Ontvangen 15 december 2022
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
In artikel I, onderdeel E, wordt aan het voorgestelde artikel 10a een lid toegevoegd, luidende:
8. Het ontwerp van een krachtens het zevende lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan worden gedaan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend.
II
In artikel VII, onderdeel I, wordt aan het voorgestelde artikel 28a een lid toegevoegd, luidende:
8. Het ontwerp van een krachtens het zevende lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan worden gedaan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend.
Dit amendement regelt dat de AMvB waarmee nadere regels worden gesteld over onder andere de toedelingsregels en de scenario-analyses wordt voorgehangen bij beide Kamers der Staten-Generaal. Hierbij bestaat de mogelijkheid voor beide kamers om met dertig leden (Tweede Kamer) dan wel 15 leden (Eerste Kamer) te vragen om hiervoor een wetsvoorstel in te dienen.
Den Haan