Het bericht ‘Steenmarter verjaagt schoolkinderen’ |
|
Ger Koopmans (CDA) |
|
|
|
|
Kent u het bericht «steenmarter verjaagt schoolkinderen»?1
Ja.
Bent u bekend met het gevecht tegen de steenmarter dat de school al sinds 2007 voert? Bent u ermee bekend dat de school na een vlooienplaag, stankoverlast en slechte hygiënische omstandigheden, allen veroorzaakt door de steenmarters, nu op last van de GGD moet uitwijken naar andere gebouwen?
Ja.
Klopt het dat de GGD besloten heeft dat de school zeker voor drie maanden dicht moet? Acht u het wenselijk dat het beschermen van de steenmarter boven het welzijn van kinderen gaat?
Mij is niet bekend hoe lang de school dicht moet en het spreekt vanzelf dat ik niet van mening ben dat het beschermen van de steenmarter boven het welzijn van kinderen gaat.
Klopt het dat ontheffing is verleend voor het vangen van steenmarters om deze elders uit te zetten? Acht u deze maatregel effectief, aangezien uit de literatuur en de ervaring blijkt dat het verjagen slechts tijdelijk (of helemaal niet) werkt tegen steenmarters omdat de geurvlagen van het territorium juist steenmarters aantrekt? Deelt u de mening dat, om dit te voorkomen, de gevangen steenmarters beter uitgezet kunnen worden in gebieden waar vandaan ze minder rap terug zullen keren, zoals IJsland of Siberië?
Ontheffingverlening voor de bestrijding van steenmarters is een taak van de provincie. Mij is niet bekend of ontheffing is verleend of dat aan een verleende ontheffing speciale voorschriften zijn verbonden. Voorts is bestrijding van plaagdieren de verantwoordelijkheid van de gemeente. Voor informatie over de meest effectieve vorm van plaagdierbeheersing (preventie en bestrijding) kunnen gemeenten terecht bij het Kenniscentrum Dierplagen te Wageningen.
Klopt het dat de steenmarterpopulatie goed gedijt in Nederland, terwijl in de rest van Europa het diertje gewoon wordt bestreden?
De steenmarter is in Nederland niet langer een bedreigde soort. De steenmarter is opgenomen in bijlage III van de Conventie van Bern (Verdrag inzake het behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijk leefmilieu in Europa) en is mede daarom wel een beschermde inheemse soort. Dat neemt niet weg dat in het geval van overlast kan worden toegestaan om steenmarters te bestrijden. Dat is nu onder de Flora- en faunawet het geval en dat zal ook het geval zijn onder de nieuwe Wet natuur.
Bent u bereid om de beschermde status van de steenmarter bij invoering van de nieuwe Natuurwet op te heffen?
Zie antwoord vraag 5.
Kunt u bewerkstelligen dat de schoolleiding zo spoedig mogelijk weer zijn eigen schoolgebouw steenmartervrij in gebruik kan nemen? Zo nee, waarom niet?
Nee. Gemeente en provincie zijn in deze verantwoordelijk. Zie mijn antwoord op vraag 4.
Lastenverhogingen voor ondernemers als gevolg van Diginotarproblematiek |
|
Wassila Hachchi (D66), Kees Verhoeven (D66) |
|
|
|
|
|
|
|
Bent u bekend met het feit dat de belastingdienst is overgestapt op een andere certificaatleverancier voor hun dienstverlening naar ondernemers, na de problemen van DigiNotar? Kunt u toelichten welke leverancier dit is?
Klopt het dat de nieuwe beveiligingscertificaten duurder zijn dan die van DigiNotar en dat de prijs voor ondernemers stijgt van € 60 per jaar naar een veelvoud hiervan? Wat is hier de reden van?
Is het een terechte conclusie dat de ondernemer nu het slachtoffer is van de problemen van de Nederlandse overheid met DigiNotar?
Hoe past dit in het streven van het kabinet om de administratieve lasten voor ondernemers juist omlaag te brengen?
Bent u bekend met de verschillende wijzen van beveiliging bij het doen van aangifte die de belastingdienst biedt als mogelijkheid voor ondernemers, namelijk een beveiliging via certificaten en daarnaast een beveiliging door middel van kosteloze sms-authenticatie?
Bent u ervan op de hoogte dat de sms-authenticatie binnen afzienbare tijd zal worden afgeschaft? Kunt u deze beleidswijziging toelichten, mede gezien het feit dat de beveiliging via certificaten fors duurder wordt?
De overgang van zorgaanbieders van PGB naar zorg in natura |
|
Erik Ziengs (VVD) |
|
|
|
|
Bent u op de hoogte van het gegeven dat het MKB en tal van individuele zorgaanbieders (Zelfstandigen Zonder Personeel/ZZP’ers) die nu geheel op PGB-basis (Persoons Gebonden Budget) zorg verlenen geen toegang krijgen tot de contracteerruimte voor 2012? Herkent u deze situaties?
Het proces van de eerste contracteerronde 2012 loopt nog tot 1 november 2011. De eerste contracteerronde is vooral gericht op instellingen en de inkoopcriteria zijn nog niet toegesneden op zelfstandige zorgverleners. Indien er sprake is van afwijzing, dan komt dit omdat de organisatie niet voldoet aan de inkoopcriteria die het zorgkantoor heeft opgesteld. Dit kunnen zowel procesmatige, kwaliteits- als zorginhoudelijke criteria zijn.
Daarbij dient bedacht te worden dat het zorgkantoor geen contracteerplicht heeft en dus een keuze maakt uit de zorgaanbieders die in 2012 zorg zouden willen gaan leveren.
Hoeveel organisaties die nu PGB-zorg aanbieden kunnen volgend jaar ook zorg in natura aanbieden? Is dit conform de zorg die zij dit jaar aanbieden?
Organisaties die nu pgb-zorg aanbieden kunnen ook in 2012 pgb-zorg blijven leveren, zolang de pgb-budgethouder gebruik wenst te maken van de diensten van deze organisaties. Het is aan het zorgkantoor of deze organisaties ook worden gecontracteerd voor zorg in natura. Er is geen registratie van het aantal organisaties dat voorheen alleen pgb-zorg leverde en nu ook zorg in natura gaat leveren.
Hoeveel organisaties zijn er afgewezen, en op welke gronden?
Het contracteringsproces voor 2012 is nog niet afgesloten. Daarbij wordt er geen landelijke registratie bijgehouden van het aantal afgewezen organisaties. Vanwege deze twee redenen is het mij niet bekend hoeveel organisaties zijn of worden afgewezen.
Indien er sprake is van afwijzing dan komt dit omdat de organisatie niet voldoet aan de inkoopcriteria die het zorgkantoor heeft opgesteld. Dit zijn zowel procesmatige, kwaliteits- als zorginhoudelijke criteria.
Daarbij dient bedacht te worden dat het zorgkantoor geen contracteerplicht heeft en dus een keuze maakt uit de zorgaanbieders die in 2012 zorg zouden willen gaan leveren.
Bent u bekend met het feit dat bij de zorgkantoren de aanbesteding op dezelfde datum begon als het verschijnen van de programmabrief langdurige zorg? Hoe beoordeelt u de mogelijkheid om in 2012 onder de contracteerruimte te kunnen komen? Bent u bereid hier maatregelen op te nemen en zo ja welke? Zo nee waarom niet?
Het is mij bekend dat het inkoopproces is gestart op het moment dat de programmabrief langdurige zorg is verschenen. In het kader van dit inkoopproces zijn inkoopcriteria geformuleerd waaraan de zorgaanbieders zich moeten houden. Deze situatie is niet anders dan in andere jaren.
Mijn aandeel in het proces is dat er extra gelden beschikbaar komen om nieuwe cliënten zonder indicatie verblijf, die in de situatie tot 2012 voor een pgb zouden hebben gekozen, zorg aan te bieden en het mogelijk maken dat vanaf 2012 rechtstreeks zelfstandige zorgverleners kunnen worden gecontracteerd. Daarnaast voer ik overleg met Zorgverzekeraars Nederland (ZN) over aanpassing van de inkoopcriteria. De eerste twee activiteiten zijn of worden binnenkort geëffectueerd. In het overleg met ZN zal ik mij inspannen, zodat nog in 2012 contractering van zelfstandige zorgverleners zal plaatsvinden.
Al met al zijn de mogelijkheden voor nieuwe zorgaanbieders en zelfstandige zorgverleners om «onder de contracteerruimte te komen» vergroot.
Bent u op de hoogte met het feit dat afwijzingen geschieden op grond van bureaucratische argumenten? Is het u bekend dat MKB-zorgaanbieders zijn afgewezen omdat ze (nog) geen cliëntenraad of (nog) geen raad van toezicht hebben, of omdat ze weigeren minutenregistraties op te nemen in de bedrijfsvoering, of omdat ze weigeren functiescheiding in de praktische werkwijze op te nemen?
Het is mij bekend dat er ook afwijzingen plaatsvinden. Het gaat daarbij om eisen die onderdeel uitmaken van de huidige inkoopcriteria van de zorgkantoren.
Bent u bekend met het feit dat de toegang bemoeilijkt wordt doordat regels barrières opwerpen, zoals het mogen verlenen van zorg voor één grondslag of een maximale omzet in het eerste jaar of een opgave van ervaringsjaren? Hoe lopen de voorbereidingen om ZZP’ers te contracteren? Bent u van mening dat deze regels in het kader van het vernieuwde speelveld naar aanleiding van de PGB-maatregel belemmerend werken, daar dit voor nieuwe organisaties verklaarbaar kan zijn, maar dit veelal organisaties zijn die al jaren zorg verlenen? Bent u bereid hier actie op te nemen? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?
Het is bekend dat de inkoopcriteria die tot en met 2011 gelden voor niet zelfstandige zorgverleners belemmerend kunnen werken voor de contractering van zelfstandige zorgverleners, die met ingang van 2012 mogelijk wordt. Tegen deze achtergrond heb ik overleg gestart met ZN om na te gaan hoe deze criteria spoedig kunnen worden aangepast. Een van de activiteiten in dit kader is een pilot die door de concessiehouder UVIT wordt opgezet met betrekking tot de contractering van zelfstandige zorgverleners. De ervaringen die daarmee worden opgedaan, zullen gebruikt worden om het contracteringsproces voor zowel het zorgkantoor als de zorgverlener zo eenvoudig en duidelijk mogelijk te laten verlopen.
Klopt het dat in beroep gaan tegen het besluit (een afwijzing om zorg te mogen verlenen onder de contracteerruimte) van het zorgkantoor niet mogelijk is? Bent u bereid een maatregel te treffen om deze PGB-zorgaanbieders toegang te geven tot de contracteerruimte, aangezien de spelregels tijdens het spel zijn veranderd en de spelers hiervan nog niet op de hoogte waren of zich hierop voor konden bereiden?
Het is onjuist dat een zorgaanbieder geen mogelijkheden heeft om een negatief besluit van het zorgkantoor aan te vechten. De zorgaanbieder kan immers een bezwaarprocedure starten.
Het is niet aan mij om zorgkantoren te verplichten om alsnog een contract af te sluiten met deze zorgaanbieders. Wel bestaat de mogelijkheid voor de zorgkantoren om gedurende 2012 aanvullende contractafspraken te maken dan wel in het kader van de vergoedingsregeling persoonlijke zorg ruimte te bieden voor deze zorgaanbieders. In dit laatste geval is het echter de AWBZ-cliënt die besluit tot inschakeling van de desbetreffende zorgaanbieder.
Herinnert u zich uw toezeggingen in de diverse debatten over de PGB-maatregelen dat de contracteerruimte wordt vergroot om PGB-zorgaanbod ook in natura te laten plaatsvinden? Hoeveel nieuwe aanbieders hebben zich tot nu toe gemeld, en hoeveel van de extra ruimte gaat naar de reguliere aanbieders van zorg in natura? Hoe beoordeelt u de door het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) geuite vrees dat ook contracteren voor 2013 lastig zal zijn, omdat reguliere zorgaanbieders in de praktijk al eind 2011 de ruimte voor 2013 invullen?
Ik herinner mij mijn toezegging om extra middelen beschikbaar te stellen. Deze toezegging wil ik invullen met de aanwijzing over de contracteerruimte AWBZ 2012 aan de NZa. De aanwijzing heb ik u, in het kader van de voorhangprocedure, op 23 september jl. toegezonden.
Zoals aangegeven is het contracteerproces voor 2012 nog niet afgerond zodat nu nog niet kan worden aangegeven hoeveel nieuwe zorgaanbieders zijn gecontracteerd. Dit beeld komt wel beschikbaar als op 1 november de productieafspraken bij de NZa zijn ingeleverd. Hierbij wordt overigens geen onderscheid gemaakt tussen nieuwe zorgaanbieders die zich zullen inzetten voor nieuwe cliënten zonder indicatie verblijf, die in de situatie tot 2012 voor een pgb zouden hebben gekozen en de overige AWBZ-cliënten.
Ik deel niet de vrees van CVZ dat ook voor 2013 contractering voor nieuwe zorgaanbieders lastig zal zijn. ZN heeft mij aangegeven dat dan de inkoopcriteria zijn aangepast waarbij rekening wordt gehouden met zelfstandige zorgverleners. Daarbij moet overigens wel worden bedacht dat nieuwe aanbieders moeten kunnen aangeven dat zij op een adequate wijze zorg kunnen leveren en ook bestaande zorgverleners kunnen meedingen in het vervullen van de zorgvraag van AWBZ-cliënten in 2013.
Kunt u aangeven of op 1 januari 2012 het zorgveld klaar is voor de nieuwe situatie? Hoe handelt u naar de door het CVZ geconstateerde onduidelijkheid over de regels waaraan ZZP’ers en instellingen moeten voldoen om vanaf 2012 gecontracteerd te worden? Hoe lopen de voorbereidingen om ZZP’ers te contracteren? Wanneer zijn de voorbereidingen afgerond?
Zoals aangegeven bij het antwoord op vraag 6, worden door ZN momenteel aanvullende criteria geformuleerd voor de contractering van zelfstandige zorgverleners. Dit proces is in het voorjaar van 2012 afgerond. Ik zal mij inspannen om in het overleg met ZN te bezien op welke wijze deze criteria een rol kunnen spelen bij de aanvullende contractering 2012, zodat nog in 2012 contractering van zelfstandige zorgverleners zal plaatsvinden. Voor het inkoopproces 2013 kunnen de zelfstandige zorgverleners dan volledig meedoen.
Ook kunnen zelfstandige zorgverleners worden ingeschakeld via de vergoedingsregeling persoonlijke zorg. De nadere uitwerking van deze regeling zal ik u voor 1 november 2011 per brief doen toekomen. Voor 1 januari 2012 is daarmee voldoende duidelijkheid gecreëerd zodat vanaf 1 januari op een adequate wijze zorg kan worden geleverd aan cliënten met een AWBZ-indicatie.
Bent u bereid in verband met de naderende deadline van 1 januari 2012 deze vragen binnen de termijn van 3 weken, doch liefst sneller, te beantwoorden?
Mijn inzet is om u zo spoedig mogelijk en binnen de gestelde termijn van een antwoord te voorzien.
Het bericht "Bemiddelaars in dubieuze leningen" |
|
Pieter Omtzigt (CDA) |
|
Frans Weekers (staatssecretaris financiën) (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van «Bemiddelaars in dubieuze leningen»?1
Ja.
Klopt het dat de banken moeten doorgeven aan de belastingdienst wie hoeveel hypotheekrente betaald heeft?
Ja. De verplichting strekt ertoe dat deze informatie wordt doorgegeven na afloop van het jaar waarop de rente betrekking heeft. Deze informatie is dus niet actueel en niet beschikbaar ten aanzien van mensen die voor het eerst een huis kopen.
Klopt het dat de werkgevers, uitkeringsinstanties en pensioenfondsen maandelijks alle inkomensgegevens moeten doorgeven aan de polisadministratie (die honderden miljoenen gekost heeft), waardoor de overheid een up to date administratie van inkomensgegevens heeft? (Zie de lovende voortgangsrapportages van SUB/Walvis,)
Ja. Er is geen actuele inkomensinformatie bekend van personen die niet aan de loonbelasting onderhevig zijn, zoals zzp-ers en andere ib-ondernemers.
Klopt het dat het tegengaan van fraude met de voorlopige teruggaaf tot de beleidsprioriteiten van dit jaar behoort?2
Ja.
Is het nog steeds mogelijk om een totaal fake-inkomen op te geven (dat niet spoort met de polisadministratie), een hypotheek op te geven, terwijl je een huurhuis hebt en huurtoeslag ontvangt, en zo duizenden euro’s aan voorlopige teruggaven te ontvangen zonder dat er enige controle vooraf plaatsvindt? Zo ja, wat is er dan terechtgekomen van de beleidsprioriteit?
Iemand die een voorlopige teruggaaf aanvraagt, doet dat op basis van gegevens die op het moment van de aanvraag niet vaststaan. Dit feit brengt met zich mee dat een sluitende controle vooraf niet mogelijk is.
In de afgelopen jaren is gebleken dat steeds meer burgers misbruik gingen maken van deze omstandigheid door volledig gefingeerde gegevens te gebruiken bij een aanvraag en zodoende ten onrechte een voorlopige teruggaaf ontvingen. Om die reden is het toezicht op dit proces aanzienlijk aangescherpt. Waar mogelijk worden aanvragen van een voorlopige teruggave te getoetst aan contra-informatie. Aanvragen die betrekking hebben op personen ten aanzien van wie bekend is dat die eerder betrokken waren bij fraude worden altijd volledig getoetst voordat tot uitbetaling wordt overgegaan.
Met de overige contra-informatie waarover de Belastingdienst beschikt (bijv. inkomensgegevens en gegevens van het Kadaster) vindt risicoselectie plaats in die gevallen waarin niet sprake is van een bij voorbaat al verdachte aanvraag. Dat levert maandelijks enkele tientallen gevallen op van een fraudepoging. Uitbetaling vindt dan niet plaats.
Gegevens van financiële instellingen zijn niet beschikbaar op het moment waarop iemand voor het eerst een eigen woning betrekt. Die koper kan tot dat moment ook terecht huurtoeslag ontvangen en heeft voor het lopende jaar mogelijk ook recht op een voorlopige teruggaaf vanwege de eigen woning.
Hoe oordeelt u over de in het artikel genoemde bemiddelingsbureaus? Klopt het dat de FIOD onderzoek doet naar al deze bureaus? Zo nee, wilt u daar dan zo spoedig mogelijk voor zorgen dat dat wel gebeurt?
Het gaat in dit geval om een persoon die niet bemiddelt bij het aanvragen van een voorlopige teruggaaf, maar om iemand die anderen oplicht: hij biedt aan te bemiddelen bij het verkrijgen van een lening, terwijl hij in werkelijkheid de identiteitsgegevens van zijn klanten, die in moeilijke omstandigheden verkeren, gebruikt om voor die klanten een voorlopige teruggaaf te krijgen op basis van volkomen onjuiste gegevens. De FIOD is – in opdracht van het Openbaar Ministerie – bezig met een strafrechtelijk onderzoek ter zake.
Is het strafbaar om voor iemand anders een voorlopige teruggaaf aan te vragen zonder wat voor registratie dan ook en daar een forse bemiddelingsbedrag voor te vragen? Zo nee, bent u bereid ervoor te zorgen dat dat strafbaar wordt en hard wordt aangepakt?
Er zijn geen specifieke regels voor bemiddelaars en ook niet voor de bedragen die zij vragen voor hun bemiddeling bij het aanvragen van voorlopige teruggaven of andere aangiftes. Ik ben van oordeel dat dit ook niet nodig is. Burgers die problemen hebben met het nakomen van hun fiscale verplichtingen of die hulp zoeken bij het aanvragen van voorlopige teruggaven kunnen daarvoor kiezen uit diverse laagdrempelige mogelijkheden.
Uitwassen op het terrein van bemiddeling, zoals dit soort gevallen, moeten worden tegengegaan door strafrechtelijke aanpak. In dit geval gebeurt dat ook. Er is daarom geen aanleiding tot het nemen van extra maatregelen.
De weigering van het CBR om de rijbevoegdheid van een goed functionerende TNT-chauffeur toe te kennen |
|
Sharon Gesthuizen (GL) |
|
|
|
|
Bent u op de hoogte van het persbericht «VARA’s ombudsman helpt Dussense Postbode, CBR pakt rijbewijs beste chauffeur af vanwege medicijn»?
Ja.
Heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) bij het toekennen van de rijbevoegdheid de ruimte om in specifieke gevallen af te wijken van de geldende regels? Zo ja, waarom heeft het CBR, ondanks de positieve adviezen van artsen en psychiaters, dat in dit specifieke geval niet gedaan? Bent u bereid het CBR aan te sporen om dit opnieuw in overweging te nemen? Zo nee, is het niet verstandig het CBR deze bevoegdheid wel te geven zodat er meer ruimte wordt gecreëerd voor maatwerk?
Nee, het CBR heeft geen bevoegdheid om in individuele gevallen van de regels ten aanzien van de medische rijgeschiktheid af te wijken die zijn neergelegd in de Regeling eisen geschiktheid 2000. De beslissingen ten aanzien van de medische rijgeschiktheid vallen onder de exclusieve verantwoordelijkheid en bevoegdheid van het CBR. Dit heeft de Raad van State in het verleden in diverse bezwaar- en beroepszaken ook bevestigd. Ik vind het ook niet wenselijk om voor het CBR ruimte te creëren voor maatwerk, omdat dit leidt tot willekeur in het beslissen over de rijgeschiktheid van mensen en het dus ten koste gaat van de rechtszekerheid.
In het geval van deze TNT-chauffeur heb ik van het CBR begrepen dat er geen positieve adviezen van artsen en psychiaters zijn uitgebracht. Twee psychiaters hebben over zijn rijgeschiktheid geadviseerd. De eerste heeft het advies uitgebracht om via een rijtest te beoordelen of mijnheer geschikt is om ondanks zijn medicijngebruik een auto te besturen. Die mogelijkheid biedt de huidige regelgeving niet. De tweede heeft niets gerapporteerd over de gebruikte medicatie en uitsluitend over het ziektebeeld van de betreffende chauffeur gesproken. Ons is dus niet bekend dat de psychiaters hebben aangegeven dat er voor de betreffende chauffeur geen nadelige bijwerkingen zijn.
Op grond waarvan is het medicijn Tryptizol in categorie 3 geplaatst? Is het mogelijk dat een gebruiker van dit medicijn geen nadelige bijwerkingen ervaart? Zo ja, hoe vindt u dat er omgegaan moet worden met personen die geen nadelige bijwerkingen ervaren? Bent u van mening dat in deze gevallen een uitzondering gemaakt moet worden bij bijvoorbeeld de toekenning van de rijbevoegdheid? Zo nee, hoe verklaart u dat zowel meerdere artsen als psychiaters hebben beoordeeld dat deze meneer geen nadelige bijwerkingen ervaart?
Nationale eisen aan de rijgeschiktheid moeten voldoen aan de minimumnorm uit Annex III van de tweede Europese richtlijn betreffende het rijbewijs. Deze richtlijn bepaalt dat geen rijbewijzen mogen worden afgegeven indien een bestuurder een geneesmiddel gebruikt dat van nadelige invloed op de rijvaardigheid kan zijn. In hoofdstuk 10 van de Regeling eisen geschiktheid staan de beperkingen voor deelname aan gemotoriseerd verkeer bij gebruik van rijgevaarlijke geneesmiddelen. Nederland heeft er, net als veel andere landen in Europa, voor gekozen de ICADTS-lijst (International Council on Alcohol, Drugs and Traffic Safety) als basis te hanteren voor de indeling van geneesmiddelen in categorieën . Bovendien is gebruik gemaakt van het advies van het Wetenschappelijk Instituut Nederlands Apothekers (WINAP) van september 2008. Mensen die geneesmiddelen uit categorie III van de lijst gebruiken zijn niet geschikt om een auto te besturen. Tryptizol staat in categorie III als iemand meer dan 75 mg per dag gebruikt. Het is mij niet bekend of verschillende gebruikers van dit medicijn de mogelijke bijwerkingen op een andere manier ervaren. Zoals ik in antwoord op vraag 2 al heb aangegeven, is ons niet bekend dat de psychiaters hebben aangegeven dat er voor de betreffende TNT-chauffeur geen nadelige bijwerkingen zijn.
Zijn de producenten van het medicijn Tryptizol in overtreding gezien het feit dat de bijsluiter niet vermeldt dat bij gebruik van het medicijn het besturen van een voertuig niet is toegestaan? Zo ja, welke juridische stappen gaat u ondernemen om een einde te maken aan deze overtreding? Zo nee, waarom niet? Hoe moet een gebruiker van het medicijn weten dat het niet is toegestaan een voertuig te besturen?
De Geneesmiddelenwet behandelt in artikel 71, lid 2 de bijsluiter. De bijsluiter wordt opgesteld overeenkomstig de samenvatting van de kenmerken van het geneesmiddel en bevat een vaste volgorde van gegevens. Artikel 71, lid 2, sub e beschrijft de contra-indicaties, de interacties met andere geneesmiddelen of andere stoffen die de werking van het geneesmiddel kunnen beïnvloeden en speciale waarschuwingen. Onder punt 2 hiervan worden de effecten op de rijvaardigheid (of op het vermogen om bepaalde machines te bedienen) genoemd van het gebruik van het geneesmiddel. Er staat dus niet in artikel 71 dat een bijsluiter een verbodsbepaling moet bevatten ten aanzien van het autorijden of anderszins deelnemen aan het gemotoriseerde verkeer.
De bijsluiter van amytriptyline (merknaam Tryptizol) vermeldt dat dit geneesmiddel het concentratievermogen bij sommige patiënten kan verminderen en dat het besturen van voertuigen en (het uitvoeren van) andere werkzaamheden die door een verminderde concentratie gevaarlijk worden, moeten worden nagelaten. Een verbod op het besturen van een gemotoriseerd voertuig bij gebruik van amytriptyline staat niet in de bijsluiter. De bijsluitertekst is goedgekeurd door het College ter beoordeling van geneesmiddelen. De producent handelt dus in overeenstemming met de vereiste wettelijke richtlijnen. Een gebruiker van amytriptyline kan door het lezen van de bijsluiter ook weten dat een geneesmiddel de rijvaardigheid nadelig kan beïnvloeden. Het voorschrijven van een geneesmiddel, en zeker een geneesmiddel als amytriptyline, is geen lichtvaardig iets. Ik vetrouw erop dat de zorgverleners (de voorschrijvende arts en de afleverende apotheker) de patiënt aan wie zij dit middel voorschrijven in het kader van hun zorgplicht wijzen op de risico’s zoals verwoord in de bijsluiter. Ik ga ervan uit dat ook de patiënt de bijsluiter leest en bij twijfel over het mogen besturen van een auto de betreffende instanties raadpleegt.
Mijn voorganger en de minister van VWS hebben recentelijk ook nog de voorlichting over rijgevaarlijke geneesmiddelen bevorderd. Mijn voorganger heeft de publiekscampagne, gericht op de gemotoriseerde weggebruiker, verzorgd. De minister van VWS heeft in samenwerking met relevante organisaties een voorlichtingstraject voor artsen en apothekers over rijgevaarlijke geneesmiddelen en eventuele alternatieven hiervoor opgesteld.
Vindt u niet dat in deze specifieke casus, waarbij zowel artsen als psychiaters positief adviseren, meneer reeds 13 jaar goed functioneert met het medicijn en het feit dat hij in 2010 is uitgeroepen tot beste chauffeur van rayon Utrecht, het weigeren van de rijbevoegdheid zeer onrechtvaardig is? Zo ja, gaat u acties ondernemen opdat deze meneer zijn rijbevoegdheid weer toegewezen kan krijgen? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?
Zoals ik in mijn antwoord op vraag 2 al heb aangegeven, heb ik van het CBR begrepen dat in deze specifieke casus geen positieve adviezen van artsen en psychiaters zijn ontvangen. Het CBR gaat zeer zorgvuldig om met de toepassing van de regels voor het vaststellen van de rijgeschiktheid van mensen die medicijnen gebruiken. De consequenties zijn immers verstrekkend: mensen verliezen hun rijbewijs. Ik begrijp dat dit voor de betrokkene, zoals de betreffende TNT-chauffeur, dan ook vervelende consequenties kan hebben voor zijn baan. Ik wil op deze casus echter geen individuele uitzondering maken. Ik zal het WINAP vragen of er een significant verschil bestaat in de bijwerkingen bij beginnend en chronisch gebruik van Tryptizol. Op grond van de uitkomsten kan ik dan beoordelen of er aanleiding bestaat om dit medicijn bij chronisch gebruik in een lagere categorie in te delen. Ik zal u over de uitkomsten van dit onderzoek informeren.
Grondstoffen voor de productie van biobrandstof |
|
Paulus Jansen |
|
Joop Atsma (staatssecretaris infrastructuur en waterstaat) (CDA) |
|
Welke initiatieven heeft de Task Force Duurzame Palmolie1 sinds november 2010 ontplooid om de doelstelling «100% duurzaam geproduceerde palmolie in 2015» te realiseren? Zijn er al resultaten? Zo ja, Welke?
Het productschap Margarine, Vetten en Oliën (MVO) heeft afgelopen jaar in samenwerking met alle palmolieverwerkende schakels in Nederland het initiatief genomen tot het opstarten van de Task Force Duurzame Palmolie en de ondertekening van een manifest, met als doelstelling dat alle voor de Nederlandse markt geproduceerde palmolie in 2015 duurzaam geproduceerd moet zijn.
Tot op heden hebben onder meer de volgende activiteiten plaatsgevonden:
Specifieke resultaten zijn verder dat de Bond van Nederlandse Margarine fabrikanten het commitment is aangegaan dat in 2011 alle leden lid zijn van de RSPO en eind dit jaar voor al hun merken volledig overgeschakeld zijn op duurzame palmolie. Daarnaast heeft de Vereniging voor Bakkerij en Zoetwarenindustrie een standaard voor duurzame bakkerij ontwikkeld, waaronder het aankopen van gecertificeerde duurzame palmolie.
Klopt het dat de nieuwe raffinaderij voor biobrandstof van Neste Oil 400 000 ton palmolie per jaar als grondstof gebruikt?2 Zo nee, hoe groot is de hoeveelheid dan wel?
Op basis van de informatie verkregen bij Nesté Oil blijkt het volgende. Nesté Oil gebruikt een brede mix van grondstoffen, die in 2011 wereldwijd voor iets minder dan de helft bestaat uit ruwe palmolie. De maximale productie van Nesté Oil in Rotterdam kan 800 000 ton bedragen, waarbij het merendeel is bestemd voor de exportmarkt. Nesté Oil heeft wereldwijd meerdere productielocaties en de daadwerkelijke verdeling van de beschikbare grondstoffen over deze locaties wordt bepaald door (lokale) beschikbaarheid, logistieke optimalisatie en marktvraag. Het aandeel palmolie bij Nesté Oil Nederland kan daarom niet op voorhand worden ingeschat.
Klopt het dat elf maatschappelijke organisaties een klacht hebben ingediend bij de Round Table for Sustainable Palm Oil (RSPO) tegen Neste's belangrijkste palmolieleverancier, het Maleisische IOI3, wegens wetsovertredingen, fraude en ontbossing in Ketapang, Indonesië, en over een langdurig landconflict in Sarawak, Maleisië? Klopt het dat de certificering van IOI op grond van deze klacht is opgeschort? Zo ja, is het binnen de afspraken van de Taskforce duurzame palmolie toelaatbaar als een Nederlandse grootverbruiker van palmolie niet gecertificeerde grondstoffen importeert? Kunt u het antwoord motiveren?
Het klopt dat er bij de RSPO een klacht is ingediend tegen IOI. Deze wordt behandeld volgens de afspraken van het «RSPO Grievance Panel». De voortgang daarvan wordt regulier op de websites van de RSPO openbaar gemaakt (www.RSPO.EU).
De certificeringen van IOI zijn in zoverre opgeschort dat het bedrijf op dit moment geen nieuwe plantages mag certificeren. IOI kan duurzame palmolie blijven verkopen van hun plantages die in de afgelopen jaren reeds gecertificeerd zijn volgens de Principes en Criteria voor de productie van Duurzame Palmolie van RSPO.
De Nederlandse Task Force duurzame palmolie streeft ernaar dat in 2015 de in Nederland geïmporteerde palmolie duurzaam is geproduceerd op basis van RSPO certificering. Tot die tijd is het nog mogelijk dat bedrijven, die aangesloten zijn bij de Taskforce, ook nog conventionele palmolie importeren.
Is er sprake (geweest) van enige vorm van financiële steun (fiscale faciliteiten, MEP,4 SDE/SDE+)5 voor de raffinaderij van Neste Oil? Zo ja, heeft u op grond van deze steun mogelijkheden om af te dwingen dat uitsluitend duurzaam geproduceerde palmolie gebruikt wordt als grondstof?
Vanuit de MEP, SDE/SDE+ is geen financiële steun gegeven aan de raffinaderij van Nesté Oil. Evenmin heeft Nesté Oil een subsidie ontvangen uit het Subsidieprogramma CO2-reductie Innovatieve Biobrandstoffen voor transport (IBB), of – voor zover mij bekend – enig ander kader.
Hoe denkt u te verzekeren dat de afspraak 100% duurzaam geproduceerde palmolie in 2015 meer wordt dan een loze belofte?
Een «verzekering» namens de overheid voor alle palmolie, valt op dit punt niet te geven. Voor de inzet van vloeibare palmolie voor energie gelden wettelijk vastgestelde duurzaamheidscriteria, die nageleefd dienen te worden en is daarmee de duurzaamheid verzekerd.
Voor de inzet van palmolie voor andere toepassingen staan de private partijen die zijn aangesloten bij de Task Force Duurzame Palmolie aan de lat. Als overheid kunnen wij de partijen wel aanspreken op hun verantwoordelijkheid om gemaakte afspraken na te komen. Onze inzet daarbij is om zowel op overheidsniveau, als samen met bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties het marktaandeel van gecertificeerde palmolie te verhogen. In dit kader steunt de Nederlandse overheid bijvoorbeeld de Round Table on Sustainable Palmoil (RSPO), waar door alle betrokken partijen uit de mondiale palmolieketen, samen met internationale NGO’s, afspraken worden gemaakt over productie en certificering van duurzame palmolie.
Een waterkrachtcentrale bij Hagestein |
|
Paulus Jansen (SP), Esmé Wiegman-van Meppelen Scheppink (CU), René Leegte (VVD), Stientje van Veldhoven (D66), Liesbeth van Tongeren (GL), Marieke van der Werf (CDA), Diederik Samsom (PvdA), Roland van Vliet (PVV), Elbert Dijkgraaf (SGP) |
|
Joop Atsma (staatssecretaris infrastructuur en waterstaat) (CDA) |
|
|
|
|
Klopt het dat de waterkrachtcentrale in de stuw bij Hagestein (Ut) al jarenlang buiten gebruik is? Zo ja, sinds wanneer?
Ja. Nuon had een contract met Rijkswaterstaat (RWS) tot juli 2008 en legde de centrale stil in 2005, in eerste instantie voor onderhoud. Het NUON Duurzaamheidsverslag van 2005 gaf aan dat de produktie tegenviel en de belangstelling voor groene stroom terugliep. Sindsdien ligt de centrale stil.
Klopt het dat er op het moment van buitengebruikstelling al een uitgewerkt plan lag om de centrale te renoveren door het vervangen van de verouderde en versleten generator, tandwielkast en besturingssysteem, waarna de centrale 4 000 000 kWh elektriciteit per jaar zou kunnen produceren? Zo ja, waarom is dit plan niet uitgevoerd?
Ja, er was sprake van een renovatieplan van Nuon dat blijkens hun Duurzaamheidsverslag onvoldoende rendabel was.
Klopt het dat een lokaal duurzaam energiebedrijfje aan u als beheerder van de stuw en oude waterkrachtcentrale heeft aangeboden om op basis van een 20-jarige concessie de renovatie voor eigen rekening en risico uit te voeren, waarbij dit bedrijf tevens bereid was om een gebruiksvergoeding te betalen voor het beschikbaar stellen van de locatie? Zo ja, op welke datum heeft deze ontwikkelaar schriftelijk zijn interesse laten blijken? Wanneer en hoe hebt u gereageerd?
Enkele bedrijven en overheden hebben in 2010 belangstelling getoond. RWS heeft in november 2010 geantwoord dat er niet voor februari 2011 duidelijkheid zou komen over tenderen c.q. een eventuele openbare aanbesteding. RWS heeft ook aangegeven dat meer tijd nodig is voor onderzoek naar de omvang van de renovatie, de exploitatiemogelijkheden en visbeschermende maatregelen. Dit is alleen aan de provincie medegedeeld en niet aan andere belanghebbenden. Bij de vervolgacties (zie vraag 4) ga ik hier nader op in.
Indien de reactie was «we gaan het project tenderen»: kan een overzicht worden gegeven van de vervolgacties om dit voornemen in de praktijk te brengen?
Het tenderen is een principe-besluit en dit zal plaatsvinden wanneer dit van alle beleidsopties de beste optie is. Eén zo’n andere optie is dat RWS de stroomopwekking zelf integreert in de waterstaatkundige regeling van de waterstand. RWS moet in 2012 de technische, juridische en andere exploitatie-eisen in kaart hebben om de huidige centrale tenminste op het niveau van de waterstaatkundige functie in bedrijf te hebben, dat wil zeggen de fijnregeling van de waterstand te verzorgen. Dat wordt op dit moment nog onderzocht. De optie om de waterkrachtcentrale buiten gebruik te laten moet ook worden onderzocht. Ervaring met de centrale bij Borgharen heeft immers geleerd dat waterkracht alleen haalbaar is indien de vergunningverlener en exploitant voldoen aan de omgevingseisen en dit aantoonbaar is geborgd.
De eerstkomende vervolgacties bestaan dus uit het afronden van de genoemde onderzoeken en overleg over de uitkomsten met de belanghebbende partijen. RWS zal het initiatief nemen om de belanghebbende bedrijven en overheden over enkele maanden in te lichten over de stand van zaken en zal daarbij tevens alle partijen de gelegenheid te geven om hun eigen plannen toe te lichten. Zodoende kan ik in de loop van 2012 een afgewogen besluit nemen.
Klopt het dat de gemeenten Houten en Vianen vervolgens aangeboden hebben om het exploitatierecht ter hand te nemen, om daarmee verder tijdverlies te voorkomen? Zo ja, hoe en wanneer is op die suggestie gereageerd?
Zie het antwoord op vraag 3.
Indien die reactie was «we gaan het project zelf uitvoeren»: kan een overzicht worden gegeven van de vervolgstappen om hun gewijzigde voornemen in praktijk te brengen, inclusief een planning en investeringsraming voor de ingebruikname?
Zie het antwoord op vraag 4. De voorlopige raming voor renovatie beweegt zich tussen de 3 ton voor een relatief kleine ingreep die tijdelijk een beperkte produktie mogelijk maakt tot ruim 3 miljoen voor een renovatie met een optimale produktie. Deze kosten zijn exclusief BTW; onvoorzien; personeel en beheer en onderhoud.
Wat is uw oordeel over de gang van zaken rond de waterkrachtcentrale Hagestein?
De waterkrachtcentrale heeft vele jaren goed gefunctioneerd en is nu aan groot onderhoud of vervanging toe. De situatie is nu echter gecompliceerder dan 50 jaar geleden en dat vergt onderzoek. RWS zal daar vaart achter zetten.
Onderschrijft u dat dit project een schoolvoorbeeld zou kunnen zijn van een green deal? Zo ja, hoe gaat u ervoor zorgen dat dit soort initiatieven niet langer gefrustreerd worden maar bevorderd?
Mocht er voor de waterkrachtcentrale Hagestein in het kader van de Green Deal een initiatief worden ingediend, dan zullen wij dit serieus bekijken. Er dient vanzelfsprekend te worden voldaan aan de uitgangspunten van de Green Deal: het project is in de kern rendabel, komt op korte termijn tot resultaten en leidt tot economische activiteiten of een kostenbesparing maar heeft nog een duwtje in de rug nodig met betrekking tot regelgeving, regie, informatie-uitwisseling of toegang tot financiering. Energie uit waterkracht komt in aanmerking voor ondersteuning vanuit de Subsidieregeling duurzame energie (SDE+) van dit kabinet.
Het besluit van de gemeente Den Haag om Turkse inburgeringsweigeraars hun boetes kwijt te schelden |
|
Martijn van Dam (PvdA) |
|
Piet Hein Donner (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (CDA) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het besluit van de gemeente Den Haag om Turkse inburgeringsweigeraars hun op basis van de wet Inburgering verstrekte boetes met terugwerkende kracht kwijt te schelden als gevolg van de rechterlijke uitspraak dat Turken niet verplicht kunnen worden in te burgeren?
Ja.
Klopt het in de berichtgeving hierover weergegeven standpunt van uw ministerie, dat boetes die nog niet betaald zijn niet meer geïnd moeten worden, maar dat eerder verstrekte en betaalde boetes rechtsgeldig waren en dus niet terugbetaald hoeven te worden? Zo nee, wat is precies uw standpunt over het kwijtschelden of terugbetalen van aan Turken verstrekte boetes?
Ik heb gemeenten via een brief als volgt geadviseerd: «Voor boetes die in het verleden in het kader van de handhaving reeds zijn opgelegd en betaald en waartegen geen rechtsmiddelen meer openstaan geldt dat zij formele rechtskracht hebben. Terugbetaling aan de inburgeraars is derhalve in beginsel niet aan de orde. Ik adviseer u nog niet geïnde boetes niet te innen.»
Klopt het dat onder andere in Duitsland Turken verplicht zijn taalles te volgen ondanks het feit dat Duitsland aan hetzelfde Associatieverdrag EEG/Turkije gebonden is als Nederland? Zo ja, hoe heeft Duitsland deze verplichting juridisch geregeld en waarom past die regeling wel binnen het Associatieverdrag?
Turkse burgers zijn in beginsel verplicht taalles te volgen in Duitsland. In Duitsland zijn op grond van de Associatieovereenkomst alleen die Turkse burgers van inburgeringsplicht vrijgesteld die op basis van arbeid naar Duitsland komen, alsmede hun familieleden voor zover deze ook een aanspraak kunnen maken op het associatieverdrag.
Zoals ik in het antwoord op de kamervragen van het lid Van Klaveren van 23 september 2011 heb geantwoord, was het kabinet van mening dat de inburgeringsplicht buiten de werkingssfeer van het Associatieakkoord EU-Turkije valt. Uit de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 16 augustus jl. blijkt, dat de Centrale Raad van Beroep mijn mening echter niet deelt. Ik ben daarom genoodzaakt geweest om mijn inburgeringsbeleid op dit punt aan te passen.
Kan uw eerdere opmerking, dat u gaat kijken naar de mogelijkheid van een leerplicht, zo worden geïnterpreteerd dat u ook wilt dat Turken alsnog verplicht worden Nederlands te leren? Wilt u dat dit ook gaat gelden voor deze groep Turken die niet zijn is komen opdagen bij een inburgeringscursus? Is het mogelijk deze inburgeringsweigeraars alsnog te beboeten als ze bij een in te voeren leerplicht opnieuw niet op komen dagen op taalles?
Het concept van de leeftijdsonafhankelijke leerplicht wordt thans verkend. Bij de uitwerking ervan wordt in ieder geval gekeken of iemand die een beroep doet op de sociale zekerheid een leerplicht kan worden opgelegd. De inhoud van die plicht is dan gerelateerd aan vergroting van de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling. Het spreken van de Nederlandse taal kan daar deel van uitmaken. Het betreft dan een aanscherping van wat nu in de sociale zekerheidswetgeving mogelijk is.
Een dergelijke plicht is uitdrukkelijk een plicht die voor iedereen zal gelden, ook voor autochtonen, Europeanen en derdelanders, waaronder Turken. Het ligt voor de hand om, daar waar er een plicht is, ook sancties aan het niet nakomen ervan te verbinden.
Het bericht dat ZZP’ers genegeerd worden door zorgkantoren en over de gevolgen van de PGB-maatregelen voor de mensen die inkomen hebben uit het PGB |
|
Renske Leijten |
|
Hoe kan het dat zorgkantoren de Zelfstandige Zonder Personeel (ZZP’ers) in de zorg negeren bij de zorginkoop voor 2012?1
Het proces van de eerste contracteerronde 2012 loopt nog tot 1 november 2011. De eerste contracteerronde is vooral gericht op instellingen en de inkoopcriteria zijn nog niet toegesneden op zelfstandige zorgverleners. Indien er sprake is van afwijzing, dan komt dit omdat de organisatie niet voldoet aan de inkoopcriteria die het zorgkantoor heeft opgesteld. Dit kunnen zowel procesmatige, kwaliteits- als zorginhoudelijke criteria zijn.
Daarbij dient bedacht te worden dat het zorgkantoor geen contracteerplicht heeft en dus een keuze maakt uit de zorgaanbieders die in 2012 zorg zouden willen gaan leveren.
Erkent u dat u zelf de suggestie heeft gewekt dat de zorgkantoren bij hun inkoop voor 2012 ZZP’ers zou contracteren? Kunt u uw antwoord toelichten?2
De contractering van zelfstandige zorgverleners wordt met ingang van 2012 mogelijk. De inkoopcriteria die tot en met 2011 gelden zijn toegesneden op instellingen. Deze kunnen belemmerend werken voor de contractering van zelfstandige zorgverleners. Tegen deze achtergrond is overleg gestart met Zorgverzekeraars Nederland (ZN) om na te gaan hoe deze criteria spoedig kunnen worden aangepast. Een van de activiteiten in dit kader is een pilot die door de concessiehouder UVIT wordt opgezet met betrekking tot de contractering van zelfstandige zorgverleners. De ervaringen die daarmee worden opgedaan, zullen gebruikt worden om het contracteringsproces voor zowel het zorgkantoor als de zorgverlener zo eenvoudig en duidelijk mogelijk te laten verlopen. Ik zal mij inspannen om in overleg met ZN te bezien op welke wijze deze criteria een rol kunnen spelen bij de aanvullende contractering 2012, zodat nog in 2012 contractering van zelfstandige zorgverleners zal plaatsvinden. Voor het inkoopproces 2013 kunnen de zelfstandige zorgverleners dan volledig meedoen.
Herkent u de uitspraak dat zelfstandigen worden afgewezen op «pietluttige» punten? Zo neen, waarom niet? Zo ja, hoe gaat u ervoor zorgen dat zelfstandigen niet op pietluttige punten worden afgewezen bij de zorginkoop?
Zie antwoord vraag 1.
Op welke wijze zullen de zorgverzekeraars zelfstandigen gaan contracteren voor AWBZ-zorg?3
Zie antwoord vraag 2.
Bent u bereid de vakbonden en de vereniging voor zelfstandigen in de zorg te consulteren alvorens u de uitvoering van de AWBZ door zorgverzekeraars invoert? Zo neen, waarom niet? Zo ja, waar is dat tot nu toe nog niet gebeurd?
Al geruime tijd is er overleg tussen mijn ministerie en (zowel afzonderlijk als gezamenlijk) vertegenwoordigers van zelfstandigen over de verlening van AWBZ-thuiszorg in natura door zelfstandig zorgverleners. Dat overleg wordt ook tijdens de pilot van UVIT voortgezet, waarbij deze vertegenwoordigers als klankbordgroep worden geconsulteerd.
Op welke wijze zal de € 50 miljoen extra in voor de zorgkantoren, in het kader van de PGB-maatregelen, worden ingezet? Garandeert u dat hiervoor enkel zelfstandigen of betaalde mantelzorgers worden «ingekocht»? Zo neen, waarom niet? Zo ja, hoe gaat u dat doen?4
In de aanwijzing over de contracteerruimte AWBZ 2012 aan de NZa, die ik u in het kader van de voorhangsprocedure op 23 september jl. heb toegezonden, is aangegeven dat naast de € 50 miljoen voor zorg in natura aanvullend € 50 miljoen beschikbaar is voor de vergoedingsregeling. Die is voor extramurale zorgverlening aan nieuwe cliënten, die in 2012 geen beroep kunnen doen op de pgb-regeling en voor wie het zorgkantoor geen passende naturazorg kan regelen.
De gelden voor zorg in natura zullen niet geoormerkt worden toegevoegd aan de contracteerruimte van waaruit zorgkantoren afspraken maken met zorgaanbieders en/of zelfstandigen zonder personeel. Dat zijn de enige contractpartijen waarmee het zorgkantoor vanuit de contracteerruimte afspraken kan maken. Dus daarmee is het niet mogelijk om mantelzorgers te betalen en dat is ook nooit mijn bedoeling geweest. In mijn pgb-brief van 15 september jl. (TK, vergaderjaar 2010–2011, 25 657, nr. 84 heb ik aangekondigd om vanaf 1 januari 2012 een vergoedingsregeling persoonlijke verzorging te starten waar cliënten met een substantiële zorgvraag – onder bepaalde voorwaarden – een beroep op kunnen doen, mits het zorgkantoor de benodigde zorg niet beschikbaar heeft. Op basis van deze vergoedingsregeling is het eventueel wel mogelijk om mensen in de directe nabijheid te betalen. In mijn pgb-vervolgbrief die ik u op uiterlijk 1 november 2011 heb toegezegd zal ik deze vergoedingsregeling verder uitwerken.
Ik kies niet voor het oormerken van gelden voor zzp-ers, omdat ik zorgkantoren de beleidsvrijheid wil laten behouden om op basis van de zorgvraag in de regio afspraken te maken.
Hoeveel mensen die nu via een PGB inkomen verwerven zullen dat verliezen in de komende jaren? Om hoeveel arbeidsjaren gaat dat?5
Deze informatie is niet bekend en op basis van de beschikbare gegevens niet te berekenen. Dit vraagt om integrale gegevens over onder meer hoe en bij wie de verschillende cliëntgroepen met een pgb hun zorg inkopen. Daarnaast is ook inzicht nodig in hoe gemeenten hun compensatieplicht voor de functie begeleiding gaan invullen en de wijze waarop zorgkantoren zzp-ers zullen contracteren die nu nog rechtstreeks uit het pgb worden betaald.
Is het waar dat mensen die hebben gewerkt voor mensen met een PGB, waarbij er geen sprake was van een arbeidscontract, geen recht hebben op ww en bijstand omdat zij niet als werkzaam geregistreerd waren? Bent u bereid de rechtspositie van mensen die inkomen verwerven uit een PGB en dat in de toekomst niet meer kunnen doen, op een rij te zetten? Zo neen, waarom niet?
Zorgverleners die hebben gewerkt voor mensen met een pgb op basis van een arbeidscontract voor minder dan 4 dagen per week en een overeenkomst van opdracht (zoals bij freelancers en familieleden tot de tweede graad), hebben geen recht op een ww-uitkering. Zij zijn namelijk niet verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Alleen zorgverleners die op basis van een arbeidsovereenkomst op meer dan 3 dagen per week hebben gewerkt voor mensen met een pgb, zijn verzekerd voor de werknemersverzekeringen en hebben recht op een ww-uitkering. De Wet werk en bijstand op grond waarvan een bijstandsuitkering kan worden aangevraagd, is een sociale voorziening, waarvoor in tegenstelling tot de werknemersverzekeringen geen premies door de verzekerde en/of zijn werkgever verschuldigd zijn. De sociale voorzieningen worden uit de algemene middelen van het Rijk gefinancierd. Het recht op een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand is daarom niet afhankelijk van het soort overeenkomst dat de betreffende pgb-zorgverlener had, maar wordt onder andere bepaald door het feit of iemand al dan niet in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien.
Hoeveel mensen verliezen per 1 januari 2012 hun PGB?
Als gevolg van de pgb-maatregelen, zoals aangekondigd in mijn programmabrief over de langdurige zorg van 1 juni jl. (TK, vergaderjaar 2010–2011, 30 597, nr. 186), verliest niemand in 2012 zijn pgb.
Erkent u dat het CDA-filmpje leidt tot nieuwe onrust? Kunt u uw antwoord toelichten?2
In dit filmpje heb ik beoogd aan te geven dat de vergoedingsregeling is bedoeld voor mensen die een zorgvraag hebben die niet via de pgb-regeling of in natura geëffectueerd kan worden. Zoals bij antwoord 9 aangegeven verliest op 1 januari 2012 niemand van de huidige mensen met een pgb deze als gevolg van de pgb-plannen. De vergoedingsregeling is bedoeld voor cliënten met een substantiële zorgvraag en waarvoor het zorgkantoor nog niet de juiste zorg kan contracteren. Dit is verder toegelicht in mijn pgb-brief van 15 september 2011 (TK, vergaderjaar 2011–2012, 25 657, nr. 84.
Het bericht dat zorgkantoren amper nieuwkomers en kleine zorgaanbieders contracteren |
|
Agnes Wolbert (PvdA) |
|
|
|
|
Bent u ervan op de hoogte dat zorgkantoren geen Zelfstandige Zonder Personeel (ZZP’ers) maar ook amper nieuwe zorgaanbieders hebben gecontracteerd voor 2012?1
Het proces van de eerste contracteerronde 2012 loopt nog tot 1 november 2011. De eerste contracteerronde is vooral gericht op instellingen en de inkoopcriteria zijn nog niet toegesneden op zelfstandige zorgverleners. Indien er sprake is van afwijzing, dan komt dit omdat de organisatie niet voldoet aan de inkoopcriteria die het zorgkantoor heeft opgesteld. Dit kunnen zowel procesmatige, kwaliteits- als zorginhoudelijke criteria zijn.
Daarbij dient bedacht te worden dat het zorgkantoor geen contracteerplicht heeft en dus een keuze maakt uit de zorgaanbieders die in 2012 zorg zouden willen gaan leveren.
Wat vindt u van de argumentatie van zorgverzekeraar Achmea dat er per kavel slechts één nieuwe aanbieder is toegelaten?
Zoals bij vraag 1 aangegeven, gaat het om de eerste contracteerronde. In dit stadium zoekt Achmea het evenwicht tussen continuïteit van zorgverlening en ruimte voor nieuwe zorgaanbieders.
Wat betekent dit voor de mensen met een nieuwe indicatie? Kunnen zij geen gebruik maken van de zorg bij een kleine aanbieder? Hoe verhoudt zich dat met het uitgangspunt van het kabinet dat mensen moeten kunnen kiezen en moeten kunnen stemmen met de voeten?
Cliënten die vanaf 1 januari 2012 een nieuwe indicatie voor AWBZ-zorg ontvangen hebben de keuze uit de door het zorgkantoor gecontracteerde zorgaanbieders. Dit zijn veelal meerdere aanbieders per regio. Dit is geen wijziging ten opzichte van voorgaande jaren. Nieuw is wel dat cliënten zonder verblijfsindicatie geen zorg meer kunnen inkopen via de pgb-regeling. Voor personen met een substantiële zorgvraag wordt het onder een aantal stringente voorwaarden mogelijk gebruik te maken van de vergoedingsregeling persoonlijke zorg. Binnen deze regeling heeft de cliënt een vrije zorgverlenerskeuze. Ook nieuwe cliënten met een indicatie voor verblijf, die kiezen voor een pgb, kunnen zelf hun zorgverleners selecteren. Vanaf 2012 is er daarom bij alle nieuwe cliënten sprake van keuzemogelijkheden.
Het principe van stemmen met de voeten is aan de orde na 2012, als de uitvoering van de AWBZ wordt overgedragen aan de zorgverzekeraars voor eigen verzekerden, en cliënten kunnen kiezen voor een andere zorgverzekeraar, bijvoorbeeld indien zij zich niet kunnen vinden in het inkoopbeleid van de zorgverzekeraar waarbij zij zijn aangesloten.
Komt door het gegeven dat de nieuwe zorgaanbieders geen nieuwe cliënten meer kunnen helpen, hun bedrijfsvoering niet in gevaar? Kunnen zij krimp van de productie opvangen in deze moeilijke tijd? Komt daarmee niet ook de zorg in gevaar voor mensen die al bij deze nieuwkomers zorg ontvangen?
Omdat het om nieuwe zorgaanbieders gaat is er geen sprake van verlies van zorgproductie. In 2011 hebben deze aanbieders nog geen contract met het zorgkantoor en leveren dan ook nog geen AWBZ-zorg in natura. Omdat er nog geen contracten zijn, kan ook de situatie niet aan de orde zijn die in de vraag wordt geschetst, namelijk dat er sprake is van krimp in de zorgproductie bij deze aanbieders. Dit kan alleen aan de orde zijn als er sprake is van zorgverlening in het kader van de pgb-regeling en deze zorgverlener is ingehuurd door de pgb-houder. Deze zorgverlening kan echter worden gecontinueerd in 2012, omdat de bestaande pgb-budgethouders hun pgb behouden tot 2014.
Het gaat daarom bij zorg in natura niet om de continuïteit van de bedrijfsvoering maar om de mogelijkheid om zorg te gaan verlenen. Dit is niet wezenlijk anders van in de voorgaande jaren. De NZa houdt daarbij toezicht op het contracteringsgedrag van zorgkantoren. Een van de toetspunten daarbij is of voldoende ruimte wordt geboden aan nieuwe toetreders.
Hoe komt het dat de reguliere aanbieders nu ineens wel de zorg kunnen aanbieden die ze voorheen kennelijk aan de nieuwkomers overlieten?
Zorgkantoren maken afspraken met bestaande en nieuwe aanbieders om aan de zorgplicht te kunnen voldoen. Het is aan zorgkantoren om te beoordelen of deze aanbieders zorg kunnen bieden van voldoende kwaliteit. Daarnaast hebben de zorgkantoren gedurende het jaar de mogelijkheid om aanvullende afspraken te maken met zorgaanbieders, indien blijkt dat op bepaalde onderdelen onvoldoende kan worden ingespeeld op de zorgvraag van de cliënten.
Bent u ervan op de hoogte dat het kabinet een afname van het aantal indicatie met 30 a 40%; verwacht? Betekent de geschetste gang van zaken niet dat juist de kleine, vernieuwende en creatieve zorgondernemers die klap moeten opvangen? Dreigt Nederland daardoor straks in twee jaar tijd de vernieuwing in de zorg kwijt te raken die deze vaak innovatieve ondernemers in de afgelopen 10 jaar hebben opgebouwd?
Ik verwacht ten gevolge van de pgb-maatregelen een vraaguitval van 33%. Dit zijn cliënten, die voorheen gekozen zouden hebben voor een pgb en nu afzien van professionele zorg.
Door de pgb-maatregelen zal naar mijn mening de innovatiekracht van de sector juist toenemen en ik ben daarom niet bang dat we de vernieuwing in de zorg kwijt raken.
De vervolging van historicus Michail Soeproen |
|
Frans Timmermans (PvdA) |
|
|
|
|
Wordt de Russische historicus Michail Soeproen vervolgd door de Russische autoriteiten in Archangelsk omdat hij onderzoek doet naar de massale deportaties van etnische Duitsers tijdens het schrikbewind van Stalin in de jaren ’40 en ’50 van de vorige eeuw?
Nee.
Wordt hij vervolgd omdat hij in samenwerking met het Duitse Rode Kruis de namen van deze etnische Duitsers had verzameld, hetgeen in strijd zou zijn met de Russische wet op privacybescherming?
Ja. Op 13 september 2009 werd professor Michail Soeproen gearresteerd. Hij is aangeklaagd omdat nakomelingen van gedeporteerde etnische Duitsers geen toestemming zouden hebben gegeven voor het verzamelen van de informatie over hun voorouders en vanwege het uitlokken tot het plegen van een strafbaar feit door een ambtenaar. De bij deze zaak betrokken ambtenaar is aangeklaagd wegens ambtsmisbruik.
Zo ja, deelt u de mening dat dit slechts een voorwendsel is om ervoor te zorgen dat Soeproen niet door kan gaan met het blootleggen van de feiten over deze inktzwarte bladzijde uit de Russische geschiedenis?
Onderzoeken vergelijkbaar met het onderzoek van professor Soeproen zijn in het verleden zonder problemen en met medewerking van de Russische autoriteiten in verschillende Russische regio’s uitgevoerd. Tot vier jaar geleden verschenen nog meerdere publicaties, zoals over gedeporteerde Polen. Sindsdien is toegang tot archieven moeilijker geworden.
Professor Soeproen heeft gemeld aan het proces deel te zullen nemen. Hij wordt daarbij door Memorial en verscheidene Russische mensenrechtenactivisten gesteund. Professor Soeproen kan zich in afwachting van zijn proces vrijelijk bewegen.
Zo ja, deelt u dan de mening dat dit neerkomt op machtsmisbruik van de zijde van de Russische autoriteiten, hetgeen een ernstige mensenrechtenschending inhoudt?
Zie antwoord vraag 3.
Bent u bereid via de EU en de Raad van Europa en/of in samenwerking met Duitsland krachtig tegen dit machtsmisbruik te protesteren? Zo ja, hoe gaat u dit doen? Zo nee, waarom niet?
Russische partijen kunnen hun zaak bepleiten via daartoe geëigende kanalen. Ik zal de rechtsgang in de Russische Federatie volgen.
De geruchtenstroom van een mogelijke terbeschikkingstelling van faciliteiten op Bonaire ten behoeve van het FOL-verdrag |
|
Cynthia Ortega-Martijn (CU), Joël Voordewind (CU) |
|
|
|
|
Bent u ervan op de hoogte dat er ophef is ontstaan over de mogelijke terbeschikkingstelling van faciliteiten op Bonaire ten behoeve van het bilaterale Forward Operating Locations-verdrag?1
Ja.
Is het juist te stellen dat er van dergelijke plannen geen sprake is, gezien ook de opmerking van de minister dat de terbeschikkingstelling van faciliteiten op Aruba en Curaçao op 2 november 2011 met vijf jaar wordt verlengd?2 Heeft het kabinet plannen om in de toekomst faciliteiten in Bonaire ter beschikking te stellen ten behoeve van het FOL-verdrag? Zo ja, bent u bereid de Kamer hiervan spoedig van op de hoogte te stellen?
Dat is juist. De regering heeft geen plannen om in de toekomst faciliteiten in Bonaire ter beschikking te stellen ten behoeve van het FOL-verdrag.
Bent u bereid om te verklaren, en dit ook duidelijk te communiceren richting Bonaire, dat er überhaupt geen sprake is van een terbeschikkingstelling van faciliteiten voor Amerikaanse luchtverkenningactiviteiten op Bonaire ten behoeve van het FOL-verdrag? Zo nee, waarom niet?
Er worden geen faciliteiten voor Amerikaanse luchtverkenningsactiviteiten op Bonaire ten behoeve van het FOL-verdrag ter beschikking gesteld. De autoriteiten op Bonaire zijn hiervan op de hoogte.
Het feit dat steeds meer landbouwgrond in Derde Wereldlanden in handen komt van internationale investeerders |
|
Sjoera Dikkers (PvdA) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het rapport Land and Power van Oxfam Novib waarin deze organisatie rapporteert over de mondiale strijd om vruchtbare landbouwgrond en de gevolgen die dit heeft voor de lokale bevolking?1
Ja.
Wat is uw reactie op de onderzoeksgegevens, waaruit blijkt dat sinds 2001 niet minder dan 227 miljoen hectaren land zijn verkocht of verpacht in grootschalige landverwerving en dat dit vooral ten goede is gekomen aan internationale investeerders?
Ik deel de zorgen die Oxfam naar voren heeft gebracht in het rapport Land and Power en herken dat de mondiale strijd om vruchtbare landbouwgrond en de groeiende wereldwijde handel daarin vaak ten koste van de arme, lokale bevolking gaat. Gevallen waarbij de lokale bevolking zonder enig overleg hun huizen en broodwinning verliezen – soms met geweld – zonder dat daar enige compensatie tegenover staat komen inderdaad nog te vaak voor. Het gaat daarbij niet alleen om relatief machtige internationale investeerders maar ook om binnenlandse landdeals die mogelijk nog schimmiger, onevenwichtiger en nadeliger uitpakken voor de lokale bevolking; de titel Land and Power past dus goed. Tegelijkertijd bevestigt het onderzoek het belang en de mogelijkheden die investeringen in lokale landbouwontwikkeling onder bepaalde voorwaarden kunnen bieden. Immers, de stijgende mondiale vraag naar landbouwproducten biedt kansen voor vergroting van de economische zelfredzaamheid van ontwikkelingslanden. Slim gebruik maken van buitenlandse kennis en investeringen is daarbij essentieel. Mijn beleid op het gebied van voedselzekerheid, dat u binnenkort in een brief zal worden aangeboden, speelt daar op in.
Deelt u de mening dat het wenselijk is om meer openheid en inzicht te krijgen in harde cijfers van deze landovereenkomsten, bijvoorbeeld door het Land Matrix Partnership? Indien ja, bent u bereid om dit uit te dragen? Op welke wijze wenst u dit te doen? Zo nee, waarom niet?
Ja. Hoewel ruimtelijk beleid en landrechten tot de verantwoordelijkheid en soevereiniteit behoren van landen zelf, vind ik internationale aandacht voor structurele maatregelen die genomen dienen te worden om landgrabbing tegen te gaan zeker op zijn plaats. Dit is dan ook een belangrijk onderdeel van de Nederlandse inzet op internationale samenwerking.
Nederland is al ruim 7 jaar actief in de ondersteuning van de International Land Coalition (ILC) welke 2 jaar terug begonnen is met verdere verdieping en onderzoek naar de oorzaken en omvang van grootschalige landdeals. Oxfam, sinds 2011 ook lid van de International Land Coalition, heeft bij de verdere ontwikkeling van de Land Matrix Partnership een belangrijke rol gespeeld en daarbij zeer transparant met onder meer de Minister van Buitenlandse Zaken (BZ) en Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) samengewerkt. Naast de ILC heeft BZ ook ondersteuning gegeven aan de internationale NGO GRAIN, die als eerste organisatie in 2008 de noodklok luidde over landgrabbing.
Deelt u de mening dat de lokale bevolking gesteund moet worden om haar landrechten op te eisen? Zo ja, op welke wijze bent u van plan om dit op te nemen in het Nederlands ontwikkelingssamenwerkingbeleid? Zo nee, waarom niet?
Ja. Nederland zet zich al jaren concreet in om in bepaalde ontwikkelingslanden de lokale bevolking te helpen om landrechten te krijgen dan wel op te eisen. De onder vraag 3 genoemde ILC en GRAIN richten zich specifiek op het bevorderen van rechtszekerheid over, en toegang tot land voor de lokale bevolking. Daarnaast zijn verschillende Nederlandse ambassades met lokale en internationale partners actief bij het tot stand komen en uitvoeren van wet- en regelgeving rond land. In landen als Mozambique, Uganda, Rwanda, Bolivia en Burundi ondersteunt Nederland daartoe bijvoorbeeld het opleiden van zogenaamde paralegals, (districts)magistraten, aanklagers, burgemeesters, politiefunctionarissen, NGO staf en vrouwen- en boerenorganisaties. Ook het beschikbaar maken van kadastrering voor lokale gemeenschappen wordt met Nederlandse ondersteuning in deze landen uitgevoerd. Daarnaast zetten Nederlandse ambassades in op het bevorderen van de verbanden tussen betere land(gebruiks)rechten en voedselzekerheid voor de arme lokale bevolking.
Ook in de geactualiseerde mensenrechtenstrategie, «Verantwoordelijk voor vrijheid», die begin april 2011 de Kamer is toegekomen, is aangegeven dat respect voor mensenrechten en rechtsstaat belangrijke voorwaarden zijn voor economische groei in ontwikkelingslanden. Bij het vergroten van toegang tot global public goods, zoals kennis, een schoon milieu, duurzame energievoorziening, werkgelegenheid, veiligheid en eigendomsrechten, zal Nederland steeds óók opereren vanuit een mensenrechtenperspectief en daarbij bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van eigendoms- en landrechten.
Al met al heeft BZ in de afgelopen 4 jaar in ten minste 15 ontwikkelingslanden bijna € 70 miljoen besteed aan het verbeteren van velerlei aspecten van land governance. Dit heeft onder meer geleid tot minder conflicten rond land, land(gebruiks)rechten voor vrouwen, betere wet- en regelgeving, duurzaam landgebruik en beter beheer van natuurlijke hulpbronnen.
Bent u bereid Nederlandse bedrijven, banken en pensioenfondsen aan te sporen om iedere betrokkenheid bij landdeals te laten toetsen volgens de OESO-richtlijnen? Indien ja, op welke wijze gaat u dat doen? Indien nee, waarom niet?
De regering verwacht van alle Nederlandse bedrijven, inclusief banken en pensioenfondsen, dat zij zich houden aan de OESO-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen. De OESO-richtlijnen zijn vrijwillig voor bedrijven en kunnen niet door overheden of rechtbanken worden afgedwongen. Het Nationaal Contactpunt (NCP) is verantwoordelijk voor de bevordering van de naleving van de OESO-richtlijnen.
Hiertoe draagt het NCP de OESO-richtlijnen actief uit en spoort bedrijven aan deze te implementeren. Zij biedt hiertoe verschillende instrumenten aan via MVO Nederland, zoals ketenscan, ketensimulator, stappenplan verantwoord inkopen, MVO landentoolkits en de MVO navigator waar gedragscode per sector te vinden zijn.
De OESO-richtlijnen zijn recentelijk herzien. Een belangrijk element van deze herziene OESO-richtlijnen is het concept van zorgplicht (due diligence). Dit houdt in dat van bedrijven wordt verwacht dat zij zich binnen hun mogelijkheden vergewissen van de mogelijke en daadwerkelijke negatieve impact van hun activiteiten op mensenrechten, ook in hun keten, en indien nodig gepaste stappen ondernemen. Essentieel is dat bedrijven zelf verantwoordelijk zijn voor de praktische invulling van deze zorgplicht, en voor het verkrijgen van maatschappelijke acceptatie voor hun beleid. Dit houdt in dat bedrijven om verantwoording kunnen worden gevraagd over hun handelen, zo niet rechtstreeks dan wel door middel van een melding bij het Nationaal Contactpunt (NCP).
Hieronder vallen de gevolgen die aan landdeals verbonden zijn. In hoeverre Nederlandse bedrijven, banken en pensioenfondsen op dit specifieke punt daadwerkelijk meer hulp hierbij willen en kunnen gebruiken wordt op dit moment in kaart gebracht.
Kunt u garanderen dat de diverse subsidie- en kredietinstrumenten (waaronder FMO, PSI, IDH en ORIO), waar bedrijven een beroep op doen voor landbouwinvesteringen in ontwikkelingslanden, de beschreven praktijken uit het rapport niet steunen?
Indien bedrijven financiering van de overheid aanvragen in het kader van het buitenlandinstrumentarium, dienen zij de OESO-richtlijnen te onderschrijven. Nederlandse uitvoerders van de PSD-instrumenten vragen van te voren aan bedrijven een verklaring te ondertekenen dat zij bekend zijn met en zich zullen houden aan de OESO-richtlijnen. Dit betreft een inspanningsverplichting. Monitoring op MVO aspecten is onderdeel van reguliere monitoring via rapportages en projectbezoeken. De uitvoerders houden hierbij rekening met landenspecifieke risico’s op het gebied van mensenrechten, zoals mogelijk kwesties bij landdeals indien van toepassing.
De FMO gebruikt voor het beoordelen van de financieringsaanvragen en de monitoring de zogenaamde Performance Standards van de Wereldbank/IFC. Deze zijn explicieter dan de OESO-richtlijnen, zeker ook waar het over bedrijfsinvesteringen in land gaat.
Het bericht ‘Steeds meer weekendrijders zonder alcohol de weg op’ |
|
Linda Voortman (GL) |
|
Edith Schippers (minister volksgezondheid, welzijn en sport) (VVD) |
|
|
|
|
Deelt u de mening van de minister van Infrastructuur en Milieu dat steeds meer autobestuurders nuchter achter het stuur zitten als gevolg van BOB-campagnes in combinatie met stevige handhaving?1
Ja.
Deelt u ook de inzet van de minister van Infrastructuur en Milieu om «deze lijn vast te houden» en daar de komende jaren «zeker mee door» te gaan?1
Verkeersveiligheid is primair de beleidsverantwoordelijkheid van de minister van Infrastructuur en Milieu. De lijn waar u op doelt, is kabinetsbeleid.
Toont het succes van de BOB-campagnes niet aan dat massamediale campagnes een waardevolle rol kunnen spelen in het overbrengen van kennis en het beïnvloeden van de leefstijl? Zo nee, waarom niet?
Een massamediale campagne wordt bijna nooit als enige maatregel ingezet, meestal gaat een campagne samen met andere beleidsmaatregelen zoals bijvoorbeeld financiële prikkels, extra handhaving of wetgeving. Dat is ook bij de BOB-campagne het geval (steviger handhaving). Het «losse» effect van een massamediale campagne op het beïnvloeden van leefstijl of gedrag in het algemeen, is daardoor moeilijk vast te stellen.
Bij de afweging van dit kabinet om te stoppen met de leefstijlcampagnes speelt ook mee dat massamediale campagnes per definitie «ongericht» zijn en bij leefstijlcampagnes dus veel geld werd besteed aan het bereiken van mensen voor wie de boodschap misschien helemaal niet relevant was. Tegelijkertijd is het de vraag of de groepen waarvoor de boodschap echt bedoeld is goed worden bereikt met deze campagnes. Los van het vraagstuk van de effectiviteit, acht dit kabinet massamediale campagnes niet de juiste manier om de persoonlijke leefstijlkeuzes van volwassen mensen te beïnvloeden.
Erkent u de analogie tussen alcoholgebruik in het verkeer en roken, waarbij alcoholgebruik de veiligheid van zowel de bestuurder als die van andere verkeersdeelnemers in gevaar brengt, terwijl roken zowel de gezondheid van rokers als die van meerokers aantoonbaar schaadt?
Die analogie gaat ten dele op. In vrijwel alle openbare ruimten geldt een rookverbod. Op het werk, in het openbaar vervoer en in andere openbare ruimten is dus geen sprake van gezondheidsschade aan derden door meeroken. Meeroken beperkt zich steeds meer tot de privésfeer en is daardoor niet goed te vergelijken met het punt van veiligheid op de (openbare) weg.
Vindt u dat de burger zich voldoende bewust is van de schade door roken en meeroken om een keuze te kunnen maken al dan niet zelf te roken en anderen daarmee te belasten? Hoe ziet u dat in het licht van recent internationaal onderzoek, onder andere aangehaald in de British Medical Journal (april 2011), waaruit blijkt dat het Nederlandse kennis over de schade door tabak lager is dan dat in China?
De kennis in Nederland over de schadelijkheid van met name meeroken is internationaal gezien inderdaad laag. Ik stop daarom ook niet met het geven van goede, toegankelijke en betrouwbare informatie over (mee)roken. Maar de wijze waarop die informatie wordt gegeven, verandert wel. Niet langer via massamediale campagnes en niet altijd voor roken apart. Wel bijvoorbeeld via betrouwbare websites, op scholen en door zorgverleners zoals de huisarts, de verloskundige en de jeugdgezondheidszorg, in combinatie met andere leefstijlaspecten.
Wat vindt u van recente cijfers uit onderzoek in opdracht van de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF) dat 10% van de zwangeren rookt en zich niet bewust is van de schade die roken en meeroken aanricht bij hun ongeboren kind? Vindt u dit aanleiding om juist meer voorlichting te geven over de schade door roken en meeroken? Zo nee, waarom niet?
De risico’s die doorroken tijdens de zwangerschap met zich meebrengt onderschat ik zeker niet. De aanstaande moeder blijft primair verantwoordelijk voor haar eigen gezondheid en die van haar kind. Als minister van VWS heb ik de verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat goede informatie en voorlichting beschikbaar is en dat de zorgverleners waarmee zwangere vrouwen in contact komen, goed toegerust zijn om hen te helpen te stoppen met roken. Dit doe ik op de volgende wijze:
Het geven van informatie over de risico’s van roken tijdens de zwangerschap en het motiveren en begeleiden bij het stoppen met roken, zijn onderdeel van de zorg die huisartsen, verloskundigen, kraamzorg e.d. bieden. Zij zijn hiervoor getraind en er zijn effectieve interventies beschikbaar die zij kunnen inzetten. Daarnaast is goede en toegankelijke voorlichting online en via folders beschikbaar voor vrouwen die zelf informatie zoeken.
Ten slotte start ik dit jaar samen met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een pilot bij zes gemeenten, gericht op terugdringing van perinatale sterfte. In deze pilot, uitgevoerd door het Erasmus MC, zal ook de effectiviteit van het kinderwensconsult voor risicogroepen worden uitgetest. Onderdeel van een dergelijk consult zal de invloed van roken zijn.
Waarom kiest het kabinet er in de Gezondheidsnota2 voor te stoppen met (massamediale) leefstijlcampagnes, zoals op het gebied van tabaksontmoediging, terwijl het kabinet op het gebied van de verkeersveiligheid dankbaar gebruik blijft maken van leefstijlbeïnvloeding en deze als effectief bestempelt? Zou het niet verstandiger zijn ook op gezondheidsgebied de eerder ingezette lijn vast te houden en door te gaan met leefstijlcampagnes?
Het is niet goed mogelijk om de BOB-campagne te vergelijken met bijvoorbeeld een stoppen met rokencampagne; het doel en de doelgroep zijn verschillend. Bovendien wordt de effectiviteit meestal niet bepaald door een campagne alleen (zie ook het antwoord op vraag 3. Zoals in de nota Gezondheid Dichtbij is verwoord, kiest dit kabinet er voor om de schaarse euro’s actief in te zetten op het vergroten van de weerbaarheid van jongeren tegen allerlei ongezonde verleidingen, maar ook op het actief aanbieden van bewegings- en sportmogelijkheden. Opdat de gezonde keuze de gemakkelijke keuze wordt. Het kabinet gaat onverminderd door met het aanbieden van betrouwbare informatie over leefstijl en gezondheid, maar niet op de huidige versnipperde manier, maar gebundeld en in samenhang. De schoolprogramma’s lopen allemaal door en worden verbeterd waar nodig. Overigens zal ik bij jongeren wel actief inzetten op het vergroten van hun weerbaarheid t.a.v. middelengebruik, waaronder tabak. Maar ook hier wijzigen we het beleid en sluiten we beter aan bij hun leefwereld en zullen we jongeren bijvoorbeeld via social media actief betrekken in plaats van inzetten van een massamediale campagne.
Waarom zet u massamediale campagnes niet in om de schade door tabak terug te brengen om 20 000 sterfgevallen per jaar te voorkomen, zeker 2 000 door meeroken, jaarlijks 29% van de vroeggeboorten en 17% van de groeibeperkingen?
Zie hiervoor het antwoord op de vragen 3, 5 en 7.
Het bericht ‘ZZP’ers genegeerd door zorgkantoren’ |
|
Sabine Uitslag (CDA), Pieter Omtzigt (CDA) |
|
|
|
|
Kent u het bericht «ZZP’ers genegeerd door zorgkantoren» van de website «Zorgvisie»?1
Ja.
Wat is uw reactie op dit bericht?
Het proces van de eerste contracteerronde 2012 loopt nog tot 1 november 2011. De eerste contracteerronde is vooral gericht op instellingen en de inkoopcriteria zijn nog niet toegesneden op zelfstandige zorgverleners. Indien er sprake is van afwijzing, dan komt dit omdat de organisatie niet voldoet aan de inkoopcriteria die het zorgkantoor heeft opgesteld. Dit kunnen zowel procesmatige, kwaliteits- als zorginhoudelijke criteria zijn.
Daarbij dient bedacht te worden dat het zorgkantoor geen contracteerplicht heeft en dus een keuze maakt uit de zorgaanbieders die in 2012 zorg zouden willen gaan leveren.
Ik deel uw mening dat ook zelfstandige zorgverleners AWBZ-thuiszorg via zorg in natura zouden moeten kunnen leveren, maar dit was wettelijk niet mogelijk. Om dit toch mogelijk te maken, heb ik de juridische belemmering weggenomen. Om rechtstreeks zelfstandige zorgverleners te kunnencontracteren, stel ik extra middelen beschikbaar en ben ik in overleg met Zorgverzekeraars Nederland om spoedig criteria te formuleren voor de contractering van zelfstandige zorgverleners, zodat nog in de tweede contracteerronde (mei 2012) voor 2012 passende contractering van zelfstandige zorgverleners zal plaatsvinden.
Hebt u er zicht op hoeveel extramurale AWBZ-capaciteit er volgend jaar nodig is om de maatregel rond het persoongebonden budget (pgb) op te vangen?
Nieuwe AWBZ-cliënten zonder indicatie verblijf kunnen vanaf 1 januari 2012 geen beroep meer doen op de pgb-regeling. De verwachting is dat 1/3 zal afzien van het beroep op AWBZ en 2/3 van deze groep een beroep zullen gaan doen op een passend natura-aanbod of op de in mijn brief van 15 september 2011 genoemde vergoedingsregeling persoonlijke zorg. Zoals ik heb aangeven in mijn brief aan de Tweede Kamer van 23 september 2011 (Voorhang aanwijzing NZa contracteerruimte 2012) is voor deze groep in 2012 € 100 miljoen beschikbaar.
Deelt u de mening dat per 1 januari 2012 Zelfstandige Zonder Personeel (ZZP’ers) AWBZ-zorg via zorg in natura (ZIN) aan zorgvragers moeten kunnen leveren? Zo ja, hoe gaat u de zorgkantoren aansporen en motiveren om ZZP’ers per 1 januari 2012 toe te laten tot de contracteerruimte?
Zie antwoord vraag 2.
De gevolgen van de ggz bezuinigingen |
|
Esmé Wiegman-van Meppelen Scheppink (CU) |
|
Edith Schippers (minister volksgezondheid, welzijn en sport) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u ervan op de hoogte dat door de optelsom van bezuinigingen Boumanggz in de regio Rotterdam genoodzaakt is om 90 volledige arbeidsplaatsen af te stoten?
Ik heb dat uit de brandbrief van Bouman ggz aan enkele gemeenten en het persbericht in het Algemeen Dagblad begrepen.
Bent u ervan op de hoogte dat dit ervoor zal zorgen dat ongeveer 1 000 patiënten geen behandeling of zorg meer zullen ontvangen?
Zie antwoord vraag 1.
Wat gaat u er aan doen om te voorkomen dat de gevolgen neerslaan op de meest kwetsbare mensen, die zonder adequate behandeling, zorg en begeleiding zichzelf en hun omgeving schade berokkenen?
Ik zal onderzoek doen naar de mogelijke effecten van een eigen bijdrage op de zorgvraag van kwetsbare groepen. Daarbij dient vooral aandacht te worden besteed aan eventuele zorgmijding of uitstel van zorg. In juni 2012 verwacht ik een eerste analyse van de effecten, daarna hoop ik in januari 2013 over een volledig overzicht te beschikken.
Deelt u de mening, dat het erg onwenselijk is, wanneer behandelingen worden afgebroken van patiënten die al in een traject zitten? Zo ja, hoe voorkomt u dit?
Ook in tijden van bezuiniging verwacht ik van professionals dat zij verantwoorde zorg blijven leveren aan patiënten, die daarom vragen. Ik ga er daarom van uit dat behandeltrajecten niet zonder geldige reden worden afgebroken.
Wat is uw oordeel over een conclusie uit het rapport over Intensief Beschermd Wonen (IBW)1 dat voor een gemiddelde IBW bewoner de totale maatschappelijke kosten zijn afgenomen?
In de brandbrief van Bouman ggz aan verschillende gemeenten wordt verwezen naar een kostenreductie van 40% door introductie van het model Beschermde Woonvormen bij Bouman ggz. Dit bevestigt de eerdere onderzoeksresultaten dat met een geïntegreerd traject er niet alleen verbetering in functioneren van patiënten, minder overlast, maar ook vermindering van zorgkosten is te bereiken. Daar kan ik als minister alleen maar blij mee zijn. Zorgverzekeraars kunnen hierop inspelen door gerichte zorginkoop. Het is daarnaast de verantwoordelijkheid van de zorgaanbieders om best practices, zoals het model Intensief Beschermde Woonvormen, breed te verspreiden.
Voor zover ontschotting hierbij aan de orde is, heb ik voor dit jaar de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) al gevraagd een regeling te treffen, die een herverdeling mogelijk maakt van middelen tussen Algemene Wet Bijzonder Ziektekosten (AWBZ) en Zorgverzekeringswet (Zvw). Dat is daardoor praktisch mogelijk gemaakt in 2011. Ik verwacht eind dit jaar een nader advies van hen, om te komen tot een structurele oplossing.
Bent u bereid bezuinigingen in de geestelijke gezondheidszorg af te zetten tegen toenemende al dan niet afnemende maatschappelijke kosten?
Ik heb wel degelijk oog voor de baten van een behandeling in de ggz, zowel op het persoonlijke vlak voor een individuele patiënt als voor de samenleving. Dit ontslaat mij echter niet van de noodzaak om een verantwoorde uitgavenontwikkeling in de sector te realiseren. Mijn maatregelen zijn bedoeld om ook op de langere termijn financiële houdbaarheid te garanderen. Verantwoorde zorg betekent ook efficiënte en betaalbare zorg.
Wilt u deze vragen voor het algemeen overleg over de ggz op 29 september a.s. beantwoorden?
Bij deze.
De mensenrechtenschendingen door Frontex in Griekse vluchtelingenopvang |
|
Sharon Gesthuizen (GL) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het rapport van Human Rights Watch over de wantoestanden in de Griekse opvang van migranten?1
Ja.
Wat is uw reactie op de werkwijze van het politiebureau te Feres, waarbij 97 vluchtelingen tegelijkertijd zijn gedetineerd, terwijl er slechts ruimte is voor 30 personen?
Met Human Rights Watch onderschrijf ik het belang dat gedetineerden hun detentie in menswaardige omstandigheden doorbrengen. Griekenland zit midden in het overgangproces naar een hervorming van zijn asiel- en migratiestelsel. Onverminderd het uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid voor het bewerkstellingen van de verbeteringen bij Griekenland zelf ligt, steunt Nederland Griekenland in dit proces via EASO en Frontex. Door het EASO is vanaf 1 april van dit jaar een aantal asiel-ondersteuningsteams in Griekenland ingezet, die bestaan uit asiel- en opvangdeskundigen uit de verschillende lidstaten. De aanbevelingen die door deze deskundigen zijn gedaan over detentieomstandigheden en faciliteiten zijn door de Griekse autoriteiten overgenomen in de technische plannen. In mijn contacten met mijn Griekse ambtgenoten zal ik het belang van een spoedige implementatie van deze plannen (blijven) accentueren. Ik beschik momenteel niet over informatie om uw concrete vragen over de duur van individuele asielprocedures in Griekenland te beantwoorden. In ambtelijke contacten hebben de Griekse autoriteiten wel meegedeeld dat in het indienen van een asielaanvraag reden kan liggen om de detentie op te heffen.
Wat is uw reactie op de situatie in het vreemdelingendetentiecentrum in Fylakio, waar kinderen zonder enkele begeleiding tussen voor hen onbekende volwassenen vastzitten in overvolle en smerige cellen?
Zie antwoord vraag 2.
Wat gebeurt er met de asielprocedures van deze vluchtelingen? Hoe snel wordt bekeken in hoeverre zij in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning? Hoe lang blijven vluchtelingen gemiddeld in Griekse opvangcentra?
Zie antwoord vraag 2.
Erkent u dat Frontex mensenrechten schendt door bewust vluchtelingen onder erbarmelijke omstandigheden in detentie onder te brengen? Wat vindt u ervan dat Frontex deze procedure in stand heeft gehouden, ondanks de eerdere uitspraak van het EHRM dat mensenrechten worden geschonden in dergelijke centra?
Frontex is een agentschap van de Europese Unie dat de operationele samenwerking tussen EU-lidstaten coördineert op het gebied van het beheer van de buitengrenzen. Indien lidstaten technische en operationele bijstand nodig hebben aan de buitengrenzen, kan het agentschap hen bijstaan. Ondanks de coördinerende rol van Frontex, blijven EU-lidstaten zelf verantwoordelijk voor de bewaking van de Schengen-buitengrenzen. Dit geldt tevens voor de opvang en het in detentie zetten van illegale migranten. Frontex zelf heeft hier geen taak in en is dus niet verantwoordelijk voor eventuele slechte omstandigheden in detentiecentra.
Wat is uw reactie op de conclusie van Human Rights Watch dat de activiteiten van Frontex (nog steeds) in strijd zijn met het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie?
Alle EU-lidstaten zijn gehouden om de mensenrechten te respecteren aangezien zij alle gebonden zijn aan onder meer het Europees Verdrag voor de Rechten van de mens en het Handvest van de Grondrechten voor de Europese Unie. Als agentschap van de Europese Commissie is Frontex eveneens gebonden aan het Handvest en verplicht om fundamentele rechten te waarborgen. Grensbewaking wordt uitgevoerd conform de Schengengrenscode (Verordening 562/2006) waarin de taken en bevoegdheden van de grenswachters zijn beschreven. Zowel in de Schengengrenscode als in de Frontex-verordening wordt expliciet verwezen naar fundamentele rechten, in het bijzonder het EU-grondrechtenhandvest. Bescherming van de fundamentele rechten is tevens een belangrijk onderdeel van de opleiding die Frontex aan grenswachters biedt. Het agentschap kent daarnaast een incidentenmechanisme waarmee grenswachters incidenten kunnen melden aan Frontex en hiermee ook de overige lidstaten op de hoogte stellen van mogelijke schendingen van mensenrechten.
Naast deze reeds bestaande waarborgen, zijn in de nieuwe Frontex-verordening nieuwe maatregelen opgenomen waarmee mensenrechten verder gewaarborgd worden. Zo zal er een grondrechtenfunctionaris worden aangesteld en wordt een adviesforum ingesteld dat de uitvoerend directeur en de raad van bestuur bij zal staan op het gebied van fundamentele rechten. De grondrechtenfunctionaris zal onafhankelijk zijn in de uitvoering van zijn taken. Door regelmatig te rapporteren aan de raad van bestuur en het adviesforum draagt deze bij aan het toezicht op naleving van fundamentele rechten door Frontex. De nieuwe Frontex-verordening geeft het agentschap tevens de mogelijkheid om gezamenlijke operaties en proefprojecten stop te zetten wanneer lidstaten niet langer voldoen aan de voorwaarden voor het uitvoeren van de gezamenlijke operaties of proefprojecten.
Gezien het bovenstaande zijn er naar mijn mening voldoende maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat Frontex conform het EU-recht en internationale verdragen omtrent fundamentele rechten handelt.
Hoe denkt u over de conclusie van Human Rights Watch, waaruit blijkt dat de voorgenomen wijzigingen in de regels met betrekking tot operaties van Frontex onvoldoende zullen zijn om verdere mensenrechtenschendingen te voorkomen?
Zie antwoord vraag 6.
Welke garanties zijn er concreet gesteld om te waarborgen dat Frontex de mensenrechten naleeft? Wat zal er in de toekomst gebeuren met geluiden van mensenrechtenschendingen? Welke noodprocedure zal worden gestart om deze geluiden te kunnen bespreken?
Zie antwoord vraag 6.
Het gebruik van sociale media door gemeenten |
|
Arjan El Fassed (GL) |
|
Piet Hein Donner (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (CDA) |
|
|
|
|
Kent u het onderzoek van David Kok naar het gebruik van sociale media door gemeenten in Nederland?1
Ja, dat is mij bekend.
Klopt het dat slechts de helft van de gemeenten gebruik maakt van sociale media?
Dit blijkt uit het onderzoek van dhr. Kok, ik heb hier zelf nooit onderzoek naar laten doen.
Deelt u de mening dat gemeenten kansen laten liggen en de vele mogelijkheden van sociale netwerken teveel onbenut laten? Zo ja, kunt u dit toelichten? Zo nee, bent u bekend met de kansen en mogelijkheden van het gebruik van sociale media door overheden?
Nee, ik deel deze mening niet. Uit dit zelfde onderzoek blijkt dat 47% van de gemeenten gebruik maakt van sociale media, en 86% van de gemeenten de intentie heeft om beleid te ontwikkelen m.b.t. het gebruik van sociale media. Dit betekent dat de vele mogelijkheden en kansen die het gebruik van sociale netwerken kunnen bieden door gemeenten wel degelijk worden onderzocht en steeds meer worden benut. Overigens vergt een zinvolle inzet van sociale media een goed doordachte strategie. In de publicatie «Nieuwe media, kans voor dienstverlening en interactie»2 die het ministerie van BZK in samenwerking met o.a.. KING, ICTU en een aantal gemeenten op het congres Klantgerichte overheid op 5 oktober zal presenteren, wordt gemeenten hiertoe een handreiking geboden.
Hoe beoordeelt u de conclusie uit het onderzoek «Alleen aanwezig zijn op social media is niet genoeg»2 dat 86 procent van de gemeenten meer gebruik wil maken van sociale netwerken maar niet weet hoe ze dat moeten aanpakken? Kunt u dit toelichten?
Het zinvol gebruiken van sociale media is relatief nieuw voor gemeenten. Zij zullen hier meer ervaring mee op moeten doen, maar kunnen ook leren van de ervaringen van collega-gemeenten. Ik verwacht dan ook dat gemeenten hun gebruik van sociale media verder zullen ontwikkelen in de komende periode.
Deelt u de mening dat gemeenten het gebruik van sociale netwerken niet aandurven, omdat overheidsinstanties niet zijn gewend interactief met burgers bezig te zijn? Zo ja, hoe beoordeelt u dit? Zo nee, welke verklaring heeft u voor het feit dat slechts de helft van de gemeenten gebruik maakt van sociale media?
Nee, deze mening deel ik niet. Interactief contact met burgers is niet nieuw, gemeenten hebben al sinds jaar en dag interactief contact met hun inwoners. Sociale media zijn hiervoor niet het enige instrument.
Het bericht ‘E-aangifte ondernemers veilig ondanks DigiNotar-hack’ |
|
Helma Neppérus (VVD), Ed Groot (PvdA), Pieter Omtzigt (CDA) |
|
Frans Weekers (staatssecretaris financiën) (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het artikel «E-aangifte ondernemers veilig ondanks DigiNotar-hack»?1
De Diginotarproblematiek heeft ertoe geleid dat een andere certificaatleverancier, te weten KPN/Getronics, de desbetreffende certificaten gaat leveren. De Belastingdienst had in het weekend waarin de Diginotarproblematiek zich voordeed meteen intensief overleg met software-ontwikkelaars, koepels van fiscale dienstverleners, VNO-NCW/MKB-Nederland en ICT-office. Het overleg met de sector is de afgelopen weken voortgezet; onderwerp van deze overleggen is de operatie waarbij Diginotarcertificaten worden vervangen door KPN/Getronicscertificaten. In een van die overleggen heeft de Belastingdienst gegarandeerd dat de prijs van de certificaten van KPN/Getronics niet zal afwijken van de tot voor kort door Diginotar gehanteerde prijs.
Fiscaal dienstverleners, want daarover gaat het vooral in het kader van deze vervangingsoperatie, schaffen derhalve voor de «oude» prijs een nieuw certificaat aan dat weer voor 4 jaar geldig is. Er is dus geen sprake van verhoging van kosten en administratieve lasten. De Diginotarproblematiek maakt duidelijk dat snel overstappen naar een andere leverancier eenvoudig mogelijk moet zijn. Met beveiligingsoplossingen die voldoen aan eHerkenning voor bedrijven wordt overstappen gemakkelijker.
Klopt het dat «in overleg met de betrokken partijen – softwareleveranciers, fiscale intermediairs, VNO-NCW en de Belastingdienst – is vastgesteld dat de continuïteit van het netwerk geborgd is»?
Zie antwoord vraag 1.
Heeft het overleg tussen de betrokken partijen een gedragen conclusies opgeleverd? Kunt u die met de Kamer delen?
Zie antwoord vraag 1.
Bent u voornemens acties te ondernemen, zoals het verplicht vervangen van certificaten, die gevolgen hebben voor de lasten en de administratieve lasten van het bedrijfsleven? Zo ja, wilt u aangeven hoe hoog die lasten en administratieve lasten zijn en hoe u de lasten compenseert voor het bedrijfsleven?
Zie antwoord vraag 1.
Klopt het dat «in het overleg is vastgesteld dat de systemen waarmee ondernemers direct of via hun intermediair aangifte doen ook in deze situatie kunnen blijven functioneren»?
Deze vragen moeten op een misverstand berusten: in het ondernemersdomein komt momenteel geen sms-authenticatie voor. Deze is alleen bekend bij DigiD, niveau midden, maar die voorziening geldt slechts voor burgers.
Mogelijk wordt gedoeld op de voorgenomen afschaffing van de zogeheten BAPI-PIN-variant in het ondernemersdomein. Daarvoor verwijs ik naar de gelijktijdige beantwoording van de vragen van de leden Omtzigt, Neppérus en Groot.
Deelt u de mening dat het dus gepast is alle BAPI-kanalen en FOS-kanalen2 in de huidige vorm te handhaven?
Zie antwoord vraag 5.
Het beperken van magnetische velden rond bestaande hoogspanningstracés |
|
Paulus Jansen |
|
Maxime Verhagen (minister economische zaken, viceminister-president ) (CDA) |
|
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Kema: minder magnetische straling door stoelendans in stroomnet»?1 Kloppen de beschreven feiten?
Ja, ik heb kennis genomen van het artikel. In het KEMA-rapport wordt verslag gedaan van diverse metingen voor en na fasedraaiing, ook wel aangeduid als het optimaliseren van de klokgetallen. Ik heb geen aanleiding te veronderstellen dat de beschreven feiten in het rapport onjuist zouden zijn.
Is de door Stedin bij Veenendaal beproefde techniek breder inzetbaar? Zo ja, voor welk deel van het hoogspanningsnet?
Het is een bekende techniek, die ook aan de orde kwam bij de vaststelling van het in 2005 door het toenmalige Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer uitgebrachte beleidsadvies inzake de blootstelling aan magnetische velden. Vanaf die tijd wordt aan provincies, gemeenten en netbeheerders geadviseerd om bij de vaststelling van streek- en bestemmingsplannen, dan wel bij wijziging in bestaande plannen of van bestaande hoogspanningslijnen, zoveel als redelijkerwijs mogelijk is te vermijden dat nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla. Aan dit advies is zorgvuldig onderzoek voorafgegaan, o.a. ook naar mogelijke maatregelen om magneetveldzones van bovengrondse hoogspanningslijnen te versmallen. In rapporten van KEMA en RIVM2 zijn verschillende opties vastgelegd, waaronder ook fasedraaiing. Na fasedraaiing compenseren de door de hoogspanningslijn opgewekte magneetvelden elkaar maximaal. Deze techniek vergt afhankelijk van de netsituatie meer of minder aanpassingen, maar is in beginsel voor alle bovengrondse hoogspanningslijnen in Nederland toepasbaar; voor een deel van het net heeft optimalisatie al plaatsgevonden.
Wat zijn de kosten om fasedraaiing bij bestaande tracés te implementeren?
In deel 4 van de hierboven genoemde KEMA- en RIVM-rapporten zijn kengetallen aangegeven voor de kosten die gemoeid zijn met fasedraaiing. Deze bedragen per lijnstuk (mast tot mast): voor 380 kV 1 miljoen euro; voor 220 kV 0,9 miljoen euro, voor 150 kV 0,8 miljoen euro; voor 110 kV 0,7 miljoen euro, voor combilijnen 1,3 miljoen euro en voor 50 kV 0,33 miljoen euro.
Onderschrijft u dat deze techniek interessant kan zijn om de belasting door elektromagnetische velden tegen beperkte kosten aanzienlijk te reduceren? Zo ja, bent u bereid om met de netbeheerders te overleggen over een effectieve aanpak en de Kamer te berichten over de conclusies van dit overleg?
Ik zie op dit moment geen reden om de techniek van fasedraaiing toe te passen en dit netbeheerders voor te schrijven. Zoals ik ook heb aangegeven in mijn brief van 8 juni 2011 inzake uitkoop en verkabeling, die van de zijde van de Kamer wordt gesteund, is er geen sprake van veiligheids- en gezondheidsaspecten die het wonen in de nabijheid van hoogspanningslijnen zouden beperken. Wel heb ik in die brief aangegeven dat de ervaring leert dat mensen niet graag in de buurt van een hoogspanningsverbinding wonen, en dat ik voor mensen die erg dichtbij een hoogspanningsverbinding wonen en dit ervaren als een grote vermindering van het woongenot een oplossing zal verkennen. Aan het eind van dit jaar zal ik uw Kamer hier nader over informeren.