Gepubliceerd: 14 november 2013
Indiener(s): Keklik Yücel (PvdA), Jesse Klaver (GL), Tamara van Ark (VVD), Jasper van Dijk (SP), Vera Bergkamp (D66)
Onderwerpen: recht staatsrecht
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32476-9.html
ID: 32476-9
Origineel: 32476-6

Nr. 9 NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 14 november 2013

Het wetsvoorstel wordt als volgt gewijzigd:

I

In het opschrift wordt «Venrooy-Van Ark» vervangen door: Van Ark.

II

Artikel I van het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel A wordt de laatste volzin van het tweede lid van artikel 5 vervangen door:

Een zodanig onderscheid mag niet verder gaan dan passend is, gelet op de houding van goede trouw en loyaliteit aan de grondslag van de instelling die van de voor haar werkzame personen mag worden verlangd, en mag niet leiden tot onderscheid op een andere in artikel 1 genoemde grond, onverminderd artikel 2, eerste lid.

2. In onderdeel B wordt de laatste volzin van het tweede lid van artikel 6a vervangen door:

Een zodanig onderscheid mag niet verder gaan dan passend is, gelet op de houding van goede trouw en loyaliteit aan de grondslag van de organisatie of vereniging die van de daarbij betrokkenen mag worden verlangd, en mag niet leiden tot onderscheid op een andere in artikel 1 genoemde grond, onverminderd artikel 2, eerste lid.

3. In onderdeel C wordt de laatste volzin van het tweede lid van artikel 7 vervangen door:

Een zodanig onderscheid mag niet verder gaan dan passend is, gelet op de houding van goede trouw en loyaliteit aan de grondslag van de instelling die van leerlingen mag worden verlangd en mag niet leiden tot onderscheid op een andere in artikel 1 genoemde grond, onverminderd artikel 2, eerste lid.

Toelichting

Deze wijziging voegt twee elementen toe aan de slotzin van het tweede lid van de drie in het wetsvoorstel betrokken artikelen.

In de eerste plaats gaat het om de uitdrukkelijke implementatie van hetgeen in artikel 4, tweede lid, van richtlijn 2000/78/EG is bepaald over het verlangen van «een houding van goede trouw en loyaliteit aan de grondslag van de organisatie». Overeenkomstig het uitgangspunt, dat uitzonderingen op het verbod van discriminatie strikt moeten worden geïnterpreteerd, is bepaald dat het toegestane onderscheid niet verder mag gaan dan passend is, gelet op de houding van goede trouw en loyaliteit aan de grondslag van de instelling die mag worden verlangd.

In de tweede plaats is toegevoegd, dat het verbod van onderscheid op andere gronden niet uitsluit dat voor de rechtvaardiging van indirect onderscheid een beroep gedaan kan worden op artikel 2, eerste lid, van de wet. Ook dat is in overeenstemming met de systematiek van de richtlijn. Het gaat hier slechts om indirect onderscheid op grond van ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid en burgerlijke staat; en godsdienst, levensovertuiging of politieke gezindheid voor zover zij geen relatie hebben met de grondslag van de instelling.

Het opschrift wordt gewijzigd.

Bergkamp Van Ark Yücel Jasper van Dijk Klaver