Kamerstuk 31567-25

Wet participatiebudget

Dossier: Wet participatiebudget


31 567
Bundeling van het WWB-werkdeel, budgetten voor inburgeringsvoorzieningen en de middelen voor volwasseneneducatie (Wet participatiebudget)

nr. 25
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 december 2008

Tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel Participatiebudget op 6 november 2008 is door de leden Spies en Spekman een motie (Kamerstukken 2008–2009, 31 567, nr. 20) ingediend waarin de regering is verzocht een voorstel uit te werken waarin € 50 mln. uit het door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in te brengen deel van het Participatiebudget wordt genomen en wordt ingezet ten gunste van taal en rekenen in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Tevens wordt verzocht de Kamer hierover voor de behandeling van de onderwijsbegroting 2009 te informeren. Deze motie is op 11 november 2008 aangenomen. Mede namens de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de minister voor Wonen, Wijken en Integratie informeer ik u met deze brief over de voorgenomen uitwerking van deze motie.

Laaggeletterdheid

Laaggeletterdheid is een fors probleem en daarmee één van de speerpunten van het educatiebeleid. De afgelopen jaren is ingezet op curatief beleid. In dat kader wordt getracht volwassenen te bereiken die niet meer deelnemen aan het reguliere onderwijs. Dit gebeurt onder andere door brede campagnes. Binnen het bestaande budget voor volwasseneneducatie wordt uitgegaan van het realiseren van 50 000 trajecten basisvaardigheden, waaronder vooral trajecten voor laaggeletterden, 15 000 vavo-trajecten en 10 000 NT2-trajecten op B1 of B2 niveau. Dit is een ambitieuze doelstelling vooral gezien het feit dat het niet gemakkelijk blijkt volwassen laaggeletterden te bereiken als zij niet meer deelnemen aan het reguliere onderwijs. Vaak her- en erkennen ze zelf hun probleem (nog) niet.

De Kamer heeft, door het aannemen van de motie, aangegeven in te willen zetten op het creëren van meer mogelijkheden voor preventie: investeren in taal en rekenen bij leerlingen op het mbo. Deze leerlingen nemen deel aan het reguliere onderwijs, zitten in een leerproces en zijn daardoor gemakkelijker te bereiken en te motiveren. In navolging van de extra middelen die in het primair en voortgezet onderwijs beschikbaar zijn voor investeringen in taal en rekenen, wordt het nu mogelijk een forse impuls te geven in het mbo, waar nog te veel leerlingen met een onvoldoende niveau taal en rekenen de school verlaten. Dit laat onverlet dat het nodig is en blijft om ook aan de curatieve kant het aantal laaggeletterden terug te dringen. Door de uitname van € 50 mln. zal de ambitie van het realiseren van 50 000 trajecten basisvaardigheden op jaarbasis worden bijgesteld naar 25 000 trajecten waarvan tenminste 20 000 trajecten voor laaggeletterden. Ondanks de verlaging van de ambitie naar 20 000 trajecten voor laaggeletterden, zou dit ten opzichte van het aantal in 2007 gerealiseerde trajecten van 9000, nog altijd een ruime verdubbeling betekenen. De ambitie aangaande het aantal vavo-trajecten en NT2-trajecten op B1 of B2 niveau blijft ongewijzigd.

Een uitname uit het educatiedeel van het participatiebudget per 2010

Op basis van de huidige wet- en regelgeving zijn de gemeenten al in september 2008 geïnformeerd over de budgetten voor educatie die zij in 2009 tot hun beschikking hebben. Ook hebben de gemeenten al vóór 1 november overeenkomsten moeten afsluiten met roc’s over de uit te voeren educatietrajecten in 2009.

Voor de G31-gemeenten is het budget voor volwasseneneducatie tot en met 2009 opgenomen in de Brede Doeluitkering Sociaal, Integratie en Veiligheid (BDU/SIV) van het Grote stedenbeleid. Sommige gemeenten hebben de middelen voor educatie verknoopt met andere middelen uit de BDU om de gestelde doelen te kunnen realiseren. Hierover leggen deze gemeenten in 2010 verantwoording af.

Gelet op de reeds gemaakte afspraken is het daarom pas in 2010 en volgende jaren mogelijk een uitname uit het educatiedeel van het participatiebudget te realiseren en in te zetten voor taal en rekenen in het mbo. Om gemeenten in staat te stellen hun beleid af te stemmen op de bijgestelde ambities van het rijk voor de educatiedoelstellingen, wordt gekozen voor een gefaseerde uitname. Dat wil zeggen dat in 2010 het educatiedeel van het participatiebudget met een bedrag van € 30 mln. wordt verlaagd inclusief de daarbij behorende ambities voor de trajecten basisvaardigheden/laaggeletterdheid. Vanaf 2011 is er sprake van een uitname van € 50 mln. voor taal en rekenen in het mbo.

Verlaging bestedingsverplichting bij roc’s

Voor het jaar 2010 geldt voor gemeenten nog een bestedingsverplichting van de participatiemiddelen bij de roc’s. De omvang van de bestedingsverplichting voor gemeenten komt overeen met het bedrag dat de gemeenten ontvangen op grond van de verdeelsleutel van OCW. Dit betekent dat indien het macro-budget voor het educatiedeel van het participatiebudget in 2010 wordt verlaagd met € 30 mln. de bestedingsverplichting voor elke gemeente evenredig wordt verlaagd.

Deltaplan taal en rekenen

In de brief van 5 november 2008 over de verlaging van het aandeel educatiebudget in het participatiebudget (Kamerstukken 2008–2009, 31 567, nr. 17) is reeds aangegeven dat met de beschikbaarheid van € 50 mln. een Deltaplan taal en rekenen in het mbo mogelijk wordt. De vormgeving van dit Deltaplan vraagt nauwe afstemming met de onderwijsinstellingen (MBO Raad), deskundigen en docenten. Ook de Stichting Lezen & Schrijven zal bij de totstandkoming van het Deltaplan worden betrokken.

Bij de totstandkoming van het Deltaplan zal ik met een aantal aandachtspunten rekening houden:

1. de herverdeeleffecten tussen de onderwijsinstellingen als gevolg van het omzetten van de curatieve naar de preventieve aanpak;

2. de wijze waarop de middelen beschikbaar worden gesteld aan de onderwijsinstellingen;

3. de doelen waarvoor de middelen beschikbaar worden gesteld;

4. de beoogde resultaten.

Mijn voornemen is het uitgewerkte Deltaplan in het eerste kwartaal van 2009 aan uw Kamer te doen toekomen, zodat in de mbo-sector ruim voor 1 januari 2010 met de voorbereiding van de uitvoering van het Deltaplan kan worden begonnen. Op die manier wordt ook u tijdig geïnformeerd over de wijze waarop de middelen ingezet zullen worden en over de activiteiten en de prestaties die van de instellingen worden verwacht. De financiële gevolgen van dit Deltaplan zullen conform de wens van uw Kamer verwerkt worden in de ontwerpbegroting van het ministerie van OCW van 2010.

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart