Kamervraag 2016Z10633

Een racistische aanval in Zwolle

Ingediend 31 mei 2016
Beantwoord 28 juni 2016 (na 28 dagen)
Indieners Tunahan Kuzu (GrKÖ), Selçuk Öztürk (GrKÖ)
Beantwoord door Lodewijk Asscher (viceminister-president , minister sociale zaken en werkgelegenheid) (PvdA), Ronald Plasterk (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (PvdA), Ard van der Steur (minister veiligheid en justitie) (VVD)
Onderwerpen criminaliteit openbare orde en veiligheid recht staatsrecht strafrecht
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2016Z10633.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20152016-2965.html
1. http://www.destentor.nl/regio/zwolle/zwolse-zoekt-vrouw-die-glas-in-h…
2. Anne Frank Stichting en Verwey-Jonker Instituut
3. Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2015–2016, nr. 239
4. Kruize, P. & Gruter, P. (2015). DISCRIMINATIE: De gang van discriminatiezaken VAN AANGIFTE TOT VERVOLGING door de strafrechtketen.
  • Vraag 1
    Bent u bekend met het bericht «Zwolse zoekt vrouw die glas in haar gezicht duwde»?1

    Ja.

  • Vraag 2
    Heeft u reeds met de slachtoffers contact gelegd? Zo ja, heeft u namens de Nederlandse regering uw bezorgdheid en medeleven betuigd? Zo nee, waarom nog niet?

    Bij dit type delicten zoekt Slachtofferhulp Nederland contact met het slachtoffer om te bespreken of, en zo ja welke ondersteuning gewenst is. Het kabinet ziet geen aanleiding om in dit geval af te wijken van de reguliere ondersteuning en begeleiding die slachtoffers van geweldsdelicten ontvangen. Vanzelfsprekend keur ik elke vorm van geweld af.

  • Vraag 3
    Bent u zich ervan bewust dat racistische en discriminatoire denkbeelden leiden tot dit soort gewelddadige gebeurtenissen?

    Ik ben mij ervan bewust dat racistische en discriminatoire denkbeelden kunnen leiden tot gedrag dat daarop gebaseerd is en in extreme gevallen zelfs tot gedrag dat gepaard gaat met geweld.

  • Vraag 4
    Bent u zich er voorts van bewust dat dit soort gewelddadige gebeurtenissen geen incidenten zijn gezien de stijging van racistische geweldsincidenten die in de laatste twee rapportages racisme, antisemitisme, en extreemrechts geweld in Nederland2 valt waar te nemen? Zo ja, welke specifieke maatregelen gaat u nemen teneinde racistische geweldsincidenten te voorkomen? Zo nee, waarom niet?

    Aan de hand van het aantal gemelde incidenten alleen is niet vast te stellen of er ook een stijging is van het aantal incidenten, noch van het aantal incidenten dat gepaard gaat met geweldgebruik. Immers aan de stijging van het aantal gemelde incidenten kunnen ook andere oorzaken ten grondslag liggen zoals een verhoogde meldings- een aangiftebereidheid en de manier van registreren. Het kabinet zet in op een vergroting van de meldings- een aangiftebereidheid bij discriminatie en commune delicten met een discriminatoir aspect. In het Nationaal actieplan tegen discriminatie3 is ingegaan op de inzet vanuit het kabinet om de bewustwording en meldingsbereidheid ten aanzien van discriminatie te versterken.
    Het inzicht in de omvang van de problematiek, die zonder meer de aandacht van het kabinet heeft, wordt steeds beter. Elk geval van discriminatoir geweld is er één te veel.
    In het geval er sprake is van een commuun feit met discriminatoir aspect, dan moet, volgens de Aanwijzing Discriminatie van het Openbaar Ministerie, een verhoging van de strafeis worden gevraagd van 50 tot 100 procent.

  • Vraag 5
    Waarom leggen rechters nu slechts in beperkte mate een taak-/leerstraf op bij discriminatoire incidenten?3 Wat houdt een leerstraf in het kader van discriminatie in?

    Het Landelijk Expertise Centrum Discriminatie van het Openbaar Ministerie geeft aan dat de recidive van personen die bestraft worden voor een discriminatiefeit vrijwel nihil is. Het invoeren van een maatregel met als doel speciale preventie lijkt dan ook niet nodig. Overigens bestaat voor de rechter bij vaststelling van strafbare discriminatie reeds de mogelijkheid tot het opleggen van een taakstraf. De taakstraf kan ook een leerstraf inhouden, welke kan worden ingevuld als een leertraject tegen discriminatie.
    Ik zie daarom geen aanleiding om een uitgebreidere leerstraf in het leven te roepen, mede omdat het ontwerpen van een educatieve maatregel of leerstraf een arbeidsintensief traject is waarvoor veel geïnvesteerd moeten worden in het inrichten van de maatregel/straf.
    Een veroordeling is gebaseerd op alle feiten die op een tenlastelegging staan en die door de rechter bewezen worden geacht. Het is daarom niet mogelijk deze gegevens te splitsen en aan te geven welk deel van de maatregel of straf specifiek voor het discriminatiefeit in een zaak of het discriminatoire aspect van een zaak is opgelegd.

  • Vraag 6
    Is de regering bereid een uitgebreidere leerstraf in het leven te roepen, in de vorm van een Educatieve Maatregel Discriminatie, waarbij mensen die discrimineren corrigerend worden bijgeschoold en ervan doordrongen raken dat discriminatie echt niet kan, omdat ook relatief lage recidivecijfers ons er niet van ontslaan dat de discriminatoire denkbeelden die ook zorgen voor subtiele en alledaagse vormen van discriminatie dienen te worden bestreden? Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet?

    Zie antwoord vraag 5.

  • Vraag 7
    Wat vindt u van het idee politieagenten vrij te maken teneinde gespecialiseerd te worden in het afnemen van aangiften van racisme en discriminatie, daar uit onderzoek blijkt dat er winst valt te behalen in de effectiviteit van de gang van discriminatoire klachten door de strafrechtketen?4

    Iedere eenheid beschikt al over een contactpersoon Discriminatie. Ook is er binnen de politie een netwerk Divers Vakmanschap. Dit netwerk is er voor uitwisseling van expertise en ervaringen, maar ook ter ondersteuning van discriminatiezaken. Iedere politiefunctionaris dient echter voldoende sensitief te zijn voor een goede omgang bij aangiftes en de opvolging daarvan.
    De politie werkt verder aan bewustwording van de medewerkers met behulp van onder meer het voornoemde netwerk. De politie zet in op verbetering van registratie van aangiften en intensivering van de samenwerking met het OM en de Antidiscriminatiebureaus. De politie maakt voor het eerst dit jaar het zogenoemde Multi Agency Rapport samen met het College voor de Rechten van de Mens voor een betere agendering van discriminatie.

  • Vraag 8
    Hoeveel budget en fte’s zijn er vrijgemaakt bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om discriminatie te bestrijden?

    Het bedoelde budget bedraagt voor 2016 452.000 euro; 65.000 euro voor een pilot regionalisering van anti-discriminatievoorzieningen, 37.000 euro voor de jaarlijkse rapportage inzake discriminatieklachten, 100.000 euro voor de basiskosten van de campagne tegen discriminatie en 250.000 euro voor de herhaling van de koepelcampagne tegen discriminatie dit voorjaar.
    Daarnaast is in 2008 structureel zes miljoen euro toegevoegd aan het Gemeentefonds in verband met de uitvoering van de Wet gemeentelijke anti-discriminatievoorzieningen.
    Bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties houden diverse medewerkers zich met het onderwerp discriminatie bezig. Opgeteld betreft het ongeveer twee fte’s.
    Overigens moet worden opgemerkt dat dit maar een klein gedeelte is van het totale budget dat beschikbaar is bij de rijksoverheid voor discriminatiebestrijding.
    Het Ministerie van BZK heeft koepelverantwoordelijkheid op het onderwerp discriminatie, maar meerdere departementen zijn verantwoordelijk voor verschillende deelterreinen. Zo zet het Ministerie van SZW zich bijvoorbeeld in voor de bestrijding van racisme, is het Ministerie van OCW verantwoordelijk voor emancipatie en gaat het Ministerie van VWS over de rechten van mensen met een handicap. Vanuit deze deelverantwoordelijkheid zijn er ook bij de ministeries van SZW, OCW, VWS en VenJ financiële middelen beschikbaar gesteld en zijn er ambtenaren die geheel of gedeeltelijk belast zijn met dit onderwerp.

  • Vraag 9
    Hoeveel budget en fte’s zijn er bij de Ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Veiligheid en Justitie vrijgemaakt om radicalisering te bestrijden?

    Op 29 augustus 2014 stuurde het kabinet het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme naar de Tweede Kamer. Het actieprogramma vormt het beleidsmatige antwoord op de geconstateerde jihadistische dreiging en bestaat uit 38 zowel repressieve maatregelen gericht op het voorkomen van aanslagen en vervolging van gewelddadige jihadisten, als preventieve maatregelen gericht op het tegengaan en bestrijden van radicalisering. De coördinatie over uitvoering van de integrale aanpak jihadisme is belegd bij de Programmadirectie Contraterrorisme. In 2016 bestond deze Programmadirectie uit circa 45 fte.
    In februari 2015 heeft het kabinet besloten om de veiligheidsketen op bepaalde punten te versterken. Voor de preventieve aanpak betekent dit dat een bedrag van € 59 mln. beschikbaar is gesteld voor de periode 2016–2020. Dit geld wordt voor een groot deel ingezet ter ondersteuning van de lokale preventieve aanpak. Het totale bedrag wordt verspreid over vijf jaar ingezet. Dat komt neer op ongeveer € 11,8 mln. per jaar.
    Op rijksniveau is er bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie in 2016 € 287.000 vrijgemaakt voor de uitvoering van de maatregelen uit het Actieprogramma gericht op het tegengaan van radicalisering. Bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is voor het tegengaan van radicalisering in 2016 € 3 miljoen, inclusief 10 fte, vrijgemaakt.

  • Vraag 10
    Bent u bereid om vóór het plenaire debat naar aanleiding van het verslag van het Algemeen overleg (VAO) Nationaal Actieprogramma tegen discriminatie deze vragen te beantwoorden?

    Dit is niet mogelijk gebleken.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2016Z10633
Volledige titel: Een racistische aanval in Zwolle
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20152016-2965
Volledige titel: Antwoord op vragen van de leden Kuzu en Öztürk over een racistische aanval in Zwolle