Kamerstuk 36210-10

Amendement van het lid Van der Graaf c.s. ter vervanging van nr. 8 over het regelen dat iedere gemeente, provincie en elk waterschap en openbaar lichaam voorwaarden bepaalt waaronder inwoners en maatschappelijke partijen taken van het bestuursorgaan kunnen uitvoeren

Dossier: Wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet, de Waterschapswet en de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met de participatieverordening en het uitdaagrecht van inwoners en maatschappelijke partijen (Wet versterking participatie op decentraal niveau)


65,3 %
33,3 %

VVD

PVV

JA21

G√ľndogan

Ephraim

DENK

SP

BIJ1

PvdA

CDA

PvdD

Volt

Fractie Den Haan

Groep Van Haga

GL

Omtzigt

CU

BBB

FVD

SGP

D66


Nr. 10 AMENDEMENT VAN HET LID VAN DER GRAAF C.S. TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 81

Ontvangen 25 oktober 2023

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

In artikel I, onderdeel A, onderdeel 3, wordt «kunnen voorwaarden worden bepaald» vervangen door «worden voorwaarden bepaald».

II

In artikel II, onderdeel A, onderdeel 3, wordt «kunnen voorwaarden worden bepaald» vervangen door «worden voorwaarden bepaald».

III

In artikel III, onderdeel 3, wordt «kunnen voorwaarden worden bepaald» vervangen door «worden voorwaarden bepaald».

IV

In artikel IV, onderdeel A, onderdeel 3, wordt «kunnen voorwaarden worden bepaald» vervangen door «worden voorwaarden bepaald».

Toelichting

Dit amendement regelt dat iedere gemeente, provincie en elk waterschap en openbaar lichaam voorwaarden bepaalt waaronder inwoners en maatschappelijke partijen taken van het bestuursorgaan kunnen uitvoeren. Van overheden wordt hiermee gevraagd aan te geven hoe zij invulling geven aan het uitdaagrecht. Met het uitdaagrecht wordt bedoeld het recht van ingezetenen en lokale maatschappelijke partijen om een verzoek bij het bevoegde bestuursorgaan in te dienen om de feitelijke uitvoering van een taak over te nemen, als zij denken deze taak beter uit te kunnen voeren. De keuze om dit uitdaagrecht vervolgens gedetailleerd, op hoofdlijnen of bijvoorbeeld via een modelverordening vorm te geven, is aan het bestuursorgaan. Indieners constateren dat het huidige voorstel voor wat betreft het uitdaagrecht de mogelijkheid creëert regels te stellen op grond van de Gemeentewet. Dit is betekenisvol maar nog niet afdoende om tot een landelijke inbedding van het uitdaagrecht te komen.

Niet bij alle bestuursorganen is het uitdaagrecht momenteel namelijk ingebed. Dit amendement biedt bewoners die met het uitdaagrecht aan de slag willen een expliciete aanleiding voor gesprek met de volksvertegenwoordiging en/of het bestuur van het betreffende bestuursorgaan. Zo kunnen ook bij die organen bewoners en maatschappelijke partijen participeren in deze meest volledige vorm. Het uitdaagrecht wordt met dit amendement overal in het land inzetbaar.

Indieners zijn van mening dat het uitdaagrecht kan bijdragen aan een sterkere band tussen kiezer en gekozene doordat zij op een nauwere en andere manier samenwerken en dat het de gemeenteraad meer mogelijkheden geeft om sturing te geven aan het gemeentelijk beleid doordat alternatieve invullingsvormen worden geboden.

De indieners hechten voorts veel waarde aan initiatieven van burgers en willen graag dat deze initiatieven ook tot uiting komen. Daarnaast kennen bewoners hun buurt, hun wijk en plaats, ze weten wat er speelt, hebben kennis over de vrijwillige inzet en betrokkenheid van bewoners, en ze spelen daar op in. Bewoners krijgen het recht om bijvoorbeeld hun gemeente of provincie uit te dagen als zij denken dat ze een taak in hun buurt of nabije omgeving beter kunnen verlenen dan het bestuursorgaan zelf. Daarbij kan het ook om een deel van de taak gaan. Bestuursorganen zullen in hun beoordeling ook de sociale meerwaarde van bewonersinitiatieven meenemen.

Van der Graaf Inge van Dijk Bromet Bushoff Hans Teunissen