De Wereld Suïcide Preventie Week |
|
Don Ceder (CU), Mirjam Bikker (CU) |
|
Hans Vijlbrief (D66), Sophie Hermans (VVD) |
|
|
|
|
Bent u ermee bekend dat er elke dag gemiddeld vijf mensen in Nederland overlijden door zelfdoding, van wie gemiddeld de helft1 (ex-)werknemers?2
Op welke manier bevordert u het kabinetsbeleid inzake mentale gezondheid op het terrein van werk? Welke inzet pleegt u, als Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, aangaande de Wet integrale suïcidepreventie? In hoeverre worden werkgevers, bedrijfsartsen, arbodiensten en preventiemedewerkers momenteel ondersteund bij het herkennen van signalen van suïcidaliteit en het voeren van het gesprek daarover? Acht u het bestaande aanbod voldoende?
In hoeverre maakt mentale gezondheid, met suïcidepreventie als onderdeel daarvan, al regulier onderdeel uit van goed werkgeverschap, bijvoorbeeld via gezondheids- en vitaliteitsbeleid en beleid gericht op duurzame inzetbaarheid? Bent u bereid hierover met de Sociaal-Economische Raad (SER) en de sociale partners in gesprek te gaan om meer aandacht te schenken aan suïcidepreventie en signalering op de werkvloer?
Zijn de economische gevolgen van uitval door psychische oorzaken uitgedrukt in euro’s en fte bekend?
Bent u bekend met het Jaarverslag 2025 van de Nederlandse Arbeidsinspectie, waarin staat dat in 2024 twee slachtoffers door zelfdoding en één slachtoffer van een ongeval buiten de werksfeer als dodelijk arbeidsongeval zijn meegerekend, en dat zelfdodingen vanaf 2025 niet meer als arbeidsongeval worden aangemerkt, maar apart worden gerapporteerd?3 Kunt u aangeven waar en over wat er apart wordt gerapporteerd?
Worden deze gevallen, ook wanneer zij niet als arbeidsongeval worden aangemerkt, onderzocht op mogelijke arbeidsgerelateerde factoren of omstandigheden, zodat hieruit lessen kunnen worden getrokken voor de preventie van zelfdoding?
Bent u bereid om in samenwerking met de Arbeidsinspectie, sociale partners en 113 Zelfmoordpreventie, de relatie tussen werk, arbeidsomstandigheden en suïcide nader in kaart te brengen, zodat beter kan worden vastgesteld welke arbeidsgerelateerde factoren een rol spelen en waar preventieve maatregelen het meest effectief kunnen worden ingezet?
Zijn er verklaringen voor de regionale verschillen in suïcidecijfers?4 Acht u nader onderzoek naar de oorzaken voor deze verschillen wenselijk? Welke regio's vragen volgens u nadere aandacht, gezien de opmerkelijke verschillen (ook ten aanzien van het regionale suïcidepercentage specifiek voor tieners5)?
Het artikel dat stelt dat de benzineprijs naar een recordhoogte is gestegen en richting de € 3,00 per liter gaat |
|
Hidde Heutink (PVV), Gidi Markuszower (PVV) |
|
Eerenberg , Vincent Karremans (VVD) |
|
|
|
|
Bent u op de hoogte dat de benzineprijs met € 2,721 per liter naar een recordhoogte is gestegen en wat is uw reactie hierop?1
Bent u van plan de accijnzen per direct te verlagen om automobilisten te ontlasten? Zo nee, waarom kiest u ervoor de automobilisten de exorbitante prijsstijging van brandstof zelf te laten ophoesten?
Bij welke benzineprijs moet volgens u worden ingegrepen als de stijging van de adviesprijs voor benzine zich doorzet? Indien u daar geen specifiek antwoord op kan of wil geven, wilt u dan toelichten waarom?
Deelt u de opvatting dat brandstof voor miljoenen Nederlanders geen luxeproduct is, maar een noodzakelijke uitgave om bijvoorbeeld naar het werk, bij familie of bij (sociale) voorzieningen te komen? Zo nee, waarom niet?
Kunt u uiteenzetten hoe de adviesprijs van een liter benzine is opgebouwd en per uitsplitsing aangeven wat de regering kan doen om de kosten te drukken?
Hoe legt u aan automobilisten uit dat zij inmiddels recordbedragen aan de pomp moeten betalen, terwijl de regering, dat via de btw en accijns op brandstof, miljarden binnenhaalt maar dat geld liever aan zaken zoals ontwikkelingshulp uitgeeft?
Hoeveel euro ontvangt de Nederlandse overheid aan accijns en btw bij een liter benzine met een verkoopprijs van € 2,721 in totaal?
Bent u het eens met de stelling dat de huidige accijnsverlaging niet langer genoeg is en dat automobilisten meer compensatie verdienen dan ze nu krijgen? Zo ja, waarom blijven extra maatregelen dan uit? Zo nee, waarom niet?
Kunt u garanderen dat de accijns per 1 januari 2027 in elk geval niet zullen worden verhoogd? Zo nee, waarom niet?
Verspreide berichten van burgerwachten in verschillende gemeenten |
|
Barbara Kathmann (GroenLinks-PvdA), Lisa Westerveld (GroenLinks-PvdA) |
|
Aerdts , Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Hoe gaat u ervoor zorgen dat er landelijk zicht komt op burgerwachten die overgaan tot intimidatie, bedreiging, stalking, laster, bekladding of doxing?1
Wat gaat u eraan doen dat er meerdere groepen door het land heen worden opgericht die overgaan tot bovengenoemde strafbare feiten om opvangbewoners, voorstanders van opvang en vrijwilligers in opvanglocaties te intimideren en online mensen oproepen om hieraan mee te doen?
Hoe gaat u ervoor zorgen dat mensen bij opvanglocaties hun (vrijwilligers)werk kunnen blijven doen, veilig kunnen wonen en zich kunnen en durven uit te spreken voor een opvanglocatie?
Hoe zorgt u ervoor dat mensen die geïntimideerd zijn in hun dorp door anti-azc groeperingen veilig genoeg zijn en zich veilig genoeg voelen om zich wel nog uit te spreken tijdens bijvoorbeeld inspraakavonden?
Hoe zijn inspraakavonden nog een nuttig instrument als een groot deel van de bewoners niet meer durft te komen?
Bent u bereid te monitoren hoe vaak er strafbare feiten worden gepleegd door dit soort burgerwachten zodat u beleid kunt opstellen om deze tegen te gaan?
Bent u van mening dat het eenmalig voeren van een rechten- en plichtengesprek voldoende is om opvangbewoners op de hoogte te brengen van waar zij aangifte kunnen doen nu er op zoveel plekken in het land intimidatie, stalking en soms zelfs brandstichting plaatsvindt? Bent u bereid ervoor te zorgen dat opvangbewoners gericht geïnformeerd worden over wanneer er een strafbaar feit tegen hen wordt gepleegd gezien de huidige situatie? Zo nee, waarom niet?
Worden opvangbewoners ook gewezen op meldmogelijkheden bij de Autoriteit Persoonsgegevens en de Autoriteit Consument & Markt, zodat zij zich kunnen beroepen op hun online- en privacyrechten?
Kunt u afspraken maken met deze autoriteiten om de bestaande meldmogelijkheden toegankelijk te maken voor opvangbewoners?
Bent u bereid om proactief gemeenten aan te bieden een gesprek te voeren wanneer er zulke groepen gevormd zijn om een gezamenlijke aanpak te formuleren? Zo nee, waarom niet?
Wat vindt u van het feit dat raadsleden in Tholen niet naar buiten konden na de raadsvergadering dinsdagavond 1 september j.l. vanwege de veiligheid bij een anti-azc-demonstratie?
Maakt u zich zorgen dat intimidatie van raadsleden en wethouders rondom azc-besluiten kan leiden tot schade aan de veiligheid van deze mensen en aan onze lokale democratie?
Wat gaat u doen om dit soort escalaties in de toekomst te voorkomen en raadsleden en wethouders die een beslissing moeten maken over de komst van een azc te steunen – waartoe zij ook besluiten?
Wat vindt u van het feit dat in de nacht van 10 augustus j.l. 28 asielzoekers in Surhuisterveen werden tegengehouden om naar de nachtopvang te gaan om te slapen?
Zijn er meer van dit soort incidenten bij u bekend? Hoe vaak is dit voorgekomen?
Hoe gaat u ervoor zorgen dat asielzoekers in het vervolg niet worden tegengehouden en geïntimideerd worden als zij onderweg zijn naar hun aangewezen slaapplek?
Bent u bekend met de berichten over «Defend Den Bosch» en de intimidatie van Syrische jongeren op de Kermis in Den Bosch?
Wat vindt u van het feit dat een groep die linken lijkt te hebben met rechts-extremisme jonge Syriërs lastigvalt op de kermis in Den Bosch en online berichten verspreidt die hiertoe oproepen? Hoe gaat u helpen optreden tegen dit soort groepen?
Wordt er toezicht gehouden op de online oproepen die groeperingen zoals «Defend Den Bosch» online verspreiden om met groepen mensen jongeren te belagen op de kermis, of om bijvoorbeeld huizen te bekladden? Op welke manier wordt hiertegen opgetreden? Hoe wordt hierin samengewerkt met de lokale driehoek?
Is bij u bekend of en hoe vaak er melding wordt gemaakt van online oproepen die leiden tot strafbare feiten door groeperingen als «Defend Den Bosch»? Heeft u indicaties dat hier tijdig en effectief tegen wordt opgetreden?
Is bekend of «Defend Den Bosch» ook betrokken was bij de bekladdingen en intimidatie bij gemeente Engelen?
Gaat u zich inzetten om de inspraak over de komst van een azc rustiger te laten verlopen zodat zowel voor- als tegenstanders zonder angst en intimidatie zich kunnen laten horen?
Wat is uw reactie op de brandstichting bij het gebouw in Valkenswaard waar in de toekomst alleenstaande minderjarige vluchtelingen zouden worden opgevangen?
Hoe gaat u ervoor zorgen dat deze intimidatie stopt en niet de reden mag zijn dat er al dan niet een azc komt?
Kunt u nader ingaan op de rol van sociale media in het aanjagen van intimidatie van voor- en tegenstanders van een azc? In hoeveel gevallen zijn intimiderende acties aangesticht via online kanalen?
Bent u van mening dat grote online platforms hier voldoende tegen optreden, gezien u in eerdere beantwoording beschrijft dat er tegen meerdere bedrijven al aanwijzingen zijn gepubliceerd dat zij wet- en regelgeving niet naleven?2
Welke maatregelen kunt u nemen om intimidatie (aangejaagd) via sociale media tegen te gaan, bijvoorbeeld door bestaande wet- en regelgeving strenger te handhaven, met behoud van de vrijheid van meningsuiting?
Kunt u deze vragen binnen de geldende termijn beantwoorden?
De veiligheidsrisico's van geavanceerde kunstmatige intelligentie |
|
Chris Stoffer (SGP) |
|
Aerdts |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Anthropic-onderzoeker neemt ontslag: OpenAI en Anthropic handelen onverantwoordelijk en gokken met ons leven»1 en het bericht «Anthropic-medewerker: kans bestaat dat AI de mensheid uitroeit»2, waarin onderzoekers van vooraanstaande AI-bedrijven waarschuwen voor ernstige veiligheidsrisico’s van steeds krachtigere AI-systemen?
Hoe beoordeelt u de waarschuwingen van deze onderzoekers dat de ontwikkeling van zeer geavanceerde AI-systemen sneller verloopt dan de ontwikkeling van adequate veiligheidsmaatregelen en beheersingsmechanismen? Welke conclusies verbindt u daaraan?
Heeft het kabinet scenarioanalyses laten uitvoeren naar de gevolgen van geavanceerde AI voor de nationale veiligheid, waaronder cyberaanvallen, beïnvloeding van democratische processen, sabotage van vitale infrastructuur, militaire toepassingen en andere hybride dreigingen? Zo ja, kunt u de belangrijkste bevindingen met de Kamer delen?
In hoeverre acht u het bestaande nationale, Europese en internationale normatieve kader, waaronder de AI Act, toereikend voor het beheersen van risico's die voortvloeien uit de ontwikkeling van zeer krachtige algemene AI-modellen en toekomstige frontier AI-systemen?
Welke aanvullende maatregelen acht u noodzakelijk om de digitale weerbaarheid van Nederland te versterken tegen risico's die samenhangen met geavanceerde AI-systemen, in het bijzonder waar het gaat om vitale infrastructuur, overheidsorganisaties, defensie en de bescherming van burgers?
Hoe geeft het kabinet, mede in het licht van het streven naar een digitaal weerbare samenleving, invulling aan het voorzorgsbeginsel bij de ontwikkeling en toepassing van zeer geavanceerde AI-systemen waarvan de maatschappelijke gevolgen mogelijk verstrekkend en onomkeerbaar zijn?
Deelt u de zorg dat een internationale concurrentiestrijd tussen staten en marktpartijen kan leiden tot een situatie waarin veiligheidsbelangen ondergeschikt raken aan technologische en economische belangen? Zo ja, hoe wordt dit risico in het kabinetsbeleid geadresseerd?
Herkent u de zorgen die leven rondom superintelligente AI en het risico dat de mens niet meer in staat is deze ontwikkeling te stoppen? Deelt u de mening dat een verbod hierop wenselijk is?
Bent u bereid binnen de Europese Unie en internationale gremia te pleiten voor aanvullende afspraken over de ontwikkeling van geavanceerde AI, een verbod op superintelligente AI, en de mogelijkheid om tijdelijk een pas op de plaats te maken bij de ontwikkeling van krachtige AI-systemen zonder dat de risico’s voldoende helder zijn?
Kunt u de Kamer voor het einde van dit jaar informeren over de kabinetsinzet en de mogelijkheden en wenselijkheid van aanvullende waarborgen voor geavanceerde, superintelligente AI, waaronder de mogelijkheid van een tijdelijke ontwikkelpauze voor de krachtigste AI-systemen?
Uitgaven waarvan de effectiviteit niet is aangetoond |
|
Mona Keijzer |
|
Eelco Heinen (VVD) |
|
Heeft u kennisgenomen van het onderzoek «Evaluaties evalueren» van de Algemene Rekenkamer, waaruit blijkt dat slechts 22 procent van de onderzochte periodieke rapportages voor een aanzienlijk deel van het beleid duidelijk maakt of resultaten tegen zo laag mogelijke kosten zijn bereikt?1
Welk bedrag aan jaarlijkse rijksuitgaven is gemoeid met beleid waarvan op basis van de beschikbare evaluaties niet aantoonbaar is dat het beoogde effect wordt bereikt?
Klopt het dat aan de inkomstenkant 116 fiscale regelingen op een rij zijn gezet2 en dat bij de Voorjaarsnota 2025 een groslijst van negatief geëvalueerde fiscale regelingen beschikbaar was3, terwijl een vergelijkbaar overzicht voor de uitgavenkant ontbreekt? Waarom bestaat dat overzicht daar niet?
Klopt het dat in de begrotingsregels het uitgangspunt geldt dat een negatief geëvalueerde fiscale regeling wordt afgeschaft of aangepast, tenzij handhaving gemotiveerd wordt?4 Waarom geldt datzelfde uitgangspunt niet voor uitgavenregelingen?
Bent u bereid een Rijksbreed overzicht te laten opstellen met per subsidie of beleidsuitgave het jaarlijkse budgettaire beslag, de conclusie van de laatste evaluatie over doeltreffendheid en doelmatigheid, en de beleidsmatige consequentie die daaraan is verbonden?
Kunt u daarbij onderscheid maken tussen uitgaven die negatief zijn geëvalueerd en uitgaven waarvan het effect niet vast te stellen is doordat gegevens of een heldere doelstelling ontbreken?
Hoeveel en welke uitgavenregelingen zijn de afgelopen vijf jaar negatief geëvalueerd en desondanks ongewijzigd voortgezet?
Bent u bereid het uitgangspunt van «afschaffen of aanpassen tenzij gemotiveerd anders wordt besloten», bij de eerstvolgende herziening van de begrotingsregels ook aan de uitgavenkant op te nemen?
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
De mensenrechtensituatie in Argentinië |
|
Suzanne Kröger (PRO), Mpanzu Bamenga (D66) |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het rapport «Sensing the Surveillance State: Argentina's expanding policies and technologies of mass surveillance» van Amnesty International van 19 augustus 20261?
Kunt u een inhoudelijke reactie geven op de belangrijkste bevindingen van dit rapport, in het bijzonder op de conclusie dat de Argentijnse overheid sinds december 2023 haar surveillance- en inlichtingencapaciteiten sterk heeft uitgebreid, grotendeels buiten het parlement om?
Deelt u de zorgen van Amnesty International en van mijn fractie over de toenemende druk op het maatschappelijk middenveld in Argentinië, waaronder journalisten, mensenrechtenverdedigers, vakbonden en feministische en sociale bewegingen, die volgens het rapport in toenemende mate worden geïntimideerd en in de gaten gehouden? Zo ja, op welke wijze brengt Nederland deze zorgen, bilateraal of in EU-verband, onder de aandacht van de Argentijnse autoriteiten? Zo nee, waarom niet?
Hoe beoordeelt u de ontwikkelingen rond het demonstratierecht in Argentinië, met name het zogenoemde «anti-picket»-protocol waarmee betogingen zonder rechterlijke tussenkomst kunnen worden uiteengedreven en waarbij gegevens van demonstranten, organisaties en voertuigen worden verzameld en geregistreerd?
Bent u bereid zich, al dan niet in EU-verband, uit te spreken tegen het gebruik van massasurveillance rond demonstraties, in lijn met verklaringen van bijvoorbeeld de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Mensenrechten en VN-rapporteurs hierover uit 2025?
Kunt u reageren op de vaststelling in het rapport door Amnesty International dat Argentinië de rechten op privacy, gelijkheid en non-discriminatie, vrijheid van meningsuiting en vreedzame vergadering schendt? Wat is de reactie van het Nederlandse kabinet op deze conclusie?
Op welke wijze kunnen de bilaterale handels- en investeringscontacten tussen Nederland en Argentinië, en het EU-Mercosur-akkoord, bijdragen aan het verbeteren van mensenrechten, arbeidsrechten, democratische rechtsstatelijkheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen in Argentinië? Bent u bereid om mensenrechten te agenderen in toekomstige handelsgesprekken en overleggen met Argentinië?
Welke mogelijkheden ziet het kabinet om binnen de handels- en investeringsrelatie met Argentinië bij te dragen aan het verantwoord gebruik van technologie, waaronder surveillance- en veiligheidstechnologie, met inachtneming van mensenrechten en internationale standaarden?
Kunt u aangeven of, en zo ja in welke mate, Nederlandse bedrijven betrokken zijn bij de export van drones, gezichtsherkenningstechnologie of andere surveillance- en veiligheidsapparatuur naar Argentijnse veiligheids- of inlichtingendiensten? Zo ja, kunt u uitleggen hoe deze export voldoet aan criterium 2a van het Europees Gemeenschappelijk Standpunt (overheden moeten export weigeren als er een duidelijk risico is dat de goederen worden gebruikt voor binnenlandse onderdrukking), gelet op het risico dat dergelijke apparatuur wordt ingezet tegen demonstranten, journalisten en het maatschappelijk middenveld?
Op welke wijze ondersteunt Nederland het Argentijnse maatschappelijk middenveld bij het versterken van mensenrechten en democratische instituties, en hoe kan deze inzet worden verbonden aan de bredere Nederlandse handels- en investeringsrelatie met Argentinië? Ziet het kabinet mogelijkheden om juist via de combinatie van diplomatie, handel en maatschappelijke samenwerking bij te dragen aan het verbeteren van mensenrechten en de democratische rechtsstaat in Argentinië?
Worden er vanuit het Mensenrechtenfonds op dit moment maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers in Argentinië ondersteund die zich uitspreken tegen de uitbreiding van staatssurveillance en de inperking van de burgerruimte? Bent u bereid te bezien of er extra middelen voor dit fonds kunnen worden vrijgemaakt?
Herinnert u zich uw antwoord tijdens het vragenuur op 1 september 2026 aan het lid Van den Berg over een strenge winter in combinatie met langdurige verstoring van LNG-aanvoer of pijpleidinggas, waarin u verwees naar het Nationaal Crisisplan Gas en voldoende gas voor huishoudens, ziekenhuizen en bejaardentehuizen? Kent u tevens de Gasunie-verklaring van 26 augustus en de beoordeling van de Europese Commissie van 3 september 2026?
Op welke actuele berekeningen berust uw verzekering dat deze afnemers komende winter gas blijven ontvangen? Kunt u deze berekening met de Kamer delen?
Kunt u per gasopslag de actuele voorraad weergeven? Kunt u hierbij aangeven welk deel van is bestemd voor achtereenvolgens reguliere seizoensvraag, contractuele uitvoor en noodinzet? Hoe verwacht u dat dit er op 1 november, aan het einde van het vulseizoen uit zal zien?
Zijn in de berekeningen grootschalige en/of langdurige aanvoeronderbrekingen buiten het systeem gelaten? Heeft u een berekening of analyse die laat zien dat ook in een dergelijke scenario het Nederlandse gassysteem voldoende robuust is? Zo ja, kunt u die met de Kamer delen? Zo nee, hoe kunt u garanderen dat huishoudens niet zonder gas komen te zitten?
Bent u bereid verschillende scenario’s door te laten rekenen van onderbreking van de gasaanvoer waarbij op zijn minst scenario’s als sabotage van een LNG-terminal of internationale pijpleiding gecombineerd met uitzonderlijke koude wordt meegenomen?
Hoe verhoudt de beoogde 5 terawattuur (TWh) tot het nationale vuldoel? Gaat een verlaging van het nationale vuldoel ook (gedeeltelijk) ten koste van deze noodvoorraad?
Kunt u duiden welke opvolging er is gegeven aan het advies van Gasunie Transport Services B.V. (GTS) in maart 2026 over het aanleggen van een strategische voorraad?
Kunt u duiden welke opvolging er is gekomen na de aangenomen motie over Kussengas van Van den Berg (Kamerstuk 29 023, nr. 634)? In hoeverre is deze motie überhaupt uitgevoerd? In het geval dat onvolledig is, waarom voert u moties van de Kamer niet uit?
Welke concrete Europese voorstellen zijn gedaan ter uitvoering van motie (Kamerstuk 29 023, nr. 633) over kostendeling naar gasconsumptie of -import? Hoe worden kosten en aanspraken verdeeld tussen Nederlandse afnemers en andere lidstaten, welke invloed heeft dit op de energierekening en hoe verhouden inzetafspraken zich tot solidariteitsverplichtingen?
Welke actuele afschakelvolgorde, bevoegdheden en voorbereide uitvoeringsmaatregelen gelden bij een tekort, en welke categorieën zijn juridisch beschermd en respectievelijk door solidariteit beschermd? Hoe verhoudt uw verzekering van 1 september zich tot de uiterste maatregelen C.8 en C.9 in het gepubliceerde Bescherm- en Herstelplan Gas? Welke informatie krijgen bedrijven vooraf over veilige stillegging en herstart?
Wilt u deze vragen afzonderlijk en uiterlijk vóór 1 oktober 2026 beantwoorden en de onderliggende scenario’s, berekeningen en analyses meesturen? Mocht een volledige doorrekening bij een vraag niet haalbaar zijn, kunt u dan een schatting meesturen en een volledige doorrekening nasturen?
Het gezondheidsrisico van onduidelijkheid over spuitzones en onzorgvuldige toekenning van pesticiden |
|
Ines Kostić (PvdD) |
|
Sophie Hermans (VVD), Silvio Erkens (VVD) |
|
|
|
|
Herinnert u zich dat de Staatssecretaris van LVVN heeft besloten om geen opdracht te geven voor de ontwikkeling van een rekenmethode voor spuitzonering, ondanks dat het RIVM en de WUR in hun rapport hierover concluderen dat dit haalbaar is, ondanks dat daartoe is opgeroepen door middel van de motie Vedder c.s. (Kamerstuk 27 858, nr. 659), ondanks dat gemeenten vragen om duidelijkheid, en ondanks dat de gezondheid van mensen, dieren en natuur op dit moment ernstig bedreigd worden door het gebruik van landbouwgif? Hoe rijmt u dit met een beleid dat de volksgezondheid op één wil zetten? Vindt u bedrijfsbelangen dan toch belangrijker?1 2 3
Bent u het eens dat een wetenschappelijk onderbouwde rekenmethode veel kan betekenen voor het draagvlak onder bedrijven en de bevolking en veel duidelijkheid kan scheppen bij gemeenten voor spuitzonering? Zo nee, waarom niet?
Welke zwaarwegende argumenten voor bescherming van volksgezondheid heeft u om het advies van het belangrijkste instituut voor volksgezondheid, het RIVM, niet op te volgen?
Als u niet verder gaat met het ontwikkelen van een rekenmethode, hoe verwacht u dan tegemoet te komen aan de zorg, die u zelf aanhaalt in uw brief, dat «uit jurisprudentie blijkt dat bestaande onderbouwingen voor maatwerk in lokale situaties regelmatig onvoldoende worden geacht»? Verwacht u dat de bestuurlijke afspraken in het Convenant «Gewasbeschermingsmiddelen» voldoende gaan zijn om stand te houden bij de rechter? Zo ja, waar baseert u zich dan precies op? Is dat een voorwaarde die u stelt aan de bestuurlijke afspraken?
Hoe bent u nu concreet van plan om de volksgezondheid te gaan waarborgen en gemeenten wetenschappelijke onderbouwde duidelijkheid te geven over spuitzonering?
Aangezien uit onderzoek bekend is dat landbouwgif zich kilometers kan verspreiden, bent u bereid om in lijn met het voorzorgsbeginsel, zo lang als er onduidelijkheid bestaat, en zolang u niet kunt onderbouwen dat een kleinere spuitzonering kan bestaan zonder aantasting van gezondheid van mens, dier en milieu, een spuitzonering van minstens 500 meter verplicht te stellen? Of op zijn minst 50 meter verplicht te stellen, in lijn met huidige jurisprudentie? Zo nee, waarom niet, en op welke recente wetenschappelijke inzichten baseert u zich?
Bent u bekend met de oproep van meer dan huisartsen om te stoppen met landbouwgif in de sierteelt?4
Wat vindt u ervan dat zoveel zorgprofessionals zich genoodzaakt voelden om een noodsignaal uit te zenden, bijvoorbeeld omdat er «overtuigende aanwijzingen voor verbanden met ernstige aandoeningen zoals Parkinson, ALS en leukemie bij kinderen» zijn? Wat is uw reactie op hun zorgen en oproep?5
Hoe gaat u de zorgen van de vele zorgprofessionals nu wegnemen, terwijl u doorwerkt aan een convenant waar maatschappelijke organisaties die opkomen voor de gezondheid hun handtekening niet onder willen zetten? Op welke manier vindt u zo’n convenant dan geloofwaardig voor de zorgprofessionals?
Bent u bekend met het feit dat het UMCG recent heeft besloten opnieuw onderzoek te gaan doen tussen het verband van pesticiden en de ziekte van Parkinson, omdat bij de hoogste mate van blootstelling aan een combinatie van verschillende middelen het risico op Parkinson met zo'n 50 procent stijgt?6
Wat vindt u van de zorg die onderzoekers en zorgprofessionals hebben dat bij beoordeling en maatregelen geen rekening wordt gehouden met het «cocktaileffect» van middelen? Vindt u dat deze zorg relevant is voor de gezondheid van Nederlanders? Zo nee, op welk wetenschappelijk onderzoek baseert u zich? Hoe gaat u deze zorg wegenemen en welke concrete maatregelen (met tijdlijn) horen daarbij?
Als er nog zoveel onduidelijk is, en er zulke grote risico’s zijn, waarom loopt u dan weg voor uw verantwoordelijkheid om een duidelijke lijn uit te zetten wat betreft spuitzones? Waarom is het beschermen van de gezondheid van mens, dier en milieu niet uw hoogste prioriteit?
Bent u ermee bekend dat uit onderzoek van Pointer bleek dat de pesticidenlobby mee heeft kunnen schrijven bij amendementen op EU-wetgeving, en wel 101 toegangspassen had tot het Europees Parlement?7
Kunt u (in het kader van artikel 68 van de Grondwet) aangeven op welke wijze en hoe vaak agrobedrijven, pesticidenbedrijven en hun lobbyisten in het afgelopen jaar contact met u hebben gezocht? Kunt u een overzicht geven met welke agrobedrijven en pesticidenproducenten u heeft gesproken in het afgelopen jaar en hoe vaak precies, mede gelet op artikel 68 van de Grondwet?
Bent u bereid een lobbyverbod in te stellen voor pesticidenproducenten? Zo nee, waarom niet?
Bent u bekend met de rechterlijke uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin is besloten dat het pesticide-middel Pitcher zo snel mogelijk uit de handel genomen moet worden, omdat in Pitcher een werkzame stof (fludioxonil) zit die hormoonontregelende eigenschappen heeft? En bent u bekend met het nieuwsbericht van de Volkskrant hierover «PAN Nederland haalt het gif uit de markt, Achmea krijgt de volle laag van het noodweer»?8 9
Bent u ermee bekend dat het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) wel een toelating heeft gegeven voor Pitcher ondanks de vaststelling dat er fludioxonil in zit? Hoe verklaart u dat dit kon gebeuren? Acht u dit wenselijk?
Wat vindt u ervan dat het Ctgb ondanks een eerdere soortgelijke uitspraak wederom volgens de rechter onterecht toelating heeft verleend aan een middel met een werkzame stof waarvan de Europese voedselautoriteit EFSA heeft vastgesteld dat deze hormoonverstorend is voor mens en dier, en waarvan Ctgb wist dat deze niet leidde tot verwaarloosbare blootstelling omdat de toepassing niet in een gesloten systeem plaatsvindt of in andere omstandigheden die contact met mens of dier uitsluiten?10
Hoe beoordeelt u het feit dat de huidige lijn die wordt gevolgd bij het Ctgb niet standhoudt bij de rechter en schadelijk blijkt te zijn voor de volksgezondheid? Vindt u dat het beleid strenger moet om de volksgezondheid wel te waarborgen? Zo nee, waarom vindt u volksgezondheid niet het belangrijkste wat er is?
Hoe gaat het Ctgb haar toelatingsbeleid aanpassen om te voldoen aan de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven?
Welke andere toepassingen van bestrijdingsmiddelen met de werkzame stof fludioxonil hebben een toelating bij het Ctgb en vinden niet plaats in een gesloten systeem of in andere omstandigheden die contact met mensen en dieren uitsluit? Kunt u daar een overzicht van geven? Bent u het eens dat deze middelen ook zo snel mogelijk uit de markt genomen moeten worden? Zo nee, waarom niet?
Welke andere bestrijdingsmiddelen met werkzame stoffen die door EFSA beoordeeld zijn als hormoonverstorend voor mens of niet doelwit-organismen (dieren) hebben een toelating bij het Ctgb en vinden niet plaats in een gesloten systeem of in andere omstandigheden die contact met mens of dier uitsluit, zoals cyprodinil? Vindt u dat deze ook uit de markt genomen moeten worden omwille van de volksgezondheid? Zo nee, wat is uw wetenschappelijke onderbouwing daarvoor? Kunt u onderbouwd uitsluiten dat u daarmee mensen en dieren opzadelt met een hogere kans op gezondheidsschade?11 12
Welke van de in de vorige vraag betreffende bestrijdingsmiddelen hebben een toelating van het Ctgb waarvan het toelatingsbesluit dateert van nadat de EFSA de stof had beoordeeld als hormoonverstorend? Kunt u hier een overzicht van geven?
Bent u zich bewust van het feit dat hormoonverstorende stoffen al in hele lage concentraties schadelijk kunnen zijn voor met name jonge kinderen en de wet dan ook niet voor niets stelt dat deze pesticiden niet gebruikt mogen worden in situaties waar contact met de mens niet is uitgesloten? Hoe ziet u in dit licht het gebruik van hormoonverstorende pesticiden?
Hoeveel van deze werkzame stoffen hebben hun meest recente goedkeuring te danken aan een automatische verlenging van de Europese Commissie zonder inhoudelijke beoordeling van de risico’s voor mens of milieu?
Klopt het dat automatische verlengingen worden toegepast bij stoffen waarvan de EFSA een risico heeft vastgesteld, bijvoorbeeld dat deze hormoonverstorend is? Zo ja, klopt het dat dit gebeurt wegens economische belangen en dat deze voorrang krijgen boven gezondheidsbelangen? Klopt het dat het Food & Feed Omnibus voorstel van de Europese Commissie deze zorg niet wegneemt? Zo nee, op welke wetenschappelijke conclusies baseert u zich dan? Vindt u dat het compromisvoorstel van de lidstaten deze zorg wel zou moeten wegnemen? Zo nee, waarom niet?
Hoe vaak worden door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) op levensmiddelen restanten fludioxonil aangetroffen die liggen boven de gangbare maximale residu limiet (MRL) van 0,01 mg/kg die als veiligheidsgrens geldt voor in Europa verboden pesticiden, bijvoorbeeld omdat zij als hormoonverstorend zijn geclassificeerd? Welke range van gehaltes betreft dit en welke producten betreft dit?
Hoeveel fludioxonil wordt gebruikt en afgezet in Nederland sinds 2010? Indien sprake is van een toename in gebruik van deze zorgwekkende stof, wat zijn de verklaringen hiervoor?
Zijn werkenden in de landbouw en hun partners in uw ogen voldoende bekend met de grote risico’s van (hormoonverstorende) pesticiden, met name de risico’s voor mensen met een kinderwens, zwangeren en vrouwen die borstvoeding geven, zoals geschetst in het Informatieblad «Werken met bestrijdingsmiddelen» van het RIVM? Zo ja, waar baseert u zich dan op? Zo niet, wat bent u bereid te doen om die situatie te verbeteren?13
Hoe gaat het Ctgb invulling geven aan de opdracht van de rechter om de respijttermijnen (aflevertermijn en opgebruiktermijn) voor verkoop en gebruik van bestrijdingsmiddelen met de werkzame stof fludioxonil zo kort mogelijk te maken aangezien Pitcher niet toegelaten had mogen worden?
Wat is het concrete doel van LVVN in het convenant «gewasbeschermingsmiddelen» met betrekking tot hormoonverstorende pesticiden? Wat is het doel van VWS? Welke maatregelen horen daarbij en welke tijdlijn? Bent u bereid om bij de afwegingen gezondheidsexperts te betrekken?
Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden en op tijd?
Heeft u kennisgenomen van bovenstaande artikelen?1 2
Hoe oordeelt u over het bericht dat een bureau, dat kandidaat-wethouders voor de gemeente Best, een kandidaat-wethouder bevroeg over zijn leeftijd en dit als risico in de rapportage opnam?
Hoe oordeelt u over het bericht dat de leeftijd van de kandidaat-wethouder als aandachtspunt werd aangemerkt?
Wat heeft in uw optiek leeftijd te maken met bestuurlijke integriteit?
Wat heeft in uw optiek leeftijd te maken met iemands capaciteiten?
Hoe oordeelt u over het bericht dat de burgemeester van Best de rapportage op deze manier accepteerde?
Bent u het eens met de stelling dat hier sprake is van leeftijdsdiscriminatie en dat Artikel 1 van de Grondwet daarmee is overtreden? Kunt u uw antwoord toelichten?
Hoe oordeelt u over de stelling dat het doel van een dergelijk onderzoek het bevorderen van de integriteit van het openbaar bestuur is, maar als de procedure zelf niet integer verloopt, dat het echte probleem is?
Welke voorwaarden/eisen worden er gesteld aan wethouders die door een extern bureau gescreend worden?
Hoe uniform wordt deze screening uitgevoerd?
De veiligheid van kinderen bij Veilig Thuis West-Brabant |
|
Nicole Moinat (PVV) |
|
Mirjam Sterk (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat Veilig Thuis West-Brabant kampt met ernstige financiële en organisatorische problemen en dat meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling langer blijven liggen dan wettelijk is toegestaan?
Hoeveel meldingen waarbij minderjarigen betrokken zijn overschrijden momenteel de wettelijke termijnen bij Veilig Thuis West-Brabant? Hoeveel kinderen betreft dit en hoe lang wachten zij inmiddels?
Kunt u garanderen dat de kinderen achter deze meldingen op dit moment veilig zijn? Zo nee, deelt u de mening dat onmiddellijk moet worden vastgesteld of zich onder deze kinderen slachtoffers bevinden die momenteel worden mishandeld, verwaarloosd of anderszins in een onveilige situatie verkeren, en hoe gaat u hiervoor zorgen?
Wie houdt gedurende een termijnoverschrijding zicht op de veiligheid van deze kinderen en wie grijpt in wanneer hun situatie verslechtert?
Hoe is het mogelijk dat twee jaar later opnieuw wettelijke termijnen worden overschreden, aangezien de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) in 2024 bij Veilig Thuis West-Brabant al ernstige termijnoverschrijdingen constateerde, waarbij een veiligheidsbeoordeling soms viereneenhalve maand duurde en het starten van een onderzoek of de dienst Voorwaarden & Vervolg in een casus elf maanden op zich liet wachten?
Welke verbetermaatregelen zijn sinds het IGJ-onderzoek uit 2024 daadwerkelijk uitgevoerd en waarom hebben deze niet kunnen voorkomen dat opnieuw een situatie is ontstaan waarin meldingen te lang blijven liggen?
Erkent u dat u als stelselverantwoordelijke niet kunt volstaan met de constatering dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de organisatie en financiering van Veilig Thuis wanneer binnen dat stelsel wettelijke termijnen structureel worden overschreden en mogelijk de veiligheid van kinderen in het geding is? Zo nee, waarom niet?
Op welk moment acht u vanuit uw stelselverantwoordelijkheid ingrijpen noodzakelijk wanneer een Veilig Thuis-organisatie niet langer in staat blijkt haar wettelijke taken tijdig uit te voeren, en is dat moment bij Veilig Thuis West-Brabant wat u betreft inmiddels bereikt? Zo nee, wat moet er dan nog gebeuren voordat u ingrijpt?
Welke concrete maatregelen neemt u nu vanuit uw stelselverantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat alle kinderen achter de wachtende meldingen bij Veilig Thuis West-Brabant zo snel mogelijk in beeld zijn, hun veiligheid wordt beoordeeld en waar noodzakelijk direct wordt ingegrepen?
Kunt u uitsluiten dat bij andere Veilig Thuis-organisaties vergelijkbare problemen bestaan? Zo nee, bent u bereid op korte termijn landelijk inzichtelijk te maken hoeveel meldingen de wettelijke termijnen overschrijden, hoeveel minderjarigen daarbij betrokken zijn en welke maatregelen u vanuit uw stelselverantwoordelijkheid neemt om deze achterstanden terug te dringen?
De gezinshereniging van een verdachte met 114 politieregistraties |
|
Diederik Boomsma (CDA), Simon Ceulemans (JA21) |
|
Bart van den Brink (CDA), David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichtgeving over de 18-jarige Syrische verdachte van een gewelddadige woningoverval in Amsterdam-Oost, die sinds zijn komst naar Nederland op veertienjarige leeftijd volgens het Openbaar Ministerie en de berichtgeving 114 politieregistraties heeft opgebouwd, en wiens ouders en broertjes desondanks naar Nederland zouden mogen komen in het kader van gezinshereniging?1
Klopt het dat de rechtbank overwoog dat de «samenleving er beroerd van zou zijn» als de hechtenis van deze persoon zou worden geschorst?
Klopt het dat deze verdachte rechtmatig verblijf in Nederland heeft? Zo ja, op grond van welke verblijfstitel, sinds wanneer beschikt hij daarover en op welke datum is deze verblijfstitel voor het laatst door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) beoordeeld of verlengd?
Klopt het dat op naam van deze verdachte 114 politieregistraties staan? Zo ja, over welke periode zijn deze opgebouwd, op hoeveel afzonderlijke incidenten hebben deze betrekking, om welke categorieën strafbare feiten gaat het en hoeveel daarvan hebben geleid tot respectievelijk een sepot, strafbeschikking, veroordeling of nog lopende strafzaak?
Op welk moment is de IND voor het eerst geïnformeerd over strafrechtelijke antecedenten of politieregistraties van deze vreemdeling? Hoe vaak heeft sindsdien informatie-uitwisseling tussen politie, Openbaar Ministerie en IND over betrokkene plaatsgevonden?
Is naar aanleiding van deze registraties, vervolgingen of eventuele veroordelingen onderzocht of zijn verblijfsrecht kon worden ingetrokken of niet verlengd wegens gevaar voor de openbare orde? Zo ja, wanneer en met welke uitkomst? Zo nee, waarom niet?
Zijn er volgens u wettelijke, Unierechtelijke of verdragsrechtelijke bepalingen die verhinderen dat bij een vreemdeling die in vier jaar tijd zoveel politieregistraties heeft opgebouwd, eerder wordt beoordeeld of voortzetting van zijn verblijf verenigbaar is met de bescherming van de openbare orde?
Klopt het dat deze verdachte als referent optreedt of heeft opgetreden voor de gezinshereniging van zijn ouders en broertjes? Zo ja, wanneer is deze aanvraag ingediend, wanneer is daarop beslist en op welke juridische grondslag is de gezinshereniging toegestaan?
Was de IND bij de behandeling van die nareisaanvraag op de hoogte van de politieregistraties, strafrechtelijke antecedenten en/of lopende strafzaken van de referent? Zo ja, welke betekenis is daaraan bij de beslissing gegeven? Zo nee, hoe is het mogelijk dat dergelijke informatie de IND niet heeft bereikt?
Klopt het dat bij de openbare-ordetoets in een nareisprocedure in beginsel wordt beoordeeld of de nareizende gezinsleden zelf een gevaar vormen voor de openbare orde, maar dat ernstig of stelselmatig crimineel gedrag van de in Nederland verblijvende referent op dit moment niet zonder meer een grond vormt om de gezinshereniging te weigeren?
Zo ja, acht u het wenselijk dat iemand die in Nederland in korte tijd een zeer groot aantal politieregistraties heeft opgebouwd en wordt verdacht van een ernstig geweldsmisdrijf, desondanks aanspraak kan blijven maken op facilitering door de Nederlandse staat van de overkomst van zijn gezin?
Welke mogelijkheden biedt het huidige nationale, Europese en internationale recht om een aanvraag voor gezinshereniging af te wijzen, aan te houden of opnieuw te beoordelen wanneer de referent een ernstig gevaar voor de openbare orde vormt of wordt verdacht van ernstige strafbare feiten?
Bestaat er op dit moment überhaupt een grens aan het aantal of de ernst van de strafbare feiten dat een referent kan plegen voordat zijn gedrag gevolgen heeft voor een lopende of reeds toegewezen aanvraag voor gezinshereniging? Zo ja, waar ligt die grens precies? Zo nee, acht u dat verdedigbaar?
Deelt u de opvatting dat het maatschappelijk niet uit te leggen is wanneer de Staat enerzijds een vreemdeling wegens een lange reeks strafbare gedragingen als gevaar voor de samenleving beschouwt, maar anderzijds tegelijkertijd actief zijn gezinshereniging faciliteert?
Bent u bereid het beleid en, indien noodzakelijk, de Vreemdelingenwet zodanig aan te passen dat stelselmatig crimineel gedrag van een referent uitdrukkelijk kan worden betrokken bij de beoordeling van een aanvraag voor gezinshereniging? Zo nee, welke concrete bepaling van Europees of internationaal recht verhindert dit?
Hoeveel vreemdelingen met rechtmatig verblijf in Nederland hebben op dit moment respectievelijk meer dan 10, meer dan 50 en meer dan 100 politieregistraties op hun naam staan, en bij hoeveel van hen is naar aanleiding daarvan een verblijfsrechtelijke maatregel onderzocht of genomen?
Kunt u deze vragen afzonderlijk en één voor één beantwoorden?
De reorganisatie voor ggz-spoedhulp in Tiel en Ede |
|
Lisa Westerveld (GroenLinks-PvdA) |
|
Sophie Hermans (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Te weinig personeel en geld: Pro Persona voert alsnog reorganisatie door voor ggz-spoedhulp»?1
Wanneer bent u voor het eerst geïnformeerd over dit voorgenomen besluit? Door wie bent u hierover geïnformeerd en op welk moment heeft Pro Persona het besluit definitief genomen?
Waarom zijn de betrokken gemeenten en lokale volksvertegenwoordigers volgens onze informatie niet vooraf geïnformeerd, terwijl de wijziging directe gevolgen kan hebben voor politie, openbare orde, maatschappelijke opvang, huisartsen en het gemeentelijke sociaal domein?
Klopt het dat mensen uit Ede en Tiel die tijdens de avond, nacht of in het weekend een beoordeling op locatie nodig hebben, voortaan naar respectievelijk Arnhem en Nijmegen moeten worden vervoerd?
Wat betekenen de wijzigingen voor de gemiddelde en maximale aanrij- en reistijden van cliënten, crisisdienstmedewerkers, politie, ambulancediensten en andere betrokken hulpverleners?
Welke gevolgen hebben de langere afstanden volgens u voor mensen in een acute psychische crisis, mede gezien het risico op verdere ontregeling, suïcidaliteit en escalatie tijdens het wachten of vervoer?
Hoeveel mensen werden in de afgelopen drie jaar buiten kantooruren beoordeeld op de crisislocaties in Ede en Tiel? Hoeveel van deze beoordelingen vonden plaats op de locatie zelf en hoeveel bij mensen thuis of elders?
Hoe wordt voorkomen dat mensen in een psychische crisis onnodig in een politieauto, ambulance, politiecel of op een spoedeisende hulp terechtkomen doordat in Ede en Tiel buiten kantooruren geen crisisbeoordelingslocatie meer beschikbaar is?
Wordt naar uw oordeel met deze wijziging nog voldaan aan de eisen uit de generieke module Acute psychiatrie en aan de normen voor bereikbaarheid, beschikbaarheid en kwaliteit van acute ggz? Waarop baseert u dat oordeel?
Is voorafgaand aan het besluit een impactanalyse uitgevoerd naar de gevolgen voor cliënten, naasten, medewerkers, huisartsenposten, politie, ambulancediensten, ziekenhuizen en gemeenten? Zo ja, kunt u deze analyse met de Kamer delen? Zo nee, waarom niet?
Zijn de cliëntenraad, familieraad, ondernemingsraad, betrokken professionals en ervaringsdeskundigen tijdig bij dit besluit betrokken? Welke adviezen hebben zij uitgebracht en hoe heeft Pro Persona deze verwerkt?
Klopt het dat medewerkers tegen de reorganisatie hebben gewaarschuwd vanwege langere aanrijtijden, minder tijd voor cliënten en een verdere toename van de werkdruk? Hoe beoordeelt u deze signalen?
Welke zorgverzekeraars zijn verantwoordelijk voor de inkoop van de acute ggz in deze regio’s? Hebben zij met de wijziging ingestemd en hoe hebben zij vastgesteld dat er na de sluiting buiten kantooruren voldoende bereikbare capaciteit beschikbaar blijft?
Is het voorgenomen besluit gemeld via het earlywarningsysteem voor de continuïteit van cruciale ggz? Zo ja, wanneer, aan welke partijen en wat is vervolgens met deze melding gedaan? Zo nee, waarom niet?
Is het besluit besproken aan de regionale, bovenregionale of landelijke tafel voor cruciale ggz, zoals afgesproken in de Kamerbrief van 21 december 2023? Zo ja, wat was de uitkomst daarvan? Zo nee, hoe verhoudt dat zich tot de afspraak dat aanbieders cruciale zorg niet sluiten of wijzigen zonder dit tijdig met verzekeraars en collega-aanbieders te bespreken?
Is de Nederlandse Zorgautoriteit geïnformeerd en heeft zij getoetst of zorgverzekeraars na deze wijziging nog aan hun zorgplicht voldoen? Heeft ook de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd de gevolgen voor de kwaliteit en veiligheid van de zorg beoordeeld?
Hoe verhoudt dit besluit zich tot de uitspraak van uw ambtsvoorganger dat bij de inkoop van cruciale ggz geen aanbod zou mogen verdwijnen vanwege financiële redenen? Kunt u uitsluiten dat financiële problemen, omzetplafonds of onvoldoende inkoop mede aan het besluit ten grondslag liggen?2
Welke concrete inspanningen hebben Pro Persona, de betrokken zorgverzekeraars en uw ministerie verricht om de crisislocaties open te houden, en welke alternatieven zijn onderzocht?
Deelt u de mening dat het onwenselijk is dat zowel lokale volksvertegenwoordigers als leden van de Tweede Kamer via de krant moeten vernemen dat twee locaties voor cruciale acute ggz buiten kantooruren sluiten?
Waarom heeft u de Kamer niet actief geïnformeerd, ondanks de eerdere toezegging de Kamer op de hoogte te houden van de voortgang rond cruciale ggz en de afspraken over het melden en bespreken van voorgenomen sluitingen en wijzigingen?3
Kunt u aangeven welke andere locaties voor acute of anderszins cruciale ggz sinds 2024 zijn gesloten, hun openingstijden hebben beperkt of concrete plannen daartoe hebben? Kunt u dit uitsplitsen naar regio, zorgvorm, reden en gevolgen voor de beschikbare capaciteit?
Bent u bereid Pro Persona en de betrokken zorgverzekeraars te verzoeken de sluiting buiten kantooruren op te schorten totdat onafhankelijk is vastgesteld dat de toegankelijkheid, bereikbaarheid en veiligheid van de acute ggz in beide regio’s zijn geborgd?
Overlast, extra gemeentelijke kosten en herziening van het statiegeldsysteem. |
|
Daniël van den Berg (JA21) |
|
Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de in het G4-onderzoek beschreven problemen waarbij statiegeldzoekers afvalbakken openbreken en vuilniszakken opentrekken, waardoor eerder ingezameld afval alsnog op straat belandt?1
Deelt u de opvatting dat het onaanvaardbaar is wanneer een maatregel tegen zwerfafval ertoe leidt dat netjes weggegooid afval opnieuw op straat terechtkomt en bewoners opdraaien voor extra opruimkosten en vernielingen?
Wordt bij de beoordeling van het statiegeldsysteem, naast de afname van flesjes en blikjes in het zwerfafval, ook gemeten hoeveel ander afval door het doorzoeken van bakken en zakken op straat belandt? Kunt u het netto-effect op de totale hoeveelheid zwerfafval in stedelijke probleemgebieden laten vaststellen, rekening houdend met extra schoonmaakinzet?
Deelt u de mening dat wanneer statiegeld op blikjes en kleine flesjes per saldo leidt tot méér zwerfafval, milieuverontreiniging en plastic in het milieu en de zee, dit een goede aanleiding is om het huidige statiegeldbeleid fundamenteel te herzien? Hoe verhoudt het vasthouden aan dat beleid zich in dat geval tot de doelstelling om juist zwerfafval en plastic in het milieu en de zee terug te dringen?
Wordt bij de beoordeling van Verpact uitsluitend gekeken naar inzamel- en recyclingpercentages of ook naar neveneffecten, zoals zwerfafval, opengebroken afvalbakken, gemeentelijke kosten, openbare orde en overlast? Bent u bereid deze factoren als formele prestatie-indicatoren in de beoordeling op te nemen?
Is sinds de invoering van statiegeld op kleine flesjes en blikjes ooit een maatschappelijke kosten-batenanalyse uitgevoerd waarin niet alleen recycling en zwerfafvalreductie, maar ook reinigingskosten, vernielingen, handhaving, openbare orde, uitvoeringskosten en sociale effecten zijn meegenomen? Zo nee, waarom niet en bent u bereid deze vóór verdere uitbreiding uit te voeren?
Kunt u voor Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht afzonderlijk de actuele extra kosten voor reiniging, schadeherstel, aanpassing van afvalbakken en handhaving in kaart brengen? Hoe beoordeelt u daarbij de opgave van Amsterdam van minimaal 11 miljoen euro per jaar, naast 8 miljoen euro voor aanpassing van de belangrijkste afvalbakken, en welk deel van deze kosten is onafhankelijk vastgesteld?
Hoeveel van de in november 2025 aangekondigde minimaal 5 miljoen euro van Verpact voor de aanpak van opengebroken afvalbakken is inmiddels daadwerkelijk besteed, waaraan en in welke gemeenten? Welke meetbare vermindering van vernielingen en zwerfafval heeft dit opgeleverd, en acht u het budget toereikend?
Bent u bereid te zorgen voor volledige compensatie van aantoonbare extra gemeentelijke kosten door deze statiegeldproblematiek, met verrekening van reeds ontvangen vergoedingen? Welke bijdrage verlangt u daarbij van Verpact en producenten, en welke verantwoordelijkheid neemt het Rijk als die bijdrage tekortschiet?
Kunt u, aansluitend op uw mededeling dat jaarlijks ongeveer 130 miljoen euro aan statiegeld niet wordt opgeëist, inzicht geven in de opgebouwde middelen, bestedingen en nog beschikbare reserves? Welk bedrag kan worden ingezet voor het oplossen van de stedelijke overlast en het vergoeden van extra gemeentelijke kosten, en welke belemmeringen bestaan daarbij?
Welke maatregelen, waaronder donatieringen, aparte inzamelvoorzieningen, aangepaste afvalbakken en extra innamepunten, verminderen aantoonbaar het zwerfafval en de overlast? Kunt u de evaluaties met de Kamer delen en daarbij aangeven of problemen zich verplaatsen naar omliggende straten, andere afvalbakken of huishoudelijke afvalzakken?
Bent u bekend met de noodkreet van burgemeester Halsema over de groeiende groep dakloze crackgebruikers in Amsterdam, en met berichtgeving van Het Parool dat het verzamelen van statiegeld voor dakloze mensen een inkomstenbron vormt? Deelt u de zorg dat dit de daklozen- en crackproblematiek kan versterken en daarmee de openbare orde, leefbaarheid en het veiligheidsgevoel in de stad aantast?2 3
Deelt u de zorg dat mensen met een crackverslaving afvalbakken openbreken op zoek naar statiegeld om hun volgende dosis te betalen, daarmee hun verslaving financieren en de verloedering van het straatbeeld versterken? Wat gaat u doen om deze vernielingen, vervuiling en overlast tegen te gaan?
Bent u bereid op korte termijn met de G4, andere getroffen gemeenten en Verpact bindende afspraken te maken over vermindering van overlast, financiering en uitvoering? Welke resultaten moeten uiterlijk binnen zes maanden worden bereikt, wie is daarvoor verantwoordelijk en hoe grijpt u in als die resultaten uitblijven?
Welk effect verwacht u van de op 4 september aangekondigde uitbreiding van het statiegeldsysteem op de problemen in grote steden, en waarop baseert u die verwachting? Zijn de gevolgen voor afval op straat, vernielingen, hygiëne en uitvoeringskosten voor gemeenten en ondernemers vooraf onderzocht, en kunt u die onderzoeken openbaar maken?
Klopt het dat Artikel 50, vierde lid, onderdeel d, van de Verordening (EU) 2025/40 betreffende verpakkingen en verpakkingsafval de daarin genoemde melk- en zuivelproducten uitzondert van de Europese statiegeldplicht? Waarom kiest u toch voor uitbreiding naar deze verpakkingen, en welke alternatieven heeft u onderzocht om aan de inzamelverplichtingen te voldoen?
Bent u bereid verdere uitbreiding waarvoor Nederland beleidsruimte heeft uit te stellen totdat aantoonbaar is dat de stedelijke overlast structureel afneemt en de innamecapaciteit en hygiëne op orde zijn? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid een fundamentele herziening van het statiegeldsysteem te onderzoeken en daarbij ook alternatieve inzamel- en beloningssystemen en gehele of gedeeltelijke opschorting of afschaffing van statiegeld op kleine drankverpakkingen te betrekken? Wilt u deze opties vergelijken op zwerfafval, recycling, overlast, kosten en uitvoerbaarheid?
Welke nationale en Europese juridische ruimte bestaat voor de in de vorige vraag genoemde opties, zowel vóór als vanaf 2029? Kunt u per optie de toepasselijke bepalingen en voorwaarden benoemen, waaronder de vrijstellingsmogelijkheid van Artikel 50, vijfde lid, en aangeven welke wetswijzigingen of Europese stappen eventueel nodig zijn?
Kunt u deze vragen afzonderlijk en binnen drie weken beantwoorden?
Het bericht dat Nederland zich mengt met tientallen satellieten in de strijd om de ruimte |
|
Michelle Jagtenberg (D66), Jan Schoonis (D66) |
|
Derk Boswijk (CDA), Herbert |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Nederland mengt zich met tientallen satellieten in strijd om de ruimte: We kunnen niet om SpaceX heen»?1
Hoe voorkomt u dat Nederland voor kritieke ruimtecapaciteiten afhankelijk blijft van niet-Europese partijen en hoe stimuleert u juist zoveel mogelijk Europese samenwerking?
Bent u voornemens om samen met andere Europese landen op te trekken om de schaal van Europese ruimtecapaciteiten te vergroten en Nederland daarin als koploper te positioneren? Sluit Nederland bijvoorbeeld aan bij European Defence Projects of Common Interest rondom Space of andere EU-instrumenten? Zo nee, is Defensie voornemens dit zelf te initiëren?
Bent u van mening dat investeren in de Nederlandse (en Europese) ruimtevaartsector een win-win-winscenario kan opleveren, doordat hiermee zowel de operationele beschikbaarheid van Defensie, de strategische autonomie, de veiligheid van vitale infrastructuur als het economisch belang van de Nederlandse ruimtevaartsector worden versterkt?
Hoe kijkt u naar de lange termijn ruimtevaartagenda en de daarin uitgesproken ambitie om toe te groeien naar de ESA-norm? Bent u bereid hiervoor een concreet ingroeipad uit te werken?
Overwegende dat meerdere departementen ambities en belangen hebben in het ruimtedomein en ze elkaar kunnen versterken, hoe gaat u dit interdepartementaal borgen?
Overwegende dat in de Defensienota is aangekondigd dat een Space Command wordt opgezet, kunt u aangeven welk tijdspad u voor ogen heeft en welke concrete doelen en taken dit Space Command krijgt?
Hoe vertaalt u de ambities uit de Defensienota naar een meerjarige capability roadmap voor het ruimtedomein en hoe bent u voornemens hier vanuit de «Gouden Driehoek» (overheid, industrie en kennisinstellingen) in op te lopen?
Hoe beschermt Nederland zijn eigen ruimte-infrastructuur, inclusief het grondsegment, gezien de toenemende afhankelijkheid van ruimtecapaciteiten voor veiligheid, economie en duurzaamheid en het toenemende dreigingsbeeld?
Hoe realiseert Nederland een onafhankelijke toegang tot de ruimte? Heeft u onderzocht welke toegevoegde waarde een Nederlandse of Benelux-lanceercapaciteit kan hebben voor de strategische autonomie van Nederland en Europa? Is daarbij ook gekeken naar mogelijkheden binnen het Caribisch deel van het Koninkrijk?
Hoe gaat u instrumenten zoals NADI en de Defensie Innovatie Opschalingsautoriteit benutten voor de Nederlandse ruimtevaartsector? En welke rol ziet u voor zichzelf als launching customer?
Team Diverse Instroom en het selectiebeleid bij de politie. |
|
Ingrid Coenradie (PVV) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Wat hield de informele toetsing van de werkwijze rond diverse instroom bij het College voor de Rechten van de Mens concreet in, wanneer heeft deze plaatsgevonden, welke informatie is daarbij aan het College voor de Rechten van de Mens voorgelegd en welke conclusies of adviezen heeft het College voor de Rechten van de Mens gegeven?
Is het beleid waarbij tussen 2020 en 2025 streefcijfers van minimaal 35 procent respectievelijk 15 tot 20 procent voor aspiranten met een migratieachtergrond werden gehanteerd formeel juridisch getoetst aan Artikel 1 van de Grondwet en de Algemene wet gelijke behandeling? Zo ja, door wie, wanneer en wat was de conclusie? Zo nee, waarom is volstaan met een informele toetsing?
Op welke grond weigert u de gevraagde interne beleidsstukken, instructies, juridische adviezen, evaluaties en budgetoverzichten over Team Diverse Instroom aan de Kamer te verstrekken en hoe verhoudt deze weigering zich tot Artikel 68 van de Grondwet?
Bent u alsnog bereid de gevraagde beleidsstukken, instructies, juridische adviezen, evaluaties en budgetoverzichten over Team Diverse Instroom en de gehanteerde streefcijfers aan de Kamer te verstrekken? Zo nee, welke concrete grond bestaat voor het niet verstrekken van deze informatie?
Aan de hand van welke concrete resultaten of prestatie-indicatoren wordt de doelmatigheid en doeltreffendheid beoordeeld van de inzet van de ongeveer 17 fte die landelijk werkzaam zijn voor Team Diverse Instroom?
Hoeveel geld is sinds de oprichting daadwerkelijk besteed aan Team Diverse Instroom en welke externe bureaus, consultants, trainers of onderzoekers zijn daarbij ingezet? Bent u bereid dit alsnog door de politie te laten inventariseren en de Kamer hierover te informeren?
Hoe verhoudt het uitgangspunt dat politieteams herkenbaar moeten zijn voor en moeten passen bij de lokale bevolkingssamenstelling zich tot het hanteren van streefcijfers van 15 tot 20 procent voor aspiranten met een migratieachtergrond in alle overige politie-eenheden?
Betekent het uitgangspunt dat politieteams moeten passen bij de lokale bevolkingssamenstelling dat in gebieden waar relatief weinig mensen met een migratieachtergrond wonen ook naar een relatief lage vertegenwoordiging van politiemedewerkers met een migratieachtergrond zou moeten worden gestreefd? Zo nee, waarom geldt het argument van een afspiegeling van de lokale bevolkingssamenstelling volgens u slechts één kant op?
Kunt u uitsluiten dat tussen 2020 en 2025 geschikte kandidaten zonder migratieachtergrond direct of indirect niet zijn aangenomen of een nadeliger positie hebben gehad met als doel de streefcijfers van 35 procent respectievelijk 15 tot 20 procent voor aspiranten met een migratieachtergrond te behalen? Zo nee, waarom kunt u dit niet uitsluiten?
Waarom heeft u de eerdere vraag of u kunt uitsluiten dat sollicitanten vanwege hun ras, huidskleur, afkomst, migratieachtergrond, culturele achtergrond of geloof een voorkeurs- of achterstandspositie hebben gekregen niet met ja of nee beantwoord, en kunt u deze vraag alsnog expliciet beantwoorden?
Waarom acht u gegevens over herkomst en migratieachtergrond relevant voor het monitoren en evalueren van diversiteitsbeleid bij de politie, en welke objectieve criteria hanteert u om te bepalen wanneer dergelijke achtergrondkenmerken relevant zijn voor registratie, analyse en publicatie door de overheid?
Welke concrete doelstelling rechtvaardigde volgens u het registreren en monitoren van de etnisch-culturele samenstelling van de politie, en waarom was het daarvoor noodzakelijk om onderscheid te maken naar migratieachtergrond?
Op welke objectieve en wetenschappelijke onderzoeken baseert u uw stelling dat een diverse en inclusieve politie de legitimiteit en het vertrouwen van burgers in de politie vergroot, en kunt u deze onderzoeken afzonderlijk noemen en aan de Kamer doen toekomen?
Uit welke wetenschappelijke onderzoeken blijkt specifiek dat een hogere etnisch-culturele diversiteit van het Nederlandse politiekorps op zichzelf leidt tot meer vertrouwen in en legitimiteit van de politie, en hoe groot is dit effect ten opzichte van factoren als politieprestaties, bereikbaarheid, responsiviteit en de wijze waarop burgers door de politie worden behandeld?
De voortgang van de Wet Werkelijk Rendement |
|
Luc Stultiens (GroenLinks-PvdA) |
|
Eerenberg |
|
|
|
|
Klopt het dat er stukken zijn bij het Ministerie van Financiën waaruit blijkt dat snelle invoering van een vermogenswinstbelasting toch een optie is?1 Kunt u deze stukken delen met de Kamer?
Klopt het dat u en uw voorgangers eerder aangaven dat het invoeren van een vermogenswinstbelasting zou leiden tot meerdere jaren vertraging? Per wanneer is het volgens u wél mogelijk om een vermogenswinstbelasting in te voeren, waarbij wordt voldaan aan belangrijke randvoorwaarden zoals uitvoerbaarheid, controleerbaarheid, handhaving en juridische houdbaarheid?
Kunt u heel precies aangeven wat de totale budgettaire (cumulatieve) derving is van een vermogenswinstbelasting ten opzichte de Wet Werkelijk Rendement? Klopt het dat eventuele derving nog steeds volledig gevonden moet worden in het belastingdomein van vermogen en winst?
Wat is de exacte budgettaire derving per jaar bij uitstel van de Wet Werkelijk Rendement?
Kunt u heel precies aangeven wie er wel, dan wel niet, profiteren van eventueel uitstel van de Wet Werkelijk Rendement? Dus welke groepen hoeven bij een extra jaar tegenbewijsregeling in 2028 minder belasting te betalen dan bij de Wet Werkelijk Rendement (WWR)? Kunt u dit in elk geval aangeven voor spaarders, beleggers met een laag rendement (bijvoorbeeld twee procent), beleggers met een hoog rendement (bijvoorbeeld acht procent)?
Kunt u door middel van een grafiek of tabel inzichtelijk maken welk deel van de budgettaire derving van uitstel WWR terechtkomt bij welke vermogensdecielen?
Staat u nog steeds achter de eerder afspraak dat eventuele budgettaire derving als gevolg van uitstel van de WWR volledig moet worden gevonden in het domein vermogen/winst?
Welke varianten hebben er op tafel gelegen bij aanpassingen van de WWR de afgelopen maanden? Kunt u per variant aangeven wat de totale (cumulatieve) budgettaire derving is?
Kunt u alle dekkingsopties (inclusief budgettaire reeks) binnen het domein vermogen/winst met de Kamer delen, die de afgelopen maanden op tafel hebben gelegen ter dekking van eventuele derving in box 3?
Kunt u deze vragen uiterlijk vrijdag 11 september 2026 beantwoorden?
De duurzaamheidsvoorwaarden aan de subsidie van Indirecte Kosten Compensatie (IKC) |
|
Christine Teunissen (PvdD), Ines Kostić (PvdD) |
|
Stientje van Veldhoven (D66), Eelco Heinen (VVD) |
|
|
|
|
Klopt het dat bedrijven die de subsidie op grond van de Subsidieregeling Indirecte Kosten Compensatie (IKC) toegewezen krijgen, moeten voldoen aan de voorwaarde dat voor elk jaar dat de IKC is toegekend, de maatregelen die met de subsidie gefinancierd worden moeten resulteren in minimaal 3% minder CO2-uitstoot vergeleken met 2020?
Klopt het dat er een uitzondering is voor bedrijven die menen dat «de gevraagde CO2-vermindering van 3% per subsidiejaar in uw specifieke bedrijfssituatie niet haalbaar» is, waarna ze een extra plan moeten indienen om aan te tonen dat minstens 30% van het elektriciteitsverbruik uit koolstofvrije bronnen komt?
Kunt u voor elk jaar sinds 2020 waarin de IKC is opengesteld aangeven hoeveel bedrijven gebruik hebben gemaakt van de genoemde uitzondering, en voor welk subsidiebedrag deze bedrijven IKC (voorlopig) toegekend hebben gekregen of hebben aangevraagd?
Hoe vaak is er inmiddels IKC subsidie toegekend waarvoor CO2-reductie een voorwaarde was?
Is er voor IKC toegekend in eerdere jaren inmiddels een eerste controle geweest of de CO2-reductie die als voorwaarde werd gesteld ook daadwerkelijk gehaald is? Zo ja, wat kunt u zeggen over de uitkomsten hiervan?
Van de bedrijven die eerder IKC-subsidie toegekend hebben gekregen, hoeveel daarvan hebben de 3% reductie voor elk jaar dat ze subsidie kregen niet gehaald?
Hoeveel geld is er al teruggevorderd van de IKC vanwege het niet behalen van de CO2-reductiedoelstellingen?
Kunt u per bedrijf dat IKC-subsidie toegekend heeft gekregen sinds 2020 aangeven hoeveel IKC ze per jaar hebben ontvangen, hoeveel CO2-reductie er is gerealiseerd door maatregelen die zijn gefinancierd door de IKC-subsidie en hoeveel CO2-reductie voor de komende jaren nog is toegezegd als voorwaarde voor het verkrijgen van de IKC-subsidie?
Als u dit niet per bedrijf kunt aangeven, kunt u dit dan per sector uitsplitsen?
Kunt u aangeven of de RVO elke monitoringsrapportage controleert of dat dit slechts steekproefsgewijs gebeurt? Op welke andere manieren wordt gecontroleerd of een bedrijf heeft voldaan aan de vereisten voor de subsidie?
Welke instantie is verantwoordelijk voor het terugvorderen van de IKC-subsidie als niet wordt voldaan aan de CO2-reductie vereisten? Hoe werkt dit proces en wat zijn de tijdslijnen daarbij?
Bent u bereid op regelmatige basis meer transparantie te geven over de inzet van de IKC, waaronder de geplande en gerealiseerde CO2-reductie als gevolg van deze subsidie? Zo nee, waarom niet?
Heeft Tata Steel gebruikgemaakt van de uitzonderingsregeling en dus de verplichting om 30% van het elektriciteitsverbruik uit duurzame bronnen te halen? Zo nee, welke reductie wordt er volgens het bedrijf behaald?
Hoe kan het dat de Nederlandse Emmissieautoriteit de CO2-uitstoot van Tata Steel (inclusief Vattenfall centrales) tussen 2020 (basisjaar) en 2025 nagenoeg gelijk is gebleven met 10,9 Mton uitstoot en de uitstoot per ton geproduceerd staal volgens de jaarverslagen van het bedrijf afgenomen is van 1,77 naar 1,72 ton CO2 per ton vloeibaar staal (2,3% in 5 jaar), terwijl ze in de periode 2021–2025 ruim 120 miljoen euro IKC-subsidie ontvingen?
Kan Tata Steel hun «Heracless groen staal plan» aandragen om te voldoen aan de uitzondering voor de IKC-subsidie? Zo ja, hoe voorkomt u dat er dubbele subsidie wordt gegeven voor de CO2-reductie die Tata zegt te zullen reduceren?
Indien u niet op individuele situaties in wilt gaan, kunt u in algemene bewoording aangeven hoe u ervoor zorgt dat bedrijven geen dubbele subsidie krijgen in de vorm van maatwerksubsidie en IKC-subsidie?
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar en binnen de beantwoordingstermijn beantwoorden?
De verrekenprijsrapporten van Shell (Shell files) |
|
Luc Stultiens (GroenLinks-PvdA) |
|
Eerenberg |
|
|
|
|
Heef u kennisgenomen van (1) de publicatie van onderzoeksplatform Follow the Money op 23 juli 2026 «Ontluisterend en illegaal»: hoe Shell erin slaagt in Nederland geen cent belasting te betalen», (2) het artikel in het Financieel Dagblad van 23 juli 2026 «Shell ontliep belasting door geen winst te maken op dienstverlening vanuit Nederland», (3) het door SOMO op 23 juli 2026 gepubliceerde onderzoeksrapport «The Shell Files: Exposing how corporations can use transfer pricing to avoid taxes» en (4) het memorandum van 23 juli 2026 van hoogleraar belastingrecht Van de Streek «Shell-files: wereldwijde transfer pricing mispricing in het kader van winstbelastingen»?
Heeft u tevens kennisgenomen van de drie door Follow the Money en SOMO (gedeeltelijk) openbaar gemaakte verrekenprijsrapporten van Shell, te weten (1) WONA Crude Trading & Supply Global Transfer Pricing Report 2019, (2) Royalty Fees Transactions Shell Timur Sendirian Berhad Shell Malaysia Trading Sendirian Berhad 2017 en (3) Upstream Cost Sharing Global Transfer Pricing Report 2019?1
Bent u bereid om aan het parlement op grond van artikel 68 van de Grondwet inlichtingen te verstrekken over de zakelijkheid van de excessieve handelswinsten van Shell, die neerslaan op de Bahama’s, de arbitraire verkoopwinsten van benzine (Shell tankstations), die neerslaan in Zwitserland en de dienstverlening vanuit Nederland tegen de kostprijs?
Bent u het ermee eens dat in dit geval het staatsbelang zich niet verzet tegen het verstrekken van deze inlichtingen aan het parlement op grond van artikel 68 van de Grondwet, omdat de vertrouwelijkheid van Shells verrekenprijsrapporten niet langer in het geding is vanwege de openbaarheid van deze rapporten?
Kunt u toelichten in hoeverre er wat u betreft sprake is van «agressieve belastingontwijking», zoals hoogleraar Van de Streek schrijft, op het moment dat een oliebedrijf de eigen opgepompte olie verkoopt aan een bedrijfsonderdeel dat gevestigd is in een belastingparadijs en de olie vervolgens met veel winst verkoopt aan een ander bedrijfsonderdeel? Wat zijn volgens u andere redenen dan fiscale waarom een dergelijk handelskantoor binnen één bedrijfsgroep veel winst zou maken? Wat zijn redenen anders dan fiscale om een dergelijk handelskantoor te vestigen op de Bahama’s?
Hoe gaat de Belastingdienst vanuit verrekenprijsperspectief om met handelskantoren van multinationals in de olie- en gasindustrie? Is het gebruikelijk dat een dergelijk handelskantoor, met een zeer beperkte personeelsbezetting, een meer dan routinematige winst behaalt?
Is er wat u betreft sprake van agressieve belastingontwijking in het geval van het handelskantoor van Shell op de Bahama’s? Kunt u deze vraag beantwoorden op basis van reeds openbare informatie uit de Shell-files, waarbij de fiscale geheimhoudingsplicht dus niet geschonden hoeft te worden?
In hoeverre vindt u dat gesproken kan worden van agressieve belastingontwijking op het moment dat een multinational al haar intellectueel eigendom onderbrengt in een belastingparadijs, zoals Zwitserland, waar slechts tien procent belasting betaald hoeft te worden over de winsten die voortvloeien uit dat intellectuele eigendom? In hoeverre is er sprake van agressieve belastingontwijking op het moment dat de hoogte van de royalties voor het intellectuele eigendom bepaald wordt op basis van een achterhaalde vuistregel, zoals de 25 procent-regel?
Is het gebruik van een dergelijke vuistregel volgens u in strijd met de OESO-verrekenprijsrichtlijnen? Zo nee, waarom niet?
Hoe gaat de Belastingdienst vanuit verrekenprijsperspectief om met royalty’s, die een Nederlandse verkoopmaatschappij betaalt aan een gelieerde IP-company voor het gebruik van merken en logo’s? Staat de Belastingdienst toe dat de hoogte van de aftrekbare royalty’s wordt gebaseerd op vuistregels, en zo ja, welke vuistregels?
Kunt u op basis van de openbare Shell-files toelichten of de in die files beschreven situatie in strijd is met de OESO-verrekenprijsrichtlijnen? Is daarbij sprake van belastingontwijking? Zo nee, waarom niet?
Bent u het ermee eens dat internationale belastingontwijking met prioriteit zoveel mogelijk aangepakt moet worden? Wat gaat u doen om de beschreven vormen van belastingontwijking tegen te gaan?
Bent u bereid om, net zoals naar aanleiding van de Uber files in 2022, een onderzoekscommissie in te stellen met leden van de Belastingdienst aangevuld met externe deskundigen, die het handelen van de Belastingdienst bij de transacties uit de openbare verrekenprijsrapporten beoordeelt op fiscaal-juridische juistheid en rechtsstatelijkheid, waaronder eenheid van beleid?
Hoe gaat de Belastingdienst vanuit verrekenprijsperspectief om met diensten die door Nederlandse centrale servicemaatschappijen worden verleend aan andere groepsmaatschappijen? Staat de Belastingdienst na 2022 toe dat een winstopslag achterwege blijft op ondersteunende diensten met een beperkte toegevoegde waarde, ook als die door een aparte servicemaatschappij worden verricht? Staat de Belastingdienst bij andere diensten toe dat een kostenopslag achterwege blijft, zoals op technische diensten of adviesdiensten (managementadvies over onder andere ondernemingsstrategie)?
Zijn er in de afgelopen tien jaar situaties bekend waarbij de Belastingdienst akkoord is gegaan met het achterwege blijven van een winstopslag op andere diensten dan ondersteunende diensten met een beperkte toegevoegde waarde? Zo ja, kan de Staatssecretaris deze situaties in geanonimiseerde vorm publiceren?
Klopt het dat de goedkeuring, die gold tot in 2022 om een winstopslag achterwege te laten op ondersteunende diensten met een beperkte toegevoegde waarde, een Nederlandse veilige-havenregeling was op verrekenprijsgebied?2 Zo ja, kunt u aangeven hoeveel meldingen er bij de Belastingdienst zijn gedaan over de toepassing van deze goedkeuring op grond van de meldingsplicht voor potentieel agressieve fiscale constructies?3 Heeft de Belastingdienst na de intrekking van de goedkeuring gericht toezicht gehouden op de hoogte van de in aanmerking te nemen winstopslag?
In hoeverre bestaat volgens u het risico dat de Europese Commissie zal oordelen dat sprake is van ongeoorloofde staatssteun in gevallen waarin de Belastingdienst toestaat of heeft toegestaan dat diensten binnen een groep tegen kostprijs worden verricht? Wat zouden de gevolgen hiervan zijn voor Nederland? In hoeverre bestaat de risico voor de situatie zoals beschreven in de Shell-files?
Wat is de Nederlandse inbreng in het comité van de OESO voor Fiscale Zaken over de aankomende update van de OESO-verrekenprijsrichtlijnen over dienstverlening?4 Neemt Nederland een standpunt in over het wel of niet in aanmerking nemen van een winstopslag?
Wat vindt u van het idee om bij het aankomende Belastingplan in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 een voorschrift op te nemen dat een zakelijke prijs voor intra-groepsdienstverlening hoger is dan de kostprijs, tenzij de belastingplichtige het tegendeel aannemelijk maakt. Zou een dergelijke verzwaarde bewijslast voor bedrijven een einde kunnen maken aan eventueel historisch gegroeide praktijken?
In hoeverre bent u het ermee eens dat het systeem van verrekenprijzen en het zakelijkheidsbeginsel structureel falen in het eerlijk toerekenen van winsten tussen landen? Ziet u mogelijkheden voor alternatieve systemen, waarmee belastingontwijking effectiever voorkomen kan worden?
Wat is de Nederlandse opstelling tijdens gesprekken en onderhandelingen over een VN-belastingverdrag? In hoeverre bent u het ermee eens dat Nederland zich constructief moet opstellen als het gaat om dit onderwerp, ook als het gaat om vervanging van OESO-afspraken door VN-afspraken? In hoeverre is dat volgens u nu het geval?
Waarom worden door de Belastingdienst (CGVP) ingenomen standpunten over transfer pricing-aangelegenheden die precedentwerking kunnen hebben of die kunnen worden opgevat als (een begin van) beleid, niet gepubliceerd?5 Bent u bereid om deze standpunten, net als kennisgroepstandpunten, voortaan openbaar te maken op de website van de Belastingdienst?
Bent u het eens met de recente constatering van belastinghoogleraar Van der Hel-Van Dijk dat de verplichting om fiscale landenrapporten (Public Country-by-Country Reporting) vanaf 2025 openbaar te maken er (helaas) niet voor zorgt dat de publieke controle op het belastinggedrag van multinationals verbetert?6
De aanhoudende blokkade van humanitaire hulpverlening in Gaza |
|
Hanneke van der Werf (D66), Mpanzu Bamenga (D66) |
|
Berendsen , Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht van het Rode Kruis «Rode Kruis luidt noodklok: steeds minder hulpgoederen bereiken Gaza»1 en de waarschuwing dat hierdoor een steeds grotere medische crisis ontstaat?
Hoe beoordeelt u de cijfers waaruit blijkt dat in augustus slechts 93 pallets hulpgoederen de Palestijnse Rode Halve Maan bereikten, tegenover ruim 1.500 pallets in november vorig jaar, terwijl de afgesproken capaciteit van 600 vrachtwagens per dag structureel niet wordt gehaald?
Deelt u de zorgen van de VN dat er onvoldoende onderdak en noodzakelijke materialen beschikbaar zijn om de komende winter het hoofd te bieden2? Welke concrete stappen zet Nederland om ervoor te zorgen dat broodnodige humanitaire hulp Gaza wél tijdig bereikt?
Deelt u de constatering dat de sterk afgenomen humanitaire hulp, de groeiende medische crisis en de naderende winter aanleiding geven om de druk op Israël om humanitaire hulp Gaza binnen te laten aanzienlijk verder op te voeren? Welke aanvullende druk gaat het kabinet concreet uitoefenen?
Is het kabinet, gezien de gezamenlijke verklaring3 die Nederland op 8 juni 2026 samen met 21 andere landen en de Europese Commissie aflegde dat humanitaire toegang tot Gaza «non-negotiable» is, van oordeel dat de oproepen aan Israël om humanitaire hulp toe te laten effect hebben gehad? Waaruit blijkt dat? Zo nee, welke conclusies trekt het kabinet daaruit voor de wijze waarop het de druk op Israël de komende periode zal opvoeren?
Voldoet Israël, gelet op de hiervoor genoemde beperkingen op de toegang van humanitaire hulp tot Gaza, naar het oordeel van het kabinet aan de verplichtingen die voortvloeien uit Artikel 2 van het EU-Israël Associatieakkoord? Zo ja, waarop baseert het kabinet dit oordeel?
Is het kabinet bereid, eventueel samen met de andere ondertekenaars van de gezamenlijke verklaring van 8 juni, publiekelijk op te roepen tot snelle opschorting van het handelshoofdstuk van het EU-Israël Associatieakkoord? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid binnen de EU te pleiten voor verdere concrete maatregelen tegen Israël zolang de verwoesting, verdrijving en het blokkeren van hulp in Gaza voortduren?
De toekomstbestendigheid van de Belastingdienst |
|
Inge van Dijk (CDA) |
|
Eerenberg |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Van «juweel» van de overheid tot «beerput van ellende»» over de ontwikkeling van de Belastingdienst?1
Denkt u dat de Belastingdienst weer in staat is de voorlopersrol te kunnen gaan pakken?
Welke lessen uit eerdere reorganisaties worden aantoonbaar toegepast bij de huidige veranderopgaven van de Belastingdienst?
In hoeverre zijn volgens u bij de verschillende reorganisaties bij de Belastingdienst concrete en meetbare doelen gesteld, zodat tussentijds kon worden getoetst of bijgestuurd?
In hoeverre is dat volgens u bij de huidige opgave het geval?
Wat zeggen de huidige tegenvallers in de ICT-modernisering, zoals beschreven in de recente voortgangsbrief, volgens u over de kwaliteit en voorspelbaarheid van de totale ICT-planning?
In hoeverre gaat het om incidentele tegenvallers binnen afzonderlijke projecten en in hoeverre is sprake van een structurele onderschatting van de totale moderniseringsopgave?
In hoeverre worden de tegenvallers volgens u veroorzaakt door technische vertragingen en/of inschattingsfouten, en in welke mate door politieke wensen en/of hersteloperaties?
Deelt u de mening dat een toekomstbestendige Belastingdienst niet alleen vraagt om keuzes binnen de Belastingdienst, maar ook om meer voorspelbaarheid vanuit kabinet en Kamer?
Hoe kunnen politiek en uitvoering eerder en structureler met elkaar in gesprek over wat uitvoerbaar is, welke veranderingen prioriteit moeten krijgen en welke beleidsrust daarvoor nodig is?
Wanneer is volgens u de moderniseringsopgave (grotendeels) afgerond, zodat er weer meer ruimte en flexibiliteit ontstaat voor ad hoc aanpassingen anders dan parameters en nieuwe grotere wetgevingstrajecten?
Zou het volgens u meerwaarde hebben om gezamenlijk tot een meerjarige agenda te besluiten op basis van beschikbare verandercapaciteit met een beperkt aantal prioriteiten, waaronder enerzijds noodzakelijke modernisering en anderzijds noodzakelijke maar ook gewenste nieuwe wetgeving, zoals hervormingen in de fiscaliteit?
Welke afspraken zouden kabinet en Kamer volgens u met elkaar moeten maken om te voorkomen dat we over enkele jaren opnieuw constateren dat achterstallig onderhoud, ICT-problematiek en een stapeling van politieke wensen noodzakelijke verbeteringen in de weg staan?