| Ingediend | 28 augustus 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 22 september 2026 (na 25 dagen) |
| Indiener | Ingrid Michon (VVD) |
| Beantwoord door | Hans Vijlbrief (D66) |
| Onderwerpen | arbeidsvoorwaarden bestuur europese zaken internationaal parlement werk |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z17353.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20262027-76.html |
Zoals ik heb beschreven in mijn brief van 10 juni jl.2 heeft een grote meerderheid van lidstaten in de Coreper-vergadering van 29 april jl. aangegeven het voorlopig akkoord over de herziening van Verordening 883/2004 te kunnen steunen. Nederland heeft vanwege de uitbreiding van de export van werkloosheidsuitkeringen in die Coreper-vergadering tegen het voorlopig akkoord gestemd.
Op 7 juli jl. heeft het Europees Parlement met ruime meerderheid ingestemd met het voorlopig akkoord. De verwachting is dat het voorlopig akkoord op de Raad Landbouw en Visserij van 28 tot 29 september formeel wordt aangenomen. Nederland zal ook tegenstemmen in de Raad.
Zoals beschreven in mijn brief van 10 juni jl. wordt vervolgens wordt de wijzigingsverordening waarmee de bestaande Verordening 883/2004 wordt gewijzigd (hierna: wijzigingsverordening) gepubliceerd in het Publicatieblad van de EU. De wijzigingsverordening treedt in werking op de eerste dag van de maand na de datum van publicatie. Naar verwachting zal de wijzigingsverordening in het najaar van 2026 in werking treden. De datum van toepassing van de meeste bepalingen uit de wijzigingsverordening is twee jaar na inwerkingtreding. Verreweg de meeste wijzigingen zullen daarom naar verwachting in het najaar van 2028 van toepassing zijn.
Verordening 883/2004 werkt rechtstreeks en laat in principe geen ruimte aan de uitvoeringsinstanties van de lidstaten om zelf invulling te geven aan de uitvoering van de (nieuwe) regels voor de export van werkloosheidsuitkeringen. Een uitzondering hierop geldt voor een verlenging van de exporttermijn van zes maanden tot aan de maximale uitkeringsduur wanneer een werkloze in een andere lidstaat naar werk zoekt. In het antwoord op vraag 4 wordt de beleidsruimte van de uitvoeringsinstantie op dit punt verder toegelicht.
De verlenging van de exportduur van werkloosheidsuitkeringen gaat in twee jaar na inwerkingtreding van de wijzigingsverordening. Dit zal naar verwachting in het najaar van 2028 zijn.
Het is juist dat lidstaten mogen bepalen of de geëxporteerde WW-uitkering langer wordt uitbetaald dan zes maanden wanneer iemand in een andere lidstaat naar werk zoekt. Het gaat om een bevoegdheid, niet om een verplichting. Bij het uitoefenen van die bevoegdheid dient UWV wel het vrij verkeer van werknemers te respecteren.
Ik acht een verlenging van de exporttermijn niet wenselijk. UWV zal daarom, net als onder de huidige regels, alleen bij wijze van uitzondering gebruik maken van de bevoegdheid om te verlengen. Ik licht dit hieronder verder toe.
Het is nu beperkt mogelijk om met behoud van WW in het buitenland te verblijven om daar naar werk te zoeken, namelijk drie maanden. De uitvoeringsinstanties mogen deze «exporttermijn» van drie maanden verlengen naar zes maanden. Dit is een bevoegdheid, geen verplichting. UWV maakt in principe geen gebruik van de bevoegdheid om te verlengen en verlengt de exportuitkering alleen bij uitzondering. Het moet dan gaan om situaties waarin het weigeren van een verzoek tot verlenging van de exportuitkering onredelijk is, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een concreet en aantoonbaar uitzicht op werkhervatting. In 2024 heeft UWV in minder dan vijf gevallen goedkeuring verleend voor verlenging.3 Het beleid van UWV is goedgekeurd door het Hof van Justitie (EU) in de zaak Klein-Schiphorst (C-551/16).
Voor volledig werkloze grenswerkers gelden bijzondere regels. Zij kunnen de werkloosheidsuitkering onder de huidige regels niet exporteren vanuit het werkland, omdat zij aanspraak maken op een werkloosheidsuitkering uit het woonland.
De in de wijzigingsverordening voorziene uitbreiding van de mogelijkheid om met behoud van WW in het buitenland te verblijven manifesteert zich op twee manieren:
Controle en handhaving zijn ingewikkelder als de uitkeringsgerechtigde niet in Nederland maar met behoud van WW in een andere EU-lidstaat verblijft. In Nederland is er – vooral door een koppeling van systemen – meer inzicht in de situatie van de WW-gerechtigde. Een dergelijke automatische koppeling bestaat niet met andere lidstaten. Ook heeft UWV niet dezelfde controlebevoegdheden in het buitenland. UWV is meer afhankelijk van andere lidstaten als een uitkeringsgerechtigde in het buitenland verblijft.
Meer specifiek geldt het volgende:
Er bestaan al structuren voor gegevensuitwisseling tussen de lidstaten (zie ook het antwoord op vraag4. Zoals ik heb beschreven in mijn brief van 10 juni jl. zijn de inspanningen van Nederland in de onderhandelingen over de wijzigingsverordening voor het verkrijgen van een betere informatiepositie van UWV bij de export van werkloosheidsuitkeringen beloond. Zo moet de lidstaat waar naar werk wordt gezocht de lidstaat die de uitkering betaalt, voortaan maandelijks informeren of de WW-gerechtigde zich houdt aan de controle- en arbeidsbemiddelingsprocedures in die lidstaat. Daarnaast moet de lidstaat waar de WW-gerechtigde woont, de lidstaat die de uitkering betaalt informeren over omstandigheden die van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering. Deze verplichting bestond al maar is aangescherpt. Op aandringen van Nederland en gelijkgestemde lidstaten heeft de Europese Commissie (EC) daarnaast een verklaring afgelegd waarin ze aangeeft te zullen onderzoeken hoe de samenwerking tussen lidstaten op het terrein van controle en arbeidsbemiddeling verder kan worden versterkt. De EC heeft ook aangekondigd om nog voor de datum van toepassing van de bepalingen uit het werkloosheidshoofdstuk voorstellen te zullen doen voor verbeteringen van gegevensuitwisseling binnen het Electronic Exchange of Social Security Information System (EESSI). Zoals ik ook heb aangegeven in mijn brief van 10 juni jl. zal ik mij blijven inzetten voor een verdere verbetering van de gegevensuitwisseling tussen de lidstaten.
Zoals uiteengezet in mijn brief van 10 juni jl. heeft Nederland zich tegen de uitbreiding van de export van werkloosheidsuitkeringen verzet en tegen het voorlopig akkoord gestemd in de Coreper-vergadering van 29 april jl. Nederland zal ook tegenstemmen in de Raad van Ministers.
Verlenging van de bestaande wekeneis voor de export van de WW-uitkering is niet mogelijk. Een aanscherping van de wekeneis alleen voor WW-gerechtigden die de uitkering willen exporteren, levert inbreuk op het vrij verkeer van werknemers op en is in strijd met het beginsel van gelijke behandeling.
In de wijzigingsverordening wordt echter wel geborgd dat de werkloze gedurende een bepaalde periode premie heeft betaald in het werkland, voordat daar een uitkering wordt aangevraagd. Zo heeft door de introductie van de «affiliatieperiode» de werkloze die tijdens zijn of haar werk in Nederland in een andere lidstaat woonde pas recht op een WW-uitkering, als diegene een ononderbroken periode van 22 weken in Nederland heeft gewerkt. Een dergelijke affiliatieperiode bestaat op dit moment niet. De introductie van de affiliatieperiode is een positief element uit de wijzigingsverordening. Nederland heeft zich ingezet voor een substantiële affiliatietermijn van minimaal zes maanden. De termijn van 22 weken (circa vijf maanden) komt daarbij in de buurt.
Nee, het is juridisch niet mogelijk om bij de export van de WW-uitkering een landencorrectiefactor toe te passen. Dit volgt uit een uitspraak van het Hof van Justitie (EU) in de zaak Europese Commissie tegen Republiek Oostenrijk_. Het EU-Hof bepaalde dat het aanpassen van de hoogte van gezinsbijslagen naar het prijspeil in de woonstaat van het kind niet is toegestaan, omdat het indirecte discriminatie op grond van nationaliteit oplevert.
De ingeschatte € 14 miljoen per jaar gaat specifiek over extra kosten ten opzichte van de huidige situatie, de € 13,8 miljoen in 2025 waar u naar verwijst. De geraamde € 14 miljoen aan extra kosten hebben alleen betrekking op de extra WW-uitgaven. Het bedrag is exclusief eventuele kosten of besparingen voor de uitvoering door UWV en de SVB. Tijdens de verdere implementatie zullen UWV en SVB een uitvoeringstoets doen om inzicht te krijgen in het effect van de wijzigingsverordening op de uitvoering.
Voor de raming is gebruik gemaakt van een rapport van de Europese Commissie over het huidige aantal aanvragen met arbeidsverleden in het buitenland, een rapport van de Algemene Rekenkamer en realisaties van UWV over de huidige kosten van export van WW-uitkeringen.
Het grootste deel van de extra WW-uitgaven wordt veroorzaakt door de wijziging van de regels voor grenswerkers en andere migrerende werkers (zie voor een uitleg het antwoord op vraag5. Nederland zal onder de nieuwe regels vaker verantwoordelijk worden voor de uitbetaling van een WW-uitkering (met name aan grenswerkers) dan onder de huidige regels. De verlenging van de exporttermijn van drie naar zes maanden leidt niet tot een verdubbeling van de WW-uitgaven. Dit komt doordat de exporttermijn gemaximeerd is op het opgebouwde WW-recht. Doordat het opgebouwde WW-recht vaak korter is dan de exporttermijn van zes maanden wordt de duur van de WW-uitkering niet automatisch voor iedereen verdubbeld.
Zie antwoord vraag 8.
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 5 wordt de controle en de ondersteuning bij het vinden naar werk uitgevoerd door de lidstaat waar naar werk wordt gezocht, zodra de werkzoekende staat ingeschreven in die lidstaat. UWV betaalt de werkloosheidsuitkering pas uit nadat de buitenlandse uitkeringsinstantie heeft aangegeven dat de werkloze zich heeft ingeschreven als werkzoekende en UWV een inkomstenopgave van de uitkeringsgerechtigde heeft ontvangen. UWV verzoekt maandelijks om een bewijs van blijvende inschrijving als werkzoekende en van medewerking aan de georganiseerde controleprocedures. Verordening 883/2004 verplicht de lidstaat waar naar werk wordt gezocht om UWV te informeren wanneer de WW-gerechtigde zich niet houdt aan de controlevoorschriften van die lidstaat. UWV beoordeelt vervolgens of dit gevolgen heeft voor de werkloosheidsuitkering. Ik blijf mij inzetten voor een verdere verbetering van de gegevensuitwisseling tussen de lidstaten.
In de uitvoering van de WW door UWV is geen specifiek bedrag gereserveerd voor toezicht op de export van WW-uitkeringen. Het budget maakt onderdeel uit van het budget voor de reguliere dienstverlening.