Kamerstuk 33684-96

Motie van de leden Voortman en Voordewind over gelijktijdige inwerkingtreding van het uitvoeringsbesluit bij de Jeugdwet

Dossier: Regels over de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en ouders bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen (Jeugdwet)


Nr. 96 MOTIE VAN DE LEDEN VOORTMAN EN VOORDEWIND

Voorgesteld 15 oktober 2013

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het uitsluiten van kinderen zonder verblijfsstatus van zorg strijdig is met het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind;

overwegende dat in de Jeugdwet onduidelijkheid wordt gecreëerd over het recht van kinderen zonder verblijfsstatus op jeugdzorg;

van mening dat het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind gerespecteerd dient te worden;

van mening dat er geen onduidelijkheid van de aanspraak van kinderen zonder verblijfsstatus op zorg mag bestaan;

spreekt uit dat kinderen ook zonder verblijfsvergunning aanspraak moeten kunnen maken op jeugdzorg;

verzoekt de regering, dat het Uitvoeringsbesluit bij de Jeugdwet, waarin nader geregeld zal worden dat jeugdhulp aan kinderen zonder verblijfsstatus wel geboden zal worden, gelijktijdig met de Jeugdwet in werking treedt,

en gaat over tot de orde van de dag.

Voortman

Voordewind