Kamerstuk 33990-57

Gewijzigd subamendement van de leden Van der Staaij en Keijzer ter vervanging van nr. 54 dat regelt dat er bij AMvB regels worden gesteld met betrekking tot de geleidelijke verwezenlijking van algemene toegankelijkheid, het treffen van voorzieningen van eenvoudige aard en de evenredigheid van de belasting en dat de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel 0A, artikel 2a, eerste en tweede lid, uiterlijk vaststelt op 1 januari 2017

Dossier: Uitvoering van het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007, 169)


88,6 %
11,4 %

VVD

PVV

CDA

CU

GrKÖ

PvdD

Van Vliet

PvdA

50PLUS

SP

Houwers

D66

GL

SGP

Klein

GrBvK


Nr. 57 GEWIJZIGD SUBAMENDEMENT VAN DE LEDEN VAN DER STAAIJ EN KEIJZER TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 54

Ontvangen 21 januari 2016

De ondergetekenden stellen het volgende subamendement voor:

Het tweede nader gewijzigd amendement van het lid Otwin van Dijk c.s. (stuk nr. 56) wordt als volgt gewijzigd:

I

Voor de aanhef wordt de aanduiding «I» ingevoegd.

II

In onderdeel I wordt artikel 2a, eerste en tweede lid, als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt, na de zinsnede «draagt daarnaast» een zinsnede toegevoegd, luidende: tenminste geleidelijk.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Onverminderd het bepaalde bij of krachtens enige wettelijke bepaling, worden bij algemene maatregel van bestuur regels gesteld ter uitvoering van het eerste lid. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op de geleidelijke verwezenlijking van de algemene toegankelijkheid, op het treffen van voorzieningen van eenvoudige aard en op de evenredigheid van de belasting.

III

Er wordt een onderdeel toegevoegd, luidende

II

Artikel III komt te luiden:

ARTIKEL III

  • 1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

  • 2. In afwijking van het eerste lid, treedt artikel I, onderdeel 0A, artikel 2a, eerste en tweede lid, op 1 januari 2017 in werking of op een bij koninklijk besluit te bepalen eerder tijdstip.

Toelichting

De indieners staan positief tegenover de intentie van het amendement Otwin van Dijk c.s., waarmee de indieners beogen er voor te zorgen dat er een verandering gaat optreden in het denken over toegankelijkheid voor mensen met een handicap. Terecht stellen de indieners ook dat algemene toegankelijkheid normaal moet worden in plaats van een uitzondering. De indieners van dit subamendement vinden echter dat de reikwijdte en de consequenties van het amendement goed in kaart moeten worden gebracht, waardoor de gewenste en noodzakelijke rechtszekerheid wordt geboden.

Dit subamendement regelt daarom dat de kan-bepaling voor een algemene maatregel van bestuur vervangen wordt door een moet-bepaling. Ook wordt geregeld dat in deze algemene maatregel van bestuur nader geregeld wordt wat verstaan dient te worden onder de termen uit de toelichting op het amendement Otwin van Dijk c.s., zoals een geleidelijke omslag naar algemene toegankelijkheid, voorzieningen van eenvoudige aard en de evenredigheid van de belasting. Onderdeel van het laatste is dat ook de redelijkheid en billijkheid van de belasting in kaart worden gebracht. Omdat het ongebruikelijk is om in een wettekst te verwijzen naar een toelichting van een ander amendement, hebben de indieners in het eerste lid de woorden «tenminste geleidelijk» toegevoegd. Hiermee wordt bevestigd dat degenen tot wie het verbod van onderscheid zich richt, het recht hebben om geleidelijk toe te werken naar algemene toegankelijkheid, maar wordt er tegelijkertijd niets in de weg gelegd om de algemene toegankelijkheid direct te realiseren. In de nadere regels over de mate van belasting zal uiteraard worden aangesloten bij de normering hierover in artikel 2 van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte. Langs deze weg kunnen maatregelen ter bestrijding van obstakels en barrières voor de toegankelijkheid in concreto worden benoemd en weggenomen. Met het oog op de rechtszekerheid achten de indieners het van belang dat in de algemene maatregel van bestuur nadere regels voor de toegankelijkheid worden opgenomen die op verschillende terreinen daarop toegespitste typen maatregelen vergen.

Het tot stand brengen van de algemene maatregel van bestuur verduidelijkt de betekenis van de norm vervat in artikel 2a, eerste lid. Dat is ook de reden dat is voorgesteld om de inwerkingtredingsbepaling van dit wetsvoorstel aan te passen. Daarmee hoeft de inwerkingtreding van het wetsvoorstel geen vertraging op te lopen: dat kan zo snel mogelijk na plaatsing van de wet in het Staatsblad via een koninklijk besluit.

Artikel I, onderdeel 0A zal dan samen met de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het in te voegen artikel 2a, tweede lid, op een later tijdstip in werking treden. De indieners vinden het belangrijk dat zowel de wettelijke norm die volgt uit het amendement-Otwin van Dijk c.s., als de nadere uitwerking daarvan, zo snel mogelijk in werking treden. Daarom wordt wettelijk vastgelegd dat beiden uiterlijk per 1 januari 2017 in werking treden. Om er zeker van te zijn dat zowel het eerste als het tweede lid per 1 januari 2017 in werking treden, moet het ontwerp van de algemene maatregel van bestuur uiterlijk in september 2016 worden voorgehangen. Hiermee is maximaal wettelijk verankerd dat de norm en de nadere uitwerking daarvan in de algemene maatregel van bestuur uiterlijk per 1 januari 2017 gelijktijdig in werking treden.

Van der Staaij Keijzer