Kamerstuk 33990-20

Gewijzigd amendement van de leden Bergkamp en Keijzer ter vervanging van nr. 15, dat regelt dat onder het verrichten van doeltreffende aanpassingen in ieder wordt verstaan het toelaten van assistentiehonden

Dossier: Uitvoering van het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007, 169)


70,5 %
29,5 %

Houwers

Van Vliet

50PLUS

SP

VVD

Klein

PvdD

CDA

GrBvK

CU

PvdA

GL

PVV

SGP

GrKÖ

D66


Nr. 20 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN BERGKAMP EN KEIJZER TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 15

Ontvangen 9 december 2015

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

Artikel I wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor onderdeel A wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

0A

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Onder het verrichten van doeltreffende aanpassingen wordt in ieder geval verstaan het toelaten van assistentiehonden.

2. Na onderdeel B wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

C

In artikel 6c wordt «Artikel 2» vervangen door: Artikel 2, eerste lid,.

Toelichting

Dankzij assistentiehonden kunnen mensen met een handicap of chronische ziekte participeren in de samenleving en sociale contacten onderhouden. Om dit in stand te houden, en om geen onderscheid te maken, zoals artikel 2, eerste lid, voorschrijft, moeten mensen dus vergezeld van hun assistentiehond kunnen deelnemen aan de maatschappij.

De indieners willen met dit amendement expliciet maken dat onder het verrichten van doeltreffende aanpassingen ook het toelaten van assistentiehonden moet worden verstaan. Door dit in de wet op te nemen sluiten de indieners aan bij de ambitie van de regering om vooruitgang te blijven boeken zodat de samenleving steeds meer inclusief en toegankelijker wordt, ook op het gebied van assistentiehonden. Het specifiek in de in de wet opnemen van het toelaten van assistentiehonden draagt eveneens bij aan de gewenste bewustwording van de mate waarin een persoon afhankelijk kan zijn van een assistentiehond en dat weigering van de toegang van een assistentiehond veelal inhoudt dat de betrokken persoon eveneens wordt geweigerd.

Het weigeren van een assistentiehond kan slechts wanneer dit een onevenredige belasting vormt (artikel 2, eerste lid) of wanneer dit noodzakelijk is ter bescherming van de veiligheid en de gezondheid (artikel 3, eerste lid, onder a). Zo acht de indiener het denkbaar dat een hond wordt geweerd van een ziekenhuisafdeling, waar ernstig zieke patiënten, die vatbaar zijn voor ziektekiemen, worden behandeld.

Bergkamp Keijzer