| Ingediend | 19 mei 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 26 mei 2026 (na 7 dagen) |
| Indiener | Pepijn van Houwelingen (FVD) |
| Beantwoord door | Mirjam Sterk (CDA) |
| Onderwerpen | gezin en kinderen sociale zekerheid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z10201.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2038.html |
Deze gegevens zijn mij niet bekend. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het organiseren van jeugdhulp. Inzicht in wachttijden gebeurt dus in eerste instantie op gemeentelijk en regionaal niveau. Met de wet Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg (regio-indeling) worden knelpunten bij contractering van specialistische jeugdzorg aangepakt. Dit kan bijdragen aan de aanpak van wachttijden. Daarnaast moeten gemeenten in hun regiovisie aangeven hoe ze werken aan de aanpak van wachttijden en hoe ze met elkaar maximaal aanvaardbare wachttijden formuleren (en daarmee het goede gesprek voeren). Vanuit het programma Standaardisatie van de Hervormingsagenda Jeugd wordt in een project gewerkt aan landelijke kaders om wachttijden op landelijk niveau in beeld te kunnen brengen.
Uit een landelijke uitvraag van Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN), onder aangesloten KDC’s, blijkt dat er in veel regio’s wachttijden voor dagbehandeling op een KDC zijn ontstaan. Zoals beschreven in de beleidsreactie Druk op de keten1, leidt schaarste in de keten tot opwaartse druk. Bijvoorbeeld: Door een gebrek aan passende lichtere vormen van aanbod (bijvoorbeeld door extra ondersteuning in de kinderopvang aan te bieden) wordt er gebruikgemaakt van het zwaardere, specialistische aanbod (KDC’s), waardoor daar wachttijden ontstaan. Daarnaast zijn er knelpunten bij de uitstroom naar (speciaal) onderwijs, waardoor kinderen soms langer dan noodzakelijk op het KDC verblijven.
Zie antwoord vraag 1.
Deze gegevens zijn mij niet bekend. Uit de landelijke uitvraag van VGN, onder aangesloten KDC’s, blijkt dat het aantal KDC-plekken de afgelopen jaren is toegenomen.
Ja.
Een lange wachttijd kan schadelijk zijn voor de ontwikkeling van kinderen. Dit is niet direct oplosbaar, maar ik vind het goed dat jeugdhulp Haaglanden een duidelijke stip op de horizon zet om de wachttijden terug te dringen door een concrete norm te stellen.
Met een dergelijk lange wachttijd krijgen kinderen niet tijdig hulp, waardoor problemen groter kunnen worden. Het is van belang om te benadrukken dat ik mij, samen met mijn collega’s van SZW en OCW, wil richten op het voorkomen van problemen, waarbij er nadrukkelijk meer aandacht is voor de sociale context van een kind.
Om toeleiding naar een KDC te voorkomen is het van belang in te zetten op versterking van het systeem om het kind heen, waaronder de ouders. Zo kunnen gemeenten inzetten op de ketenaanpak Kansrijke Start om (toekomstige) gezinnen, in een kwetsbare situatie, vanuit hun hulpbehoefte tijdig en passende ondersteuning en zorg krijgen aangeboden tijdens de eerste 1.000 dagen van een kind.
Ook kunnen gemeenten bepalen welke kinderen in aanmerking komen voor voorschoolse educatie, waardoor vroegtijdig kan worden ingezet op het stimuleren van de ontwikkelingskansen van kinderen. De gezamenlijke visie van VWS, OCW en SZW is dat we inzetten op zoveel mogelijk inclusieve oplossingen, waardoor kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte, binnen de reguliere kinderopvang en het onderwijs, passend worden ondersteund. Het uitbouwen van speciaal aanbod (zoals KDC’s) voor individuele kinderen is daarmee niet het ultieme doel. Hier stappen in zetten is niet alleen een opgave voor de Rijksoverheid. Er ligt een belangrijke opgave bij de gemeenten, de kinderopvang, onderwijs, jeugd(gezondheids-)zorg, opleidingen en professionals. De vier grote steden zijn dan ook actief bezig met getransformeerde inclusieve en wijkgerichte voorzieningen voor jonge kinderen in samenwerking tussen kinderopvang4, onderwijs en jeugdhulp5.
Ja.