| Ingediend | 6 mei 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 11 juni 2026 (na 36 dagen) |
| Indiener | Pepijn van Houwelingen (FVD) |
| Beantwoord door | Enneüs Heerma (CDA) |
| Onderwerpen | openbare orde en veiligheid staatsveiligheid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z09316.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2222.html |
De afgelopen jaren hebben de diensten slechts beperkt gebruik kunnen maken van het middel kabelinterceptie gelet op de juridische beperkingen. Dit heeft effect gehad op de opbrengsten van het middel. Sinds de inwerkingtreding van de Tijdelijke wet kunnen de diensten (juridisch) effectiever gebruik maken van het middel kabelinterceptie. Sindsdien zijn de diensten begonnen aan een inhaalslag en is het mogelijk om kabelinterceptie ketenbreed, van verwerving tot analyse, te optimaliseren. Ik wil benadrukken dat dit proces tijd kost.
Daarnaast is het van belang te vermelden dat de huidige opbrengsten niets afdoen aan het unieke karakter van kabelinterceptie, en daarmee de potentie en het belang van dit middel voor de bescherming van onze nationale belangen. Kabelinterceptie is een relevant en onmisbaar middel om gekende en ongekende dreigingen tegen de nationale veiligheid te onderkennen. Het is daarmee zeer geschikt om op zoek te gaan naar nieuwe targets. Het kan als ongericht middel waardevolle informatie opleveren, waardoor andere (gerichte) inlichtingenmiddelen vervolgens effectiever kunnen worden ingezet en het rendement van deze middelen wordt vergroot. Ik ben dan ook positief gestemd over de potentiële opbrengst van kabelinterceptie.
De diensten doen nooit uitspraken over het actuele kennisniveau en hun modus operandi. De hoeveelheid data die via kabelinterceptie wordt vergaard, is een directe indicator van de operationele capaciteit en de technische effectiviteit van de inlichtingendiensten. Als de exacte hoeveelheid (in GB) of zelfs een indexcijfer publiek wordt, kan een buitenlandse mogendheid of kwaadwillende actor daaruit afleiden of de capaciteiten van de Nederlandse diensten toenemen, stabiliseren of juist afnemen. Een daling in de hoeveelheid vergaarde data zou kunnen duiden op een verzwakking van de interceptiecapaciteit, terwijl een sterke stijging bijvoorbeeld kan wijzen op nieuwe technologische doorbraken. Dit is gevoelige informatie die effect kan hebben op de nationale veiligheid. In het algemeen geldt dat de Kamer over de vertrouwelijk aspecten van de diensten via de geëigende kanalen geïnformeerd wordt.
De diensten doen nooit uitspraken over het actuele kennisniveau en hun modus operandi. Een benadering in percentages zou ook niet mogelijk zijn. In het algemeen geldt dat gegevensdeling geen constante stroom is, maar een resultaat van specifieke operationele noodzaak en onderlinge afspraken. De informatie die gedeeld wordt, betreft vrijwel altijd de geanalyseerde uitkomst van de verzamelde data, en niet de volledige verzamelde datastroom zelf.
Op 6 mei 2026 heeft het lid Van Houwelingen (Forum van Democratie) schriftelijke vragen (met kenmerk 2026Z09316) gesteld over kabelinterceptie AIVD. Tot mijn spijt is beantwoording binnen de gestelde termijn niet mogelijk. Ik zal de vragen zo spoedig mogelijk beantwoorden.