De impact van de kabinetsplannen op zwangere vrouwen en ouders |
|
Marjolein Moorman (PvdA) |
|
Judith Tielen (VVD), Hans Vijlbrief (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «CNV: jaarlijks zeker 25.000 zwangeren geraakt door kabinetsplan»?1
Ja, ik ben bekend met dit bericht.
Deelt u de mening dat zestien weken 100% betaald zwangerschapsverlof een belangrijk verworven recht is? Zo ja, hoe verhoudt dit zich tot het besluit om het maximumdagloon te verlagen, waardoor zwangere vrouwen er honderden euro’s per maand op achteruitgaan?
Ja, ik vind het belangrijk dat de arbeidspositie van vrouwen niet verslechtert. Met de plannen uit het coalitieakkoord wil het kabinet onze arbeidsmarkt en sociale zekerheid toekomstbestendiger maken. Daar zijn helaas ook lastige keuzes bij nodig. Via de verlaging van het maximumdagloon is beoogd de laagste inkomens te ontzien. Niettemin raakt de verlaging veel mensen. Ik ben daarom bereid om te kijken naar het uitzonderen van de verlofregelingen van de verlaging van het maximumdagloon. Daarbij vind ik het van belang dat er oog is voor de uitvoerbaarheid, de huidige budgettaire kaders en de samenhang met andere uitkeringen. Ik zal dit vervolgens bespreken met sociale partners en ik streef ernaar om uiterlijk op Prinsjesdag met een voorstel te komen richting de Kamer.
Welke gevolgen heeft het verlagen van het maximumdagloon met 20% voor de hoogte van het loon tijdens zwangerschapsverlof? Kunt u per inkomenscategorie in beeld brengen hoeveel euro per maand vrouwen hierdoor mislopen?
Het dagloon vormt de grondslag voor de verlofuitkering en wordt berekend op basis van het SV-loon, waarbij het bevallings- en zwangerschapsverlof 100 procent dagloon is. Het dagloon is – in de hoofdregel – het loon dat een werknemer in de referteperiode heeft genoten en waarover belastingen en sociale premies zijn betaald, gedeeld door het gemiddeld aantal dagloondagen in één jaar (261). Het dagloon is per 1 januari 2026 wettelijk gemaximeerd op € 304,25 per dag, omgerekend is dit € 6.617,44 per maand. Iedereen die meer verdient dan 80% van dit bedrag wordt via de uitkering geraakt door de verlaging, aangezien het maximumdagloon wordt verlaagd met 20%. Voor inkomens die onder 80% van het maximumdagloon verdienen, geldt dat zij niet geraakt worden door de verlaging in het maximumdagloon. Deze verlaging ziet er per inkomenscategorie dan als volgt uit voor de uitkeringen uit de Wet arbeid en zorg, weergegeven per maand:
≥100%
€ 6.617,44
€ 5.293,95
€ 1.323,49
90%
€ 5.955,69
€ 5.293,95
€ 661,74
80%
€ 5.293,95
€ 5.293,95
–
Welke gevolgen heeft het verlagen van het maximumdagloon met 20% voor vrouwen die ziek worden als gevolg van hun zwangerschap? Kunt u per inkomenscategorie in beeld brengen hoeveel euro per maand vrouwen hierdoor mislopen?
De uitkeringen uit de ziektewet en de Wet arbeid en zorg (Wazo) zijn beide gebaseerd op de dagloonsystematiek. Wanneer vrouwen ziek worden als gevolg van of door hun zwangerschap wordt hun uitkering niet verlaagd en geldt dat zij een uitkering vanuit de Ziektewet ontvangen voor 100% van het maximumdagloon. De gevolgen op de uitkeringen van de verlaging van het maximumdagloon komen daarbij overeen zoals beschreven in antwoord 3.
Hoeveel vrouwen die met zwangerschapsverlof zijn gegaan in 2024 en 2025 vielen in de categorie 80–100% maximumdagloon? Welk percentage bedroeg dit van het totale aantal Wet arbeid en Zorg-uitkeringen (WAZO-uitkeringen)?
In 2024 waren er circa 13.900 vrouwen in de categorie 80–100% maximumdagloon, dit bedroeg 10,4% van het totale aantal zwangerschaps- en bevallingsuitkeringen voor werknemers. Daarnaast zijn er in 2024 circa 8.500 vrouwelijke werknemers met een inkomen op of boven het maximumdagloon met zwangerschapsverlof gegaan (6,4% van het totale aantal uitkeringen). In 2025 waren er, op basis van voorlopige gegevens, circa 14.000 vrouwen in de categorie 80–100% maximumdagloon. Gegevens van 2025 over werknemers boven het maximumdagloon zijn nog niet bekend.
Hoeveel werkenden vallen onder een cao waarin is geregeld dat de werkgever het maximumdagloon tijdens zwangerschapsverlof aanvult tot 100%? Hoeveel werkenden werken niet onder een cao waarin dit is geregeld?
Uit een eerder onderzoek onder 108 cao’s komt naar voren dat in 43 cao’s (29% van de werknemers van de onderzochte cao’s) het zwangerschaps- en bevallingsverlof tot 100% van het loon wordt aangevuld.2 Werkgevers kunnen ook buiten een cao om de uitkering tijdens zwangerschap aanvullen tot 100% of het loon doorbetalen. Hier zijn geen cijfers over bekend.
Hoeveel extra kosten brengt het lagere maximumdagloon met zich mee voor werkgevers die het loon aanvullen? In hoeverre verwacht u dat dit zwangerschapsdiscriminatie in de hand werkt?
Het aanvullen van de uitkering wordt o.a. via cao-afspraken geregeld en er bestaat geen wettelijke verplichting hiertoe binnen de Wazo. Werkgevers zullen bij een lagere uitkering het loon meer moeten aanvullen als hierover binnen een cao afspraken zijn gemaakt. De grootte van deze aanvulling is afhankelijk van de hoogte van het loon van de werknemer en de afspraken binnen een cao of bedrijf. Een mogelijk gevolg van de verlaging is dat werkgevers hierdoor wellicht minder geneigd zullen zijn om het aanvullen van het loon tot 100% bij Wazo-uitkeringen vast te leggen in cao-afspraken. De gevolgen van deze maatregel op zwangerschapsdiscriminatie zijn moeilijk in te schatten.
Welke impact heeft de verlaging van het maximumdagloon op de hoogte van het ouderschapsverlof? Kunt u dit uitsplitsen naar inkomenscategorie?
Voor het betaald ouderschapsverlof (en ook voor het aanvullend geboorteverlof) geldt een vergoeding van 70% tot het maximumdagloon. De impact van de verlaging van het maximumdagloon is in onderstaande tabel in beeld gebracht.
≥100%
€ 4.632,21
€ 3.705,77
€ 926,44
90%
€ 4.168,99
€ 3.705,77
€ 463,22
80%
€ 3.705,77
€ 3.705,77
€ 0,00
Hoeveel werkenden vallen onder een cao waarin is geregeld dat de werkgever het maximumdagloon tijdens ouderschapsverlof aanvult tot 100%? Hoeveel werkenden werken niet onder een cao waarin dit is geregeld?
Uit onderzoek onder 108 cao’s komt naar voren dat in 11 cao’s (16% van de werknemers van de onderzochte cao’s) de uitkering van 70% maximumdagloon voor het betaald ouderschapsverlof wordt verhoogd. In drie cao’s wordt het loon negen weken volledig doorbetaald; in twee cao’s wordt het loon vier weken volledig doorbetaald en gedurende de overige weken conform de wet; in vier cao’s wordt 75% van het loon doorbetaald; in één cao 70% van het laatstverdiende loon, en in één cao is gedurende 13 weken sprake van variabele doorbetaling (50 tot 90% afhankelijk van de salarisschaal).3
Welk gevolg verwacht u dat de verlaging van het maximumdagloon heeft op de hoeveelheid ouders die ouderschapsverlof opnemen? Welke impact heeft dit op de beschikbaarheid in de kinderopvang?
Vrouwen zijn verplicht om het zwangerschaps- en bevallingsverlof op te nemen, de opname van het geboorte- en het ouderschapsverlof is optioneel. De kans bestaat dat ouders minder snel dit verlof zullen opnemen, vanwege de mogelijke terugval in inkomen. Wat precies de impact van de verlaging zal zijn op het gebruik van het aanvullend geboorte- en ouderschapsverlof, is moeilijk te voorspellen. Uit onderzoek blijkt dat van de ouders die geen gebruik maakten van het volledig aanvullend geboorteverlof, 27% van hen aangaf het inkomen niet te kunnen missen. En 18% van hen aangaf dat het voor hen financieel niet aantrekkelijk was. Van de ouders die niet volledig gebruik maakten van het aanvullend geboorteverlof, gaf 15% aan dat zij het inkomen niet konden missen en 11% dat zij het financieel niet aantrekkelijk vonden.
Met een verlaging van het maximumdagloon bestaat de kans dat een deel van de ouders minder gebruik zullen gaan maken van het ouderschapsverlof of aanvullend geboorteverlof. Het is op dit moment niet goed in te schatten wat het effect daarvan is op de beschikbaarheid in de kinderopvang.
Deelt u de opvatting dat ouderschapsverlof eraan bijdraagt dat ouders de zorg voor hun kinderen op een gelijkwaardige manier kunnen verdelen? In hoeverre deelt u de zorg dat zorgtaken ongelijker verdeeld worden doordat ouders minder vaak verlof zullen opnemen omdat zij teveel loon moeten inleveren?
Het ouderschapsverlof is onder andere bedoeld om een gelijkwaardigere verdeling in zorgtaken tussen ouders te bevorderen en de arbeidsparticipatie van vrouwen te stimuleren.
In de beleidsevaluatie van het betaald ouderschapsverlof wordt onder andere beoordeeld of en hoe het ouderschapsverlof bijdraagt aan deze doelen. Deze evaluatie zal voor de zomer worden gepubliceerd.
Bent u bereid af te zien van de verlaging van het maximumdagloon voor alle 260.000 mensen die erdoor geraakt worden, waaronder 25.000 zwangeren? Zo nee, waarom niet?
Met de plannen uit het coalitieakkoord wil het kabinet de arbeidsmarkt en sociale zekerheid toekomstbestendiger maken. Daar zijn helaas lastige keuzes bij nodig, maar ik vind het ook belangrijk dat de arbeidspositie van vrouwen niet verslechtert. Ik ben daarom bereid om te kijken naar het uitzonderen van verlofregelingen van de verlaging van het maximumdagloon. Daarbij kijk ik ook naar de uitvoerbaarheid, de huidige budgettaire kaders en de samenhang met andere uitkeringen. Deze opties wil ik eerst bespreken met sociale partners, waarna ik uiterlijk op Prinsjesdag met een voorstel kom richting de Kamer.
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?
Ja, zie bijgaand.
De financiële envelop voor onderwijs |
|
Marjolein Moorman (PvdA), Mikal Tseggai (PvdA), Fatihya Abdi (PvdA) |
|
Letschert |
|
|
|
|
Erkent u dat de verdeling van de envelop voor onderwijs al klaar is, zoals valt te lezen in de beslisnota horende bij de beantwoording van de feitelijke vragen over het coalitieakkoord «Aan de slag», maar dat deze van de Minister van Financiën niet mag worden gedeeld met de Kamer? Zo ja, waarom mag deze informatie niet met de Kamer worden gedeeld? Kunt u deze verdeling alsnog aan de Kamer doen toekomen?1
Bureau Kabinetsformatie heeft op 30 januari 2026 de verdeling van de investeringen op het terrein van OCW gedeeld met de Ministeries van OCW en Financiën. In de beantwoording van de feitelijke vragen over het coalitieakkoord is toegezegd dat wij uw Kamer nog verder informeren over deze verdeling, omdat de precieze invulling van deze envelop nog extra uitwerking vereist. Er wordt onder andere nog gekeken naar de uitvoerbaarheid, de randvoorwaarden, de kosten van de uitvoering van de maatregelen die niet in de budgettaire tabel staan, de doelmatigheid, de verdeling tussen sectoren en instrumenten en de financiële doorrekening. Daarmee kan het uiteindelijke voorstel zoals wij dat aan uw Kamer zullen sturen met onze beleidsbrief afwijken van de tabel zoals die door Bureau Kabinetsformatie is verstrekt. Deze beleidsbrief bevat informatie van het kabinet over de uitwerking van de plannen uit het coalitieakkoord, de brief ontvangt uw Kamer in april.
De tabel zoals deze is opgesteld door Bureau Kabinetsformatie is hieronder toegevoegd. Deze tabel is in lijn met de ambities van het coalitieakkoord. Het gaat hier deels om het een-op-een volledig terugdraaien van de bezuinigingen van kabinet Schoof. Daarbij is het mogelijk dat sommige teruggedraaide bezuinigingen terugkeren in een nieuwe vorm met een ander instrument. Daarnaast gaat het om nieuwe investeringen op de OCW-begroting voor het onderwijs, wetenschap en media.
Terugdraaien bezuiniging beperken school en omgeving
120.615
120.615
120.615
120.615
120.615
Herstellen en hervormen brede brugklassubsidie
57.686
57.686
57.686
57.686
57.686
Terugdraaien SPUK-korting (oa GOAB en VSV/RMC)
85.296
85.296
85.296
85.296
85.296
Doorzetten regionaal investeringsfonds mbo
14.600
34.609
33.667
28.526
28.526
Meer tijd voor schoolontwikkeling op teamniveau
350.000
350.000
350.000
350.000
350.000
Verhogen uitwonende basisbeurs met 110 mln.
5.000
25.000
45.000
110.000
Maximeren rente studiefinanciering op 2,5%
40.000
Bevordering zij-instroom
79.324
88.074
88.074
88.074
88.074
Beter en regelmatig inspectietoezicht
5.000
11.000
21.000
30.000
Intensivering Fonds onderzoek en wetenschap via bestaand instrumentarium (sectorplannen, praktijkgericht onderzoek, onderzoeksinfrastructuur en Europese samenwerking)
224.479
332.720
370.662
447.803
433.803
Taakstellende intensivering lumpsum internationalisering (verhoging bedrag per student)
68.000
121.000
158.000
156.000
156.000
Terugdraaien verlaging rijksmediabijdrage landelijke publieke omroep
45
45
45
45
45
Versterking van persveiligheid en -vrijheid
5
5
5
5
5
Klopt het dat het geld dat naar Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) gaat in de jaren 2027, 2028, 2029 en 2030 de bezuinigingen van kabinet Schoof niet dekken? Klopt het dat er de facto dan alsnog bezuinigd wordt op de begroting van OCW gezien er sprake is van een netto-krimp? Klopt het dat de uitspraak «we gaan investeren in onderwijs» van het lid Paternotte dan feitelijk onjuist is?2, 3, 4
Een deel van de bezuinigingen van kabinet Schoof is eerder teruggedraaid met de amendementen Bontenbal c.s.5 en Eerdmans c.s.6 Zoals in de tabel met de verdeling van de envelop bij vraag 1 te lezen is, heeft kabinet Jetten ervoor gekozen om naast het terugdraaien van een deel van de bezuinigingen ook nieuwe investeringen te doen. In totaal wordt structureel € 1,55 miljard geïnvesteerd door kabinet Jetten op de OCW-begroting. In onderstaande tabel is te zien dat het positieve saldo van intensiveringen en extensiveringen van kabinet Jetten groter is dan het negatieve saldo op de OCW-begroting van kabinet Schoof. Dat geldt voor de jaren 2027 t/m 2030 en structureel. De reeksen van kabinet Schoof zijn de nettoreeksen na de verwerking van de eerdergenoemde amendementen Bontenbal c.s. en Eerdmans c.s.
Bij de hoogte van de prijsbijstelling in 2025 zij aangetekend dat de prijsbijstelling bij Voorjaarsnota 2025 met de helft is gekort vóórdat deze werd toegevoegd aan de departementale begrotingen. Deze korting is niet verwerkt in onderstaande tabel. Ook met deze korting is het positieve saldo van intensiveringen en extensiveringen van kabinet Jetten groter dan het negatieve saldo op de OCW-begroting van kabinet Schoof.
– 1.126.000
– 1.265.000
– 1.357.000
– 1.373.000
– 1.278.000
1.437.000
187.500
168.000
156.000
141.000
– 25.000
– 30.000
– 64.000
– 112.000
– 112.000
1.050.000
1.250.000
1.350.000
1.450.000
1.550.000
Bedragen x € 1.000
De totale hoogte van de OCW-begroting wordt ook bepaald door andere factoren. Zo zijn er jaarlijks mee- en tegenvallers, waaronder de jaarlijkse autonome raming van leerling- en studentenaantallen. Ook is er sprake van structurele krimp van de leerling- en studentenaantallen en wordt er soms ook binnen de OCW-begroting omgebogen ten behoeve van tegenvallers binnen de OCW-begroting of rijksbrede tegenvallers. Daarnaast wordt er in principe ook jaarlijks loon- en prijsbijstelling toegevoegd aan de OCW-begroting, deze was bij Voorjaarsnota 2025 structureel € 2,1 miljard. Voor de vergelijking van intensiveringen en bezuinigingen door twee kabinetten zijn deze factoren niet meegenomen in bovenstaande vergelijking tussen de kabinetten Schoof en Jetten.
Gezien er te weinig geld gaat naar de begroting van OCW om alle bezuinigingen van het kabinet Schoof terug te draaien, kunt u puntsgewijs per bezuiniging aangeven of deze helemaal, gedeeltelijk of niet wordt teruggedraaid:
Zoals af te lezen is uit de tabel bij vraag 1 draait het kabinet een aantal bezuinigingen terug (zowel uit het Hoofdlijnenakkoord als de verwerking van de ingediende amendementen Bontenbal c.s. en Eerdmans c.s.). Daarnaast is ervoor gekozen om ook nieuwe investeringen te doen. Over de invulling en verdeling wordt u geïnformeerd bij de beleidsbrief.
Wanneer er bij de vorige vraag sprake is van gedeeltelijk of niet terugdraaien van de voorgenomen bezuiniging, kunt u motiveren waarom u hiervoor kiest?
Het wel of niet (geheel) terugdraaien van bezuinigingen en de keuze voor nieuwe investeringen, zoals weergegeven in de tabel bij vraag 1, zijn de uitkomst van keuzes tijdens de formatie. Uw Kamer wordt geïnformeerd over de specifiekere uitwerking van de investeringsenvelop met de beleidsbrief.
Welk deel van de middelen in de envelop onderwijs is gereserveerd voor het verhogen van de uitwonende basisbeurs? Met welk bedrag gaat de uitwonende beurs per maand omhoog en per wanneer?
Zoals in de tabel bij vraag 1 te zien is wordt er structureel een bedrag van € 110 miljoen gereserveerd voor het verhogen van de uitwonendenbeurs. Momenteel wordt de precieze invulling nog uitgewerkt.
Welk deel van de middelen in de envelop onderwijs is gereserveerd voor nieuwe beleidsposten op de OCW-begroting? Welke nieuwe beleidsposten zullen dit zijn?
De volgende posten uit de tabel bij vraag 1 bevatten (deels) nieuwe beleidsposten:
Kunt u deze vragen met spoed maar in ieder geval binnen drie weken beantwoorden zodat de Kamer goed geïnformeerd het debat kan voeren?
Ja.
Bent u bekend met het bericht «Reclame Code Commissie geeft pro life-organisatie «stevige tik op de vingers» vanwege misleidende abortusfolder»?1
Ja.
Hoeveel van de dertienduizend Nederlandse huisartsen die de folders hebben ontvangen, hebben deze ook geplaatst in de wachtkamer?
Het is niet bekend hoeveel huisartsen de folder in hun wachtkamer hebben neergelegd. Wel is bekend dat ongeveer vijftien huisartsen extra folders hebben aangevraagd nadat zij de «proeffolder» en brief van Kies Leven hadden ontvangen.2
Hoe reflecteert u op de uitspraak van de Reclame Code Commissie (RCC) die oordeelde dat de folders in strijd zijn met hun regels, en welke rol ziet u voor uw ministeries in het optreden tegen misinformatie en desinformatie over abortuszorg en seksuele gezondheid?
De Reclame Code Commissie heeft geoordeeld dat de folder van Kies Leven foutieve informatie bevat waarbij «je huisarts» valselijk als afzender wordt vermeld. Ook concludeert de commissie dat de folder zonder gerechtvaardigde reden appelleert aan angstgevoelens.3 Ik vind het zorgelijk en onwenselijk dat er onjuiste gezondheidsinformatie over abortus wordt verspreid en dat vrouwen ten onrechte bang worden gemaakt. De overheid kan op verschillende manieren een rol spelen om de negatieve gevolgen van onjuiste informatie over (abortus)zorg en (seksuele) gezondheid te bestrijden. Dit licht ik toe in mijn antwoord op vraag 6.
Heeft u contact opgenomen met huisartsen om hen te wijzen op de misleidende informatie in deze folder? Zo nee, waarom niet en welke rol ziet u dan wel voor uzelf weggelegd in het informeren van huisartsen over misinformatie?
Ik heb regelmatig contact met de expertgroep Seksuele Gezondheid van het Nederlands Huisartsen Genootschap (SeksHAG). Informatievoorziening over abortuszorg die de huisarts kan leveren is een onderwerp dat bij deze contactmomenten vaak aan bod komt. SeksHAG heeft mij geattendeerd op de folder toen deze in februari onder huisartsen werd verspreid. SeksHAG heeft destijds zelf zijn achterban geïnformeerd.4 Ook Fiom heeft via een nieuwsartikel en een vermelding in de e-learning huisartsen gewaarschuwd.5
Heeft u ook contact gehad met de organisatie verantwoordelijk voor het verspreiden van deze folders, Kies Leven, naar aanleiding van de uitspraak van de RCC? Zo ja, wat was de aard van deze gesprekken? Zo nee, waarom niet?
Nee, ik heb geen contact opgenomen met Kies Leven naar aanleiding van de uitspraak. De Reclame Code Commissie is een onafhankelijk orgaan dat toeziet op naleving van de reclamecode. Daarmee is de Reclame Code Commissie dus de aangewezen partij om organisaties aan te spreken op uitlatingen. Dit is niet aan mij.
Bent u bereid om zich te verzetten tegen misinformatie over abortuszorg? Zo ja, welke concrete stappen neemt u hiervoor en hoe wil u in de toekomst voorkomen dat dergelijke schadelijke, onjuiste informatie wordt verspreid, zeker op een plek als de wachtkamer van de huisartsenpraktijk, waar mensen moeten kunnen rekenen op betrouwbare informatie?
Ja, ik wil de negatieve gevolgen van onjuiste informatie over onbedoelde en/of ongewenste zwangerschap, abortus en anticonceptie tegengaan. Dat doe ik op verschillende manieren, zoals ik ook heb toegelicht in de beantwoording van eerdere Kamervragen.6 Ik heb bijvoorbeeld aan Fiom en Rutgers de opdracht gegeven om hier onderzoek naar te doen en te experimenteren met effectieve methodes.7 Eind 2026 leveren Fiom en Rutgers een overzicht op van geëvalueerde interventies en communicatiestrategieën. Deze kunnen daarna worden toegepast door Fiom en Rutgers en worden gedeeld met andere partijen die over abortus communiceren. Bovendien hebben Fiom en Rutgers als kennis- en expertisecentra de taak om betrouwbare informatie te verstrekken over onder andere abortus, onder meer via kennisdeling met het publiek, professionals en beleidsmakers.
Omdat onjuiste gezondheidsinformatie een complex probleem is dat speelt bij verschillende onderwerpen, werk ik hier ook breder aan. Op 18 november 2025 heb ik uw Kamer geïnformeerd over de eerste contouren van een strategie voor de aanpak van onjuiste gezondheidsinformatie.8
Vindt u het ook zorgelijk dat onafhankelijke organisaties, zoals Bureau Clara Wichmann en Stichting Fiom, juridische stappen moet nemen om een misinformatie-campagne tegen te gaan? Kunt u in het bijzonder reflecteren op de gevolgen van dergelijke misinformatie-campagnes voor huisartsen, abortusartsen en verpleegkundigen?
Ja, ik vind het betreurenswaardig dat verschillende organisaties een klacht hebben moeten indienen bij de Reclame Code Commissie om de verspreiding van foutieve informatie een halt toe te roepen. Tegelijkertijd is het goed dat er een onafhankelijke organisatie is waar men terecht kán en waar opvolging wordt gegeven aan dergelijke klachten.
Onjuiste informatie kan ervoor zorgen dat cliënten onnodig bezorgd en bang worden gemaakt. Huisartsen, abortusartsen en verpleegkundigen kunnen door misinformatiecampagnes worden geconfronteerd met onnodig angstige of anderszins emotionele cliënten. Dit kan het gesprek tussen zorgverlener en cliënt bemoeilijken. Het kan bovendien veel tijd kosten om misvattingen weg te nemen. Zorgverleners moeten kunnen rekenen op een informatieomgeving waarin betrouwbare informatie prevaleert. Daarom werk ik met de Aanpak onbedoelde en/of ongewenste zwangerschap en de bredere strategie voor de aanpak van onjuiste gezondheidsinformatie aan het verbeteren van de informatievoorziening en het tegengaan van de negatieve gevolgen van onjuiste informatie.9
In hoeverre hebben misinformatie en desinformatie invloed op het besluit van vrouwen om al dan wel of niet te kiezen voor een abortus? Welke invloed heeft het op de keuzevrijheid van de vrouw?
Ik kan me goed voorstellen dat onjuiste informatie en misinformatie effect kunnen hebben op iemands besluitvorming. Vrouwen kunnen bijvoorbeeld gaan twijfelen en/of (te) lang de tijd nemen om te bepalen of abortus de best passende keuze is, wanneer zij worden geconfronteerd met verkeerde informatie over de medische risico’s of de emotionele impact. Gelukkig hebben vrouwen in Nederland goede toegang tot betrouwbare informatie over abortus en is abortuszorg heel toegankelijk. Ik heb geen signalen ontvangen dat mis- en desinformatie de keuzevrijheid van vrouwen of de toegang tot abortuszorg in Nederland beperken.
Welke concrete stappen zijn er ondernomen voor het tegengaan van desinformatie sinds de beantwoording van de vragen van de leden Westerveld en Pijpelink?2
Zoals ik in mijn antwoord op vraag 6 en in eerdere communicatie aan uw Kamer heb toegelicht, zijn hiervoor verschillende stappen gezet binnen de Aanpak onbedoelde en/of ongewenste zwangerschap en de bredere strategie voor de aanpak van onjuiste gezondheidsinformatie.11 Zo heb ik Fiom en Rutgers opdracht gegeven om onderzoek te doen naar effectieve interventies om de gevolgen van desinformatie over anticonceptie, abortus en onbedoelde en/of ongewenste zwangerschap tegen te gaan.
Hoeveel huisartsen hebben zich inmiddels laten scholen over de abortuspil? Wordt deze scholing nog aangemoedigd? Zo ja, op welke wijze?
Begin december 2025 hadden 510 huisartsen de scholing afgerond. De scholing wordt op verschillende manieren bij huisartsen onder de aandacht gebracht door de beroepsgroep, Fiom en maatschappelijke organisaties. Bijvoorbeeld via online kanalen of tijdens studiedagen. Zo organiseert SeksHAG fysieke opleidingsmomenten in aanvulling op de online scholing. Het is voor mij geen doel op zich om ervoor te zorgen dat zo veel mogelijk huisartsen de scholing volgen en abortuszorg aanbieden. Huisartsen mogen en kunnen hier zelf over beslissen.
Op welke wijze wordt erop toegezien dat deze folders, maar ook andere misleidende folders, niet meer terecht komen in de wachtkamers van huisartsen?
De Reclame Code Commissie heeft vastgesteld dat de folder van Kies Leven in strijd is met de Nederlandse Reclame Code. De commissie heeft Kies Leven geadviseerd de folder niet meer te verspreiden. De folder is inmiddels niet meer vindbaar via de kanalen van Kies Leven.
Huisartsenpraktijken zijn zelf verantwoordelijk voor het materiaal dat zij in hun wachtkamer aanbieden. Ze maken zelf de afweging welke informatiematerialen zij geschikt vinden. Het is niet aan de overheid om te bepalen welke specifieke folders wel of niet in wachtkamers mogen liggen. Wel werk ik aan het vergroten van de beschikbaarheid van betrouwbare informatie en het versterken van de weerbaarheid tegen onjuiste informatie, zodat zowel zorgverleners als burgers beter in staat zijn om onjuiste informatie te herkennen.
Kunt u reflecteren op de huidige staat van de keuzevrijheid van vrouwen, zeker gelet op de groeiende lobby van misinformatie?
Ik sta pal voor keuzevrijheid en het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen. Gelukkig hebben vrouwen in Nederland de vrijheid om zelf te beslissen over hun zwangerschap en hebben zij hiervoor toegang tot betrouwbare informatie. Zoals ik in mijn antwoord op vraag 8 heb toegelicht heb ik geen signalen ontvangen dat mis- en desinformatie de keuzevrijheid van vrouwen of de toegang tot abortuszorg in Nederland beperken.
Kunt u reflecteren op het breder maatschappelijk effect van misleidende campagnes, zoals de folders van Kies Leven?
Omdat zowel vrouwen als zorgverleners in Nederland – gelukkig – goede toegang hebben tot betrouwbare informatie over abortus, verwacht ik dat dergelijke campagnes, waaronder de folder van Kies Leven, geen breed maatschappelijk effect hebben. Maar ik erken dat misleidende campagnes over abortus kunnen bijdragen aan stigma. Dat zou ik betreuren, want ik wil juist stigma tegengaan en een goed gesprek over anticonceptie, kinderwens en onbedoelde zwangerschap normaliseren. Dit is een belangrijke en bestaande taak van Rutgers en Fiom, onze expertisecentra op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid. Zoals ik eerder aan uw Kamer heb toegelicht, heb ik hen gevraagd om hier de komende jaren meer op in te zetten.12
Op welke wijze wordt erop toegezien dat vrouwen toegang hebben tot goede, begrijpelijke informatie over abortuszorg?
De toegang tot goede, begrijpelijke informatie over abortus wordt op verschillende manieren gewaarborgd. In de Aanpak onbedoelde en/of ongewenste zwangerschap staan meerdere activiteiten die toezien op informatie over verschillende keuzemogelijkheden bij een onbedoelde en/of ongewenste zwangerschap (zelf opvoeden, abortus, pleegzorg of afstand ter adoptie). Voorbeelden van deze activiteiten zijn de informatievoorziening en collectieve publiekscommunicatie door de expertisecentra Rutgers en Fiom, en het Landelijk Informatiepunt Onbedoelde Zwangerschap, waar aandacht is voor alle vier de keuzemogelijkheden en waarop mensen 24/7 toegang hebben tot de website, chat en/of telefoondienst.
Zorgverleners hebben ook een belangrijke rol in het verschaffen van betrouwbare informatie en voorlichting. Vrouwen kunnen hiervoor altijd bij hun huisarts of bij een abortuskliniek terecht. Ook online bieden zorgverleners informatie aan, zoals op thuisarts.nl en de websites van abortusklinieken. Zoals ik eerder heb aangekondigd13 zal de beroepsgroep van abortusartsen in 2026 de informatievoorziening van abortusklinieken evalueren om deze verder te verbeteren.
Bent u bekend met het bericht «Opinie: Bescherm de lichamelijke integriteit van vrouwen, ook in de digitale wereld»?1
Kunt u het onderzoek van Investico, waaruit is gebleken dat alle grote Nederlandse drogisten, zoals Kruidvat, Etos en Trekpleister, (gevoelige) informatie over de vruchtbaarheid en seksuele gezondheid van klanten delen met Amerikaanse en Chinese techbedrijven, voorzien van een kabinetsreactie?2
Kunt u specifiek maken welke persoonsgegevens door de onderzochte apps en drogisten worden doorverkocht? Is hier sprake van medische gegevens, die enkel met een wettelijke grondslag of na uitdrukkelijke toestemming verwerkt mogen worden?
Voldoet de gegevensverwerking door de gezondheidsapps en de drogisten aan de nationale privacywetgeving? Zo ja of nee? Kunt u dit op basis van onderzoek onderbouwen?
Zijn de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en de Autoriteit Consument & Markt (ACM) op de hoogte van de mogelijk illegale handel in gezondheidsgegevens? Zo ja, wordt hier naar uw weten nader onderzoek naar gedaan? Zo nee, bent u bereid dit in samenwerking met de toezichthouders wel te doen?
Wat is uw oordeel over het gebruik van tracking cookies bij online webshops, waardoor mogelijk gevoelige informatie over het koopgedrag van klanten aan derden wordt doorverkocht? Is dit mogelijk in strijd met de privacywetgeving?
Kunt u expliciet benoemen welke acties u nationaal en in Europees verband neemt om tracking cookies zo veel mogelijk te beperken en het informatie- en toestemmingsrecht van burgers over wat er met hun gegevens gebeurt te versterken?
Indien blijkt dat gezondheidsapps en drogisten in strijd met de wet medische gegevens van personen hebben verwerkt, welke gevolgen heeft dit voor deze bedrijven?
Deelt u de analyse van de indieners dat de lichamelijke integriteit van personen in een digitale wereld ook vraagt om toereikende privacybescherming? Is dit momenteel juridisch goed genoeg beschermd?
Bent u bereid om aanvullende stappen te nemen om de medische gegevens van personen die gezondheidsapps gebruiken of gezondheidsproducten kopen bij drogisten beter te beschermen? Zo ja, hoe gaat u dit doen?
Hoeveel vrouwen in Nederland maken gebruik van zogeheten «cyclusapps», in het bijzonder van Flo en Clue? Kunt u aangeven of de wijze waarop zij geïnformeerd worden bij het gebruik van deze apps en het delen van hun gegevens, conform de huidige wet- en regelgeving is?
Welke mogelijke hiaten ziet u in de bestaande wet- en regelgeving in het effectief optreden tegen het onrechtmatig bewaren en/of delen van gevoelige informatie over bijvoorbeeld miskramen, seksuele activiteit, etcetera met derde partijen, mogelijk voor commerciële doeleinden?
Deelt u de zorgen dat het doorverkopen van medische gegevens van vrouwen kan zorgen tot ongewenste profilering, agressieve gerichte advertenties, of zelfs het opstellen van dataprofielen van de medische geschiedenis van vrouwen?
Heeft u indicaties voor welke doeleinden de doorverkochte medische gegevens van vrouwen, die zien op hun gezondheid en seksualiteit, worden gebruikt? Is dit in overeenstemming met het doel waarmee de data in eerste instantie met bedrijven is gedeeld?
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar en zo snel mogelijk beantwoorden?
De uitkomsten van het Ipsos I&O-onderzoek 'Kosten Kinderopvang Pleegouders' |
|
Marjolein Moorman (PvdA) |
|
Thierry Aartsen (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de uitkomsten van het Ipsos I&O-onderzoek «Kosten Kinderopvang Pleegouders» uit mei 2024, uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van VWS, waaruit blijkt dat pleegouders gemiddeld 213 euro per maand zelf betalen aan kinderopvangkosten en dat uitschieters oplopen tot 1.500 euro per maand, de recente berichtgeving hierover, zoals in het Parool?1, 2
Hoe verklaart u dat ondanks deze onderzoeksuitkomsten en het vrijgemaakte budget van ruim 10 miljoen euro per jaar pleegouders volgens recente berichtgeving nog steeds massaal zelf opdraaien voor de kosten van de kinderopvang?
In het onderzoek geeft slechts 45 procent van de pleegouders aan te weten op welke vergoedingen zij recht hebben en weet slechts iets meer dan de helft hoe deze aangevraagd moeten worden, welke stappen heeft u de afgelopen twee jaar genomen om de onduidelijkheid weg te nemen?
Kunt u aangeven hoeveel van het beschikbare budget sinds 2025 daadwerkelijk is uitgekeerd aan pleegouders en welk bedrag tot op heden onbenut is gebleven?
Deelt u de zorg dat deze situatie, zoals ook in het artikel wordt benoemd, een drempel vormt om pleegouder te worden of te blijven?
Deelt u de in het artikel getrokken conclusie dat onduidelijkheid de overkoepelende oorzaak is? Wat vindt u van het feit dat 87 procent van de pleegouders zegt niet te weten hoe de regeling werkt? Op welke manier gaat u zorgen dat pleegouders actief geïnformeerd worden over hun recht op een tegemoetkoming?
Het onderzoek laat ook zien dat pleegouders grote verschillen ervaren tussen gemeenten en pleegzorgorganisaties, en de behoefte hebben naar een landelijke en uniforme aanpak en ondersteuning, bent u bereid om te komen tot een landelijk loket of uniforme landelijke regeling, zodat pleegouders niet langer afhankelijk zijn van gemeentelijke verschillen en onduidelijke procedures? Zo ja, wat is hier voor het tijdspad? Zo niet, waarom?
Welke concrete maatregelen neemt u om ervoor te zorgen dat het niet-gebruik afneemt en dat pleegouders niet langer honderden euro’s per maand uit eigen zak hoeven te betalen en wat is hierbij het tijdspad?
Kunt u deze vragen apart beantwoorden?
Het artikel ‘Raad van State: ministerie moet schoolbesturen 250 miljoen aan achterstallige personeelskosten betalen’ |
|
Marjolein Moorman (PvdA) |
|
Judith Tielen (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Raad van State: ministerie moet schoolbesturen 250 miljoen aan achterstallige personeelskosten betalen»?1
Kunt u nader toelichten welke overwegingen ten grondslag lagen aan het besluit van de toenmalige Staatssecretaris om in hoger beroep te gaan tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland in 2024, die toen al oordeelde dat het ministerie schoolbesturen te weinig had betaald?
Kunt u bevestigen of de gevolgen van deze uitspraak onverkort zullen worden toegepast op alle schoolbesturen die door de systematiek zijn benadeeld, of blijft dit beperkt tot de 222 schoolbesturen die de rechtszaak hebben aangespannen?
Wanneer kunt u uitsluitsel geven over de concrete uitvoering van de uitspraak van de Raad van State? Op welk moment gaat u hiervoor dekking zoeken?
Kunt u toezeggen dat de dekking voor deze kosten (250 oplopend tot 600 miljoen euro) buiten de OCW-begroting zal worden gevonden, zodat dit niet ten koste gaat van andere onderwijsprioriteiten?
Krijgen scholen een schadevergoeding voor het feit dat zij genoodzaakt waren personeel te ontslaan of investeringen uit te stellen? Bent u bereid om in gesprek te gaan met (vertegenwoordiging van) schoolbesturen?
Kunt u uitleggen hoe deze fout in bekostigingssystematiek heeft kunnen ontstaan? In hoeverre is er interne reflectie of evaluatie geweest om vergelijkbare rekenfouten in de toekomst te voorkomen?
De bevinding dat ruim 40 procent van de middelbare scholieren lhbtiq+’ers niet als gelijkwaardig beschouwt |
|
Marjolein Moorman (PvdA) |
|
Judith Tielen (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het onderzoek van OCW waaruit blijkt dat ruim 40 procent van de middelbare scholieren lhbtiq+’ers niet als gelijkwaardig aan heteroseksuelen beschouwt?1
Deelt u de opvatting dat deze cijfers zorgelijk zijn en op gespannen voet staan met fundamentele waarden van gelijkwaardigheid, vrijheid en non-discriminatie, verankerd in onze Grondwet?
Welke conclusies verbindt u aan de constatering van de onderzoekers dat grote groepen jongeren deze basisvrijheden niet onderschrijven?
Deelt u de mening dat het onderzoek het belang onderstreept van het Regenboog Stembusakkoord, dat ondertekend is door alle coalitiepartijen? Kunt u per afspraak uit het Regenboog Stembusakkoord aangeven op welke manier u hier invulling aangeeft? Kunt u bij de maatregelen waar u geen invulling aan geeft aangeven waarom u dit niet doet?
In het Regenboog Stembusakkoord is specifiek afgesproken dat het kabinet ervoor gaat zorgen dat de Onderwijsinspectie scherper gaat toezien op de uitvoering van wetten en regels die bepalen dat scholen veiligheid, respect en acceptatie van lhbtiq+’ers dienen te bevorderen en dat er een einde komt aan afwijzing van lhbtiq+’ers door scholen; op welke wijze gaat de regering deze afspraak uitvoeren?
Kunt u reflecteren op de in het onderzoek genoemde mogelijkheden ter bevordering van acceptatie van lhbtiq+’ers en per betrokken actor uiteenzetten welke rol u voor de overheid en de betreffende partijen ziet bij het realiseren van deze oplossingen?
Welke concrete maatregelen neemt u op dit moment om de acceptatie van lhbtiq+’ers binnen het basis- en voortgezet onderwijs te vergroten?
In hoeverre ziet u regionale verschillen in de acceptatie van lhbtiq+’ers onder scholieren, en bent u bereid in regio’s waar de acceptatie aantoonbaar lager ligt extra ondersteuning voor scholen en docenten te geven?
Hoe beoordeelt u de conclusie van de onderzoekers dat acceptatie met name laag is onder leerlingen die religieus en conservatief zijn? Hoe beoordeelt u de conclusie dat dit onderzoek het idee weerlegt dat vooral jongeren met een migratieachtergrond conservatieve opvattingen zouden hebben over lhbtiq+’ers? Welke stappen zet u concreet om te voorkomen dat specifieke groepen jongeren onterecht worden gestigmatiseerd in het publieke en politieke debat?
Bent u bereid, mede op basis van de bevindingen uit zowel het UvA-onderzoek als eerder onderzoek van het COC en Columbia University te kijken naar hoe Paarse Vrijdag en GSA’s en inclusieve lesprogramma’s landelijk structureel kunnen worden versterkt en gefinancierd, aangezien deze als effectieve interventies uit het onderzoek komen?2 Hoe geeft u in dat kader vorm aan de volgende afspraak uit het Regenboog Stembusakkoord dat volgens het coalitieakkoord wordt uitgevoerd: «Het kabinet blijft initiatieven voor respect en acceptatie op de basis en middelbare school, zoals de GSA’s en Paarse Vrijdag, financieel ondersteunen»?
Is het juist dat bevorderen van een veilig klimaat voor lhbtiq+’ers en respect voor seksuele diversiteit nog niet op alle docenten- en leerkrachtenopleidingen een verplicht onderdeel is van het curriculum, terwijl dit onderwerp wel onderdeel uitmaakt van de kerndoelen voor het basis- en voortgezet onderwijs en de wettelijke burgerschapsopdracht van scholen? Bent u bereid om in gesprek te gaan met docenten- en leerkrachtenopleidingen om te bevorderen dat dit wel een onderdeel wordt van hun curriculum?
Bent u bekend met het NRC-artikel «Vrouwen tussen de 31 en 40 jaar verzuimen veel en dat is écht een probleem, vindt de verzekeraar»?1
Herkent u het beeld van hoge uitval onder (jonge) vrouwen? Welke verklaringen ziet u voor de hoge uitval?
Kunt u beschrijven uit welke inkomensgroepen deze vrouwen afkomstig zijn, in welke sectoren zij werkzaam waren en wat voor soort banen zij hadden?
Welk aandeel van deze groep stroomt in in de WIA of de Ziektewet?
Kunt u uitsplitsen per leeftijdscategorie hoe vaak uitval voorkomt en hoe lang de uitval duurt bij vrouwen ten opzichte van mannen?
Kunt u uitsplitsen vanuit welke contractvorm (vast, tijdelijk of uitzendkracht) deze vrouwen in de WIA instromen?
Kunt u aangeven welk deel van deze vrouwen een inkomen heeft dat ligt tussen de 80 en de 100% van het huidige maximumdagloon?
Kunt u aangeven welk deel van de vrouwen uitvalt wegens vrouwspecifieke klachten?
Kunt u aangeven welk deel van de vrouwen uitvalt wegens burn-outklachten?
Welke stappen heeft het kabinet tot nu toe gezet om de hoge uitval onder vrouwen tegen te gaan? Welke middelen ziet u nog meer?
Herkent u het in het artikel geschetste beeld dat ruimer (zorg)verlof de druk op vrouwen kan verlichten? Op welke manier neemt u de hoge uitval onder vrouwen mee bij het herzien van het verlofstelsel, zoals voorgenomen in het coalitieakkoord?
Welke rol kan hervorming van het kinderopvangstelsel spelen? Kunt u in uw antwoord de in het artikel aangehaalde Scandinavische voorbeelden meenemen in uw antwoord?
Herkent u het in het artikel geschetste beeld dat er onvoldoende aandacht is voor overgangsklachten, terwijl er wel degelijk behandelingen zijn die helpen? Zo ja, kunt u reflecteren hierop en een breder beeld, onderbouwd met cijfers, schetsen van de problematiek rondom overgangsklachten op de werkvloer? Zo ja, wat gaat u doen om het taboe rond dit thema te doorbreken, in aanvulling op het bestaande protocol van arbo-artsen?
Kunt u nader toelichten welke behandelingsmogelijkheden er reeds bestaan voor overgangsklachten en wat hierin de mogelijkheden voor vergoeding zijn? Kunt u tevens reflecteren op de bekendheid en toegankelijkheid van dergelijke behandelingen? Op welke concrete manier gaat u ervoor zorgen dat deze behandelingen breder bekend en toegankelijker worden?
Wat vindt u van de oproep om vrouwengezondheid meer centraal te stellen? Hoe gaat u hier concreet uitvoering aangeven?
Kunt u de vragen afzonderlijk beantwoorden?
De financiële envelop voor onderwijs |
|
Marjolein Moorman (PvdA), Mikal Tseggai (PvdA), Fatihya Abdi (PvdA) |
|
Letschert |
|
|
|
|
Erkent u dat de verdeling van de envelop voor onderwijs al klaar is, zoals valt te lezen in de beslisnota horende bij de beantwoording van de feitelijke vragen over het coalitieakkoord «Aan de slag», maar dat deze van de Minister van Financiën niet mag worden gedeeld met de Kamer? Zo ja, waarom mag deze informatie niet met de Kamer worden gedeeld? Kunt u deze verdeling alsnog aan de Kamer doen toekomen?1
Bureau Kabinetsformatie heeft op 30 januari 2026 de verdeling van de investeringen op het terrein van OCW gedeeld met de Ministeries van OCW en Financiën. In de beantwoording van de feitelijke vragen over het coalitieakkoord is toegezegd dat wij uw Kamer nog verder informeren over deze verdeling, omdat de precieze invulling van deze envelop nog extra uitwerking vereist. Er wordt onder andere nog gekeken naar de uitvoerbaarheid, de randvoorwaarden, de kosten van de uitvoering van de maatregelen die niet in de budgettaire tabel staan, de doelmatigheid, de verdeling tussen sectoren en instrumenten en de financiële doorrekening. Daarmee kan het uiteindelijke voorstel zoals wij dat aan uw Kamer zullen sturen met onze beleidsbrief afwijken van de tabel zoals die door Bureau Kabinetsformatie is verstrekt. Deze beleidsbrief bevat informatie van het kabinet over de uitwerking van de plannen uit het coalitieakkoord, de brief ontvangt uw Kamer in april.
De tabel zoals deze is opgesteld door Bureau Kabinetsformatie is hieronder toegevoegd. Deze tabel is in lijn met de ambities van het coalitieakkoord. Het gaat hier deels om het een-op-een volledig terugdraaien van de bezuinigingen van kabinet Schoof. Daarbij is het mogelijk dat sommige teruggedraaide bezuinigingen terugkeren in een nieuwe vorm met een ander instrument. Daarnaast gaat het om nieuwe investeringen op de OCW-begroting voor het onderwijs, wetenschap en media.
Terugdraaien bezuiniging beperken school en omgeving
120.615
120.615
120.615
120.615
120.615
Herstellen en hervormen brede brugklassubsidie
57.686
57.686
57.686
57.686
57.686
Terugdraaien SPUK-korting (oa GOAB en VSV/RMC)
85.296
85.296
85.296
85.296
85.296
Doorzetten regionaal investeringsfonds mbo
14.600
34.609
33.667
28.526
28.526
Meer tijd voor schoolontwikkeling op teamniveau
350.000
350.000
350.000
350.000
350.000
Verhogen uitwonende basisbeurs met 110 mln.
5.000
25.000
45.000
110.000
Maximeren rente studiefinanciering op 2,5%
40.000
Bevordering zij-instroom
79.324
88.074
88.074
88.074
88.074
Beter en regelmatig inspectietoezicht
5.000
11.000
21.000
30.000
Intensivering Fonds onderzoek en wetenschap via bestaand instrumentarium (sectorplannen, praktijkgericht onderzoek, onderzoeksinfrastructuur en Europese samenwerking)
224.479
332.720
370.662
447.803
433.803
Taakstellende intensivering lumpsum internationalisering (verhoging bedrag per student)
68.000
121.000
158.000
156.000
156.000
Terugdraaien verlaging rijksmediabijdrage landelijke publieke omroep
45
45
45
45
45
Versterking van persveiligheid en -vrijheid
5
5
5
5
5
Klopt het dat het geld dat naar Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) gaat in de jaren 2027, 2028, 2029 en 2030 de bezuinigingen van kabinet Schoof niet dekken? Klopt het dat er de facto dan alsnog bezuinigd wordt op de begroting van OCW gezien er sprake is van een netto-krimp? Klopt het dat de uitspraak «we gaan investeren in onderwijs» van het lid Paternotte dan feitelijk onjuist is?2, 3, 4
Een deel van de bezuinigingen van kabinet Schoof is eerder teruggedraaid met de amendementen Bontenbal c.s.5 en Eerdmans c.s.6 Zoals in de tabel met de verdeling van de envelop bij vraag 1 te lezen is, heeft kabinet Jetten ervoor gekozen om naast het terugdraaien van een deel van de bezuinigingen ook nieuwe investeringen te doen. In totaal wordt structureel € 1,55 miljard geïnvesteerd door kabinet Jetten op de OCW-begroting. In onderstaande tabel is te zien dat het positieve saldo van intensiveringen en extensiveringen van kabinet Jetten groter is dan het negatieve saldo op de OCW-begroting van kabinet Schoof. Dat geldt voor de jaren 2027 t/m 2030 en structureel. De reeksen van kabinet Schoof zijn de nettoreeksen na de verwerking van de eerdergenoemde amendementen Bontenbal c.s. en Eerdmans c.s.
Bij de hoogte van de prijsbijstelling in 2025 zij aangetekend dat de prijsbijstelling bij Voorjaarsnota 2025 met de helft is gekort vóórdat deze werd toegevoegd aan de departementale begrotingen. Deze korting is niet verwerkt in onderstaande tabel. Ook met deze korting is het positieve saldo van intensiveringen en extensiveringen van kabinet Jetten groter dan het negatieve saldo op de OCW-begroting van kabinet Schoof.
– 1.126.000
– 1.265.000
– 1.357.000
– 1.373.000
– 1.278.000
1.437.000
187.500
168.000
156.000
141.000
– 25.000
– 30.000
– 64.000
– 112.000
– 112.000
1.050.000
1.250.000
1.350.000
1.450.000
1.550.000
Bedragen x € 1.000
De totale hoogte van de OCW-begroting wordt ook bepaald door andere factoren. Zo zijn er jaarlijks mee- en tegenvallers, waaronder de jaarlijkse autonome raming van leerling- en studentenaantallen. Ook is er sprake van structurele krimp van de leerling- en studentenaantallen en wordt er soms ook binnen de OCW-begroting omgebogen ten behoeve van tegenvallers binnen de OCW-begroting of rijksbrede tegenvallers. Daarnaast wordt er in principe ook jaarlijks loon- en prijsbijstelling toegevoegd aan de OCW-begroting, deze was bij Voorjaarsnota 2025 structureel € 2,1 miljard. Voor de vergelijking van intensiveringen en bezuinigingen door twee kabinetten zijn deze factoren niet meegenomen in bovenstaande vergelijking tussen de kabinetten Schoof en Jetten.
Gezien er te weinig geld gaat naar de begroting van OCW om alle bezuinigingen van het kabinet Schoof terug te draaien, kunt u puntsgewijs per bezuiniging aangeven of deze helemaal, gedeeltelijk of niet wordt teruggedraaid:
Zoals af te lezen is uit de tabel bij vraag 1 draait het kabinet een aantal bezuinigingen terug (zowel uit het Hoofdlijnenakkoord als de verwerking van de ingediende amendementen Bontenbal c.s. en Eerdmans c.s.). Daarnaast is ervoor gekozen om ook nieuwe investeringen te doen. Over de invulling en verdeling wordt u geïnformeerd bij de beleidsbrief.
Wanneer er bij de vorige vraag sprake is van gedeeltelijk of niet terugdraaien van de voorgenomen bezuiniging, kunt u motiveren waarom u hiervoor kiest?
Het wel of niet (geheel) terugdraaien van bezuinigingen en de keuze voor nieuwe investeringen, zoals weergegeven in de tabel bij vraag 1, zijn de uitkomst van keuzes tijdens de formatie. Uw Kamer wordt geïnformeerd over de specifiekere uitwerking van de investeringsenvelop met de beleidsbrief.
Welk deel van de middelen in de envelop onderwijs is gereserveerd voor het verhogen van de uitwonende basisbeurs? Met welk bedrag gaat de uitwonende beurs per maand omhoog en per wanneer?
Zoals in de tabel bij vraag 1 te zien is wordt er structureel een bedrag van € 110 miljoen gereserveerd voor het verhogen van de uitwonendenbeurs. Momenteel wordt de precieze invulling nog uitgewerkt.
Welk deel van de middelen in de envelop onderwijs is gereserveerd voor nieuwe beleidsposten op de OCW-begroting? Welke nieuwe beleidsposten zullen dit zijn?
De volgende posten uit de tabel bij vraag 1 bevatten (deels) nieuwe beleidsposten:
Kunt u deze vragen met spoed maar in ieder geval binnen drie weken beantwoorden zodat de Kamer goed geïnformeerd het debat kan voeren?
Ja.
De impact van de kabinetsplannen op zwangere vrouwen en ouders |
|
Marjolein Moorman (PvdA) |
|
Judith Tielen (VVD), Hans Vijlbrief (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «CNV: jaarlijks zeker 25.000 zwangeren geraakt door kabinetsplan»?1
Ja, ik ben bekend met dit bericht.
Deelt u de mening dat zestien weken 100% betaald zwangerschapsverlof een belangrijk verworven recht is? Zo ja, hoe verhoudt dit zich tot het besluit om het maximumdagloon te verlagen, waardoor zwangere vrouwen er honderden euro’s per maand op achteruitgaan?
Ja, ik vind het belangrijk dat de arbeidspositie van vrouwen niet verslechtert. Met de plannen uit het coalitieakkoord wil het kabinet onze arbeidsmarkt en sociale zekerheid toekomstbestendiger maken. Daar zijn helaas ook lastige keuzes bij nodig. Via de verlaging van het maximumdagloon is beoogd de laagste inkomens te ontzien. Niettemin raakt de verlaging veel mensen. Ik ben daarom bereid om te kijken naar het uitzonderen van de verlofregelingen van de verlaging van het maximumdagloon. Daarbij vind ik het van belang dat er oog is voor de uitvoerbaarheid, de huidige budgettaire kaders en de samenhang met andere uitkeringen. Ik zal dit vervolgens bespreken met sociale partners en ik streef ernaar om uiterlijk op Prinsjesdag met een voorstel te komen richting de Kamer.
Welke gevolgen heeft het verlagen van het maximumdagloon met 20% voor de hoogte van het loon tijdens zwangerschapsverlof? Kunt u per inkomenscategorie in beeld brengen hoeveel euro per maand vrouwen hierdoor mislopen?
Het dagloon vormt de grondslag voor de verlofuitkering en wordt berekend op basis van het SV-loon, waarbij het bevallings- en zwangerschapsverlof 100 procent dagloon is. Het dagloon is – in de hoofdregel – het loon dat een werknemer in de referteperiode heeft genoten en waarover belastingen en sociale premies zijn betaald, gedeeld door het gemiddeld aantal dagloondagen in één jaar (261). Het dagloon is per 1 januari 2026 wettelijk gemaximeerd op € 304,25 per dag, omgerekend is dit € 6.617,44 per maand. Iedereen die meer verdient dan 80% van dit bedrag wordt via de uitkering geraakt door de verlaging, aangezien het maximumdagloon wordt verlaagd met 20%. Voor inkomens die onder 80% van het maximumdagloon verdienen, geldt dat zij niet geraakt worden door de verlaging in het maximumdagloon. Deze verlaging ziet er per inkomenscategorie dan als volgt uit voor de uitkeringen uit de Wet arbeid en zorg, weergegeven per maand:
≥100%
€ 6.617,44
€ 5.293,95
€ 1.323,49
90%
€ 5.955,69
€ 5.293,95
€ 661,74
80%
€ 5.293,95
€ 5.293,95
–
Welke gevolgen heeft het verlagen van het maximumdagloon met 20% voor vrouwen die ziek worden als gevolg van hun zwangerschap? Kunt u per inkomenscategorie in beeld brengen hoeveel euro per maand vrouwen hierdoor mislopen?
De uitkeringen uit de ziektewet en de Wet arbeid en zorg (Wazo) zijn beide gebaseerd op de dagloonsystematiek. Wanneer vrouwen ziek worden als gevolg van of door hun zwangerschap wordt hun uitkering niet verlaagd en geldt dat zij een uitkering vanuit de Ziektewet ontvangen voor 100% van het maximumdagloon. De gevolgen op de uitkeringen van de verlaging van het maximumdagloon komen daarbij overeen zoals beschreven in antwoord 3.
Hoeveel vrouwen die met zwangerschapsverlof zijn gegaan in 2024 en 2025 vielen in de categorie 80–100% maximumdagloon? Welk percentage bedroeg dit van het totale aantal Wet arbeid en Zorg-uitkeringen (WAZO-uitkeringen)?
In 2024 waren er circa 13.900 vrouwen in de categorie 80–100% maximumdagloon, dit bedroeg 10,4% van het totale aantal zwangerschaps- en bevallingsuitkeringen voor werknemers. Daarnaast zijn er in 2024 circa 8.500 vrouwelijke werknemers met een inkomen op of boven het maximumdagloon met zwangerschapsverlof gegaan (6,4% van het totale aantal uitkeringen). In 2025 waren er, op basis van voorlopige gegevens, circa 14.000 vrouwen in de categorie 80–100% maximumdagloon. Gegevens van 2025 over werknemers boven het maximumdagloon zijn nog niet bekend.
Hoeveel werkenden vallen onder een cao waarin is geregeld dat de werkgever het maximumdagloon tijdens zwangerschapsverlof aanvult tot 100%? Hoeveel werkenden werken niet onder een cao waarin dit is geregeld?
Uit een eerder onderzoek onder 108 cao’s komt naar voren dat in 43 cao’s (29% van de werknemers van de onderzochte cao’s) het zwangerschaps- en bevallingsverlof tot 100% van het loon wordt aangevuld.2 Werkgevers kunnen ook buiten een cao om de uitkering tijdens zwangerschap aanvullen tot 100% of het loon doorbetalen. Hier zijn geen cijfers over bekend.
Hoeveel extra kosten brengt het lagere maximumdagloon met zich mee voor werkgevers die het loon aanvullen? In hoeverre verwacht u dat dit zwangerschapsdiscriminatie in de hand werkt?
Het aanvullen van de uitkering wordt o.a. via cao-afspraken geregeld en er bestaat geen wettelijke verplichting hiertoe binnen de Wazo. Werkgevers zullen bij een lagere uitkering het loon meer moeten aanvullen als hierover binnen een cao afspraken zijn gemaakt. De grootte van deze aanvulling is afhankelijk van de hoogte van het loon van de werknemer en de afspraken binnen een cao of bedrijf. Een mogelijk gevolg van de verlaging is dat werkgevers hierdoor wellicht minder geneigd zullen zijn om het aanvullen van het loon tot 100% bij Wazo-uitkeringen vast te leggen in cao-afspraken. De gevolgen van deze maatregel op zwangerschapsdiscriminatie zijn moeilijk in te schatten.
Welke impact heeft de verlaging van het maximumdagloon op de hoogte van het ouderschapsverlof? Kunt u dit uitsplitsen naar inkomenscategorie?
Voor het betaald ouderschapsverlof (en ook voor het aanvullend geboorteverlof) geldt een vergoeding van 70% tot het maximumdagloon. De impact van de verlaging van het maximumdagloon is in onderstaande tabel in beeld gebracht.
≥100%
€ 4.632,21
€ 3.705,77
€ 926,44
90%
€ 4.168,99
€ 3.705,77
€ 463,22
80%
€ 3.705,77
€ 3.705,77
€ 0,00
Hoeveel werkenden vallen onder een cao waarin is geregeld dat de werkgever het maximumdagloon tijdens ouderschapsverlof aanvult tot 100%? Hoeveel werkenden werken niet onder een cao waarin dit is geregeld?
Uit onderzoek onder 108 cao’s komt naar voren dat in 11 cao’s (16% van de werknemers van de onderzochte cao’s) de uitkering van 70% maximumdagloon voor het betaald ouderschapsverlof wordt verhoogd. In drie cao’s wordt het loon negen weken volledig doorbetaald; in twee cao’s wordt het loon vier weken volledig doorbetaald en gedurende de overige weken conform de wet; in vier cao’s wordt 75% van het loon doorbetaald; in één cao 70% van het laatstverdiende loon, en in één cao is gedurende 13 weken sprake van variabele doorbetaling (50 tot 90% afhankelijk van de salarisschaal).3
Welk gevolg verwacht u dat de verlaging van het maximumdagloon heeft op de hoeveelheid ouders die ouderschapsverlof opnemen? Welke impact heeft dit op de beschikbaarheid in de kinderopvang?
Vrouwen zijn verplicht om het zwangerschaps- en bevallingsverlof op te nemen, de opname van het geboorte- en het ouderschapsverlof is optioneel. De kans bestaat dat ouders minder snel dit verlof zullen opnemen, vanwege de mogelijke terugval in inkomen. Wat precies de impact van de verlaging zal zijn op het gebruik van het aanvullend geboorte- en ouderschapsverlof, is moeilijk te voorspellen. Uit onderzoek blijkt dat van de ouders die geen gebruik maakten van het volledig aanvullend geboorteverlof, 27% van hen aangaf het inkomen niet te kunnen missen. En 18% van hen aangaf dat het voor hen financieel niet aantrekkelijk was. Van de ouders die niet volledig gebruik maakten van het aanvullend geboorteverlof, gaf 15% aan dat zij het inkomen niet konden missen en 11% dat zij het financieel niet aantrekkelijk vonden.
Met een verlaging van het maximumdagloon bestaat de kans dat een deel van de ouders minder gebruik zullen gaan maken van het ouderschapsverlof of aanvullend geboorteverlof. Het is op dit moment niet goed in te schatten wat het effect daarvan is op de beschikbaarheid in de kinderopvang.
Deelt u de opvatting dat ouderschapsverlof eraan bijdraagt dat ouders de zorg voor hun kinderen op een gelijkwaardige manier kunnen verdelen? In hoeverre deelt u de zorg dat zorgtaken ongelijker verdeeld worden doordat ouders minder vaak verlof zullen opnemen omdat zij teveel loon moeten inleveren?
Het ouderschapsverlof is onder andere bedoeld om een gelijkwaardigere verdeling in zorgtaken tussen ouders te bevorderen en de arbeidsparticipatie van vrouwen te stimuleren.
In de beleidsevaluatie van het betaald ouderschapsverlof wordt onder andere beoordeeld of en hoe het ouderschapsverlof bijdraagt aan deze doelen. Deze evaluatie zal voor de zomer worden gepubliceerd.
Bent u bereid af te zien van de verlaging van het maximumdagloon voor alle 260.000 mensen die erdoor geraakt worden, waaronder 25.000 zwangeren? Zo nee, waarom niet?
Met de plannen uit het coalitieakkoord wil het kabinet de arbeidsmarkt en sociale zekerheid toekomstbestendiger maken. Daar zijn helaas lastige keuzes bij nodig, maar ik vind het ook belangrijk dat de arbeidspositie van vrouwen niet verslechtert. Ik ben daarom bereid om te kijken naar het uitzonderen van verlofregelingen van de verlaging van het maximumdagloon. Daarbij kijk ik ook naar de uitvoerbaarheid, de huidige budgettaire kaders en de samenhang met andere uitkeringen. Deze opties wil ik eerst bespreken met sociale partners, waarna ik uiterlijk op Prinsjesdag met een voorstel kom richting de Kamer.
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?
Ja, zie bijgaand.
Kent u de brief van de regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld van 11 februari 2026 betreffende de aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en de brief van Movisie van 20 februari 2026 en de oproep van de Emancipator?1
Klopt het dat het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld (NAP) en de functie van regeringscommissaris in 2026 wordt afgebouwd, ondanks de opgedane ervaringen en de ingezette, eenduidige aanpak? Zo ja, wat is de reden voor deze afbouw en per wanneer gaat dit in?
Wanneer is dit besluit genomen en hoe is de Kamer hierover geïnformeerd?
Heeft deze afbouw te maken met het aflopen van het Nationaal Actieprogramma en daarmee de opdracht van de regeringscommissaris? Zo ja, kan geconcludeerd worden dat het werk in voldoende mate kan worden afgerond en op grond waarvan wordt dit geconcludeerd?
Hoe verhoudt dit zich tot het kritische advies van GREVIO over de Nederlandse aanpak van geweld tegen vrouwen, waarin tevens wordt geconstateerd dat het Nationaal Actieprogramma en de regeringscommissaris daarvan positieve elementen zijn binnen de Nederlandse aanpak en hoe rijmt het afbouwen hiervan met dit advies en deze constatering?
Hoe verhoudt deze afbouw zich tot de implementatie van het Verdrag van Istanbul en de eerder geuite kritieken vanuit de VN op de uitvoering van dit verdrag in Nederland?
Is het de bedoeling dat het Nationaal Actieprogramma en de rol van de regeringscommissaris wordt vervangen door het nieuwe programma geweld tegen vrouwen en de in het coalitieakkoord genoemde Nationaal Coördinator (ingesteld naar aanleiding van de wens van de Kamer om geweld tegen vrouwen en femicide aan te pakken)? Zo ja, waar blijkt dat uit?
Bent u het met ons eens dat dit twee verschillende functies zijn? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de mening dat de positie van de huidige regeringscommissaris die van een onafhankelijke aanjager is terwijl de Nationaal Coördinator vanuit zijn positie zich juist ten aanzien van de ambtelijke organisatie met het coördineren van activiteiten bezig moet houden?
Kunt u het verschil beschrijven in positie, taken, bevoegdheden en mate van onafhankelijkheid tussen een regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld en de in het coalitieakkoord genoemde Nationaal Coördinator? Welke kerntaken moet de Nationaal Coördinator vervullen?
Deelt u de mening van de regeringscommissaris dat er zowel in tijd als in inhoud een gat te dreigt te vallen in de aanpak van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld, omdat er nog geen Nationaal Coördinator is aangesteld en niet wordt benoemd in het coalitieakkoord hoe de aanpak van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag van de afgelopen jaren verankerd zal worden? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de opvatting dat het Nationaal Actieprogramma, dat gericht is op de onderliggende patronen van seksueel geweld en geweld tegen vrouwen, met een onafhankelijke regeringscommissaris als aanjager en boegbeeld van de maatschappelijke cultuurverandering (nog steeds) nodig is en blijft om seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld blijvend en structureel te kunnen aanpakken? Zo ja, waarom wordt de financiering van de regeringscommissaris dan afgebouwd? Zo nee, waarom deelt u die mening niet en hoe kan worden voorkomen dat wat er de afgelopen jaren door de regeringscommissaris opgebouwd is verloren gaat?
Bent u bekend met het bericht «Reclame Code Commissie geeft pro life-organisatie «stevige tik op de vingers» vanwege misleidende abortusfolder»?1
Ja.
Hoeveel van de dertienduizend Nederlandse huisartsen die de folders hebben ontvangen, hebben deze ook geplaatst in de wachtkamer?
Het is niet bekend hoeveel huisartsen de folder in hun wachtkamer hebben neergelegd. Wel is bekend dat ongeveer vijftien huisartsen extra folders hebben aangevraagd nadat zij de «proeffolder» en brief van Kies Leven hadden ontvangen.2
Hoe reflecteert u op de uitspraak van de Reclame Code Commissie (RCC) die oordeelde dat de folders in strijd zijn met hun regels, en welke rol ziet u voor uw ministeries in het optreden tegen misinformatie en desinformatie over abortuszorg en seksuele gezondheid?
De Reclame Code Commissie heeft geoordeeld dat de folder van Kies Leven foutieve informatie bevat waarbij «je huisarts» valselijk als afzender wordt vermeld. Ook concludeert de commissie dat de folder zonder gerechtvaardigde reden appelleert aan angstgevoelens.3 Ik vind het zorgelijk en onwenselijk dat er onjuiste gezondheidsinformatie over abortus wordt verspreid en dat vrouwen ten onrechte bang worden gemaakt. De overheid kan op verschillende manieren een rol spelen om de negatieve gevolgen van onjuiste informatie over (abortus)zorg en (seksuele) gezondheid te bestrijden. Dit licht ik toe in mijn antwoord op vraag 6.
Heeft u contact opgenomen met huisartsen om hen te wijzen op de misleidende informatie in deze folder? Zo nee, waarom niet en welke rol ziet u dan wel voor uzelf weggelegd in het informeren van huisartsen over misinformatie?
Ik heb regelmatig contact met de expertgroep Seksuele Gezondheid van het Nederlands Huisartsen Genootschap (SeksHAG). Informatievoorziening over abortuszorg die de huisarts kan leveren is een onderwerp dat bij deze contactmomenten vaak aan bod komt. SeksHAG heeft mij geattendeerd op de folder toen deze in februari onder huisartsen werd verspreid. SeksHAG heeft destijds zelf zijn achterban geïnformeerd.4 Ook Fiom heeft via een nieuwsartikel en een vermelding in de e-learning huisartsen gewaarschuwd.5
Heeft u ook contact gehad met de organisatie verantwoordelijk voor het verspreiden van deze folders, Kies Leven, naar aanleiding van de uitspraak van de RCC? Zo ja, wat was de aard van deze gesprekken? Zo nee, waarom niet?
Nee, ik heb geen contact opgenomen met Kies Leven naar aanleiding van de uitspraak. De Reclame Code Commissie is een onafhankelijk orgaan dat toeziet op naleving van de reclamecode. Daarmee is de Reclame Code Commissie dus de aangewezen partij om organisaties aan te spreken op uitlatingen. Dit is niet aan mij.
Bent u bereid om zich te verzetten tegen misinformatie over abortuszorg? Zo ja, welke concrete stappen neemt u hiervoor en hoe wil u in de toekomst voorkomen dat dergelijke schadelijke, onjuiste informatie wordt verspreid, zeker op een plek als de wachtkamer van de huisartsenpraktijk, waar mensen moeten kunnen rekenen op betrouwbare informatie?
Ja, ik wil de negatieve gevolgen van onjuiste informatie over onbedoelde en/of ongewenste zwangerschap, abortus en anticonceptie tegengaan. Dat doe ik op verschillende manieren, zoals ik ook heb toegelicht in de beantwoording van eerdere Kamervragen.6 Ik heb bijvoorbeeld aan Fiom en Rutgers de opdracht gegeven om hier onderzoek naar te doen en te experimenteren met effectieve methodes.7 Eind 2026 leveren Fiom en Rutgers een overzicht op van geëvalueerde interventies en communicatiestrategieën. Deze kunnen daarna worden toegepast door Fiom en Rutgers en worden gedeeld met andere partijen die over abortus communiceren. Bovendien hebben Fiom en Rutgers als kennis- en expertisecentra de taak om betrouwbare informatie te verstrekken over onder andere abortus, onder meer via kennisdeling met het publiek, professionals en beleidsmakers.
Omdat onjuiste gezondheidsinformatie een complex probleem is dat speelt bij verschillende onderwerpen, werk ik hier ook breder aan. Op 18 november 2025 heb ik uw Kamer geïnformeerd over de eerste contouren van een strategie voor de aanpak van onjuiste gezondheidsinformatie.8
Vindt u het ook zorgelijk dat onafhankelijke organisaties, zoals Bureau Clara Wichmann en Stichting Fiom, juridische stappen moet nemen om een misinformatie-campagne tegen te gaan? Kunt u in het bijzonder reflecteren op de gevolgen van dergelijke misinformatie-campagnes voor huisartsen, abortusartsen en verpleegkundigen?
Ja, ik vind het betreurenswaardig dat verschillende organisaties een klacht hebben moeten indienen bij de Reclame Code Commissie om de verspreiding van foutieve informatie een halt toe te roepen. Tegelijkertijd is het goed dat er een onafhankelijke organisatie is waar men terecht kán en waar opvolging wordt gegeven aan dergelijke klachten.
Onjuiste informatie kan ervoor zorgen dat cliënten onnodig bezorgd en bang worden gemaakt. Huisartsen, abortusartsen en verpleegkundigen kunnen door misinformatiecampagnes worden geconfronteerd met onnodig angstige of anderszins emotionele cliënten. Dit kan het gesprek tussen zorgverlener en cliënt bemoeilijken. Het kan bovendien veel tijd kosten om misvattingen weg te nemen. Zorgverleners moeten kunnen rekenen op een informatieomgeving waarin betrouwbare informatie prevaleert. Daarom werk ik met de Aanpak onbedoelde en/of ongewenste zwangerschap en de bredere strategie voor de aanpak van onjuiste gezondheidsinformatie aan het verbeteren van de informatievoorziening en het tegengaan van de negatieve gevolgen van onjuiste informatie.9
In hoeverre hebben misinformatie en desinformatie invloed op het besluit van vrouwen om al dan wel of niet te kiezen voor een abortus? Welke invloed heeft het op de keuzevrijheid van de vrouw?
Ik kan me goed voorstellen dat onjuiste informatie en misinformatie effect kunnen hebben op iemands besluitvorming. Vrouwen kunnen bijvoorbeeld gaan twijfelen en/of (te) lang de tijd nemen om te bepalen of abortus de best passende keuze is, wanneer zij worden geconfronteerd met verkeerde informatie over de medische risico’s of de emotionele impact. Gelukkig hebben vrouwen in Nederland goede toegang tot betrouwbare informatie over abortus en is abortuszorg heel toegankelijk. Ik heb geen signalen ontvangen dat mis- en desinformatie de keuzevrijheid van vrouwen of de toegang tot abortuszorg in Nederland beperken.
Welke concrete stappen zijn er ondernomen voor het tegengaan van desinformatie sinds de beantwoording van de vragen van de leden Westerveld en Pijpelink?2
Zoals ik in mijn antwoord op vraag 6 en in eerdere communicatie aan uw Kamer heb toegelicht, zijn hiervoor verschillende stappen gezet binnen de Aanpak onbedoelde en/of ongewenste zwangerschap en de bredere strategie voor de aanpak van onjuiste gezondheidsinformatie.11 Zo heb ik Fiom en Rutgers opdracht gegeven om onderzoek te doen naar effectieve interventies om de gevolgen van desinformatie over anticonceptie, abortus en onbedoelde en/of ongewenste zwangerschap tegen te gaan.
Hoeveel huisartsen hebben zich inmiddels laten scholen over de abortuspil? Wordt deze scholing nog aangemoedigd? Zo ja, op welke wijze?
Begin december 2025 hadden 510 huisartsen de scholing afgerond. De scholing wordt op verschillende manieren bij huisartsen onder de aandacht gebracht door de beroepsgroep, Fiom en maatschappelijke organisaties. Bijvoorbeeld via online kanalen of tijdens studiedagen. Zo organiseert SeksHAG fysieke opleidingsmomenten in aanvulling op de online scholing. Het is voor mij geen doel op zich om ervoor te zorgen dat zo veel mogelijk huisartsen de scholing volgen en abortuszorg aanbieden. Huisartsen mogen en kunnen hier zelf over beslissen.
Op welke wijze wordt erop toegezien dat deze folders, maar ook andere misleidende folders, niet meer terecht komen in de wachtkamers van huisartsen?
De Reclame Code Commissie heeft vastgesteld dat de folder van Kies Leven in strijd is met de Nederlandse Reclame Code. De commissie heeft Kies Leven geadviseerd de folder niet meer te verspreiden. De folder is inmiddels niet meer vindbaar via de kanalen van Kies Leven.
Huisartsenpraktijken zijn zelf verantwoordelijk voor het materiaal dat zij in hun wachtkamer aanbieden. Ze maken zelf de afweging welke informatiematerialen zij geschikt vinden. Het is niet aan de overheid om te bepalen welke specifieke folders wel of niet in wachtkamers mogen liggen. Wel werk ik aan het vergroten van de beschikbaarheid van betrouwbare informatie en het versterken van de weerbaarheid tegen onjuiste informatie, zodat zowel zorgverleners als burgers beter in staat zijn om onjuiste informatie te herkennen.
Kunt u reflecteren op de huidige staat van de keuzevrijheid van vrouwen, zeker gelet op de groeiende lobby van misinformatie?
Ik sta pal voor keuzevrijheid en het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen. Gelukkig hebben vrouwen in Nederland de vrijheid om zelf te beslissen over hun zwangerschap en hebben zij hiervoor toegang tot betrouwbare informatie. Zoals ik in mijn antwoord op vraag 8 heb toegelicht heb ik geen signalen ontvangen dat mis- en desinformatie de keuzevrijheid van vrouwen of de toegang tot abortuszorg in Nederland beperken.
Kunt u reflecteren op het breder maatschappelijk effect van misleidende campagnes, zoals de folders van Kies Leven?
Omdat zowel vrouwen als zorgverleners in Nederland – gelukkig – goede toegang hebben tot betrouwbare informatie over abortus, verwacht ik dat dergelijke campagnes, waaronder de folder van Kies Leven, geen breed maatschappelijk effect hebben. Maar ik erken dat misleidende campagnes over abortus kunnen bijdragen aan stigma. Dat zou ik betreuren, want ik wil juist stigma tegengaan en een goed gesprek over anticonceptie, kinderwens en onbedoelde zwangerschap normaliseren. Dit is een belangrijke en bestaande taak van Rutgers en Fiom, onze expertisecentra op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid. Zoals ik eerder aan uw Kamer heb toegelicht, heb ik hen gevraagd om hier de komende jaren meer op in te zetten.12
Op welke wijze wordt erop toegezien dat vrouwen toegang hebben tot goede, begrijpelijke informatie over abortuszorg?
De toegang tot goede, begrijpelijke informatie over abortus wordt op verschillende manieren gewaarborgd. In de Aanpak onbedoelde en/of ongewenste zwangerschap staan meerdere activiteiten die toezien op informatie over verschillende keuzemogelijkheden bij een onbedoelde en/of ongewenste zwangerschap (zelf opvoeden, abortus, pleegzorg of afstand ter adoptie). Voorbeelden van deze activiteiten zijn de informatievoorziening en collectieve publiekscommunicatie door de expertisecentra Rutgers en Fiom, en het Landelijk Informatiepunt Onbedoelde Zwangerschap, waar aandacht is voor alle vier de keuzemogelijkheden en waarop mensen 24/7 toegang hebben tot de website, chat en/of telefoondienst.
Zorgverleners hebben ook een belangrijke rol in het verschaffen van betrouwbare informatie en voorlichting. Vrouwen kunnen hiervoor altijd bij hun huisarts of bij een abortuskliniek terecht. Ook online bieden zorgverleners informatie aan, zoals op thuisarts.nl en de websites van abortusklinieken. Zoals ik eerder heb aangekondigd13 zal de beroepsgroep van abortusartsen in 2026 de informatievoorziening van abortusklinieken evalueren om deze verder te verbeteren.