Agressie in de zorg |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
Bruijn |
|
|
|
|
Is u bekend dat het Erasmus MC zich distantieert van een observatie, namelijk dat agressie in de zorg vaker voorkomt bij migrantenfamilies, gedaan door een IC-arts werkzaam in het Erasmus MC?1
Het is mij bekend dat het Erasmus MC zich distantieert van de uitspraak van een IC-arts dat agressie bij hen op de IC vaker voorkomt bij migrantenfamilies.
Hoe kan het Erasmus MC zich distantiëren van een waarneming verricht door een arts? Is het management van het Erasmus MC misschien ook dagelijks aanwezig op de IC en neemt het management daar zelf iets heel anders waar?
Het is aan het Erasmus MC om zich al dan niet te distantiëren van uitspraken van medewerkers en daar eventueel verantwoording over af te leggen. Ik heb geen inzicht in de afwegingen die in dit specifieke geval gemaakt zijn.
Vindt u het wenselijk dat het management van een ziekenhuis zich «distantieert» van waarnemingen die artsen verrichten? Begint een analyse, onderzoek en waarheidsvinding niet bij het doen van waarnemingen? Wordt deze waarheidsvinding niet geweld aan gedaan als het management van een ziekenhuis zich gaat «distantiëren» van waarnemingen? Zorgt dat er immers niet logischerwijs voor dat artsen zich niet langer zomaar vrij durven uit te spreken over datgene wat ze op de werkvloer zelf met hun eigen ogen zien en meemaken? Brengt een dergelijke (angst)cultuur daarmee de patiëntveiligheid uiteindelijk niet in gevaar?
Het is aan het management van een ziekenhuis om zorgvuldige afwegingen te maken bij het zich al dan niet distantiëren van publiekelijke uitspraken van medewerkers. Daar hoort ook bij dat zij inschatten wat de consequenties daarvan zijn en dat zij eventuele negatieve effecten voorkomen.
Uw analyse dat het zich distantiëren van uitspraken er toe leidt dat de waarheidsvinding geweld wordt aangedaan omdat het er logischerwijs toe leidt dat artsen zich niet meer vrij durven uit te spreken, er een angstcultuur ontstaat en de patiëntveiligheid in gevaar komt deel ik dan ook niet.
Wat gaat u hieraan doen? Bent u bereid hierover met het Erasmus MC in gesprek te gaan? Bent u bereid aan het Erasmus MC te vragen waarom (en op welke gronden, zijn er aanwijzingen, is er ook maar enig bewijs dat de gewraakte waarneming feitelijk onjuist is) het management zich blijkbaar geroepen voelt zich publiekelijk «te distantiëren» van een waarneming die is verricht door een arts die werkt in het Erasmus MC?
Ik ga niet over de specifieke communicatiebesluiten van een zorginstelling. Het management van het Erasmus MC is bevoegd om het eigen communicatiebeleid in te richten.
Het Meerjarig Financieel Kader (MFK) |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Kunt u de Tweede Kamer laten weten waar, voor Nederland, wat de toename van de EU-afdrachten betreft, in het volgend Meerjarig Financieel Kader (MFK) de grens ligt?
Het kabinet heeft als doel de voorziene stijging van de Nederlandse afdrachten te beperken. Hierover heeft het kabinet in het Hoofdlijnenakkoord afspraken gemaakt die zijn bekrachtigd in de kabinetsinzet ten aanzien van het MFK van 12 september 2025.1
Is het kabinet bereid een veto over het nieuwe MFK uit te spreken indien er straks een positie wordt bereikt die voor Nederland onacceptabel is?
Zoals aangegeven in beantwoording op 10 november jl. van vragen van uw Kamer over de kabinetsappreciatie van de Commissievoorstellen voor het volgend MFK en het eigenmiddelenbesluit (EMB) is het voorstel van de Commissie het startschot voor de onderhandelingen die naar verwachting tot in 2027 zullen duren. In de kabinetsappreciatie van 12 september jl. heeft het kabinet zijn positie met betrekking tot het voorstel van de Europese Commissie uiteengezet. Deze vormt de basis voor de Nederlandse inzet bij de onderhandelingen. Voorafgaand aan de laatste besprekingen in de Europese Raad en de uiteindelijke stemming in de Raad over het MFK en het EMB, zal het kabinet zijn finale positie bepalen op basis van het onderhandelingsresultaat.
Heeft Nederland ooit eerder, tijdens de onderhandelingen over het MFK, gedreigd met een veto?
Het kabinet doet geen uitspraken over de wijze waarop het zich opstelt tijdens vertrouwelijke onderhandelingen.
De nieuwe richtlijnen van de Gezondheidsraad waarin gesteld wordt dat Nederlanders plantaardiger moeten gaan eten |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
Judith Tielen (VVD), Bruijn |
|
|
|
|
Bent u ermee bekend dat de Gezondheidsraad adviseert om onder andere de consumptie van rood vlees terug te brengen tot maximaal 200 gram per week en om plantaardige voeding de norm te maken omdat dit gezonder zou zijn voor mensen en beter voor het milieu?1
Uiteraard ben ik bekend met het advies van de Gezondheidsraad waar u naar verwijst. In dit advies staat niet dat plantaardige voeding de norm moet worden gemaakt. Wel adviseert de Gezondheidsraad, net als in 2015, op basis van de evaluatie van de wetenschappelijke literatuur ten aanzien van gezondheid een meer plantaardig en minder dierlijk voedingspatroon. De Gezondheidsraad stelt dat een verschuiving naar een meer plantaardig voedingspatroon gunstig is voor de (volks)gezondheid. Bovendien heeft het een lagere milieu-impact. De richtlijn voor rood vlees (zoals rundvlees en varkensvlees) is inderdaad maximaal 200 gram per week.
Wat is uw op deze nieuwe richtlijnen van de Gezondheidsraad?
Ik laat een inhoudelijke appreciatie van het advies aan het nieuwe kabinet, zoals aangegeven in mijn brief van 4 december 2025.2
Wat is volgens u de definitie van «een gezond dieet», aangezien binnen de voedingswetenschappen er veelvuldig discussie is over wat een dieet gezond maakt?
Binnen en zeker ook buiten de voedingswetenschappen, bestaat discussie over wat een dieet (in de zin van een voedingspatroon) gezond maakt. De wetenschap staat niet stil, en het is goed dat er discussie is over de verschillende inzichten. Ik vind het belangrijk dat de Gezondheidsraad periodiek de stand van de wetenschap voor voeding op een rij zet en uitzoekt voor welke relaties tussen voedingsmiddelen en chronische ziekten er een sterk wetenschappelijk bewijs is. Juist vanwege de vele discussies kan het namelijk onduidelijk zijn waarover er wel wetenschappelijke consensus bestaat. Het uitgebrachte advies biedt helderheid en geeft daarmee een eenduidige basis voor de actualisatie van de Schijf van Vijf. In de Schijf van Vijf staan producten die goed zijn voor je gezondheid en die zorgen voor genoeg energie en de voedingsstoffen die je lichaam nodig heeft. Dat is belangrijk voor nu, maar ook voor de gezondheid in de toekomst. Dat is dan ook de hierbij gehanteerde definitie van een gezond dieet.
Welke concrete maatregelen overweegt u naar aanleiding van het feit dat de Gezondheidsraad oproept tot «krachtig overheidsbeleid» om plantaardige voeding de norm te maken?
De inhoudelijke appreciatie van het advies en de uitwerking van eventuele concrete maatregelen wordt overgelaten aan het nieuwe kabinet. Ik heb uw Kamer hierover geïnformeerd in mijn brief van 4 december 2025.
Deelt u de mening dat er in de voedingswetenschap nog altijd geen consensus bestaat over wat gezond en ongezond is – door onder andere de complexiteit van het menselijk lichaam en uiteenlopende onderzoeksresultaten – en daarom voorzichtigheid geboden is bij het normatief voorschrijven van eetpatronen aan de gehele bevolking?
Ik deel uw mening dat het menselijk lichaam complex is en er uiteenlopende onderzoeksresultaten bestaan, ook binnen de voedingswetenschap. De Gezondheidsraad heeft in haar advies op basis van onderzoek, dat voldeed aan vooraf vastgestelde kwaliteitseisen, de totale stand van de wetenschap met betrekking tot eiwitbronnen beschreven. De Gezondheidsraad trekt geen conclusies op basis van individuele onderzoeken. Voor de productgroepen waarvoor richtlijnen zijn opgesteld, is een sterk bewijs voor een effect of verband. Wanneer geen consensus bestaat binnen de voedingswetenschap over een bepaalde productgroep en het gezondheidseffect, bijvoorbeeld wanneer er onvoldoende (goed) onderzoek beschikbaar is, dan staat dit helder beschreven in het advies.
Voorzichtigheid is geboden bij het adviseren over eetpatronen aan de gehele bevolking. Juist daarom hecht ik veel waarde aan dit Gezondheidsraadsadvies, waarbij de wetenschappelijke onderzoeken zorgvuldig zijn afgewogen om zo te komen tot deze richtlijnen. De Richtlijnen goede voeding noch de Schijf van Vijf zijn normatieve voorschriften. Iedereen kan zijn of haar eigen keuzes maken, mede op basis van de betrouwbare informatie van het Voedingscentrum.
Bent u bekend met het feit dat, om het eiwittekort als gevolg van het eten van minder rood vlees aan te vullen, de Gezondheidsraad het eten van peulvruchten adviseert?
De Gezondheidsraad adviseert om 250 gram bereide peulvruchten per week te eten. Dit is afgeleid van de hoeveelheid waarbij in onderzoek een verlaging van het risico op coronaire hartziekten wordt gezien. Het advies om peulvruchten te eten staat op zichzelf en los van de richtlijn over rood vlees.
De Schijf van Vijf van het Voedingscentrum houdt rekening met zowel de Richtlijnen goede voeding als met wat iemand nodig heeft aan voedingsstoffen (zoals eiwitten) en energie. Het Voedingscentrum is momenteel bezig met de doorontwikkeling van de Schijf van Vijf, waarin de herziene Richtlijnen goede voeding worden meegenomen.
Bent u op de hoogte van verschillende onderzoeken uit de voedingswetenschap waaruit blijkt dat plantaardige eiwitten minder goed worden opgenomen door het menselijk lichaam?
Ja. Gemiddeld genomen, worden eiwitten uit dierlijke voedingsmiddelen beter opgenomen door het lichaam dan uit plantaardige producten.
Het Gezondheidsraadsadvies Gezonde eiwittransitie3 onderzocht de gevolgen voor de gezondheid van de verschuiving naar een voedingspatroon met 60% plantaardige en 40% dierlijke eiwitten. Dat advies concludeert dat bij de algemene bevolking sprake is van een ruim voldoende inname van eiwit. Hierdoor leidt een verschuiving naar een meer plantaardig en minder dierlijk voedingspatroon (60% plantaardig, 40% dierlijk) op bevolkingsniveau niet tot problemen in de voorziening van eiwit en essentiële aminozuren.
Bent u bekend met de aanbeveling van de Gezondheidsraad in dit advies om elke dag een handje pinda’s te eten?
Ik ben bekend met het advies van de Gezondheidsraad om 15–30 gram noten per dag te eten, en daarbij te variëren tussen soorten, waaronder pinda’s.
Bent u op de hoogte van verschillende onderzoeken uit de voedingswetenschap waaruit blijkt dat er in pinda’s veelvuldig anti-nutriënten aanwezig zijn, zoals lectinen, die de opname van essentiële vitamines en mineralen – bijvoorbeeld zink en calcium – blokkeren?
Ja, pinda’s kunnen lectine bevatten. Bij het opstellen van het advies Richtlijnen goede voeding zijn geen aandachtspunten naar voren gekomen over effecten van lectine in pinda’s. Het advies van de Gezondheidsraad om te variëren tussen nootsoorten (waaronder pinda’s) is onder andere gunstig om eventuele mogelijke nadelige effecten van lectine in bepaalde noten te verminderen.
Bent u bekend met verschillende onderzoeken uit de voedingswetenschap waaruit blijkt dat onbewerkt rood vlees nutriënten bevat die buitengewoon goed door het menselijk lichaam opgenomen kunnen worden?
Ja, zowel rood als wit vlees leveren gunstige voedingsstoffen, waaronder eiwit, ijzer, selenium, zink en de vitamines B1, B2, B3, B6 en B12. Dit staat ook in het Gezondheidsraadadvies genoemd.
Bent u bekend met verschillende onderzoeken uit de voedingswetenschap waaruit blijkt dat er in onbewerkt rood vlees essentiële micronutriënten te vinden zijn, die in veel mindere mate voorkomen in plantaardige voeding?
Een aantal vitaminen en mineralen (micronutriënten) komt inderdaad meer voor in (rood en wit) vlees dan in plantaardige voeding. Andersom komen in plantaardige producten weer bepaalde micronutriënten voor die nauwelijks in vlees of andere dierlijke producten zitten, denk aan vitamine C.
Bent u bekend met verschillende onderzoeken uit de voedingswetenschap waaruit blijkt dat dierlijke voeding een hogere nutriëntendichtheid heeft dan plantaardige voeding?
Nutriëntendichtheid verwijst naar de relatieve hoeveelheid (gunstige) voedingsstoffen in een voedingsmiddel in verhouding tot het aantal calorieën. Gezien plantaardige producten zoals groente en fruit, veelal veel voedingsstoffen (zoals vitaminen, mineralen, vezels) en weinig calorieën bevatten, is de nutriëntdichtheid van de meeste plantaardige voeding hoog. Ook dierlijke voeding kan een hoge nutriëntdichtheid hebben, denk aan (magere) zuivel, ei of mager vlees. Het geschetste verschil in nutriëntendichtheid tussen enerzijds dierlijke voeding en anderzijds plantaardige voeding herken ik niet.
Hoe waarborgt u dat wetenschappelijke advisering, in dit geval door de Gezondheidsraad, onafhankelijk blijft van politieke ideologieën, activistische stromingen en commerciële lobbygroepen?
Een advies van de Gezondheidsraad is gebaseerd op een onbevooroordeelde en transparante weging van wetenschappelijke gegevens. De Gezondheidsraad onderschrijft een code om oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling tegen te gaan. Kandidaat-commissieleden moeten aan de hand van een uitvoerige belangenverklaring inzicht geven in hun mogelijke (financiële) belangen, persoonlijke relaties, reputatiemanagement en extern gefinancierd onderzoek. Het bestuur van de Gezondheidsraad beoordeelt vervolgens of deze belangen het lidmaatschap in de weg staan.
Hoe kunt u uitsluiten dat de richtlijn van de Gezondheidsraad wordt beïnvloed door belangenorganisaties, NGO’s of internationale agenda’s die zijn gericht op het verminderen van de vleesconsumptie, bijvoorbeeld omdat het verminderen van de vleesconsumptie «goed voor het klimaat» zou zijn?
In aanvulling op antwoord 13, zijn de Richtlijnen goede voeding opgesteld door een multidisciplinaire commissie (Commissie Voeding) die zorgvuldig is samengesteld. De belangenverklaringen van de leden van de commissie zijn in te zien op de website van de Gezondheidsraad. Deze belangenverklaringen vormen geen aanleiding om te veronderstellen dat de opstellers van dit advies op welke manier dan ook zijn beïnvloed.
Ook hield de Gezondheidsraad in het voorjaar een openbare commentaarronde voor concepten van achtergronddocumenten behorende bij dit deeladvies van de Richtlijnen goede voeding. De ontvangen commentaren en de reactie daarop zijn in te zien op de website van de Gezondheidsraad. Op deze wijze is het transparant en inzichtelijk wat de input is geweest van o.a. belangenorganisaties en hoe de Gezondheidsraad om is gegaan met deze input.
Welke mogelijke gevolgen ziet u voor de volksgezondheid met betrekking tot risico’s op tekorten aan bepaalde voedingsstoffen in het menselijk dieet bij sterk plantaardige diëten?
Om optimaal te kunnen functioneren is het belangrijk om voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen. De Gezondheidsraad heeft in zijn advies Gezonde eiwittransitie onder andere onderzocht of een plantaardiger dieet mogelijk tekorten aan bepaalde voedingstoffen zou opleveren. In het advies wordt geconcludeerd dat het mogelijk is om een sterker plantaardig dieet (60% plantaardige eiwitten) in te vullen zonder dat tekorten aan voedingsstoffen ontstaan. Hierbij wordt wat betreft dierlijke eiwitbronnen uitgegaan van een voedingspatroon waarbij de consumptie van vlees wordt verlaagd en niet meer vis en zuivel wordt geconsumeerd dan wordt geadviseerd. Voor het verhogen van de inname van plantaardige eiwitbronnen wordt geadviseerd om meer peulvruchten en noten te eten en te variëren met eiwitbronnen. Ik zie voor de algemene bevolking geen risico’s op tekorten, wanneer bij de invulling van het dieet de Richtlijnen goede voeding wordt gevolgd.
Welke economische gevolgen voorziet u voor de Nederlandse boeren als deze adviezen beleidsmatig worden gevolgd?
De inhoudelijke appreciatie van het Gezondheidsraadadvies laat ik aan een volgend kabinet. Indien gekozen wordt voor beleidswijzigingen, kunnen de economische gevolgen hiervan in kaart worden gebracht.
Wanneer is volgens u de grens bereikt tussen het bevorderen van volksgezondheid en individuele keuzevrijheid?
Ik hecht sterk aan individuele keuzevrijheid: mensen zijn vrij om hun eigen afwegingen te maken bij het kiezen van hun voedingspatroon. Een onafhankelijk goed onderbouwd advies vergroot de (geïnformeerde) keuzevrijheid, zeker als dit voor alle Nederlanders toegankelijker wordt gemaakt via voorlichting van het Voedingscentrum, zoals met de Schijf van Vijf. Er is geen sprake van beperking van de keuzevrijheid.
Deelt u de mening dat iemands voedseldieet uiteindelijk een persoonlijke verantwoordelijkheid is en dat het onwenselijk is dat de staat overgaat tot nudging – bijvoorbeeld middels accijnzen – en andere vormen van gedragssturing om de consumptie van dierlijke eiwitten te verminderen?
Ik deel de mening dat wat je eet en drinkt, je eigen persoonlijke verantwoordelijkheid is. Het staat eenieder vrij om zelf te kiezen hoe, wat en wanneer hij of zij eet en drinkt. We zien wel dat de voedselomgeving veel ongezonde voedselkeuzes stimuleert. Daarmee is het voor mensen minder makkelijk om gezonde (en duurzame) voedselkeuzes te maken. De overheid heeft de taak om de volksgezondheid te bevorderen, en kan op basis van deze taak bepaalde keuzes ontmoedigen. Accijnzen zijn slechts van toepassing op tabak en alcohol.
Deelt u de opvatting dat de vrijheid om vlees te eten te allen tijde gewaarborgd moet blijven?
Zie antwoord op vraag 18.
Kunt u uiteenzetten op welke wijze wordt gewaarborgd dat in de aangekondigde update van de Schijf van Vijf – een veelvuldig gebruikt instrument in het basisonderwijs – uitsluitend wetenschappelijk onderbouwde gezondheidsinformatie wordt opgenomen, en dat er daarbij geen sprake zal zijn van ideologisch of activistisch gedreven gedragssturing, bijvoorbeeld door jonge kinderen aan te leren dat het eten van rood vlees slecht zou zijn voor henzelf of voor de planeet?
De Schijf van Vijf vormt de praktische vertaalslag van de Richtlijnen goede voeding en houdt daarnaast rekening met onder andere de energiebehoefte en het behalen van voedingsnormen4. De Schijf van Vijf is wetenschappelijk onderbouwd.
Deelt u de mening dat gezondheidsadviezen uitsluitend op gezondheidsinformatie moeten worden gebaseerd en dat het dus nooit zo kan zijn dat gezondheidsadviezen (deels) worden gebaseerd op overwegingen die te maken hebben met klimaatbeleid?
Ik ben van mening dat gezondheidsadviezen onderbouwd moeten zijn met wetenschappelijke onafhankelijke informatie met betrekking tot gezondheid. De preventie van chronische ziekten in de Nederlandse bevolking is het hoofddoel van de Richtlijnen goede voeding. Voor de gezondheid van toekomstige generaties is het belangrijk dat ook op de langere termijn voldoende gezond en veilig voedsel beschikbaar is. Dit is voor een groot deel afhankelijk van het milieu, daarom is hier in de Richtlijnen goede voeding ook aandacht aan besteed.
Bent u bekend met de zogenaamde «eiwittransitie»?2 Hoe zou u de «eiwittransitie» zelf in het kort omschrijven?
Ja, met de eiwittransitie wordt de verandering van een consumptiepatroon bedoeld, waarbij in verhouding minder dierlijke en meer plantaardige eiwitten worden geconsumeerd, in vergelijking met ons huidige consumptiepatroon.
Is zo’n «eiwittransitie» volgens u noodzakelijk? En zo ja, waarom?
Uit het Gezondheidsraadadvies blijkt dat een meer plantaardig en minder dierlijk voedingspatroon gunstig is voor de volksgezondheid, omdat dit het risico op chronische ziekten verlaagt. Daarnaast is volgens de Gezondheidsraad een meer plantaardig voedingspatroon van belang om te zorgen dat toekomstige generaties eveneens kunnen kiezen voor gezond voedsel, vanwege de lagere ecologische voetafdruk. Dit onderschrijft de relevantie van de eiwittransitie.
Maakt dit advies van de Gezondheidsraad onderdeel uit van deze «eiwittransitie»? Met andere woorden, is een van de doelen van dit advies van de Gezondheidsraad om bij te dragen aan de «eiwittransitie»?
Nee, het doel van dit advies is de Richtlijnen goede voeding te actualiseren naar aanleiding van de stand van de wetenschap.6
Kunt u deze vragen zo spoedig mogelijk en afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Ja, dat heb ik gedaan.
Het Young Global Leader programma van het World Economic Forum |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u dit jaar toegetreden tot het zogenaamde «Young Global Leader» programma van het World Economic Forum?1
Ja.
Door wie en wanneer bent u uitgenodigd toe te treden tot de 2025 «Young Global Leaders» klas van het World Economic Forum? Was dit een schriftelijke uitnodiging? Zo ja, kan de Tweede Kamer deze uitnodiging ontvangen?
De uitnodiging is in januari 2025 per e-mail ontvangen vanuit The Forum of Young Global Leaders Foundation (YGL Foundation).
Is het correct dat u bent uitgenodigd in uw hoedanigheid van Minister? Zo nee, waarom staat dit dan letterlijk zo aangegeven op de «Young Global Leader» website? Is het kabinet op de hoogte van deze nevenfunctie?2
Nee, de nominatie voor en deelname aan het Young Global Leaders programma is op persoonlijke titel. Dat de huidige functie van deelnemers wordt vermeld op de website van het programma doet daar niets aan af. Deelname aan het programma betreft geen nevenfunctie.
Wat waren uw beweegredenen om (op deze uitnodiging in te gaan en) lid te worden van de 2025 klas met «Young Global Leaders» van het World Economic Forum?
Ik heb positief gereageerd op de uitnodiging, omdat ik het eervol vind hiervoor te zijn genomineerd en het een kans biedt om internationaal van gedachten te wisselen met getalenteerde leiders.
Kan de Tweede Kamer dit driejarige «ontwikkelingsprogramma» van de 2025 «Young Global Leader» klas waar u (namens het kabinet) onderdeel van uitmaakt ontvangen? Bij welke «thematische bijeenkomsten» bent u aanwezig geweest? Welke «academische modules» van het World Economic Forum heeft u gevolgd?
Er is geen formeel ontwikkelingsprogramma, op de website van het Young Global Leaders programma kunt u meer lezen over de bijeenkomsten en modules waar men optioneel aan kan deelnemen. Ik ben (nog) niet bij een thematische bijeenkomst van het programma aanwezig geweest en heb geen academische module gevolgd.
Het «Young Global Leader» programma verschaft daarnaast, «opportunities to contribute to strategic initiatives aligned with the World Economic Forum’s mission», op welke manier heeft u, als WEF «Young Global Leader» bijgedragen aan welke specifieke doelstellingen van het World Economic Forum? Kan de Tweede Kamer hiervan een overzicht ontvangen?
Ik heb niet bijgedragen aan specifieke doelstellingen van het World Economic Forum. Zie ook het antwoord op vraag 5.
Hoe zou het kabinet de «doelstellingen van het World Economic Forum» omschrijven?
De WEF biedt een nuttig platform voor de uitwisseling van ideeën, onderzoeksresultaten en inzichten over actuele thema’s tussen politici, wetenschappers, journalisten en vertegenwoordigers van internationale organisaties, het bedrijfsleven en ngo’s. Het biedt ook een goede gelegenheid om in bilaterale gesprekken met internationale leiders en het bedrijfsleven specifieke onderwerpen te bespreken die van belang zijn voor Nederland.
Het doel van het WEF is het bijeenbrengen van overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties om gezamenlijk bij te dragen aan een betere wereld.
Kan uit het feit dat u, als Minister van Defensie, bent toegetreden tot het «Young Global Leader» programma van het World Economic Forum logischerwijs worden geconcludeerd dat het kabinet de doelstellingen van het World Economic Forum steunt? Zo nee, waarom niet?
Nee, deelname aan dit programma geschiedt op persoonlijke titel. Zie ook het antwoord op vraag 3 en 7.
Is het correct dat Klaus Schwab, de inmiddels omstreden oprichter van het World Economic Forum, op 20 september 2017 op de Harvard Kennedy School, in het openbaar te kennen heeft gegeven trots te zijn dat het World Economic Forum het Young Global Leader programma wereldwijd gebruikt om, in zijn woorden, «kabinetten te penetreren»?3
Het is niet aan mij om de woorden van dhr. Schwab te recenseren.
Vindt het kabinet het wenselijk als leden van het kabinet deelnemen aan een programma waarvan de bedenker zélf aangeeft dat het bedoeld is om wereldwijd «kabinetten te penetreren»?
Zie antwoord op vraag 9.
Is het correct dat de Koning ook een WEF «Young Global Leader» is (geweest)? Ja of nee?4
Nee.
Kunt u de bovenstaande simpele en feitelijke ja-nee-vraag met alleen «ja» of «nee» beantwoorden? Zo nee, waarom bent u daartoe maar niet in staat?
Ja.
Kunt u de bovenstaande vragen afzonderlijk en binnen drie weken beantwoorden? Zo nee, waarom niet?
De vragen zijn zo snel als mogelijk beantwoord.
Eieren |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
Femke Wiersma (minister landbouw, visserij, voedselzekerheid en natuur) (BBB) |
|
|
|
|
Mag een boer aangeven op zijn doosje eieren dat zijn kippen niet met een mRNA-vaccin zijn gevaccineerd?
Het Young Global Leaders programma van het World Economic Forum |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD) |
|
|
|
|
U schrijft in uw beantwoording dat u «op persoonlijke titel» bent uitgenodigd en deelneemt aan het Young Global Leaders programma van het World Economic Forum, kunnen we daaruit concluderen dat de uitnodiging die u van de YGL Foundation in januari 2025 per e-mail heeft ontvangen dus losstaat van het feit dat u op 2 juli 2024 als Minister van Defensie tot het kabinet bent toegetreden? Betekent dit logischerwijs ook dat in de uitnodiging die u heeft ontvangen dus niet wordt verwezen naar uw ministersambt? Kan de Tweede Kamer deze e-mail met de uitnodiging die u heeft ontvangen doorgestuurd krijgen? Heeft u misschien ook enig idee waarom u, los van uw ministersambt, op persoonlijke titel, bent genomineerd en uitgenodigd door de YGL Foundation?1
U weigert in uw beantwoording, hoewel u dit wordt gevraagd, te reflecteren op de uitspraak van de bedenker en oprichter van de YGL Foundation, de heer Klaus Schwab, een uitspraak waarin hij stelt dat het Young Global Leaders programma – een programma waarvoor u dus, kort na uw beëdiging als Minister, bent genomineerd en uitgenodigd, een uitnodiging waar u, op persoonlijke titel, ook op bent ingegaan – door het World Economic Forum wordt gebruikt om wereldwijd, citaat, «kabinetten te penetreren», waarom? Is dit niet een terechte vraag die een volksvertegenwoordiger, die geacht wordt de regering te controleren, behoort te stellen als een lid van het kabinet deelneemt aan een dergelijk omstreden programma, een vraag die door het kabinet vervolgens ook beantwoord zou moeten worden?
Is het naar uw mening wenselijk en verstandig, voor een lid van het kabinet, om op persoonlijke titel deel te nemen aan een programma waarvan de oprichter en bedenker, in het openbaar nota bene, zélf heeft aangegeven dat daarmee wordt beoogd om wereldwijd «kabinetten te penetreren»?
Young Global Leaders van het World Economic Forum |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
Dick Schoof (minister-president ) (INDEP) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het recente ontkennende antwoord van de Minister van Defensie, namens de regering, op de vraag of de Koning wellicht een World Economic Forum «Young Global Leader» is (geweest)?1
Is het correct dat in de Oostenrijkse krant Der Standard van 21 januari 2005, één van de meest gelezen en gerespecteerde kranten van Oostenrijk, in een artikel over de Young Global Leaders van het World Economic Forum, de Koning (toen kroonprins) expliciet wordt genoemd als één van de Young Global Leaders van het World Economic Forum? Zo nee, waarom niet?2
Hoe verhoudt de bewering in dit Oostenrijkse krantenartikel dat «der niederländische Prinz Willem-Alexander» een van de «ausgewählten Führungspersönlichkeiten» van het Young Global Leaders programma van het World Economic Forum zou zijn, zich tot het antwoord van de Minister van Defensie dat de Koning geen «Young Global Leader» van het World Economic Forum is (geweest)? Is de bewering dat de Koning een Young Global Leader is (geweest) in deze Oostenrijkse krant wellicht feitelijk onjuist?
Bent u op de hoogte van deze (onlangs verwijderde maar via het «internet archief» natuurlijk altijd weer te achterhalen) webpagina op de website van het «Young Global Leaders» programma zélf waarin de Koning (toen kroonprins) expliciet vermeld staat als één van de «Young Global Leaders» van het World Economic Forum?3
Is de vermelding op deze onlangs verwijderde webpagina van het «Young Global Leaders» programma zélf correct? Met andere woorden, was de Koning, als kroonprins, een «Young Global Leader» van het World Economic Forum? Ja of nee?
Hoe kan het zo zijn dat de regering in antwoord op Kamervragen aangeeft dat de Koning geen «Young Global Leader» is (geweest) terwijl op de website van het «Young Global Leaders» programma zélf (en in een Oostenrijks krantenartikel) de Koning (toen kroonprins) expliciet wél wordt genoemd als een «Young Global Leader» van het World Economic Forum?
Kunt u de bovenstaande vragen apart en binnen drie weken beantwoorden?
Het repatriëren van het Nederlandse goud dat in New York is opgeslagen |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
Eelco Heinen (minister financiën, minister economische zaken) (VVD) |
|
|
|
|
Is het, onder andere gezien de recente dreigende taal vanuit Washington richting Groenland en het feit dat de Verenigde Staten een militaire aanval op Groenland en daarmee NAVO-bondgenoot Denemarken niet langer wil uitsluiten, inmiddels niet verstandig om uit voorzorg het Nederlandse goud dat in New York is opgeslagen zo snel mogelijk te repatriëren? Zo nee, waarom niet?
Het artikel 'Ursula von der Leyen soll EU-kritischen Journalisten auf ‘Feindesliste’ gesetz haben' |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel getiteld «Ursula von der Leyen soll EU-kritischen Journalisten auf «Feindesliste» gesetz haben» in «Die Weltwoche»?1
Bent u bereid namens Nederland bij de Europese Commissie na te vragen of een dergelijke (informele) lijst met namen van EU-kritische journalisten inderdaad bestaat en zo ja, welke journalisten op deze lijst vermeld staan, en hierover aan de Kamer te rapporteren?
Indien u daartoe niet bereid bent, waarom niet?
Het aantal spoedritten van Ambulance Oost |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
Bruijn |
|
|
|
|
Is het correct dat het aantal spoedritten van Ambulance Oost (deze aantallen kunnen worden teruggevonden in de jaarverslagen van Ambulance Oost) ten opzichte van het jaar 2019 in de daaropvolgende vijf jaren is gestegen met respectievelijk 1 (2020), 22 (2021), 41 (2022), 40 (2023) en 47 (2024) procent? Indien dit niet het geval is, wat zijn dan wel de correcte percentages?
Op basis van de jaarrapportages van Ambulance Oost (regio Twente) zijn dit inderdaad de cumulatieve stijgingspercentages van de A1-inzetten. Ambulancezorg Nederland rapporteert in het jaarlijkse Sectorkompas Ambulancezorg het aantal inzetten per veiligheidsregio. De cijfers in de jaarrapportages van Ambulance Oost wijken iets af vanwege een andere selectie, maar in de kern komen de aantallen overeen. Op basis van de Sectorkompassen van de afgelopen jaren gelden onderstaande cijfers voor de regio Twente.
15.582
15.824
19.046
22.217
22.001
23.238
(incl. A0)
Aantal A1-inzetten (% groei t.o.v. jaar ervoor)
1,6%
20,4%
16,6%
– 1,0%
5,6%
Aantal A1-inzetten (% cumulatieve groei t.o.v. 2019)
1,6%
22,2%
42,6%
41,2%
49,1%
Hoe verklaart u deze plotseling sterke toename van het aantal spoedritten sinds 2021?
Tot halverwege 2021 bestond bij Ambulance Oost de werkwijze om bij meerinzetten (het sturen van tweede, derde, enz. auto naar eenzelfde incident) de tweede en eventueel daaropvolgende auto’s een A2-urgentie te geven. Vanaf de tweede helft van 2021 is deze werkwijze aangepast en krijgen de meerinzetten dezelfde urgentie als de eerste ambulance; dit betreft altijd A1 (of A0). Dit heeft als gevolg een stijging van het aantal A1-inzetten en een daling van het aantal A2-inzetten.
Het aantal A1-inzetten in 2021 en 2022 is daarom fors hoger dan in 2020; daarna volgt min of meer stabilisatie. Wanneer we de productie van A1-inzetten en A2-inzetten samen nemen en dit naast de ontwikkeling in Nederland plaatsen, zijn er dan ook geen opvallende verschillen te zien.
Onderstaande tabel geeft de som van A1- en A2-inzetten in regio Twente en in Nederland weer:
Figuur 1: Procentuele groei A1- en A2-inzetten per jaar voor regio Twente en Nederland
Is het correct dat het aantal zorgconsulten van Ambulance Oost (deze aantallen kunnen worden teruggevonden in de jaarverslagen van Ambulance Oost) ten opzichte van het jaar 2019 in de daaropvolgende vijf jaren is gestegen met respectievelijk 4 (2020), 24 (2021), 45 (2022), 47 (2023) en 51 (2024) procent? Indien dit niet het geval is, wat zijn dan wel de correcte percentages?
Dat klopt, dat zijn inderdaad de cumulatieve stijgingspercentages voor Ambulance Oost. In onderstaande tabel staat het aantal mobiele zorgconsulten in de regio Twente weergegeven.
8.622
8.998
10.706
12.530
12.715
13.048
Aantal mobiele zorgconsulten (% groei t.o.v. jaar ervoor)
4,4%
19,0%
17,0%
1,5%
2,6%
Aantal mobiele zorgconsulten (% cumulatieve groei t.o.v. 2019)
4,4%
24,2%
45,3%
47,5%
51,3%
Hoe verklaart u deze plotseling sterke toename van het aantal zorgconsulten sinds 2021?
In de rest van Nederland is deze stijging ook te zien in 2021 en 2022. Dit gaat dus om een landelijke trend waarop de regio Twente geen uitzondering vormt. In onderstaande tabel is het overzicht te zien van het aantal mobiele zorgconsulten in Nederland. Over deze landelijke ontwikkeling heb ik recent verslag gedaan in de Kamerbrief acute zorg d.d. 15 september 2025.1
303.822
301.015
336.691
388.797
393.368
417.204
Aantal mobiele zorgconsulten (% groei t.o.v. jaar ervoor)
– 0,9%
11,9%
15,5%
1,2%
6,1%
Aantal mobiele zorgconsulten (% cumulatieve groei t.o.v. 2019)
– 0,9%
10,8%
28,0%
29,5%
37,3%
Figuur 2: Groei in % mobiele zorgconsulten per jaar voor regio Twente en in Nederland
Het Meerjarig Financieel Kader (MFK) |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Kunt u de Tweede Kamer laten weten waar, voor Nederland, wat de toename van de EU-afdrachten betreft, in het volgend Meerjarig Financieel Kader (MFK) de grens ligt?
Het kabinet heeft als doel de voorziene stijging van de Nederlandse afdrachten te beperken. Hierover heeft het kabinet in het Hoofdlijnenakkoord afspraken gemaakt die zijn bekrachtigd in de kabinetsinzet ten aanzien van het MFK van 12 september 2025.1
Is het kabinet bereid een veto over het nieuwe MFK uit te spreken indien er straks een positie wordt bereikt die voor Nederland onacceptabel is?
Zoals aangegeven in beantwoording op 10 november jl. van vragen van uw Kamer over de kabinetsappreciatie van de Commissievoorstellen voor het volgend MFK en het eigenmiddelenbesluit (EMB) is het voorstel van de Commissie het startschot voor de onderhandelingen die naar verwachting tot in 2027 zullen duren. In de kabinetsappreciatie van 12 september jl. heeft het kabinet zijn positie met betrekking tot het voorstel van de Europese Commissie uiteengezet. Deze vormt de basis voor de Nederlandse inzet bij de onderhandelingen. Voorafgaand aan de laatste besprekingen in de Europese Raad en de uiteindelijke stemming in de Raad over het MFK en het EMB, zal het kabinet zijn finale positie bepalen op basis van het onderhandelingsresultaat.
Heeft Nederland ooit eerder, tijdens de onderhandelingen over het MFK, gedreigd met een veto?
Het kabinet doet geen uitspraken over de wijze waarop het zich opstelt tijdens vertrouwelijke onderhandelingen.
De uitzending van ‘De Nieuwe Wereld’ getiteld ‘Effectief Corona-middel systematisch geblokkeerd’ |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
Bruijn |
|
|
|
|
Bent u bekend met de recente uitzending van «De Nieuwe Wereld», getiteld «Effectief Corona-middel systematisch geblokkeerd»?1
Is het correct dat de heer Koornstra, zoals hij in deze uitzending beweert, samen met hoogleraren langs is geweest in het Torentje bij premier Rutte en zijn topambtenaren en met hen heeft gesproken over het middel «lidocaïne» dat toen mogelijk (zeer) effectief leek te zijn bij de behandeling van ernstige gevallen van Corona? Wanneer was dit gesprek? Wie waren erbij? Is er een gespreksverslag van dit gesprek gemaakt dat naar de Tweede Kamer kan worden gestuurd?
Bent u bereid bij de heer Feike Sijbesma na te vragen (en hierover aan de Kamer te rapporteren) of de heer Sijbesma, op dat moment onder andere bestuursvoorzitter bij DSM en lid van de Raad van Toezicht van het World Economic Forum, zoals de heer Koornstra in dit interview beweert, inderdaad, tegen de heer Koornstra en een groep hoogleraren toen (2020 vermoedelijk) heeft gezegd, over de inzet van dit medicijn, geparafraseerd, «Ik denk niet dat dit gaat lukken, er is besloten, in de wereld, dat alles wat hoop geeft op medicijnen nu even de kop moet worden ingedrukt, want het is belangrijker dat iedereen nu een vaccinatie krijgt en de dollartekens in de ogen van de farmacie zijn ook best groot» en indien de heer Sijbesma woorden van deze strekking inderdaad heeft geuit tegen de heer Koornstra door «wie in de wereld» dat dan is besloten? Mocht u daartoe niet bereid zijn, waarom niet? Is het, uit het oogpunt van volksgezondheid, niet heel belangrijk te achterhalen of er wellicht inderdaad ergens «in de wereld» een «machtscentrum» is die hoopgevende medicijnen «de kop in kan drukken» ten koste van de volksgezondheid maar ten gunste van de winst van farmaceuten?
Kan de Kamer (indien de heer Koornstra hiervoor vanzelfsprekend toestemming geeft) de brief van u ontvangen waar de heer Koornstra (in minuut 6) naar verwijst en waarin het Ministerie van VWS heeft laten weten, aldus de heer Koornstra, dat dit middel – lidocaïne – niet geschikt zou zijn voor de behandeling van Corona?
Kunt u navragen bij de heer Gommers of de heer Koornstra, na het ontvangen van deze afwijzingsbrief, inderdaad contact opgenomen heeft met de heer Gommers en of de heer Gommers toen, geparafraseerd, tegen de heer Koornstra over dit medicijn inderdaad heeft gezegd: «Het zou best eens kunnen werken, maar het is lastig, want we volgen nu een narratief»? Zou u, indien de heer Gommers dit inderdaad gezegd heeft, wellicht kunnen navragen op welk «narratief» de heer Gommers doelde?
Is het correct dat dit middel, «lidocaïne», inmiddels met succes wordt gebruikt voor de behandeling van long-covid?2
Is het, medisch gezien, logisch of te verwachten dat een middel dat succesvol is bij de behandeling van long-covid ook effectief zou kunnen zijn bij de behandeling van Covid?
Kunt u de bovenstaande vragen afzonderlijk en binnen de gebruikelijke term van drie weken beantwoorden?
De nieuwe richtlijnen van de Gezondheidsraad waarin gesteld wordt dat Nederlanders plantaardiger moeten gaan eten |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
Judith Tielen (VVD), Bruijn |
|
|
|
|
Bent u ermee bekend dat de Gezondheidsraad adviseert om onder andere de consumptie van rood vlees terug te brengen tot maximaal 200 gram per week en om plantaardige voeding de norm te maken omdat dit gezonder zou zijn voor mensen en beter voor het milieu?1
Uiteraard ben ik bekend met het advies van de Gezondheidsraad waar u naar verwijst. In dit advies staat niet dat plantaardige voeding de norm moet worden gemaakt. Wel adviseert de Gezondheidsraad, net als in 2015, op basis van de evaluatie van de wetenschappelijke literatuur ten aanzien van gezondheid een meer plantaardig en minder dierlijk voedingspatroon. De Gezondheidsraad stelt dat een verschuiving naar een meer plantaardig voedingspatroon gunstig is voor de (volks)gezondheid. Bovendien heeft het een lagere milieu-impact. De richtlijn voor rood vlees (zoals rundvlees en varkensvlees) is inderdaad maximaal 200 gram per week.
Wat is uw op deze nieuwe richtlijnen van de Gezondheidsraad?
Ik laat een inhoudelijke appreciatie van het advies aan het nieuwe kabinet, zoals aangegeven in mijn brief van 4 december 2025.2
Wat is volgens u de definitie van «een gezond dieet», aangezien binnen de voedingswetenschappen er veelvuldig discussie is over wat een dieet gezond maakt?
Binnen en zeker ook buiten de voedingswetenschappen, bestaat discussie over wat een dieet (in de zin van een voedingspatroon) gezond maakt. De wetenschap staat niet stil, en het is goed dat er discussie is over de verschillende inzichten. Ik vind het belangrijk dat de Gezondheidsraad periodiek de stand van de wetenschap voor voeding op een rij zet en uitzoekt voor welke relaties tussen voedingsmiddelen en chronische ziekten er een sterk wetenschappelijk bewijs is. Juist vanwege de vele discussies kan het namelijk onduidelijk zijn waarover er wel wetenschappelijke consensus bestaat. Het uitgebrachte advies biedt helderheid en geeft daarmee een eenduidige basis voor de actualisatie van de Schijf van Vijf. In de Schijf van Vijf staan producten die goed zijn voor je gezondheid en die zorgen voor genoeg energie en de voedingsstoffen die je lichaam nodig heeft. Dat is belangrijk voor nu, maar ook voor de gezondheid in de toekomst. Dat is dan ook de hierbij gehanteerde definitie van een gezond dieet.
Welke concrete maatregelen overweegt u naar aanleiding van het feit dat de Gezondheidsraad oproept tot «krachtig overheidsbeleid» om plantaardige voeding de norm te maken?
De inhoudelijke appreciatie van het advies en de uitwerking van eventuele concrete maatregelen wordt overgelaten aan het nieuwe kabinet. Ik heb uw Kamer hierover geïnformeerd in mijn brief van 4 december 2025.
Deelt u de mening dat er in de voedingswetenschap nog altijd geen consensus bestaat over wat gezond en ongezond is – door onder andere de complexiteit van het menselijk lichaam en uiteenlopende onderzoeksresultaten – en daarom voorzichtigheid geboden is bij het normatief voorschrijven van eetpatronen aan de gehele bevolking?
Ik deel uw mening dat het menselijk lichaam complex is en er uiteenlopende onderzoeksresultaten bestaan, ook binnen de voedingswetenschap. De Gezondheidsraad heeft in haar advies op basis van onderzoek, dat voldeed aan vooraf vastgestelde kwaliteitseisen, de totale stand van de wetenschap met betrekking tot eiwitbronnen beschreven. De Gezondheidsraad trekt geen conclusies op basis van individuele onderzoeken. Voor de productgroepen waarvoor richtlijnen zijn opgesteld, is een sterk bewijs voor een effect of verband. Wanneer geen consensus bestaat binnen de voedingswetenschap over een bepaalde productgroep en het gezondheidseffect, bijvoorbeeld wanneer er onvoldoende (goed) onderzoek beschikbaar is, dan staat dit helder beschreven in het advies.
Voorzichtigheid is geboden bij het adviseren over eetpatronen aan de gehele bevolking. Juist daarom hecht ik veel waarde aan dit Gezondheidsraadsadvies, waarbij de wetenschappelijke onderzoeken zorgvuldig zijn afgewogen om zo te komen tot deze richtlijnen. De Richtlijnen goede voeding noch de Schijf van Vijf zijn normatieve voorschriften. Iedereen kan zijn of haar eigen keuzes maken, mede op basis van de betrouwbare informatie van het Voedingscentrum.
Bent u bekend met het feit dat, om het eiwittekort als gevolg van het eten van minder rood vlees aan te vullen, de Gezondheidsraad het eten van peulvruchten adviseert?
De Gezondheidsraad adviseert om 250 gram bereide peulvruchten per week te eten. Dit is afgeleid van de hoeveelheid waarbij in onderzoek een verlaging van het risico op coronaire hartziekten wordt gezien. Het advies om peulvruchten te eten staat op zichzelf en los van de richtlijn over rood vlees.
De Schijf van Vijf van het Voedingscentrum houdt rekening met zowel de Richtlijnen goede voeding als met wat iemand nodig heeft aan voedingsstoffen (zoals eiwitten) en energie. Het Voedingscentrum is momenteel bezig met de doorontwikkeling van de Schijf van Vijf, waarin de herziene Richtlijnen goede voeding worden meegenomen.
Bent u op de hoogte van verschillende onderzoeken uit de voedingswetenschap waaruit blijkt dat plantaardige eiwitten minder goed worden opgenomen door het menselijk lichaam?
Ja. Gemiddeld genomen, worden eiwitten uit dierlijke voedingsmiddelen beter opgenomen door het lichaam dan uit plantaardige producten.
Het Gezondheidsraadsadvies Gezonde eiwittransitie3 onderzocht de gevolgen voor de gezondheid van de verschuiving naar een voedingspatroon met 60% plantaardige en 40% dierlijke eiwitten. Dat advies concludeert dat bij de algemene bevolking sprake is van een ruim voldoende inname van eiwit. Hierdoor leidt een verschuiving naar een meer plantaardig en minder dierlijk voedingspatroon (60% plantaardig, 40% dierlijk) op bevolkingsniveau niet tot problemen in de voorziening van eiwit en essentiële aminozuren.
Bent u bekend met de aanbeveling van de Gezondheidsraad in dit advies om elke dag een handje pinda’s te eten?
Ik ben bekend met het advies van de Gezondheidsraad om 15–30 gram noten per dag te eten, en daarbij te variëren tussen soorten, waaronder pinda’s.
Bent u op de hoogte van verschillende onderzoeken uit de voedingswetenschap waaruit blijkt dat er in pinda’s veelvuldig anti-nutriënten aanwezig zijn, zoals lectinen, die de opname van essentiële vitamines en mineralen – bijvoorbeeld zink en calcium – blokkeren?
Ja, pinda’s kunnen lectine bevatten. Bij het opstellen van het advies Richtlijnen goede voeding zijn geen aandachtspunten naar voren gekomen over effecten van lectine in pinda’s. Het advies van de Gezondheidsraad om te variëren tussen nootsoorten (waaronder pinda’s) is onder andere gunstig om eventuele mogelijke nadelige effecten van lectine in bepaalde noten te verminderen.
Bent u bekend met verschillende onderzoeken uit de voedingswetenschap waaruit blijkt dat onbewerkt rood vlees nutriënten bevat die buitengewoon goed door het menselijk lichaam opgenomen kunnen worden?
Ja, zowel rood als wit vlees leveren gunstige voedingsstoffen, waaronder eiwit, ijzer, selenium, zink en de vitamines B1, B2, B3, B6 en B12. Dit staat ook in het Gezondheidsraadadvies genoemd.
Bent u bekend met verschillende onderzoeken uit de voedingswetenschap waaruit blijkt dat er in onbewerkt rood vlees essentiële micronutriënten te vinden zijn, die in veel mindere mate voorkomen in plantaardige voeding?
Een aantal vitaminen en mineralen (micronutriënten) komt inderdaad meer voor in (rood en wit) vlees dan in plantaardige voeding. Andersom komen in plantaardige producten weer bepaalde micronutriënten voor die nauwelijks in vlees of andere dierlijke producten zitten, denk aan vitamine C.
Bent u bekend met verschillende onderzoeken uit de voedingswetenschap waaruit blijkt dat dierlijke voeding een hogere nutriëntendichtheid heeft dan plantaardige voeding?
Nutriëntendichtheid verwijst naar de relatieve hoeveelheid (gunstige) voedingsstoffen in een voedingsmiddel in verhouding tot het aantal calorieën. Gezien plantaardige producten zoals groente en fruit, veelal veel voedingsstoffen (zoals vitaminen, mineralen, vezels) en weinig calorieën bevatten, is de nutriëntdichtheid van de meeste plantaardige voeding hoog. Ook dierlijke voeding kan een hoge nutriëntdichtheid hebben, denk aan (magere) zuivel, ei of mager vlees. Het geschetste verschil in nutriëntendichtheid tussen enerzijds dierlijke voeding en anderzijds plantaardige voeding herken ik niet.
Hoe waarborgt u dat wetenschappelijke advisering, in dit geval door de Gezondheidsraad, onafhankelijk blijft van politieke ideologieën, activistische stromingen en commerciële lobbygroepen?
Een advies van de Gezondheidsraad is gebaseerd op een onbevooroordeelde en transparante weging van wetenschappelijke gegevens. De Gezondheidsraad onderschrijft een code om oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling tegen te gaan. Kandidaat-commissieleden moeten aan de hand van een uitvoerige belangenverklaring inzicht geven in hun mogelijke (financiële) belangen, persoonlijke relaties, reputatiemanagement en extern gefinancierd onderzoek. Het bestuur van de Gezondheidsraad beoordeelt vervolgens of deze belangen het lidmaatschap in de weg staan.
Hoe kunt u uitsluiten dat de richtlijn van de Gezondheidsraad wordt beïnvloed door belangenorganisaties, NGO’s of internationale agenda’s die zijn gericht op het verminderen van de vleesconsumptie, bijvoorbeeld omdat het verminderen van de vleesconsumptie «goed voor het klimaat» zou zijn?
In aanvulling op antwoord 13, zijn de Richtlijnen goede voeding opgesteld door een multidisciplinaire commissie (Commissie Voeding) die zorgvuldig is samengesteld. De belangenverklaringen van de leden van de commissie zijn in te zien op de website van de Gezondheidsraad. Deze belangenverklaringen vormen geen aanleiding om te veronderstellen dat de opstellers van dit advies op welke manier dan ook zijn beïnvloed.
Ook hield de Gezondheidsraad in het voorjaar een openbare commentaarronde voor concepten van achtergronddocumenten behorende bij dit deeladvies van de Richtlijnen goede voeding. De ontvangen commentaren en de reactie daarop zijn in te zien op de website van de Gezondheidsraad. Op deze wijze is het transparant en inzichtelijk wat de input is geweest van o.a. belangenorganisaties en hoe de Gezondheidsraad om is gegaan met deze input.
Welke mogelijke gevolgen ziet u voor de volksgezondheid met betrekking tot risico’s op tekorten aan bepaalde voedingsstoffen in het menselijk dieet bij sterk plantaardige diëten?
Om optimaal te kunnen functioneren is het belangrijk om voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen. De Gezondheidsraad heeft in zijn advies Gezonde eiwittransitie onder andere onderzocht of een plantaardiger dieet mogelijk tekorten aan bepaalde voedingstoffen zou opleveren. In het advies wordt geconcludeerd dat het mogelijk is om een sterker plantaardig dieet (60% plantaardige eiwitten) in te vullen zonder dat tekorten aan voedingsstoffen ontstaan. Hierbij wordt wat betreft dierlijke eiwitbronnen uitgegaan van een voedingspatroon waarbij de consumptie van vlees wordt verlaagd en niet meer vis en zuivel wordt geconsumeerd dan wordt geadviseerd. Voor het verhogen van de inname van plantaardige eiwitbronnen wordt geadviseerd om meer peulvruchten en noten te eten en te variëren met eiwitbronnen. Ik zie voor de algemene bevolking geen risico’s op tekorten, wanneer bij de invulling van het dieet de Richtlijnen goede voeding wordt gevolgd.
Welke economische gevolgen voorziet u voor de Nederlandse boeren als deze adviezen beleidsmatig worden gevolgd?
De inhoudelijke appreciatie van het Gezondheidsraadadvies laat ik aan een volgend kabinet. Indien gekozen wordt voor beleidswijzigingen, kunnen de economische gevolgen hiervan in kaart worden gebracht.
Wanneer is volgens u de grens bereikt tussen het bevorderen van volksgezondheid en individuele keuzevrijheid?
Ik hecht sterk aan individuele keuzevrijheid: mensen zijn vrij om hun eigen afwegingen te maken bij het kiezen van hun voedingspatroon. Een onafhankelijk goed onderbouwd advies vergroot de (geïnformeerde) keuzevrijheid, zeker als dit voor alle Nederlanders toegankelijker wordt gemaakt via voorlichting van het Voedingscentrum, zoals met de Schijf van Vijf. Er is geen sprake van beperking van de keuzevrijheid.
Deelt u de mening dat iemands voedseldieet uiteindelijk een persoonlijke verantwoordelijkheid is en dat het onwenselijk is dat de staat overgaat tot nudging – bijvoorbeeld middels accijnzen – en andere vormen van gedragssturing om de consumptie van dierlijke eiwitten te verminderen?
Ik deel de mening dat wat je eet en drinkt, je eigen persoonlijke verantwoordelijkheid is. Het staat eenieder vrij om zelf te kiezen hoe, wat en wanneer hij of zij eet en drinkt. We zien wel dat de voedselomgeving veel ongezonde voedselkeuzes stimuleert. Daarmee is het voor mensen minder makkelijk om gezonde (en duurzame) voedselkeuzes te maken. De overheid heeft de taak om de volksgezondheid te bevorderen, en kan op basis van deze taak bepaalde keuzes ontmoedigen. Accijnzen zijn slechts van toepassing op tabak en alcohol.
Deelt u de opvatting dat de vrijheid om vlees te eten te allen tijde gewaarborgd moet blijven?
Zie antwoord op vraag 18.
Kunt u uiteenzetten op welke wijze wordt gewaarborgd dat in de aangekondigde update van de Schijf van Vijf – een veelvuldig gebruikt instrument in het basisonderwijs – uitsluitend wetenschappelijk onderbouwde gezondheidsinformatie wordt opgenomen, en dat er daarbij geen sprake zal zijn van ideologisch of activistisch gedreven gedragssturing, bijvoorbeeld door jonge kinderen aan te leren dat het eten van rood vlees slecht zou zijn voor henzelf of voor de planeet?
De Schijf van Vijf vormt de praktische vertaalslag van de Richtlijnen goede voeding en houdt daarnaast rekening met onder andere de energiebehoefte en het behalen van voedingsnormen4. De Schijf van Vijf is wetenschappelijk onderbouwd.
Deelt u de mening dat gezondheidsadviezen uitsluitend op gezondheidsinformatie moeten worden gebaseerd en dat het dus nooit zo kan zijn dat gezondheidsadviezen (deels) worden gebaseerd op overwegingen die te maken hebben met klimaatbeleid?
Ik ben van mening dat gezondheidsadviezen onderbouwd moeten zijn met wetenschappelijke onafhankelijke informatie met betrekking tot gezondheid. De preventie van chronische ziekten in de Nederlandse bevolking is het hoofddoel van de Richtlijnen goede voeding. Voor de gezondheid van toekomstige generaties is het belangrijk dat ook op de langere termijn voldoende gezond en veilig voedsel beschikbaar is. Dit is voor een groot deel afhankelijk van het milieu, daarom is hier in de Richtlijnen goede voeding ook aandacht aan besteed.
Bent u bekend met de zogenaamde «eiwittransitie»?2 Hoe zou u de «eiwittransitie» zelf in het kort omschrijven?
Ja, met de eiwittransitie wordt de verandering van een consumptiepatroon bedoeld, waarbij in verhouding minder dierlijke en meer plantaardige eiwitten worden geconsumeerd, in vergelijking met ons huidige consumptiepatroon.
Is zo’n «eiwittransitie» volgens u noodzakelijk? En zo ja, waarom?
Uit het Gezondheidsraadadvies blijkt dat een meer plantaardig en minder dierlijk voedingspatroon gunstig is voor de volksgezondheid, omdat dit het risico op chronische ziekten verlaagt. Daarnaast is volgens de Gezondheidsraad een meer plantaardig voedingspatroon van belang om te zorgen dat toekomstige generaties eveneens kunnen kiezen voor gezond voedsel, vanwege de lagere ecologische voetafdruk. Dit onderschrijft de relevantie van de eiwittransitie.
Maakt dit advies van de Gezondheidsraad onderdeel uit van deze «eiwittransitie»? Met andere woorden, is een van de doelen van dit advies van de Gezondheidsraad om bij te dragen aan de «eiwittransitie»?
Nee, het doel van dit advies is de Richtlijnen goede voeding te actualiseren naar aanleiding van de stand van de wetenschap.6
Kunt u deze vragen zo spoedig mogelijk en afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Ja, dat heb ik gedaan.
Het artikel 'Kippenboeren zitten klem door vogelgriep en stikstof. Hoe verder?' |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
Femke Wiersma (minister landbouw, visserij, voedselzekerheid en natuur) (BBB) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Kippenboeren zitten klem door vogelgriep en stikstof. Hoe verder?»?1
Ja.
In het artikel wordt gesproken over een vaccin tegen het vogelgriepvirus voor kippen dat door de European Medicines Agency (EMA) is goedgekeurd, is dit goedgekeurde vaccin wellicht een «mRNA-vaccin»?
Het in het artikel genoemde vaccin is geen mRNA-vaccin, maar een vectorvaccin, INNOVAX-ND-AI, van MSD Animal Health. Dat is een vaccin dat na een beoordeling door het Europees Medicijnagentschap (EMA), door de Europese Commissie is toegelaten in de Europese Unie, voor gebruik bij kippen. Dit vaccin is door het EMA beoordeeld op werkzaamheid en veiligheid voor dier, mens en milieu.
Betreft dat misschien dit door de EMA goedgekeurde (mRNA-)vaccin, gezien het feit dat er wordt gesproken over één pluimveehouderij in Nederland die zijn kippen heeft gevaccineerd?
Zie het antwoord op vraag 2.
Waar worden de eieren van deze pluimveehouderij in Nederland verkocht? Kan de Nederlandse consument op de verpakking zien dat de kippen die deze eieren hebben gelegd met dit (mRNA-)vaccin zijn gevaccineerd? Zo nee, waarom wordt dit voor de Nederlandse consument (bewust?) verborgen gehouden?
De eieren worden sinds eind juli 2025 via de bestaande afzetkanalen op de markt gebracht. Er is geen noodzaak om te melden in welke winkels de producten liggen, aangezien de eieren van gevaccineerde hennen veilig zijn.
Vindt u het belangrijk dat consumenten goed kunnen worden geïnformeerd over het voedsel dat ze eten?
Ja.
Vindt u het belangrijk dat, zeker als consumenten daar prijs op stellen, pluimveehouders, te allen tijde, vrij zijn om aan te geven, op hun pak eieren, of de eieren wel of niet afkomstig zijn van gevaccineerde kippen? Zo nee, waarom niet? Waarom mogen consumenten niet weten of eieren wel of niet afkomstig zijn van gevaccineerde kippen? Zo ja, hoe kijkt u aan tegen de volgende zin in het genoemde artikel: «Je wit niet, zegt hij, dat in andere landen eieren op de markt worden gebracht van kippen die «ongevaccineerd» zijn, als een soort keurmerk.?»; waarom zou men dat niet willen? Wat is erop tegen om consumenten, die dat graag willen weten, in staat te stellen te achterhalen of de eieren op hun bord wel of niet afkomstig zijn van gevaccineerde kippen? Hoe gaat u deze consumenten beschermen en garanderen dat Nederlandse pluimveehouders, die dat willen, op hun doosje eieren wel degelijk kunnen (blijven) aangeven dat de eieren afkomstig zijn van (on)gevaccineerde kippen?
Consumenten eten al decennia eieren en vlees van gevaccineerde kippen. Kippen worden tegen veel ziekten gevaccineerd, ook met vergelijkbare vaccins. Voorbeelden van ziekten waartegen wordt gevaccineerd zijn infectieuze bronchitis, infectieuze bursitis, infectieuze larynhgotracheitis, Newcastle disease, Salmonella Enteritidis en coccidiose. Dit gebeurt met vaccins die op de markt zijn toegelaten na een beoordeling op werkzaamheid en veiligheid voor mens, dier en omgeving. De eieren en het vlees van gevaccineerde kippen zijn veilig voor humane consumptie. Op verpakkingen van eieren en vlees staat niet welke vaccins zijn toegediend. Dit geldt ook in het geval van de eieren en het vlees van de kippen uit de pilot. Ik wil u er ook op wijzen dat het Voedingscentrum Nederland informatie geeft over voedsel afkomstig van gevaccineerde dieren2.
Het Young Global Leader programma van het World Economic Forum |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u dit jaar toegetreden tot het zogenaamde «Young Global Leader» programma van het World Economic Forum?1
Ja.
Door wie en wanneer bent u uitgenodigd toe te treden tot de 2025 «Young Global Leaders» klas van het World Economic Forum? Was dit een schriftelijke uitnodiging? Zo ja, kan de Tweede Kamer deze uitnodiging ontvangen?
De uitnodiging is in januari 2025 per e-mail ontvangen vanuit The Forum of Young Global Leaders Foundation (YGL Foundation).
Is het correct dat u bent uitgenodigd in uw hoedanigheid van Minister? Zo nee, waarom staat dit dan letterlijk zo aangegeven op de «Young Global Leader» website? Is het kabinet op de hoogte van deze nevenfunctie?2
Nee, de nominatie voor en deelname aan het Young Global Leaders programma is op persoonlijke titel. Dat de huidige functie van deelnemers wordt vermeld op de website van het programma doet daar niets aan af. Deelname aan het programma betreft geen nevenfunctie.
Wat waren uw beweegredenen om (op deze uitnodiging in te gaan en) lid te worden van de 2025 klas met «Young Global Leaders» van het World Economic Forum?
Ik heb positief gereageerd op de uitnodiging, omdat ik het eervol vind hiervoor te zijn genomineerd en het een kans biedt om internationaal van gedachten te wisselen met getalenteerde leiders.
Kan de Tweede Kamer dit driejarige «ontwikkelingsprogramma» van de 2025 «Young Global Leader» klas waar u (namens het kabinet) onderdeel van uitmaakt ontvangen? Bij welke «thematische bijeenkomsten» bent u aanwezig geweest? Welke «academische modules» van het World Economic Forum heeft u gevolgd?
Er is geen formeel ontwikkelingsprogramma, op de website van het Young Global Leaders programma kunt u meer lezen over de bijeenkomsten en modules waar men optioneel aan kan deelnemen. Ik ben (nog) niet bij een thematische bijeenkomst van het programma aanwezig geweest en heb geen academische module gevolgd.
Het «Young Global Leader» programma verschaft daarnaast, «opportunities to contribute to strategic initiatives aligned with the World Economic Forum’s mission», op welke manier heeft u, als WEF «Young Global Leader» bijgedragen aan welke specifieke doelstellingen van het World Economic Forum? Kan de Tweede Kamer hiervan een overzicht ontvangen?
Ik heb niet bijgedragen aan specifieke doelstellingen van het World Economic Forum. Zie ook het antwoord op vraag 5.
Hoe zou het kabinet de «doelstellingen van het World Economic Forum» omschrijven?
De WEF biedt een nuttig platform voor de uitwisseling van ideeën, onderzoeksresultaten en inzichten over actuele thema’s tussen politici, wetenschappers, journalisten en vertegenwoordigers van internationale organisaties, het bedrijfsleven en ngo’s. Het biedt ook een goede gelegenheid om in bilaterale gesprekken met internationale leiders en het bedrijfsleven specifieke onderwerpen te bespreken die van belang zijn voor Nederland.
Het doel van het WEF is het bijeenbrengen van overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties om gezamenlijk bij te dragen aan een betere wereld.
Kan uit het feit dat u, als Minister van Defensie, bent toegetreden tot het «Young Global Leader» programma van het World Economic Forum logischerwijs worden geconcludeerd dat het kabinet de doelstellingen van het World Economic Forum steunt? Zo nee, waarom niet?
Nee, deelname aan dit programma geschiedt op persoonlijke titel. Zie ook het antwoord op vraag 3 en 7.
Is het correct dat Klaus Schwab, de inmiddels omstreden oprichter van het World Economic Forum, op 20 september 2017 op de Harvard Kennedy School, in het openbaar te kennen heeft gegeven trots te zijn dat het World Economic Forum het Young Global Leader programma wereldwijd gebruikt om, in zijn woorden, «kabinetten te penetreren»?3
Het is niet aan mij om de woorden van dhr. Schwab te recenseren.
Vindt het kabinet het wenselijk als leden van het kabinet deelnemen aan een programma waarvan de bedenker zélf aangeeft dat het bedoeld is om wereldwijd «kabinetten te penetreren»?
Zie antwoord op vraag 9.
Is het correct dat de Koning ook een WEF «Young Global Leader» is (geweest)? Ja of nee?4
Nee.
Kunt u de bovenstaande simpele en feitelijke ja-nee-vraag met alleen «ja» of «nee» beantwoorden? Zo nee, waarom bent u daartoe maar niet in staat?
Ja.
Kunt u de bovenstaande vragen afzonderlijk en binnen drie weken beantwoorden? Zo nee, waarom niet?
De vragen zijn zo snel als mogelijk beantwoord.
Agressie in de zorg |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
Bruijn |
|
|
|
|
Is u bekend dat het Erasmus MC zich distantieert van een observatie, namelijk dat agressie in de zorg vaker voorkomt bij migrantenfamilies, gedaan door een IC-arts werkzaam in het Erasmus MC?1
Het is mij bekend dat het Erasmus MC zich distantieert van de uitspraak van een IC-arts dat agressie bij hen op de IC vaker voorkomt bij migrantenfamilies.
Hoe kan het Erasmus MC zich distantiëren van een waarneming verricht door een arts? Is het management van het Erasmus MC misschien ook dagelijks aanwezig op de IC en neemt het management daar zelf iets heel anders waar?
Het is aan het Erasmus MC om zich al dan niet te distantiëren van uitspraken van medewerkers en daar eventueel verantwoording over af te leggen. Ik heb geen inzicht in de afwegingen die in dit specifieke geval gemaakt zijn.
Vindt u het wenselijk dat het management van een ziekenhuis zich «distantieert» van waarnemingen die artsen verrichten? Begint een analyse, onderzoek en waarheidsvinding niet bij het doen van waarnemingen? Wordt deze waarheidsvinding niet geweld aan gedaan als het management van een ziekenhuis zich gaat «distantiëren» van waarnemingen? Zorgt dat er immers niet logischerwijs voor dat artsen zich niet langer zomaar vrij durven uit te spreken over datgene wat ze op de werkvloer zelf met hun eigen ogen zien en meemaken? Brengt een dergelijke (angst)cultuur daarmee de patiëntveiligheid uiteindelijk niet in gevaar?
Het is aan het management van een ziekenhuis om zorgvuldige afwegingen te maken bij het zich al dan niet distantiëren van publiekelijke uitspraken van medewerkers. Daar hoort ook bij dat zij inschatten wat de consequenties daarvan zijn en dat zij eventuele negatieve effecten voorkomen.
Uw analyse dat het zich distantiëren van uitspraken er toe leidt dat de waarheidsvinding geweld wordt aangedaan omdat het er logischerwijs toe leidt dat artsen zich niet meer vrij durven uit te spreken, er een angstcultuur ontstaat en de patiëntveiligheid in gevaar komt deel ik dan ook niet.
Wat gaat u hieraan doen? Bent u bereid hierover met het Erasmus MC in gesprek te gaan? Bent u bereid aan het Erasmus MC te vragen waarom (en op welke gronden, zijn er aanwijzingen, is er ook maar enig bewijs dat de gewraakte waarneming feitelijk onjuist is) het management zich blijkbaar geroepen voelt zich publiekelijk «te distantiëren» van een waarneming die is verricht door een arts die werkt in het Erasmus MC?
Ik ga niet over de specifieke communicatiebesluiten van een zorginstelling. Het management van het Erasmus MC is bevoegd om het eigen communicatiebeleid in te richten.
Verenso |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
Bruijn |
|
|
|
|
Bent u bekend met dit rapport1 van Verenso met een aantal specifieke medische aandachtspunten bij het vaccineren met Comirnaty van Pfizer/BioNTech bij bewoners in de langdurige zorg waarbij een specialist ouderengeneeskunde of arts voor verstandelijk gehandicapten de regiebehandelaar is?
Ja.
Bent u bekend met het volgende advies in dit document: «Overweeg, in overleg met de familie, zeer kwetsbare patiënten met een sterk beperkte levensverwachting niet te (booster)vaccineren in verband met bijwerkingen als koorts en misselijkheid/braken en daarmee de kans op overlijden.»?
Ja.
Bent u ervan op de hoogte dat Lareb dit advies heeft overgenomen?2
Ja.
Waarom is deze waarschuwing (bijvoorbeeld in de uitnodigingsbrief voor de coronavaccinatie) niet met het publiek gedeeld?
Via verschillende (online) kanalen kunnen mensen informatie vinden over de COVID-19-vaccins en de mogelijke bijwerkingen die kunnen optreden. Bij de uitnodigingsbrief is bijvoorbeeld een flyer gevoegd met aanvullende informatie over het mRNA-vaccin en de belangrijkste bijwerkingen, met een QR-code die verwijst naar de website van het RIVM.3
Deelt u de mening dat het belangrijk is, omdat het een mRNA vaccin betreft, dat er ook naar alternatieven wordt gekeken? Bent u op de hoogte van de beschikbaarheid van het Hipra vaccin (Bimervax) dat geen mRNA vaccin is maar een eiwit vaccin dat voor veel mensen acceptabeler is dan een mRNA vaccin?
Ik onderschrijf het belang van een alternatief vaccin voor mensen die om medische redenen geen mRNA-vaccin kunnen of willen krijgen. Daarom is het Hipra-vaccin beschikbaar gesteld.
Is de beschikbaarheid van dit vaccin aan het publiek kenbaar gemaakt? Zo nee, waarom niet?
Ja, op de website van het RIVM wordt gecommuniceerd over de beschikbaarheid van een eiwitvaccin voor mensen die om medische redenen geen mRNA-vaccin willen of kunnen krijgen.
Staat de beschikbaarheid van het eiwit-vaccin bijvoorbeeld in de uitnodigingsbrief voor de coronavaccinatie? Zo nee, waarom niet?
Nee, omdat het eiwitvaccin alleen bedoeld is voor mensen die om medische redenen geen mRNA-vaccin willen of kunnen ontvangen. Dit betreft een heel kleine groep mensen.
Is er bijvoorbeeld een tv-spotje of een andere media-uiting van de rijksoverheid geweest waarin expliciet werd vermeld dat er ook een eiwit vaccin beschikbaar is? Zo nee, waarom niet?
Nee, zie het antwoord op vraag 7.
Kunnen de bovenstaande vragen afzonderlijk en binnen drie weken worden beantwoord?
Ja.
De Eurobarometer |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het volgende artikel: «De Eurobarometer tekent systematisch een te positief beeld van de EU»?1
Ja.
Hoe kijkt u aan tegen de bewering, gedaan in dit artikel, dat, vanwege een sterke oververtegenwoordiging van hoger opgeleiden in de (Nederlandse) steekproef van de Eurobarometer en een sterke non-reponse bias de Eurobarometer structureel en systematisch een (veel) te positief beeld van de Europese Unie geeft? Deelt u deze conclusie? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet vindt kwalitatief hoogwaardig opinieonderzoek belangrijk. Het is daarbij van belang dat bij opiniepeilingen verantwoording wordt afgelegd over de methodologie en steekproefselectie. Het Eurobarometer-onderzoek waar het nieuwsbericht naar verwijst (EP Winter 2025 survey), bevat uitleg over de methodologie en technische specificaties over hoe de streekproefselectie tot stand is gekomen.2 Het is verder niet aan het kabinet om zich uit te spreken over de uitvoering van dit opinieonderzoek.
Bent u ermee bekend dat zowel de opdrachtgever van de Eurobarometer als het onderzoeksbureau dat het onderzoek in Nederland uitvoert (Verian) door de auteurs van het bovengenoemde stuk zijn benaderd en daarmee dus weliswaar van dit probleem op de hoogte zijn gesteld, maar desalniettemin te kennen gaven dat «continuïteit» voor hen belangrijker was (dan accuraatheid) en daarom weigeren het onderzoek aan te passen? Wat vindt u van deze opstelling? Is, wat opinieonderzoek betreft, voor u continuïteit ook belangrijker dan accuraatheid?
De Eurobarometer is een opinie-instrument dat regelmatig wordt gebruikt in alle EU-lidstaten in opdracht van de Europese Commissie, het Europees Parlement en andere EU-instellingen en agentschappen om inzicht te krijgen in de publieke opinie in de EU-lidstaten. Het is verder niet aan het kabinet om zich uit te spreken over de uitvoering van opinieonderzoek.
Bent u bekend met dit artikel van het Max Planck Instituut getiteld «How the Eurobarometer blurs the line between research and propaganda»?2
Ja.
Hoe kijkt u aan tegen de conclusie van dit artikel, namelijk dat in de Eurobarometer door middel van selectie en framing van vragen, ongebalanceerde antwoordopties, insinuerende vragen, alsmede het strategisch verwijderen van vragen, systematisch een te rooskleurig beeld wordt gegeven van de publieke opinie met betrekking tot de Europese Unie in het algemeen en het doel van een «ever closer union» in het bijzonder? Deelt u de conclusie van dit (wetenschappelijk) artikel? Zo nee, waarom niet?
Zie het antwoord op vraag 2 en 3.
Maakt u zich zorgen over de kwaliteit van de Eurobarometer? Zo nee, waarom niet? Indien dit wel het geval is, wat gaat u met deze zorgen doen? Bent u bijvoorbeeld bereid de Europese Unie te bevragen over de betrouwbaarheid van de Eurobarometer? Zo nee, waarom niet?
Zie het antwoord op vraag 2 en 3.
Wordt de Eurobarometer door de rijksoverheid, bijvoorbeeld in beleidsstukken, Kamerbrieven of door instellingen zoals het CBS en SCP, als bron gebruikt? Zou het niet beter zijn hiermee te stoppen, niet alleen omdat de Eurobarometer inmiddels zo omstreden is, maar ook omdat het er sterk op lijkt dat de Eurobarometer niet een neutraal opinieonderzoek maar een propaganda-instrument van de Europese Unie is (geworden)?
In algemene zin gebruikt de Rijksoverheid voor beleidsstukken, Kamerbrieven en andere stukken informatie vanuit verschillende perspectieven en die herleidbaar is naar de bron. Informatie dient zoveel mogelijk onafhankelijk geverifieerd te kunnen worden. Op basis van deze informatie worden ambtelijke adviezen opgesteld waarbij het vervolgens aan de Minister is om een politieke afweging te maken.
Kunt u de bovenstaande zeven vragen afzonderlijk beantwoorden?
Ja.
Het bericht 'Na coronaprik melden duizenden vrouwen zware menstruatieklachten' |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
Bruijn |
|
|
|
|
Is de Minister bekend met het bericht «Na coronaprik melden duizenden vrouwen zware menstruatieklachten»?1
Ja.
Zijn de cijfers genoemd in het artikel en verzameld door data-analist Wouter Aukema, correct? Concreet, klopt het dat er bij Lareb vóór de vaccinatiecampagne gemiddeld twee meldingen per week binnenkwamen van vrouwen met menstruatieklachten, dat dit na de start van de vaccinatiecampagne plots opliep tot 1600 per week en dat er in totaal meer dan 20.000 meldingen zijn gedaan van hevige bloedingen, uitblijvende menstruaties, extreme krampen of andere verstoringen van de cyclus? Indien deze cijfers niet correct zijn, wat zijn dan wel de correcte cijfers?
Vóór de coronavaccinatiecampagne, in een periode dat jongere vrouwen niet op grote schaal in aanmerking kwamen voor een vaccinatie, ontving Lareb ongeveer 2 meldingen per week over menstruatiestoornissen na geneesmiddelengebruik. Na de start van de vaccinatiecampagne steeg het aantal meldingen. Het klopt dat er weken zijn geweest met 1600 meldingen of meer.2 Tot 17 november 2025 ontving Lareb 27.989 meldingen over een menstruatiestoornis na een coronavaccinatie.
Dat menstruatiestoornissen vaker werden gemeld als vermoede bijwerking hangt samen met het gegeven dat in korte tijd op zeer grote schaal tegen het coronavirus werd gevaccineerd. Daarbij is er ook specifiek media-aandacht geweest voor menstruatiestoornissen na coronavaccinatie, waardoor vrouwen die menstruatiestoornissen hadden ervaren na vaccinatie eerder geneigd waren om dit te melden. Dit verklaart mede de pieken in het aantal meldingen.
Lareb heeft regelmatig bericht over de meldingen en duiding gegeven over de inzichten in relatie met de coronavaccins.3 In de kennisbank van Lareb is een samenvatting van de wetenschappelijke kennis met verwijzingen naar de wetenschappelijke literatuur te vinden over menstruatiestoornissen na vaccinatie.4 Lareb houdt de meldingen zorgvuldig in de gaten en daarom zie ik geen aanleiding om extra onderzoek te laten uitvoeren.
Indien het aantal meldingen van menstruatieklachten in 2021 inderdaad plotseling sterk is toegenomen, wat zou hiervan de oorzaak kunnen zijn? Indien dit niet duidelijk is, is de Minister wellicht bereid dit te laten onderzoeken? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 2.
Palantir |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
Eelco Heinen (minister financiën, minister economische zaken) (VVD) |
|
|
|
|
In uw beantwoording van een eerdere Kamervraag1, schrijft u bij antwoorden 1 en 2 dat organisatieonderdelen die onder uw ministeriële verantwoordelijkheid vallen geen direct gebruik maken of hebben gemaakt van Palantir-software; zijn er echter wellicht wel functionarissen of organisatieonderdelen die onder uw ministeriële verantwoordelijkheid vallen die indirect (bijvoorbeeld via een Palantir-licentie die toebehoort aan een gebruiker die niet onder uw ministeriële verantwoordelijkheid valt) gebruik hebben gemaakt van Palantir-software of informatieproducten uit Palantir? Zo ja, welke organisatieonderdelen, functionarissen (functietitels) en/of informatieproducten betreft dit?
De Wet politiegegevens (Wpg) verplicht functionarissen die binnen het Wpg-domein werkzaam zijn – waaronder de algemene opsporingsambtenaren van de politie, de Koninklijke Marechaussee en de Bijzondere Opsporingsdiensten – om informatie te delen binnen de geldende wettelijke kaders. Algemene opsporingsambtenaren, zoals die van de FIOD, met wie de politie samenwerkt en die gebruikmaken van een door de politie verstrekte werkplek, kunnen toegang krijgen tot Palantir. Dit gebruik valt onder de verantwoordelijkheid van de politie en vindt plaats binnen de geldende wettelijke kaders. Uit de eerdere inventarisatie is geen ander, indirect gebruik van Palantir of van door Palantir gegenereerde informatieproducten gebleken.
Voor een nadere duiding van het gebruik van Palantir bij organisaties buiten het Ministerie van Financiën, waaronder samenwerkingsverbanden die gelieerd zijn aan het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zoals de Regionale Informatie- en Expertisecentra (RIEC’s), het Landelijk Informatie- en Expertisecentrum (LIEC) en de Infobox Crimineel en Onverklaarbaar Vermogen (iCOV), verwijs ik naar de beantwoording van de Kamervragen van het lid Van Houwelingen door andere ministeries.
In uw gebundelde antwoord op vragen 3 en 4 uit eerdergenoemde Kamervraag schrijft u «Organisatieonderdelen van het Ministerie van Financiën ontvangen en delen informatie en signalen met ketenpartners binnen de geldende wettelijke kaders, deze levering vindt niet direct in Palantir plaats.»; deelt (een organisatieonderdeel van) uw ministerie wellicht wel indirect data (aangezien aanlevering van data immers in de regel niet direct geschiedt, maar indirect via application programming interfaces (API’s) van onafhankelijke applicaties of aanleveringen via landing zones of buckets) met ketenpartners die gebruik maken van Palantir-software? Zo ja, welke ketenpartners zijn dit en welke data betreft dit?
Zie antwoord vraag 1.
Wanneer uw organisatie gegevens deelt met ketenpartners, ontslaat u dit vervolgens, naar uw oordeel, van de verantwoordelijkheden die de AVG verbindt aan de gegevensverwerking en -deling? Zo ja, waarom?
Nee. Wanneer organisatieonderdelen gegevens delen met ketenpartners, ontslaat dit het betreffende organisatieonderdeel niet van de verantwoordelijkheden die de AVG verbindt aan de verwerking en deling van persoonsgegevens. Deze verantwoordelijkheden kunnen niet enkel door het delen van gegevens worden overgedragen of uitgesloten.
Bij ketensamenwerkingen kan sprake zijn van gedeelde of gezamenlijke verantwoordelijkheid. In dat geval worden de taakverdeling en verantwoordelijkheden vastgelegd in een convenant of–wanneer sprake is van verwerking in opdracht van het organisatieonderdeel–in een verwerkersovereenkomst.
Het verwijderen van het dorp Moerdijk ten behoeve van de energietransitie |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD), Peter van Duijvenvoorde (FVD) |
|
Sophie Hermans (minister klimaat en groene groei, minister infrastructuur en waterstaat) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel over het opheffen van het dorp Moerdijk?1
Deelt u de zorgen van onder andere bewoners dat het opheffen van dit (eeuwenoude) dorp een buitengewoon ingrijpende maatregel is?
Acht u het wenselijk dat (eeuwenoude) dorpen in Nederland verdwijnen om ruimte te maken voor de energietransitie?
Indien het antwoord op vraag 3 bevestigend luidt, kunt u aangeven hoe vaak dit naar verwachting nog zal voorkomen?
Indien het antwoord op vraag 3 ontkennend luidt, welke stappen onderneemt u om te voorkomen dat dit gestelde precedent navolging krijgt in de toekomst?
Hoe verhoudt het verwijderen van een dorp zich tot het huidige kabinetsbeleid dat inzet op leefbare woonomgevingen, het behoud van gemeenschappen, het oplossen van de wooncrisis en het behoud van erfgoed?
Deelt u de mening dat het verwijderen van een dorp in strijd is met het eigendomsrecht?
Indien het antwoord op vraag 7 ontkennend luidt, waarom is het verwijderen van een dorp volgens u niet in strijd met het eigendomsrecht?
Vindt u dat de energietransitie zo ver mag gaan dat dorpen verwijderd mogen worden?
Erkent u de dat bewoners in de praktijk geen mogelijkheden hebben om zo’n besluit te voorkomen, terwijl het gaat over het verlies van hun woonplaats en gemeenschap?
Bent u van mening dat het democratisch onwenselijk is dat een gemeentebestuur – in samenwerking met provincie en Rijk – zulke beslissingen kan nemen zonder bindende inspraak, zoals een referendum, onder de bewoners?
Vindt u het in het algemeen belang om (eeuwenoude) dorpen te verwijderen?
Indien het antwoord op vraag 12 bevestigend luidt, waarom is dit in het algemeen belang?
Indien het antwoord op vraag 12 ontkennend luidt, deelt u de mening idat het in het algemeen belang is om historie, cultuur en erfgoed te beschermen en zodoende te staan voor het behoud van een (eeuwenoud) dorp?
Welke criteria zijn gehanteerd door het gemeentebestuur in samenwerking met het Rijk om te bepalen dat het verwijderen van het dorp Moerdijk noodzakelijk is?
In hoeverre is er sprake van een systematisch onderzoek waarin alternatieve locaties voor nieuwe energie-infrastructuur met elkaar zijn vergeleken?
In hoeverre en op welke manier zijn bewoners van het dorp Moerdijk bij dit besluit betrokken geweest?
Welke wettelijke grondslag is er voor het verwijderen van het dorp en hoe zal dit eruit komen te zien in de praktijk?
Indien tot verwijdering van het dorp wordt overgegaan, hoe worden de 1100 bewoners dan concreet gecompenseerd en wordt hierin (im)materiële schade door ontheemding meegenomen, denk aan psychische belasting, verlies van gemeenschap, voorzieningenverlies en de effecten op het woon-werkverkeer?
Hoe wordt er – nota bene tijdens een wooncrisis – gezorgd voor een nieuwe, passende woonruimte voor 1.100 bewoners?
Zijn er plannen om in de toekomst andere woongebieden te verwijderen ten behoeve van de energietransitie?
Indien het antwoord op vraag 21 bevestigend luidt, kunt u aangeven om welke plannen dit gaat?
Bent u bereid te onderzoeken of – samen met provincie Noord-Brabant en de gemeente Moerdijk – alternatieven ontwikkeld kunnen worden die het behoud van het dorp Moerdijk waarborgen?
Kunt u deze vragen zo spoedig mogelijk en afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
De AIVD |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Bent u ermee bekend dat op de website van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) de volgende bewering staat: «Wanneer personen of groepen bewust een narratief over een «kwaadaardige elite» verspreiden, creëren ze daarmee een feitelijk onjuist wereldbeeld.»?1
Ja. Dit is onderdeel van het anti-institutioneel-extremistische narratief. Aanvullend staat op dezelfde site dat, volgens aanhangers van dit narratief, deze kwaadaardige elite de bevolking wil onderdrukken, tot slaaf maken of zelfs vermoorden. De aanhangers van dit narratief stellen dat deze elite de controle heeft over de overheid, grote bedrijven, de rechtspraak, de wetenschap en kranten en tv-zenders. En dat hiertegen verzet moet worden gepleegd.
Bent u bekend met de volgende uitspraak van de directeur-generaal van de AIVD, gedaan tijdens een rondetafelgesprek op 28 juni 2023 in de Tweede Kamer, in antwoord op de vraag sinds wanneer Nederland volgens de AIVD dan feitelijk een «goedaardige elite» heeft: «Die vraag laat ik graag aan de historici over. Want wij doen geen onderzoek naar het verleden, wanneer dat moment heeft plaatsgevonden. [...]. Ik kan niet de vraag beantwoorden wanneer de elites goed zijn geworden.»
Ja. De AIVD constateert in zijn onderzoek dat er een narratief over een kwaadaardige elite verspreid wordt. Dit narratief stelt dat er een kwaadaardige elite aan de macht is, bestaande uit rechters, wetenschappers, politieagenten en politici, die erop uit is om mensen in Nederland te onderdrukken, tot slaaf te maken en te vermoorden. De AIVD verricht, op basis van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (Wiv) 2017, onderzoek met betrekking tot organisaties en personen die door de doelen die zij nastreven, dan wel door hun activiteiten, aanleiding geven tot het ernstige vermoeden dat zij een gevaar vormen voor het voortbestaan van de democratische rechtsorde, dan wel voor de nationale veiligheid of voor andere gewichtige belangen van de staat. Het anti-institutionele narratief, zoals toegelicht in de publicatie «Anti-institutioneel extremisme in Nederland – Een ernstige dreiging voor de democratische rechtsorde?»1 vormt zowel een mogelijk lange termijn dreiging als een korte termijn geweldsdreiging voor de nationale veiligheid en de democratische rechtsorde.2
Bent u ermee bekend dat de AIVD sinds kort een «historisch adviseur» in dienst heeft?2
Ja.
Bent u bereid de directeur-generaal van de AIVD te vragen of hij misschien zou willen overwegen deze «historisch adviseur» van de AIVD (of eventueel andere historici) te verzoeken of hij wellicht kan onderzoeken naar sinds wanneer precies de elite die Nederland bestuurt «feitelijk goedaardig» is geworden, zoals de AIVD beweert?
Nee, ik ben hiertoe niet bereid. Zoals beschreven in beantwoording van vraag 2 doet de AIVD, op basis van de Wiv 2017, onderzoek naar dreigingen voor de nationale veiligheid en de democratische rechtsorde. Ook staat in het artikel waar de vraag aan refereert, dat de taak van de historicus is om historisch onderzoek naar de dienst te faciliteren- ook van wetenschappers buiten de AIVD.
Zo nee, waarom niet? Is het immers, voor een goed begrip van het «anti-institutioneel extremisme», niet essentieel te weten sinds wanneer de elite in Nederland precies «goedaardig» en kritiek op een «kwaadaardige elite» dus «feitelijk onjuist» is geworden?
Zie beantwoording vraag 4. Voor een goed begrip van het «anti-institutioneel extremisme» refereer ik graag naar de AIVD publicatie hierover van mei 20232.
Kunnen we er trouwens op vertrouwen dat de AIVD er melding van zal maken als de, volgens de AIVD, huidige goedaardige elite (onverhoopt weer) kwaadaardig wordt?
De AIVD heeft onder andere de wettelijke taak om onderzoek te verrichten naar dreigingen voor de nationale veiligheid en de democratische rechtsorde. U kunt erop vertrouwen dat de AIVD doet wat nodig is, in het geval de nationale veiligheid in het geding is.
Zo ja, hoe constateert de AIVD, die immers naar eigen zeggen niet kan aangeven wanneer de elite feitelijk goedaardig is geworden, dat de elite (weer) kwaadaardig is geworden?
Zie beantwoording vraag 6.
Zo nee, hoe kunnen we er dan op vertrouwen dat burgers die van mening zijn dat er een kwaadaardige elite is, door de AIVD niet onterecht worden gekwalificeerd als «anti-institutioneel extremisten» voor een opvatting die in dat geval wellicht dus «feitelijk juist» kan zijn?
Ruimte voor kritiek is een belangrijk onderdeel van een gezonde democratie. Door kritiek te (kunnen) geven, kan een democratie zich verder ontwikkelen. Een kritische boodschap waarin wordt gesteld dat de rechtsstaat niet functioneert, kan bijdragen aan het verbeteren van deze rechtsstaat. Daarvoor is en moet ruimte zijn binnen de democratische rechtsorde. De AIVD richt zich nadrukkelijk niet op burgers die kritiek uiten op het functioneren van de democratische rechtstaat. De AIVD doet, zoals eerder benoemd, o.a. onderzoek naar dreigingen voor de nationale veiligheid en de democratische rechtsorde. Een persoon kan een dreiging zijn wanneer sprake is van extremistische gedragingen. De AIVD definieert extremisme als «Het uit ideologische motieven bereid zijn om niet-gewelddadige en/of gewelddadige activiteiten te verrichten die de democratische rechtsorde ondermijnen».
Kunt u bovenstaande vragen afzonderlijk beantwoorden?
Waar mogelijk heb ik de vragen afzonderlijk beantwoord.
Palantir |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Kunt u, naar aanleiding van uw beantwoording van eerdere schriftelijke vragen1, wellicht nog nader toelichten wat bedoeld wordt met «actief gebruik» in de zin «Er is in het heden of verleden geen actief gebruik van Palantir (licenties) bij het organisatieonderdeel NCTV2.»? Wordt er wellicht wel op een andere wijze («passief gebruik?») door de NCTV gebruikgemaakt van Palantir? Of kan uit dit antwoord geconcludeerd worden dat er op geen enkele wijze gebruik is gemaakt van Palantir door de NCTV? En los van het («actief» of «passief») gebruik, heeft de NCTV wel of geen (al dan niet via «samenwerkingsverbanden») toegang tot Palantir?
Met de eerdere beantwoording is bedoeld aan te geven dat er op geen enkele wijze gebruik is gemaakt van Palantir door de NCTV en tevens dat de NCTV ook geen toegang heeft tot Palantir.
U schrijft dat de politie, in speciale gevallen, de «informatieproducten» afkomstig uit de Raffinaderij deelt met «ketenpartners»: wie zijn die «ketenpartners»?
In mijn eerdere beantwoording heb ik aangegeven dat informatieproducten afkomstig uit de analyseomgeving «de Raffinaderij» niet worden gedeeld met partijen buiten de politie.
Wel kan de politie op basis van een signaal afkomstig uit een informatieproduct op casusniveau contact leggen met ketenpartners. Dit kan als er sprake blijkt van een concrete verdenking van zware en georganiseerde criminaliteit of een hoge kans op aanslagen. Het informatieproduct zelf wordt niet gedeeld.
Ketenpartners waarmee de politie een signaal kan delen zijn bijvoorbeeld gemeenten of het Openbaar Ministerie. Hierbij worden vanzelfsprekend de verstrekkingsbepalingen uit de Wet politiegegevens (Wpg) in acht genomen.
Welke datasets worden met die ketenpartners gedeeld?
Er worden geen datasets gedeeld met die ketenpartners.
Zoals hiervoor toegelicht kunnen alleen in zeer ernstige situaties de signalen afkomstig uit een informatieproduct vanuit «de Raffinaderij» op casusniveau worden gedeeld.
Welke algoritmen worden door die ketenpartners of binnen de «samenwerkingsverbanden» hiervoor gebruikt en/of ontwikkeld?
Bij het delen van signalen op casusniveau worden geen algoritmen gebruikt en/of ontwikkeld.
Worden deze algoritmen wellicht ook gepubliceerd op https://algoritmes.overheid.nl/nl/algoritme?
In het Algoritmeregister worden impactvolle algoritmes, waaronder hoog risico AI-systemen geregistreerd. De basale algoritmes binnen de software van Palantir die de politie gebruikt kwalificeren niet als AI-systeem. Omdat bij het gebruik van deze Palantir software door de politie ook geen sprake is van impactvolle algoritmes is dit niet in het Algoritmeregister opgenomen.
De ‘politiehandleiding complotdenken’ |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Is de interne politiehandleiding «Herkennen, duiden, handelen: complottheorieën en anti-institutioneel gedachtegoed» die ongeveer een week geleden op internet is verschenen authentiek? Met andere woorden, bestaat deze politiehandleiding?1
Ja.
Voor wie is deze handleiding bestemd? Alleen voor de politie? Of gebruiken andere organisaties binnen het rijk deze handleiding wellicht ook? Wordt de handleiding ter beschikking gesteld aan alle politieagenten?
Dit document is een interne handreiking van de politie. De politie heeft mij laten weten dat deze ter beschikking is gesteld aan politiemedewerkers en nauwe relevante partners binnen het veiligheidsdomein. Dit document was niet bedoeld voor publicatie. Het is een document om politiemedewerkers te ondersteunen die in hun werk te maken kunnen krijgen met radicalisering en extremisme dat uit complottheorieën kan voortkomen. Hoe bepaalde uitingen geduid moeten worden zal altijd beoordeeld moeten worden aan de hand van alle concrete feiten en omstandigheden.
Overigens heeft de politie laten weten dat zij erkennen dat sommige onderdelen in de handreiking zonder de juiste context voor verwarring kunnen zorgen. Zij zullen de handreiking daarom op sommige punten aanpassen.
Bestaan er volgens u complotten? Staat onze hele geschiedenis eigenlijk niet bomvol van de complotten, van de opstand van de Batavieren en de moord op Caesar tot de Moord op het Groot Eiland?2 En kunnen veel van dit soort «complotten», denk bijvoorbeeld aan een bankoveral gepleegd door de georganiseerde misdaad, redelijkerwijs niet ook bestempeld worden als «kwaadaardig»?
Ik verwijs u hiervoor verder naar de jaarverslagen van de AIVD en de Dreigingsbeelden Terrorisme Nederland van de NCTV.
In de politiehandleiding wordt (meermaals) gesproken over het geloof in een «kwaadaardige elite» dat kenmerkend zou zijn voor «complotdenkers»; kunnen we hieruit concluderen dat u (net zoals de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) trouwens) van mening bent dat het narratief over een «kwaadaardige elite» «feitelijk onjuist» is?3
Het geloof in een «kwaadaardige elite» is een onderkend element van het anti-institutioneel-extremistische narratief. Ik verwijs u hiervoor verder naar de jaarverslagen van de AIVD en de Dreigingsbeelden Terrorisme Nederland van de NCTV. Tevens verwijs ik naar de beantwoording van de Kamervragen met het kenmerk 2025Z15448.
Indien u dit narratief niet op voorhand «feitelijk onjuist» vindt, waarom wordt, in dat geval dus mogelijke terechte kritiek, op een «kwaadaardige elite» door de politie gecriminaliseerd als een vorm van «complotdenken»? En hoe kijkt u in dat geval aan tegen de constatering van de AIVD dat «een narratief over een «kwaadaardige elite» [...] een feitelijk onjuist wereldbeeld» is?
Zie antwoord vraag 4.
Indien u van mening bent dat de elite (in ons land) wél goedaardig is, mogen we dan wellicht aan het kabinet vragen sinds wanneer precies Nederland gezegend is met zo’n goedaardige elite? Welk jaar vormde het omslagpunt? Of is het kabinet wellicht van mening dat de elite die Nederland regeerde door de eeuwen heen per definitie altijd goedaardig moet zijn geweest? Maar hoe verhoudt zich dit dan bijvoorbeeld tot de excuses die onlangs door het kabinet zijn gemaakt voor de slavernij? Was de elite, die toen verantwoordelijk was voor de slavernij, «goedaardig» volgens het kabinet? Maar waarom dan excuses maken? Met andere woorden, sinds wanneer is de elite in ons land volgens het kabinet goedaardig geworden zoals de AIVD (en indirect ook de politie in dit document) expliciet beweert?
Zie antwoord vraag 4.
In de politiehandleiding wordt, als een thema van complotdenkers, ook het World Economic Forum genoemd, kunnen we daaruit opmaken dat het kabinet van mening is dat het World Economic Forum «goedaardig» is?
Zie het antwoord op vraag 2.
Indien dat niet het geval is, waarom wordt, in deze politiehandleiding, mogelijk dus terechte kritiek op het World Economic Forum, verdacht gemaakt als een vorm van «complotdenken»?
Zie het antwoord op vraag 2.
Indien dat wel het geval is, bent u wellicht bekend met de uitspraak van de (voormalige en recent in opspraak geraakte) oprichter en voorzitter van het World Economic Forum, Klaus Schwab, waarin hij, met trots stelt, dat de «Young Global Leaders» van het World Economic Forum wereldwijd «kabinetten hebben gepenetreerd»?4 Kunt u zich voorstellen dat er mensen zijn die een (globalistische) elite die zichzelf als doel stelt wereldwijd «kabinetten te penetreren», bijvoorbeeld vanuit democratisch oogpunt, als «kwaadaardig» bestempelen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom wordt dergelijke kritiek in deze politiehandleiding gecriminaliseerd als een vorm van «complotdenken»? En wat vindt u van de recente onthulling dat de oprichter van het World Economic Forum, Klaus Schwab, opzettelijk data in het «Global Competitiveness Report» van het World Economic Forum liet vervalsen, met als gevolg dat het Verenigd Koninkrijk (VK) niet steeg van plek zeven naar plek vier, maar een plek op deze ranglijst daalde omdat, aldus Schwab, «Het VK niet mag verbeteren» aangezien «Dit kan worden gebruikt door voorstanders van de Brexit.»? Is dit iets wat een «goedaardige» organisatie en elite zou doen? Of is dit wellicht een voorbeeld van een kwaadaardig complot?5
Zie het antwoord op vraag 2.
Kunnen we uit deze politiehandleiding opmaken dat een oproep om moestuintjes aan te leggen een indicatie is voor «complotdenken»? Zo nee, waarom worden «moestuinen» expliciet genoemd in deze handleiding onder het kopje «complotdenken»? Zo ja, is het advies van oud-staatssecretaris Klijnsma in 2014 aan gepensioneerden om een moestuin te starten6 wellicht volgens deze politiehandleiding een indicatie dat oud-staatssecretaris Klijnsma mogelijk geneigd is tot «complotdenken»? En is het in dat geval volgens u verstandig, zoals de politiehandleiding immers vervolgens voorschrijft, om verdere «signalen van radicalisering» bij oud-staatssecretaris Klijnsma in de gaten te houden? Gaat de politie dat misschien ook doen?
Dat kunt u daaruit niet uit opmaken. Zie ook het antwoord op vraag 2.
De politie heeft laten weten dat in de richtlijn van deze handreiking staat vermeld dat het geen werkinstructie is, maar dat het voornamelijk gebruikt dient te worden als hulpmiddel om gesprekken te voeren.
Wat betekent «CTER-waardig»? Zijn signaleren van «radicalisering» volgens deze handleiding «CTER-waardig»? Is het correct dat bij signalen van «radicalisering», volgens deze politiehandleiding en een artikel hierover in de NRC,7 de persoon in kwestie in het kader van de vroegsignalering kan worden geregistreerd als een «potentiële terrorist»?
In het tweede halfjaarbericht politie van 7 december 20238, ben ik uitgebreid ingegaan op de procedure om te komen tot registratie van CTER-incidenten bij de politie. Ik verwijs u naar dit Kamerstuk.
Is het correct dat «Fixatie op overheidsinstanties (Belastingdienst, CJIB, (lokale) bestuurders, RIVM, Jeugdzorg, etc.)» volgens deze politiehandleiding een indicatie kan zijn van radicalisering? Zo nee, waarom staat deze hierboven geciteerde zin uit de politiehandleiding dan onder het kopje «Radicalisering»? Zo ja, betekent dit dat burgers met (felle) kritiek (en daarmee waarschijnlijk ook een «fixatie») op bijvoorbeeld de Belastingdienst, het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) of de Jeugdzorg, op basis van deze politiehandleiding, door de politie in het kader van de vroegsignalering kunnen worden geregistreerd als «potentiële terroristen»?
Zie het antwoord op vraag 2, 10 en 11.
Staan er wellicht ook Kamerleden bij de politie geregistreerd als «CTER-waardig» en/of als «potentiële terrorist»?
Ik heb geen beschikking over deze gegevens en kan hier derhalve geen uitspraken over doen.
Kunt u één, slechts één voorbeeld, geven van een «anti-institutioneel extremist» die is veroordeeld door een rechter voor een of andere vorm van fysiek geweld? Zo ja, kan de Kamer het vonnis van de rechter in deze zaak toegestuurd krijgen? Zo nee, hoe verhoudt zich dit dan tot deze politiehandleiding waarin een grote groep burgers wordt gecriminaliseerd als potentieel «anti-institutioneel extremist»?
Het Openbaar Ministerie heeft mij laten weten dat er geen specifieke registratie plaatsvindt of er in zaken sprake is van anti-institutioneel extremisme.
Is (inmiddels) wellicht duidelijk (geworden) voor u hoe problematisch deze politiehandleiding is waarin kritische, zelfdenkende en zelfstandige burgers, door de politie, door de staat dus, vanwege hun denkbeelden, gedachten en gezichtspunten, worden gecriminaliseerd als «complotdenkers» en «potentiële terroristen»? Zo ja, wat gaat u met dit inzicht doen?
Zie het antwoord op vraag 2.