Het schenden van mensenrechten in Brazilië in de aanloop naar de Olympische Spelen |
|
Michiel van Nispen (SP), Harry van Bommel |
|
Edith Schippers (minister volksgezondheid, welzijn en sport) (VVD), Bert Koenders (minister buitenlandse zaken) (PvdA) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het bericht «Bruut politiegeweld in Olympisch Brazilië» van Amnesty International? Wat is uw reactie hierop?1
Ja. Zie verder het antwoord op vraag 2.
Deelt u de zorgen over het buitensporige politiegeweld in Brazilië? Deelt u de vaststelling dat er van de beloftes, gedaan rondom de toewijzing van de Olympische Spelen aan Rio de Janeiro, om extra maatregelen te nemen om de stad veiliger te maken niets terecht is gekomen? Wat is hierop uw reactie?
Het geweld in de grote steden van Brazilië baart het kabinet zorgen. Zo werden er in 2014 volgens het Braziliaanse Ministerie van Gezondheid 59.627 moorden in Brazilië gepleegd, voornamelijk in steden. Van de twintig meest gewelddadige steden ter wereld liggen er dertien in Brazilië, dus deze problematiek strekt veel verder dan alleen Rio de Janeiro, dat vanwege de a.s. Olympische Spelen uiteraard volop in de belangstelling staat. Bedacht dient te worden dat er, alleen al in de stad Rio de Janeiro, meer dan 1,5 miljoen mensen in 763 favela’s (sloppenwijken) wonen, en geweld in de favela’s gerelateerd is aan sociaaleconomische problemen.
In aanvulling op het pacificatiebeleid in de stad Rio de Janeiro, gericht op het terugdringen van drugscriminaliteit en misdaad in de favela’s, is in de aanloop naar het WK2014 en de OS2016 de aanwezigheid van politie, en op sommige locaties ook het leger, tijdelijk uitgebreid. De huidige economische teruggang heeft een negatief effect op de situatie, vooral ook omdat door teruglopende overheidsbudgetten veel sociale programma’s van de regering gekort zijn. Op veel locaties in Rio de Janeiro is de strijd tussen drugsbaronnen om macht en invloed verder opgelaaid. Nadat het aantal moorden in de afgelopen jaren dalende was, is helaas het aantal moorden in 2016 weer aan het stijgen, veelal vanwege drugsoorlogen om territorium tussen bendes, en tussen bendes en de politie.
Tijdens officiële ontmoetingen tussen Nederland en Brazilië worden bovenstaande zorgen opgebracht.
Deelt u eveneens de zorgen over het feit dat het politiegeweld toenam ten tijde van het vorige grote sportevenement, het WK voetbal in 2014, alsmede over het feit dat recent wetten zijn aangenomen die het recht op vreedzame protesten en vrije meningsuiting inperken?
Voorafgaand aan het WK2014 heeft, vanwege ontruimingen van sloppenwijken, een aantal gewelddadige confrontaties plaatsgevonden tussen politie en bewoners. Tijdens het WK zelf is echter geen sprake van gewelddadigheden geweest. Voorafgaand aan de Olympische Spelen van dit jaar is er weinig geweld geweest dat gerelateerd was aan de bouw van Olympische stadions e.d. Het geweld dat plaatsvindt, is geweld dat al sinds jaren in de favela’s voorkomt en nu weer oplaait. Dit baart zorgen. De anti-terrorismewetgeving die in de eerste helft van dit jaar in Brazilië werd goedgekeurd, geeft brede bevoegdheden aan autoriteiten voor mogelijke restrictie van fundamentele vrijheden. Nederland deelt het commentaar dat verschillende Speciale Rapporteurs van de VN Mensenrechtenraad op deze wetgeving hebben geuit. Indien toepassing van deze wet inderdaad leidt tot inperking van het recht op vreedzame protesten of vrijheid van meningsuiting, zal Nederland zijn zorg hierover uiten aan de Braziliaanse autoriteiten.
Bent u bereid uw zorgen hierover uit te drukken, al dan niet gezamenlijk met andere collega’s uit EU-lidstaten, bij het Olympisch Comité en de Braziliaanse autoriteiten, en aandacht te vragen voor het treffen van maatregelen die het risico op schendingen van mensenrechten kunnen beperken, en het instellen van verantwoordingsmechanismen om straffeloosheid te voorkomen? Zo niet, waarom niet?
De mensenrechtensituatie in Brazilië, waaronder de kwestie van politiegeweld, is vast onderwerp van gesprek tijdens de reguliere dialogen, waaronder de EU-Brazilië mensenrechtendialoog, en zal ook door Nederland worden aangekaart tijdens bilaterale politieke dialogen op alle relevante niveaus. Op lokaal niveau in de contacten van het Nederlandse Consulaat-General in Rio de Janeiro met verantwoordelijke autoriteiten, waaronder de federale politie en de deelstaatregering, wordt regelmatig gesproken over de veiligheidssituatie in Rio de Janeiro. In de aanloop naar de Olympische Spelen zijn deze contacten geïntensiveerd. De kwestie van disproportioneel politiegeweld wordt daarbij aan de orde gesteld. Zie verder het antwoord op vraag 2.
Daarnaast heeft het kabinet zich tijdens het Nederlands Voorzitterschap van de Europese Unie gericht op de versterking van de integriteit binnen de sport. Tijdens de Onderwijs-, Jeugd-, Cultuur- en Sportraad (OJCS-Raad) zijn Raadsconclusies vastgesteld over integere en transparante toewijzing, uitvoering en verantwoording van grote sportevenementen met aanbevelingen aan lidstaten, Europese Commissie, lokale overheden en sportorganisaties voor het bevorderen van integriteit waaronder aandacht voor mensenrechten2.
De mogelijkheid om op termijn de Grand Prix naar Nederland te halen |
|
Rudmer Heerema (VVD) |
|
Edith Schippers (minister volksgezondheid, welzijn en sport) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Grand Prix in 2020 haalbaar»?1
Ja
Wat zou u er van vinden als de Grand Prix in 2020 in Nederland zou plaatsvinden? Kunt u aangeven wat er vanuit de overheid en vanuit de sport nodig is om de Grand Prix Formule 1 in Nederland te kunnen laten plaatsvinden?
De Grand Prix is een mooi evenement waar miljoenen mensen verspreid over de hele wereld naar kijken.
In algemene zin sta ik positief tegenover het naar Nederland halen van toonaangevende internationale sportevenementen. Daarvoor heeft VWS ook een beleidskader sportevenementen. Het is nog te vroeg om een uitspraak te doen over het naar Nederland halen van de Grand Prix.
Het initiatief hiertoe ligt niet bij de rijksoverheid, maar bij de autosport, het bedrijfsleven en de lokale overheid. Daar zal ook de vraag naar de financiële en organisatorische haalbaarheid van het evenement gesteld moeten worden. Ik wil eerst de uitkomsten van de businesscase van de initiatiefnemers afwachten.
Deelt u de visie dat de door u opgerichte sportraad als onderdeel van haar taak zou moeten onderzoeken of het organiseren van de Grand Prix Formule 1 haalbaar is en hoe dit, bijvoorbeeld via een consortium, vormgegeven zou kunnen worden?
Zoals ik bij mijn antwoord op vraag 2 heb aangegeven, ligt het initiatief voor de businesscase bij de initiatiefnemers en niet bij de rijksoverheid. Ik kan mij goed voorstellen dat ik tegen de tijd dat de uitkomsten van de businesscase beschikbaar zijn (eind 2016) de Sportraad om advies vraag.
Heeft u reeds kennis van de kansen die grote sportevenementen kunnen bieden voor handelsmissies en organisaties van festivals en side events? Wisselt u hier ook gegevens over uit met de Minister van Economische Zaken?
Primair is het Ministerie van Buitenlandse Zaken verantwoordelijk voor de economische (en maatschappelijke) spin-off van internationale sportevenementen in het buitenland. In aanloop naar de Olympische Spelen, maar ook bijvoorbeeld bij een WK Voetbal, werkt het ministerie hierbij samen met het betrokken bedrijfsleven (sportinfrastructuur) en sportorganisaties (NOC*NSF en KNVB). Voor de Olympische Spelen in Rio is specifiek gewerkt aan de positionering van het Nederlands bedrijfsleven bij sociale projecten over een gemeenschappelijk thema «duurzaamheid, milieu, voedsel(zekerheid)». Maar ook in handelsmissies is aandacht voor sport en sportinfrastructuur. Voorbeelden zijn de missie naar Cuba in januari jl. met het Nederlands honkbalteam (Team Kingdom of the Netherlands), Feyenoord en FME/Dutch Sports Infrastructure voor samenwerking op sportgebied. Verder de missie naar Japan in november 2015 waarin «smart olympics» en «sport & science» thema’s waren. In aanloop naar de Olympische Spelen van 2020 in Japan zijn er voor Nederlandse bedrijven veel mogelijkheden voor samenwerking op dit vlak. Ik ben voornemens om in oktober aanstaande een sportbedrijven-missie naar Japan te leiden.
Ik zie ook kansen voor inkomende handelsmissies in aanloop naar en rondom internationale sportevenementen die in Nederland plaatsvinden. Hierbij is samenwerking met het postennet, RVO en het Ministerie van Buitenlandse Zaken van belang. Ik heb de Nederlandse Sportraad ingesteld o.a. om advies te geven over sportevenementen als springplank voor internationale handel.
Bent u bereid om de sportraad te vragen om te onderzoeken of en hoe de Grand Prix Formule 1 naar Nederland gehaald kan worden, en kunt u aangeven op welke termijn een dergelijk advies verwacht kan worden?
Zie mijn antwoord op vraag 3.
Kunt u deze vragen voor het algemeen overleg Sportbeleid op 30 juni a.s. beantwoorden?
Ja, dat kan ik.
Sport en bewegen voor cliënten in de opvang |
|
Tjeerd van Dekken (PvdA) |
|
Edith Schippers (minister volksgezondheid, welzijn en sport) (VVD) |
|
|
|
|
In hoeverre acht u sport- en beweegmogelijkheden voor cliënten in de opvang van belang? Kunt u uw antwoord toelichten?
Ik vind sport- en beweegmogelijkheden voor kwetsbare groepen belangrijk. Het programma Sport en bewegen in de buurt is voor iedereen in Nederland. Ook voor cliënten van de maatschappelijke opvang. Specifiek voor deze doelgroep is financiering beschikbaar gesteld voor twee langdurige projecten van de Federatie Opvang die expliciet beogen sporten en bewegen voor cliënten in de maatschappelijke opvang onderdeel te laten zijn van het opvangtraject. Het tweede project loopt nog tot december 2016. In het antwoord op vraag 3 beschrijf ik de geboekte resultaten.
Daarnaast heb ik voor verschillende kwetsbare doelgroepen middelen beschikbaar gesteld:
Ook voor vluchtelingen in COA locaties levert sport en bewegen een positieve bijdrage. Er zijn verschillende goede initiatieven door onder andere COA gestart om sporten en bewegen in COA locaties mogelijk te maken. Zo heeft COA op elke locatie een beweegcoach aangesteld. NOC*NSF is in samenwerking met gemeenten, COA en Vluchtelingenwerk aan het onderzoeken hoe vluchtelingen beter begeleid kunnen worden naar de sportvereniging. Dit kan zijn om daar zelf actief te sporten, maar ook om vrijwilligerswerk te doen binnen de sportvereniging.
Vanuit het beleid van VWS kan het programma Sport en bewegen in de buurt voor deze doelgroep worden ingezet. Dit gebeurt bijvoorbeeld in de gemeente Amersfoort waar buurtsportcoaches activiteiten organiseren voor vluchtelingen. Gemeenten bepalen echter zelf of zij de buurtsportcoach hiervoor inzetten, dit op basis van de behoefte in de gemeente.
Wat zijn uw inspanningen en geboekte resultaten voor beweegmogelijkheden voor de meest kwetsbaren, specifiek voor cliënten in de opvang? In hoeverre vindt u voldoende beweegmogelijkheden voor kwetsbare groepen in bijvoorbeeld COA-locaties (COA= Centraal Orgaan opvang asielzoekers) van even groot belang als beweegmogelijkheden voor mensen in de opvang? Op welke wijze draagt u dat uit met uw beleid en financiering van initiatieven? Hoe zorgt u voor voldoende beweegmogelijkheden voor kwetsbare groepen in maatschappelijke opvanglocaties?
Zie antwoord vraag 1.
In hoeverre bent u tevreden over de resultaten die het programma Meedoen tot dusver heeft bereikt voor sport- en beweegmogelijkheden in de opvang?1
Van 2010 tot en met 2013 heeft het programma Meedoen! Sport en Bewegen plaatsgevonden. Dit programma kende verschillende resultaten. Er heeft deskundigheidsbevordering van professionals in de opvang plaatsgevonden op het gebied van sport en begeleiding, er is op basis van vijf pilots een digitale toolkit ontwikkeld met materialen die als handvat kunnen dienen voor het inzetten van sport en bewegen voor cliënten in de opvang. Naast lokale activiteiten zijn ook drie grote landelijke evenementen georganiseerd in 2010, 2011 en 2012 met sporttoernooien en -clinics.
Het succes van dit eerste programma heeft geleid tot het nieuwe programma Meedoen in beweging 2013–2016. Dit programma loopt nog tot eind 2016. Een aantal belangrijke resultaten binnen dit programma zijn al behaald. Er is voor professionals een module meedoen ontwikkeld gericht op activering en participatie in combinatie met sport, met als doel dit element nog meer te borgen in de begeleiding van cliënten in de opvang. Tevens zijn twee best practices aangaande participatie, gezonde leefstijl en zingeving en participatie en zingeving beschreven. Ten slotte is ook in dit programma tot nu toe drie keer de succesvolle landelijke Meedoen-dag georganiseerd, waarin 1000 deelnemers uit het hele land actief met sport, bewegen en creatieve activiteiten aan de slag gaan. Dit zijn resultaten waar ik zeer tevreden over ben. Er is zichtbaar meer aandacht voor het activeren en laten deelnemen van cliënten uit de opvang aan het gewone dagelijks leven, door middel van sport.
Bent u bereid om het programma Meedoen ook de komende jaren te continueren? Zo ja, hoe gaat u dat doen? Zo nee, waarom niet en waaruit blijkt dat sport en bewegen in de opvang voldoende is ingebed in het begeleidingsaanbod om geboekte resultaten van Meedoen te behouden en uit te bouwen?
Zoals beschreven in het antwoord op de vragen twee en drie zijn twee langdurige trajecten gefinancierd die gericht waren op het inbedden van sporten en bewegen in de maatschappelijke opvang. De beoogde resultaten van deze projecten zijn of zullen volgens een recente verlengingsaanvraag van Federatie Opvang nog worden behaald. Er is kennis beschikbaar gesteld door middel van onder andere opleidingsmodules, trainingen en toolkits en relevante netwerken zijn opgebouwd. Hiermee is een impuls gegeven aan kennis en aandacht voor (onder andere) sporten binnen de sector maatschappelijke opvang. Het is nu aan gemeenten en instellingen om deze kennis en de opgebouwde netwerken te blijven benutten. Tevens kan het programma Sport en bewegen in de buurt mogelijkheden bieden voor cliënten in de maatschappelijk opvang. Zoals toegezegd in het AO sport van 30 juni jongstleden heb ik op uw verzoek gesproken met de Staatssecretaris om te bezien of sport en bewegen is ingebed. Hieruit volgt dat wij met de Federatie Opvang in overleg zullen gaan over slimme samenwerking en relevante initiatieven die behulpzaam kunnen zijn om deze resultaten vast te houden. Het reeds gevoerde gesprek in dit kader, zal op korte termijn worden voortgezet.
Matchfixing en georganiseerde criminaliteit |
|
Tjeerd van Dekken (PvdA) |
|
Ard van der Steur (minister justitie en veiligheid) (VVD), Edith Schippers (minister volksgezondheid, welzijn en sport) (VVD) |
|
|
|
|
Kent u het bericht «Georganiseerde misdaad steeds vaker in matchfixing»?1
Ja.
Deelt u de conclusie van Europol dat «de georganiseerde misdaad steeds vaker betrokken (is) bij het manipuleren van voetbalwedstrijden»? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Uit informatie van politie en het Openbaar Ministerie (OM) blijkt dat fraude in de sport om internationale, grensoverschrijdende en georganiseerde criminaliteit kan gaan. Internationale samenwerking is daarom essentieel om fraude in de sport aan te pakken. In het nieuwe Nationaal Dreigingsbeeld Georganiseerde criminaliteit (dat medio 2017 zal verschijnen) zal matchfixing als apart deelonderwerp worden belicht. Dan zal naar verwachting meer duidelijkheid ontstaan over dit fenomeen in Nederland en de mate waarin er verbindingen zijn te leggen met georganiseerde criminaliteit.
Beschikt u ook over informatie waaruit blijkt dat «criminele syndicaten vaker inkomsten uit drugshandel of prostitutie in(zetten) op de internationale gokmarkt»? Zo ja, waaruit bestaat die informatie? Zo nee, blijkt uit Nederlands onderzoek dat er geen sprake is van deze praktijken in Nederland of is er geen onderzoek gedaan?
Zie antwoord vraag 2.
Deelt u de mening dat «matchfixing meer prioriteit (moet) krijgen bij justitie en politie» en dat «de informatie-uitwisseling tussen landen beter» kan?
Matchfixing heeft prioriteit van politie en OM. Ik verwijs u naar het verslag van de rondetafelbijeenkomst van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 15 februari 2016. In aanvulling daarop kan ik u nog melden dat op Europees niveau een aantal activiteiten plaatsvindt. Zo neemt Nederland deel aan de EU-expertgroep matchfixing. In deze expertgroep wordt beleidsinformatie gedeeld en worden goede voorbeelden van de aanpak van matchfixing en ervaringen uitgewisseld. Daarnaast vinden bilaterale contacten plaats tussen de verschillende stakeholders op het terrein van sport, kansspelen en opsporing en vervolging.
Verder is de Europese Unie voornemens om samen met de lidstaten toe te treden tot het Verdrag van de Raad van Europa inzake matchfixing. De onderhandelingen hierover in EU-kader zijn nog niet afgerond.
Deelt u de mening van de in het bericht genoemde specialist van Europol en hoofdcommissaris van een in matchfixing gespecialiseerde Duitse politie-eenheid «dat er jaarlijks honderden wedstrijden worden gefixt door criminele organisaties» en dat matchfixing als georganiseerde misdaad moet worden gezien en niet (alleen) als een integriteitskwestie? Zo nee, waarom niet?
Een belangrijke conclusie uit het onderzoek van de Universiteit van Tilburg, de Vrije Universiteit en Ernst & Young naar de aard en omvang van matchfixing in Nederland2 (2013) was dat matchfixing in Nederland voorkomt, maar dat er geen aanleiding is te veronderstellen dat wedstrijden op grote schaal worden gemanipuleerd of hele competities gecorrumpeerd zijn.
Ik verwijs u verder naar het antwoord op vraag 2 en 3.
Deelt u de mening van de genoemde Duitse hoofdcommissaris dat er veel is misgegaan in de zaak rond Rode Paul op het gebied van informatie-uitwisseling met het Nederlandse Openbaar (hierna: OM)? Zo ja, waarom is dat misgegaan en wat is er misgegaan? Wat gaat u doen om herhaling te voorkomen? Deelt u mening van het Nederlandse OM dat dit niet meer kan gebeuren? Zo nee, waarom deelt u die mening niet?.
Het OM heeft over deze zaak altijd contact onderhouden met de Duitse collega’s en heeft dit contact met de Duitse collega’s altijd serieus genomen. Vanaf 2013 is het Functioneel Parket het OM-onderdeel dat zich bezighoudt met het bestrijden van fraude in de sport, dat contact onderhoudt met de Duitse collega’s over de zaak en dat alle signalen die aan Nederland zijn verstrekt heeft beoordeeld. Het meermalen opvragen in het verleden door verschillende opsporings- dan wel vervolgingsdiensten van dezelfde dossierstukken bij de Duitse collega’s is inderdaad niet efficiënt geweest.
Waarom is er niets gedaan met het feit dat liefst driemaal informatie is verstrekt aan Nederland en dat de verschillende parketten er niets mee deden, dit ook in relatie tot de Bochum-tape?
Zie antwoord vraag 6.
Deelt u de mening van het OM dat matchfixing in internationaal verband veel breder aangepakt zou moeten worden? Zo ja, hoe gaat u hier gevolg aan geven? Zo nee, waarom niet?
Ja. Ik verwijs u naar mijn antwoord op vraag 4.
Waarom noemt het OM matchfixing symptoombestrijding terwijl de bestrijding van matchfixing vanaf 2013 prioriteit zou zijn?
Het OM neemt het bestrijden van matchfixing serieus en geeft hier prioriteit aan. Het enkel uitoefenen van repressie door middel van het strafrecht of tuchtrecht is niet voldoende om de problematiek aan te pakken; er dient ook op preventie te worden ingezet. Dat is ook de reden dat de bestrijding van matchfixing en aanverwante risico’s in breder verband geschiedt.
Schelden bij jeugdvoetbal |
|
Tjeerd van Dekken (PvdA) |
|
Ard van der Steur (minister justitie en veiligheid) (VVD), Edith Schippers (minister volksgezondheid, welzijn en sport) (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het bericht «Schelden bij jeugdvoetbal aan orde van de dag»?1
Ja.
Wat vindt u ervan dat 4 op de 5 jeugdige voetballertjes negatief gedrag meemaakt langs het voetbalveld, waaronder agressieve aanmoedigingen, scheldpartijen en zelfs geweld en discriminatie? Deelt u de mening dat negatief gedrag op korte termijn van de Nederlandse velden moet verdwijnen? Hoe ziet de ideale sport- en spelbeleving er in uw optiek uit voor jeugdige sportertjes. en hoe richt uw beleid zich hierop?
Ik vind het heel belangrijk dat iedereen kan sporten en bewegen in de buurt, ongeacht leeftijd, beperking of achtergrond. Een veilig en plezierig sportklimaat is hierbij een essentiële randvoorwaarde. Ik vind het dan ook zeer belangrijk dat kinderen met plezier kunnen sporten zodat zij een goede basis mee krijgen om een leven lang te sporten en bewegen.
In de afgelopen jaren hebben ruim 6.000 verenigingen actief gewerkt aan een veiliger sportklimaat. Trainers, coaches, teambegeleiders en scheidsrechters zijn geschoold in hun vaardigheden om een sociaal, veilig en plezierig sportklimaat te creëren. Er is hiervoor een goede opleidingsstructuur levert een belangrijke bijdrage aan een veilige en sterke verenigingscultuur.
Er is een beweging in gang gezet die de sport plezieriger en veiliger maakt voor iedereen. Maar het verbeteren van het sportklimaat is iets van de lange adem, we zijn er nog niet.
Om die reden heb ik dan ook het actieplan «Naar een Veiliger Sportklimaat» met twee jaar verlengd. In deze jaren zal veel dat in de afgelopen jaren is gedaan worden voortgezet. Op twee terreinen wordt het actieplan geïntensiveerd omdat wij zien dat hier de uitdaging ligt. Dit zijn de ondersteuning van zwakke verenigingen, waar de KNVB een actieve en grote rol in heeft, en de ondersteuning van de vele bestuurders die de spil zijn in hun vereniging.
Wat zijn de concrete resultaten van het voorkomen van negatief gedrag van het Programma Naar een veiliger sportklimaat, en wat zijn de ambities van het vervolgprogramma? Op welke wijze dragen de KNVB, verenigingen en vrijwilligers bij aan de invulling van het vervolgprogramma?
Zie antwoord vraag 2.
Hoe kan het dat, ondanks inspanningen van het Programma Naar een veiliger sportklimaat, negatief gedrag voor jeugdige voetballertjes nog steeds aan de orde van de dag is bij 4 op de 5 voetballertjes?
Zie antwoord vraag 2.
In hoeverre deelt u de stelling van de onderzoekers dat het weren van schreeuwende ouders en begeleiders effectiever is bij het uitbannen van negatief gedrag dan het spelen zonder scheidsrechter? Waarom wel? Waarom niet? Wat wordt uw beleid aangaande deze interventies?
Het is belangrijk dat iedereen op een plezierige en sportieve manier kan sporten. Het fair play voetbal is een voetbalinitiatief voor F-pupillen, waarbij plezier en sportiviteit centraal staat. De KNVB is sinds twee jaar bezig met dit traject. Ze hebben de fair play competitie naar Duits voorbeeld ingericht. De eerste resultaten en reacties van betrokkenen zijn positief. De KNVB bekijkt en onderzoekt stap voor stap wat de nieuwe voetbalvormen betekenen voor de ontwikkeling van jonge voetballers. Hierbij wordt gekeken naar de optimale sportbeleving en voetbalomgeving voor het kind.
Bij de doorontwikkeling van de fairplay competities wordt de KNVB al vanuit het actieplan «Naar een Veiliger Sportklimaat» ondersteund. Het is aan de sport zelf om te bepalen of een fair play competitie in deze uitvoering past binnen andere leeftijdscategorieën of andere sporten.
Wat moet er volgens u gebeuren om negatief gedrag langs de sportvelden volledig uit te bannen? Deelt u de mening dat verenigingen nieuwe spelertjes beter moeten begeleiden in het leren van regels, wederzijds respect en normen en waarden? Wat onderneemt u om hieraan bij te dragen? Op welke manier faciliteert u vrijwilligers van verenigingen, en waaruit blijkt dat dit voldoende is? Wanneer verwacht u positieve effecten van uw beleid?
Ieder weekend genieten miljoenen Nederlanders actief en passief van sport. Daarbij is een sportieve en respectvolle wedstrijdbeleving van belang. Vanaf de B junioren hebben 11 sportbonden het spelregelbewijs ingevoerd. Een spelregelbewijs voor alle jeugdspelers in Nederland heeft een zeer positief effect. Het kennen van de regels zorgt voor een sportiever spel.
Ik zie dat de verenigingen en vrijwilligers die hebben deelgenomen aan één of meerdere cursussen van het actieplan zich beter staande weten te houden. Trainers, coaches en teamleiders krijgen workshops, trainingen en hulpmiddelen aangeboden die hen helpen een sportklimaat te creëren waarin sportiviteit en respect centraal staan. Een groot aantal sportbonden heeft deze inzichten opgenomen in haar opleidingen voor de nieuwe generatie trainers en coaches. Ook worden nu inspanningen gedaan om de Sportopleidingen op HBO- en MBO-niveau te verijken met de kennis en inzichten die de laatste jaren zijn opgedaan.
Wilt u bovenstaande vragen vóór het Algemeen overleg Sportbeleid voorzien op 30 juni 2016 beantwoorden?
Ja.
De toegankelijkheid van grote sportevenementen op TV |
|
Jasper van Dijk , Mohammed Mohandis (PvdA) |
|
Sander Dekker (staatssecretaris onderwijs, cultuur en wetenschap) (VVD) |
|
|
|
|
Wat is uw oordeel over het bericht over Formule 1 via abonneezender Ziggo Sport?1
Deelt u de mening dat grote sportevenementen via het open net moeten kunnen worden uitgezonden? Zo nee, waarom niet?
Wilt u bekijken of sportevenementen die op een breed publiek kunnen rekenen of een maatschappelijk belang dienen, op de evenementenlijst kunnen worden geplaatst, zodat deze voor een breder publiek toegankelijk worden? Zo nee, waarom niet?
Matchfixing in het tennis |
|
Tjeerd van Dekken (PvdA) |
|
Ard van der Steur (minister justitie en veiligheid) (VVD), Edith Schippers (minister volksgezondheid, welzijn en sport) (VVD) |
|
|
|
|
Kent u het bericht «Nederlands tennis in de greep van omkoping»?1
Ja.
Deelt u de mening dat uit het onderzoek van het AD blijkt dat matchfixing in het professionele tennis veel vaker voor komt dan tot nu toe bekend was? Zo ja, baart u dat zorgen en welke conclusies verbindt u daaraan? Zo nee, waarom deelt u die mening niet?
Het onderzoek van het AD past in een reeks van recente signalen die bevestigen dat matchfixing voor de tennissport een bedreiging vormt. Alleen als alle betrokken partijen prioriteit geven aan de bestrijding van matchfixing kan dit gevaar effectief worden bestreden. Gezien het grensoverschrijdende karakter van matchfixing is goede samenwerking binnen het nationale platform matchfixing, waar verschillende partners bijeenkomen om de aanpak van matchfixing te bevorderen, en met buitenlandse autoriteiten cruciaal.
Was er sprake van poging(en) tot matchfixing met betrekking tot tenniswedstrijden die in Nederland gespeeld zijn?
Er is bij verschillende wedstrijden op Nederlandse bodem melding gemaakt van afwijkende gokpatronen. Deze signalen worden door de Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond (KNLTB) consequent gedeeld met de Tennis Integrity Unit Unit (TIU), de internationale opsporingsinstantie van de International Tennis Federation (ITF) en binnen het signalenoverleg2. Verder onderzoek moet uitwijzen of in deze gevallen sprake is geweest van (poging tot) matchfixing of dat er andere verklaringen zijn voor het afwijkende gokgedrag. De onderzoekende instanties (TIU / Openbaar Ministerie) doen geen uitspraken over de status van deze onderzoeken.
Is een poging tot matchfixing in Nederland strafbaar? Zo ja, op grond waarvan? Zo nee, waarom niet?
Als meldingen over (een poging tot) matchfixing aanknopingspunten opleveren voor opsporingsonderzoek naar mogelijke overtreding van artikel 328ter (omkoping) en/of artikel 326 (oplichting) en/of artikel 420bis (witwassen) van het Wetboek van Strafrecht, dan kan het Openbaar Ministerie daar gevolg aan geven.
Hebben de KNLTB of individuele tennissers aangifte gedaan wegens poging tot matchfixing? Zo ja, in hoeveel gevallen en wat is de stand van zaken met betrekking tot deze aangift(en)?
De KNLTB heeft geen aangifte gedaan wegens poging tot matchfixing omdat onbekend is welke spelers concreet zijn benaderd door fixers.
In het AD artikel worden deze spelers niet bij naam genoemd, navraag bij de journalist heeft geen duidelijkheid opgeleverd over de identiteit van deze spelers. In het artikel wordt verder beschreven dat de meeste tennissers het in de praktijk achterwege laten om benadering door fixers te melden. Daarom heeft de tennisbond naar aanleiding van het artikel met behulp van de TIU contact gezocht met alle spelers die hebben meegewerkt aan het AD onderzoek om ze (nogmaals) te wijzen op hun meldplicht. De afgelopen maanden is de voorlichting aan spelers verder geïntensiveerd om de bewustwording en meldingsbereidheid te vergroten.
Lopen er andere strafrechtelijke onderzoeken naar matchfixing in het tennis? Zo ja, wat is de stand van zaken van die onderzoeken?
Het Openbaar Ministerie doet geen mededeling over waar het wel of geen onderzoek naar doet. Mogelijke belangen van opsporing, vervolging en privacy liggen hieraan ten grondslag.
Het bericht dat de Dopingautoriteit opheldering wil van NOC*NSF over bloedtesten |
|
Tjeerd van Dekken (PvdA) |
|
Edith Schippers (minister volksgezondheid, welzijn en sport) (VVD) |
|
|
|
|
Kent u het bericht «Dopingautoriteit wil opheldering van NOC*NSF over bloedtesten»?1
Ja.
Deelt u de mening dat bij NOC*NSF het belang van een dopingvrije sport voorop zou moeten staan, ook als het gaat om gezondheidsonderzoeken bij sporters? Zo ja, dient het monitoringprogramma van NOC*NSF dat belang en zo ja, waaruit blijkt dat? Zo nee, waarom niet?
NOC*NSF streeft naar en hecht groot belang aan een dopingvrije sport. Het sportmedisch onderzoek is echter niet gericht op het opsporen van dopinggebruik en is daar ook niet geschikt voor. Het sportmedisch onderzoek heeft als doel de medische begeleiding van sporters en is derhalve gericht op hun gezondheid.
De onafhankelijke en strak geprotocolleerde dopingcontroles van de Dopingautoriteit zijn gericht op het opsporen van dopinggebruik.
Kunnen medische gegevens die met het monitoringprogramma verzameld worden, waaronder gegevens uit bloedonderzoek, ook gebruikt worden voor het opsporen van doping? Zo ja, doet NOC*NSF dat ook? En zo ja, moet NOC*NSF op grond van wet- of regelgeving eventuele gegevens over dopinggebruik delen met de Nederlandse Dopingautoriteit? Zo nee, waarom niet?
Er is geconstateerd dat een deel van de medische gegevens die worden verzameld bij de sportmedische begeleiding van sporters zou kunnen bijdragen aan het opsporen van dopinggebruik. Het opsporen van dopinggebruik is echter niet het doel van de sportmedische begeleiding van sporters en NOC*NSF gebruikt de gegevens daar dan ook niet voor.
Er is geen wetgeving die NOC*NSF verplicht verzamelde gegevens die kunnen wijzen op dopinggebruik te delen met de Dopingautoriteit. Het Nationaal Dopingreglement verplicht sportbonden informatie over (mogelijk) dopinggebruik te delen met de Dopingautoriteit. Hoewel het in de geest van het reglement zou zijn als NOC*NSF ook dit soort gegevens zou delen, is zij daar echter niet toe verplicht omdat zij geen partij is bij het Nationaal Dopingreglement.
NOC*NSF en de Dopingautoriteit gaan in overleg om te bepalen waar de sportmedische begeleiding van sporters mogelijk raakt aan het opsporen van dopinggebruik. Op basis daarvan zullen zij afspraken maken hoe met deze gegevens zal worden omgegaan, waarbij eventuele verstrekking van gegevens uiteraard moet plaatsvinden binnen de kaders van de van toepassing zijnde wet- en regelgeving.
Gebruikt NOC*NSF de bloedgegevens voor het berekenen van de zogenaamde off-score? Zo ja, kan die score gebruikt worden als aanwijzing voor epo of een bloedtransfusie? Zo ja, waar kan die score nog meer gebruikt voor worden?
Ja, de zogenaamde off-score staat op de lijst met gegevens die worden verzameld met het eenmalige bloedonderzoek dat onderdeel is van het sportmedisch onderzoek. De off-score is één van de parameters die gebruikt zouden kunnen worden om de effecten van een hoogtestage te bepalen. De score kan ook een aanwijzing zijn voor epo of een bloedtransfusie.
Deelt u de mening van de chef-arts van NOC*NSF dat de gegevens die met het monitoringprogramma zijn verkregen onder het medisch beroepsgeheim vallen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Het medisch beroepsgeheim is een geheimhoudingsplicht voor hulpverleners en houdt in dat zij geen gegevens van een patiënt aan anderen mogen verstrekken zonder toestemming van de patiënt. Deze geheimhoudingsplicht geldt ook voor de hulpverleners die betrokken zijn bij de sportmedische begeleiding van sporters.
Ik wil in dit verband ook graag wijzen op artikel 9 van de Wet bescherming persoonsgegevens, dat onder andere bepaalt dat de verwerking van persoonsgegevens verenigbaar moet zijn met het doel waarvoor ze verkregen zijn. Deze doelbinding betreft niet zozeer een geheimhoudingsplicht, maar is niettemin relevant voor het delen van gegevens, ook waar het het opsporen
van dopinggebruik betreft.
Deelt u de mening dat uit het bericht blijkt dat de samenwerking tussen NOC*NSF en de Nederlandse Dopingautoriteit niet optimaal is? Zo ja, deelt u dan ook de mening dat het voor een schone sport van groot belang is dat beide organisaties wel goed samenwerken en kunt u daarin een rol spelen? Zo nee, waarom niet?
Ik ben met u van mening dat het voor een schone sport essentieel is dat NOC*NSF en de Dopingautoriteit goed samenwerken. Ik heb begrepen dat specifiek op dit punt NOC*NSF en de Dopingautoriteit gaan kijken of zij door middel van nadere afspraken hun samenwerking verder kunnen verbeteren.
Dat laat ik met vertrouwen aan deze partijen zelf over.
Deelt u de mening dat een anti-dopingwet, waarin onder andere regels staan over het delen van gegevens met betrekking tot dopinggebruik en regels met betrekking tot sancties in het geval van dopinggebruik, kan bijdragen aan een schone sport? Zo ja, gaat u voor Nederland een dergelijke wet maken en wanneer kan de Kamer een wetsvoorstel verwachten? Zo nee, waarom niet?
Ik heb een voorstel voor een Wet uitvoering anti-dopingbeleid in voorbereiding. De beoogde wet draagt bij aan een schone sport door het dopingcontroleproces en de Dopingautoriteit zodanig te positioneren dat het werk dat zij doet in het opsporen van dopinggebruik zich goed verhoudt tot de regels in de Wet bescherming persoonsgegevens.
Het wetsvoorstel voor de Wet uitvoering anti-dopingbeleid ligt momenteel voor bij de Afdeling advisering van de Raad van State. Wanneer de Raad van State advies heeft gegeven zal ik de procedure van dit wetsvoorstel vervolgen.
De opmerking van Blatter dat het WK-bid van Nederland en België altijd kansloos is geweest |
|
Rudmer Heerema (VVD), Tjeerd van Dekken (PvdA) |
|
Edith Schippers (minister volksgezondheid, welzijn en sport) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Blatter nu: WK-bid Nederland en België kansloos»?1
Ja.
Wat vindt u van deze uitspraak? Heeft u al overleg met de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) gehad om de uitspraken te verifiëren en te kijken welke mogelijkheden er zijn om de kosten die Nederland en België gemaakt hebben terug te vorderen? Zo ja, wat is de uitkomst van het gesprek? Zo nee, wanneer gaat u dit gesprek met de KNVB aan?
Ja ik heb met de KNVB hierover gesproken. Mochten de uitspraken van de heer Blatter waar zijn, dan voelt de KNVB zich misleid. Mede omdat de KNVB nooit eerder een signaal heeft ontvangen dat het HollandBelgium bij voorbaat kansloos was. Daarnaast staat in het bid-requirement van het WK 2018 dat het geen enkel probleem is als twee landen zich gezamenlijk kandideren voor het WK.
Het is nu wel de vraag of de uitspraak van dhr. Blatter klopt en de organisatie van het Holland-Belgium bid daadwerkelijk bij voorbaat geen kanshebber was voor de organisatie van het WK voetbal in 2018.
Momenteel loopt in opdracht van de KNVB het onderzoek door een extern accountant naar de betaling aan Diallo bij het Nederlands-Belgisch WK-bid. De verwachting is dat dit onderzoek medio juni zal zijn afgerond. De KNVB wil eerst de uitkomsten van dit lopende onderzoek afwachten voordat zij zich samen met partners beraadt over mogelijke vervolgacties, bijvoorbeeld richting de FIFA. In het kader van transparantie en openheid vindt de KNVB het belangrijk dat eerst het Nederlands-Belgisch WK-bid vrij is van eventuele beschuldigingen.
Tevens lopen er momenteel andere Zwitserse en Amerikaanse onderzoeken naar mogelijke frauduleuze handelingen van officials van de FIFA bij de toewijzing van de WK’s van 2018 aan Rusland en 2022 aan Quatar. Het is nog niet bekend wanneer deze onderzoeken zijn afgerond. Mocht uit deze onderzoeken blijken dat er bij de processen rondom de gunning van WK’s sprake van corruptie is geweest, dan ligt er meer concreet bewijs om eventueel te kunnen handelen.
Na de afronding van het onderzoek naar de betaling aan Diallo en verder als er uit de Zwitserse en Amerikaanse onderzoeken blijkt dat er daadwerkelijk sprake is van misleiding of van eventuele corruptie rondom de toewijzing van WK’s, zal de KNVB zich beraden om te bezien of gezamenlijk met alle Nederlandse en Belgische partners de geleden financiële schade kan worden verhaald. Ik sta achter een dergelijk initiatief en zal hierin gezamenlijk optrekken met de KNVB.
In hoeverre acht u het mogelijk om de kosten van 10 miljoen euro die gemaakt zijn om het WK-bid te kunnen uitbrengen terug te vorderen? In hoeverre gaat u zich inspannen om dit geld terug te krijgen?
Zie antwoord vraag 2.
Indien een terugvordering succesvol is, op welke manier wordt dit dan in de begroting verwerkt? Zijn dit middelen waarover de Kamer opnieuw een besluit kan nemen?
Begrotingstechnisch is deze terugvordering een ontvangstenmeevaller die terugvloeit naar de Schatkist van het Rijk.
Is deze wijze van handelen van de Fédération Internationale de Football Association (FIFA) een onderwerp dat u tijdens het Nederlands EU-voorzitterschap nog kan agenderen in Europa, bijvoorbeeld in het kader van integriteit en bestrijding van corruptie?
Ik heb integriteit van de sport op de agenda gezet tijdens het Nederlands Voorzitterschap van de EU. Hierbij streef ik ernaar om toewijzing van grote sportevenementen zo transparant mogelijk te maken en te laten verlopen volgens principes van goed bestuur. Dit doe ik door raadsconclusies op te stellen over dit thema. Het betreft hier alle fasen van het proces, van haalbaarheidsstudie en bidprocedure tot voorbereiding, organisatie en legacy van grote sportevenementen. Daarnaast ben ik in overleg met internationale sportorganisaties om te bezien of we vanuit het kader van deze raadsconclusies afspraken kunnen maken om de integriteit rondom sportevenementen te verbeteren. De sportorganisaties zijn uiteraard zelf verantwoordelijk voor toewijzing van evenementen, maar het is wel van belang dat dit transparant en volgens principes van goed bestuur plaatsvindt.
Het Amnesty-rapport 'WK Voetbal Qatar: FIFA negeert uitbuiting arbeidsmigranten' |
|
Tjeerd van Dekken (PvdA), Michiel Servaes (PvdA) |
|
Edith Schippers (minister volksgezondheid, welzijn en sport) (VVD), Lilianne Ploumen (minister zonder portefeuille buitenlandse zaken) (PvdA), Bert Koenders (minister buitenlandse zaken) (PvdA) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het rapport «The ugly side of the beautiful game. Exploitation of migrant workers on a Qatar 2022 World Cup Venue» van Amnesty International, waarin wordt aangetoond dat bij de bouw van het Khalifa International Stadium en andere faciliteiten sprake is van ernstige vormen van uitbuiting en in sommige gevallen zelfs van dwangarbeid?1 Zo ja, wat is uw reactie hierop?
Ja. Het rapport van Amnesty draagt in belangrijke mate bij aan het debat over de situatie van arbeidsmigranten in Qatar. Zoals bekend is het kabinet bezorgd over de positie van arbeidsmigranten in Qatar en zet het zich actief in om de situatie van arbeidsmigranten te verbeteren. Het rapport, gebaseerd op interviews over een langere periode, reflecteert onze zorgen. Het kabinet onderkent dat er, ondanks een aantal positieve maatregelen genomen door de overheid van Qatar in het afgelopen jaar en de verbeteringen die zijn ingezet, nog steeds schrijnende gevallen van slechte behandeling, misbruik en dwangarbeid zijn, zoals dit rapport ook laat zien. Het kabinet zal zich daarom in de gesprekken met Qatar en het bedrijfsleven blijven inzetten voor de verbetering van de positie van arbeidsmigranten.
Hoe beoordeelt u de houding van de Fédération Inyernationale de Football Association (FIFA) die al vijf jaar lang belooft stappen te zullen ondernemen om schendingen van mensenrechten van arbeiders aan te pakken, maar tot dusver geen enkele maatregel heeft genomen die arbeidsmigranten tegen misbruik beschermt? In hoeverre acht u de FIFA verplicht om zich op zijn minst in te spannen voor naleving van mensenrechten bij activiteiten waar de wereldvoetbalorganisatie de eindverantwoordelijkheid voor draagt?
De FIFA geeft aan dat er in het kader van mensenrechten en arbeidsrechten frequent contact is met Qatar. Het kabinet hecht aan transparantie en goed bestuur binnen internationale sportbonden, inclusief tijdens alle fasen van het proces rondom grote sportevenementen, van haalbaarheidsstudie en bidprocedure tot voorbereiding, organisatie en legacy. Nederland zet zich in om vanuit de Europese Unie druk uit te oefenen om toewijzing en organisatie van sportevenementen zo transparant mogelijk te maken en te laten verlopen volgens principes van goed bestuur, waarbij ook aandacht is voor criteria ten aanzien van onder andere mensenrechten. Het kabinet vindt dat sportbonden hierin een eigen verantwoordelijkheid hebben. Het is een goede ontwikkeling dat bij verschillende internationale sportkoepels steeds duidelijker wordt onderkend dat zij een verantwoordelijkheid hebben als het gaat om mensenrechten. Zo heeft de FIFA onlangs John Ruggie, opsteller van de UN Guiding Principles on Business and Human Rights, in de arm genomen voor advies over verdere integratie van mensenrechtenaspecten in FIFA-beleid en -praktijk.2 De heer Ruggie heeft aanbevelingen gedaan aan de FIFA om schendingen van mensenrechten tegen te gaan. Het kabinet vindt het van belang dat deze maatregelen vervolgens ook daadwerkelijk worden geïmplementeerd. Het Ministerie van Volksgezondheid, Sport en Welzijn voert, nu mede in het kader van het EU-voorzitterschap, regelmatig gesprekken met sportorganisaties waaronder FIFA over integriteit waarin dit onderwerp ook wordt besproken. In deze gesprekken zullen de vragen hieromtrent worden meegenomen.
Deelt u de aanbevelingen die Amnesty in het genoemde rapport doet richting de FIFA (en andere sportfederaties), zoals het opstellen van due diligence-procedures en het uitvoeren van onafhankelijke inspecties? Zo ja, bent u bereid om de FIFA, bilateraal of in EU-verband, aan te spreken op het overnemen van deze aanbevelingen?
Zie antwoord vraag 2.
Deelt u de aanbevelingen die Amnesty in het genoemde rapport doet richting de Qatarese autoriteiten, zoals het drastisch hervormen van het sponsorship systeem? Zo ja, bent u bereid om Qatar, bilateraal of in EU-verband, aan te spreken op het overnemen van deze aanbevelingen?
Het kabinet onderkent dat er, ondanks een aantal positieve maatregelen genomen door de overheid van Qatar in het afgelopen jaar en de verbeteringen die zijn ingezet, nog steeds schrijnende gevallen van slechte behandeling, misbruik en dwangarbeid zijn. Het systeem waarbij werknemers sterk afhankelijk zijn van hun sponsor draagt daar mede aan bij. Nederland zet zich actief in om de situatie van arbeidsmigranten in Qatar te verbeteren en onderhoudt hierover regelmatig op politiek en hoog-ambtelijk niveau contact met Qatarese autoriteiten. Binnen het klachtenmechanisme van de International Labour Organization (ILO) handelt Nederland in de klachtzaak tegen Qatar met name in EU-verband om verdere verbeteringen en volledige naleving van de ILO-verdragen door Qatar te verzekeren. Daarnaast organiseerde de ambassade op 9 mei dit jaar in het kader van het EU-voorzitterschap een ronde tafel-bijeenkomst met Europese bedrijven en hun lokale partners om de uitwerking van de internationale principes inzake mensenrechten en bedrijfsleven in de praktijk te verbeteren. De bijeenkomst werd bijgewoond door vertegenwoordigers van de Qatarese overheid en het bedrijfsleven.
Hoe verhouden de bevindingen van Amnesty zich tot de antwoorden op eerdere vragen waarin u stelt dat er in het afgelopen jaar een «aantal positieve maatregelen» is genomen door de overheid van Qatar?2
Zoals in eerdere beantwoording van Kamervragen over gebrekkige arbeidsomstandigheden in Qatar van 15 februari 2016 met kenmerk 2015.713301 is aangegeven, is er een aantal maatregelen genomen door de overheid van Qatar om de positie van arbeidsmigranten te versterken. De Qatarese overheid heeft vooruitgang geboekt op verschillende terreinen, zoals de nieuwe wet die december 2016 van kracht wordt en als vervanging dient van het zogenaamde «Kafala» (sponsor)systeem. Daarnaast is er een elektronisch betalingssysteem t.b.v. de uitbetaling van salarissen ingevoerd, is de arbeidsinspectie versterkt en het klachtensysteem voor arbeidsmigranten toegankelijker gemaakt.4 Een adequate handhaving zal, zoals het rapport ook aangeeft, een aanzienlijke verbetering opleveren voor de positie van arbeidsmigranten in de bouwsector in Qatar. De mentaliteitsverandering die nodig is om de situatie en positie van arbeidsmigranten te verbeteren kost echter tijd. Nederland voert hierover samen met andere EU-landen het gesprek met Qatar.
Heeft de in de beantwoording van dezelfde vragen aangekondigde high-level missie van de International Labour Organization (ILO) naar Qatar inmiddels plaatsgevonden? Zo ja, wat waren de bevindingen van deze missie en hoe zullen deze worden opgevolgd?
De ILO-missie naar Qatar, die volgde uit de klachtzaak tijdens de 325ste Beheersraad van de ILO, vond plaats van 1 tot 5 maart jl. De missie bestond uit vertegenwoordigers van overheden, werkgevers- en werknemersorganisaties. In het rapport van de missie worden verscheidene positieve maatregelen onderkend die door de Qatarese autoriteiten zijn genomen waaronder het in lijn brengen van de nationale wetgeving met de ILO-verdragen. Tegelijkertijd stelt het rapport dat huishoudelijk personeel niet onder de nieuwe wetgeving valt en dus niet beschermd wordt. Ook wordt er op gewezen dat de nieuwe wetgeving pas eind 2016 van kracht wordt en er dus nog niets gezegd kan worden over de implementatie.5
Naar aanleiding van het rapport van de missie, werd de klachtzaak tegen Qatar in de Beheersraad van de ILO besproken op 22 maart jl. Nederland sprak, als EU-voorzitter, namens de Unie en alle lidstaten in deze discussie en drong aan op samenwerking van Qatar met de ILO en op verdere maatregelen van de overheid om de arbeidsomstandigheden van migranten te verbeteren.6
Uiteindelijk heeft de Beheersraad besloten de klachtzaak tegen Qatar – en de opvolging van de bevindingen van de missie – niet af te sluiten maar verder te bespreken tijdens de volgende ILO-Beheersraad in november 2016.
Heeft u inmiddels invulling gegeven aan uw voornemen om in het kader van het EU-voorzitterschap met de sportministers van de EU-lidstaten en de sportwereld «een krachtig gezamenlijk signaal af te geven dat de integriteit van de sport verbeterd dient te worden»? Zo ja, wanneer en op welke wijze is dit gebeurd? Zo nee, wat zijn uw concrete voornemens?
Het kabinet richt zich tijdens het Nederlands Voorzitterschap van de Europese Unie inderdaad op de versterking van de integriteit binnen de sport en geeft daar op meerdere manieren invulling aan. Zo wordt het EU-Sportforum en de DG Sportbijeenkomst benut om draagvlak te verwerven bij de verschillende lidstaten en sportorganisaties voor deze Nederlandse prioriteit. Nederland spant zich in voor toetreding van de EU en de EU-lidstaten tot het Verdrag ter bestrijding van de manipulatie van sportcompetities. Ook stimuleert het kabinet de integere en transparante toewijzing, uitvoering en verantwoording van grote sportevenementen via raadsconclusies met aanbevelingen aan lidstaten, Europese Commissie, lokale overheden en sportorganisaties voor het bevorderen van integriteit en legacy bij grote sportevenementen.
Het kabinet overlegt met internationale sportorganisaties om te bezien of vanuit het kader van raadsconclusies afspraken gemaakt kunnen worden om de integriteit rondom sportevenementen te verbeteren. Zo wordt op 31 mei tijdens de OJCS-raad een debat gevoerd over de rol van overheden bij het verbeteren van de transparantie en goed bestuur bij sportorganisaties. Tenslotte wordt op 15 juni een dopingconferentie georganiseerd. Hiermee zet Nederland integriteit van de sport prominent op de Europese agenda.
Wangedrag van zichzelf voetbalsupporter noemende Nederlanders in Madrid |
|
Ahmed Marcouch (PvdA), Tjeerd van Dekken (PvdA) |
|
Ard van der Steur (minister justitie en veiligheid) (VVD), Edith Schippers (minister volksgezondheid, welzijn en sport) (VVD) |
|
|
|
|
Kent u de berichten «Verontwaardiging in Spanje om gedrag PSV-supporters»1 en «Spaanse justitie gaat PSV-supporters mogelijk vervolgen»2? Herinnert u zich de antwoorden op de vragen over voetbalgeweld door Nederlanders in Rome?3
Ja.
Voelt ook u de afschuw en de plaatsvervangende schaamte voor de wijze waarop die Nederlanders zich in Madrid hebben gedragen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Het vertoonde gedrag hoort noch thuis op en rond het voetbalveld noch elders in deze samenleving. Omdat het incident heeft plaatsgevonden in Spanje is het in eerste instantie aan de Spaanse instanties om maatregelen te nemen. Nederland zal waar mogelijk volledige medewerking verlenen aan de Spaanse autoriteiten. Daarnaast heeft de betreffende club maatregelen genomen tegen de betrokkenen. De club heeft met de geïdentificeerde betrokkenen gesprekken gevoerd en heeft stadionverboden uitgedeeld, variërend in duur van 12 tot 36 maanden. De stadionverboden zijn opgelegd omdat de betrokken personen de club in diskrediet hebben gebracht.
Deelt u de mening dat de wijze waarop deze Nederlanders zich in Madrid heeft misdragen niet getolereerd mag worden? Zo ja, staan behalve wat de Spaanse autoriteiten gaan doen, ook u middelen open om tegen dit soort gedrag maatregelen te nemen en zo ja, welke? Zo nee, waarom deelt u die mening niet?
Zie antwoord vraag 2.
Weet u of de burgemeesters van de woonplaats van deze Nederlanders op grond van artikel 172a van de Gemeentewet in verband met deze misdragingen vrijheid beperkende maatregelen, waaronder een meldplicht, hebben opgelegd of overwegen?
Het is aan de burgemeester van de gemeente waaruit een persoon afkomstig is om te bepalen of er aanleiding is om een maatregel op grond van de Gemeentewet op te leggen en te bezien of dat mogelijk is. Dit behoort tot het domein van de burgemeester. Ik vind het daarnaast niet juist om te treden in de beoordeling van individuele casussen.
Kan op basis van racistisch gedrag het genoemde artikel in de Gemeentewet worden gebruikt voor het opleggen van gedragsbeperkende maatregelen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet en acht u het dan wenselijk om dat wel mogelijk te gaan maken?
Aan een beslissing op grond van artikel 172a van de Gemeentewet worden relevante verstoringen van de openbare orde ten grondslag gelegd. Een bepalend criterium is dat de burgemeester die de maatregel oplegt ernstige vrees heeft voor verdere verstoring van de openbare orde in zijn eigen gemeente. Indien dit het geval is, kan een burgemeester een maatregel opleggen ter bescherming van de openbare orde in zijn gemeente.
Wanneer treedt de onlangs ook in de Eerste Kamer aangenomen Wet bestrijding van voetbalvandalisme en ernstige overlast (Kamerstuk 33 882) in werking? Welke mogelijkheden voegt deze wet dan toe aan de middelen die ter beschikking staan om op te treden tegen Nederlandse supporters die zich in het buitenland misdragen?
De Wet tot wijziging van de Gemeentewet en het Wetboek van Strafrecht ter aanscherping van de maatregelen ter bestrijding van voetbalvandalisme en ernstige overlast is op 1 juli 2015 in werking getreden4.
Aan de mogelijkheden die de officier van justitie en de strafrechter al hadden om op te treden tegen Nederlandse supporters die in het buitenland strafbare feiten hebben gepleegd en nog niet in het buitenland voor de feiten zijn veroordeeld, is de mogelijkheid voor de strafrechter toegevoegd om aan een veroordeelde van een strafbaar feit een gebiedsgebod op te leggen. Tevens kan de rechter door de inwerkingtreding van deze wet een gebiedsverbod, contactverbod, meldplicht of gebiedsgebod opleggen voor een termijn van vijf jaar in plaats van twee jaar.
Voor de burgemeester maakt deze wet het mogelijk om aan supporters, die de openbare orde herhaaldelijk of eenmalig ernstig hebben verstoord in binnen- en buitenland en er ernstige vrees is voor verdere verstoring van de openbare orde in de eigen gemeente, een maatregel op te leggen verspreid over negentig dagen binnen een tijdsvlak van ten hoogste vierentwintig maanden. Tot slot kan de burgemeester een persoon, aan wie door een private organisatie een sanctie is opgelegd, een maatregel opleggen wegens gedrag dat bij de burgemeester de ernstige vrees doet ontstaan dat die persoon de openbare orde zal verstoren in zijn gemeente.
De verduurzaming van sportcomplexen |
|
Pia Dijkstra (D66), Stientje van Veldhoven (D66) |
|
Henk Kamp (minister economische zaken) (VVD), Edith Schippers (minister volksgezondheid, welzijn en sport) (VVD) |
|
|
|
|
Klopt het dat het verduurzamen van sportcomplexen een van de maatregelen is die de partijen van het Energieakkoord eind 2015, begin 2016 zijn overeengekomen om het Energieakkoord te intensiveren om alsnog de doelstelling van 100 petajoule energiebesparing in 2020 te halen?
Nee, de subsidieregeling is tot stand gekomen op basis van de motie van de leden Bruins Slot en Pia Dijkstra (Kamerstuk 33 400 XVI, nr. 108). Daarmee staat de regeling los van het energieakkoord. Wel wordt overwogen om de resultaten mee te nemen.
Is de subsidieregeling energiebesparing sportaccommodaties, die in de zomer van 2015 aan de begroting is toegevoegd, inderdaad het belangrijkste instrument om deze maatregel uit te voeren? Zo niet, welke andere instrumenten wilt u gaan inzetten?
Nee, dit is niet de belangrijkste maatregel om het energieakkoord te intensiveren. Energiebesparende maatregelen zijn op de lange termijn financieel gunstig voor de verenging zelf.
Indien de subsidieregeling energiebesparing sportaccommodaties inderdaad het belangrijkste instrument is om de maatregel ter intensivering uit te voeren, bent u dan van plan om dit jaar het budget van de subsidieregeling bij de Voorjaarsnota nog aan te vullen, aangezien deze regeling nu al voor 2016 is uitgeput?
Nee, zowel mijn collega van Economische Zaken als ik zien geen mogelijkheden binnen onze begrotingen om het budget nog aan te vullen. Wel kunnen verenigingen nog gebruik maken van andere mogelijkheden zoals de SDE+, voor de grootverbruikers, en de Investeringssubsidie duurzame energie1.
Als het budget van de al reeds bestaande subsidieregeling energiebesparing sportaccommodaties niet wordt aangevuld, wat is dan de meerwaarde van de afspraak tot extra intensivering van de verduurzaming van sportcomplexen die de partijen van het Energieakkoord eind 2015, begin 2016 zijn overeengekomen?
Zoals aangegeven is deze subsidieregeling geen onderdeel van het energieakkoord, nog van een extra intensivering. Wel kunnen sportverenigingen in de komende 4 jaar nog vier maal gebruik maken van de regeling met een gepland budget van 6 mln.
Geweld in het amateurvoetbal |
|
Tjeerd van Dekken (PvdA), Ahmed Marcouch (PvdA) |
|
Edith Schippers (minister volksgezondheid, welzijn en sport) (VVD), Ard van der Steur (minister justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Kent u het bericht «Meer geweld in amateurvoetbal»?1
Ja.
Herkent u het beeld dat er sprake is van een stijging van het aantal geweldsincidenten in het amateurvoetbal? Zo ja, waarom?
De politie registreert niet specifiek op geweld in het amateurvoetbal. Wel is een koppeling te maken van geweldsincidenten op sportlocaties, waaronder voetbalvelden. Op basis van deze koppeling in de politiesystemen ligt de politie-inzet tussen 2011 en 2015 tussen de 105 tot 125 keer per jaar en het aantal aangiften/meldingen tussen de 400 tot 520 per jaar. Het gaat dan om incidenten uiteenlopend van ruzie, mishandeling tot vechtpartijen. De cijfers fluctueren van jaar tot jaar, hierdoor kan er geen trend worden afgeleid.
Beschikt u over gegevens over het aantal keren dat de politie het afgelopen jaar ingezet moest worden in verband met geweldsincidenten bij het amateurvoetbal? Hoe verhouden die gegevens zich tot die van de voorgaande jaren?
Zie antwoord vraag 2.
Beschikt u over gegevens over het aantal meldingen of aangiftes van het afgelopen jaar in verband met geweldsincidenten bij het amateurvoetbal? Hoe verhouden die gegevens zich tot die van de voorgaande jaren?
Zie antwoord vraag 2.
Hoe verhoudt het bericht, dat er sprake zou zijn van meer geweldsincidenten bij het amateurvoetbal, zich tot de gegevens zoals die in het kader van de voortgangsrapportage Actieplan «Naar een veiliger sportklimaat» zijn verzameld?
In de Monitor van het actieplan «Naar een veiliger sportklimaat» worden jaarlijks de cijfers van het aantal gemelde excessen weergegeven. De cijfers van de KNVB over het aantal excessen in het voetbal laten zien dat het aantal gerapporteerde excessen de afgelopen jaren is gedaald. Waren er in seizoen 2012/2013 nog 414 excessen, in 2013/2014 waren dit 363 en in 2014/2015 is dit gedaald naar 319 excessen. De cijfers van het lopende seizoen worden in augustus bekend gemaakt. Op basis van de beschikbare cijfers lijkt van een stijging van geweld in het amateurvoetbal vooralsnog geen sprake. Dit neemt niet weg dat ieder exces is er een te veel is. Bovendien blijken uit de cijfers alleen de gemelde excessen. Al met al is er nog een weg te gaan om iedereen ieder weekend veilig en met plezier te laten sporten. Daarom blijf ik ook onverminderd inzetten op een veiliger sportklimaat.
Acht u het wenselijk extra aandacht te vragen voor de toename van het aantal geweldsincidenten bij het amateurvoetbal in het kader van het Actieplan «Naar een veiliger sportklimaat»? Zo ja, waar zal die aandacht zich dan op moeten gaan richten? Zo nee, waarom niet?
Zoals ik u afgelopen najaar heb laten weten2, zal ik het actieplan «Naar een Veiliger Sportklimaat» twee jaar voortzetten. In dit actieplan zet ik samen met NOC*NSF, de KNVB en de KNHB in op het voorkomen en bestrijden van geweld op en rond het sportveld. De komende twee jaar zal er een extra versterkte inzet plaatsvinden op de begeleiding van die verenigingen waar een verhoogd risico is op incidenten of waar incidenten hebben plaatsgevonden. Dit is een verdere intensivering en uitbreiding van het traject dat de KNVB in samenwerking met Halt in 2014 is gestart.
Mensenrechten in relatie tot grote sportevenementen |
|
Michiel van Nispen (SP) |
|
Edith Schippers (minister volksgezondheid, welzijn en sport) (VVD) |
|
|
|
|
Op welke wijze wilt u de spelregels en criteria bij de toewijzing van grote sportevenementen vormgeven? Hoe gaat u zich er voor inzetten dat, wie zich hier niet aan houdt niet in aanmerking komt voor een groot sportevenement, en dat overheidsfinanciering afhankelijk kan worden of voldaan wordt aan deze criteria? Kunt u dit uiteenzetten?1
De toewijzing van sportevenementen is de verantwoordelijkheid van (internationale) sportorganisaties. Mijn inzet is om vanuit de Europese Unie druk uit te oefenen om toewijzing zo transparant mogelijk te maken en te laten verlopen volgens principes van goed bestuur, waarbij ook aandacht is voor criteria ten aanzien van (o.a.) mensenrechten. Ik vind het een goede ontwikkeling dat bij verschillende internationale sportkoepels steeds duidelijker wordt onderkend dat zij een verantwoordelijkheid hebben als het gaat om mensenrechten. Zo heeft de FIFA onlangs John Ruggie, opsteller van de UN Guiding Principles on Business and Human Rights, in de arm genomen.2
Tijdens het Nederlands Voorzitterschap van de EU zet ik me in om raadsconclusies op te stellen over transparantie en goed bestuur van grote sportevenementen. Het betreft hier alle fasen van het proces, van haalbaarheidsstudie en bidprocedure tot voorbereiding, organisatie en legacy van grote sportevenementen. In deze raadsconclusies wordt ook aandacht gevraagd voor criteria voor mensenrechten. Daarnaast ben ik in overleg met internationale sportorganisaties om te bezien of we vanuit het kader van deze raadsconclusies afspraken kunnen maken om de integriteit rondom sportevenementen te verbeteren. Hiermee zet ik integriteit van de sport op de Europese agenda. Uiteindelijk zijn de lidstaten ieder voor zich verantwoordelijk voor de financiering van sportevenementen en de voorwaarden waaronder dit gebeurt.
Welke stappen gaat u zetten tijdens het Nederlands EU-voorzitterschap als het gaat om de toewijzing van sportevenementen, en het voorkomen van mensenrechtenschendingen tijdens grote sportevenementen? Kunt u uw antwoord toelichten?
Zie antwoord vraag 1.
Hebben lidstaten en sportbonden in de huidige EU-richtsnoeren voldoende verplichtingen en verantwoordelijkheden om mensenrechtenschendingen te voorkomen? Kunt u uw antwoord toelichten?
De richtsnoeren waar u naar verwijst, zijn opgesteld door experts uit de 28 EU-lidstaten. Ik ben bekend met de richtsnoeren. Deze hebben geen verplichtende werking maar zijn de adviezen van experts aan lidstaten en sportorganisaties. Ik zet me in om transparantie en goed bestuur bij grote sportevenementen te verbeteren door het op de EU-agenda te zetten, raadsconclusies op te stellen met adviezen aan lidstaten en internationale sportfederaties en de dialoog aan te gaan met een aantal internationale sportorganisaties. Het is niet mogelijk om binnen de EU bindende afspraken te maken over dit thema, omdat de EU op het terrein van sport alleen een ondersteunende bevoegdheid heeft.
Verder is er vanuit de Europese Dienst voor Extern Optreden nadrukkelijk aandacht voor mensenrechten en wordt er zowel door de Europese Unie als door de lidstaten druk uitgeoefend op landen waar schendingen van mensenrechten plaatsvinden.
Bent u ervan op de hoogte dat in de EU-richtsnoeren vooral wordt gekeken naar het «hosting contract», dat regelt dat internationale sportbonden bij gaststeden en landen moeten afdwingen dat zij mensenrechten accepteren? In hoeverre heeft dit bij vorige grote sportevenementen adequaat plaatsgevonden? Kunt u uw antwoord toelichten?
Zie antwoord vraag 3.
Zijn de EU-richtsnoeren naar uw mening afdoende om mensenrechtenschendingen te voorkomen, te zorgen voor sancties in het geval van niet-naleving, de instelling van een mechanisme om te zorgen voor toezicht, alsmede te zorgen voor compensatie van slachtoffers? Kunt u uw antwoord toelichten?
Zie antwoord vraag 3.
Deelt u de mening dat de thans voorliggende EU-richtsnoeren beperkt zijn, en dat samen met andere sportministers gekeken zou moeten worden naar betere regels om de schending van mensenrechten te voorkomen? Kunt u uw antwoord toelichten? Hoe gaat u zich hiervoor inzetten?
Zie antwoord vraag 3.
Hoe wordt omgegaan met mensenrechtenschendingen die buiten grote sportevenementen plaatsvinden, maar die hier wel direct relatie mee hebben, zoals bijvoorbeeld de kritische activisten die in 2008 een meldplicht en reisverbod opgelegd kregen, waardoor zij voorafgaand aan de Olympische Spelen niet zonder toestemming de stad mochten verlaten of naar Beijing mochten reizen?2
Nederland zet zich wereldwijd in voor mensenrechten, ongeacht of er een relatie is met grote sportevenementen. Het mensenrechtenbeleid is vastgelegd in de nota «Respect en recht voor ieder mens». Hierin is ook de prioriteit weergegeven die Nederland geeft aan de ondersteuning en bescherming van mensenrechtenverdedigers. Hoe Nederland zich inspant voor mensenrechtenverdedigers is te lezen in de jaarlijkse Mensenrechtenrapportage van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Wanneer spreekt u met de andere 27 EU-lidstaten over transparantie en goed bestuur van grote sportevenementen?3 Kunt u de Kamer informeren over de uitkomsten van dit overleg? Zo nee, waarom niet?
De richtsnoeren van de experts worden gepubliceerd op de website van de Europese Commissie. Deze richtsnoeren zullen, samen met andere documenten over dit thema zoals de Olympische Agenda 2020, als input dienen voor de discussie met de andere lidstaten. Hierbij worden ook integriteitkwesties betrokken, zoals de mensenrechten, uitsluiting van alle vormen van discriminatie en het voorkomen van doping en matchfixing.
Tijdens de OJCS-raad in mei zullen raadsconclusies over dit thema worden besproken en vastgesteld. Daarna kan ik u deze raadsconclusies sturen.
Wilt u uw reactie op de nieuwe EU-richtsnoeren voor sportevenementen de Kamer doen toekomen? Zo ja, wanneer kan de Kamer uw reactie verwachten? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 8.
Oerwoudgeluiden bij Harkemase boys |
|
Tjeerd van Dekken (PvdA), Ahmed Marcouch (PvdA) |
|
Ard van der Steur (minister justitie en veiligheid) (VVD), Edith Schippers (minister volksgezondheid, welzijn en sport) (VVD) |
|
|
|
|
Kent u het bericht «Harkemase boys hopen straf KNVB te ontlopen»?1
Ja.
Wat vindt u ervan dat een supporter racistische geluiden maakt naar een donker gekleurde speler?
Ik vind dit afschuwelijk en niet acceptabel.
In hoeverre gebeuren dit soort praktijken vaker op amateurvelden? Heeft u daar voldoende zicht op? Zo ja, welke trend neemt u waar? Zo nee, bent u voornemens clubs te stimuleren dergelijke praktijken te melden en spelers te stimuleren altijd aangifte te doen?
Er zijn geen cijfers beschikbaar over het aantal keer dat incidenten van deze aard plaatsvinden op het amateurveld. In voorkomende gevallen wordt, net als in dit geval, direct en hard opgetreden door de KNVB. Tegelijkertijd zijn er situaties waarin dit soort gedrag niet meteen wordt gesignaleerd, of niet als probleem wordt ervaren door omstanders en betrokkenen. In die situaties kunnen mensen melding maken via het nummer van het meldpunt Sport en Geweld of de hulplijn wanordelijkheden van de KNVB zodat er tegen opgetreden kan worden.
Deelt u de mening dat beide clubs goed gehandeld hebben? Bent u ook blij met de correcties van omstanders die de dader maanden te stoppen met zijn daden?
Ja, ik ben blij dat omstanders de dader corrigeerden. Ook de sterke en gezamenlijke rol van de besturen van de betrokken verenigingen laat zien dat ook zij vinden dat dit over de grens van het acceptabele is.
Wat doet u binnen het programma «Naar een veiliger sportklimaat» om clubs te helpen dergelijke situaties te voorkomen? Waaruit blijkt dat deze inspanningen voldoende zijn? Wat doet u binnen dit programma om clubs te leren omgaan met situaties waarin individuele supporters zich ondanks goede inspanningen van de club misdragen? Waaruit blijkt dat deze inspanningen voldoende zijn?
Het actieplan «Naar een Veiliger Sportklimaat» biedt bestuurders, coaches en arbiters concrete interventies hoe zij ongewenst gedrag kunnen voorkomen en wanneer het toch plaatsvindt daar in de praktijk mee om kunnen gaan. Daar waar incidenten zoals deze voorkomen wordt ingezet op het maken van gedragen afspraken. Binnen het actieplan doet de KNVB dit in samenwerking met HALT.
Samen met een groot deel van de leden van de vereniging volgen zij het proces van:
Uit de Monitor VSK2 die ik u eerder heb toegezonden bleek dat onder alle groepen mensen die betrokken zijn bij sport het gevoel van onveiligheid in 2015 ten opzichte van 2013 kleiner is geworden. Het gevoel van sociale veiligheid in de sport lijkt onder diverse groepen stabiel te blijven of zelfs te verbeteren. Zeker onder de sporters zelf is een positieve ontwikkeling te zien; het aandeel dat zich onveiliger voelt is afgenomen.
Het bericht 'Verdachte weddenschappen bij NEC-Willem II' |
|
Tjeerd van Dekken (PvdA) |
|
Ard van der Steur (minister justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het bericht «Verdachte weddenschappen bij NEC-Willem II»?1
Ja.
Op welke wijze en hoe frequent heeft u contact met de KNVB over (mogelijke) matchfixing?
Op dit moment is in Nederland de samenwerking rondom het thema matchfixing via een drietal platformen ingericht: het Strategisch beraad matchfixing (1–2 bijeenkomsten per jaar), het Nationaal platform matchfixing (4 bijeenkomsten per jaar) en het Signalenoverleg (8 bijeenkomsten per jaar). De KNVB heeft zitting in de eerste twee platformen, welke worden voorgezeten door de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Veiligheid en Justitie en sluit aan bij het Signalenoverleg wanneer daar aanleiding toe is. Daarnaast kan er ad hoc per direct contact plaatsvinden tussen de KNVB en de opsporings- en vervolgingsdiensten indien daar aanleiding toe is.
In hoeverre vindt er informatie-uitwisseling plaats in het Nationaal Platform Matchfixing? Welke informatie wisselt men daar uit en met wie en tussen wie vindt deze informatie-uitwisseling plaats?
Onder voorzitterschap van de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Veiligheid en Justitie komt een aanzienlijke groep partijen uit de sportwereld en de opsporing samen in het Nationaal Platform Matchfixing. Het doel hiervan is om informatie te delen over de strijd tegen matchfixing en de samenwerking te intensiveren. Gezien de omvang van de groep en juridische kaders is het niet mogelijk in dit gremium signalen op persoonsniveau te delen. Wel richt het huidige Platform zich op het versterken van het netwerk, uitwisselen van kennis en informatie, het verbeteren van signalering en meldingsbereidheid en het identificeren van knelpunten. Ook levert dit overleg een belangrijke bijdrage aan het bevorderen van het onderlinge vertrouwen en het versterken van het netwerk. Dit vergemakkelijkt het bilateraal delen van concrete signalen.
Onder leiding van het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie (OM) komen de Politie, de Belastingdienst doelgroep Sport, FIOD en de Kansspelautoriteit periodiek samen in het Signalenoverleg om concrete signalen te bespreken die aanleiding kunnen geven om een strafrechtelijk traject te overwegen en om de beste interventiestrategie (tuchtrecht, civielrecht, fiscaal, strafrechtelijk) te bespreken. Bij dit overleg sluit de KNVB aan wanneer er aanleiding is voor het delen van concrete relevante informatie met de opsporingspartners. Overige private partijen kunnen ook aansluiten indien hier aanleiding toe is (de «vrije stoel»).
In hoeverre heeft u contact met uw Europese ambtsgenoten over matchfixing? Welke informatie-uitwisseling vindt er dan plaats?
Op Europees niveau vindt een aantal activiteiten plaats. Zo neemt Nederland deel aan de EU-expertgroep matchfixing. In deze expertgroep wordt beleidsinformatie gedeeld en worden goede voorbeelden en ervaringen uitgewisseld. Daarnaast vinden bilaterale contacten plaats tussen de verschillende stakeholders op het terrein van sport, kansspelen en opsporing en vervolging.
Verder is de Europese Unie voornemens toe te treden tot het Verdrag van de Raad van Europa inzake matchfixing. Het is een gemengd akkoord, naast de Unie dienen daarom ook de afzonderlijke lidstaten toe te treden tot het Verdrag. De onderhandelingen hierover in EU-kader zijn nog niet afgerond. Nederland spant zich als voorzitter van de Raad van de Europese Unie in voor toetreding tot dit Verdrag.
Voorts is Nederland via Europol aangesloten bij het Focal Point Sports Corruption.
Wat onderneemt het Openbaar Ministerie (OM) actief in samenwerking met de KNVB om matchfixing tegen te gaan?
Ik verwijs naar het antwoord op vraag 2 en 3.
Wat onderneemt u actief in Europees verband om matchfixing tegen te gaan en in hoeverre acht u dit prioritair?
Zie antwoord vraag 4.
Welke mogelijke stappen ziet u in nationaal, Europees en internationaal verband om de informatie-uitwisseling tussen de FIFA, EUFA en KNVB te verbeteren? Zijn er mogelijkheden om deze informatie-uitwisseling te faciliteren dan wel om in nationaal, Europees en internationaal verband meer dwingend op te leggen? Zo nee, waarom niet?
De KNVB geeft aan dat de informatie-uitwisseling tussen FIFA, UEFA en KNVB goed verloopt. In UEFA-verband heeft iedere nationale bond een Integrity Officer. Deze staan ook met elkaar in contact.
Welke bevoegdheden zouden gedelegeerd kunnen worden aan de KNVB om actief op te treden in gevallen van (mogelijke) matchfixing?
De KNVB neemt als private organisatie zelf al vele maatregelen om matchfixing te bestrijden die binnen haar bevoegdheden liggen. Zowel preventief (training en educatie), reglementair (gokverbod, meldplicht) als in de opsporing (integriteitseenheid). Overige bevoegdheden zijn voorbehouden aan de opsporingsdiensten.
Wie coördineert de samenwerking tussen het OM en de KNVB in gevallen van (mogelijke) matchfixing?
Het OM en de KNVB werken samen. Zie de antwoorden op de vragen 2 en 3. Naarmate de strafrechtelijke component toeneemt zal de rol van het OM ook toenemen.
Hoe is het mogelijk dat journalisten en anderen de gevallen van matchfixing wel op kunnen sporen en het OM nauwelijks tot niet?
Het OM kan haar wettelijke opsporingsbevoegdheden inzetten in het geval er sprake is van een redelijk vermoeden van het plegen van een strafbaar feit. Informatie van andere publieke en private partijen kunnen bijdragen aan het ontstaan van een dergelijke vermoeden. Het OM werkt dan ook graag samen met partijen die informatie kunnen aanleveren.
Hoe kan een individu of een organisatie die informatie heeft over matchfixing deze melden? Wat gebeurt er met een dergelijke melding?
NOC*NSF heeft het Vertrouwenspunt Sport ingericht, waar alle sporters melding kunnen doen van integriteitskwesties zoals matchfixing. Naast bellen of mailen is het ook mogelijk om via een «speak up systeem» volledig anoniem een melding te doen. Ten aanzien van meldingen over matchfixing heeft NOC*NSF afspraken gemaakt met het OM. Om de eigen veiligheid van de vertrouwenspersonen die de telefoon opnemen te beschermen en te voorkomen dat vertrouwenspersonen als getuige opgeroepen kunnen worden bij een eventuele rechtszaak is met het OM overeengekomen dat personen die iets willen melden over matchfixing in contact worden gebracht met een vaste contactpersoon bij het OM, die de melding dan kan overnemen. Met het OM is afgesproken dat meldingen die onvoldoende aanknopingspunten bieden voor een strafrechtelijk onderzoek weer terug worden gelegd bij het Vertrouwenspunt Sport die de melding bij de sportbond kan neerleggen. De betreffende sportbond kan dan alsnog besluiten een onderzoek te doen. Sportbonden kunnen daarbij vanaf april 2016 gebruik maken van een sportbrede onderzoekscommissie die is gelieerd aan het Instituut voor Sportrechtspraak die onafhankelijk onderzoek kan verrichten naar matchfixing en -betting.
Organisaties en individuen kunnen informatie over matchfixing ook melden bij de KNVB, dit kan desgewenst anoniem via de meldlijn. Elke melding wordt door de KNVB onderzocht en per geval wordt bekeken welke vervolgactie kan worden genomen. Wanneer er sprake is van concrete aanwijzingen doet de integriteitscommissie van de KNVB verder onderzoek. Daarnaast doet de KNVB daarvan een melding bij het OM.
Melders kunnen zich uiteraard ook wenden tot de opsporingsdiensten zoals de politie of Meld Misdaad Anoniem bellen.
Hoe actief treedt het OM op tegen mogelijke gevallen van matchfixing? Is er in dit geval contact opgenomen met uw Duitse ambtgenoot om te zien welke stappen ondernomen kunnen worden? Zo nee, waarom niet?
Fraude in de sport is een van de prioriteiten van het OM. Alle signalen die het OM ontvangt, worden onderzocht op aanknopingspunten voor strafrechtelijk onderzoek. Zoals reeds is aangegeven in eerdere beantwoordingen van Kamervragen, doet het OM geen mededeling over waar het wel of geen onderzoek naar doet. Mogelijke belangen van opsporing, vervolging en privacy liggen hieraan ten grondslag.
De subsidieregeling energiebesparing sportaccommodaties |
|
Hanke Bruins Slot (CDA) |
|
Edith Schippers (minister volksgezondheid, welzijn en sport) (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Een potje duurzaam hockeyen»?1
Ja.
Klopt het dat op de eerste dag waarop de aanvragen voor de subsidie energiebesparing sportaccommodaties aangevraagd kon worden (4 januari 2016), het aantal aanvragen al de 400 heeft gepasseerd, waardoor de regeling direct al bijna uitgeput was?
Op 4 januari zijn er 412 aanvragen ingediend met een totale claim van € 4.661.327,77. Hierdoor was er nog ruim 1,3 mln euro budget over.
Hoeveel aanvragen zijn er gedaan? Op basis van welke regels wordt beoordeeld welke aanvraag toegekend of afgewezen wordt? Wanneer krijgen aanvragers uiterlijk te horen dat hun aanvraag toegekend of afgewezen is?
Per 1 maart jl. waren er totaal 671 aanvragen ingediend. Een aantal aanvragen is ingetrokken of afgewezen, waarna in totaal 633 aanvragen resteerden. In artikel 4.7.7 van de subsidieregeling energiebesparing en duurzame energie zijn de afwijzingsgronden opgenomen. Vanaf de datum van indiening geldt in het kader van Rijksbreed bindend raamwerk voor uitvoering van subsidies (RUS) een termijn van 8 weken tot beschikking. Deze termijn kan met nog eens 8 weken worden verlengd.
Hoe beoordeelt u het feit dat de subsidieregeling al zo snel uitgeput is? Ziet u dit als een succes of als een aansporing om meer te investeren?
Door de subsidieregeling al per 1 september 2015 te publiceren kon de sector zich goed voorbereiden op de indiening en stonden zij voor 4 januari 2016 zogezegd in de startblokken. Ik zie de grote bereidheid van de sportverenigingen om te investeren in energiebesparing en duurzame energie als een succes waaraan ook NOC*NSF en de sportbonden hebben bijgedragen met hun actieve inbreng en communicatie.
Kunt u aangeven welk type sportverenigingen (soort sport, verenigingsgrootte) een subsidie hebben aangevraagd?
Van de 633 aanvragen die per 1 maart zijn ingediend en niet afgewezen of ingetrokken zijn, waren de meeste van de voetbalverenigingen (302) gevolgd door de tennisverenigingen (155) en hockeyverenigingen (28). Ook waren er nog meerdere aanvragen van korfbalverenigingen (25), atletiekverenigingen (18), de watersport (13) en volleybalverenigingen (11). Vanuit 28 andere sporten zijn minder dan 10 aanvragen binnen gekomen.
De verenigingsgrootte wordt niet gevraagd bij indiening van een subsidieverzoek.
Hierover zijn dan ook geen cijfers beschikbaar.
Kunt u een analyse geven van het type maatregelen waarvoor sportverenigingen subsidie hebben aangevraagd?
Bijna de helft van de aanvragen betreft zonnepanelen. Een kwart van de aangevraagde subsidie wordt aangevraagd voor veldverlichting. Van de overige aanvragen is nog tien procent bestemd voor binnenverlichting en ruim vijf procent voor isolerende maatregelen.
Hoeveel borgstellingen heeft de Stichting Waarborgfonds Sport verstrekt?
Per 1 maart heeft de Stichting Waarborgfonds Sport 17 toekenningen gedaan. Deze toekenningen zullen worden verstrekt nadat de verenigingen de beschikking hebben gehad van RVO vanuit de subsidieregeling. De verwachting is dat verenigingen na toekenning van de subsidie een groter beroep zullen doen op de borgstellingen.
Met welk bedrag is de regeling inmiddels overschreden als alle aanvragen die aan de voorwaarden van de regeling voldoen, worden toegekend?
Per 1 maart waren er 633 aanvragen ingediend waarbij totaal aangevraagde subsidiebedrag € 6.750.232,72 was. Van deze aanvragen kan nog een deel worden ingetrokken of afgewezen. De exacte overschrijding is dus niet te duiden.
Klopt het dat ongeveer 15.000 sportaccommodaties geen subsidie voor verduurzaming krijgen, terwijl ze wel extra kosten maken door de afschaffing van de teruggaveregeling energiebelasting voor sportverenigingen? Klopt het dat hierdoor voor het overgrote deel van de sportaccommodaties in feite sprake is van een bezuiniging van gemiddeld 1.400 euro per jaar, oplopend tot 5.000 euro per jaar?2
Jaarlijks maakten ongeveer 5500 verenigingen gebruik van de teruggave regeling energiebelasting. Deze teruggave werd gebaseerd op het energieverbruik. Deze mogelijkheid is vervallen, omdat zoals eerder3 is aangegeven het in stand houden van beide regelingen twee contraire signalen aan de sportverenigingen zou geven. De verwachting is dat rond de 600 verenigingen per jaar een aanvraag toegekend zullen krijgen. De looptijd van de subsidieregeling is 5 jaar, daarmee zal dus het overgrote deel gebruik kunnen maken van de nieuwe subsidieregeling.
Deelt u de mening dat het onwenselijk is dat er eigenaren van sportaccommodaties zijn die enerzijds met hogere lasten worden geconfronteerd door afschaffing van de teruggave regeling, en anderzijds wel zouden willen investeren in verduurzaming, maar door de uitputting van de subsidieregeling hier niet aan toe komen?
Nee, er zijn voor veel verenigingen quick wins te realiseren met een korte terugverdientijd en lage benodigde investering op het gebied van energiebesparing. Hiermee kunnen zij al gemakkelijk de hogere energielasten terugdringen. Buiten deze subsidieregeling zijn er overigens nog andere mogelijkheden zoals de SDE+, voor de grootverbruikers, en de Investeringssubsidie duurzame energie4.
Bent u bereid dit jaar extra budget toe te voegen aan de subsidieregeling energiebesparing sportaccommodaties?
Nee, ik zie geen mogelijkheden om extra budget aan de subsidieregeling toe te voegen.
Ziet u mogelijkheden middelen te vinden om buiten de sportbegroting om de regeling te vullen en daarmee de positieve bijdrage die sportverenigingen leveren aan het terugdringen van energieverbruik te belonen?
Zie antwoord vraag 11.
Bent u bereid met uw collega van Economische Zaken te overleggen of er een mogelijkheid is vanuit het budget voor verduurzaming de subsidieregeling te vullen? Zo nee, waarom niet?
Ik heb met mijn collega van Economische Zaken gesproken. Hij ziet momenteel echter geen mogelijkheden om het budget van de subsidieregeling aan te vullen vanuit zijn begroting.
De financiering van sport door het Rijk |
|
Rudmer Heerema (VVD) |
|
Edith Schippers (minister volksgezondheid, welzijn en sport) (VVD) |
|
|
|
|
Kent u het rapport «Kracht van sport: de verbinding?1
Ja.
Bent u ook van mening dat sport en bewegen een grote meerwaarde hebben voor de samenleving, omdat bewegen gezond is en preventief werkt, het beoefenen van sport leidt tot contact tussen mensen, kinderen en volwassenen via sporten sociale en maatschappelijke vaardigheden leren op te doen, en sporten en sportieve evenementen economische kansen bieden voor Nederland?
Ja.
In hoeverre beschikt u over een overzicht van alle overheidsuitgaven aan sport en bewegen en sportgerelateerde uitgaven van andere ministeries? Hoe zijn deze uitgaven gelabeld, en hoe worden deze ingezet in fte’s ten behoeve van sport en bewegen binnen het betreffende ministerie (bijv. EZ, BuZa en OCW? Kunt u dit overzicht aan de Kamer toesturen?
Een (integraal) overzicht van alle sportgerelateerde overheidsuitgaven bestaat niet, en derhalve kan ik u ook geen labeling van uitgaven doen toekomen noch een overzicht van aan sport gerelateerde fte inzet. Direct aan sport en bewegen gerelateerde VWS-uitgaven staan opgenomen in artikel 6 van de VWS-begroting. Sport gerelateerde uitgaven bij andere departementen zijn veelal niet specifiek te labellen omdat deze een afgeleide zijn het daarbetreffende hoofdthema. Derhalve is het bepalen van de inzet in fte’s van andere departementen dan VWS niet vast te stellen.
Heeft u een overzicht van alle uitgaven aan sport (en bewegen) en sportgerelateerde uitgaven van decentrale overheden? Deelt u de mening dat het nuttig zou zijn een integraal overzicht te hebben van alle overheidsuitgaven aan sport (en bewegen) en sportgerelateerde overheidsuitgaven, zowel van het Rijk als van decentrale overheden? Bent u bereid zo’n integraal sportuitgavenoverzicht op te stellen, en naar de Kamer te sturen?
Het Mulier Instituut heeft afgelopen jaar in mijn opdracht een studie uitgevoerd naar de gemeentelijke uitgaven. Op 29 oktober 2015 heb ik de resultaten van deze studie met een begeleidende brief aan uw Kamer gezonden (http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2015Z20167&did=2015D41073). Dit gemeentelijke overzicht tezamen met de VWS sportbegroting volstaat mijns inziens voor de huidige planvorming op het VWS-terrein van sport en bewegen.
Het aanvallen van een scheidsrechter door spelers van de voetbalclub Nieuw Sloten |
|
Tjeerd van Dekken (PvdA), Ahmed Marcouch (PvdA) |
|
Edith Schippers (minister volksgezondheid, welzijn en sport) (VVD), Ard van der Steur (minister justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Kent u de berichten «Scheidsrechter aangevallen door spelers Nieuw Sloten»1 en «Duel Nieuw-Sloten gestaakt na wangedrag speler»2? Herinnert u zich het feit dat voetballers van deze voetbalclub zijn veroordeeld vanwege betrokkenheid bij het overlijden van een scheidsrechter?3
Ja.
Is er naar aanleiding van het recente incident aangifte gedaan tegen spelers of andere betrokkenen van de genoemde voetbalclub? Zo ja, wat is de stand van zaken van deze aangifte? Zo nee, op welke gronden kan het Openbaar Ministerie (OM) overwegen over te gaan tot ambtshalve vervolging en wordt dit ook overwogen?
Er is geen aangifte gedaan tegen spelers of andere betrokkenen van de genoemde voetbalclub. De politie heeft op eigen initiatief wel gesproken met de scheidsrechter. De scheidsrechter kiest ervoor om geen aangifte te doen. Het Openbaar Ministerie heeft besloten niet ambtshalve tot vervolging over te gaan, vanwege de ernst van hetgeen dat is voorgevallen, het feit dat de scheidsrechter geen aangifte wenst te doen en het besluit van het bestuur van de voetbalvereniging om het betrokken team uit de competitie te halen.
In hoeverre kan het feit dat er eerder spelers van Nieuw Sloten betrokken waren bij een geweldsincident tegen een scheidsrechter meespelen bij een besluit van het OM om in geval van het recente incident vervolging tegen spelers of de club in te stellen?
Ook deze omstandigheid is onderdeel geweest van de afweging over de vervolging, waarbij uiteindelijk besloten is om niet tot vervolging over te gaan.
Doet de KNVB onderzoek naar spelers van Nieuw Sloten en/of de club? Zo ja, wat is de stand van zaken van dat onderzoek? Zo nee, waarom niet?
De KNVB doet net als bij andere tuchtzaken onderzoek naar de toedracht van het voorval. Daders worden hierbij gestraft. Het onderzoek is nog niet afgerond. Lopende dit onderzoek zijn op voorhand alle spelers van dit elftal voorlopig uitgesloten van deelname aan wedstrijden.
Daarnaast is de KNVB met de vereniging in gesprek over verdere begeleiding en ondersteuning. Dit om de kans op misdragingen in de toekomst verder te verlagen.
Racistische uitingen van de supporters van ADO Den Haag tijdens de wedstrijd tegen Ajax |
|
Tunahan Kuzu (GrKÖ) |
|
Ard van der Steur (minister justitie en veiligheid) (VVD), Edith Schippers (minister volksgezondheid, welzijn en sport) (VVD), Ronald Plasterk (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (PvdA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «ADO maakt Ajax en Bazoer excuses voor racistisch gedrag fans»?1
Ja.
Hoe beoordeelt u het feit dat soortgelijke racistische uitingen richting sporters steeds vaker voorkomen op de Nederlandse velden?
Uit de cijfers van de KNVB komt een toename naar voren van kwetsende spreekkoren (scheldkoren) bij het betaald voetbal over de laatste twee seizoenen ten opzichte van de seizoenen ervoor: seizoen 2010–2011 16 keer; 2011–2012 13 keer; 2012–2013 15 keer; 2013–2014 29 keer; 2014–2015 29 keer. Echter, deze cijfers hebben betrekking op alle kwetsende scheldkoren. Bij de registratie wordt niet bijgehouden of deze antisemitisch, racistisch, homofoob of anderszins discriminerend zijn.
Welke acties heeft u al ondernomen naar aanleiding van de toegenomen racistische uitingen op de Nederlandse velden?
Het Auditteam Voetbal en Veiligheid heeft in 2014 onderzoek gedaan naar spreekkoren in het Nederlandse betaald voetbal. Aanleiding hiervoor was dat een deel van de supporters regelmatig discriminerende of anderszins kwetsende leuzen scandeert. Doel van het onderzoek was handvatten te bieden voor een effectieve aanpak van scheldkoren. Deze scheldkoren horen op geen enkele manier bij het voetbalfeest en passen niet bij de gastvrijheid en het respect waar we in het voetbal naar streven.
De laatste gevallen van scheldkoren zijn ook besproken in de Regiegroep Voetbal en Veiligheid, waarin het Ministerie van Veiligheid en Justitie, KNVB, politie, Openbaar Ministerie (OM) en burgemeesters van gemeenten met een betaald voetbalorganisatie vertegenwoordigd zijn. De aanpak van scheldkoren is hier vanuit ieders rol bekeken.
Betaald voetbalclubs, KNVB en Eredivisie CV hebben afgesproken sneller en kordater op te treden tegen scheldkoren in het voetbal. Zie ook de antwoorden op de vragen 4, 12 en 13.
Bent u bereid extra en/of strengere maatregelen te treffen specifiek voor de voetbalwedstrijden naar aanleiding van de racistische gebeurtenissen bij de wedstrijd tussen ADO Den Haag en Ajax? Zo ja, welke maatregelen gaat u treffen? Zo nee, waarom niet?
De betaald voetbalclubs, KNVB en Eredivisie CV hebben naar aanleiding van de gebeurtenissen afgesproken sneller en kordater op te treden tegen scheldkoren in het voetbal.
Clubs roepen bij kwetsende en discriminerende scheldkoren de supporters op om met dit gedrag te stoppen. Indien de scheldkoren dan alsnog doorgaan, kan de wedstrijd worden stilgelegd en nemen clubs maatregelen (bijvoorbeeld door het opleggen van stadionverboden). Clubs gaan hierover verder in gesprek met de supportersverenigingen om normen en waarden in het stadion gezamenlijk vast te leggen en uit te spreken. Dit past volledig in de gezamenlijke ambitie stadions toegankelijker, gastvrijer en veiliger te maken.
De verantwoordelijkheid om een wedstrijd tijdelijk of definitief stil te leggen, ligt bij de thuisspelende club. Als de wedstrijd wordt stilgelegd, spreken de club, lokale autoriteiten en de arbitrage over de maatregelen die genomen moeten worden en wat er moet gebeuren bij herhaling van de scheldkoren. De scheidsrechter kan een wedstrijd enkel stilleggen als spelers en/of arbitrage niet meer in staat zijn te functioneren. Mocht er na een hervatting van de wedstrijd wederom sprake zijn van het scanderen van scheldkoren, dan kan de wedstrijd definitief worden gestaakt.
Deelt u de mening, met het oog op de recente gebeurtenissen, dat de alertheid en de aandacht rondom de racistische uitingen op de Nederlandse sportvelden door het ministerie, gemeenten en veiligheidsdiensten opgehoogd moeten worden? Zo nee, waarom niet?
Ik deel deze mening niet. Ik ben van mening dat er nu voldoende alertheid is bij alle betrokken partijen om deze scheldkoren aan te pakken. Zie het antwoord op vraag 4, 12 en 13.
Bent u bereid om daders van de racistische uitingen die onlangs geïdentificeerd zijn «te namen en te shamen» om zo een duidelijk signaal af te geven dat zulk gedrag niet wordt getolereerd in Nederland? Zo nee, waarom niet?
Indien er sprake is van een verdenking van een strafbaar feit als groepsbelediging (artikel 137c Sr), aanzetten tot haat, discriminatie of geweld (artikel 137d Sr) of belediging met een discriminatoir aspect (artikel 266 jo 137c Sr) hanteert het OM als uitgangspunt dat er in bewijsbare zaken vervolgd wordt. In combinatie met strafrechtelijk optreden kan een actief persbeleid worden gevoerd.
Bent u bereid een onderzoek te doen naar de toename van racistische uitingen op de Nederlandse sportvelden en dit openbaar te maken? Zo nee, waarom niet?
Nee, hoewel deze scheldkoren zeer te betreuren zijn, zijn er reeds cijfers van de KNVB beschikbaar (zie het antwoord op vraag2 en kent de aanpak voldoende urgentie. Uiteraard worden de cijfers wel gemonitord.
Bent u bereid om onderzoek te doen naar discriminatie en racisme bij de amateurclubs in Nederland? Zo ja, wanneer gaat u dit doen? Zo nee, waarom niet?
Nee, dit wordt reeds meegenomen in de monitor Naar een Veiliger Sportklimaat», waar bij verschillende doelgroepen (spelers, scheidsrechters en bestuurders) wordt gevraagd naar verschillende vormen van ongewenst gedrag zoals discriminatie3. In de breedtesport is gekozen voor een brede aanpak van ongewenst gedrag bij sportverenigingen met het actieplan «Naar een Veiliger Sportklimaat». Het doel van het plan is het realiseren van een veiliger sportklimaat waarin iedereen met plezier kan sporten en zichzelf kan zijn zonder last te hebben van geweld of intimidatie. Het actieplan wordt sportbreed ingevoerd en bestaat op hoofdlijnen uit maatregelen gericht op spelregels, gedragsregels, tuchtrecht, excessen, vrijwilligers en op aansluiting bij lokaal veiligheidsbeleid. De KNVB is een van de voortrekkers van dit actieplan.
Bent u bereid om de KNVB erop aan te spreken meteen actie te ondernemen als dit soort gebeurtenissen zich weer voordoen en het niet enkel over te laten aan de clubs of de scheidsrechters? Zo nee, waarom niet?
De Richtlijn Verbaal Geweld is onlangs besproken met de KNVB. Zij heeft met de betaald voetbalclubs en de Eredivisie CV aanvullende afspraken gemaakt. Deze zijn toegelicht bij antwoord 4.
Deelt u de mening dat de KNVB te kort schiet bij het bestrijden van racisme op de Nederlandse voetbalvelden? Zo ja, wat gaat u hiertegen doen? Zo nee, waarom niet?
Nee. Discriminerende, racistische of anderszins kwetsende uitingen in de stadions worden aangepakt, omdat voetbal voor iedereen is en in het stadion iedereen welkom is. Er bestaan duidelijke regels voor de aanpak van kwetsende uitingen en afspraken met clubs en scheidsrechters hoe er dient te worden omgegaan met verbaal geweld. Deze afspraken staan in de Richtlijn Verbaal Geweld, zoals opgenomen in paragraaf 3.9 van het handboek competitiezaken betaald voetbal 2014/»15.
Zijn er behalve de bovengenoemde gebeurtenis ook andere gevallen bij u bekend, waarbij racistische uitingen zijn gedaan richting voetballers en/of andere sporters op de Nederlandse velden? Zo ja, hoe heeft het Openbaar Ministerie (OM) toen gehandeld?
Er hebben zich meerdere incidenten voorgedaan de afgelopen jaren, waaronder de volgende:
Bent u bereid om het initiatief te nemen om samen met de KNVB in gesprek te gaan over het voorkomen en aanpakken racisme, zowel in het amateur als betaald voetbal?
Behalve repressieve/disciplinerende maatregelen is ook bewustwording van en voorlichting over discriminatie in het voetbal van belang. De KNVB heeft hiertoe in december jongstleden de licentie-eis voor de profclubs uitgebreid met de verplichting om anti-discriminatie beleid te formuleren en te implementeren. Daarnaast gaat de KNVB de activiteiten van het KNVB plan diversiteit, dat vooral het amateurvoetbal betreft, beter structureren en verbreden. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft onlangs overlegd met de KNVB, Ajax, CIDI en CJO over discriminatie in het voetbal, waarbij met name is gesproken over een aanpak van antisemitische/discriminerende spreekoren gericht op bewustwording van het kwetsende karakter van die spreekkoren. De KNVB heeft daarbij aangegeven in samenwerking met de clubs in het voorjaar van 2016 met voorstellen in deze richting te komen.
Bent u bereid de KNVB te dwingen om middelen in te zetten om racisme op de voetbalvelden aan te pakken? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 12.
Wat vond u van het feit dat de thuisclub en de scheidsrechter de wedstrijd lieten doorspelen terwijl er racistische uitingen werden gedaan richting spelers?
De verantwoordelijkheid om scheldkoren in het stadion aan te pakken, ligt bij de thuisspelende club. Lokaal is er beleid opgesteld ter bestrijding van verbaal geweld en zijn er afspraken gemaakt over hoe te handelen bij (herhaling / voortzetting) scheldkoren. Het is niet aan mij hier over te oordelen. Wel is de Richtlijn Verbaal Geweld besproken met de KNVB en de andere partners uit de Regiegroep Voetbal en Veiligheid.
Vindt u dat het protocol met betrekking tot het schorsen van wedstrijden aangescherpt moet worden, zodat de KNVB zelf in bovenstaande gevallen wedstrijden stil kan leggen, dit in tegenstelling tot het huidige protocol waarin de beslissing wordt overgelaten aan de scheidsrechters en de thuisclub? Zo nee, waarom niet?
De Richtlijn Verbaal Geweld is onlangs aangescherpt. Ik verwijs naar het antwoord op vraag 4.
Deelt u de mening dat, met het oog op de verklaring van Bazoer waarin hij verklaart dat hij niet wist dat hij in soortgelijke situaties het recht heeft om het veld te verlaten, de KNVB meer zorg moet dragen voor het informeren van haar sporters over hun rechten bij soortgelijke racistische uitingen? Zo ja, welke acties gaat u ondernemen? Zo nee, waarom niet?
De KNVB heeft na het incident laten weten dat een scheidsrechter of een voetballer zelf mag besluiten om van het veld te stappen. Als de scheidsrechter of de speler niet verder wil spelen, moet de wedstrijd stilgelegd worden. Ik verwijs naar de antwoorden op vraag 4, 12 en 13.