Kamervraag 2026Z23250

De dood van Hajar en het handelen van de politie

Ingediend 28 oktober 2026
Indiener Ismail El Abassi (DENK)
Onderwerpen recht strafrecht
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z23250.html
  • Vraag 1
    Bent u bekend met het bericht waaruit blijkt dat de 29-jarige Hajar voor haar dood een smeekbede naar haar familie heeft gestuurd met «help me»?1
  • Vraag 2
    Klopt het dat Hajar in de ochtend van 4 oktober jl. berichten aan een familielid heeft gestuurd waarin zij expliciet om hulp vroeg met de woorden: «Help me. Now. He is killing me»?
  • Vraag 3
    Klopt het dat de familie van Hajar na ontvangst van haar berichten heeft geprobeerd haar zowel telefonisch als via berichten te bereiken, maar de familie niets meer van haar heeft vernomen?
  • Vraag 4
    Klopt het dat naar aanleiding van de mislukte contactpogingen diezelfde dag een melding van vermissing is gedaan door haar familie, waarbij de politie tevens is ingelicht over de berichten en de familie daarop te horen heeft gekregen dat een vermissing na 24 uur pas kan worden aangemerkt als urgent en de politie derhalve heeft nagelaten een onderzoek te starten?
  • Vraag 5
    Hoe verhoudt de in vraag 4 gedane mededeling inhoudende dat een vermissing na 24 uur pas kan worden aangemerkt als urgent zich tot de bekende informatie van de politie dat de eerste 24 tot 48 uur cruciaal zijn bij vermissingen?2
  • Vraag 6
    Welke feiten en omstandigheden waren ten tijde van de melding van 4 oktober bekend bij de politie?
  • Vraag 7
    Waarom was de melding van de vermissing van Hajar op 4 oktober niet urgent en is er op z’n minst niet bijvoorbeeld onmiddellijk geprobeerd haar telefoon te lokaliseren, terwijl volgens de criteria van de politie iemand niet daadwerkelijk in levensgevaar hoeft te zijn, aangezien het voldoende is dat mogelijk sprake is van een levensbedreigende situatie of een misdrijf?3
  • Vraag 8
    Gelet op vraag 7, welke extra informatie was nog nodig om te kunnen spreken van een mogelijk levensbedreigende situatie of een misdrijf? Waarom voldeden de concrete noodkreten van deze zaak niet aan die drempel?
  • Vraag 9
    Hoe zwaar wogen het gedrag en de persoonlijke omstandigheden van Hajar mee bij het oordeel dat de zaak in eerste instantie onvoldoende urgent was?
  • Vraag 10
    In hoeverre acht u de beslissingen van de politie zorgvuldig en weloverwogen, gelet op de dodelijke afloop en de vraag of deze mogelijk had kunnen worden voorkomen als de politie de noodkreet van zowel Hajar als de familie serieus had genomen en direct optrad?
  • Vraag 11
    Deelt u de opvatting dat op het moment iemand aangeeft dat een ander hem of haar mogelijk van het leven wil beroven of berooft, in principe de alarmbellen dienen af te gaan en een dergelijke noodkreet zou moeten worden gezien als een aanwijzing voor mogelijk levensgevaar, ondanks dat iemand in het verleden vaker enige tijd onbereikbaar was of afwezig is geweest? Zo nee, onder welke omstandigheden zou een dergelijke noodkreet volgens u dan wel aanleiding geven tot direct politieoptreden?
  • Vraag 12
    Bent u bereid om het politieoptreden te laten onderzoeken en evalueren, waarbij wordt gekeken naar de eerste urgentiebeoordeling en het optreden tijdens de eerste uren na de melding? Kunt u daarbij ook toetsen of in deze zaak is gehandeld volgens de geldende protocollen en onder andere de hiervoor aangehaalde informatie op de website van de politie, en of op basis daarvan sneller handelen eerder was aangewezen en er geen ruimte had moeten zijn voor het maken van andere keuzes?
  • Vraag 13
    Bent u tevens bereid de Kamer te informeren over de uitkomsten van het gevraagde onderzoek uit vraag 13?

Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z23250
Volledige titel: De dood van Hajar en het handelen van de politie