zorgelijk dat hierdoor verdringing van betaalde banen ontstaat? Zo ja, bent u bereid om deze ongewenste praktijk bij de gemeente Hoeksche Waard kenbaar te maken, zodat er geen verdringing van betaalde banen ontstaat?
Gemeenten genieten in grote mate vrijheid om te bepalen hoe zij mensen het best kunnen ondersteunen bij het vinden van betaald werk. Wanneer werken met behoud van uitkering wordt ingezet, is het wel belangrijk om scherp te zijn op het voorkomen van verdringing. De Participatiewet en jurisprudentie bieden daarbij kaders en houvast. In mijn brief aan uw Kamer van 19 juni 2015 (Kamerstuk 29 544, nr. 624) heb ik de kaders uiteengezet. Het is aan gemeenten om werken met behoud van uitkering binnen de kaders van de wet toe te passen. De verantwoordelijkheid voor de juiste uitvoering van de Participatiewet ligt bij het college van burgemeester en wethouders en de controle bij de gemeenteraad.
Het voorkomen van verdringing van betaalde banen is belangrijk. In mijn antwoorden op vraag 2 en 3 heb ik geschetst hoe WIHW dit borgt via het toepassen voor wettelijke en niet-wettelijke kaders. Van WIHW heb ik ook vernomen dat de klantmanagers waken voor verdringing wanneer wordt overwogen om werken met behoud van uitkering in te zetten. Er vindt intervisie plaats op de werkvloer.
Hoe presteren de vijf gemeenten in de Hoeksche Waard met betrekking tot de banenafspraak en het aantal beschut werkplekken?
WIHW heeft mij informatie verstrekt over de voortgang van de realisatie van haar aandeel van de regionale doelstelling. Voor de banenafspraak bedroeg deze 7 plaatsingen in 2017. Er zijn er 11 gerealiseerd. De 6 beoogde plaatsingen in 2018 zijn ook reeds gerealiseerd.
Voor beschut werk was de doelstelling in 2017 5 plekken van 31 uur. Ultimo 2017 waren er 3 plekken van 31 uur gerealiseerd, dit betrof 4 personen. De doelstelling voor 2018 betreft 11 plekken van 31 uur. WIHW verwacht deze taakstelling volledig te realiseren.
Vindt u het ook niet verstandiger als deze gemeenten zich meer gaan inzetten om mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen in plaats van mensen te laten werken zonder loon?
In 2018 verwacht Hoeksche Waard zowel de doelstelling voor de banenafspraak als voor beschut te realiseren. Gemeenten hebben de taak om mensen met een arbeidsbeperking én mensen zonder arbeidsbeperking aan het werk te helpen.
Het bericht ‘Privacywet of niet, Kadaster deelt privégegevens’ |
|
Kees Verhoeven (D66) |
|
Sander Dekker (minister zonder portefeuille justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Privacywet of niet, Kadaster deelt privégegevens»?1
Dit bericht is mij bekend.
Wat is uw reactie op de bevindingen in het artikel wat betreft het gemak waarmee zeer persoonlijke gegevens opgevraagd kunnen worden?
Privacy en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer vind ik belangrijke waarden in onze samenleving. Een belangrijk element daarbij is de verwerking en openbaarheid van privacygevoelige informatie. Ten aanzien van het gemak waarmee persoonsgegevens kunnen worden opgevraagd bij het Kadaster heeft de Autoriteit Persoonsgegevens advies uitgebracht. Dit advies is uitgebracht naar aanleiding van een verzoek van de Vaste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie (thans Justitie en Veiligheid). Gezien de verantwoordelijkheid voor het Kadaster wordt de kabinetsreactie opgesteld door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Ik verwacht voor het zomerreces de kabinetsreactie hierop toe te kunnen zenden aan de Tweede Kamer. In deze kabinetsreactie ga ik ook in op de vraag van lid Verhoeven.
Ziet u risico’s op het gebied van identiteitsfraude door het relatieve gemak waarmee persoonsgegevens opgevraagd kunnen worden?
Ik acht de kans op identiteitsfraude op basis van informatie uit het Kadaster zeer beperkt.
Uit de meldingen over identiteitsfraude die bij BZK binnenkomen blijkt dat de risico’s voor identiteitsfraude vooral liggen in het combineren van persoonsgegevens zoals het BSN met persoonsgegevens uit andere bronnen. En dan nog is er om identiteitsfraude te kunnen plegen ook vaak (een kopie van) een identiteitsdocument nodig.
In kadastrale registratie zijn alleen NAW-gegevens zichtbaar en opvraagbaar en gegevens zoals geboortedatum, burgerlijke staat en financiële gegevens zoals koopprijs, hypotheekbedrag en de naam van de hypotheekverstrekker. In Notariële akten die worden ingeschreven in de openbare registers van het Kadaster zijn daarnaast gegevens zoals aard en nummer van een identiteitsdocument opgenomen. Ook deze gegevens zijn openbaar. Daar staat tegenover dat noch in de Kadastrale Registratie, noch in de openbare registers van het Kadaster BSN-nummers openbaar zijn. Ook identiteitsdocumenten of kopieën van identiteitsdocumenten worden niet opgenomen in de openbare registers van het Kadaster. Vandaar dat ik stel dat het risico op identiteitsfraude op basis van informatie uit het Kadaster zeer beperkt is.
Welke afwegingen maakt u in dergelijke gevallen tussen het belang van rechtszekerheid in de vastgoedmarkt en de privacy van personen, zonder dat beiden in het geding komen?
Deze punten komen aan de orde in de onder vraag 2 genoemde kabinetsreactie.
Bent u bereid te onderzoeken op wat voor manier bepaalde persoonlijke gegevens beter afgeschermd kunnen worden, bijvoorbeeld door alleen toegang toe te staan voor personen met een gerechtvaardigd belang, zoals makelaars, notarissen en taxateurs?
Zie antwoord vraag 4.
Kunt u nader ingaan op de in het artikel genoemde oplossing voor uitzonderingsgevallen? Naar welke algemene maatregel van bestuur wordt in dit kader verwezen?
Zie antwoord vraag 4.
Wat is uw reactie op het advies van de Autoriteit Persoonsgegevens om het Kadaster adviezen te laten geven aan notarissen over dingen die niet meer in aktes mogen worden opgenomen?
Zie antwoord vraag 4.
Het proces rondom afschaffing van de dividendbelasting |
|
Lodewijk Asscher (PvdA) |
|
Mark Rutte (minister-president , minister algemene zaken) (VVD) |
|
|
|
|
Herinnert u zich dat u in de aanloop van het debat over stukken met betrekking tot de dividendbelasting slechts enkele van de documenten, die uit de inventarisatie naar aanleiding van het WOB-verzoek naar boven kwamen, openbaar heeft gemaakt? Wat waren – per document gespecificeerd – de gronden om de overige documenten niet te openbaren?
In mijn brief van 24 april jongstleden en in het debat met uw kamer op 25 april jongstleden ben ik ingegaan op de overwegingen om, in afwijking van de staande praktijk en het WOB-besluit ter zake, een aantal stukken op grond van artikel 68 Gw aan uw Kamer te verstrekken. Ten aanzien van andere stukken was er geen aanleiding af te wijken van de inhoud en motivering van het WOB-besluit (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/wob-verzoeken/2018/03/16/besluit-inzake-wob-verzoek-inzake-dividendbelasting). Ik wijs er voor de goede orde op dat dit besluit onder de rechter is.
Wat is de datering van memo 12 (het zogenaamde «VVD-memo»)?
Is aan die memo door ambtenaren gewerkt? Klopt wel wat u in het debat stelde, namelijk dit tot de gebruikelijke ondersteuning bij de kabinetsformatie behoort?1 Is dit door een of meer VVD-bewindslieden vaker voorgekomen? Zo ja, op welke terreinen?
Hoe vaak en op welke wijze hebben de toenmalige oppositiepartijen CDA, D66, ChristenUnie en GroenLinks tijdens de formatie op eenzelfde wijze (onderdelen van) partijmemo’s, stukken of bescheiden laten samenstellen?
Wie heeft de bedrijven die eerst waren weggelakt in de notitie gezet?
Op wiens initiatief zijn die namen gelakt?
Deelt u de opvatting zoals bij RTL Z verwoord dat deze bedrijven geen goede voorbeelden zijn van de veronderstelde noodzaak de dividendbelasting af te schaffen? Hoe kan het dat in memo’s op onterechte gronden bronnen worden aangehaald, was dit tijdens de formatie reeds bekend?
Herinnert u zich dat u niet op de inhoud van de twee telefonische contacten met de Staatssecretaris van Financiën over het WOB-verzoek wilde ingaan? Had dat te maken met de positie van individuele bedrijven, met de verhoudingen tussen landen of andere redenen?
Ik heb op 25 april jongstleden in uw Kamer gemeld niet nader te kunnen ingaan op de inhoud van de betreffende contacten zonder de belangen van derden te schaden. Dat is thans nog steeds het geval.
Het bericht 'Nieuwe pachtrekeningen door softwarefout' |
|
Helma Lodders (VVD), Jan Middendorp (VVD) |
|
Raymond Knops (staatssecretaris binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (CDA) |
|
|
|
|
Kent u het artikel «Nieuwe pachtrekeningen door softwarefout» op www.boerenbusiness.nl van 4 mei 2018?
Ja, ik ben bekend met de inhoud van het artikel.
Is het waar dat de pachtprijzen niet waren bijgesteld naar de nieuwe percentages die per 1 juli 2017 al gelden? Is het waar dat dit te maken heeft met softwareproblemen? Is dit een menselijke fout of een fout in de programmatuur?
Bij het verzenden van de facturen voor de pacht over de periode 1 november 2017 t/m 30 april 2018 is het niet gelukt om de aanpassingen van de pachtprijzen die gelden vanaf 1 juli 2017 tijdig in de administratieve systemen door te voeren. De oorzaak hiervan is het abusievelijk overslaan van een processtap; er is dus geen sprake van een fout in de software. Vervolgens zijn ten onrechte de facturen en de herinneringen verzonden op basis van de oude pachtprijzen.
Kunt u aangeven door wie en wanneer deze fout geconstateerd is en waarom deze fout nu pas naar boven komt na vragen van pachters en herhaaldelijk aandringen van de Bond van Landpachters en Eigen Grondgebruikers (BLHB)?
De niet aan de herziene pachtprijzen aangepaste facturen zijn ten onrechte verstuurd. De actie om de pachtprijsherziening alsnog door te voeren werd parallel aan het verzenden van de facturen al voorbereid.
Het niet eerder en actief communiceren naar de pachters is een inschattingsfout gebleken. De verwachting was dat de aanpassing van de pachtprijzen direct na verzending van de facturen kon worden doorgevoerd. Inmiddels hebben alle pachters een brief ontvangen over de niet doorgevoerde pachtprijsherziening, waarin excuses worden aangeboden over de gang van zaken en een toelichting wordt gegeven op de genomen maatregelen. Zoals in de brief aan de pachters is gesteld worden op dit moment de verzonden facturen gecheckt. Voor zover nu kan worden overzien, betekent een correctie van de facturen in de meeste gevallen dat er geld wordt teruggeven. De pachters ontvangen binnenkort persoonlijk een specifieke toelichting op de factuur. Indien de factuur wordt aangepast, ontvangt de pachter twee weken erna een (credit)nota. Indien de factuur met een automatische incasso is voldaan, wordt het verschil ook twee weken na ontvangst van de specifieke toelichting verrekend. Wanneer de pachter heeft betaald zonder een automatische incasso of de factuur nog niet heeft voldaan, dan wordt er door het Rijksvastgoedbedrijf contact opgenomen met de pachter over de verdere afwikkeling van de factuur.
Tevens is in de brief aangegeven dat indien de pachters in de tussentijd een automatische herinnering tot betaling van de factuur hebben ontvangen, zij deze herinnering als niet verstuurd kunnen beschouwen.
Waarom heeft het Rijksvastgoedbedrijf niet eerder en actief gecommuniceerd naar haar pachters over deze fout?
Zie antwoord vraag 3.
Is de softwarefout inmiddels hersteld zodat dit in de toekomst niet meer voor zal komen? Is gekeken of er nog andere problemen met de programmatuur zijn?
Zie het antwoord op vraag 2.
Kunt u uitgebreid ingaan op de vraag hoe de softwarefout heeft kunnen ontstaan? Welke veranderingen aan het systeem hebben hiertoe geleid? Heeft er een testperiode plaatsgevonden? Zo ja, waarom is deze fout toen niet boven tafel gekomen?
Zie het antwoord op vraag 2.
Kunt u uitgebreid ingaan op het feit dat de BLHB via haar website en een brief heeft aangegeven zich genoodzaakt te voelen deze omissie, het niet bijstellen van de pachtprijzen, te herstellen omdat het Rijksvastgoedbedrijf slecht bereikbaar is voor de pachters en de dienstverlening omslachtig, bureaucratisch en afstandelijk wordt genoemd? Is digitale communicatie tussen pachters en ministerie mogelijk nu het verwijt wordt gemaakt dat de dienst telefonisch vrijwel onbereikbaar is, en de doorlooptijd en afhandeling van brieven, klachten en contactformulieren, lang? Zo ja, welke digitale communicatievormen zijn beschikbaar? Is op het ministerie bekend dat de dienstverlening als ver onder de maat wordt ervaren? Zo nee, kunt u aangeven hoe u de dienstverlening gaat verbeteren en wanneer de eerste resultaten hiervan merkbaar zullen zijn? Op welke manier gaat u de Kamer informeren over de te nemen stappen?
Ik ben inmiddels bekend met het gegeven dat een deel van de pachters van het Rijksvastgoedbedrijf ontevreden is over de communicatie en de dienstverlening. De reactietijden en de telefonische bereikbaarheid kunnen inderdaad worden verbeterd. Daarom zijn inmiddels de volgende verbeteringen doorgevoerd om de directe bereikbaarheid van het Rijksvastgoedbedrijf te verbeteren:
Kunt u aangeven waarom het Rijksvastgoedbedrijf geen gespecificeerde rekeningen verstuurt, zeker als de pachters daarom vragen?
Het Rijksvastgoedbedrijf stuurt per pachtovereenkomst een factuur waarin per type pacht (bijvoorbeeld woning, gebouw of land) het verschuldigde bedrag wordt gespecificeerd en ook het totaalbedrag. Daarnaast wordt voorafgaand aan de factuur een algemene brief over de pachtprijsherziening gestuurd, waarin wordt toegelicht in welk pachtprijsgebied de betreffende pachtovereenkomst valt, welk veranderpercentage van toepassing is voor de pachtprijs van grond, bedrijfsgebouwen en/of woningen. Tevens wordt in deze brief aangegeven wat een pachter kan doen, indien hij/zij het niet eens is met de in rekening gebrachte pachtprijs. Deze brief wordt in dit geval – anders dan gebruikelijk – pas verstuurd na de verzending van de factuur.
Indien een pachter een verdere specificering wenst van de benoemde onderdelen in de factuur, dan kan die op verzoek worden geleverd.
Deelt u de mening dat een rekening duidelijk en overzichtelijk moet zijn en, als daarom gevraagd wordt, via een specificering van de verschillende onderdelen, inzichtelijk moet zijn? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wanneer gaat u ervoor zorgen dat, als pachters vragen naar een gespecificeerd overzicht, dit ook geleverd gaat worden?
Zie het antwoord op vraag 8.
Is het waar dat de BLHB op 26 februari 2018 een brief naar het Rijksvastgoedbedrijf heeft gestuurd en daar tot op heden nog geen reactie op ontvangen heeft? Zo ja, wat vindt u van deze gang van zaken?
Het Rijksvastgoedbedrijf is momenteel bezig met het herijken van de uitvoeringskaders voor de uitgifte van de agrarische gronden van de Staat. Ook de branche wordt hierbij betrokken. Dit alles neemt langer tijd in beslag dan gepland, waardoor de beantwoording van de brief van de BLHB helaas is vertraagd.
Op 30 mei heeft de directie van het Rijksvastgoedbedrijf gesproken met twee bestuursleden van de BLHB. Onderwerpen van het gesprek waren – naast de niet gecorrigeerde facturen pacht – ook onderwerpen als duurzaam bodembeheer en goede grondkwaliteit.
De brief van BLHB is inmiddels beantwoord. Binnenkort stuur ik over de herijking van het pachtbeleid een brief aan uw Kamer.
Bent u bereid de brief van BLHB aan het Rijksvastgoedbedrijf en uw antwoord op deze brief met de Kamer te delen? Zo nee, waarom niet?
De BLHB heeft mij op 15 februari 2018 een brief gestuurd over hetzelfde onderwerp. Deze brief en het antwoord daarop zend ik als bijlage met deze beantwoording mee.
Misstanden in een Colombiaanse haven |
|
Sadet Karabulut |
|
Sigrid Kaag (minister zonder portefeuille buitenlandse zaken) (D66) |
|
Hoe is uw reactie op het artikel over misstanden in een Colombiaanse haven in de Groene Amsterdammer tot stand gekomen? Met wie heeft u gesproken om u te informeren over de feiten?1
In februari jl. heb ik uw Kamer schriftelijk geïnformeerd over de betrokkenheid van de Nederlandse Financierings-Maatschappij voor Ontwikkelingslanden N.V. (FMO) bij het havenproject TC Buen in Buenaventura, Colombia. Mijn reactie is tot stand gekomen mede op basis van reeds beschikbare informatie binnen het Ministerie van Buitenlandse Zaken, aangevuld met informatie van FMO en de Nederlandse ambassade in Colombia.
Zowel ambassade als FMO hebben bij verschillende gelegenheden in de afgelopen jaren gesproken met meest betrokken partijen in Buenaventura waaronder havenbedrijf TC Buen, havenautoriteiten, het VN mensenrechtenkantoor in Buenaventura, wijkcomités en verschillende maatschappelijke organisaties waaronder Pastoral Social en Proceso de Comunidades Negras (PCN).
Op vrijdag 8 juni jl. informeerde FMO mijn medewerkers dat TC Buen conform de afgesproken looptijd de lening aan FMO inmiddels volledig heeft terugbetaald. FMO zal de komende jaren de ontwikkelingen rond TC Buen blijven volgen.
Met welk vertegenwoordigers en bewoners van de omringende wijken van TC Buen is gesproken? Klopt het dat dit enkel de JAC (Junta de Acción Comunal) is geweest? Welke banden zijn er tussen TC Buen en de JAC? Klopt het dat de JAC geld krijgt van TC Buen waardoor JAC nooit objectief en kritisch kAN zijn ten opzichte van TC Buen? Hoe weet u dat de consultatierondes voorafgaand aan de aanleg van TC Buen op juiste manier, volgens de Performance Standards van de IFC en het beleid van FMO, zijn verlopen? Hoe verklaart u dan het grootschalige protest tegen het project?
Conform mijn reactie aan uw Kamer van 16 februari jl. (Kamerstuk 33 625 nr. 254) bezoekt de Nederlandse ambassade Buenaventura regelmatig. Meest recentelijk bezocht de Nederlandse ambassadeur de stad in mei 2018. Tijdens dat bezoek is gesproken met verschillende betrokkenen in Buenaventura, waaronder vertegenwoordigers van het kantoor van de Verenigde Naties voor de Mensenrechten, alsmede met diverse vertegenwoordigers van het lokale maatschappelijk middenveld, waaronder Pastoral Social en Proceso de Comunidades Negras (PCN) en vertegenwoordigers van wijkcomités Juntas de Acción Comunal. De vertegenwoordigers van de wijkcomités Juntas de Acción Comunal worden door middel van democratische verkiezingen gekozen door de bewoners.
Er is sprake van een verschil van mening tussen een aantal vertegenwoordigers van lokaal maatschappelijke organisaties en vertegenwoordigers van aangrenzende wijkcomités. Waar eerstgenoemden een direct verband blijven leggen tussen de havenbouw en -activiteiten en de sociale noden van omwonenden en de hele stad, zijn laatstgenoemden kritisch-constructief over de wijze waarop zij waren geconsulteerd over de aanleg van de haven, de respons van TC Buen op klachten over geluidsoverlast en de impact van de haven op de veiligheidssituatie in de wijken zelf.
Uit het rapport van de Ombudsman van de International Finance Corporation (IFC) uit september 20102 heb ik opgemaakt dat voorafgaand aan de bouw van het havenproject onderzoek is verricht naar de sociale en milieu effecten van het havenproject. Het rapport beschrijft ook dat er gedurende de bouw van het project constructieve consultaties tussen TC Buen en bewoners plaatsvinden. Deze consultaties zijn tot op heden in stand gebleven.
Hoe gaat u ervoor zorgen dat deze consultatie gesprekken doorlopend en met de juiste personen plaatvinden, nu het conflict dusdanig escaleert dat betrokkenen gevaar lopen voor eigen leven?
Conform mijn reactie aan uw Kamer van 16 februari jl. (Kamerstuk 33 625 nr. 254) vindt op regelmatige basis monitoring plaats en schetste ik de grote sociale en veiligheidsproblemen in Buenaventura. Die problemen zijn er nog steeds. Ik heb geen aanwijzingen waaruit blijkt dat er een escalatie is van een conflict met TC Buen en betrokkenen.
Klopt het dat er niets is gedaan met de uitspraak van het Colombiaans Constitutioneel Hof dat de Afro-Colombianen uit Comuna 5 geraadpleegd moeten worden? Zo nee, wat is hiermee dan gebeurd? Zo ja, bent u bereid de FMO te vragen hier met spoed zorg voor te dragen?
Mijn medewerkers hebben geen uitspraak van het Constitutionele Hof gevonden waarin wordt gestipuleerd dat de bewoners van Comuna 5 geraadpleegd moeten worden. Wel is er een uitspraak uit 2015 (T-550) naar aanleiding van een klacht van een bewoner van een andere, elders gelegen wijk, Malecón Bahia. In die uitspraak krijgen de autoriteiten inderdaad de opdracht de lokale bevolking nauwer te betrekken bij de voorgenomen werken.
TC Buen heeft regelmatig overleg met de door bewoners democratisch gekozen vertegenwoordigers van de omliggende wijkcomités, Juntas de Acción Comunal, en handelt in de geest van de uitspraak van het Colombiaans Constitutioneel Hof.
Waarom meent u dat het onderzoek in de Groene Amsterdammer onvoldoende gestaafd is met feiten? Waaruit blijkt dat de beweringen niet zouden kloppen?
Het kabinet probeert zich een goed beeld van de feiten te vormen en heeft daarom vertegenwoordigers van lokaal maatschappelijk middenveld en anderen de mogelijkheid gegeven om hun visie op het havenproject te delen. Uit deze informatie komt het beeld naar voren dat er door TC Buen conform internationaal geldende normen zorgvuldig wordt gehandeld in een moeilijke context. Het resettlement proces is goed gedocumenteerd. Luchtfoto’s bevestigen dat zich geen huizen bevonden op het TC Buen terrein voor de constructie. TC Buen wordt regelmatig ter plekke gecontroleerd door medewerkers van IFC en FMO om te beoordelen of internationale standaarden worden nageleefd. Daarnaast vindt ook controle plaats door Colombiaanse autoriteiten en door ingehuurde consultants in opdracht van de betrokken ontwikkelingsbanken.
Deelt u de mening dat het frappant is dat u exact dezelfde woorden – «onderzoek onvoldoende op feiten gestaafd is» – gebruikt als de FMO die niet op de hoogte was van de situatie in Buenaventura en nog nooit de wijken om TC Buen hadden bezocht? Hoe verklaart u deze exact zelfde woordkeuze?
Zie antwoord vraag 5.
Wat heeft de Nederlandse ambassade precies ondernomen in Colombia? Met wie, wanneer en waarover hebben zij gesproken?
De Nederlandse ambassadeur in Colombia bezocht Buenaventura in mei 2018, zijn plaatsvervanger bezocht de havenstad in oktober 2017. Daarbij werd onder andere gesproken met havenbedrijven waaronder TC Buen, havenautoriteiten, Kamer van Koophandel, het VN mensenrechtenkantoor in Buenaventura, wijkcomités en verschillende maatschappelijke organisaties. De ambassade informeert zich in algemene zin over de politieke, economische en mensenrechtensituatie in Buenaventura waarbij specifieke aandacht wordt gegeven aan het havenproject van TC Buen.
Deelt u de mening dat het niet voldoende is voor de FMO om slechts uit te gaan van rapporten die zij krijgt van de IFC en TC Buen, maar dat zij ook zelf op onderzoek moet gaan en met de omwonenden dient te spreken?
Om de directe en indirecte impact van een investeringsproject op omwonenden en hun leefomgeving goed te kunnen begrijpen, is het essentieel dat FMO gedurende het due diligence proces en ook daarna, voortdurend op de hoogte blijft van alle ontwikkelingen rond een investering en daartoe een breed netwerk aan contacten onderhoudt en actie neemt bij onregelmatigheden. Ontwikkelingsbanken werken waar mogelijk onderling samen en huren ook vaak professionele deskundigen in die situaties ter plekke analyseren.
Ik ondersteun deze inzet en constateer dat medewerkers van IFC en FMO, alsook onafhankelijke professionele milieudeskundigen en sociale consultants, regelmatig spreken met omwonenden, vissers en werknemers van het havenproject TC Buen.
Hoe rijmt u de positieve invloeden die de haven in Buenaventura zou kunnen hebben met de wekenlange staking in de stad vorig jaar juni? Deelt u de mening dat als de haven enkel positieve effecten zou hebben zoals u schrijft er geen staking zou zijn geweest en er dus iets meer aan de hand moet zijn?
Zoals ook beschreven in mijn reactie aan uw Kamer van 16 februari jl. kampt de stad Buenaventura met grote maatschappelijke ongelijkheid, een geschiedenis van grootschalige georganiseerde misdaad, drugssmokkel en paramilitaire groepen die strijden om invloed en grote sociale problemen en onveiligheid in Buenaventura als gevolg van gebrekkig lokaal bestuur. Het samenspel tussen havens en stad, beiden gevestigd op een dichtbevolkt eiland, is verre van gemakkelijk. Dit is niet gemakkelijk oplosbaar zonder krachtige rol van de publieke sector en investeringen in sociale ontwikkeling (water, elektriciteit, sanitatie, huisvesting).
Op 6 juni 2017 is er een akkoord gesloten tussen de Colombiaanse regering en de leiders van de genoemde staking gericht op verbetering van publieke voorzieningen zoals drinkwater, zorg, onderwijs en meer werkgelegenheid.
Tijdens het recente bezoek van de Nederlandse ambassadeur in Colombia aan Buenaventura in mei jl., werd dit besproken met verschillende betrokken partijen.
Gesprekspartners waren positief over het akkoord, maar kritisch over de voortgang. Pas in december 2017 is een wet aangenomen voor de oprichting van een fonds ter waarde van bijna een half miljard euro, waaruit over een periode van tien jaar een deel van de afgesproken sociale investeringen moeten worden gefinancierd.
Wat is uw reactie op het verhaal van Rocio uit het artikel in de Groene Amsterdammer en de intimidatie van TC Buen?
Het is begrijpelijk dat mevrouw Rocio boos is over de slechte publieke voorzieningen in haar wijk en verwachtingen heeft over de rol die TC Buen kan spelen bij het verbeteren hiervan. Het is van belang dat bewoners en het bedrijf constructief het gesprek blijven aangaan.
Wat is uw reactie op de aantijgingen over de link tussen het aanhoudende geweld en de komst van TC Buen? Klopt het dat er in de periode dat TC Buen begon met bouwen veel moorden zijn geweest? Wat is uw reactie op de aantijgingen van botten en schedels onder het project TC Buen en de bewering van Pacheco die vertelt dat hij daar zelf lichamen heeft gedumpt?
De sociaaleconomische situatie in Buenaventura moet bezien worden in een context van decennia van schrijnende ongelijkheid en ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht door illegaal gewapende groepen met onder meer ontheemding en verdwijningen als gevolg.
Zoals ook in de kamerbrief is aangegeven kampt de stad Buenaventura met grote maatschappelijke ongelijkheid, een geschiedenis van grootschalige georganiseerde misdaad, drugssmokkel en paramilitaire groepen die strijden om invloed en grote sociale problemen en onveiligheid in Buenaventura als gevolg van gebrekkig lokaal bestuur. Daarnaast gold dat in 2011, de periode dat de haven werd gevestigd, er sprake was van een gewapend conflict in Colombia en golden Buenaventura en de kustregio als conflictgebied. Bovenstaande factoren verklaren vooral het geweld en de onveiligheid in Buenaventura.
De bij de bouw van het havenproject betrokken bedrijven (ingenieursbureau, aannemer en onderaannemer) ontkennen het gerucht van het toedekken van grafresten. Er zijn voor zover bekend geen bewijzen voor het bestaan van grafresten. Ook zijn er geen aanwijzingen, zoals klachten, aangiftes en/of uitkomsten van onderzoek, die wijzen op het gebruik van gewapende groepen, intimidatie van de lokale bevolking of vertegenwoordigers van de lokale bevolking door TC Buen.
Welke verklaring heeft u voor de moord op een van de leiders van de gemeenschapsleden die tegen de uitbreiding van de haven was? Waarop baseert u deze inzichten?
De moord op de heer Temistocles Machado, een leider en vertegenwoordiger van de wijk Isla de la Paz, is zeer verontrustend en betreurenswaardig. De heer Machado was in mei 2017 betrokken bij protesten en stakingen voor verbetering van publieke voorzieningen, zoals drinkwater, zorg en onderwijs en meer werkgelegenheid in Buenaventura. De wijk Isla de la Paz ligt hemelsbreed op meer dan drie kilometer van TC Buen. De Nederlandse ambassade in Colombia, noch FMO, hebben aanwijzingen die een verband leggen tussen protesten van de heer Machado en TC Buen.
Klopt het dat mensen gedwongen werden om huizen te verkopen of vluchten, waardoor de grond uiteindelijk goedkoop voor TC Buen te kopen was?
Mijn medewerkers hebben geconstateerd dat het resettlement proces door TC Buen gedocumenteerd en geverifieerd is door een externe consultant en betrokken ontwikkelingsbanken. Luchtfoto’s bevestigen dat zich geen huizen bevonden op het TC Buen terrein voor constructie van het havenproject.
Voor zover mij bekend heeft TC Buen geen huizen en/of grond gekocht in de wijk Santa Fé, zoals beschreven in het artikel in De Groene Amsterdammer.
Hoe kan het dat de Groene Amsterdammer spreekt over slechts 31 werknemers van TC Buen uit het aangrenzende Comuna 5, terwijl u aangeeft dat 80% van de 400 werknemers uit Buenaventura komt?
TC Buen heeft trainingsprogramma’s opgezet voor bewoners uit aangrenzende wijken. Doel is om hen scholing en technische vaardigheden aan te bieden zodat hun kans om in dienst te treden bij TC Buen wordt vergroot.
Daarnaast creëert TC Buen werkgelegenheid bij de leveranciers van diensten aan TC Buen. Van deze «indirecte banen», zoals beveiliging, schoonmaak en voedselbereiding, is volgens FMO ongeveer de helft afkomstig van de aangrenzende wijken.
Hoe kan het dat FMO zelf toegeeft dat de ontwikkeling in Buenaventura niet per se bij de armste bevolking terecht komt, terwijl u vooral positief schrijft over de positieve aspecten voor ongeschoolde arbeidskrachten?
Onderdeel van mijn beleid is om bedrijven aan te sporen dat economische groei zo inclusief mogelijk wordt, zeker ook in economieën met een grote inkomensongelijkheid, zoals die in Latijns-Amerika. Effectieve armoedebestrijding kan niet zonder bijdrage van het bedrijfsleven. Het bedrijfsleven is dé banenmotor en een cruciaal onderdeel om duurzame werkgelegenheid en inclusieve groei te creëren.
Zoals ook in de kamerbrief is aangegeven kan TC Buen ook in Buenaventura een grote bijdrage leveren aan duurzame economische groei, mits deze wordt ondersteund door publieke investeringen in sociale ontwikkeling door de Colombiaanse overheid (zoals op het gebied van water, elektriciteit, sanitaire voorzieningen, huisvesting en veiligheid).
Hoe staat het met het salaris en de arbeidsomstandigheden bij TC Buen? Wat is uw reactie op de aantijgingen van slavernij en het gebruik maken van de afhankelijkheid van de arme bewoners van Buenaventura? Wat gaat u hieraan doen?
Er zijn mij geen aanwijzingen bekend dat er in dit bedrijf sprake zou zijn van slavernij. TC Buen spant zich in voor het realiseren van een leefbaar loon voor haar arbeiders. Ik zie geen aanleiding om FMO tot nadere actie aan te sporen.
Wat is uw reactie op het feit dat het continue aan- en afvaren van grote schepen zorgt voor afnemende visvangsten, waardoor vissers in plaats van een a twee uur moesten roeien nu soms meer dan acht uur moeten varen voor goede visgrond? Deelt u de mening dat dit een grote klap is voor de lokale visserscultuur
In de haven van TC Buen meren gemiddeld zestien schepen per maand aan en dit heeft nog geen substantieel effect gehad op de visstand. Het is met name de brede regionale economische ontwikkeling die op de langere termijn de leefomgeving van de vissers en vispopulatie negatief kan beïnvloeden.
Daarom heeft de Nederlandse ambassadeur in Colombia zowel bij TC Buen als Sociedad Portuaria (de grootste haven) bepleit dat de drie havens van Buenaventura nadrukkelijker gezamenlijk in gesprek moeten gaan over thema’s die de verantwoordelijkheid en actieradius van één haven overstijgen. Het gaat dan vooral over de cumulatieve sociale en milieueffecten van hun activiteiten (bijvoorbeeld de impact op de traditionele vissers) en om plannen om deze effecten te adresseren.
Wat is uw reactie op het gewelddadige gedrag van de privébeveiliging ten opzichte van de lokale vissers? Wat gaat u hieraan doen?
TC Buen is een goed beveiligde haven om onder meer smokkel van drugs en wapens of diefstal te voorkomen. Er zijn volgens de ambassade geen incidenten bekend van of klachten ingediend door vissers die zich geïntimideerd voelen door TC Buen beveiligingspersoneel.
Welke lessen hebben de FMO en de verantwoordelijke ministeries van Buitenlandse Zaken (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) en Financiën getrokken uit de vreselijke gebeurtenissen rond de Agua Zarca-zaak in Honduras bijna twee jaar geleden als het gaat om investeringen in gebieden waar mensenrechtenverdedigers die tegen projecten protesteren simpelweg vermoord kunnen worden? Hoe worden deze door FMO toegepast in het monitoren en aanpassen van het Buenaventura project en in de omgang met hun klant TC Buen? Hoe worden die door de Nederlandse overheid, waaronder de Nederlandse ambassade in Bogota, toegepast rondom de investering in Buenaventura?
De afgelopen jaren heeft FMO het duurzaamheidsbeleid verder uitgewerkt. Het kabinet constateert dat FMO extra heeft geïnvesteerd in het creëren van de juiste checks en balances rond grote investeringsprojecten. Voordat er een definitieve investeringsbeslissing wordt genomen over deze projecten, worden ze online gepubliceerd. Zodat derden, waaronder het maatschappelijk middenveld, hun zienswijze op de projecten kunnen delen en risico’s kunnen signaleren. Ook heeft FMO heeft haar investeringsbeleid, onder meer ten aanzien van conflictlanden waar een hoog risico op geweld is, op basis van een publiek consultatieproces verder aangescherpt.
Bent u van mening dat FMO nu over genoeg waarborgen beschikt om te voorkomen dat nog meer mensenrechtenschendingen – waaronder moord – plaatsvinden rondom het TC Buen project en andere infrastructuurprojecten waar FMO in investeert? Kunt u garanderen dat FMO haar eigen beleid en richtlijnen, onder andere op «Broad Community Support» en consultatie, naleeft, ook in projecten waar u als medefinancier later instapt (zoals in Buenaventura)?
FMO heeft naar de mening van het kabinet haar beleid en werkwijze de afgelopen jaren dermate aangepast dat er voldoende waarborgen zijn om mensenrechtenschendingen en andere negatieve sociale gevolgen bij haar investeringen te voorkomen.
De overheid bespreekt geregeld met FMO het beleid en de toepassing van maatschappelijk verantwoord ondernemen, plus de wijze waarop FMO dat naleeft. Dit gebeurt in het beleidsoverleg tussen Buitenlandse Zaken, Financiën (aandeelhouder) en FMO.
Het bericht dat de FMO een kolencentrale in Senegal heeft gefinancierd |
|
Sadet Karabulut |
|
Sigrid Kaag (minister zonder portefeuille buitenlandse zaken) (D66) |
|
Bent u bekend met het bericht «Hoe Nederland een Senegalese vissersplaats met een vuile kolencentrale opscheepte»?1
Ja.
Klopt het dat tussen 2009 en 2014 geen enkele ontmoeting met de lokale bevolking is georganiseerd, terwijl dit wel had gemoeten en er vele legitieme zorgen leefden? Hoe kan dit? Wat is hierop het beleid?
In de periode tussen 2009 en 2014 lag de bouw van de energiecentrale stil. Het onafhankelijke klachtenpanel dat FMO zelf heeft ingesteld concludeert in haar rapport uit oktober 2017 dat er gedurende de stopzetting van de bouw van de energiecentrale onvoldoende is gecommuniceerd met omwonenden, ondanks herhaalde oproepen vanuit FMO richting haar klant om de dialoog met omwonenden te intensiveren.
Het onafhankelijk klachtenpanel stelt in haar rapport vast dat FMO richtlijnen en procedures dient aan te scherpen die ervoor zorgen dat klanten van FMO ook gedurende de projectontwikkelingsfase informatie tijdig delen met betrokkenen.
Mede op basis van de bevindingen en aanbevelingen van het onafhankelijk klachtenpanel en een publieke consultatie heeft FMO haar beleid aangescherpt om zorgen van belanghebbenden in de toekomst beter te kunnen signaleren.
Waarom heeft de FMO de partners niet onder druk gezet door middel van het niet overmaken van het geld totdat aan de eisen werd voldaan? Wat is hierop het beleid?
Er is regelmatig overleg met FMO over haar investeringsbeleid en de manier waarop FMO verantwoordelijkheid neemt voor het beschermen van mens en milieu. Het financieringscontract voor de eerste kolengestookte energiecentrale in Senegal stamt uit 2009 en is nog van vóór de invoering van FMO’s no-coal beleid. FMO zou tegenwoordig een dergelijke investering niet meer doen.
FMO vraagt van haar klanten om effectrapportages op te stellen om milieu, sociale en mensenrechtenimpacts van hun activiteiten inzichtelijk te maken. Als een effectrapportage niet is uitgevoerd op het moment dat FMO een transactie overweegt wordt de klant bij de uitvoering ervan ondersteund.
Voorafgaand aan alle uitbetalingen beoordeelt FMO in welke mate haar klant voldoet aan de OESO-richtlijnen en IFC Performance Standards. Voor de Sendou energiecentrale is een analyse uitgevoerd om te bepalen welke aspecten verbeterd moeten worden op het gebied van arbeidsomstandigheden, milieubelasting, aantasting biodiversiteit, landrechten en herhuisvesting.
Op basis van deze analyse heeft FMO in samenwerking met andere financiers de klant een verbetertraject opgelegd dat is uitgewerkt in een concreet en meetbaar actieplan. Dit actieplan maakt onderdeel uit van het financieringscontract. Ik heb er vertrouwen in dat FMO conform haar huidige beleid erop toeziet dat afgesproken verbetertrajecten door haar klanten worden geïmplementeerd binnen een afgesproken tijdspad.
Deelt u de mening dat voordat er geld wordt overgemaakt aan alle eisen voldaan moet zijn ook al komt het voortbestaan van een project in gevaar? Zo ja, bent u bereid hierover in gesprek te gaan met de FMO en hierover beleid te maken? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 3.
Op welke manier heeft de FMO het duurzaamheidsbeleid aangescherpt en in hoeverre is dat bindend?
De afgelopen jaren heeft FMO het duurzaamheidsbeleid verder uitgewerkt. De investeringsprojecten worden voordat er een definitieve investeringsbeslissing wordt genomen online gepubliceerd zodat derden, waaronder het maatschappelijk middenveld haar zienswijze op de projecten kan delen en risico’s kan signaleren. Ook heeft FMO heeft haar investeringsbeleid, onder meer ten aanzien van conflictlanden waar een hoog risico op geweld is, na een publieke consultatie aangescherpt.
FMO werkt op basis van relevante standaarden zoals de IFC Performance Standards en de OESO Richtlijnen voor multinationale ondernemingen en de VN-richtlijnen voor bedrijven en mensenrechten.
Hoe functioneert het klachtenmechanisme van de FMO en hoe kan het dat het lang geduurd heeft voor er actie werd ondernomen? Op welke manier kan dit verbeterd worden?
FMO beschikt sinds 1 januari 2014 over een onafhankelijk klachtenmechanisme dat is opgesteld in samenwerking met maatschappelijke organisaties. Dit klachtenmechanisme maakt het mogelijk voor onder meer de lokale bevolking om bezwaren te uiten. De onafhankelijkheid van het klachtenmechanisme en de transparantie ten aanzien van de bevindingen zijn daarbij zeer belangrijk. Het is aan FMO en de leden van het onafhankelijke klachtenpanel om afspraken te maken over de condities en werking van het klachtenmechanisme. Ik heb van FMO begrepen dat het onafhankelijke klachtenpanel inmiddels meer middelen heeft gekregen om efficiënter te kunnen opereren en klachten sneller af te kunnen handelen.
Op welke manier werkt de FMO aan een oplossing voor omwonenden en deelt u de mening dat compensatie in ieder geval een deel van de oplossing moet zijn? Bent u bereid de FMO te manen tot een spoedige bevredigende oplossing?
FMO ziet er samen met de andere investeerders op toe dat de eigenaren van de energiecentrale de geconstateerde klachten naar redelijkheid opvolgen. FMO zal conform het beleidskader dat geldt voor het klachtenmechanisme de uitkomsten publiekelijk bekend maken. Ik heb er vertrouwen in dat FMO dit zal doen. Het betreft immers de opvolging van een door FMO zelf ingesteld klachtenmechanisme.
Hoe wordt erop toegezien dat de FMO zich aan haar eigen beleid en beloftes in deze zaak houdt?
FMO heeft zich gecommitteerd de opvolging van de klachten open te publiceren waardoor het voor externe partijen mogelijk is zich een eigen oordeel te vormen of de klachten adequaat zijn opgevolgd.
Het kabinet heeft conform het staatsdeelnemingenbeleid regelmatig overleg met FMO over strategie en uitvoering conform de geldende regelgeving.
Bent u bereid de Kamer te informeren over de afhandeling van deze kolencentrale en de compensatie van de slachtoffers?
FMO heeft zich gecommitteerd openbaar te rapporteren over de opvolging van de klachten. Hiermee is naar mening van het kabinet maximale transparantie gewaarborgd en is het voor iedereen mogelijk zich een oordeel te vormen of de klachten adequaat worden opgevolgd.
Nieuwe budgetvluchten naar New York |
|
Lammert van Raan (PvdD) |
|
Cora van Nieuwenhuizen (minister infrastructuur en waterstaat) (VVD) |
|
|
|
|
Hoe beoordeelt u het feit dat prijsvechter Norwegian Airlines op de lijn Amsterdam Schiphol–New York vanaf heden vluchten aanbiedt voor absurde bodemprijzen, vanaf 199 euro?1
Op grond van het luchtvaartakkoord tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten mogen Europese luchtvaartmaatschappijen als Norwegian Airlines hun prijzen vrijelijk vaststellen. Daarbij hoeven de gehanteerde prijzen niet aan mij ter goedkeuring voorgelegd te worden.
Klopt het dat het toebedelen van de slots aan deze prijsvechter het gevolg is van de voorwaarde die is gesteld door de Europese Commissie dat slots moesten worden afgestaan in het geval van schaarste? Zo ja, deelt u de mening dat dit marktmechanisme de «race-to-the-bottom» faciliteert? Zo nee, hoe heeft de besluitvorming hierover dan plaatsgevonden?
KLM heeft op grond van Europese mededingingswetgeving een aantal slots afgestaan aan Norwegian Airlines zodat deze haar operaties op de route Amsterdam-New York vanaf mei kan uitvoeren. KLM komt hiermee tegemoet aan voorwaarden die de Europese Commissie in 2015 heeft gesteld bij goedkeuring van de samenwerking tussen Air France KLM, Delta en Alitalia op een aantal routes tussen Europa en New York om mogelijke verstoring van de mededinging te voorkomen.
Deelt u de mening dat de prijzenoorlog die hiermee wordt ontketend zeer onwenselijk is voor onder andere het klimaat en de leefomgeving (waaronder geluidshinder, gezondheidseffecten en veiligheid)? Zo nee, kunt u dit toelichten?2
De marktontwikkeling zal plaats moeten vinden binnen de grenzen die vanuit het oogpunt van milieu en veiligheid worden gesteld. Op Schiphol zijn tot en met 2020 maximaal 500.000 vliegtuigbewegingen per jaar toegestaan.
Welke mogelijkheden ziet u voor het tegengaan van deze concurrentie op prijs?
Ik zie hiertoe geen mogelijkheden. Zoals ik al in reactie op uw eerste vraag heb aangegeven staat het Europese luchtvaartmaatschappijen die op de Verenigde Staten opereren vrij om hun tarieven vast te stellen.
Deelt u de mening dat het wenselijk is om de concurrentie in te zetten op andere aspecten zoals duurzaamheid? Zo ja, welke mogelijkheden ziet u hiervoor? Zo nee, kunt u dit toelichten?
Het kabinet zet zich in voor een duurzame ontwikkeling van de luchtvaart. Zoals toegezegd in het debat over Schiphol en Lelystad op 15 mei ontvangt uw Kamer voor het eind van het jaar een brief over de voortgang en bereikte resultaten op dit gebied. Wat concurrentie betreft zijn de luchtvaartmaatschappijen uiteraard zelf primair aan zet. Uiteraard binnen de wettelijke grenzen van onder meer duurzaamheid, veiligheid en de mededingingswetgeving. Hun inzet op het gebied van duurzaamheid is daarbij beslist ook een aspect waarmee ze zich op de luchtvaartmarkt kunnen onderscheiden.
Deelt u de mening dat voor de toekenning van slots gebruik dient te worden gemaakt van tenminste de volgende duurzaamheidscriteria: Zo nee, kunt u dit toelichten?
Hiervoor bestaan op dit moment binnen de huidige Europese kaders geen mogelijkheden. De Europese slotverordening noemt bij de verdelingscriteria geen milieukenmerken. Zoals ik in januari in een AO luchtvaart heb aangegeven wil ik in het kader van de Luchtvaartnota nader in kaart brengen wat wel en niet mogelijk is bij de verdeling van slots. Ik blijf ook met de Europese Commissie in gesprek om te onderzoeken hoe milieukenmerken kunnen worden meegewogen bij de verdeling van slots.
Kunt u deze vragen beantwoorden voor het plenaire debat over Schiphol en Lelystad Airport op 15 mei 2018?
Beantwoording van deze op 8 mei ingezonden vragen bleek niet mogelijk binnen deze termijn.
Het bericht 'Agenten bezorgd over privacy: uniformen nog steeds thuis bezorgd' |
|
Lilian Helder (PVV) |
|
Ferdinand Grapperhaus (minister justitie en veiligheid) (CDA) |
|
|
|
|
Kent u het bericht «Agenten bezorgd over privacy: uniformen nog steeds thuis bezorgd»?1
Ja.
Bent u het eens met het standpunt van (veel) agenten dat het veiliger is dat de levering van de politie-uniformen via centrale uitgifte wordt gedaan per eenheid of per bureau? Zo ja, per wanneer kan dat geregeld worden? Zo nee, waarom niet?
Sinds 1 juli 2017 is de werkwijze voor de uitgifte van politie-uniformen en andere uitrustingsstukken herzien. Alle postpakketten worden sindsdien bezorgd middels een zogenoemd track and trace-systeem, bezorgd door een gescreende postpakketbezorger, en is door de politie met de postpakketbezorger afgesproken dat het postpakket uitsluitend aan de geadresseerde in persoon wordt geleverd. Sinds die datum kan de ontvangende politieambtenaar kiezen tussen het afleveren van een postpakket op het huisadres of op een politiebureau. Tot en met 30 april 2018 zijn na keuze van de politieambtenaar 88.068 postpakketten verstuurd naar het huisadres van een politieambtenaar en 7.471 postpakketten naar een politiebureau.
Mocht dat niet mogelijk zijn, bent u in ieder geval bereid om de mogelijkheid van centrale uitgifte op enigerlei wijze te betrekken bij de evaluatie die nu plaatsvindt? Zo nee, bent u dan bereid om deze mogelijkheid zo spoedig mogelijk te laten onderzoeken en de Kamer vervolgens van de uitkomst op de hoogte te stellen? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 2.
Aanvallen op de Kerem Shalom-grensovergang in Israël |
|
Han ten Broeke (VVD), Bente Becker (VVD), Joël Voordewind (CU), Kees van der Staaij (SGP), Martijn van Helvert (CDA) |
|
Stef Blok (minister buitenlandse zaken) (VVD) |
|
|
|
|
Hebt u kennisgenomen van het bericht dat Gazaanse demonstranten op 4 mei 2018 niet alleen hebben geprobeerd het hek op de grens tussen Israël en de Gazastrook te vernielen, maar ook hebben geprobeerd de grensovergang Kerem Shalom te vernielen dan wel af te branden?1
Ja.
Hebt u kunnen vaststellen of de grensovergang en in het bijzonder de door Nederland gefinancierde containerscanners hierdoor beschadigd zijn? Is de aan-en afvoer van goederen, ook humanitaire goederen, die soms tot 500 vrachtwagens per dag beloopt, tot stilstand gekomen of aanzienlijk verminderd? Welke directe effecten heeft dit voor de leefbaarheid in Gaza?
Op vrijdag 4 mei hebben Gazaanse demonstranten aan Palestijnse zijde van de Kerem Shalom / Karm Abusalem grensovergang beschadigingen aangebracht. Aan Israëlische zijde is geen sprake geweest van schade. De door Nederland gefinancierde containerscanners staan aan de Israëlische zijde van de grensovergang en zijn niet beschadigd geraakt. Op zondag 6 mei is de grensovergang weer opengesteld. De beschadigingen hebben minimale gevolgen gehad op de aan- en afvoer van goederen en de leefbaarheid in Gaza.
Hoeveel vrachtvervoer is, voor zover u kunt achterhalen, dit jaar de Kerem Shalom-grensovergang gepasseerd?
Volgens het Office for the Coordination of Humanitarian Affairsvan de VN zijn er 34.551 vrachtladingen de grensovergang gepasseerd tussen 1 januari en april 2018. Voor de maand mei zijn nog geen cijfers bekend.
Deelt u de volkenrechtelijke opvatting van de Israëlische regering dat de inmiddels wekelijkse demonstraties aan de Gazaans-Israëlische grens gekwalificeerd dienen te worden als daden van agressie, en de situatie derhalve dient te worden behandeld als (hybride) oorlogssituatie?2
Nee. Op basis van het internationaal recht beschouwt het Kabinet de Gazastrook als door Israël bezet gebied. Bepalend voor deze kwalificatie is de mate van feitelijke controle die Israël uitoefent op het Gazaanse luchtruim, de zee en de grenzen. Op basis van het bezettingsrecht, dat onderdeel uitmaakt van het humanitair oorlogsrecht, is Israël als bezettende mogendheid verplicht de openbare orde en het openbare leven in het bezette gebied zo veel als mogelijk te herstellen en te verzekeren. Dit sluit de mogelijkheid van geweldgebruik bij het handhaven van de openbare orde niet uit, mits voldaan wordt aan de voorwaarden van noodzakelijkheid en proportionaliteit. Tegelijkertijd dragen ook de organisatoren van de demonstraties verantwoordelijkheid voor de veiligheid van demonstrerende burgers. Zij mogen niet als menselijk schild worden gebruikt.
De afhandeling van oude schades |
|
Sandra Beckerman , Liesbeth van Tongeren (GL), Henk Nijboer (PvdA) |
|
Eric Wiebes (minister economische zaken) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Vraagtekens bij succesverhaal wegwerken oude schades door de NAM»?1
Ja.
Bent u het eens met de kwalificatie dat het voorspoedig afhandelen van oude schades slechts «schone schijn» is? Zo ja waarom? Zo nee, waarom niet?
Op 26 april 2018 heb ik uw Kamer de eerste voortgangsrapportage van NAM gestuurd over de afhandeling van de oude schademeldingen (Kamerstuk 33 529, nr. 460). In de begeleidende brief heb ik geconstateerd dat NAM hard werkt aan een oplossing voor de oude gevallen en dat inmiddels 2035 aanbiedingen zijn verstuurd. Eigenaren die op het aanbod reageren (901) hebben in 95 procent van de gevallen het aanbod van NAM geaccepteerd. Ik heb mij daar positief over uitgesproken. Tegelijk besef ik dat nog niet is vast te stellen of de aanpak door NAM succesvol is. Meer duidelijkheid zal naar verwachting kunnen worden gegeven op basis van de voortgangsrapportage die op 31 mei 2018 door NAM zal worden opgeleverd. Op dat moment zal naar verwachting 90 procent van de eigenaren een aanbod hebben ontvangen.
Herkent u zich in het geschetste beeld dat gedupeerden een te laag aanbod ontvangen?
Nee. Op dit moment beschik ik enkel over cijfers over de respons op de aanbiedingen die NAM heeft gedaan. Daaruit valt niet af te leiden of en hoe vaak bewoners een bod te laag vinden.
Wat vindt u van de kritiek dat het onmogelijk is een goede calculatie te maken als er niet ter plaatse geïnspecteerd wordt?
De calculatie wordt gemaakt op basis van een rapport van de schade dat is opgesteld door een expert die wel degelijk ter plaatse heeft geïnspecteerd.
Bent u van mening dat zes weken te kort is voor gedupeerden om hun zaak aan te melden bij de arbiter?
Zes weken is een gangbare termijn. De Algemene wet bestuursrecht kent ook een termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift van zes weken (artikel 6:7 Awb). Het nieuwe Reglement Arbiter Bodembeweging, dat op korte termijn zal worden gepubliceerd, zal een clausule bevatten waarmee de Arbiter tot 1 september 2018 zaken in behandeling kan nemen als een eigenaar een goede reden heeft waarom aanmelden binnen zes weken niet mogelijk was.
Gaat u voor uw oordeel over hoe succesvol de afhandeling van de oude schades enkel af op berichten van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) en de commissaris van de Koningin in Groningen?
Een oordeel over het succes van de aanpak baseer ik op de feiten. De mate waarin aanbiedingen worden geaccepteerd en zaken worden beslecht is daarbij leidend. Daarnaast is een onafhankelijk onderzoek naar de afhandeling van oude schademeldingen gestart. Ik zal uw Kamer over de uitkomsten van dit onderzoek informeren.
Klopt het dat gedupeerden uit het voormalig «buitengebied» volgens de brief van de NAM recht hebben op de waardevermeerderingsregeling maar deze niet bij het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN) aan kunnen vragen? Kunt u toezeggen dat deze groep zo snel mogelijk gebruik kan maken van deze regeling?
SNN zal voor het voormalige buitengebied een met de waardevermeerderingsregeling vergelijkbare regeling uitvoeren, betaald door NAM. SNN is bezig om dit in te richten en online beschikbaar te maken. Bewoners kunnen zich via het mailadres waardevermeerdering@snn.nl aanmelden om een bericht te ontvangen zodra het zover is.
Kunt u toezeggen ook onafhankelijk onderzoek te laten doen naar de tevredenheid van de gedupeerden?
Op dit moment wordt in opdracht van de commissaris van de Koning in Groningen, NAM en mij onderzocht hoe de afhandeling van de oude schademeldingen verloopt. Zodra de resultaten van dit onderzoek er zijn, zal ik uw Kamer hierover informeren.
Is er een onafhankelijk meldpunt waar gedupeerden zich met vragen en klachten kunnen melden? Bent u indien dat niet het geval is bereid een meldpunt op te laten richten?
Eigenaren met vragen en klachten over de afhandeling van schademelding kunnen zich melden bij de Onafhankelijke raadsman.
Kunt u een termijn stellen waarbinnen de NAM uitspraken van de arbiter moet opvolgen?
Ik kan NAM niet dwingen een bepaalde termijn in acht te nemen. Ik zal NAM wel in gesprekken oproepen zo snel mogelijk uitvoering te geven aan uitspraken van de Arbiter Bodembeweging.
Kunt u deze vragen beantwoorden vóór het rondetafelgesprek over gaswinning uit het Groningenveld op 17 mei 2018?
Ja.
Het bericht dat Israël Nederlandse projecten op de Westelijke Jordaanoever sloopt |
|
Martijn van Helvert (CDA), Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
Stef Blok (minister buitenlandse zaken) (VVD) |
|
|
|
|
Kent u het bericht «Israël sloopt «Nederlandse» watertanks»?1
Ja.
Klopt het dat Israël drie door Nederland gefinancierde watersystemen op de Westelijke Jordaanoever heeft gesloopt? Zo ja, waarom is dit gebeurd?
Ja. De Israëlische autoriteiten hebben de watervoorziening gesloopt omdat hiervoor geen vergunning was afgegeven en omdat de huizen waarvoor zij zijn aangelegd zich bevinden in een gebied dat Israël heeft aangemerkt als militair oefenterrein. De Israëlische rechter heeft verboden de mensen uit hun huis te zetten en de huizen te slopen. De bewoners zijn voor drinkwater afhankelijk van opgevangen regenwater. Teneinde de bewoners van schoon drinkwater te voorzien, heeft Nederland besloten een project te financieren waarbij de huizen een systeem krijgen voor opvang en zuivering van regenwater en een installatie om het schone water naar hun huizen te pompen.
Is Nederland vooraf geconsulteerd door de Israëlische autoriteiten dat zij voornemens waren deze watersystemen te slopen?
Nee. Nederland, de uitvoerende organisatie noch de bewoners van de huizen waren vooraf geïnformeerd.
Bent u bereid uw Israëlische ambtsgenoot op deze activiteiten aan te spreken? Zo ja, op welke termijn en welke vervolgstappen bent u bereid te nemen? Zo nee, waarom niet?
Nederland en de EU maken consequent en op verschillende niveaus de bezwaren duidelijk bij de Israëlische autoriteiten tegen sloop van Palestijnse bezittingen, inclusief de door Nederland of de EU gefinancierde projecten. Per geval wordt bekeken op welke wijze contact op ambtelijk of politiek niveau kan bijdragen aan een oplossing. In onderhavige geval is ervoor gekozen snel op ambtelijk niveau te protesteren tegen de sloop van de watersystemen. Hierbij heeft Nederland tevens om schadevergoeding gevraagd. Israël heeft het verzoek afgewezen, omdat het de sloop van de watervoorziening gerechtvaardigd acht vanwege het ontbreken van vergunningen en omdat de systemen in een gebied waren aangelegd dat Israël heeft bestemd als militair oefenterrein. Nederland blijft zowel bilateraal als via de EU druk op Israël uitoefenen om sloop en confiscatie van Palestijnse eigendommen stop te zetten.
Op welke wijze bent u voornemens naar aanleiding van deze sloopwerkzaamheden van Israël uitvoering te geven aan de motie-Knops c.s.2? Bent u bereid schadevergoeding van Israël te eisen voor de gesloopte watersystemen? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 4.
Welke vervolgstappen zijn door de Nederlandse regering jegens de Israëlische autoriteiten genomen nadat bleek dat Israël in juli 2017 door Nederland gefinancierde zonnesystemen geconfisqueerd had? Is Israël op deze activiteiten aangesproken en zo ja, op welke wijze? Ziet u enige aanpassing van Israël wat betreft dergelijke activiteiten?
Zoals beschreven in de antwoorden op schriftelijke vragen over de inbeslaggenomen zonnepanelen (antwoorden op de vragen gesteld door de leden Van Ojik en Diks (GroenLinks) d.d. 19 oktober 2017, vergaderjaar 2017–2018, Aanhangsel van de Handelingen, nr 237 en de antwoorden op de vragen gesteld door de leden Knops en Amhaouch (CDA) d.d. 9 augustus 2017, Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2016–2017, nr. 2426), heeft Nederland meermaals en op diverse niveaus geprotesteerd tegen de inbeslagname en aangedrongen op teruggave aan de uitvoerende organisatie.
Dit heeft niet geleid tot een Israëlische beleidswijziging ten aanzien van de sloop van Palestijnse bezittingen in Area C, inclusief door donoren gefinancierde projecten of tot meer vergunningen voor Palestijnse huizen en gebouwen.
Het kabinet is bezorgd over een aangekondigde beleidswijziging die in juni zal ingaan. Met deze beleidswijziging kan de Civil Administration (het onderdeel van het Israëlische leger dat verantwoordelijk is voor het bestuur van de bezette gebieden) sneller overgaan tot sloop van Palestijnse bezittingen en wordt de mogelijkheid verkleind voor de eigenaren om een sloop uit te stellen via een gang naar de rechter of aanvraag van een vergunning.
Hoeveel zowel door Nederland als door de Europese Unie gefinancierde projecten zijn ten tijde van de regeerperiode van Netanyahu in de Palestijnse gebieden door Israël gesloopt? Is in deze gevallen, ter uitvoering van de motie-Knops c.s.3 schadevergoeding van Israël geëist? Zo nee, op welke wijze wordt Israël dan op dergelijke activiteiten aangesproken? Sorteert dit enig effect?
De EU schat dat er sinds 14 mei 2015, het aantreden van het huidige Israëlische kabinet, 326 bouwwerken gesloopt zijn die met hulp van de EU zijn neergezet. Volgens de EU is de totale schade ongeveer € 1.035.000. Het is aan betrokken lidstaten om te bepalen of zij gevallen van schade delen of openbaar maken hoe zij op sloop reageren. Sommige lidstaten kiezen hierbij voor stille diplomatie en maken niet bekend welke schade zij geleden hebben door sloop. Het is bekend dat een aantal lidstaten en de EU om schadevergoeding hebben gevraagd. Voor zover bekend heeft Israël in geen van de gevallen schadevergoeding uitgekeerd. De Nederlandse schade aan lopende projecten door sloop in deze periode bedraagt ongeveer € 38.600. Daarnaast zijn door Israël projecten tijdelijk stilgelegd met stop-work orders en zijn soms materialen en machines tijdelijk in beslag genomen.
Hoe duidt u de sloopwerkzaamheden van Palestijnse bouwwerkzaamheden door Israël in bredere zin? In hoeverre acht u deze activiteiten gerechtvaardigd dan wel in lijn met het internationaal recht?
Het kabinet veroordeelt de sloop en confiscatie van Palestijnse bezittingen, ongeacht of deze door de EU zijn gefinancierd of niet. De sloop en confiscatie benadeelt Palestijnen en creëert ongelijkheid. Israël heeft als bezettende mogendheid op basis van het bezettingsrecht een specifieke zorgplicht jegens de Palestijnse bevolking. Als bezettende mogendheid is het Israël op basis van het bezettingsrecht onder meer verboden roerende of onroerende goederen te vernielen, behoudens in de gevallen waarin militaire operaties een zodanige vernieling volstrekt noodzakelijk maken. Het is aan Israël om aan te tonen dat sprake is van een dergelijke uitzondering in elk concreet geval. Zie gaarne ook de beantwoording op Kamervragen gesteld door de leden Karabulut (SP) over de sloop door Israël van door Nederland gefinancierde watersystemen in bezet Palestijns gebied. Deze vragen werden ingezonden op 7 mei 2018 met kenmerk 2018Z08380.
Het bericht ‘ABN Amro stuurt ‘buitenlanders’ terecht weg’ |
|
Roald van der Linde (VVD) |
|
Wopke Hoekstra (minister financiën) (CDA) |
|
|
|
|
Hebt u kennisgenomen van het artikel «ABN Amro stuurt «buitenlanders» terecht weg»1 en een bijbehorende uitspraak van het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Kifid)2?
Ja.
Was dit gevolg van de achtereenvolgende antiwitwasrichtlijnen voorzien of bedoeld?
Het stopzetten van de dienstverlening door ABN Amro aan klanten die zich definitief buiten de Europese Unie hebben gevestigd, is niet alleen het gevolg van anti-witwasregelgeving, maar ook van de toenemende hoeveelheid en complexiteit aan overige relevante wet- en regelgeving. Als banken hun diensten verlenen aan klanten die buiten Nederland wonen, moeten zij voldoen aan uiteenlopende wet- en regelgeving van meerdere landen. Binnen Europa is dit meestal geen probleem omdat voor de lidstaten een sterk geharmoniseerd regelgevend kader geldt. Bovendien is het mogelijk om in andere lidstaten diensten te verrichten op grond van een Europees paspoort. Met name het bedienen van klanten buiten de Europese Unie brengt risico’s en kosten mee. Het is aan de bank zelf om te beslissen of zij het mogelijk en opportuun acht om aan de wet- en regelgeving van het derde land te voldoen. De bank maakt daarbij een belangenafweging tussen de kosten en de risico’s die gemoeid zijn met het naleven van de wet- en regelgeving van het derde land en de belangen die de bank heeft bij het voortzetten van de dienstverlening.
Banken bepalen zelf hun ondernemingsstrategie en het door hen gewenste risicoprofiel. Zij stemmen hun klantenbestand daar op af. ABN Amro is een Nederlandse bank die vooral Nederlandse en Europese klanten bedient. Zoals hiervoor aangegeven, zorgt de toenemende hoeveelheid en complexiteit van wet- en regelgeving ervoor dat het bedienen van klanten buiten Europa steeds meer risico’s en kosten meebrengt. Het lopen van deze risico’s past volgens ABN Amro niet bij een bank die een gematigd risicoprofiel hanteert. Dit beleid van ABN Amro is niet alleen gestoeld op het naleven van de geldende anti-witwasregelgeving binnen de Europese Unie. Een wijziging van deze regelgeving leidt dan ook niet automatisch tot aanpassing van dit beleid van ABN Amro.
In hoeverre geeft de Nederlandse nationaliteit een recht op het aanhouden van een bankrekening in Nederland? Vindt u dat een wenselijke situatie?
Op grond van de PAD-richtlijn3 heeft een ieder die daarom verzoekt en die rechtmatig in de Europese Unie verblijft, het recht om een basisbetaalrekening in euro’s aan te vragen en te gebruiken. Dit recht is voorbehouden aan een ieder die rechtmatig in de Europese Unie verblijft, ongeacht de nationaliteit van de aanvrager. Dit is vastgelegd in artikel 4:71f van de Wet op het financieel toezicht.
Hoe wordt gegarandeerd dat Nederlanders in het buitenland hoe dan ook hun AOW-uitkering of pensioen kunnen ontvangen?
Nederlanders die buiten de Europese Unie wonen, hebben de mogelijkheid om een betaalrekening te openen bij een andere Nederlandse bank dan ABN Amro. Er zijn mij geen signalen bekend dat Nederlanders die permanent buiten de Europese Unie wonen bij geen enkele Nederlandse grootbank terecht kunnen. Het is echter aan elke individuele bank zelf om te bepalen of zij iemand die zich permanent buiten de Europese Unie gevestigd heeft, als klant accepteren. Daarbij spelen veel verschillende factoren een rol, die door banken zelf per casus worden gewogen, zoals het door hen gewenste risicoprofiel en het van toepassing zijnde kader van wet- en regelgeving.
Sommige grootbanken geven aan desgevraagd een referentie te verschaffen, zodat een rekening kan worden geopend in het derde land. ABN Amro biedt daarbij een overgangstermijn van zes maanden, waarin naar een alternatief kan worden gezocht. Indien de wet- en regelgeving van het derde land dit toestaat, kan een eurorekening worden geopend waarop de AOW-uitkering of het pensioen kan worden gestort, zonder dat financieel nadeel wordt ondervonden van wisselkoersen.
Is het mogelijk dit soort (risicoloze) klanten uit te zonderen van het Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft)-regime? Bent u daartoe bereid?
Zie antwoord vraag 2.
Betekent deze uitspraak dat ook tijdelijk geëxpatrieerde Nederlanders Nederlandse bankdiensten kunnen worden ontzegd? Zo ja, hoe wilt u dat voorkomen?
Nee, deze uitspraak ziet alleen op klanten die permanent naar het buitenland zijn verhuisd en niet op tijdelijk geëxpatrieerde Nederlanders. De ABN Amro hanteert overigens een uitzondering voor tijdelijk geëxpatrieerde Nederlanders indien zij een nadrukkelijke en aantoonbare intentie hebben om terug te komen naar de Europese Unie, of klanten die aantoonbaar nergens anders een bankrekening kunnen openen. Er zijn mij geen signalen bekend dat ABN Amro of een andere Nederlandse bank haar dienstverlening aan tijdelijk geëxpatrieerde Nederlanders heeft opgezegd.
Welke gevolgen gaan de antiwitwasmaatregelen hebben voor internationale bedrijven, instellingen en ambassades in Nederland? Wat betekent dit voor het vestigingsklimaat? Kunt u ervoor instaan dat de financiële dienstverlening op peil blijft, tegen redelijke tarieven?
Het belangrijkste gevolg van de antiwitwasmaatregelen voor internationale bedrijven en instellingen is dat deze partijen, voor zover zij onder de reikwijdte van de Wwft vallen, onderzoek moeten doen naar hun cliënten, onder meer om het doel en de beoogde aard van de zakelijke relatie vast te stellen. Tevens dienen zij een voortdurende controle uit te oefenen op die zakelijke relaties en van transacties die door die relaties worden verricht (art. 3 Wwft). Het monitoren van deze transacties dient risicogebaseerd plaats te vinden. Dit houdt in dat de wijze waarop de bank het monitoren van de transacties inricht en uitvoert, moet passen bij de risico’s op witwassen en terrorismefinanciering. Indien er een hoger risico bestaat, dient er een verscherpte transactiemonitoring plaats te vinden. Daarnaast moet een instelling, in geval van constatering van een ongebruikelijke transactie, deze melden bij de Financiële inlichtingen eenheid (FIU-Nederland). Deze verplichtingen gelden voor alle lidstaten.
Ambassades vallen als zodanig niet onder de reikwijdte van de Wwft. Voor het personeel van internationale bedrijven, instellingen en ambassades geldt dat zij rechtmatig in de Europese Unie verblijven. Dit betekent dat zij op grond van de PAD-richtlijn recht hebben op het gebruik van een basisbetaalrekening (zie ook antwoord 3).
Het vestigingsklimaat is van belang voor in Nederland gevestigde bedrijven om concurrerend te zijn op de mondiale markten en voor de aantrekkelijkheid van Nederland als locatie voor buitenlandse bedrijven en investeerders.4 De Minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) spant zich hier voor in. Middels de halfjaarlijkse Monitor Vestigingsklimaat wordt inzicht verkregen in de kwaliteit van het Nederlandse vestigingsklimaat. Uit de laatste resultaten blijkt dat het Nederlandse vestigingsklimaat er goed voor staat in vergelijking met het gemiddelde in de ons omringende landen. Mij zijn geen signalen bekend dat de antiwitwasmaatregelen invloed hebben op het vestigingsklimaat.
De sloop door Israël van door Nederland gefinancierde watersystemen in bezet Palestijns gebied |
|
Sadet Karabulut |
|
Stef Blok (minister buitenlandse zaken) (VVD) |
|
Kunt u bevestigen dat Israël, als onderdeel van een grotere operatie, drie door Nederland gefinancierde watersystemen in bezet Palestijns gebied heeft gesloopt?1 Wat zijn de precieze feiten?
Ja. De Israëlische autoriteiten hebben de watervoorziening gesloopt omdat hiervoor geen vergunning was afgegeven en omdat de huizen waarvoor zij zijn aangelegd zich bevinden in een gebied dat Israël heeft aangemerkt als militair oefenterrein. De Israëlische rechter heeft verboden de mensen uit hun huis te zetten en de huizen te slopen. De bewoners zijn voor drinkwater afhankelijk van opgevangen regenwater. Teneinde de bewoners van schoon drinkwater te voorzien, heeft Nederland besloten een project te financieren waarbij de huizen een systeem krijgen voor opvang en zuivering van regenwater en een installatie om het schone water naar hun huizen te pompen. Naast de sloop van de door Nederland gefinancierde watertanks, pompen en filters heeft het Israëlische leger ook zonnepanelen in beslag genomen. Deze waren door andere donoren gefinancierd.
Wat zijn de gevolgen voor de lokale bevolking van deze sloop door de bezettende macht?
Als gevolg van de sloop hebben de eigenaren hun voorraad water verloren en zijn zij weer afhankelijk van ongezuiverd regenwater als drinkwater. Tevens is de elektriciteitsvoorziening weggevallen.
Hoe heeft u Israël aangesproken op deze sloop van door Nederland gefinancierde watersystemen? Is geëist dat schade wordt vergoed? Hoe heeft Israël gereageerd?
Nederland en de EU maken consequent en op verschillende niveaus de bezwaren duidelijk bij de Israëlische autoriteiten tegen sloop van Palestijnse bezittingen, inclusief de door Nederland of de EU gefinancierde projecten. Per geval wordt bekeken op welke wijze contact op ambtelijk of politiek niveau kan bijdragen aan een oplossing. In dit geval is ervoor gekozen om snel op ambtelijk niveau te protesteren tegen de sloop van de watersystemen. Hierbij heeft Nederland tevens om schadevergoeding gevraagd. Israël heeft het verzoek afgewezen. Het acht de sloop gerechtvaardigd, vanwege het ontbreken van vergunningen en omdat de systemen in een gebied waren aangelegd dat Israël heeft bestemd als militair oefenterrein.
Deelt u de opvatting dat indien Israël doorgaat met het slopen van ontwikkelingsprojecten in bezet Palestijns gebied dat verdergaande gevolgen dient te hebben? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet blijft de sloop en confiscatie van Palestijnse bezittingen veroordelen, ongeacht of deze door de EU zijn gefinancierd of niet. De sloop en confiscatie benadeelt de Palestijnen en creëert ongelijkheid. Israël heeft als bezettende mogendheid op basis van het bezettingsrecht een specifieke zorgplicht jegens de Palestijnse bevolking. Als bezettende mogendheid is het Israël op basis van het bezettingsrecht onder meer verboden roerende of onroerende goederen te vernielen, behoudens in de gevallen waarin militaire operaties een zodanige vernieling volstrekt noodzakelijk maken. Het is aan Israël om aan te tonen dat sprake is van een dergelijke uitzondering in elk concreet geval. Nederland blijft zowel bilateraal als via de EU druk op Israël uitoefenen om sloop en confiscatie van Palestijnse eigendommen stop te zetten.
Zie gaarne ook de beantwoording op Kamervragen gesteld door de leden Sjoerdsma (D66) en Van Helvert (CDA) over het bericht dat Israël Nederlandse projecten op de Westelijke Jordaanoever sloopt. Deze vragen werden ingezonden op 7 mei 2018 met kenmerk 2018Z08374.