Nederlandse jongeren die zich zorgen maken over oorlog |
|
Derk Boswijk (CDA) |
|
Foort van Oosten (VVD), Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD) |
|
|
|
|
Herkent u de zorgen van kinderen en jongeren over oorlog en veiligheid, zoals blijkt uit het onderzoek van UNICEF?1
De Rijksoverheid neemt de zorgen van kinderen en jongeren zoals uit het onderzoek van Unicef blijkt, uiterst serieus.
Welke verantwoordelijkheden ziet u voor de overheid om ervoor te zorgen dat kinderen in Nederland zich veilig voelen?
De Rijksoverheid werkt aan de veiligheid van kinderen op verschillende gebieden. Zowel op het gebied van fysieke als digitale veiligheid en weerbaarheid. Zo is recentelijk door het kabinet de Strategie Kinderrechten Online gelanceerd. Hierin staat hoe de overheid en organisaties samenwerken aan oplossingen die jongeren helpen om veilig en vaardig op te groeien. Betere ondersteuning voor ouders en het vergroten van de digitale weerbaarheid is hier onderdeel van.
Op welke manier worden kinderen en hun specifieke behoeften en kwetsbaarheden momenteel meegenomen in plannen om Nederland veilig en weerbaar te houden? Kunt u hierbij ingaan op fysieke kwetsbaarheden van jongeren, maar ook op kwetsbaarheden omdat zij midden in hun ontwikkeling zitten en bijvoorbeeld zo veel mogelijk voorkomen moet worden dat zij onderwijs missen?
Het versterken van de weerbaarheid van Nederland is niet alleen een taak voor de overheid, maar ook voor de gehele samenleving. Voor kinderen en jongeren is het van groot belang dat zij worden meegenomen in de plannen om Nederland veilig en weerbaar te houden. De bijdrage van het funderend onderwijs is belangrijk voor de gehele weerbaarheidsopgave en onderstreept ook het belang van continuïteit in deze sector. Om die reden houdt de Rijksoverheid bij het treffen van voorbereidingen op mogelijke crises rekening met kinderen en specifiek ook met kinderen in een kwetsbare positie. Het onderwijs speelt daarin een essentiële rol. Het Ministerie van OCW zet er daarom op in dat de onderwijssectoren van het funderend onderwijs zo goed mogelijk zijn voorbereid op situaties van maatschappelijke ontwrichting, zodat het onderwijs aan alle leerlingen zoveel mogelijk door kan blijven gaan. OCW doet dit samen met andere organisaties in de onderwijssector, die voor de continuïteit van het onderwijs in crisissituaties van belang zijn.
Hoe borgt u dat de belangen van kinderen in crisistijd niet van tafel vallen?
Besluitvorming en communicatie tijdens een crisis ziet toe op de belangen van alle inwoners van Nederland, dus ook van kinderen.
Is er in de communicatie vanuit de overheid over oorlog en mogelijke rampen specifieke aandacht voor kinderen (van 0 tot 18), aangezien veel kinderen aangeven dat hun zorgen een direct gevolg zijn van wat ze zien op televisie en op sociale media?
In november 2025 is de meerjarige publiekscampagne Denk vooruit gestart, inclusief een informatieboekje dat vanaf 25 november bij ruim 8,5 miljoen adressen huis-aan-huis is bezorgd. Dit boekje richt zich op het activeren van het huishouden en is niet specifiek gericht op de zorgen van kinderen. Unicef heeft hier bij de start van de verzendperiode haar zorg over geuit. Wel wordt in deze publicatie aandacht gegeven aan het voeren van het gesprek binnen een huishouden en het gezamenlijk opstellen van een noodplan. Ouders en verzorgers worden gestimuleerd om het gesprek binnen het gezin te voeren. Daarnaast staan er op www.denkvooruit.nl vragen en antwoorden met tips voor ouders/verzorgers om het gesprek met kinderen die zich zorgen maken te voeren en een doorverwijzing naar organisaties die hen hierbij kunnen helpen.
Als onderdeel van de campagne-inzet in 2026 komt er speciale aandacht voor het informeren en activeren van kinderen en jongeren. Daarnaast is er al in een groot aantal veiligheidsregio’s een Risk Factory: een fysiek belevingscentrum voor veiligheid waar basisschoolleerlingen antwoord krijgen op allerlei vragen die gaan over veiligheid en leren hoe ze met deze risico’s om kunnen gaan.
Is bij communicatie vanuit de overheid over crisisparaatheid aandacht voor het feit dat kinderen dit ook zien en dat dit tot zorgen kan leiden? Welke acties neemt u om te zorgen dat kinderen hierover in gesprek kunnen gaan?
Zie antwoord vraag 5. Zie aanvullend ook het antwoord op vraag 3, waaruit blijkt dat het Ministerie van OCW hier ook andere organisaties in de onderwijssector bij betrekt.
Bent u voornemens om binnen de middelen die gereserveerd zijn voor het vergroten van de maatschappelijke weerbaarheid een deel specifiek te bestemmen voor het vergroten van de weerbaarheid van kinderen? Zo ja, welke plannen heeft u hiervoor? Zo nee, waarom niet?
In november 2025 is de meerjarige publiekscampagne Denk vooruit gestart. Als onderdeel van de campagne-inzet in 2026 komt er speciale aandacht voor het informeren en activeren van kinderen en jongeren.
Op welke manier bent u van plan er voor te zorgen dat meer kinderen en jongeren er vertrouwen in krijgen dat de overheid weet wat zij nodig hebben om zich veilig te voelen, aangezien uit de peiling van UNICEF blijkt dat nu slechts een kwart van hen denkt dat de overheid weet wat hiervoor nodig is?
Het is van belang dat de Rijksoverheid blijft investeren in de betrokkenheid van jongeren bij al het beleid dat hen aangaat, waaronder op het gebied van veiligheid. Want jongeren kunnen het beste zelf aangeven hoe hun veiligheidsgevoel versterkt kan worden.
Op de NAVO-top ontvingen de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister-President het manifest over hoe jongeren vrede en veiligheid ervaren in Nederland en hebben ze met jongeren het gesprek gevoerd. Dit manifest is opgesteld door twee Jongerenvertegenwoordigers aan de hand van gesprekken met meer dan 1000 jongeren. Het manifest beschrijft de zorgen van jongeren op het gebied van geopolitieke spanningen, polarisatie in de samenleving, bestaanszekerheid en de digitale wereld. In dit manifest wordt uiteengezet hoe de overheid jongeren beter kan betrekken bij de besluitvorming rondom thema’s als veiligheid en weerbaarheid- fysiek en digitaal. In het gesprek met jongeren op de NAVO-top is afgesproken dat de Minister-President elk half jaar met de Jongerenvertegenwoordigers om tafel gaat, en zijn opvolger motiveert hetzelfde te doen. Tot slot, kwam uit het gesprek naar voren dat de stem van jongeren wordt betrokken in de werkgroep van de Ministeries van Defensie, Justitie en Veiligheid en de NCTV.
Om de stem van jongeren beter te betrekken bij al het beleid dat hen aangaat wordt gewerkt aan een Nationale Jeugdstrategie2. Op 4 september jl. is door jongeren het ontwerp voor de nationale jeugdstrategie gepresenteerd. Dit ontwerp, waar 12.000 jongeren uit Europees en Caribisch Nederland aan meewerkte, bevat aanbevelingen vanuit jongeren op 9 door hen gekozen thema’s (waaronder «politiek en veiligheid»). Het doel van de nationale jeugdstrategie is dat er afspraken worden gemaakt over de manier waarop jongeren duurzaam en structureel betrokken worden bij het maken van beleid. De nationale jeugdstrategie noemt bestaanszekerheid, een verslechterende mentale gezondheid en een gebrek aan toekomstperspectief de drie grootste uitdagingen voor Nederlandse jongeren. De komende tijd werken de Ministeries van VWS, SZW en OCW aan het implementeren van de nationale jeugdstrategie.
Het bericht 'Trollenlegers uit buitenland versterkten politieke en opruiende berichten rond verkiezingen' |
|
Tijs van den Brink (CDA), Derk Boswijk (CDA), Jantine Zwinkels (CDA) |
|
Rijkaart , van Marum |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Trollenlegers uit buitenland versterkten politieke en opruiende berichten rond verkiezingen»?1
Ja, hiervan ben ik op de hoogte.
Kunt u reageren op het onderzoek van RTL Nieuws, waaruit blijkt dat honderden nepaccounts uit Nigeria, Ghana en andere landen op sociale media rond de Nederlandse Tweede Kamerverkiezing het debat beïnvloed hebben?
Pogingen tot beïnvloeding van onze democratie door middel van nepaccounts op sociale mediazijn ernstig en zorgelijk. Gelukkig heeft Nederland een robuuste democratie met transparante en controleerbare verkiezingen, waardoor ik de impact van de nepaccounts als beperkt beschouw. De verkiezingen zijn eerlijk en vrij verlopen. Tegelijkertijd is elke gecoördineerde campagne die het publieke debat rondom het verkiezingsproces mogelijk beïnvloedt, ongeacht de omvang, volstrekt onwenselijk. Het publieke debat is van iedereen en dient daarom niet gemanipuleerd te worden, zeker in relatie tot cruciale democratische processen zoals nationale verkiezingen. Sociale media bedrijven kunnen hiervoor misbruikt worden. Zeer grote online platformen hebben daarom de verplichting om te onderzoeken of hun diensten op deze manier misbruikt kunnen worden, en zo nodig maatregelen te treffen om dat te adresseren.
Ik vind het belangrijk dat platformen verantwoordelijkheid nemen en maatregelen treffen tegen illegale content, desinformatie en gecoördineerd niet-authentiek gedrag. Daarom blijf ik in gesprek met de platformen over hun verantwoordelijkheden voor het beschermen van het publiek debat en het verkiezingsproces, zoals toegezegd in de Kamerbrief over het contact met de platformen.2 Dit gesprek zal ook voor de komende gemeenteraadsverkiezingen plaatsvinden.
We staan er als Nederland niet alleen voor. Samen met de Europese Commissie en andere EU-lidstaten spannen we ons gezamenlijk in om de democratie te verdedigen tegen buitenlandse inmenging. Zo is recent het European Democracy Shield gepubliceerd, en zijn al verschillende onderzoeken tegen zeer grote online platformen gestart in verband met mogelijke overtredingen van de digitaledienstenverordening (DSA). Ik steun de Europese Commissie in haar toezicht en in de lopende onderzoeken, waarbij ook aandacht is voor gecoördineerd niet-authentiek gedrag en manipulatie. Ook zoeken we bilaterale samenwerking en kennisuitwisseling met partners, waaronder Duitsland, Frankrijk en Zweden op, om te leren van hun ervaringen op dit gebied.
Kunt u bevestigen dat het inderdaad ook gaat om Russische invloed?
De diensten doen onderzoek naar statelijke actoren en in welke mate zij een dreiging vormen voor de nationale veiligheid. Wanneer zij stuiten op pogingen tot beïnvloeding, manipulatie of verstoring van de verkiezingen, kunnen en zullen de diensten hun wettelijke bevoegdheden inzetten om dit tegen te gaan. In het openbaar kan ik niet ingaan op individuele gevallen. Immers, dit zou inzicht geven in het huidige kennisniveau van de diensten en daarmee de nationale veiligheid kunnen schaden.
Wel waarschuwen de diensten en de NCTV in zijn algemeenheid dat statelijke actoren onze democratie kunnen en willen ondermijnen.3 De inzet van sociale media, waarbij nepaccounts profielen en berichten proberen te versterken, past in het beeld van de wijze waarop statelijke actoren de democratische rechtsstaat proberen te ondermijnen. Er moet rekening worden gehouden dat deze vorm van heimelijke beïnvloeding veelvuldig voor kan komen, met name rondom verkiezingen.
Hoe oordeelt u over de impact van deze trollenlegers op de verkiezingen?
Ondanks dat iedere poging om het verkiezingsproces te beïnvloeden ongewenst is, betekent het niet dat iedere poging ook een daadwerkelijke invloed heeft. Door het geringe aantal nepaccounts kan worden vastgesteld dat de impact beperkt was. De verkiezingen zijn eerlijk en vrij verlopen. Ondanks dat deze specifieke casus geen grote impact heeft gehad op de afgelopen verkiezingen, kan het meermalig gebruik van nepaccounts door verschillende actoren het vertrouwen in het verkiezingsproces en het publieke debat ondermijnen. Daarom moet de samenleving weerbaar zijn en blijven tegen beïnvloedingspogingen en neemt het kabinet maatregelen om de verkiezingen eerlijk en vrij te laten verlopen. Zie hiervoor het antwoord op vraag 7.
Zijn deze trollenlegers nog steeds actief? In hoeverre is hier inzicht in?
Zie het antwoord op vraag 3.
Herinnert u zich eerdere waarschuwingen van onder andere Europol en de Europese Commissie over buitenlandse informatieoperaties gericht op EU-lidstaten?
Er is binnen de EU veel aandacht voor buitenlandse informatieoperaties gericht op de EU-lidstaten. De Europese Commissie en de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) staan hierover in nauw contact met de lidstaten. Bijvoorbeeld via de Rapid Alert System (RAS), dat in het leven is geroepen om snel met andere lidstaten te communiceren en waar nodig gezamenlijke actie te ondernemen. Nederland neemt actief deel aan de RAS. Zo heeft BZK afgelopen november een bijeenkomst georganiseerd voor de RAS-leden waar mogelijke beïnvloeding van verkiezingen onderdeel van de agenda was.
Gezien de groeiende dreiging van buiten de EU, is in het recent gepresenteerde European Democracy Shield (EUDS) aangekondigd de samenwerking te versterken. Uw Kamer wordt hierover binnenkort, via de gebruikelijke wijze, geïnformeerd.
Welke aanvullende Nederlandse maatregelen zijn sindsdien genomen en hoe verhouden die zich tot de bevindingen in dit RTL-onderzoek?
Het kabinet neemt iedere verkiezing maatregelen om risico’s op buitenlandse beïnvloeding in het verkiezingsproces tegen te gaan. Deze maatregelen worden doorlopend geëvalueerd en aangescherpt waar nodig. Hierbij kijk ik ook naar de ervaringen van andere EU-lidstaten en EU-instellingen. Dit maatregelenpakket omvat onder andere een offensieve aanpak tegen desinformatie en informatiemanipulatie. Over de genomen maatregelen is uw Kamer eerder over geïnformeerd.4
Separaat werk ik in samenwerking met andere departementen uit hoe we eerder en beter zicht kunnen krijgen op buitenlandse beïnvloedingscampagnes (FIMI) die onze Nederlandse belangen willen ondermijnen, zoals een gezonde democratie en maatschappelijke stabiliteit. Het gaat hier dus om detectie-capaciteit. Hierbij leren we van de ervaringen van EU-lidstaten, zoals Frankrijk en Zweden, hoe zij dergelijke FIMI detecteren en hierop reageren. We werken momenteel uit hoe we FIMI-detectie in de Nederlandse context kunnen vormgeven. Uw Kamer wordt hierover na het zomerreces geïnformeerd.
Daarnaast vind ik het van belang dat organisaties die zich inzetten om informatiecampagnes en desinformatie bloot te leggen, zoals factcheckers en onderzoeksjournalisten, hun werk kunnen doen en het publiek blijven informeren.
Ik heb van de ACM vernomen dat zij de Europese Commissie op de hoogte heeft gebracht van het onderzoek van Trollrensics, waarop de berichtgeving is gebaseerd. Verder ga ik, zoals omschreven in het antwoord op vraag 2, wederom in gesprek met de sociale media platformen, over hun verantwoordelijkheden voor het beschermen van het publiek debat en het verkiezingsproces. Dit gesprek zal voor de komende gemeenteraadsverkiezingen plaatsvinden. Tot slot kan het Ministerie van BZK tijdens verkiezingen in contact treden met de platformen X, Meta, TikTok, Google, of Snapchat, indien er signalen zijn over berichten met feitelijk onjuiste informatie over het verkiezingsproces. Met die platformen bestaat de afspraak dat zij deze meldingen van BZK gedurende de verkiezingsperiode met prioriteit behandelen. Dit noemt BZK de «verkiezingen flagger status». Het ministerie heeft geen bevoegdheid om bepaalde content te laten verwijderen. Gedane meldingen worden achteraf wel openbaar gemaakt in de evaluatie van de desbetreffende verkiezing.5 Ik wil verkennen of deze status verder uitgebreid kan worden, om zo ook niet-authentieke campagnes onder de aandacht te brengen van platformen.
Zijn er bij u signalen bekend dat buitenlandse netwerken gericht hebben geprobeerd invloed uit te oefenen op de Nederlandse verkiezingen? Zo ja, in hoeverre is hiervan sprake geweest?
Zoals gezegd in antwoord op vraag 3, passen het gebruik van nepaccounts die profielen en berichten proberen te versterken in het beeld van de wijze waarop statelijke actoren de democratische rechtsstaat proberen te ondermijnen. Daarom neem ik iedere verkiezing maatregelen om de effecten van deze heimelijke beïnvloedingspogingen te mitigeren en is het van belang dat platformen hun verantwoordelijkheid nemen in het beschermen van het publieke debat.
Is het denkbaar dat er nog meer trollenlegers actief zijn geweest rond de verkiezingen dan bekend is dankzij dit onderzoek. Zo ja, hoeveel? Op welke manier is dat volgens u in de toekomst te voorkomen?
Zie antwoord vraag 8.
Deelt u de mening dat platforms die zich niet aan de regels houden gestraft moeten worden en dat websites en platforms bij herhaalde en grove schending (tijdelijk) uit de lucht moeten worden gehaald? In hoeverre hebben de socialemediaplatformen volgens u de verantwoordelijkheid om buitenlandse nepaccounts die zich mengen in maatschappelijke discussies in Nederland te weren en offline te halen; op basis van welk beleid of wetgeving kunt u hen hier ook verantwoordelijk voor houden? Hoe zou de aanstaande wetgeving (denk aan de Digitaledienstenverordening, de Verordening artificiële intelligentie en Digital Fairness Act) en handhaving hierop een rol van betekenis in kunnen spelen?
Het kabinet acht het van belang dat sociale media platformen hun verantwoordelijkheid nemen in het beschermen van de integriteit van het verkiezingsproces. Zo verplicht de digitaledienstenverordening DSA zeer grote online platformen en zoekmachines (VLOPs en VLOSEs) om systeemrisico’s in kaart te brengen en hier maatregelen tegen te nemen. Dit betreft ook risico’s rond verkiezingsprocessen, zoals de verspreiding van desinformatie of opzettelijke manipulatie van de dienst, onder meer door niet-authentiek gebruik (zoals nepaccounts).
Voor het toezicht op en handhaving van de verplichtingen uit de DSA op VLOPs en VLOSEs is de Europese Commissie exclusief bevoegd. Tot op heden heeft de Europese Commissie 9 formele procedures geopend tegen VLOPs, waaronder 4 socialemediabedrijven: Facebook, Instagram, TikTok en X. De overige 5 VLOPs zijn Aliexpress, Temu, Pornhub, XNXX en XVideos. Het kabinet volgt deze en andere lopende onderzoeken met grote interesse en staat samen met andere lidstaten achter de Europese Commissie en de proactieve handhaving van de DSA-verplichtingen.
Tegelijkertijd acht het kabinet het van belang dat platformen ook proactief maatregelen te nemen om onze democratische processen te beschermen, en daarbij niet de onderzoeken van de Commissie afwachten. Daarom zijn er tijdens de afgelopen verkiezing op verschillende manieren gesprekken geweest met de platformen en ga ik, zoals vermeld in antwoord 2, in gesprek met de platformen over platformen over hun verantwoordelijkheden voor het beschermen van het publiek debat en het verkiezingsproces.
Zijn er socialemediaplatformen aangesproken vanwege de buitenlandse nepaccounts die verkiezingen proberen te beïnvloeden. Zo ja, welke maatregelen zijn vervolgens genomen?
In Nederland zijn er door de rijksoverheid geen platformen specifiek aangesproken vanwege buitenlandse nepaccounts. Wel heb ik van de ACM vernomen dat zij de Europese Commissie op de hoogte gebracht van het onderzoek van Trollrensics, waarop de berichtgeving is gebaseerd. Daarnaast heeft het Ministerie van BZK contact gehad met Meta en X over berichten met onjuiste informatie hoe te stemmen. Uw Kamer wordt in de evaluatie van de Tweede Kamerverkiezing hierover geïnformeerd.
Het kabinet moedigt onderzoekers, burgers en maatschappelijke organisaties aan om ook zelf melding te doen bij het desbetreffende platform, als zij stuiten op nepaccounts en content dat ingaat tegen wet- en regelgeving, of het beleid van het platform zelf. Indien een platform niet reageert, dan kan daarover een melding worden gedaan bij de ACM.
Welke concrete maatregelen kunt u nemen om buitenlandse inmenging via sociale media bij verkiezingen te voorkomen en beperken? Zijn deze maatregelen volgens u voldoende?
Voor de maatregelen die wij nemen, verwijs ik naar het antwoord op vraag 7.
Welke maatregelen gaat u nemen om ervoor te zorgen dat kiezers tijdens toekomstige verkiezingen beschermd worden tegen buitenlandse beïnvloeding via sociale media?
Zie het antwoord op vraag 7.
Bent u bereid om deze zorgen bij Europese collega’s onder de aandacht te brengen en ervaringen uit te wisselen om buitenlandse inmenging te voorkomen?
Ja, Nederland neemt actief deel aan verschillende samenwerkingsverbanden, zoals de Rapid Alert System (RAS) en de European Cooperation Network on Elections (ECNE) en de Europese Raadswerkgroep voor het vergroten van weerbaarheid en tegengaan van hybride dreigingen (HWP ERCHT). Ook zet Nederland zich er voor in dat binnen de Raad van Europa wordt samengewerkt om de dreiging van FIMI voor onze democratie tegen te gaan in het kader van het New Democratic Pact.
Het illegale gokplatform Polymarket en de normalisatie van gokken op politiek |
|
Derk Boswijk (CDA) |
|
Arno Rutte (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat een bekende Nederlandse ondernemer in een podcast openlijk vertelde 8.000 euro te hebben gewonnen door te gokken op de Tweede Kamerverkiezingen via het Amerikaanse platform Polymarket?1
Ja.
Hoe beoordeelt u het dat een ondernemer en opiniemaker publiekelijk reclameachtige aandacht genereert voor een illegaal gokplatform? Acht u dit wenselijk in het licht van de maatschappelijke verantwoordelijkheid die publieke figuren dragen?
De Ksa heeft kenbaar gemaakt dat zij van mening is dat Polymarket illegaal kansspelen aanbiedt. Het aanbieden van online kansspelen zonder vergunning is niet alleen onwenselijk, dit is ook verboden. Het bevorderen van kansspelen die zonder vergunning worden georganiseerd, is eveneens verboden. Onder het bevorderen van kansspelen wordt in ieder geval wervings- en reclamediensten ten behoeve van (illegale) kansspelen verstaan.2 Werving voor een verboden product is in navolging daarvan eveneens niet toegestaan en is des te zorgelijker wanneer dit wordt gedaan door mensen die bekend zijn onder een breed publiek. Dergelijke uitlatingen en in het bijzonder het wekken van de indruk dat het om een financieel product zou gaan, kunnen daarnaast bijdragen aan de normalisatie en miskenning van het feit dat het om gokken gaat. Daarom zijn ook voor vergunde kansspelaanbieders reeds strenge reclameregels van kracht, waaronder het verbod op de inzet van rolmodellen bij reclame voor risicovolle kansspelen.
Deelt u de mening dat dit soort uitlatingen kunnen bijdragen aan de normalisatie van online gokken en daarmee ook het risico op gokverslaving vergroot, zeker onder jongeren en jongvolwassenen?
Zie antwoord vraag 2.
Klopt het dat Polymarket zonder vergunning actief is in Nederland en dat de Kansspelautoriteit (Ksa) het bedrijf als illegaal kansspelbedrijf beschouwt? Zo ja, welke stappen onderneemt de Ksa op dit moment tegen Polymarket?
Het is aan de Kansspelautoriteit (Ksa) om te beoordelen of er sprake is van illegale kansspelen. Zoals genoemd in het antwoord op vragen 2 en 3 is de Ksa van mening dat op deze website sprake is van de mogelijkheid tot gokken. De Ksa beraadt zich op vervolgstappen. Over al dan niet lopende onderzoeken doet de Ksa als onafhankelijke toezichthouder geen uitspraken.
Wordt hierbij ook onderzocht of het platform zich actief richt op Nederlandse gebruikers, onder meer via influencers en Nederlandse content?
Zie antwoord vraag 4.
Waarom bestaat er in Nederland geen zwarte lijst waarop illegale gokbedrijven openbaar worden vermeld zoals in België bestaat en waar Polymarket op is geplaatst?
De Ksa publiceert geen zwarte lijst met illegale gokbedrijven. Ten eerste omdat hiermee het risico kan ontstaan dat mensen onnodig worden geattendeerd op deze sites. Ten tweede zou een dergelijke lijst, gezien de snelle omloop van illegaal aanbod, continue aangepast moeten worden. De Ksa heeft op haar website en op haar informatieplatform «OpenOverGokken» een overzicht geplaatst van vergunde kansspelaanbieders, genaamd de Kansspelwijzer. Daarnaast publiceert zij informatie over opgelegde sancties aan illegale aanbieders.
In het licht van bovenstaande overweeg ik niet om een zwarte lijst in te voeren in Nederland, maar werk ik juist aan maatregelen om illegaal aanbod beter tegen te gaan, zoals het op zwart kunnen zetten of blokkeren van illegale websites. In de brief van 14 februari jl. is nader uiteengezet om welke maatregelen het gaat.3
Overweegt u zo’n lijst alsnog in te voeren, bijvoorbeeld naar Belgisch model, zodat consumenten beter kunnen worden gewaarschuwd?
Zie antwoord vraag 6.
Klopt het dat (online) gokken op politiek in Nederland verboden is, ook voor vergunninghoudende aanbieders? Zo ja, welke sancties kunnen worden opgelegd aan bedrijven die dit verbod overtreden? Wordt er onderzocht hoeveel Nederlanders via buitenlandse platforms hebben gegokt op de Nederlandse verkiezingen?
Het klopt dat gokken op politiek in Nederland verboden is. In Nederland zijn weddenschappen bij vergunde kansspelaanbieders toegestaan op sportwedstrijden en elementen van sporten die niet gemakkelijk gemanipuleerd of voorspeld kunnen worden. Indien bedrijven zich hier niet aan houden, treedt de Ksa op. Zij heeft een breed handhavingsinstrumentarium dat varieert van normoverdragende gesprekken tot het opleggen van boetes. De Ksa kan niet zien hoeveel Nederlanders via buitenlandse platforms hebben gegokt op de Nederlandse verkiezingen.
Hoe groot acht u het risico dat cryptogeld en buitenlandse platforms worden gebruikt om de Wet kansspelen op afstand te omzeilen?
De laatste monitoringsrapportage van de Ksa laat zien dat op dit moment ongeveer de helft van het geld wordt ingezet bij illegaal aanbod. Dit kan ook met cryptovaluta zijn.4
Wordt hier structureel op gehandhaafd, bijvoorbeeld in samenwerking met De Nederlandsche Bank of de Financial Intelligence Unit (FIU)?
Ik werk momenteel aan uitbreiding van de instrumenten van de Ksa om illegale aanbieders aan te pakken, zoals geschetst in de brief van mijn ambtsvoorganger van 14 februari jl.5 Daarbij kijk ik ook naar mogelijkheden om effectiever derde partijen, zoals internetserviceproviders, betaaldienstverleners of mediapartijen aan te kunnen spreken op het aanbieden van hun diensten aan illegale aanbieders.
Aangezien het realiseren van nieuwe wet- en regelgeving tijd kost, en omdat bestrijding van illegaliteit urgent is, heeft de Ksa het initiatief genomen in een Alliantie te kijken wat binnen de huidige wet- en regelgeving aanvullend mogelijk is. Dit heb ik eerder geschetst in de beantwoording van Kamervragen over illegale gokaanbieders die zich richten op jongeren.6
Deelt u de zorgen dat de huidige toezichtcapaciteit van de Ksa onvoldoende is om effectief op te treden tegen buitenlandse gokplatforms die zich richten op Nederlandse spelers?
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 10 werk ik aan uitbreiding van de instrumenten van de Ksa om illegale aanbieders aan te pakken. In de afgelopen jaren heeft de Ksa haar capaciteit stevig uitgebreid, met name op het gebied van toezicht en handhaving. Conform de toezichtagenda 2025 zet de Ksa met prioriteit in op het frustreren van de infrastructuur die de illegale online aanbieders gebruiken om hun illegale diensten aan te bieden. Ook verboden reclame, onder meer door affiliates of influencers, krijgt het komende jaar extra aandacht.7
Kunt u toelichten of er sinds de legalisering van online kansspelen extra middelen of bevoegdheden aan de Ksa zijn toegekend om dit type internationale handhaving te versterken?
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 11, heeft de Ksa de afgelopen jaren haar capaciteit voor toezicht en handhaving stevig uitgebreid. In de brief van 14 februari jl. is daarnaast toegelicht dat de aanpak van illegaal aanbod en deelname daaraan een van de speerpunten is van de nieuwe visie op het kansspelbeleid. Daarom wordt geïntensiveerd door middel van het versterken van het handhavingsinstrumentarium. De Ksa werkt daarnaast samen met haar internationale counterparts om illegaliteit samen terug te dringen. De Ksa neemt deel aan diverse samenwerkingsverbanden, Europees en wereldwijd, waarbij samen wordt opgetrokken richting derde partijen en informatie wordt gedeeld.
Bent u bereid om in gesprek te gaan met aanbieders van podcasts en mediaplatforms over hun verantwoordelijkheid om geen ruimte te geven aan promotie of verheerlijking van illegaal online gokken?
Het is aan de Ksa als onafhankelijke toezichthouder om aanbieders van podcasts of mediaplatforms erop aan te spreken wanneer via hun platforms wordt geworven voor illegaal aanbod van kansspelen. De Ksa heeft contact gehad met verschillende personen die publiekelijk Polymarket hebben gepromoot rondom de Nederlandse verkiezingen en ze hierop aangesproken. Met deze personen is gesproken over de kwalijkheid daarvan en ze hebben toegezegd zich in de toekomst van dergelijke activiteiten te onthouden.
Kunt u toezeggen de Kamer op korte termijn te informeren over de voortgang van het onderzoek van de Kansspelautoriteit naar Polymarket, inclusief de vervolgstappen en/of sancties?
Over al dan niet lopende onderzoeken van de Ksa kan ik geen uitspraken doen. Wanneer de Ksa sanctiebesluiten neemt die openbaar kunnen worden gemaakt, dan publiceert de Ksa deze op haar website.
Het bericht dat als je bij de geheime dienst solliciteert, Google dat als eerste weet |
|
Derk Boswijk (CDA) |
|
Rijkaart , Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het bericht van Follow the Money waarin onderbouwd wordt dat sollicitatiegegevens van kandidaten voor de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) via werkenvoornederland.nl automatisch terechtkomen bij Amerikaanse techbedrijven zoals Google, Amazon en Cloudflare?1
Ja.
Herinnert u zich de antwoorden van uw ambtsvoorganger op eerder gestelde schriftelijke vragen over dit onderwerp, waarin juist beweerd werd dat er geen gegevens van sollicitanten bij de AIVD en MIVD gedeeld worden met Google?2
De beantwoording van de eerder gestelde Kamervragen over dit onderwerp is mij bekend.
Hoe verklaart u het verschil tussen die eerdere antwoorden en de uitkomsten van het onderzoek van Follow the Money? Deelt u de mening dat dit verschil niet afgedaan kan worden met verwijzen naar «definitiekwesties» over wanneer iemand wel of niet een sollicitant is? Zo nee, waarom niet?
Ik begrijp dat eerdere beantwoording niet toereikend is. Ik zal hier proberen om eventuele onduidelijkheden weg te nemen. In de beantwoording van de Kamervragen in februari 2025 is verschil gemaakt tussen een sollicitant en een geïnteresseerde bezoeker van werkenvoornederland.nl. Op het moment dat een geïnteresseerde de website werkenvoornederland.nl bezoekt, gebruikt BZK/Organisatie & Personeel Rijk (O&P Rijk) inderdaad Google Analytics. Overigens wordt er momenteel gewerkt aan de uitfasering van Google Analytics plaats en de overstap naar een Europees alternatief, en gebruiken we Google Analytics niet meer voor de vacaturepagina’s van de AIVD en MIVD op werkenvoornederland.nl.
Zodra een geïnteresseerde bezoeker een motivatie en persoonlijke gegevens achter laat om te solliciteren, gebeurt dit in een aparte omgeving. In deze aparte omgeving wordt Google Analytics niet gebruikt. De persoonlijke gegevens van een sollicitant komen dan ook niet bij Google Analytics terecht. Hetzelfde geldt voor het selectieproces, dat offline plaatsvindt.
Deelt u de mening dat het onacceptabel is dat sollicitanten worden gewaarschuwd om «geen informatie over hun sollicitatie te delen», terwijl de overheid zelf informatie over de interesse in een sollicitatie bij de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (onbedoeld) deelt met buitenlandse partijen? Zo nee, waarom niet?
Het actief delen van een (lopende) sollicitatie bij de inlichtingen- en veiligheidsdiensten in je eigen omgeving en het vermelden daarvan op sociale media brengt bepaalde risico's met zich mee. Afgezien van zeer beperkte data van geïnteresseerde bezoekers (zie beantwoording vragen 5 en 7) worden er geen persoonlijke gegevens van sollicitanten gedeeld. De kans dat digitaal gedrag op een website als werkenvoornederland.nl tot dezelfde risico's leidt is daarom kleiner.
Deelt u de zorg van experts dat dit gegevenslek de veiligheid van sollicitanten én daarmee de nationale veiligheid in gevaar kan brengen, met name wanneer deze data via Amerikaanse wetgeving opgevraagd kan worden door Amerikaanse inlichtingendiensten? Zo nee, waarom niet?
Ik deel de mening dat het belangrijk is om zorgvuldig met dergelijke data om te gaan. Het verwerken van gegevens door Google ten behoeve van het gebruik van de analyse functionaliteit van Google Analytics is tot een minimum beperkt. De data die verwerkt worden door middel van Google Analytics, worden conform de Google Analytics 4 (GA4) voorwaarden verwerkt. Indien het noodzakelijk is persoonsgegevens te verwerken, worden deze door Google geaggregeerd, voordat deze onmiddellijk volgens de gestelde voorwaarden verwijderd worden. Er is geen indicatie dat er sprake is of was van een gegevenslek.
Op welke wijze worden gegevens van sollicitanten momenteel verwerkt bij sollicitaties voor de AIVD en MIVD? Kunt u toelichten welke gegevens worden gedeeld, met welke (buitenlandse) partijen en op basis van welke verwerkersovereenkomsten?
Iemand kan solliciteren door een online formulier in te vullen. Deze informatie wordt gebundeld door een Nederlands bedrijf, waarna de AIVD en de MIVD de informatie in hun eigen systemen zetten. De informatie wordt kort hierna verwijderd uit het oorspronkelijke systeem. De diensten doen geen uitspraken over de wijze van verwerking van de gegevens van sollicitanten op de eigen beveiligde systemen.
Klopt het dat bij het klikken op de knop «solliciteren» op werkenvoornederland.nl gegevens van de sollicitant, zoals IP-adres, browsergegevens en klikgedrag, automatisch worden doorgestuurd naar techbedrijven? Zo ja, hoe rijmt u dit met het beveiligingsniveau dat bij sollicitaties voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten vereist is?
O&P-Rijk maakt voor werkenvoornederland.nl gebruik van GA4 dienstverlening van Google. Het IP-adres, de browsergegevens en het klikgedrag van een geïnteresseerde bezoeker wordt verwerkt door Google, conform de Google Analytics 4 (GA4) voorwaarden. Zoals bij vraag 5 aangegeven, betekent dit dat het verwerken van gegevens door Google tot een minimum beperkt is. De diensten maken door middel van publicatie van vacatures op werkenvoornederland.nl gebruik van het platform van BZK/O&P Rijk.
Deze website valt onder het beleid van BZK en er wordt doorlopend gekeken naar – waar nodig – verbeteringen in de processen en informatiebeveiliging.
In hoeverre is de privacy- en cybersecurityrisicoanalyse van de site werkenvoornederland.nl toegespitst op functies bij de AIVD en MIVD? Zijn hier aanvullende maatregelen genomen? Zo nee, waarom niet?
De privacy- en cybersecurityanalyses van de website werkenvoornederland.nl zijn niet toegespitst op de vacatures van de AIVD en de MIVD. BZK/O&P Rijk levert met deze website een generieke dienstverlening en volgt hier het beleid rondom websites bij BZK, het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO), de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en de verplichte richtlijnen websites en andere online middelen van het Forum Standaardisatie.
Het solliciteren op functies bij de AIVD en de MIVD gebeurt in een aparte omgeving, wat een aanvullende (beveiligings)maatregel is.
Waarom is er niet gekozen voor een beveiligd, intern sollicitatieportaal voor functies bij de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, los van het generieke Rijksportaal?
Onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten zijn continu op zoek naar experts en professionals. Een toegankelijk en makkelijk vindbaar portaal, zoals via werkenvoornederland.nl, is noodzakelijk om de juiste doelgroepen te bereiken. Dit is tevens onderdeel van de rijksbrede afspraak dat vacatures altijd worden gepubliceerd op werkenvoornederland.nl. Deze website is als het ware een etalage voor vacatures, waaronder voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Wanneer iemand solliciteert, worden gegevens verwerkt in een apart sollicitatieportaal. Zie ook het antwoord op vraag 3.
Bent u bereid om het sollicitatieproces voor functies bij de AIVD en MIVD onmiddellijk te herzien, zodat gegevens niet (meer) toegankelijk zijn voor partijen buiten de Nederlandse overheid? Zo nee, waarom niet?
Ik hecht veel waarde aan de veiligheid van geïnteresseerden die overwegen te solliciteren bij de diensten en personen die daadwerkelijk solliciteren. Vooralsnog is er geen aanleiding om het sollicitatieproces onmiddellijk te herzien. Er wordt voortdurend bekeken hoe de processen en informatiebeveiliging verbeterd kunnen worden.
Is het wat u betreft denkbaar dat Google weet wie er de afgelopen veertien jaar bij de diensten hebben gesolliciteerd? Zo nee, kunt u onderbouwen waarom dat volgens u niet denkbaar zou zijn?
Die kans is klein, omdat wat via Google Analytics (zowel in het verleden via Universal Analytics als nu via GA4) werd gemeten, zich beperkt tot geaggregeerde webstatistieken van bezoekers van werkenvoornederland.nl. Het gebruik van gegevens is tot een minimum beperkt en wordt door Google enkel in geaggregeerde vorm verwerkt.
Wat betekent dit voor reeds lopende sollicitatieprocedures? Worden sollicitanten achteraf geïnformeerd dat hun gegevens mogelijk bij derden terecht zijn gekomen? Zo nee, waarom niet?
Zoals bij vraag 3 en 6 aangegeven, gebeurt solliciteren in een aparte omgeving. Google heeft geen zicht op deze fase van het sollicitatieproces en daarmee is de impact op lopende sollicitatieprocedures minimaal.
Hoe staat het inmiddels met het onderzoek van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) naar het gebruik van Google Analytics 4 en het mogelijke verbod op het gebruik hiervan?
De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) is in 2022 een onderzoek gestart naar het gebruik van Google Analytics versie 3 (Universal Analytics). Hierover heeft de AP geen besluit gepubliceerd, omdat dit heeft geresulteerd in een berisping voor de partij die Google Analytics in gebruik had genomen. Berispingen worden, conform het openbaarmakingsbeleid van de AP, niet openbaar gemaakt. In het onderzoek ging het om doorgifte van persoonsgegevens naar de VS, wat in strijd kan zijn met de AVG. Nu geldt echter een adequaatheidsbesluit voor de VS (Data Privacy Framework). Hierdoor voldoet doorgifte naar de VS, voor zover er is voldaan aan het DPF, ook aan de eisen van de AVG die gelden voor doorgifte. Het onderzoek naar Google Analytics versie 3 is daarmee ook niet één op één door te trekken naar het gebruik van Google Analytics op dit moment.
Een totaalverbod op Google Analytics opgelegd door de AP ligt nu niet voor de hand. Het is niet aan de AP een oordeel te vellen over de diensten die door Google geleverd worden, aangezien het Europese hoofdkantoor van Google in Ierland is gevestigd. Ook vanuit cookiewetgeving (artikel 11.7a Telecommunicatiewet) is dit niet aan de AP, omdat de Autoriteit Consument & Markt (ACM) de bevoegde toezichthouder is. De AP heeft in overleg met de ACM aan de Minister van Economische Zaken voorgesteld om dit toezicht bij de AP te beleggen. In het kader van toezicht op cookies en online tracking is de AP wel aan het onderzoeken in hoeverre zij wat kan zeggen over welke cookies wel en niet onder de uitzondering van de cookiebepaling kunnen vallen. Wanneer zij daar uitsluitsel over kan geven, ligt onder andere aan het verschuiven van de bevoegdheid op de cookiebepaling.
Hoe oordeelt u over de conclusie van de geraadpleegde experts in het artikel van Follow The Money, dat het gebruik van Google Analytics op werkenvoornederland.nl sowieso niet conform de AVG is, omdat er sprake kan zijn van het verzamelen van identificeerbare persoonsgegevens, maar hier geen toestemming voor gevraagd wordt?
Er worden enkel analytische cookies en geen tracking cookies geplaatst. Dit is, conform regelgeving, opgenomen in het cookie-statement van werkenvoornederland.nl (Cookies - Werken voor Nederland).
Welke maatregelen gaat u nemen om dit lek zo spoedig mogelijk te voorkomen en het vertrouwen in de veiligheid van werken bij de overheid te herstellen?
Zoals ook bij vraag 5 aangegeven, is er geen indicatie dat er sprake is of was van een gegevenslek. Voor de vacaturepagina's van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten die gelezen worden door geïnteresseerden is het gebruik van Google Analytics, inmiddels uitgezet na een nieuwe afweging in het kader van dienstverlening.
De Chinese militaire oefeningen en simulatie van een blokkade rond Taiwan. |
|
Derk Boswijk (CDA), Tom van der Lee (GL), Jan Paternotte (D66), Eric van der Burg (VVD), Raymond de Roon (PVV) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het bericht «Taiwan: China’s massive military drills stir invasion fears» van Deutsche Welle1?
Hoe beoordeelt u deze grootste militaire oefeningen rondom Taiwan ooit?
Deelt u de mening van de Europese Commissie, die middels een verklaring van EDEO heeft aangegeven dat deze oefeningen een nieuwe bedreiging zijn voor internationale vrede en stabiliteit, en oproept af te zien van zulke acties die voor escalatie kunnen zorgen?
Deelt u de mening dat Nederland een extra groot belang heeft bij het handhaven van de status quo in China en Taiwan, mede gezien onze positie in wereldwijde logistiek en de halfgeleiderindustrie?
Heeft u zicht op de exacte impact voor de Nederlandse economie van een langdurige blokkade van Taiwanese havens?
Kunt u deze vragen elk afzonderlijk beantwoorden voor het commissiedebat van 13 januari over de Raad Buitenlandse Zaken?
Het verbieden van hulporganisaties in Gaza en de Westelijke Jordaanoever. |
|
Mpanzu Bamenga (D66), Hanneke van der Werf (D66), Derk Boswijk (CDA) |
|
Aukje de Vries (VVD), David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van recente berichtgeving, waarin wordt gemeld dat Israël tientallen internationale hulporganisaties, waaronder Artsen zonder Grenzen, Save the Children, CARE en Oxfam Novib, per 1 januari de toegang tot Gaza en de Westelijke Jordaanoever ontzegt? Wat is uw beoordeling van deze ontwikkeling?
Deelt u de kwalificatie van landen als het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Canada, Noorwegen en Japan dat de humanitaire situatie in Gaza opnieuw is verslechterd en inmiddels als catastrofaal moet worden aangemerkt? Zo ja, welke consequenties verbindt u daaraan? Zo nee, waarom niet?
Bent u bekend met de open brief van de Ministers van Buitenlandse Zaken van onder meer Frankrijk, Canada, het Verenigd Koninkrijk, Japan en Noorwegen, waarin Israël wordt opgeroepen het besluit terug te draaien om humanitaire hulporganisaties te weren uit Gaza? Waarom heeft Nederland zich tot op heden niet bij deze verklaring aangesloten en bent u bereid dit alsnog te doen? Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet?
Acht u het aanvaardbaar dat hulporganisaties die levensreddende medische zorg, voedselhulp en onderdak bieden, hun werkzaamheden moeten staken terwijl miljoenen Palestijnen, met name in de winterperiode, afhankelijk zijn van deze hulp? Welke risico’s ziet u hierbij voor ondervoeding, ziekte, hongersnood en onderkoeling, gezien het feit dat veel mensen in provisorische tentenkampen leven die al meerdere overstromingen en noodweer hebben moeten doorstaan?
Deelt u de zorg dat deze Israëlische maatregelen tot gevolg kunnen hebben dat naar schatting één op de drie zorginstellingen in Gaza moet sluiten en dat de humanitaire hulpverlening grotendeels kan instorten? Zo ja, welke stappen acht u noodzakelijk om dit te voorkomen?
Welke concrete stappen zet u op dit moment, bilateraal of in EU-verband, om te voorkomen dat de toegang van hulporganisaties per 1 januari daadwerkelijk wordt stopgezet en om ervoor te zorgen dat levensreddende humanitaire hulp doorgang kan blijven vinden?
Hoe beoordeelt u het nieuwe Israëlische registratieproces voor humanitaire ngo’s, waarbij organisaties uitgebreide personeels- en familiegegevens moeten aanleveren en kunnen worden afgewezen op basis van politieke uitingen van individuele medewerkers?
Deelt u de opvatting dat deze registratie-eisen de humanitaire hulp politiseren en daarmee strijdig zijn met de humanitaire beginselen van neutraliteit, onafhankelijkheid en onpartijdigheid? Zo nee, waarom niet?
Hoe beoordeelt u de nieuwe Israëlische wetgeving tegen de United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East (UNRWA) in het licht van de bindende uitspraken van het Internationaal Gerechtshof, waarin expliciet is vastgesteld dat Israël verplicht is de werkzaamheden van UNRWA te faciliteren en niet te belemmeren? Acht u deze wetgeving verenigbaar met het internationaal recht?
Deelt u de opvatting dat het uitsluiten van UNRWA van de VN-Conventie inzake Privileges en Immuniteiten, het afsluiten van water, elektriciteit en communicatie en het dreigen met onteigening van VN-eigendom een ernstige schending vormt van de verplichtingen van Israël als VN-lidstaat en een gevaarlijk precedent schept voor de bescherming van VN-organisaties wereldwijd?
Bent u bereid deze kwestie met urgentie te agenderen binnen Europa en in VN-verband om gezamenlijk druk uit te oefenen, opdat humanitaire hulp niet verder wordt belemmerd? Welke concrete stappen heeft u hiertoe reeds ondernomen?
Welke gevolgen heeft het weren van een aanzienlijk deel van de hulporganisaties volgens u voor de naleving door Israël van zijn verplichtingen onder het internationaal humanitair recht, waaronder de plicht van een bezettende macht om humanitaire hulp toe te laten?
Kunt u toezeggen de Kamer op zeer korte termijn te informeren over de inzet van Nederland in de komende dagen en weken, gezien de acute deadline van 1 januari en de directe gevolgen voor honderdduizenden mensen die afhankelijk zijn van humanitaire hulp?
Het artikel ‘Woede om miljoenenorder: vier miljoen slimme meters komen straks uit China’ |
|
Eric van der Burg (VVD), Pieter Grinwis (CU), Jan Paternotte (D66), Henk Jumelet (CDA), Peter de Groot (VVD), Derk Boswijk (CDA), Felix Klos (D66) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) , Sophie Hermans (minister klimaat en groene groei, minister infrastructuur en waterstaat) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichtgeving dat netbeheerders circa vier miljoen slimme meters gaan inkopen bij Chinese leveranciers? Zo ja, wat is uw oordeel hierover?1
Welke afwegingen zijn gemaakt over de economische afhankelijkheid van China bij de keuze voor deze leveranciers?
Is onderzocht of voldoende capaciteit bestaat bij Europese of Nederlandse producenten om deze meters te leveren? Zo ja, wat zijn de uitkomsten?
Welke risicoanalyses zijn uitgevoerd met betrekking tot nationale veiligheid en cybersecurity bij het gebruik van slimme meters, die geproduceerd zijn door bedrijven gevestigd in China?
Zijn er specifieke dreigingsanalyses voor mogelijke beïnvloeding van het energiesysteem (bijvoorbeeld verbruikscijfers manipuleren of storingen veroorzaken) wanneer apparaten in handen zijn van derde landen met potentiële tegenstellingen?
Hebben de AIVD, MIVD of NCTV hierover advies uitgebracht richting het kabinet of netbeheerders? Kunt u die adviezen openbaar maken of samenvatten?
Welke data worden precies verzameld door deze slimme meters en op welke frequentie (bijvoorbeeld per minuut, per uur)?
Wordt er onderscheid gemaakt tussen noodzakelijke data voor het energienetbeheer en privacygevoelige data? Zo ja, hoe worden die gescheiden?
Welke maatregelen zijn getroffen om te waarborgen dat gegevensuitwisseling volledig conform de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en EU-privacyregels verloopt?
Welke technische safeguards zijn ingebouwd om te voorkomen dat externe (buitenlandse) fabrikanten of andere externe partijen toegang krijgen tot het backend-systeem waarmee meters data uitwisselen?
Is er nog een mogelijkheid dat de Rijksoverheid ingrijpt en deze aanbesteding terugdraait, indien blijkt dat de veiligheid teveel in het geding komt?
Het artikel ‘Hoe de nikkelhandel via Rotterdam Poetins oorlogskas vult en China aan kritieke metalen helpt’ |
|
Derk Boswijk (CDA), Felix Klos (D66) |
|
Aukje de Vries (VVD), David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) , Vincent Karremans (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Hoe de nikkelhandel via Rotterdam Poetins oorlogskas vult en China aan kritieke metalen helpt», waarin wordt beschreven dat de blijvende betrokkenheid van Nederlandse bedrijven bij de import en doorvoer van Russische nikkel en koper direct bijdraagt aan de Russische staatsinkomsten en oorlogseconomie?1
Hoe beoordeelt u het feit dat Nederland en andere lidstaten van de Europese Unie, door Russische nikkel- en koperimport niet te sanctioneren, Rusland jaarlijks met miljarden euro’s aan exportinkomsten blijven voorzien, terwijl Rusland een agressieoorlog voert tegen Oekraïne?
Deelt u de mening dat dit het imago van Nederland en de Europese Unie, evenals de geloofwaardigheid van onze inzet ter ondersteuning van Oekraïne, ondermijnt?
Ziet u mogelijkheden om, in navolging van de Verenigde Staten (VS) en het Verenigd Koninkrijk (VK), in EU-verband de import van Russisch nikkel en koper alsnog aan banden te leggen, bijvoorbeeld door Russische producenten zoals Norilsk Nickel op EU-sanctielijsten te plaatsen? Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet? En waarom kunnen de VS en het VK dit wél?
Hoe beoordeelt u het feit dat voor het vervoer van Russisch nikkel naar Nederland gebruik wordt gemaakt van schimmige constructies met ondoorzichtige eigendomsstructuren en recent opgerichte rederijen, terwijl de daaropvolgende opslag, doorvoer en herexport vanuit Nederland volledig legaal plaatsvinden?
Deelt u de mening dat het zeer onwenselijk is dat Nederlandse bedrijven direct en indirect bijdragen aan het in stand houden van mondiale waardeketens die deze lucratieve export mogelijk maken, en daarbij zelf financieel profiteren van handel die bijdraagt aan de voortzetting van de Russische agressie tegen Oekraïne?
Heeft u deze bedrijven daarop aangesproken?
Ziet u mogelijkheden om werk te maken van het verbieden of beperken van de herexport van Russische metalen vanuit Nederland of de Europese Unie naar landen buiten de EU? Zo ja, welke mogelijkheden ziet u? Zo nee, waarom niet?
Wilt u deze vragen één voor één, op zo kort mogelijke termijn beantwoorden?
Berichtgeving rondom de ratificatie van de EU-Chili geavanceerde kaderovereenkomst (AFA) en de ontwikkeling van een Nederlandse strategie voor kritieke grondstoffen met Chili. |
|
Derk Boswijk (CDA), Elles van Ark (CDA) |
|
Aukje de Vries (VVD), David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Bent u in staat te reflecteren op de bevindingen uit dit artikel over de ratificatie van de EU-Chili geavanceerde kaderovereenkomst (AFA)?1
Kan u aangeven wat de huidige stand van zaken is met betrekking tot de Nederlandse ratificatieprocedure van de EU-Chili geavanceerde kaderovereenkomst (AFA)?
Op welke termijn verwacht u het ratificatiewetsvoorstel aan de Kamer voor te kunnen leggen?
Zou u kunnen aangeven of er bepaalde bezwaren denkbaar zijn tegen ratificatie?
Dit handelsverdrag beoogt meerdere doelen gelijktijdig te realiseren: meer onderlinge handel en investeringen, gezamenlijke aanpak van wereldwijde uitdagingen en verdieping van politieke samenwerking. Bent u het ermee eens dat dit handelsverdrag als model kan dienen voor EU-handelsverdragen met andere landen?
Chili herbergt een van de grootste lithiumreserves van de wereld. Onderschrijft u het belang van stabiele toeleveringsketens van kritieke grondstoffen voor de Nederlandse en Europese markt?
Hoe kijkt u naar het opzetten van een Nederlandse of Europese strategie rondom het structureel vergaren van kritieke grondstoffen in het kader van de agressievere benadering van de markt door onder andere China en de Verenigde Staten?
Bent u het eens dat de AFA een belangrijke bijdrage kan leveren aan de Europese en Nederlandse toegang tot lithium, koper en ook andere zeldzame metalen?
Bent u het in dat kader eens dat de AFA zo spoedig mogelijk in werking moet treden?
Bent u bereid er bij de lidstaten die de AFA nog niet hebben geratificeerd in hun nationale parlement erop aan te dringen dit alsnog zo spoedig mogelijk te doen?
China heeft in 2025 exportbeperkingen ingevoerd op gallium, germanium en andere kritieke grondstoffen; bent u van mening dat dit de urgentie versterkt voor Nederland om de samenwerking met Chili op het gebied van zeldzame aardmetalen te intensiveren?
Bent u bereid om een integrale beleidsnotitie op te stellen over de kansen en uitdagingen voor Nederland op het gebied van zeldzame aardmetalen in Chili, waarin de hierboven genoemde aspecten in samenhang worden bezien?
Kan u toezeggen de Kamer periodiek te informeren over de voortgang van zowel de ratificatie van de EU-Chili AFA als de Nederlandse inzet op het gebied van kritieke grondstoffen met Chili?
De verstorende rol van Hongarije in het beleid van de Europese Unie. |
|
Silvio Erkens (VVD), Derk Boswijk (CDA) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichten «European Parliament condems Hungary’s rule of Law, en Hungary’s Orbán seeks more Russian oil and gas in meeting with Putin»?1
Hoe verhoudt Nederland zich tot de constatering vanuit het Europees Parlement dat Hongarije ernstige en aanhoudende schendingen begaat op het gebied van rechterlijke onafhankelijkheid en corruptie?
Welke gevolgen heeft de constatering dat Hongarije stelselmatig misbruik maakt van de EU-fondsen op de toegang die Hongarije tot deze fondsen heeft?
Klopt het dat Hongarije in september € 16.2 miljard aan SAFE-gelden heeft ontvangen in het kader van de plannen om de defensie-industrie van Europa te versterken?
Welke waarborgen zijn er, nadat dit geld door Hongarije is ontvangen, om ervoor te zorgen dat de gelden niet worden misbruikt?
Zijn er nog andere Europese fondsen waar Hongarije op dit moment gebruik van maakt en waarbij het risico op misbruik hoog is?
Heeft Nederland Hongarije aangesproken op de constatering dat het land misbruik maakt van EU-fondsen? Indien ja, wat was de reactie van de Hongaarse regering?
Welke mogelijke stappen overweegt Nederland om Hongarije in Europees verband te sanctioneren? Is het bijvoorbeeld mogelijk om de Europese Commissie aan te sporen de toegang van Hongarije tot Europese middelen (verder) stop te zetten via het conditionaliteitsregime van verordening 2020/2092 of om een inbreukprocedure te beginnen op basis van artikel 259 VWEU?
Bent u het met de VVD-fractie eens dat het onaanvaardbaar is dat Hongarije EU-fondsen misbruikt? Zeker omdat daar direct en indirect ook geld in zit wat in Nederland is verdiend?
Hoe verhoudt Nederland zich tot de ambities van Hongarije om extra olie en gas vanuit Rusland te importeren?
Wat is de verwachte winst die Rusland maakt met het exporteren van olie en gas naar Hongarije?
Welke alternatieve aanleveringsroutes en alternatieve handelspartners heeft Hongarije om olie en gas te importeren?
Hoe beoordeelt u de relatie tussen de wens van Hongarije om olie en gas uit Rusland te blijven importeren met de houding van Hongarije ten opzichte van de Russische agressie-oorlog tegen Hongarije en het toetredingsproces van Oekraïne tot de Europese Unie?
Welke mogelijkheden zijn er in Europees verband om Hongarije niet langer te betrekken bij de besluitvorming omtrent steun van Europa aan Oekraïne?
Bent u het met de VVD-fractie eens dat het onaanvaardbaar is dat Hongarije nauwe banden met Rusland blijft onderhouden en dat dit Rusland in staat blijft stellen om Oekraïne aan te vallen?
Hoe beoordeelt u de relatie tussen het stemgedrag van Hongarije in Europese Raden en Raden van Buitenlandse Zaken en de All-Weather Comprehensive Strategic Partnership die op 9 mei 2024 tussen China en Hongarije is gesloten?
Hoe beoordeelt u de uitspraak van de Hongaarse Minister van Buitenlandse Zaken Péter Szijjártó dat Europa China niet langer als een «systemic rival» moet zien?
Kunt u deze vragen beantwoorden vóór het debat over de Europese Top van 18 en 19 december?
Het bericht dat Israëlische agenten Palestijnen doden ondanks overgave |
|
Derk Boswijk (CDA) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Hoe beoordeelt u het bericht waarin wordt gemeld dat Israëlische undercoveragenten in Jenin drie Palestijnse mannen zouden hebben doodgeschoten, ondanks dat zij hun handen in de lucht zouden hebben gestoken in een teken van overgave?1
Kunt u bevestigen of laten verifiëren of deze gebeurtenis daadwerkelijk heeft plaatsgevonden?
Deelt u de mening dat ook bevriende democratische staten zoals Israël, gehouden zijn aan het internationaal recht en dat Nederland, als voorvechter daarvan, dit nadrukkelijk moet uitdragen?
Hoe verhoudt dit optreden van Israël zich tot het internationaal humanitair recht?
Bent u bereid om in EU-verband te pleiten voor een onafhankelijk internationaal onderzoek naar deze en vergelijkbare incidenten op de Westelijke Jordaanoever? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de mening dat het associatieverdrag met Israël moet worden heroverwogen als er ernstige mensenrechtenschendingen plaatsvinden door Israël? Valt dit incident daar wat u betreft onder?
Zo ja, bent u bereid om het opschorten van het associatieverdrag bespreekbaar te maken binnen de eerstvolgende EU-Raad Buitenlandse Zaken van 15 december? Zo nee, waarom niet?
De berichten dat Taiwan een initiatief heeft gelanceerd ter verdediging van onderzeese kabels. |
|
Derk Boswijk (CDA), Henk Jumelet (CDA) |
|
Tieman , David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van de berichten over het Taiwanese initiatief ter verdediging van onderzeese kabels genaamd RISK?1
Ziet u ook de risico’s van deze onderzeese kabels in het kader van ongelukken met scheepsvaart en/of sabotage in het kader van hybride oorlogsvoering?
Deelt u de mening dat de vrijheden van de internationale wateren niet in het geding mogen komen en dat het doelbewust beschadigen van internationale onderzeese kabels mogelijk hierop een inbreuk maakt? Zo niet, waarom niet?
Zijn er overeenkomsten te vinden tussen de Chinese dreiging aan het adres van Taiwan en de Russische dreiging richting Europa wat betreft hybride oorlogsvoering, in het bijzonder als het onderwaterinfrastructuur betreft?
Deelt u de mening dat in het kader van het beschermen van internationale onderzeese kabels, het zowel in het belang van Nederland is als dat van Taiwan als er meer wordt gewerkt aan het delen van informatie en het samen opbouwen van kennis om zo de kans op beschadigingen of sabotage aan onderzeese kabels in de Noordzee en de wateren rondom Taiwan te verkleinen?
Bent u bereid zich aan te sluiten bij de vier initiatieven zoals deze worden beschreven in het Taiwanese RISK-initiatief? Zo niet, zou u kunnen uitweiden waarom niet?
Zijn er andere staten waarmee u de banden zou willen verstevigen in het kader van het beschermen van onze cruciale infrastructuur en dus onder andere internationale onderzeese kabels?
Op welke manieren bent u bereid zich in te zetten voor een betere bescherming, internationaal, van de onderzeese kabelinfrastructuur?
Het bericht 'Trollenlegers uit buitenland versterkten politieke en opruiende berichten rond verkiezingen' |
|
Tijs van den Brink (CDA), Derk Boswijk (CDA), Jantine Zwinkels (CDA) |
|
Rijkaart , van Marum |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Trollenlegers uit buitenland versterkten politieke en opruiende berichten rond verkiezingen»?1
Ja, hiervan ben ik op de hoogte.
Kunt u reageren op het onderzoek van RTL Nieuws, waaruit blijkt dat honderden nepaccounts uit Nigeria, Ghana en andere landen op sociale media rond de Nederlandse Tweede Kamerverkiezing het debat beïnvloed hebben?
Pogingen tot beïnvloeding van onze democratie door middel van nepaccounts op sociale mediazijn ernstig en zorgelijk. Gelukkig heeft Nederland een robuuste democratie met transparante en controleerbare verkiezingen, waardoor ik de impact van de nepaccounts als beperkt beschouw. De verkiezingen zijn eerlijk en vrij verlopen. Tegelijkertijd is elke gecoördineerde campagne die het publieke debat rondom het verkiezingsproces mogelijk beïnvloedt, ongeacht de omvang, volstrekt onwenselijk. Het publieke debat is van iedereen en dient daarom niet gemanipuleerd te worden, zeker in relatie tot cruciale democratische processen zoals nationale verkiezingen. Sociale media bedrijven kunnen hiervoor misbruikt worden. Zeer grote online platformen hebben daarom de verplichting om te onderzoeken of hun diensten op deze manier misbruikt kunnen worden, en zo nodig maatregelen te treffen om dat te adresseren.
Ik vind het belangrijk dat platformen verantwoordelijkheid nemen en maatregelen treffen tegen illegale content, desinformatie en gecoördineerd niet-authentiek gedrag. Daarom blijf ik in gesprek met de platformen over hun verantwoordelijkheden voor het beschermen van het publiek debat en het verkiezingsproces, zoals toegezegd in de Kamerbrief over het contact met de platformen.2 Dit gesprek zal ook voor de komende gemeenteraadsverkiezingen plaatsvinden.
We staan er als Nederland niet alleen voor. Samen met de Europese Commissie en andere EU-lidstaten spannen we ons gezamenlijk in om de democratie te verdedigen tegen buitenlandse inmenging. Zo is recent het European Democracy Shield gepubliceerd, en zijn al verschillende onderzoeken tegen zeer grote online platformen gestart in verband met mogelijke overtredingen van de digitaledienstenverordening (DSA). Ik steun de Europese Commissie in haar toezicht en in de lopende onderzoeken, waarbij ook aandacht is voor gecoördineerd niet-authentiek gedrag en manipulatie. Ook zoeken we bilaterale samenwerking en kennisuitwisseling met partners, waaronder Duitsland, Frankrijk en Zweden op, om te leren van hun ervaringen op dit gebied.
Kunt u bevestigen dat het inderdaad ook gaat om Russische invloed?
De diensten doen onderzoek naar statelijke actoren en in welke mate zij een dreiging vormen voor de nationale veiligheid. Wanneer zij stuiten op pogingen tot beïnvloeding, manipulatie of verstoring van de verkiezingen, kunnen en zullen de diensten hun wettelijke bevoegdheden inzetten om dit tegen te gaan. In het openbaar kan ik niet ingaan op individuele gevallen. Immers, dit zou inzicht geven in het huidige kennisniveau van de diensten en daarmee de nationale veiligheid kunnen schaden.
Wel waarschuwen de diensten en de NCTV in zijn algemeenheid dat statelijke actoren onze democratie kunnen en willen ondermijnen.3 De inzet van sociale media, waarbij nepaccounts profielen en berichten proberen te versterken, past in het beeld van de wijze waarop statelijke actoren de democratische rechtsstaat proberen te ondermijnen. Er moet rekening worden gehouden dat deze vorm van heimelijke beïnvloeding veelvuldig voor kan komen, met name rondom verkiezingen.
Hoe oordeelt u over de impact van deze trollenlegers op de verkiezingen?
Ondanks dat iedere poging om het verkiezingsproces te beïnvloeden ongewenst is, betekent het niet dat iedere poging ook een daadwerkelijke invloed heeft. Door het geringe aantal nepaccounts kan worden vastgesteld dat de impact beperkt was. De verkiezingen zijn eerlijk en vrij verlopen. Ondanks dat deze specifieke casus geen grote impact heeft gehad op de afgelopen verkiezingen, kan het meermalig gebruik van nepaccounts door verschillende actoren het vertrouwen in het verkiezingsproces en het publieke debat ondermijnen. Daarom moet de samenleving weerbaar zijn en blijven tegen beïnvloedingspogingen en neemt het kabinet maatregelen om de verkiezingen eerlijk en vrij te laten verlopen. Zie hiervoor het antwoord op vraag 7.
Zijn deze trollenlegers nog steeds actief? In hoeverre is hier inzicht in?
Zie het antwoord op vraag 3.
Herinnert u zich eerdere waarschuwingen van onder andere Europol en de Europese Commissie over buitenlandse informatieoperaties gericht op EU-lidstaten?
Er is binnen de EU veel aandacht voor buitenlandse informatieoperaties gericht op de EU-lidstaten. De Europese Commissie en de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) staan hierover in nauw contact met de lidstaten. Bijvoorbeeld via de Rapid Alert System (RAS), dat in het leven is geroepen om snel met andere lidstaten te communiceren en waar nodig gezamenlijke actie te ondernemen. Nederland neemt actief deel aan de RAS. Zo heeft BZK afgelopen november een bijeenkomst georganiseerd voor de RAS-leden waar mogelijke beïnvloeding van verkiezingen onderdeel van de agenda was.
Gezien de groeiende dreiging van buiten de EU, is in het recent gepresenteerde European Democracy Shield (EUDS) aangekondigd de samenwerking te versterken. Uw Kamer wordt hierover binnenkort, via de gebruikelijke wijze, geïnformeerd.
Welke aanvullende Nederlandse maatregelen zijn sindsdien genomen en hoe verhouden die zich tot de bevindingen in dit RTL-onderzoek?
Het kabinet neemt iedere verkiezing maatregelen om risico’s op buitenlandse beïnvloeding in het verkiezingsproces tegen te gaan. Deze maatregelen worden doorlopend geëvalueerd en aangescherpt waar nodig. Hierbij kijk ik ook naar de ervaringen van andere EU-lidstaten en EU-instellingen. Dit maatregelenpakket omvat onder andere een offensieve aanpak tegen desinformatie en informatiemanipulatie. Over de genomen maatregelen is uw Kamer eerder over geïnformeerd.4
Separaat werk ik in samenwerking met andere departementen uit hoe we eerder en beter zicht kunnen krijgen op buitenlandse beïnvloedingscampagnes (FIMI) die onze Nederlandse belangen willen ondermijnen, zoals een gezonde democratie en maatschappelijke stabiliteit. Het gaat hier dus om detectie-capaciteit. Hierbij leren we van de ervaringen van EU-lidstaten, zoals Frankrijk en Zweden, hoe zij dergelijke FIMI detecteren en hierop reageren. We werken momenteel uit hoe we FIMI-detectie in de Nederlandse context kunnen vormgeven. Uw Kamer wordt hierover na het zomerreces geïnformeerd.
Daarnaast vind ik het van belang dat organisaties die zich inzetten om informatiecampagnes en desinformatie bloot te leggen, zoals factcheckers en onderzoeksjournalisten, hun werk kunnen doen en het publiek blijven informeren.
Ik heb van de ACM vernomen dat zij de Europese Commissie op de hoogte heeft gebracht van het onderzoek van Trollrensics, waarop de berichtgeving is gebaseerd. Verder ga ik, zoals omschreven in het antwoord op vraag 2, wederom in gesprek met de sociale media platformen, over hun verantwoordelijkheden voor het beschermen van het publiek debat en het verkiezingsproces. Dit gesprek zal voor de komende gemeenteraadsverkiezingen plaatsvinden. Tot slot kan het Ministerie van BZK tijdens verkiezingen in contact treden met de platformen X, Meta, TikTok, Google, of Snapchat, indien er signalen zijn over berichten met feitelijk onjuiste informatie over het verkiezingsproces. Met die platformen bestaat de afspraak dat zij deze meldingen van BZK gedurende de verkiezingsperiode met prioriteit behandelen. Dit noemt BZK de «verkiezingen flagger status». Het ministerie heeft geen bevoegdheid om bepaalde content te laten verwijderen. Gedane meldingen worden achteraf wel openbaar gemaakt in de evaluatie van de desbetreffende verkiezing.5 Ik wil verkennen of deze status verder uitgebreid kan worden, om zo ook niet-authentieke campagnes onder de aandacht te brengen van platformen.
Zijn er bij u signalen bekend dat buitenlandse netwerken gericht hebben geprobeerd invloed uit te oefenen op de Nederlandse verkiezingen? Zo ja, in hoeverre is hiervan sprake geweest?
Zoals gezegd in antwoord op vraag 3, passen het gebruik van nepaccounts die profielen en berichten proberen te versterken in het beeld van de wijze waarop statelijke actoren de democratische rechtsstaat proberen te ondermijnen. Daarom neem ik iedere verkiezing maatregelen om de effecten van deze heimelijke beïnvloedingspogingen te mitigeren en is het van belang dat platformen hun verantwoordelijkheid nemen in het beschermen van het publieke debat.
Is het denkbaar dat er nog meer trollenlegers actief zijn geweest rond de verkiezingen dan bekend is dankzij dit onderzoek. Zo ja, hoeveel? Op welke manier is dat volgens u in de toekomst te voorkomen?
Zie antwoord vraag 8.
Deelt u de mening dat platforms die zich niet aan de regels houden gestraft moeten worden en dat websites en platforms bij herhaalde en grove schending (tijdelijk) uit de lucht moeten worden gehaald? In hoeverre hebben de socialemediaplatformen volgens u de verantwoordelijkheid om buitenlandse nepaccounts die zich mengen in maatschappelijke discussies in Nederland te weren en offline te halen; op basis van welk beleid of wetgeving kunt u hen hier ook verantwoordelijk voor houden? Hoe zou de aanstaande wetgeving (denk aan de Digitaledienstenverordening, de Verordening artificiële intelligentie en Digital Fairness Act) en handhaving hierop een rol van betekenis in kunnen spelen?
Het kabinet acht het van belang dat sociale media platformen hun verantwoordelijkheid nemen in het beschermen van de integriteit van het verkiezingsproces. Zo verplicht de digitaledienstenverordening DSA zeer grote online platformen en zoekmachines (VLOPs en VLOSEs) om systeemrisico’s in kaart te brengen en hier maatregelen tegen te nemen. Dit betreft ook risico’s rond verkiezingsprocessen, zoals de verspreiding van desinformatie of opzettelijke manipulatie van de dienst, onder meer door niet-authentiek gebruik (zoals nepaccounts).
Voor het toezicht op en handhaving van de verplichtingen uit de DSA op VLOPs en VLOSEs is de Europese Commissie exclusief bevoegd. Tot op heden heeft de Europese Commissie 9 formele procedures geopend tegen VLOPs, waaronder 4 socialemediabedrijven: Facebook, Instagram, TikTok en X. De overige 5 VLOPs zijn Aliexpress, Temu, Pornhub, XNXX en XVideos. Het kabinet volgt deze en andere lopende onderzoeken met grote interesse en staat samen met andere lidstaten achter de Europese Commissie en de proactieve handhaving van de DSA-verplichtingen.
Tegelijkertijd acht het kabinet het van belang dat platformen ook proactief maatregelen te nemen om onze democratische processen te beschermen, en daarbij niet de onderzoeken van de Commissie afwachten. Daarom zijn er tijdens de afgelopen verkiezing op verschillende manieren gesprekken geweest met de platformen en ga ik, zoals vermeld in antwoord 2, in gesprek met de platformen over platformen over hun verantwoordelijkheden voor het beschermen van het publiek debat en het verkiezingsproces.
Zijn er socialemediaplatformen aangesproken vanwege de buitenlandse nepaccounts die verkiezingen proberen te beïnvloeden. Zo ja, welke maatregelen zijn vervolgens genomen?
In Nederland zijn er door de rijksoverheid geen platformen specifiek aangesproken vanwege buitenlandse nepaccounts. Wel heb ik van de ACM vernomen dat zij de Europese Commissie op de hoogte gebracht van het onderzoek van Trollrensics, waarop de berichtgeving is gebaseerd. Daarnaast heeft het Ministerie van BZK contact gehad met Meta en X over berichten met onjuiste informatie hoe te stemmen. Uw Kamer wordt in de evaluatie van de Tweede Kamerverkiezing hierover geïnformeerd.
Het kabinet moedigt onderzoekers, burgers en maatschappelijke organisaties aan om ook zelf melding te doen bij het desbetreffende platform, als zij stuiten op nepaccounts en content dat ingaat tegen wet- en regelgeving, of het beleid van het platform zelf. Indien een platform niet reageert, dan kan daarover een melding worden gedaan bij de ACM.
Welke concrete maatregelen kunt u nemen om buitenlandse inmenging via sociale media bij verkiezingen te voorkomen en beperken? Zijn deze maatregelen volgens u voldoende?
Voor de maatregelen die wij nemen, verwijs ik naar het antwoord op vraag 7.
Welke maatregelen gaat u nemen om ervoor te zorgen dat kiezers tijdens toekomstige verkiezingen beschermd worden tegen buitenlandse beïnvloeding via sociale media?
Zie het antwoord op vraag 7.
Bent u bereid om deze zorgen bij Europese collega’s onder de aandacht te brengen en ervaringen uit te wisselen om buitenlandse inmenging te voorkomen?
Ja, Nederland neemt actief deel aan verschillende samenwerkingsverbanden, zoals de Rapid Alert System (RAS) en de European Cooperation Network on Elections (ECNE) en de Europese Raadswerkgroep voor het vergroten van weerbaarheid en tegengaan van hybride dreigingen (HWP ERCHT). Ook zet Nederland zich er voor in dat binnen de Raad van Europa wordt samengewerkt om de dreiging van FIMI voor onze democratie tegen te gaan in het kader van het New Democratic Pact.
Een gat in de steun aan Oekraïne |
|
Eric van der Burg (VVD), Derk Boswijk (CDA), Fatimazhra Belhirch (D66), Kati Piri (PvdA), Maes van Lanschot (CDA), Laurens Dassen (Volt), Don Ceder (CU), Hanneke van der Werf (D66) |
|
Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u op de hoogte van de aangenomen motie van het lid Boswijk c.s. waarin de regering verzocht werd zich ervoor in te blijven spannen dat er geen ongewenste gaten vallen in de militaire steun aan Oekraïne?1
Ja.
Kunt u bevestigen dat een deel van het budget voor militaire steun aan Oekraïne van 2026 naar het jaar 2025 vooruit is geschoven?
Ja, het kabinet heeft tijdens voorjaarsbesluitvorming van 2025 besloten om de militaire steun te continueren met € 3,1 miljard op de defensiebegroting voor 2026 (binnen het totaal van € 3,5 miljard steun voor Oekraïne). De militaire en geopolitieke ontwikkelingen rondom Oekraïne hebben er toe geleid dat het kabinet heeft besloten een deel hiervan versneld in 2025 te realiseren.
Klopt het dat daarmee vaststaat dat de militaire steun aan Oekraïne in 2026 flink lager zal zijn dan in dit jaar? Zo ja, wat is het verschil?
De totale militaire steun aan Oekraïne blijft hetzelfde als bij de voorjaarsbesluitvorming is besloten. Een deel van deze steun is versneld in 2025 tot kasuitgaven gekomen. Als direct gevolg van het besluit is een gedeelte van de middelen die oorspronkelijk voor 2026 bestemd waren, reeds dit kalenderjaar uitgegeven. Het totale begrote bedrag aan kasuitgaven zal daardoor ca. € 4,3 miljard voor 2025 bedragen op de defensiebegroting. De momenteel begrote militaire steun op de defensiebegroting aan kasuitgaven voor 2026 bedraagt vooralsnog € 2,1 miljard. Voor 2027 zijn reeds kasuitgaven voor een totaal van € 750 miljoen gereserveerd op de defensiebegroting, mede omdat dit Nederland in staat stelt meerjarige uitgavenverplichtingen aan te gaan (bijvoorbeeld mbt de productie van drones en F16-gerelateerde verplichtingen).
Daarnaast is er in 2025, 2026 en 2027 nog respectievelijk ca. € 0,7 miljard, ca. € 0,5 miljard en ca. € 0,4 miljard beschikbaar op het defensiematerieelfonds voor de eigen krijgsmacht ter vervanging van eerder geleverd materieel.
Voorziet u dat in 2026 de voortzetting van de Oekraïense defensie-industrie in het geding komt? Zo nee, waarom niet?
Dit kabinet onderstreept het belang van het investeren in de Oekraïense defensie-industrie en heeft daartoe reeds meer dan € 1 miljard direct bij bedrijven in Oekraïne verworven. Een deel van deze investeringen zal in 2026 tot daadwerkelijke leveringen aan Oekraïne leiden. Ook in 2026 zal Nederland blijven investeren in de Oekraïense defensie-industrie.
Nederland investeert relatief veel in de Oekraïense defensie-industrie, onder andere via het Drone Line Initiative. Om voortzetting van de productie van de Oekraïense defensie-industrie in 2026 te waarborgen roept dit kabinet ook andere landen op om meer te investeren in de Oekraïense defensie-industrie. Hierbij biedt Nederland ook aan om gebruik te maken van onze contracten, ervaringen en opgedane lessen.
Bent u het ermee eens dat de Oekraïense strijdkrachten onverminderde steun verdienen? Zo nee, waarom niet?
Ja, Nederland blijft Oekraïne politiek, militair, financieel en moreel onverminderd steunen in tijden van oorlog, herstel en wederopbouw, zo lang als nodig is. Daarom is de lijn van het kabinet dat de internationale steun opgevoerd moet worden om Oekraïne in de sterkst mogelijke positie te brengen, waardoor Oekraïne ruimte krijgt bij mogelijke onderhandelingen en Oekraïne zich ook tegen toekomstige Russische agressie kan blijven verdedigen. Het onverminderd ondersteunen van de Oekraïense strijdkrachten met militaire steun is daar uiteraard onderdeel van.
Hoe bent u van plan om te voorkomen dat er ongewenste gaten vallen in de militaire steun aan Oekraïne?
Defensie richt zich op het waarborgen van een doorlopende en betrouwbare militaire steun aan Oekraïne. Tegelijkertijd is ook enige ruimte voor flexibiliteit nodig om te kunnen reageren op veranderende omstandigheden, zowel in Oekraïne als in de internationale steunverlening. Nederland zorgt ervoor dat de samenstelling van de militaire steun nauw aansluit op de behoeften van het Oekraïense Ministerie van Defensie en dat toezeggingen aan Oekraïne ook daadwerkelijk worden gerealiseerd. Naast de eigen inspanningen spoort Nederland ook andere bondgenoten aan om meer steun aan Oekraïne te leveren. Daarmee zet het kabinet in op meerburden sharing. Daarbij wordt ook gekeken naar de inzet van Russische bevroren tegoeden.
Het illegale gokplatform Polymarket en de normalisatie van gokken op politiek |
|
Derk Boswijk (CDA) |
|
Arno Rutte (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat een bekende Nederlandse ondernemer in een podcast openlijk vertelde 8.000 euro te hebben gewonnen door te gokken op de Tweede Kamerverkiezingen via het Amerikaanse platform Polymarket?1
Ja.
Hoe beoordeelt u het dat een ondernemer en opiniemaker publiekelijk reclameachtige aandacht genereert voor een illegaal gokplatform? Acht u dit wenselijk in het licht van de maatschappelijke verantwoordelijkheid die publieke figuren dragen?
De Ksa heeft kenbaar gemaakt dat zij van mening is dat Polymarket illegaal kansspelen aanbiedt. Het aanbieden van online kansspelen zonder vergunning is niet alleen onwenselijk, dit is ook verboden. Het bevorderen van kansspelen die zonder vergunning worden georganiseerd, is eveneens verboden. Onder het bevorderen van kansspelen wordt in ieder geval wervings- en reclamediensten ten behoeve van (illegale) kansspelen verstaan.2 Werving voor een verboden product is in navolging daarvan eveneens niet toegestaan en is des te zorgelijker wanneer dit wordt gedaan door mensen die bekend zijn onder een breed publiek. Dergelijke uitlatingen en in het bijzonder het wekken van de indruk dat het om een financieel product zou gaan, kunnen daarnaast bijdragen aan de normalisatie en miskenning van het feit dat het om gokken gaat. Daarom zijn ook voor vergunde kansspelaanbieders reeds strenge reclameregels van kracht, waaronder het verbod op de inzet van rolmodellen bij reclame voor risicovolle kansspelen.
Deelt u de mening dat dit soort uitlatingen kunnen bijdragen aan de normalisatie van online gokken en daarmee ook het risico op gokverslaving vergroot, zeker onder jongeren en jongvolwassenen?
Zie antwoord vraag 2.
Klopt het dat Polymarket zonder vergunning actief is in Nederland en dat de Kansspelautoriteit (Ksa) het bedrijf als illegaal kansspelbedrijf beschouwt? Zo ja, welke stappen onderneemt de Ksa op dit moment tegen Polymarket?
Het is aan de Kansspelautoriteit (Ksa) om te beoordelen of er sprake is van illegale kansspelen. Zoals genoemd in het antwoord op vragen 2 en 3 is de Ksa van mening dat op deze website sprake is van de mogelijkheid tot gokken. De Ksa beraadt zich op vervolgstappen. Over al dan niet lopende onderzoeken doet de Ksa als onafhankelijke toezichthouder geen uitspraken.
Wordt hierbij ook onderzocht of het platform zich actief richt op Nederlandse gebruikers, onder meer via influencers en Nederlandse content?
Zie antwoord vraag 4.
Waarom bestaat er in Nederland geen zwarte lijst waarop illegale gokbedrijven openbaar worden vermeld zoals in België bestaat en waar Polymarket op is geplaatst?
De Ksa publiceert geen zwarte lijst met illegale gokbedrijven. Ten eerste omdat hiermee het risico kan ontstaan dat mensen onnodig worden geattendeerd op deze sites. Ten tweede zou een dergelijke lijst, gezien de snelle omloop van illegaal aanbod, continue aangepast moeten worden. De Ksa heeft op haar website en op haar informatieplatform «OpenOverGokken» een overzicht geplaatst van vergunde kansspelaanbieders, genaamd de Kansspelwijzer. Daarnaast publiceert zij informatie over opgelegde sancties aan illegale aanbieders.
In het licht van bovenstaande overweeg ik niet om een zwarte lijst in te voeren in Nederland, maar werk ik juist aan maatregelen om illegaal aanbod beter tegen te gaan, zoals het op zwart kunnen zetten of blokkeren van illegale websites. In de brief van 14 februari jl. is nader uiteengezet om welke maatregelen het gaat.3
Overweegt u zo’n lijst alsnog in te voeren, bijvoorbeeld naar Belgisch model, zodat consumenten beter kunnen worden gewaarschuwd?
Zie antwoord vraag 6.
Klopt het dat (online) gokken op politiek in Nederland verboden is, ook voor vergunninghoudende aanbieders? Zo ja, welke sancties kunnen worden opgelegd aan bedrijven die dit verbod overtreden? Wordt er onderzocht hoeveel Nederlanders via buitenlandse platforms hebben gegokt op de Nederlandse verkiezingen?
Het klopt dat gokken op politiek in Nederland verboden is. In Nederland zijn weddenschappen bij vergunde kansspelaanbieders toegestaan op sportwedstrijden en elementen van sporten die niet gemakkelijk gemanipuleerd of voorspeld kunnen worden. Indien bedrijven zich hier niet aan houden, treedt de Ksa op. Zij heeft een breed handhavingsinstrumentarium dat varieert van normoverdragende gesprekken tot het opleggen van boetes. De Ksa kan niet zien hoeveel Nederlanders via buitenlandse platforms hebben gegokt op de Nederlandse verkiezingen.
Hoe groot acht u het risico dat cryptogeld en buitenlandse platforms worden gebruikt om de Wet kansspelen op afstand te omzeilen?
De laatste monitoringsrapportage van de Ksa laat zien dat op dit moment ongeveer de helft van het geld wordt ingezet bij illegaal aanbod. Dit kan ook met cryptovaluta zijn.4
Wordt hier structureel op gehandhaafd, bijvoorbeeld in samenwerking met De Nederlandsche Bank of de Financial Intelligence Unit (FIU)?
Ik werk momenteel aan uitbreiding van de instrumenten van de Ksa om illegale aanbieders aan te pakken, zoals geschetst in de brief van mijn ambtsvoorganger van 14 februari jl.5 Daarbij kijk ik ook naar mogelijkheden om effectiever derde partijen, zoals internetserviceproviders, betaaldienstverleners of mediapartijen aan te kunnen spreken op het aanbieden van hun diensten aan illegale aanbieders.
Aangezien het realiseren van nieuwe wet- en regelgeving tijd kost, en omdat bestrijding van illegaliteit urgent is, heeft de Ksa het initiatief genomen in een Alliantie te kijken wat binnen de huidige wet- en regelgeving aanvullend mogelijk is. Dit heb ik eerder geschetst in de beantwoording van Kamervragen over illegale gokaanbieders die zich richten op jongeren.6
Deelt u de zorgen dat de huidige toezichtcapaciteit van de Ksa onvoldoende is om effectief op te treden tegen buitenlandse gokplatforms die zich richten op Nederlandse spelers?
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 10 werk ik aan uitbreiding van de instrumenten van de Ksa om illegale aanbieders aan te pakken. In de afgelopen jaren heeft de Ksa haar capaciteit stevig uitgebreid, met name op het gebied van toezicht en handhaving. Conform de toezichtagenda 2025 zet de Ksa met prioriteit in op het frustreren van de infrastructuur die de illegale online aanbieders gebruiken om hun illegale diensten aan te bieden. Ook verboden reclame, onder meer door affiliates of influencers, krijgt het komende jaar extra aandacht.7
Kunt u toelichten of er sinds de legalisering van online kansspelen extra middelen of bevoegdheden aan de Ksa zijn toegekend om dit type internationale handhaving te versterken?
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 11, heeft de Ksa de afgelopen jaren haar capaciteit voor toezicht en handhaving stevig uitgebreid. In de brief van 14 februari jl. is daarnaast toegelicht dat de aanpak van illegaal aanbod en deelname daaraan een van de speerpunten is van de nieuwe visie op het kansspelbeleid. Daarom wordt geïntensiveerd door middel van het versterken van het handhavingsinstrumentarium. De Ksa werkt daarnaast samen met haar internationale counterparts om illegaliteit samen terug te dringen. De Ksa neemt deel aan diverse samenwerkingsverbanden, Europees en wereldwijd, waarbij samen wordt opgetrokken richting derde partijen en informatie wordt gedeeld.
Bent u bereid om in gesprek te gaan met aanbieders van podcasts en mediaplatforms over hun verantwoordelijkheid om geen ruimte te geven aan promotie of verheerlijking van illegaal online gokken?
Het is aan de Ksa als onafhankelijke toezichthouder om aanbieders van podcasts of mediaplatforms erop aan te spreken wanneer via hun platforms wordt geworven voor illegaal aanbod van kansspelen. De Ksa heeft contact gehad met verschillende personen die publiekelijk Polymarket hebben gepromoot rondom de Nederlandse verkiezingen en ze hierop aangesproken. Met deze personen is gesproken over de kwalijkheid daarvan en ze hebben toegezegd zich in de toekomst van dergelijke activiteiten te onthouden.
Kunt u toezeggen de Kamer op korte termijn te informeren over de voortgang van het onderzoek van de Kansspelautoriteit naar Polymarket, inclusief de vervolgstappen en/of sancties?
Over al dan niet lopende onderzoeken van de Ksa kan ik geen uitspraken doen. Wanneer de Ksa sanctiebesluiten neemt die openbaar kunnen worden gemaakt, dan publiceert de Ksa deze op haar website.
Het wegnemen van financieringsknelpunten voor het opschalen van de defensie-industrie |
|
Derk Boswijk (CDA) |
|
Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD), Gijs Tuinman (BBB) |
|
|
|
|
Kunt u een stand van zaken geven van wat er tot nog toe gedaan is binnen de vier actielijnen om knelpunten rondom financiering van (de opschaling van) de defensie-industrie te verminderen, zoals omschreven in uw brief van 12 maart 2025? (Kamerstuk 31 125, nr. 133)
Herinnert u zich de aangenomen motie Boswijk over het wegnemen van financieringsknelpunten voor het opschalen van de defensie-industrie, met daarin het verzoek alle aanbevelingen uit het rapport van de specialisten van IDEA uit te voeren? (Kamerstuk 31 125, nr. 136)
Kunt u van ieder van de acht door IDEA geformuleerde knelpunten apart aangeven waar deze aansluiten binnen de vier actielijnen uit de brief van 12 maart 2025?
Kunt u van ieder van de acht door IDEA geformuleerde knelpunten apart aangeven welke stappen Defensie inmiddels heeft gezet om deze knelpunten aan te pakken?
Bent u bereid de onderzoekers van IDEA te vragen of zij van mening zijn dat met de ingezette actielijnen van Defensie daadwerkelijk de door hen op basis van ruim 500 consultaties van Nederlandse en Europese defensiebedrijven en financiële instellingen geconstateerde knelpunten adequaat worden aangepakt? Zo nee, waarom niet?
Kunt u de Kamer voor het eind van 2025 informeren over de uitkomsten van deze uitvraag bij de onderzoekers?
De hongersnood in de Sudanese steden Al-Fasher en Kadugli |
|
Derk Boswijk (CDA) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het bericht dat de voedselwaakhond van de VN – het Integrated Food Security Phase Classification (IPC) – opnieuw hongersnood heeft vastgesteld in twee delen van Sudan, waaronder de zojuist ingenomen stad Al-Fasher?1
Ja.
Hoe beoordeelt u de bevindingen van onder meer de Yale School of Public Health en Clingendael, die na de val van Al-Fasher spreken van massamoorden, martelingen, verkrachtingen en doelgerichte etnische zuiveringen, vooral gericht tegen niet-Arabische bevolkingsgroepen?2
Gedegen en onafhankelijk onderzoek is nodig om feiten te verzamelen over vermeende internationale misdrijven. Op grond van VNVR Resolutie 1593 heeft het Internationaal Strafhof (ICC) sinds 1 juli 2002 rechtsmacht over de situatie in Darfoer. Ook de door de VN-Mensenrechtenraad opgerichte Independent International Fact-Finding Mission for the Sudan (FFM Sudan) doet reeds onderzoek naar de situatie. Nederland heeft op 14 november in de VN-Mensenrechtenraad het belang van waarheidsvinding voor genoemde gruwelijkheden benadrukt en tevens opgeroepen tot een einde aan de mensenrechtenschendingen, naleving van het VN wapenembargo, en het beschikbaar maken van voldoende humanitaire hulp. Tijdens de bijeenkomst is een nieuwe resolutie aangenomen die het mandaat van de FFM uitbreidt, zodat ook specifiek onderzoek kan worden gedaan naar de gebeurtenissen in El Fasher.
Denkt u dat hier mogelijk sprake is van grove schendingen van het internationaal humanitair recht, en dat dit mogelijk kan vallen onder de definitie van genocide zoals vastgelegd in het Genocideverdrag van de Verenigde Naties?
Uit de berichtgeving komt een zeer verontrustend beeld naar voren over de situatie en het kabinet wijst daarom ook op de noodzaak van gedegen en onafhankelijk onderzoek naar de situatie, om vast te stellen of er inderdaad sprake is van internationale misdrijven en de vervolging mogelijk te maken van degenen die daarvoor verantwoordelijk zijn.
Genocide is een uiterst serieuze kwalificatie en daarom is het kabinet in de regel terughoudend om situaties als genocide te kwalificeren. Om genocide vast te stellen, moet aan alle elementen van de juridische definitie van genocide uit het Genocideverdrag worden voldaan: het aantonen van één of meerdere handelingen uit het Genocideverdrag én van genocidale opzet. Hierbij geldt een hoge bewijslast en is grondig feitenonderzoek noodzakelijk.
Daarom zijn uitspraken van internationale gerechts- en strafhoven, eenduidige conclusies volgend uit wetenschappelijk onderzoek, of vaststellingen door de VN-Veiligheidsraad voor het kabinet zwaarwegend bij het kwalificeren van dergelijke handelingen als genocide.
Welke consequenties trekt u op basis van het Genocideverdrag als het oordeel is dat er een genocide zou dreigen in Darfur? Is Nederland verplicht alles in het werk te stellen om een genocide te voorkomen?
Het kwalificeren van een situatie als genocide is geen vereiste voor de toepasselijkheid van de verplichtingen onder het Genocideverdrag voor derde staten zoals Nederland, waaronder de verplichting om genocide te voorkomen. Deze verplichting treedt immers al eerder in werking, namelijk bij het bestaan van betrouwbare aanwijzingen van een ernstig risico op genocide.
Het kabinet spant zich naar vermogen in om verergering van de situatie te voorkomen. Een voorbeeld hiervan is de inzet van het kabinet in de VN-Mensenrechtenraad, als lid van de Soedan kerngroep in de Mensenrechtenraad, samen met Duitsland, Verenigd Koninkrijk, Ierland en Noorwegen, voor de uitbreiding van het mandaat van de Fact-Finding Missionin Soedan, zodat ook specifiek onderzoek kan worden gedaan naar de gebeurtenissen in Darfoer. Op deze manier zet het kabinet in op gedegen en onafhankelijk onderzoek naar de misstanden in Soedan.
Voor verdere uiteenzetting van Nederlandse inzet omtrent Soedan verwijzen we u graag naar de antwoorden op de vragen van het lid Teunissen (PvdD) over de laatste stand van zaken Nederlandse inzet op humanitaire crisis in Soedan (kenmerk:2025Z17931), de Kamerbrief van 24 september jl. inzake de humanitaire situatie in Soedan (Kernmerk: BZ2520148) en de Kamerbrief van 24 november 2025 betreft de ontwikkelingen en humanitaire situatie van El Fasher na de inname door de RSF en de Nederlandse reactie hierop.
Is de val van Al-Fasher en de acute situatie van hongersnood en etnisch geweld tegen burgers voor u reden om zo spoedig mogelijk de diplomatieke druk op de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) op te voeren met als doel dat de VAE al het mogelijke in het werk stelt om te waarborgen dat de burgerbevolking beschermd wordt? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet heeft conform motie-Ceder c.s. (21 501-02, nr. 3276) tijdens de Raad Buitenlandse Zaken in november gepleit voor engagement vanuit de EU met externe actoren, inclusief in de context van EU-GCC relaties. Daarnaast spreekt Nederland binnen de brede bilaterale relatie met de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) ook over de situatie in Soedan, zowel op politiek als hoog-ambtelijk niveau. Zo sprak ik op 19 november jl. met de Minister van Buitenlandse Zaken, Sheikh Abdullah bin Zayed Al Nahyan, waar ik aandacht heb gevraagd voor de situatie in El Fasher en het belang heb onderstreept om te komen tot een einde aan het geweld. Inzet van de gesprekken is constructief engagement met de VAE als een relevante actor die aangeeft bij te willen dragen aan een einde van het conflict.
De VAE is een van de relevante regionale actoren om tot een einde aan het conflict, en tot een vredesovereenkomst te komen. Zo maakt de VAE onderdeel uit van de QUAD – een samenwerkingsverband met de Verenigde Staten, Saoedi-Arabië en Egypte. De QUAD heeft in een verklaring in september jl. opgeroepen tot een wapenstilstand en deze groep landen spreekt met beide partijen om een einde te maken aan het conflict.
Welke stappen heeft Nederland verder tot nu toe gezet, bilateraal of via de EU en de VN, om op te roepen tot bescherming van burgers in Darfur en om daders van deze misdaden ter verantwoording te roepen?
Nederland roept internationaal op tot het beschermen van burgers in Darfoer en tot verantwoording van de daders van misdaden tegen burgers. De Nederlandse diplomatieke inzet vindt bilateraal, in EU-verband en in multilaterale fora plaats. Binnen de Mensenrechtenraad heeft Nederland zich ingespannen om het mandaat van de Fact Finding Mission in Soedan te verlengen en heeft Nederland samen met de EU de strijdende partijen opgeroepen het humanitair oorlogsrecht te respecteren. Het mandaat van de FFM omvat onder meer het verzamelen, analyseren en documenteren van mensenrechtenschendingen en schendingen van het humanitair oorlogsrecht, met als doel straffeloosheid tegen te gaan. De FFM is aangemoedigd om samen te werken met het Internationaal Strafhof.
Vrijdag 14 november jl. heeft in de Mensenrechtenraad, op verzoek van de Soedan-kerngroep waarvan Nederland onderdeel is, een sessie plaatsgevonden over de mogelijke misdrijven tegen burgers in en om El Fasher. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft hier het belang van waarheidsvinding benadrukt en opgeroepen tot het respecteren van het humanitair oorlogsrecht, de naleving van het VN-wapenembargo en het verzekeren van voldoende humanitaire hulp. Tijdens de Raad Buitenlandse Zaken in november zijn sancties aangenomen tegen Abdelrahim Hamdan Dagalo, een zeer hooggeplaatste commandant van de Rapid Support Forces (RSF). Conform de motie-Piri c.s. (21 501-02, nr. 3278) en motie-Piri (21 501-02, nr. 3279) heeft Nederland tijdens de Raad gepleit voor aanvullende sancties tegen verantwoordelijken voor de oorlog, zowel binnen als buiten Soedan, en inclusief de strijdende partijen op het hoogste niveau.
Bent u bereid om, net als bij eerdere crises, stevig(er) diplomatiek op te treden richting de leiders van de Rapid Support Forces (RSF), inclusief het aandringen op sancties tegen verantwoordelijken?
Nederland roept internationaal op tot het stoppen van geweld tegen burgers en pleit voor het tegengaan van straffeloosheid van schendingen van het internationaal recht. Tijdens de Raad Buitenlandse Zaken in november zijn sancties aangenomen tegen Abdelrahim Hamdan Dagalo, een zeer hooggeplaatste commandant van de Rapid Support Forces (RSF). Conform de motie-Piri c.s. (21 501-02, nr. 3278) en motie-Piri (21 501-02, nr. 3279) heeft Nederland tijdens de Raad gepleit voor aanvullende sancties tegen verantwoordelijken voor de oorlog, zowel binnen als buiten Soedan, en inclusief de strijdende partijen op het hoogste niveau.
Bent u bereid het Internationaal Strafhof te ondersteunen bij het verzamelen van relevant bewijsmateriaal? Zo ja, op welke wijze kan Nederland helpen met het verzamelen en aandragen van bewijsmateriaal?
In de afgelopen drie jaren heeft Nederland in totaal 6 miljoen euro aan vrijwillige bijdragen aan het Internationaal Strafhof (ICC) overgemaakt om de algehele onderzoekscapaciteit van het Hof te versterken. Mede met behulp van deze bijdragen heeft het ICC moderne ICT-middelen kunnen aanschaffen ten behoeve van de (digitale) bewijsgaring en kunnen investeren in moderne forensische technologieën. Ook heeft het Parket van de Aanklager (Office of the Prosecutor, OTP) met behulp van deze bijdragen een digitaal portaal – de «OTPLink» – geopend, waardoor eenieder nu online potentieel bewijsmateriaal met het ICC kan delen, waaronder audiovisueel materiaal. Tevens is er geïnvesteerd in gespecialiseerde capaciteit op het gebied van genderspecifieke misdrijven en misdrijven tegen kinderen, onder andere door het in dienst nemen van relevante juridische en praktische experts. De Nederlandse vrijwillige bijdragen van de afgelopen jaren hebben op deze en andere manieren een significante bijdrage geleverd aan de capaciteit van het ICC om bewijsmateriaal te verzamelen en te verwerken.
Bent u bereid om de Kamer op korte termijn te informeren over de actuele stand van zaken rond het conflict in Sudan; de rol van Nederland in diplomatieke, humanitaire en juridische inspanningen; en de inzet richting internationale tribunalen voor gerechtigheid voor de slachtoffers?
Ja. Graag verwijs ik naar de recente Kamerbrief van 24 november 2025 betreft de ontwikkelingen en humanitaire situatie van El Fasher na de inname door de RSF en de Nederlandse reactie hierop.
Kunt u deze vragen met spoed, bij voorkeur binnen een week, beantwoorden?
Het bericht dat als je bij de geheime dienst solliciteert, Google dat als eerste weet |
|
Derk Boswijk (CDA) |
|
Rijkaart , Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het bericht van Follow the Money waarin onderbouwd wordt dat sollicitatiegegevens van kandidaten voor de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) via werkenvoornederland.nl automatisch terechtkomen bij Amerikaanse techbedrijven zoals Google, Amazon en Cloudflare?1
Ja.
Herinnert u zich de antwoorden van uw ambtsvoorganger op eerder gestelde schriftelijke vragen over dit onderwerp, waarin juist beweerd werd dat er geen gegevens van sollicitanten bij de AIVD en MIVD gedeeld worden met Google?2
De beantwoording van de eerder gestelde Kamervragen over dit onderwerp is mij bekend.
Hoe verklaart u het verschil tussen die eerdere antwoorden en de uitkomsten van het onderzoek van Follow the Money? Deelt u de mening dat dit verschil niet afgedaan kan worden met verwijzen naar «definitiekwesties» over wanneer iemand wel of niet een sollicitant is? Zo nee, waarom niet?
Ik begrijp dat eerdere beantwoording niet toereikend is. Ik zal hier proberen om eventuele onduidelijkheden weg te nemen. In de beantwoording van de Kamervragen in februari 2025 is verschil gemaakt tussen een sollicitant en een geïnteresseerde bezoeker van werkenvoornederland.nl. Op het moment dat een geïnteresseerde de website werkenvoornederland.nl bezoekt, gebruikt BZK/Organisatie & Personeel Rijk (O&P Rijk) inderdaad Google Analytics. Overigens wordt er momenteel gewerkt aan de uitfasering van Google Analytics plaats en de overstap naar een Europees alternatief, en gebruiken we Google Analytics niet meer voor de vacaturepagina’s van de AIVD en MIVD op werkenvoornederland.nl.
Zodra een geïnteresseerde bezoeker een motivatie en persoonlijke gegevens achter laat om te solliciteren, gebeurt dit in een aparte omgeving. In deze aparte omgeving wordt Google Analytics niet gebruikt. De persoonlijke gegevens van een sollicitant komen dan ook niet bij Google Analytics terecht. Hetzelfde geldt voor het selectieproces, dat offline plaatsvindt.
Deelt u de mening dat het onacceptabel is dat sollicitanten worden gewaarschuwd om «geen informatie over hun sollicitatie te delen», terwijl de overheid zelf informatie over de interesse in een sollicitatie bij de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (onbedoeld) deelt met buitenlandse partijen? Zo nee, waarom niet?
Het actief delen van een (lopende) sollicitatie bij de inlichtingen- en veiligheidsdiensten in je eigen omgeving en het vermelden daarvan op sociale media brengt bepaalde risico's met zich mee. Afgezien van zeer beperkte data van geïnteresseerde bezoekers (zie beantwoording vragen 5 en 7) worden er geen persoonlijke gegevens van sollicitanten gedeeld. De kans dat digitaal gedrag op een website als werkenvoornederland.nl tot dezelfde risico's leidt is daarom kleiner.
Deelt u de zorg van experts dat dit gegevenslek de veiligheid van sollicitanten én daarmee de nationale veiligheid in gevaar kan brengen, met name wanneer deze data via Amerikaanse wetgeving opgevraagd kan worden door Amerikaanse inlichtingendiensten? Zo nee, waarom niet?
Ik deel de mening dat het belangrijk is om zorgvuldig met dergelijke data om te gaan. Het verwerken van gegevens door Google ten behoeve van het gebruik van de analyse functionaliteit van Google Analytics is tot een minimum beperkt. De data die verwerkt worden door middel van Google Analytics, worden conform de Google Analytics 4 (GA4) voorwaarden verwerkt. Indien het noodzakelijk is persoonsgegevens te verwerken, worden deze door Google geaggregeerd, voordat deze onmiddellijk volgens de gestelde voorwaarden verwijderd worden. Er is geen indicatie dat er sprake is of was van een gegevenslek.
Op welke wijze worden gegevens van sollicitanten momenteel verwerkt bij sollicitaties voor de AIVD en MIVD? Kunt u toelichten welke gegevens worden gedeeld, met welke (buitenlandse) partijen en op basis van welke verwerkersovereenkomsten?
Iemand kan solliciteren door een online formulier in te vullen. Deze informatie wordt gebundeld door een Nederlands bedrijf, waarna de AIVD en de MIVD de informatie in hun eigen systemen zetten. De informatie wordt kort hierna verwijderd uit het oorspronkelijke systeem. De diensten doen geen uitspraken over de wijze van verwerking van de gegevens van sollicitanten op de eigen beveiligde systemen.
Klopt het dat bij het klikken op de knop «solliciteren» op werkenvoornederland.nl gegevens van de sollicitant, zoals IP-adres, browsergegevens en klikgedrag, automatisch worden doorgestuurd naar techbedrijven? Zo ja, hoe rijmt u dit met het beveiligingsniveau dat bij sollicitaties voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten vereist is?
O&P-Rijk maakt voor werkenvoornederland.nl gebruik van GA4 dienstverlening van Google. Het IP-adres, de browsergegevens en het klikgedrag van een geïnteresseerde bezoeker wordt verwerkt door Google, conform de Google Analytics 4 (GA4) voorwaarden. Zoals bij vraag 5 aangegeven, betekent dit dat het verwerken van gegevens door Google tot een minimum beperkt is. De diensten maken door middel van publicatie van vacatures op werkenvoornederland.nl gebruik van het platform van BZK/O&P Rijk.
Deze website valt onder het beleid van BZK en er wordt doorlopend gekeken naar – waar nodig – verbeteringen in de processen en informatiebeveiliging.
In hoeverre is de privacy- en cybersecurityrisicoanalyse van de site werkenvoornederland.nl toegespitst op functies bij de AIVD en MIVD? Zijn hier aanvullende maatregelen genomen? Zo nee, waarom niet?
De privacy- en cybersecurityanalyses van de website werkenvoornederland.nl zijn niet toegespitst op de vacatures van de AIVD en de MIVD. BZK/O&P Rijk levert met deze website een generieke dienstverlening en volgt hier het beleid rondom websites bij BZK, het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO), de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en de verplichte richtlijnen websites en andere online middelen van het Forum Standaardisatie.
Het solliciteren op functies bij de AIVD en de MIVD gebeurt in een aparte omgeving, wat een aanvullende (beveiligings)maatregel is.
Waarom is er niet gekozen voor een beveiligd, intern sollicitatieportaal voor functies bij de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, los van het generieke Rijksportaal?
Onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten zijn continu op zoek naar experts en professionals. Een toegankelijk en makkelijk vindbaar portaal, zoals via werkenvoornederland.nl, is noodzakelijk om de juiste doelgroepen te bereiken. Dit is tevens onderdeel van de rijksbrede afspraak dat vacatures altijd worden gepubliceerd op werkenvoornederland.nl. Deze website is als het ware een etalage voor vacatures, waaronder voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Wanneer iemand solliciteert, worden gegevens verwerkt in een apart sollicitatieportaal. Zie ook het antwoord op vraag 3.
Bent u bereid om het sollicitatieproces voor functies bij de AIVD en MIVD onmiddellijk te herzien, zodat gegevens niet (meer) toegankelijk zijn voor partijen buiten de Nederlandse overheid? Zo nee, waarom niet?
Ik hecht veel waarde aan de veiligheid van geïnteresseerden die overwegen te solliciteren bij de diensten en personen die daadwerkelijk solliciteren. Vooralsnog is er geen aanleiding om het sollicitatieproces onmiddellijk te herzien. Er wordt voortdurend bekeken hoe de processen en informatiebeveiliging verbeterd kunnen worden.
Is het wat u betreft denkbaar dat Google weet wie er de afgelopen veertien jaar bij de diensten hebben gesolliciteerd? Zo nee, kunt u onderbouwen waarom dat volgens u niet denkbaar zou zijn?
Die kans is klein, omdat wat via Google Analytics (zowel in het verleden via Universal Analytics als nu via GA4) werd gemeten, zich beperkt tot geaggregeerde webstatistieken van bezoekers van werkenvoornederland.nl. Het gebruik van gegevens is tot een minimum beperkt en wordt door Google enkel in geaggregeerde vorm verwerkt.
Wat betekent dit voor reeds lopende sollicitatieprocedures? Worden sollicitanten achteraf geïnformeerd dat hun gegevens mogelijk bij derden terecht zijn gekomen? Zo nee, waarom niet?
Zoals bij vraag 3 en 6 aangegeven, gebeurt solliciteren in een aparte omgeving. Google heeft geen zicht op deze fase van het sollicitatieproces en daarmee is de impact op lopende sollicitatieprocedures minimaal.
Hoe staat het inmiddels met het onderzoek van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) naar het gebruik van Google Analytics 4 en het mogelijke verbod op het gebruik hiervan?
De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) is in 2022 een onderzoek gestart naar het gebruik van Google Analytics versie 3 (Universal Analytics). Hierover heeft de AP geen besluit gepubliceerd, omdat dit heeft geresulteerd in een berisping voor de partij die Google Analytics in gebruik had genomen. Berispingen worden, conform het openbaarmakingsbeleid van de AP, niet openbaar gemaakt. In het onderzoek ging het om doorgifte van persoonsgegevens naar de VS, wat in strijd kan zijn met de AVG. Nu geldt echter een adequaatheidsbesluit voor de VS (Data Privacy Framework). Hierdoor voldoet doorgifte naar de VS, voor zover er is voldaan aan het DPF, ook aan de eisen van de AVG die gelden voor doorgifte. Het onderzoek naar Google Analytics versie 3 is daarmee ook niet één op één door te trekken naar het gebruik van Google Analytics op dit moment.
Een totaalverbod op Google Analytics opgelegd door de AP ligt nu niet voor de hand. Het is niet aan de AP een oordeel te vellen over de diensten die door Google geleverd worden, aangezien het Europese hoofdkantoor van Google in Ierland is gevestigd. Ook vanuit cookiewetgeving (artikel 11.7a Telecommunicatiewet) is dit niet aan de AP, omdat de Autoriteit Consument & Markt (ACM) de bevoegde toezichthouder is. De AP heeft in overleg met de ACM aan de Minister van Economische Zaken voorgesteld om dit toezicht bij de AP te beleggen. In het kader van toezicht op cookies en online tracking is de AP wel aan het onderzoeken in hoeverre zij wat kan zeggen over welke cookies wel en niet onder de uitzondering van de cookiebepaling kunnen vallen. Wanneer zij daar uitsluitsel over kan geven, ligt onder andere aan het verschuiven van de bevoegdheid op de cookiebepaling.
Hoe oordeelt u over de conclusie van de geraadpleegde experts in het artikel van Follow The Money, dat het gebruik van Google Analytics op werkenvoornederland.nl sowieso niet conform de AVG is, omdat er sprake kan zijn van het verzamelen van identificeerbare persoonsgegevens, maar hier geen toestemming voor gevraagd wordt?
Er worden enkel analytische cookies en geen tracking cookies geplaatst. Dit is, conform regelgeving, opgenomen in het cookie-statement van werkenvoornederland.nl (Cookies - Werken voor Nederland).
Welke maatregelen gaat u nemen om dit lek zo spoedig mogelijk te voorkomen en het vertrouwen in de veiligheid van werken bij de overheid te herstellen?
Zoals ook bij vraag 5 aangegeven, is er geen indicatie dat er sprake is of was van een gegevenslek. Voor de vacaturepagina's van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten die gelezen worden door geïnteresseerden is het gebruik van Google Analytics, inmiddels uitgezet na een nieuwe afweging in het kader van dienstverlening.
Bent u bekend met de berichten over rivaliserende jongerengroepen in de IJmond en de zorgen van bewoners over de toegenomen onveiligheid en spanningen?1
Ja.
In hoeverre spelen volgens u sociale media een rol bij het organiseren, aanwakkeren of zichtbaar maken van deze rivaliteit tussen jongeren? Zijn er aanwijzingen dat online conflicten of filmpjes leiden tot escalatie op straat?
Rivaliteit onder jongeren is een decennialang bestaand verschijnsel, waarbij gebeurtenissen leiden tot escalatie. Dat sociale media inmiddels een grote rol spelen bij de wijze waarop jongeren uiting geven aan onderlinge rivaliteit is bekend. Geweldsincidenten onder rivaliserende jongeren kennen vaak ook een online aanleiding, zo is door onderzoekers bevestigd.2 Online uitingen kunnen hierbij functioneren als een katalysator. Het fenomeen kenmerkt zich door een hybride en fluïde karakter, waarin online en offline interacties en geweldsvormen met elkaar verweven zijn en ook de samenstelling van groepen regelmatig verandert.
Hoe wordt binnen de politie en gemeenten omgegaan met het signaleren van spanningen op sociale media en worden jongeren of ouders hier actief over geïnformeerd of gewaarschuwd?
Verschillende partijen spelen een rol bij het signaleren van spanningen in de hybride leefwereld van jongeren. Zo kunnen primair ouders zorgelijk gedrag signaleren. Er zijn diverse organisaties die ouders hierbij handelingsperspectief bieden en ook scholen proberen hierin een rol te vervullen richting ouders. Binnen de basisteams van de politie zijn digitale wijkagenten actief die spanningen kunnen signaleren. De digitale wijkagent heeft in de praktijk diverse taken; naast de basispolitiezorg, surveilleert hij online en monitort hij open bronnen. Een digitale wijkagent staat in verbinding met de wijkagenten op het basisteam, soms ook met jongerenwerkers en (jeugd-)boa’s en weet wat er speelt op lokaal niveau in de digitale wereld (zoals op sociale media).
Voor de aanpak van problematische jeugdgroepen wordt onder regie van de burgemeester samengewerkt met de politie, jongerenwerk en het Openbaar Ministerie. Afhankelijk van de lokale problematiek sluiten ook andere partners aan, zoals (jeugd-)reclassering en partners vanuit het sociaal domein. Voor deze aanpak is een model opgesteld ten behoeve van lokale samenwerkingsverbanden, het zogeheten 7-stappen-model voor jeugdgroepen. Aan de hand van zeven te doorlopen stappen wordt beschreven welke rol alle betrokken partijen hebben en welke informatie ze daarbij van elkaar nodig hebben om optimaal te kunnen samenwerken.3 Waar nodig kan vanuit deze groepsaanpak worden opgeschaald naar een persoonsgerichte aanpak, bijvoorbeeld in het Zorg- en Veiligheidshuis. Door de combinatie van preventie, zorg en repressie kan zo een effectieve aanpak worden neergezet.
Deze samenwerking kan lokaal nader vormgegeven worden en kan per gemeente verschillen. Partners werken samen aan het in beeld brengen van de jeugdgroep,4 het bepalen of en hoe de leden van de groep aangepakt of benaderd worden en het daadwerkelijk aanpakken van de geprioriteerde jeugdgroepen. Bijvoorbeeld het bieden van passende hulp en begeleiding of een strafrechtelijke aanpak.
Professionals in de wijk kennen de jongeren en hun omgeving het beste en zij schatten ook het beste in wie welke zorg en ondersteuning nodig hebben. Elke gemeente is verantwoordelijk voor de eigen preventieve aanpak van (jeugd)criminaliteit en maakt eigen afwegingen over de inzet van professionals. Zo kan jongerenwerk (sommige gemeenten zetten straatcoaches of jeugdboa’s in), door het laagdrempelige contact met jongeren, een belangrijke rol spelen bij het vroegtijdig signaleren van spanningen, waardoor mogelijke escalatie kan worden voorkomen.
Binnen het jeugdstrafrecht wordt een persoonsgerichte aanpak toegepast, gericht op het verminderen van het risico op recidive door criminogene factoren te beperken en beschermende factoren te versterken door de inzet van passende interventies. Strafrechtelijk optreden alleen is vaak ontoereikend om jeugdcriminaliteit terug te dringen en dient te worden ingebed in een keten van preventie tot en met nazorg.
Hoe verloopt de samenwerking tussen politie, gemeente, jongerenwerk en het Openbaar Ministerie in de aanpak van deze problematiek?
Zie antwoord vraag 3.
Ziet u aanleiding om een proefaanpak te ontwikkelen voor kleinere gemeenten die te maken hebben met grootstedelijke problematiek, zoals rivaliserende jongerengroepen, sociale media-incidenten of jeugdcriminaliteit, om hen beter te ondersteunen met kennis, capaciteit en preventieprogramma’s?
Ik onderschrijf het belang van een effectieve lokale aanpak. Ik zie geen aanleiding voor een proefaanpak. Gemeenten kunnen al gebruik maken van het 7-stappen-model. Op de site van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid is hierover meer informatie beschikbaar.
Naast deze modelaanpak zijn een aantal gemeenten, met middelen vanuit mijn ministerie, bezig met de doorontwikkeling van een specifieke aanpak voor deze problematiek. Daar wordt ervaring opgedaan met een regionale aanpak tussen gemeenten en met een aanpak van geweld tussen groepen. Op basis van een analyse wie er verantwoordelijk is voor het geweld wordt geacteerd richting bepaalde jongeren. Met deze aanpak wordt momenteel ervaring opgedaan en de geleerde lessen kunnen gedeeld worden gedeeld met de andere gemeenten.
Vanuit het lerend programma Preventie met Gezag zetten we gericht in op 27 gemeenten met structurele middelen, in die wijken waar de problematiek daarom het meeste vraagt. Zoals het nieuwsbericht aangeeft, zijn er ook (kleinere) gemeenten die te maken hebben met (georganiseerde en ondermijnende) jeugdcriminaliteit van relatief grote omvang. Daarom is in 2024 besloten om voor 20 (kleinere) gemeenten naast de meerjarige aanpak voor 27 gemeenten, een tijdelijke impuls te bieden. Deze ondersteuning dient als vliegwiel, waarbij de gemeenten binnen drie jaar meer focus kunnen aanbrengen en impact kunnen maken met hun lokale aanpak voor het voorkomen van jeugdcriminaliteit. Ik zet mij in om de geleerde lessen vanuit Preventie met Gezag breder te delen, bijvoorbeeld via de digitale vindplaats van het lerend netwerk Preventie met Gezag (met thema’s als online en grenzen stellend jongerenwerk en Veiligheid in en om de School).
Ik begrijp dat betrokken gemeenten de ambitie hebben om hun weerbaarheid te verhogen en juich dat ook toe. Het is de realiteit dat niet alle gemeenten in Nederland financieel kunnen worden ondersteund. Des te belangrijker is het bouwen van een netwerk en het verspreiden van kennis en ervaring over de aanpak van jeugdcriminaliteit. Gemeenten kunnen deze lessen overnemen, en toepassen in de eigen context.
Kunt u toezeggen de Kamer te informeren over de voortgang van de aanpak van deze jongerengroepen, en de lessen die daaruit getrokken kunnen worden voor andere gemeenten waar vergelijkbare problemen spelen?
Het is uitdrukkelijk het voornemen om andere gemeenten met vergelijkbare problemen te informeren over de werkwijze en resultaten die hierin bereikt zijn. Ik ben graag bereid uw Kamer hierover te informeren.
Bent u bereid om maatregelen te nemen om online jongerengeweld effectiever te bestrijden en voorkomen en zo ja, op welke manier gaat u dit doen?
Ik zet mij via verschillende wegen al in voor het voorkomen en bestrijden van online jongerengeweld. De Kamer is eerder geïnformeerd over de inzet op het versterken van het online jongerenwerk.5 Jongerenwerkers kunnen door hun aanwezigheid op straat en in jongerencentra een offlinebeeld koppelen aan de online inzichten die zij op sociale media verzamelen. Dit maakt dat zij een bijzondere positie kunnen innemen binnen het lokale jeugdveld. Door kennisdeling vanuit het online jongerenwerk kunnen professionals en ouders beter zicht op de online leefwereld van jongeren verkrijgen. Tevens biedt de online aanwezigheid van jongerenwerkers voor jongeren een plek waar zij online terecht kunnen met hun onveiligheidsgevoelens en andere zorgen. Uit deze werkzaamheden van het online jongerenwerk kan een signalerende, normerende en preventieve rol volgen.
Daarnaast is het lespakket Mijn Cyberrijbewijs kosteloos beschikbaar voor scholen. Dit lespakket, dat zich richt op kinderen van groep 7 en 8 van het primair onderwijs, beoogt de digitale weerbaarheid van leerlingen te verhogen. Zo leren zij hoe ze onveilige situaties kunnen voorkomen en wat ze kunnen doen als ze toch in een vervelende situatie terecht komen.
Naast de al lopende maatregelen heeft mijn ambtsvoorganger uw Kamer in het voorjaar geïnformeerd over het onderzoek dat ik door het Verwey-Jonker instituut laat doen naar de aanpak van online geweld, als onderdeel van de aanpak van geweld in het publieke- en semipublieke domein.6 In dit onderzoek hebben de onderzoekers ook aandacht voor de invloed van online uitingen op het ontstaan en de escalatie van daadwerkelijk geweld. Uw Kamer wordt dit najaar nog geïnformeerd over de uitkomsten van dit onderzoek en de beleidsvoornemens die ik hieraan verbind.
Deelt u de mening dat het plaatsen van beelden van slachtoffers op sociale media strafbaar moet worden?
De Kamerleden Kuik (CDA) en Mutluer (GL-PvdA) hebben op 22 juni 2023 een initiatiefwetsvoorstel ingediend tot strafbaarstelling van het openbaar maken van beeldmateriaal van slachtoffers.7 Het lid Boswijk heeft in januari 2024 de verdediging van het voorstel overgenomen van Kuik. Met het initiatiefvoorstel wordt een strafbaarstelling voorgesteld voor het opzettelijk openbaar maken van afbeeldingen van personen die dringend hulp nodig hebben of die ten gevolge van die situatie zijn overleden. Het wetsvoorstel heeft als doel de persoonlijke levenssfeer van slachtoffers te beschermen. Over dit voorstel heeft de Afdeling advisering van Raad van State op 4 oktober 2023 advies uitgebracht.8 In het verslag van de Tweede Kamer en in het advies van de tijdelijke commissie Grondrechten en constitutionele toetsing worden diverse vragen gesteld over de voorgestelde strafbaarstelling.9 Het is nu aan de initiatiefnemers om deze vragen te beantwoorden. Het kabinet zal, zoals gebruikelijk, een inhoudelijk standpunt over dit voorstel innemen bij de plenaire behandeling ervan.
De geestelijke verzorging bij de politie |
|
Derk Boswijk (CDA) |
|
Foort van Oosten (VVD) |
|
|
|
|
Bent u zich ervan bewust dat het politievak morele vorming van politiemensen vereist om goed politiewerk te leveren en op de been te blijven? Hoe is morele vorming van politiemensen nu expliciet en systematisch ingebed in de initiële opleiding en vervolgopleiding?
Om goed politiewerk te kunnen uitoefenen, is een professionele beroepsidentiteit belangrijk. Dit vormt het morele kompas van de politiemedewerker. De basispolitieopleiding niveau 4 (PO21) is erop gericht om de aspirant voor te bereiden op de uitoefening van de politietaak. Dit betekent dat de aspirant tijdens de opleiding kennis en vaardigheden opdoet en een professionele beroepsidentiteit ontwikkelt waar het politiewerk om vraagt. De ontwikkeling van een professionele beroepsidentiteit loopt als een rode draad door de hele basispolitieopleiding heen. Hiervoor is onder andere een geïntegreerd weerbaarheidsprogramma ontwikkeld. Om in aanmerking te komen voor het diploma moet de aspirant aantonen de kennis en vaardigheden te beheersen en een professionele beroepsidentiteit te hebben verworven. Ook in de bacheloropleidingen politieleider, politieagent, wijkagent en rechercheur is de ontwikkeling van een professionele beroepsidentiteit en morele weerbaarheid een vast onderdeel van het curriculum. Daarnaast wordt er in diverse leiderschapsopleidingen aandacht besteed aan moreel leiderschap. Voor politiemedewerkers die zich verder willen verdiepen in morele weerbaarheid biedt het vakspecialistisch politieonderwijs mogelijkheden tot het volgen van aanvullende trainingen en cursussen.
Bent u ermee bekend dat politiemensen bovengemiddeld vaak te maken hebben met geweld, maatschappelijke spanningen, leed en de dood en dat dit leidt tot verhoogde risico’s op morele verwonding, posttraumatische stressstoornis (PTSS) en uitval? Hoe wordt hierin structureel voorzien door middel van geestelijke verzorging, anders dan psychologische hulpverlening?
Het streven van de politieorganisatie is dat politiemedewerkers zo veilig en gezond mogelijk hun werk kunnen uitvoeren. Hierbij ondersteunt de politie als werkgever haar medewerkers door een breed pakket van maatregelen. De werkgever biedt een politiemedewerker waar nodig zorg, aandacht en ondersteuning. De Zorgwijzer1 geeft een overzicht van het zorg- en ondersteuningsaanbod voor politiemedewerkers. Een voorbeeld hiervan is het Team Collegiale Ondersteuning (TCO), dat laagdrempelig ondersteuning biedt aan politiemedewerkers die een heftige gebeurtenis hebben meegemaakt. Het TCO bestaat uit politiemedewerkers die getraind zijn om gesprekken te voeren met hun collega’s. Daarnaast wordt er ook gewerkt aan preventie, zoals de Gezond Werken app. In deze app zijn tips, oefeningen en achtergrondinformatie op diverse thema´s opgenomen.
Naast ondersteuning op het gebied van fysieke en mentale gezondheid, is er in het brede pakket ook aandacht voor zingeving. Bij politiemedewerkers kunnen er in en door het politiewerk existentiële en ethische vragen opkomen. Politiemedewerkers kunnen hierin worden ondersteund door de geestelijk verzorgers. De geestelijk verzorgers maken deel uit van de Veilig en Gezond Werken (VGW) teams in de eenheden en zijn toegankelijk voor alle politiemedewerkers. Dit levert een bijdrage aan duurzame inzetbaarheid en aan goed politiewerk.
Waarom is er voor de krijgsmacht wel structureel geestelijke verzorging ingebed met voldoende capaciteit en is dit bij de politie nog altijd niet op vergelijkbare schaal gerealiseerd, terwijl beide beroepen structureel blootstaan aan existentiële en morele belasting?
De rollen van geestelijk verzorgers bij politie en Defensie zijn verschillend. Militairen worden over de hele wereld uitgezonden. Bij elke uitzending gaan er geestelijk verzorgers mee vanuit diverse denominaties. Dit leidt tot verschillen in inrichting en schaalgrootte ten opzichte van de politie. In tegenstelling tot uitgezonden defensiemedewerkers kunnen politiemedewerkers gebruik maken van levensbeschouwelijke en religieuze steun in hun persoonlijke netwerk en/of religieuze gemeenschap. Deze steun is beschikbaar naast de steun van de geestelijke verzorgers in de eenheden.
Bij de politie is de geestelijke verzorging structureel ingebed. Conform de afspraak in het arbeidsvoorwaardenakkoord sector politie 2018–2020 is de geestelijke verzorging uitgebreid naar 15 fte, zodat er ten minste 1 fte per eenheid beschikbaar is.
Kunt u garanderen dat geestelijke verzorging bij de politie met een beschermd beroepsgeheim en onafhankelijk van de hiërarchie is ingericht, vergelijkbaar met geestelijke verzorging bij de krijgsmacht? Zo nee, hoe wordt dan de vrijplaats beschermd en de noodzakelijke vertrouwensband gewaarborgd?
Iedere politiemedewerker kan een afspraak maken met een geestelijk verzorger zonder dat hiervoor toestemming of tussenkomst van een ander, zoals een leidinggevende, nodig is. Door de geheimhoudingsplicht (art. 272 Sr.) en het verschoningsrecht (art. 218 Sv.) biedt de geestelijk verzorger een veilige plaats waar politiemedewerkers vrijuit kunnen spreken. Ook zijn de geestelijk verzorgers bevoegd zich vrij in de politieorganisatie te bewegen wanneer dit voor de uitvoering van hun functie wenselijk of noodzakelijk is. Hiermee wordt de noodzakelijke vertrouwensband met de politiemedewerker gewaarborgd.
Is er sprake van een langetermijnvisie op de structurele inbedding van geestelijke verzorging bij de politie die de vrijplaats van geestelijke verzorging garandeert, vergelijkbaar met de structurele inbedding bij de krijgsmacht? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 3.
Nederlandse jongeren die zich zorgen maken over oorlog |
|
Derk Boswijk (CDA) |
|
Foort van Oosten (VVD), Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD) |
|
|
|
|
Herkent u de zorgen van kinderen en jongeren over oorlog en veiligheid, zoals blijkt uit het onderzoek van UNICEF?1
De Rijksoverheid neemt de zorgen van kinderen en jongeren zoals uit het onderzoek van Unicef blijkt, uiterst serieus.
Welke verantwoordelijkheden ziet u voor de overheid om ervoor te zorgen dat kinderen in Nederland zich veilig voelen?
De Rijksoverheid werkt aan de veiligheid van kinderen op verschillende gebieden. Zowel op het gebied van fysieke als digitale veiligheid en weerbaarheid. Zo is recentelijk door het kabinet de Strategie Kinderrechten Online gelanceerd. Hierin staat hoe de overheid en organisaties samenwerken aan oplossingen die jongeren helpen om veilig en vaardig op te groeien. Betere ondersteuning voor ouders en het vergroten van de digitale weerbaarheid is hier onderdeel van.
Op welke manier worden kinderen en hun specifieke behoeften en kwetsbaarheden momenteel meegenomen in plannen om Nederland veilig en weerbaar te houden? Kunt u hierbij ingaan op fysieke kwetsbaarheden van jongeren, maar ook op kwetsbaarheden omdat zij midden in hun ontwikkeling zitten en bijvoorbeeld zo veel mogelijk voorkomen moet worden dat zij onderwijs missen?
Het versterken van de weerbaarheid van Nederland is niet alleen een taak voor de overheid, maar ook voor de gehele samenleving. Voor kinderen en jongeren is het van groot belang dat zij worden meegenomen in de plannen om Nederland veilig en weerbaar te houden. De bijdrage van het funderend onderwijs is belangrijk voor de gehele weerbaarheidsopgave en onderstreept ook het belang van continuïteit in deze sector. Om die reden houdt de Rijksoverheid bij het treffen van voorbereidingen op mogelijke crises rekening met kinderen en specifiek ook met kinderen in een kwetsbare positie. Het onderwijs speelt daarin een essentiële rol. Het Ministerie van OCW zet er daarom op in dat de onderwijssectoren van het funderend onderwijs zo goed mogelijk zijn voorbereid op situaties van maatschappelijke ontwrichting, zodat het onderwijs aan alle leerlingen zoveel mogelijk door kan blijven gaan. OCW doet dit samen met andere organisaties in de onderwijssector, die voor de continuïteit van het onderwijs in crisissituaties van belang zijn.
Hoe borgt u dat de belangen van kinderen in crisistijd niet van tafel vallen?
Besluitvorming en communicatie tijdens een crisis ziet toe op de belangen van alle inwoners van Nederland, dus ook van kinderen.
Is er in de communicatie vanuit de overheid over oorlog en mogelijke rampen specifieke aandacht voor kinderen (van 0 tot 18), aangezien veel kinderen aangeven dat hun zorgen een direct gevolg zijn van wat ze zien op televisie en op sociale media?
In november 2025 is de meerjarige publiekscampagne Denk vooruit gestart, inclusief een informatieboekje dat vanaf 25 november bij ruim 8,5 miljoen adressen huis-aan-huis is bezorgd. Dit boekje richt zich op het activeren van het huishouden en is niet specifiek gericht op de zorgen van kinderen. Unicef heeft hier bij de start van de verzendperiode haar zorg over geuit. Wel wordt in deze publicatie aandacht gegeven aan het voeren van het gesprek binnen een huishouden en het gezamenlijk opstellen van een noodplan. Ouders en verzorgers worden gestimuleerd om het gesprek binnen het gezin te voeren. Daarnaast staan er op www.denkvooruit.nl vragen en antwoorden met tips voor ouders/verzorgers om het gesprek met kinderen die zich zorgen maken te voeren en een doorverwijzing naar organisaties die hen hierbij kunnen helpen.
Als onderdeel van de campagne-inzet in 2026 komt er speciale aandacht voor het informeren en activeren van kinderen en jongeren. Daarnaast is er al in een groot aantal veiligheidsregio’s een Risk Factory: een fysiek belevingscentrum voor veiligheid waar basisschoolleerlingen antwoord krijgen op allerlei vragen die gaan over veiligheid en leren hoe ze met deze risico’s om kunnen gaan.
Is bij communicatie vanuit de overheid over crisisparaatheid aandacht voor het feit dat kinderen dit ook zien en dat dit tot zorgen kan leiden? Welke acties neemt u om te zorgen dat kinderen hierover in gesprek kunnen gaan?
Zie antwoord vraag 5. Zie aanvullend ook het antwoord op vraag 3, waaruit blijkt dat het Ministerie van OCW hier ook andere organisaties in de onderwijssector bij betrekt.
Bent u voornemens om binnen de middelen die gereserveerd zijn voor het vergroten van de maatschappelijke weerbaarheid een deel specifiek te bestemmen voor het vergroten van de weerbaarheid van kinderen? Zo ja, welke plannen heeft u hiervoor? Zo nee, waarom niet?
In november 2025 is de meerjarige publiekscampagne Denk vooruit gestart. Als onderdeel van de campagne-inzet in 2026 komt er speciale aandacht voor het informeren en activeren van kinderen en jongeren.
Op welke manier bent u van plan er voor te zorgen dat meer kinderen en jongeren er vertrouwen in krijgen dat de overheid weet wat zij nodig hebben om zich veilig te voelen, aangezien uit de peiling van UNICEF blijkt dat nu slechts een kwart van hen denkt dat de overheid weet wat hiervoor nodig is?
Het is van belang dat de Rijksoverheid blijft investeren in de betrokkenheid van jongeren bij al het beleid dat hen aangaat, waaronder op het gebied van veiligheid. Want jongeren kunnen het beste zelf aangeven hoe hun veiligheidsgevoel versterkt kan worden.
Op de NAVO-top ontvingen de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister-President het manifest over hoe jongeren vrede en veiligheid ervaren in Nederland en hebben ze met jongeren het gesprek gevoerd. Dit manifest is opgesteld door twee Jongerenvertegenwoordigers aan de hand van gesprekken met meer dan 1000 jongeren. Het manifest beschrijft de zorgen van jongeren op het gebied van geopolitieke spanningen, polarisatie in de samenleving, bestaanszekerheid en de digitale wereld. In dit manifest wordt uiteengezet hoe de overheid jongeren beter kan betrekken bij de besluitvorming rondom thema’s als veiligheid en weerbaarheid- fysiek en digitaal. In het gesprek met jongeren op de NAVO-top is afgesproken dat de Minister-President elk half jaar met de Jongerenvertegenwoordigers om tafel gaat, en zijn opvolger motiveert hetzelfde te doen. Tot slot, kwam uit het gesprek naar voren dat de stem van jongeren wordt betrokken in de werkgroep van de Ministeries van Defensie, Justitie en Veiligheid en de NCTV.
Om de stem van jongeren beter te betrekken bij al het beleid dat hen aangaat wordt gewerkt aan een Nationale Jeugdstrategie2. Op 4 september jl. is door jongeren het ontwerp voor de nationale jeugdstrategie gepresenteerd. Dit ontwerp, waar 12.000 jongeren uit Europees en Caribisch Nederland aan meewerkte, bevat aanbevelingen vanuit jongeren op 9 door hen gekozen thema’s (waaronder «politiek en veiligheid»). Het doel van de nationale jeugdstrategie is dat er afspraken worden gemaakt over de manier waarop jongeren duurzaam en structureel betrokken worden bij het maken van beleid. De nationale jeugdstrategie noemt bestaanszekerheid, een verslechterende mentale gezondheid en een gebrek aan toekomstperspectief de drie grootste uitdagingen voor Nederlandse jongeren. De komende tijd werken de Ministeries van VWS, SZW en OCW aan het implementeren van de nationale jeugdstrategie.
Het bericht ‘Woningbouw in gevaar door nieuwe regels netcongestie’ |
|
Henri Bontenbal (CDA), Derk Boswijk (CDA) |
|
Sophie Hermans (minister klimaat en groene groei, minister infrastructuur en waterstaat) (VVD), Mona Keijzer (minister volkshuisvesting en ruimtelijke ordening) (BBB) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Woningbouw in gevaar door nieuwe regels netcongestie»1?
Ja.
Klopt het dat de Autoriteit Consument en Markt (ACM) op 1 januari met een nieuw prioriteringskader voor netcapaciteit komt, maar dat het nog onduidelijk is of de voorrang voor woningbouw daarin blijft bestaan?
Het klopt dat de ACM uiterlijk 1 januari 2026 een nieuw definitief besluit zal nemen voor het prioriteringskader voor transportverzoeken. De verwachting is dat dit besluit midden december zal worden gepubliceerd. De aanleiding voor dit nieuwe besluit is dat het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) het huidige prioriteringskader in maart heeft vernietigd en heeft bepaald dat het prioriteringskader per 1 januari 2026 komt te vervallen. De ACM heeft daarop aangekondigd werk te gaan maken van een nieuw kader dat voldoet aan de gestelde eisen van het CBb. Hiertoe heeft de ACM in juni een ontwerpbesluit gepubliceerd ter consultatie2. In dit nieuwe ontwerpbesluit krijgt woningbouw opnieuw voorrang en zijn mogelijkheden voor woningbouw om voorrang aan te vragen uitgebreid. Als het definitieve besluit aansluit bij het ontwerpbesluit kunnen ook collectieve woonvormen voorrang krijgen, net als individuele woningen die een grotere aansluiting willen. Dit sluit aan bij mijn advies aan de ACM ten aanzien van het prioriteringskader van 16 mei jl. en sluit ook aan bij de Motie Postma3.
Zoals genoemd in de bijlage «voortgang beleid netcongestie» bij de Kamerbrief voortgang netcongestie van 6 oktober4, reserveren de netbeheerders momenteel capaciteit voor het aansluiten van alle (toekomstige) kleinverbruikers, zodat elke kleinverbruiker transportcapaciteit krijgt toegewezen, als die capaciteit er is. Grootverbruikers met prioriteit, zoals ziekenhuizen en defensie, komen ondertussen op de wachtrij. Het risico van deze werkwijze is dat er ook onnodig te veel gereserveerd wordt terwijl er ook partijen op de wachtrij staan. Deze werkwijze doet geen recht aan de volgorde van het prioriteringskader en moet daarom veranderen, ook om de woningbouw opgave te borgen.
Netbeheerders hebben aangegeven tot 1 juli 2026 nodig te hebben om het nieuwe prioriteringskader voor kleinverbruikers te implementeren. Grootverbruikers kunnen per 1 januari 2026 al in lijn met het nieuwe kader prioriteit aanvragen. Voor kleinverbruikers hebben netbeheerders tijd nodig voor het duiden van de impact van het nieuwe kader, het tijdig informeren van klanten en het aanpassen van bedrijfsprocessen. Tot 1 juli 2026 blijft de huidige werkwijze daarom gelden en kan dus ook woningbouw, zolang daar capaciteit voor is, op de bestaande wijze worden aangesloten. Dit biedt ook ruimte aan kleinverbruikers om zich voor te bereiden op de nieuwe werkwijze.
Gelijktijdig met de implementatie van het nieuwe prioriteringskader werken netbeheerders, het Ministerie van Klimaat en Groene Groei, het Ministerie van Volkshuisvestiging en Ruimtelijke Ordening, de ACM en IPO en VNG samen aan de nieuwe werkwijze van eerder aanvragen die zowel voor klein- als grootverbruikers zal gelden. De nieuwe werkwijze zal in lijn zijn met de uitgangspunten van het non-discriminatoir, objectief en transparant toekennen van transportcapaciteit. De prioritaire status van woningbouw wordt hierin geborgd.
Het is in de nieuwe werkwijze belangrijk dat ook prioritaire kleinverbruikers zoals woningbouwprojecten en scholen tijdig worden gemeld bij de netbeheerder en zij zowel transportvermogen als prioriteit aanvragen. Dit eerder aanvragen van vermogen en prioriteit is niet alleen voor netbeheerders een nieuwe werkwijze, maar ook voor gemeenten en projectontwikkelaars. Zij krijgen daarom tijd om zich aan te passen aan deze nieuwe werkwijze en worden betrokken bij de uitwerking van het genoemde proces tot eerder aanvragen. De gereserveerde ruimte wordt daarom ook niet direct na 1 juli aan alle partijen op de wachtrij vrijgegeven door de netbeheerders, maar wordt stapsgewijs beschikbaar gesteld; eerst alleen aan partijen met prioriteit. Dit is noodzakelijk voor een zorgvuldige overgang naar de nieuwe werkwijze.
Het uitganspunt is dat op 1 januari 2027 de nieuwe werkwijze volledig in werking treedt. Ook niet-prioritaire partijen kunnen dan aanspraak maken op de resterende gereserveerde ruimte. Snelheid mag echter niet ten koste van de zorgvuldigheid en uitvoerbaarheid gaan. Tevens zal ook na 1 januari als onderdeel van de overgangsperiode nog een beperkte hoeveel transportcapaciteit achter de hand worden gehouden door netbeheerders, zodat, in het geval van onvoorziene omstandigheden van de nieuwe werkwijze, het nog mogelijk is om bij te sturen.
Wat is uw reactie op de waarschuwing van de gemeenten Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht dat zonder duidelijke afspraken en landelijke regie de bouw van ruim 160.000 woningen en maatschappelijke voorzieningen zoals scholen en laadinfrastructuur in gevaar komt? Hoe groot acht u dit risico?
Het kabinet snapt de zorgen die er zijn bij gemeenten over impact van netcongestie op de bouw van nieuwe woningen en begrijpt de oproep om landelijke regie. De hierboven genoemde afspraken met netbeheerders en de ACM zorgen ervoor dat partijen tijd krijgen om voor woningbouwprojecten capaciteit en prioriteit aan te vragen. De gereserveerde capaciteit blijft tijdens de overgangssituatie beschikbaar voor prioritaire partijen zoals woningbouw. De uitwerking van het eerder aanvragen én toekennen van transportcapaciteit zal er daarnaast voor zorgen dat ook na de overgangssituatie woningbouw zo veel mogelijk door kan gaan.
Dat neemt echter niet weg dat ruimte schaars is, ook in de toekomst. Het is dan ook van belang dat gemeenten bij het opstellen van hun woningbouwplannen rekeninghouden met de schaarse capaciteit en daar efficiënt gebruik van maken door te sturen op netbewuste nieuwbouw.
Publieke laadinfrastructuur is niet opgenomen in het concept prioriteringskader van de ACM. Om aangesloten te kunnen worden is het noodzakelijk dat laadpaalexploitanten afspraken kunnen maken met de netbeheerders over netbewust laden. Dit zodat laadpaalexploitanten, door het net buiten de pieken om te gebruiken, ook in de toekomst perspectief hebben om te kunnen worden aangesloten. Vanuit het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat lopen hierover al gesprekken met de netbeheerders, maar de noodzaak voor alternatieve contractvormen voor laadpalen wordt hiermee vergroot.
Kunt u garanderen dat de nu geldende voorrang voor woningbouw ook in het nieuwe prioriteringskader overeind blijft?
Ook in het nieuwe prioriteringskader van de ACM wordt woningbouw opgenomen als onderdeel van de prioritaire categorie basisbehoefte. Daarmee verandert de voorrang van woningbouw op niet-prioritaire aanvragen niet.
Hoe gaat u ervoor zorgen dat er al ruim vóór 1 januari 2026 voldoende duidelijkheid is voor projectontwikkelaars en gemeenten over het prioriteringskader, zodat lopende woningbouwprojecten niet onverwacht stagneren of stilvallen?
Donderdag 13 november is er een informatiebijeenkomst geweest, georganiseerd door de koepelorganisaties van de medeoverheden -de Vereniging Nederlandse gemeente (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO). Hierin zijn gemeenten en provincies door de ACM, netbeheerders en het Ministerie van Klimaat en Groene Groei geïnformeerd over de ontwikkelingen op het gebied van het prioriteringskader van de ACM en is duidelijkheid gegeven hoe omgegaan zal worden met huidige reserveringen. Hierin zijn de zorgen van aanwezigen geadresseerd en zijn zover toen al bekend bovengenoemde afspraken aan bod gekomen.
Zoals aangegeven bij het antwoord op vraag 2 verandert er niets op 1 januari voor projectontwikkelaars en gemeenten en zullen zij voldoende tijd krijgen om zich aan te passen op de nieuwe werkwijze en goed worden betrokken bij de uitwerking van het proces tot eerder aanvragen.
Wat is uw reactie op de oproep van deze gemeenten met betrekking tot heldere communicatie over de invoering en gevolgen van nieuwe prioriteitsregels, garanties voor een zorgvuldige overgang zodat lopende projecten niet stilvallen en hun betrokkenheid bij gesprekken met o.a. de ACM over het nieuwe prioriteringskader? Kunt u in ieder geval toezeggen dat de gemeenten bij deze gesprekken worden betrokken?
Ja, zowel gemeenten als provincies zullen via de VNG en het IPO worden betrokken bij toekomstige gesprekken over bovenstaande onderwerpen. Duidelijke communicatie is inderdaad van belang, hiervoor zal nauw samen worden gewerkt met de netbeheerders, de ACM, het IPO, de VNG en KGG.
Het bericht dat in Niger christenen tijdens een doopceremonie gedood zijn |
|
Derk Boswijk (CDA) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van de berichtgeving dat gewapende mannen het vuur hebben geopend op christenen in het westen van Niger, waarbij 22 doden vielen, onder wie vijftien mensen tijdens een doopceremonie?1
Ja.
Hoe beoordeelt u de veiligheidssituatie voor onder andere christenen in de Tillabéri-regio en breder in West-Niger, waar volgens Human Rights Watch (HRW) de afgelopen maanden meerdere terreuraanvallen plaatsvonden, met minstens 127 gedode dorpelingen?2
De aanval tegen burgers past helaas in een patroon van geweld dat in Niger en in de genoemde regio toeneemt. Hierbij maken jihadistische groepen grote aantallen burgerslachtoffers.3 Het kabinet betreurt de slachtoffers, veroordeelt het geweld en is bezorgd over de veiligheidssituatie in de regio.
Klopt het dat de junta in Niger sinds de staatsgreep in 2023 beloofde harder tegen terreurgroepen op te treden, maar dat het geweld desondanks is toegenomen?
Ja, het aantal bekende incidenten van jihadistisch geweld is de afgelopen twee jaar toegenomen.4
Welke rol ziet u voor de Europese Unie en Nederland om Niger te ondersteunen bij de bescherming van christenen tegen extremistisch geweld, zeker nu buitenlandse missies zoals de Franse en Amerikaanse zijn teruggetrokken en Niger de banden met Rusland juist heeft aangehaald?
De Nederlandse inzet moet bijdragen aan vermindering van burgerslachtoffers, waaronder christenen in Niger, als gevolg van Jihadistisch geweld. De programma’s van Nederland en van EU-partners zijn primair gericht op het wegnemen van grondoorzaken van extremisme. Deze dragen bijvoorbeeld bij aan lokaal geleidde dialoog om conflict en extremisme te voorkomen en het organiseren van perspectief voor jongeren zodat ze zich minder snel aansluiten bij Jihadistische groepen. Ook zijn er programma’s die zich richten op onderwijs over desinformatie en nepnieuws specifiek in relatie tot Jihadisme.
Klopt het dat Niger (samen met Burkina Faso en Mali) zich inmiddels heeft teruggetrokken uit het Internationaal strafhof? Zo ja, welke consequenties heeft dit voor de mogelijkheden om Niger te ondersteunen?3
De genoemde landen hebben inderdaad aangekondigd zich terug te willen trekken uit het Internationale strafhof, maar hiervoor nog geen juridische stappen ondernomen. Deze beslissing past in een breder patroon van terugtrekking uit verschillende internationale samenwerkingsverbanden op gebied van veiligheid en een soms kritische houding tegenover internationale organisaties waarover Nederland en EU-partners zich zorgen maken. Bij de hierboven genoemde inzet van Nederland en EU-partners, gericht op verbetering van de veiligheidssituatie en het terugdringen van irreguliere migratie, worden deze zorgen serieus meegewogen. Er wordt bijvoorbeeld alleen gewerkt met lokaal geaccepteerde partners en alleen ondersteund op onderwerpen die een gedeeld belang zijn voor Nederland en Niger.
Welke mogelijkheden ziet u om via multilaterale kanalen, zoals de VN of de Afrikaanse Unie, druk uit te oefenen op de junta van Niger om christenen beter te beschermen en de daders van deze aanvallen te vervolgen?
Het geweld is gericht tegen alle burgers in Niger en niet specifiek tegen christenen. Nederland zet zich in, gezamenlijk met de VN en AU tegen het geweld in de Sahel omdat dit een zeer zorgelijke situatie is.
Heeft Nederland momenteel nog ontwikkelings- of veiligheidsprogramma’s in Niger die bijdragen aan stabiliteit in de Sahelregio? Zo ja, welke, en worden deze door de recente toename van geweld bedreigd?
Nederland steunt verschillende programma’s in Niger die bijdragen aan de stabiliteit, veiligheid en het terugdringen van irreguliere migratie in de regio. Daarin werkt Nederland samen met VN-organisaties, alsook internationale, en lokale NGO’s. Deze programma’s richten zich bijvoorbeeld op het voorkomen en oplossen van lokale conflicten tussen gemeenschappen, het voorkomen dat jongeren gerekruteerd worden door gewapende groepen en het tegengaan van desinformatie. Het oplaaiende geweld vormt vooralsnog geen directe bedreiging op onze lopende programmering. Nederland monitort de veiligheidssituatie op de grond nauwgezet.
Hoe wordt de samenwerking met lokale maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers door Nederland ondersteund?
Nederland blijft aanwezig in Niger en werkt samen met maatschappelijke organisaties voor mensenrechten, veiligheid, migratie en humanitaire hulp. Hoewel de ruimte voor deze organisaties om te werken steeds kleiner wordt, is samenwerking met en steun aan hen juist nu van extra belang. Nederland probeert, binnen de ruimte die er, te werken met maatschappelijke organisaties op thema’s die de mensenrechtensituatie in Niger verbeteren. We werken bijvoorbeeld aan toegang tot zorg en tot voedsel.
Bent u bereid de Kamer op korte termijn te informeren over de bredere Nederlandse inzet in de Sahelregio, mede naar aanleiding van deze aanval?
De Kamer is na de een aantal staatsgrepen in de Sahelregio in december 2023 middels een Kamerbrief geïnformeerd over de Nederlandse inzet in de regio.6 Hoewel het uiteraard zal voldoen aan een formeel verzoek, acht het Kabinet de situatie ter plekke en de Nederlandse inzet momenteel niet dermate veranderd dat de Kamer hierover op korte termijn opnieuw geïnformeerd zou moeten worden.
Het bericht op Noordkop247 'Geen demonstratie voor veilige kruising' |
|
Eline Vedder (CDA), Harmen Krul (CDA), Derk Boswijk (CDA) |
|
Tieman , Gijs Tuinman (BBB) |
|
|
|
|
Zou u willen reageren op het bericht op Noordkop247 «Geen demonstratie voor veilige kruising» en daarbij in het bijzonder willen ingaan op de zorgen van bewoners over de verkeersveiligheid rond de N9 en de vlotbruggen?1
De zorgen van de bewoners over de verkeersveiligheid rond de N9 en de vlotbruggen zijn bekend. Daarom is besloten om de kruisingen bij de Burgervlotbrug en de Sint Maartensvlotbrug te verbeteren. Zie ook vraag 3.
Hoe beoordeelt u de huidige verkeersveiligheid op de N9, met name bij de kruisingen en de vlotbruggen, en welke risico’s ziet u voor fietsers, voetgangers en omwonenden?
De N9 is een weg met een zeer gevarieerd verkeersbeeld door stedelijke kernen, buitengebied en kleine dorpskernen. Dit leidt tot verschillen in snelheden en plekken waar snel en langzaam verkeer elkaar kruisen. Na een onderzoek heeft Rijkswaterstaat in 2023/2024 met een aantal kleine, gerichte maatregelen de oversteken bij de vlotbruggen aangepakt. Hierdoor is de situatie voor overstekende voetgangers en fietsers verbeterd.
Welke maatregelen zijn sinds de beantwoording van eerdere door de CDA-fractie gestelde schriftelijke vragen genomen om de verkeersveiligheid rond de N9 en de vlotbruggen te verbeteren?2
Het voorgaande kabinet heeft voor ongeveer € 4 miljoen geïnvesteerd in de verkeersveiligheid in Sint Maartensvlotbrug en Burgervlotbrug. In 2023 en 2024 zijn de maatregelen gerealiseerd. In Burgervlotbrug zijn aan zowel de noordzijde als de zuidzijde van de kruising met de N9 nieuwe fiets/bromoversteken gerealiseerd. Hierbij is ook opstelruimte in de middenberm aangebracht en zijn borden en markeringen aangebracht.
Bij Burgervlotbrug is het aanwezige zebrapad op expliciete wens van omwonenden in het nieuwe ontwerp opgenomen om de oversteekbaarheid zo goed als mogelijk te borgen.
In Sint Maartensvlotbrug zijn betere oversteekvoorzieningen aangebracht en zijn borden en markeringen aangebracht. Hiermee sluit de weginrichting aan op de ontsluitingsfunctie van de weg binnen de bebouwde kom en is de oversteekbaarheid ter hoogte van de bruggen voor met name langzaam verkeer (brom/fiets en voetgangers) verbeterd.
Welke structurele oplossingen, zoals vaste oeververbindingen in plaats van vlotbruggen, worden onderzocht en welke tijdlijn hanteert u daarbij?
De vlotbruggen zijn in beheer van de provincie Noord-Holland. Een onderzoek naar de vervanging van de vlotbruggen is de verantwoordelijkheid van de provincie. In 2017 is een vaste oeververbinding door hen onderzocht. Toen bleek dat de kosten van de aanleg van een nieuwe oeververbinding niet proportioneel waren. De provincie Noord-Holland zal het onderzoek uit 2017 naar de nut- en noodzaak van een vaste oeververbinding gaan herijken. In 2027 worden de resultaten van dit onderzoek verwacht, waarna het aan de provincie Noord-Holland is om te besluiten over het vervolg.
Op dit moment worden geen andere concrete maatregelen onderzocht. Vanuit het eerder uitgevoerde onderzoek naar verkeersveiligheid op de N9, N99 en N250 is wel inzicht in mogelijke oplossingsrichtingen. Mede op basis van dit onderzoek heeft Rijkswaterstaat in 2023/2024 binnen het beschikbare budget enkele maatregelen getroffen (zie beantwoording vraag 2 en 3).
In hoeverre is de verwachte toename van verkeer als gevolg van de groei van de marinebasis Den Helder meegenomen in de berekeningen voor de noodzakelijke investeringen in de N9 en de vlotbruggen?
In juni 2025 hebben het Rijk en de regio onder regie van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in het «Ruimtelijk Arrangement Noord-Holland» afgesproken gezamenlijk te kijken naar mogelijkheden voor een meer weerbaar en veerkrachtig mobiliteitssysteem. Zowel vanuit een civiele als militaire context ingeval van een eventueel voorval of incident. Het is belangrijk dat het mobiliteitssysteem ook in zulke omstandigheden blijft functioneren voor militaire en civiele doeleinden. Dit onderzoek is inmiddels gestart en wordt naar verwachting in 2026 afgerond.
Behalve dit onderzoek worden op dit moment door het Rijk geen berekeningen gemaakt voor investeringen aan de N9 en de vlotbruggen.
Zou u willen inventariseren of er mogelijkheden bestaan om bij de financiering van structurele verbeteringen aan de N9 ook te kijken naar middelen in het kader van de NAVO-norm voor bestedingen aan Defensie, gelet op het strategisch belang van de weg voor de marinebasis Den Helder?
Tijdens de NAVO Top van 24-25 juni jl. is afgesproken om 1,5% van het BBP aan te wenden voor uitgaven aan de weerbaarheid van de maatschappij, waaronder de bescherming van kritieke infrastructuur, civiele paraatheid en cyberverdediging en het versterken van de defensie-industrie en innovatie. De nationale doorvertaling en financiële implicaties van de nieuwe NATO Defence Investment Pledge worden onderzocht. Hierop kan op dit moment nog niet worden vooruitgelopen.
Kunt u aangeven hoe u hierbij samenwerkt met de provincie Noord-Holland en of u bereid bent Rijkswaterstaat nauw met de provincie te laten optrekken?
Bij de uitvoering van de vorig jaar uitgevoerde maatregelen is nauw opgetrokken met de provincie. Er is continu afstemming op verschillende niveaus tussen het Ministerie, Rijkswaterstaat en de provincie. Zo stemmen Rijkswaterstaat, ProRail en provincie tweemaandelijks grootschalige werkzaamheden en vernieuwingsopgaven af met de gemeenten in de Noordkop. Ook de hinderaanpak komt hier aan de orde.
Ook in het kader van het Ruimtelijk Arrangement Noord-Holland (zie ook de beantwoording van vraag 5) werken Rijk en de provincie Noord-Holland actief samen over hoe de ruimte in de provincie wordt ingericht. Hierover vindt periodiek overleg plaats en de partijen hebben langjarige commitment bij de afspraken en de samenwerking.
Welke belemmeringen bij vergunningverlening, omgevingsfactoren of veiligheid, die volgens de genoemde beantwoording van eerdere vragen een rol spelen, zijn specifiek van toepassing op het traject van de N9 en welke stappen zijn sindsdien gezet om deze belemmeringen weg te nemen?
Er zijn geen specifieke belemmeringen bekend.
Welke mogelijkheden ziet u om de uitvoering van noodzakelijke verbeteringen te versnellen en welke concrete besluiten zijn daarbij al genomen?
Op dit moment zijn er nog geen concrete verbeteringen gepland.
Hoe voorkomt u dat de N9 wederom te maken krijgt met opeenvolgende afsluitingen en onderhoudswerkzaamheden tegelijk, waardoor files en verkeersinfarcten ontstaan zoals in 2023 werd gesignaleerd?
Hinder treedt soms op bij werkzaamheden. Er is een hinderaanpak vastgesteld die zorgt dat de gevolgen van de werkzaamheden van tevoren goed in beeld zijn. Een kerngroep van infrabeheerders, waaronder Rijkswaterstaat, stemt werkzaamheden over een periode van 1 tot 5 jaar met elkaar af. Dat is ook in 2023 gebeurd. Het beeld dat dit tot verkeersinfarcten zou hebben geleid, wordt niet herkend.
Op welke wijze worden gemeenten, bewoners en belangenorganisaties betrokken bij de besluitvorming over de verbetering van de N9 en de vervanging van de vlotbruggen?
Op dit moment is er geen besluitvorming over de verbetering van de N9 in voorbereiding. Vervanging van de vlotbruggen is een verantwoordelijkheid van de provincie Noord-Holland, zie hiervoor ook het antwoord op vraag 4.
Welke maatregelen treft u om in de tussentijd, zolang er nog geen structurele oplossing is, de verkeersveiligheid en doorstroming rond de vlotbruggen te verbeteren?
Zie voor de maatregelen die recentelijk getroffen zijn de beantwoording van vraag 3.