Aanvullende berichtgeving over de situatie in Ceuta. |
|
Annelotte Lammers (PVV) |
|
David van Weel (VVD), Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Veel migranten verlaten Ceuta, maar duizenden willen Europese droom niet opgeven: winkels op slot en boten richting Spanje gestopt»?1
Ja.
Welke informatie heeft het kabinet ontvangen van de Spaanse autoriteiten over het aantal migranten dat Ceuta daadwerkelijk heeft verlaten en hoeveel personen zich op dit moment nog in de Spaanse exclave bevinden?
Tijdens de informele JBZ-Raad van 4 augustus jl. gaf Spanje aan dat er rond de 72.000 irreguliere grensoverschrijdingen zijn geweest om via Ceuta de grens met Spanje over te steken waarvan zij, in samenwerking met Marokko, rond de 70.000 irreguliere migranten naar Marokko heeft laten terug keren.
Het is helder dat er grootschalig irreguliere aankomsten zijn geweest en dat deze irreguliere migranten ook op grote schaal zijn vertrokken. De irreguliere migranten zijn, door de chaotische situatie op 30 en 31 juli jl., niet geregistreerd bij binnenkomst van Ceuta. Ook is het niet mogelijk geweest om de terugkeer van al deze irreguliere migranten te registeren. Er bestaat daarom onduidelijkheid over het precieze aantal resterende irreguliere migranten dat zich nog in Ceuta bevindt. Het is daarom van belang dat Frontex de situatie aan de grens, het aantal personen in Ceuta en eventuele bewegingen nauw monitort en hierover rapporteert. Het kabinet zal daarom, samen met andere gelijkgezinden lidstaten, hierop blijven aandringen.
Op welke wijze verifieert Nederland de juistheid van informatie die door de Spaanse autoriteiten wordt verstrekt over de omvang van de migratiestroom, de terugkeer van migranten en de beveiliging van de buitengrens van de Europese Unie?
Zie antwoord vraag 2.
Bent u bekend met signalen dat de feitelijke situatie in Ceuta mogelijk afwijkt van de officiële lezing van de Spaanse autoriteiten? Zo ja, welke signalen zijn dat en welke conclusies verbindt het kabinet daaraan?
Zie antwoord vraag 2.
Indien zou blijken dat de Spaanse autoriteiten bewust een ander beeld hebben geschetst van de situatie in Ceuta of onjuiste informatie hebben verstrekt over het aantal teruggekeerde migranten, welke gevolgen zou dat volgens u moeten hebben voor de samenwerking met Spanje binnen de Europese Unie?
Het kabinet heeft geen aanwijzingen dat de Spaanse autoriteiten onjuiste informatie hebben verstrekt. Het kabinet heeft tijdens de informele JBZ-Raad van 4 augustus jl. Frontex opgeroepen om de situatie aan de grens, het aantal irreguliere migranten in Ceuta en eventuele bewegingen nauw te blijven monitoren en hierover te rapporteren.
Deelt u de opvatting dat betrouwbare en controleerbare informatie van lidstaten essentieel is voor een goed functionerend Europees migratiebeleid? Zo nee, waarom niet?
Ja.
Wanneer zou voor u de grens bereikt zijn waarop geconcludeerd moet worden dat Spanje onvoldoende invulling geeft aan zijn verplichtingen als bewaker van de Europese buitengrens?
Effectief buitengrensbeheer, inclusief screening, door de volledige en consequente toepassing en naleving van de Schengengrenscode, is voor de EU noodzakelijk om te kunnen controleren en besluiten wie er de EU binnenkomt. In dat kader is een stevige Schengengovernance, met een duidelijke toezichthoudende rol voor de Europese Commissie als hoedster van de Verdragen onmisbaar. Via Schengenevaluaties wordt getoetst of lidstaten voldoen aan het Schengen acquis. Op basis van deze evaluaties worden aanbevelingen geformuleerd die lidstaten moeten uitvoeren. Daarnaast rapporteert de Commissie over de integriteit van het Schengengebied via de Schengen barometer en het Staat van Schengenrapport. Het is, meer dan voorheen, extra van belang dat lidstaten de aanbevelingen uit de Schengenvaluaties opvolgen om adequate toepassing en naleving van de Schengenregels te waarborgen. Het kabinet pleit er daarom voor dat tekortkomingen in de toepassing voor alle lidstaten inzichtelijk worden en politiek besproken worden tijdens de Schengenraad. Dit draagt bij eraan bij dat lidstaten spoedig verbeterslagen maken en biedt de mogelijkheid voor lidstaten om waar nodig elkaar te kunnen ondersteunen.
Acht u Spanje, gelet op de huidige ontwikkelingen, nog steeds een volledig betrouwbare partner bij de uitvoering van het Europese migratiebeleid? Zo ja, waarop baseert u dat oordeel?
Het kabinet acht Spanje nog steeds een betrouwbare partner bij de uitvoering van het Europese migratiebeleid. Spanje heeft, mede op aandringen van Nederland, stappen genomen om de buitengrens verder te versterken en op korte termijn grootschalige terugkeeroperaties gestart, wat ertoe heeft geleid dat een groot aantal van de irreguliere migranten reeds zijn teruggekeerd. Het kabinet spreekt erkenning uit voor de snelle acties van Spanje. Ook ten aanzien van de uitvoering van het Pact werkt Nederland goed met Spanje samen. De ervaring van de afgelopen jaren is dat Spanje overdrachten altijd in lijn met de AMbV uitvoert.
Bent u bereid binnen de Raad van de Europese Unie aan te dringen op een onafhankelijke verificatie van de feiten rondom de gebeurtenissen in Ceuta, zodat lidstaten kunnen beschikken over objectieve informatie over de omvang van de migratiestroom, de terugkeer van migranten en de daadwerkelijke grensbewaking? Zo nee, waarom niet?
Ja, dat heeft het kabinet tijdens de informele JBZ-Raad van 4 augustus j.l. gedaan.
Indien zou blijken dat Spanje de Europese asiel- en terugkeerregels structureel onjuist toepast of onvoldoende handhaaft, bent u dan bereid de Europese Commissie te verzoeken een inbreukprocedure tegen Spanje te starten? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet zet er stelselmatig op in dat lidstaten het asielacquis en terugkeeracquis naleven. De Commissie ziet hierop toe, als hoedster van de verdragen. Het kabinet ziet geen reden om aan te nemen dat Spanje de verplichtingen die voortvloeien uit het asiel- en terugkeer acquis niet nakomt.
Ten aanzien van de verantwoordelijkheidsregels als bedoeld in artikel 60, derde lid, van Verordening (EU) 2024/1351 geldt dat de Nederlandse ervaring van de afgelopen jaren is dat Spanje overdrachten altijd in lijn met de AMbV uitvoert. Ook de Europese Commissie heeft op op 15 juli 2026 een mededeling gepubliceerd over eventuele structurele tekortkomingen in lidstaten. Daarin concludeert de Commissie, in lijn met de Nederlandse ervaring, dat er ten aanzien van Spanje geen signalen zijn voor structurele tekortkomingen bij de uitvoering van de overdrachten onder AMbV
Bent u bereid de Europese Commissie te verzoeken onderzoek te doen naar mogelijke systematische tekortkomingen in de toepassing van de verantwoordelijkheidsregels door Spanje als bedoeld in Artikel 60, derde lid, van Verordening (EU) 2024/1351? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 10.
Deelt u de opvatting dat, indien de Europese Commissie dergelijke systematische tekortkomingen vaststelt, andere lidstaten niet gehouden zouden moeten zijn solidariteitsbijdragen – waaronder herplaatsingen of financiële bijdragen – aan Spanje te leveren? Bent u bereid dit standpunt in Europees verband uit te dragen?
Indien de Europese Commissie systemische tekortkomingen vaststelt bij een lidstaat die solidariteit ontvangt bij het uitvoeren van de AMbV overdrachten, dan zijn de andere lidstaten niet meer verplicht om solidariteit aan deze lidstaat te geven. Op basis van de laatste evaluatie van de Commissie, in lijn met de Nederlandse ervaring, is dit voor Spanje niet aan de orde.
Bent u bereid de Spaanse ambassadeur te ontbieden indien blijkt dat de Spaanse autoriteiten de Europese partners onjuist of onvolledig hebben geïnformeerd over de migratiesituatie in Ceuta? Zo nee, waarom niet en wanneer zou u dit wel aan de orde zijn?
Dit is niet aan de orde. het kabinet heeft geen aanwijzingen dat de Spaanse autoriteiten onjuiste informatie hebben verstrekt. Spanje heeft snel, proactief en continu informatie gedeeld over de situatie in Ceuta.
Welke diplomatieke stappen acht u passend indien zou blijken dat Spanje bewust onjuiste informatie heeft verstrekt over de omvang van de migratiestroom, de terugkeer van migranten of de naleving van Europese verplichtingen?
Zie antwoord vraag 13.
Bent u bereid, indien Spanje de buitengrens aantoonbaar onvoldoende bewaakt en daardoor een ernstig risico ontstaat voor de openbare orde en de werking van het Schengengebied, tijdelijke maatregelen te treffen ten aanzien van het personenverkeer van en naar Spanje, waaronder intensivering van grenscontroles op lucht- en zeeverbindingen, voor zover het Unierecht daarvoor ruimte biedt? Zo nee, waarom niet?
Omdat het Schengengebied niet geschonden is en het overgrote deel van de irreguliere migranten weer is teruggekeerd is dit nu niet in beeld.
Het is evident de Nederland haar eigen grenzen bewaakt. In Nederland voert daarom de Koninklijke Marechaussee (KMar) te allen tijde informatie- en risicogestuurde grenscontroles op de luchthavens uit en zijn er controles bij de binnengrens. Op basis daarvan worden specifieke vluchten met een hoger risico op irreguliere migratie gecontroleerd en wordt er risicogestuurd opgetreden bij de binnengrens. Indien de situatie daartoe aanleiding geeft, kunnen verscherpte controles aan de Nederlandse grens door de Koninklijke Marechaussee worden uitgevoerd. Mochten er in Nederland asielzoekers worden aangetroffen die zijn aangekomen in Ceuta, worden deze personen overgedragen aan Spanje conform de afspraken in de Asiel en Migratiebeheer Verordening (AMbV), zodat Nederland geen extra druk op ons asielstelsel krijgt door de situatie in Ceuta. De ervaring van de afgelopen jaren is dat Spanje dergelijke overdrachten altijd in lijn met de AMbV uitvoert.
Heeft u kennisgenomen van maatregelen van andere lidstaten om het personenverkeer met Spanje tijdelijk aan aanvullende controles te onderwerpen naar aanleiding van de huidige migratiesituatie? Zo ja, hoe beoordeelt u deze maatregelen?
Ja. Het is niet aan het kabinet om de maatregelen van andere lidstaten te beoordelen.
Onder welke omstandigheden acht u het gerechtvaardigd om, met een beroep op de Schengengrenscode, tijdelijke grenscontroles ten aanzien van reizigers vanuit Spanje in te voeren indien sprake is van een ernstige bedreiging van de openbare orde of de binnenlandse veiligheid?
Zie antwoorden hierboven. Op dit moment is er geen additioneel risico voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid geconstateerd, mede vanwege het feit dat er tot op heden geen secundaire bewegingen naar het Europese vasteland zijn geconstateerd. Het kabinet blijft de situatie nauw monitoren. Mocht de situatie wijzingen en additionele maatregelen nodig blijken zal het kabinet uw Kamer daarover informeren.
Bent u bekend met de Spaanse wetgeving op grond waarvan de Spaanse regering alleenstaande minderjarige migranten die illegaal Ceuta zijn binnengekomen niet zal terugsturen, maar deze minderjarige migranten in de procedure zal opnemen en eventueel naar andere autonome regio’s binnen Spanje zal sturen? Zo ja, kunt u aangeven of er informatie bekend is dat deze illegaal binnengekomen amv’ers reeds in de procedure zijn opgenomen dan wel verplaatst zijn naar andere autonome regio’s in Spanje?
Het kabinet heeft geen geverifieerde informatie waaruit blijkt dat de amv’ers al zijn opgenomen in een procedure dan wel zijn overgeplaatst naar andere autonome regio’s.
Op welke juridische grondslag baseert Spanje dit beleid en acht u dit in overeenstemming met de het Europese migratiebeleid?
Het is niet aan het kabinet om te beoordelen of het handelen van Spanje in lijn is met de Europese wetgeving. Het is aan de Europese Commissie als hoeder van de verdragen om hier op toe te zien.
Deelt u de opvatting dat het vooruitzicht op opvang en herverdeling binnen Europa een aanzuigende werking kan hebben op alleenstaande minderjarige migranten en mensensmokkelaars? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet heeft duidelijk gemaakt, onder andere tijdens de informele JBZ-raad van 4 augustus, dat Spanje alles op alles blijft zetten om ook de nog niet teruggekeerde irreguliere migranten terug te laten keren naar Marokko en de buitengrens verder te versterken zodat er geen aanzuigende werking ontstaat voor anderen die ook irregulier naar Spanje willen komen.
In algemene zin is het, om irreguliere migratie richting de EU minder aantrekkelijk te maken en weerbaar te zijn als EU, van belang dat er een sterk EU-intern asiel- en migratiesysteem staat en dat de EU effectief samenwerkt met landen buiten de EU. Migranten die geen recht hebben om asiel moeten snel afgewezen worden, en de terugkeer geeffectueerd. Het kabinet onderstreept daarom het belang van de volledige implementatie van het Asiel- en Migratiepact en de terugkeerverordening (zodra deze van kracht wordt), en het versterken en bestendigen van partnerschappen met landen buiten de EU. De langetermijnvisie van het kabinet is dat asielaanvragen buiten Europa kunnen worden ingediend en afgehandeld. Het kabinet zet zich daarom doorlopend in voor het verder brengen en operationaliseren van innovatieve oplossingen waaronder de terugkeerhub.
Bestaat het risico dat deze minderjarigen zich, nadat zij binnen Spanje zijn verdeeld, vrij binnen het Schengengebied kunnen verplaatsen en uiteindelijk ook Nederland bereiken? Hoe beoordeelt u dit risico?
Voor de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen die asiel hebben aangevraagd in Spanje geldt conform EU-regelgeving dat de lidstaat van eerste aanvraag, in dit geval Spanje, verantwoordelijk is voor de beoordeling van het asielverzoek. Mochten er in Nederland asielzoekers worden aangetroffen die zijn aangekomen in Ceuta, worden deze personen overgedragen aan Spanje conform de afspraken in de Asiel en Migratiebeheer Verordening (AMbV), zodat Nederland geen extra druk op ons asielstelsel krijgt door de situatie in Ceuta. De ervaring van de afgelopen jaren is dat Spanje dergelijke overdrachten altijd in lijn met de AMbV uitvoert.
Hoe beoordeelt u het Spaanse beleid in het licht van de noodzaak om irreguliere migratie en mensensmokkel tegen te gaan?
Het is niet aan het kabinet om het beleid van Spanje te beoordelen. Nederland heeft de Europese Commissie en de relevante EU-agentschappen verzocht dit samen met Spanje te onderzoeken. Hen is gevraagd hierin in ieder geval de oorzaken, inclusief de rol van mensensmokkelaars en tekortkomingen aan de Spaanse buitengrens, mee te nemen. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
Bent u bereid binnen de Raad van de Europese Unie aan te dringen op een eenduidig Europees beleid waarbij ook voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen dat erop ziet dat ook zij, bij illegale grensoverschrijding, direct teruggestuurd worden?
Indien een alleenstaande minderjarige vreemdeling (amv) zonder verblijfsvergunning op het grondgebied van een lidstaat verkeert, kan een lidstaat een terugkeerbesluit nemen en is de amv daarmee vertrekplichtig. Hier zijn wel voorwaardes aan verbonden om de amv te beschermen en niet zonder adequate opvang naar het land van herkomst te sturen. De amv heeft ook, net zoals iedereen, het recht om asiel aan te vragen. Zodra de asielprocedure loopt heeft de amv, net zoals ieder ander, het recht om deze af te wachten op het territorium van de lidstaat waar de asielprocedure is aangevraagd.
Het beleid en de bijzondere waarborgen en uitzonderingen inzake de procedure en beoordeling van asielverzoeken van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen is op Europees niveau vastgelegd in onder andere de Asielprocedureverordening. Daarmee is er reeds eenduidig Europees beleid.
Bent u het eens met de uitspraak van de Minister-President op X waarin hij stelt dat de invasie te wijten is aan mensensmokkelaars?2
Het is een gegeven dat mensensmokkelaars een kwalijke rol spelen in de migratieroutes tussen Noord-Afrika en Europa. Het kabinet heeft de rol van mensensmokkelaars, het misbruik dat zij maken van kwetsbare personen en de rol die zij hebben gespeeld in dit incident veroordeeld. Het kabinet vindt het van belang dat het wrede verdienmodel van mensensmokkelaars doorbroken wordt.
Indien de vorige vraag bevestigend wordt beantwoord, kunt u onderbouwen op basis van welke concrete informatie de Minister-President stelt dat de gebeurtenissen in Ceuta zijn veroorzaakt door mensensmokkelaars? Beschikt het kabinet over bevestigde inlichtingen of strafrechtelijke onderzoeken waaruit dit blijkt, of betreft dit een aanname? Indien die onderbouwing ontbreekt, waarom presenteert de Minister-President deze lezing, welke u volgt, dan als een vaststaand feit, terwijl er ook andere verklaringen voor de massale grensbestorming worden genoemd?
Zoals hierboven aangegeven veroordeelt het kabinet de rol die mensensmokkelaars hebben gespeeld. Om dergelijke situaties in de toekomst te voorkomen is het van belang dat er verder onderzoek wordt gedaan naar de totstandkoming van dit incident, het samenspel tussen de verschillende factoren waaronder mogelijke tekortkomingen aan de buitengrens en de rol van mensensmokkelaars is hierbij van belang. Nederland heeft hiertoe tijdens de informele JBZ-raad van 4 augustus jl. opgeroepen. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
Bent u bekend met het bericht «Online werd massale overtocht naar Ceuta wekenlang voorbereid en gepromoot»?3 Zo ja, hoe beoordeelt u dit bericht?
Ja. Het is op dit moment is moeilijk te kwantificeren welke factoren allemaal een rol hebben gespeeld en in welke omvang. Het kabinet loopt niet vooruit op de uitkomsten van het eerdergenoemde onderzoek.
Hoe beoordeelt u de berichtgeving dat de Spaanse inlichtingendiensten, volgens de Spaanse krant ABC, op de hoogte waren van de dreiging van de invasie in Ceuta? En hoe beoordeelt u het optreden van de Spaanse inlichtingendienst?
Het is niet aan het kabinet om het optreden van de Spaanse inlichtingdiensten te beoordelen.
Bent u bekend met de aanwijzingen dat Marokkaanse autoriteiten onvoldoende hebben opgetreden tegen mensensmokkel, georganiseerde migratiestromen of online oproepen om de oversteek naar Ceuta te maken? Zo ja, hoe beoordeelt u deze?
Het kabinet gaat nu niet in op dit soort analyses over het ontstaan van de situatie. Het kabinet is van mening dat het – met het oog op het voorkomen van een vergelijkbare plotselinge toestroom van irreguliere migranten in de toekomst- nodig is om beter in beeld te brengen hoe deze situatie bij Ceuta heeft kunnen ontstaan. Nederland heeft de Europese Commissie en de relevante EU-agentschappen verzocht dit samen met in Spanje te onderzoeken. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
In hoeverre deelt u de zorgen van de Spaanse autoriteiten dat migratie opnieuw als politiek drukmiddel zou kunnen worden ingezet? En welke maatregelen bent u bereid te nemen om te voorkomen dat dit gaat gebeuren?
De Raad heeft in 2024 een Verordening vastgesteld met maatregelen in geval van instrumentalisering van migratie. Daarnaast is een gezamenlijke inzet op de versterking van buitengrenzen en de andere maatregelen zoals uiteengezet in het antwoord op vraag 7 essentieel.
Welke rol speelt de samenwerking tussen de Europese Unie en Marokko bij grensbewaking en het tegengaan van illegale migratie, en voldoet Marokko volgens u momenteel aan de gemaakte afspraken?
Zowel de Europese Unie als EU-lidstaten onderhouden nauwe betrekkingen met Marokko op het gebied van migratie en werken samen op verschillende terreinen, waaronder grensmanagement en het verbeteren van terugkeersamenwerking. Marokko heeft voorts constructief meegewerkt aan terugkeer van vertrek-plichtige vreemdelingen en in nauwe samenwerking met Spanje ondersteund bij het tegengaan van verdere irreguliere bewegingen.
De afwezigheid van Omar Elshal tijdens zijn rechtszitting in Egypte. |
|
Sarah Dobbe (SP), Kati Piri (GroenLinks-PvdA), Christine Teunissen (PvdD), Stephan van Baarle (DENK) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Onverwachte wending bij zaak ASML’er Omar (33): hij was tot ieders verrassing niet in de rechtbank aanwezig»?1
Ja.
Herinnert u zich uw antwoorden op de schriftelijke vragen van de leden Teunissen en Van Baarle over de detentie van de Nederlandse ASML-medewerker Omar Elshal?2
Ja.
Kunt u uiteenzetten welke diplomatieke inspanningen de Nederlandse regering sinds de beantwoording van deze Kamervragen heeft verricht om de rechtspositie, consulaire toegang en het welzijn van de heer Elshal te bevorderen?
Wereldwijd zet het Ministerie van Buitenlandse Zaken zich ten volle in voor consulaire bijstand aan en toegang tot Nederlandse gedetineerden die dat willen. Dit geldt nadrukkelijk ook voor de door u opgebrachte gedetineerde Nederlander in Egypte. De Nederlandse overheid kan niet treden in de rechtsgang van een ander land, dat zou andersom ook onwenselijk zijn. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken blijft zich inzetten om consulaire bijstand te verlenen aan de gedetineerde en brengt deze casus op in gesprekken op verschillende niveaus.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken is terughoudend met het verstrekken van informatie over individuele gevallen, gelet op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de vertrouwelijkheid van de consulaire belangenbehartiging en de effectiviteit van de consulaire bijstand. Informatie wordt alleen verstrekt aan de door de gedetineerde aangewezen contactpersoon.
Was de Nederlandse ambassade voorafgaand aan de rechtszitting ervan op de hoogte dat de heer Elshal niet naar de rechtbank zou worden overgebracht? Zo ja, wanneer is de ambassade hiervan op de hoogte gesteld en door wie?
Nee.
Heeft de Nederlandse regering inmiddels bij de Egyptische autoriteiten opheldering gevraagd over de reden waarom de heer Elshal niet bij zijn eigen rechtszitting aanwezig was? Zo ja, wat is daarop geantwoord? Zo nee, waarom niet?
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken is terughoudend met het verstrekken van informatie over individuele gevallen, gelet op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de vertrouwelijkheid van de consulaire belangenbehartiging en de effectiviteit van de consulaire bijstand. Informatie wordt alleen verstrekt aan de door de gedetineerde aangewezen contactpersoon.
Klopt het dat de Nederlandse vertegenwoordiging aanwezig was bij de betreffende rechtszitting met het voornemen om de heer Elshal na afloop consulaire bijstand te verlenen? Welke gevolgen heeft zijn afwezigheid gehad voor de mogelijkheid om consulaire toegang te verkrijgen?
De Nederlandse vertegenwoordiging was aanwezig, maar kreeg geen toegang tot de zitting.
Klopt het dat pas nadat bekend was geworden dat medewerkers van de Nederlandse ambassade bij de rechtszitting aanwezig zouden zijn, bleek dat de heer Elshal niet was voorgeleid? Deelt u de opvatting dat deze gang van zaken ernstige vragen oproept en dat hierover volledige opheldering dient te worden verkregen? Welke concrete stappen onderneemt u om deze opheldering van de Egyptische autoriteiten te verkrijgen?
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken is terughoudend met het verstrekken van informatie over individuele gevallen, gelet op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de vertrouwelijkheid van de consulaire belangenbehartiging en de effectiviteit van de consulaire bijstand. Informatie wordt alleen verstrekt aan de door de gedetineerde aangewezen contactpersoon.
Welke concrete stappen onderneemt de regering momenteel om alsnog spoedig consulaire toegang tot de heer Elshal te verkrijgen?
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken blijft zich onverminderd inzetten, ook op politiek niveau, om de lokale autoriteiten te bewegen, in overeenstemming met internationale wet- en regelgeving, te faciliteren in de consulaire contacten en bijstand, een eerlijke rechtsgang te garanderen en medische zorg te bieden.
Is het kabinet bereid de diplomatieke druk op de Egyptische autoriteiten te intensiveren teneinde onverwijld consulaire toegang en een eerlijke rechtsgang voor de heer Elshal te bewerkstelligen? Zo ja, op welke wijze zal de regering deze diplomatieke druk intensiveren? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 8.
Is de Minister bereid om de voortgang van nieuwe Nederlandse samenwerkingsprojecten met Egypte afhankelijk te maken van aantoonbare verbeteringen in de behandeling van de heer Elshal en de naleving van internationale consulaire verplichtingen? Zo ja, op welke wijze zal de Minister hier uitvoering aan geven? Zo nee, waarom niet?
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken onderzoekt bij individuele consulaire zaken steeds welke diplomatieke en beleidsmatige manieren in een specifieke zaak het meest effect hebben, bijvoorbeeld om consulaire toegang te krijgen. Over de aard en inhoud van de concrete handelingen en interventies kan echter geen inzicht worden gegeven, om de vertrouwelijkheid en effectiviteit van de consulaire belangenbehartiging niet te schaden.
Is de Minister bereid deze zaak actief onder de aandacht te brengen van de Europese Unie en de EU-delegatie in Egypte, met het verzoek de kwestie van de detentie van de heer Elshal en de toegang tot consulaire bijstand nadrukkelijk aan de orde te stellen in de contacten met de Egyptische autoriteiten? Zo nee, waarom niet?
Zoals gesteld onder antwoord 10, beoordeelt het Ministerie van Buitenlandse Zaken bij individuele consulaire zaken continu welke manieren om consulaire toegang te krijgen in een specifieke zaak het meest effectief zijn. Daarbij worden politieke en diplomatieke relaties in EU-verband ook in de afweging opgenomen.
Is de Minister bereid de Egyptische ambassadeur in Nederland te ontbieden om opheldering te verlangen over de afwezigheid van de heer Elshal tijdens zijn rechtszitting en om aan te dringen op onmiddellijke consulaire toegang? Zo nee, waarom niet?
Zoals ook toegelicht in antwoord 13 en 14, heb ik in dit geval ervoor gekozen de zaak van de heer Elshal direct op te brengen en bespreken bij mijn Egyptische ambtgenoot.
Heeft de Minister deze zaak inmiddels persoonlijk besproken met zijn Egyptische ambtgenoot? Zo ja, wanneer en wat was de uitkomst van dat gesprek?
Bij een recente ontmoeting met mijn Egyptische ambtgenoot heb ik zaak van de heer Elshal nadrukkelijk onder de aandacht gebracht en besproken. Over de inhoud van het gesprek doe ik om de bij antwoord 3 genoemde redenen geen uitspraken.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken zal zich onverminderd blijven inzetten om de lokale autoriteiten te bewegen, in overeenstemming met internationale wet- en regelgeving, te faciliteren in de consulaire contacten en bijstand, een eerlijke rechtsgang te garanderen en medische zorg te bieden.
Indien de Minister dit nog niet persoonlijk met zijn Egyptische ambtgenoot heeft besproken, is hij bereid dit op de kortst mogelijke termijn alsnog te doen? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 13.
Deelt u de opvatting dat het onverklaard uitblijven van de heer Elshal bij zijn eigen rechtszitting, terwijl de Nederlandse vertegenwoordiging aanwezig was om de zitting bij te wonen en consulaire bijstand te verlenen, een zeer zorgwekkende ontwikkeling is die aanleiding geeft tot intensivering van de Nederlandse diplomatieke inzet? Zo nee, waarom niet?
Zie het antwoord op vraag 3.
Klopt het dat de rechter tijdens de betreffende rechtszitting heeft verklaard dat de heer Omar Elshal de enige van in totaal 71 verdachten in deze strafzaak was die niet naar de rechtbank was overgebracht? Zo ja, op welke informatie baseert de regering zich om de juistheid van deze mededeling te beoordelen? Welke mogelijkheden heeft de regering om de juistheid hiervan zelfstandig of via diplomatieke kanalen te verifiëren? Deelt u de opvatting dat, indien deze mededeling juist is, dit de zorgen over de behandeling van de heer Elshal verder vergroot? Zo nee, waarom niet?
Zie het antwoord op vraag 3.
Welke concrete maatregelen zal de regering nemen om te waarborgen dat een dergelijke situatie zich bij toekomstige rechtszittingen niet opnieuw voordoet en dat medewerkers van de Nederlandse ambassade daadwerkelijk in de gelegenheid worden gesteld de rechtszittingen van de heer Elshal bij te wonen en hem aansluitend consulaire bijstand te verlenen? Is de regering bereid hierover vooraf duidelijke afspraken te maken met de Egyptische autoriteiten? Zo nee, waarom niet?
De Nederlandse overheid mengt zich niet in de rechtsgang van de staat van detentie, dat zouden we andersom in de Nederlandse rechtsgang ook onwenselijk achten. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken dringt er wel bij de lokale autoriteiten op aan om, in lijn met internationale wet- en regelgeving, een eerlijke rechtsgang te waarborgen en consulaire toegang te verlenen.
Is de Minister bereid de Kamer onverwijld te informeren zodra duidelijkheid bestaat over de reden waarom de heer Elshal niet bij zijn rechtszitting aanwezig was en over de uitkomsten van de diplomatieke contacten die hierover met de Egyptische autoriteiten zijn gevoerd?
Zie het antwoord op vraag 3.
De massale bestorming van de Spaanse exclaves Ceuta en Melilla en de gevolgen daarvan voor Nederland |
|
Ralf Dekker (FVD), Tom Russcher (FVD) |
|
Berendsen , Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichtgeving dat volgens schattingen van het Spaanse Ministerie van Binnenlandse Zaken in 24 uur tijd circa 49.000 migranten vanuit Marokko de Spaanse exclave Ceuta zijn binnengedrongen, zowel over land als via zee?1 2
Ja.
Deelt u de opvatting dat de grens van Ceuta geen louter Spaanse aangelegenheid is, maar een gemeenschappelijke buitengrens van de Europese Unie en het Schengengebied, waarvan het bezwijken directe gevolgen heeft voor Nederland?
Met de eerder toegelichte inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden en zijn er dus geen directe gevolgen voor Nederland geconstateerd.
De situatie in Ceuta benadrukt opnieuw dat het beschermen en handhaven van de buitengrens van Europa van groot belang is. Nederland heeft in de extra JBZ-Raad van 4 februari onderstreept dat dit een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. Nederland blijft daarom ook steun toezeggen aan lidstaten die hulp nodig hebben om hun buitengrenzen te versterken. De EU moet in onderlinge solidariteit blijven investeren in het versterken van de buitengrenzen, het tegengaan van irreguliere migratie en de terugkeer van vertrekplichtige migranten. Effectief buitengrensbeheer, inclusief screening, door de volledige en consequente implementatie van de Schengengrenscode, is voor de EU noodzakelijk om te kunnen controleren en besluiten wie er de EU binnenkomt. Een stevige Schengengovernance, met een duidelijke toezichthoudende rol voor de Europese Commissie als hoeder van de Verdragen, is daarbij onmisbaar. Tegelijkertijd vraagt het ook, meer dan voorheen, dat lidstaten de aanbevelingen uit de Schengenevaluaties opvolgen om hun implementatie te versterken. Ook pleit het kabinet onverminderd voor het transparant maken en open bespreken van de tekortkomingen en het bespreken hiervan tijdens de Schengenraad. Dit draagt bij eraan bij dat lidstaten spoedig verbeterslagen maken en biedt de mogelijkheid voor lidstaten om waar nodig elkaar te kunnen ondersteunen.
Erkent u dat migranten Ceuta beschouwen als toegangspoort tot de Europese Unie en dat een aanzienlijk deel van hen zal trachten door te reizen naar Noordwest-Europese lidstaten, waaronder Nederland?
Zie antwoord hierboven. Doordat doorreizen vanuit Ceuta enkel gecontroleerd kan, is de kans op ongeregistreerde doorreis nihil. Spanje heeft opnieuw bevestigd, ondersteund door Frontex, dat er tot op heden geen irreguliere migranten zijn doorgereisd vanuit Ceuta naar het vaste land van Spanje of andere lidstaten in het Schengengebied. Met de gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden. De situatie in Ceuta benadrukt opnieuw dat het beschermen en handhaven van de buitengrens van Europa en het tegengaan van irreguliere migratie van groot belang is. Nederland blijft daarom ook steun toezeggen aan lidstaten die hulp nodig hebben om hun buitengrenzen te versterken.
Welke lessen heeft de Europese Unie volgens u getrokken uit de bestorming van de Spaanse exclave Melilla in juni 2022 en Ceuta in mei 2021, waarbij eveneens duizenden migranten binnenkwamen?3
De situatie bij Ceuta van vorige week is onacceptabel, zeer onwenselijk en uitzonderlijk. Dit incident was van een compleet andere ordegrootte dan de situaties waar de vraagsteller naar verwijst, waarbij het respectievelijk ging om 2000 en 8000 migranten. Tijdens de extra informele JBZ-Raad van 4 augustus jl. gaf Spanje aan dat er rond de 72.000 irreguliere grensoverschrijdingen zijn geweest om via Ceuta de grens met Spanje over te steken. De Spaanse autoriteiten hebben voor het overgroote deel van deze migranten de terug naar Marokkaans grondgebied bewerkstelligd.
In de afgelopen jaren heeft de EU geïnvesteerd in het verder versterken van het Europese asiel- en migratiesysteem, alsook het versterken van de buitengrenzen. In het algemeen zijn daardoor de irreguliere grensoverschrijdingen in de EU de afgelopen jaren aanzienlijk gedaald. Ook lijkt het erop dat het Spanje met het huidige instrumentarium is gelukt om te zorgen dat het Schengengebied niet is geschonden.
Hoe beoordeelt u de berichtgeving dat Marokkaanse grenswachters kort voor de massale oversteek plotseling van hun posten verdwenen?4 5
Het kabinet heeft gepleit om oorzaken nader te onderzoeken en loopt hier niet op vooruit. Wel ziet het kabinet dat de samenwerking met Marokko van cruciaal belang is om de situatie onder controle te brengen en te houden. De Europese Commissie, Spanje en andere lidstaten werken nauw met Marokko samen om de grenzen effectief te bewaken en terugkeer mogelijk te maken. Er is op dit moment daarom geen aanleiding voor maatregelen, des te meer omdat Marokko constructief heeft meegewerkt aan terugkeer van vertrek-plichtige vreemdelingen en in nauwe samenwerking met Spanje ondersteund bij het tegengaan van verdere irreguliere migratie.
Verder is het kabinet van mening dat het – met het oog op het voorkomen van een vergelijkbare plotselinge toestroom van irreguliere migranten in de toekomst- nodig is om beter in beeld te brengen hoe deze situatie bij Ceuta heeft kunnen ontstaan. Nederland heeft de Europese Commissie en de relevante EU-agentschappen verzocht dit samen met in Spanje te onderzoeken. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
Deelt u de analyse dat Marokko migratie doelbewust inzet als diplomatiek drukmiddel jegens Spanje en de Europese Unie?6
Zie antwoord vraag 5.
Bent u bereid om, bilateraal dan wel in EU-verband, consequenties te verbinden aan dit Marokkaanse handelen, bijvoorbeeld op het terrein van visumverlening, handelspreferenties of ontwikkelingssamenwerking?
Zie antwoord vraag 5.
Bent u bekend met de uitspraak van het Spaanse Hooggerechtshof van begin juli 2026, waarin is geoordeeld dat migranten die zwemmend of per boot Ceuta bereiken niet zonder procedure mogen worden teruggestuurd?
Ja.
Hoe beoordeelt u het feit dat volgens de Spaanse regering mensensmokkelbendes van deze uitspraak misbruik maken om de huidige massale oversteek te organiseren?
Nederland heeft, onder andere tijdens de informele JBZ-raad van 4 augustus, de Europese Commissie en de relevante EU-agentschappen opgeroepen om samen met Spanje te onderzoeken hoe dit tot stand heeft kunnen komen. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
Erkent u dat hiermee opnieuw is aangetoond dat juridische waarborgen die uitzetting zonder procedure onmogelijk maken, een aanzuigende werking op illegale migratie hebben?
Nee. Juridische waarborgen zijn de basis van een goed werkende rechtsstaat. Wel is het van belang om dergelijke situatie in de toekomst te voorkomen te onderzoeken hoe de situatie bij Ceuta tot stand is gekomen. Nederland heeft daarom in de iJBZ-raad van 4 augustus, gevraagd om een onderzoek naar de oorzaken en de tekortkomingen uitgevoerd door de Europese Commissie en de relevant EU-agentschappen, in samenwerking met Spanje, om hierover meer helderheid te krijgen. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
Bent u bekend met het arrest N.D. en N.T. tegen Spanje, waarin het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde dat Spanje migranten die massaal het grenshek bij Melilla bestormden direct mocht terugleiden, zonder daarmee het verbod op collectieve uitzetting te schenden?7
Ja, ik ben bekend met de uitspraak van het EHRM.
Bent u bereid om in Europees verband te bepleiten dat de ruimte die dit arrest biedt voor het direct terugleiden van migranten die de buitengrens massaal bestormen, door de lidstaten maximaal wordt benut?
Op 15 mei jl. heeft de Raad van Europa, mede op aandringen van Nederland, de Chisinau-verklaring aangenomen. Hierin wordt verwezen naar een situatie van massale aankomsten. De verklaring bevestigt de soevereiniteit van lidstaten in het beschermen van nationale grenzen en het besluiten over wie op het grondgebied mag verblijven, in overeenstemming met de verplichtingen onder het EVRM. Het kabinet heeft, samen met andere lidstaten, opgeroepen tot de snelle en effectieve implementatie van de Chisinau-verklaring. Het EHRM oordeelde overigens in genoemde zaak dat er geen schending was van het verbod op collectieve uitzetting omdat de verzoekers geen gebruik hadden gemaakt van bestaande juridische procedures om legaal toegang te krijgen tot Spaans grondgebied.
Bent u bekend met de buitengewone regularisatieregeling van de regering-Sánchez, op grond waarvan illegaal in Spanje verblijvende migranten tussen 16 april en 30 juni 2026 een verblijfs- en werkvergunning konden aanvragen, en waarvoor blijkens mededelingen van de Spaanse regering ruim één miljoen aanvragen zijn ingediend?8 9
Ja, daarmee ben ik bekend.
Bent u tevens bekend met het door premier Sánchez op 30 juni 2026 gepresenteerde «Plan voor Integratie en Burgerschap 2026–2030», waarin deze massale regularisatie uitdrukkelijk wordt gepresenteerd als eerste stap op weg naar volwaardig burgerschap?
Het kabinet is bekend met het Spaanse «Plan voor Integratie en Burgerschap 2026–2030»
Wat zegt de huidige explosieve toestroom richting Ceuta, die kort volgt op de afronding van de Spaanse regularisatieronde en de presentatie van het genoemde plan, volgens u over de aanzuigende werking van dergelijke versoepelingen?
In de brief die Nederland op zaterdagochtend 1 augustus jl. heeft verstuurd samen met 21 andere EU-lidstaten aan de Europese Commissie, is benoemd dat de recente uitspraak van het Spaanse Hooggerechtshof en grootschalige regularisaties als aanzuigende factor kunnen werken. Welk effect de afronding van de regularisatie precies heeft gehad is moeilijk te kwantificeren. Het kabinet heeft daarom in de informele JBZ-raad de Europese Commissie opgeroepen om samen met Spanje de oorzaken van de gebeurtenissen te onderzoek. Daarop gaan we niet vooruitlopen.
Indien u van oordeel bent dat er geen verband bestaat tussen het Spaanse regularisatiebeleid en de huidige toestroom, kunt u die opvatting dan onderbouwen met een alternatieve verklaring voor het feit dat juist nu tienduizenden Marokkanen de oversteek naar Spaans grondgebied wagen?
Zie antwoord vraag 15.
Erkent u dat een door Spanje afgegeven verblijfsvergunning de houder het recht geeft om vrij door het Schengengebied, en dus ook door Nederland, te reizen?
De door Spanje afgegeven vergunning geeft recht op verblijf en werk in Spanje. Op grond van de Schengen Uitvoeringsovereenkomst mag de houder van een dergelijke vergunning maximaal 90 dagen in andere Schengenlanden verblijven, voor zover aan de toepasselijke voorwaarden voor binnenkomst wordt voldaan. Iemand met een dergelijke vergunning heeft geen recht om zich in Nederland te vestigen. Uiteraard houdt Nederland in nauw contact met Spanje de situatie in de gaten.
Erkent u dat geregulariseerde migranten na vijf jaar legaal verblijf in Spanje de status van langdurig ingezetene kunnen verkrijgen, die hun onder voorwaarden het recht geeft zich in andere lidstaten, waaronder Nederland, te vestigen?
Op grond van de Richtlijn Langdurig Ingezeten (richtlijn 2003/109/EG) kunnen onderdanen uit derde landen de status van langdurig ingezetene krijgen wanneer zij legaal en ononderbroken vijf jaar op het grondgebied van een lidstaat verblijven en voldoen aan bepaalde voorwaarden. Deze status geeft hen onder voorwaarden het recht om langer dan drie maanden in een andere lidstaat te verblijven. In die andere lidstaat moet dan wel een verblijfsvergunning worden aangevraagd, waarbij getoetst wordt op onder meer een gevaar voor openbare orde en het middelenvereiste. Komt de langdurig ingezetene derdelander voor arbeid naar Nederland, dan geldt in Nederland in het eerste jaar een arbeidsmarkttoets.
Deelt u dan ook de conclusie dat het Spaanse regularisatie- en naturalisatiebeleid daarmee de facto mede Nederlands migratiebeleid is, zonder dat de Staten-Generaal of de Nederlandse kiezer daarover enige zeggenschap heeft gehad?
Nee, de richtlijn langdurig ingezetenen heeft geen betrekking op naturalisatie. Daarover gaan de lidstaten zelf.
Bent u bekend met het bericht dat Italië ermee heeft gedreigd Spanje tijdelijk uit het Schengengebied te weren vanwege deze crisis, en deelt u de daaraan ten grondslag liggende zorg dat via Spanje toegelaten migranten zich vervolgens ongehinderd over het Schengengebied kunnen verspreiden?
Ja, ik ben bekend met het bericht. Die zorg deelt het kabinet niet, want doorreizen vanuit Ceuta kan enkel gecontroleerd. Spanje heeft opnieuw bevestigd, ondersteund door Frontex, dat er tot op heden geen irreguliere migranten zijn doorgereisd vanuit Ceuta naar het vaste land van Spanje of andere lidstaten in het Schengengebied.
Bent u bereid om in het licht van deze crisis de controles aan de Nederlandse landsgrens te intensiveren?
Het is evident de Nederland haar eigen binnengrenzen bewaakt. In Nederland voert de Koninklijke Marechaussee (KMar) in het kader van het Mobiel Toezicht Veiligheid – en op dit moment in het kader van de tijdelijke herinvoering van de binnengrenscontroles op grond van artikel 25 Schengengrenscode – informatie- en risicogestuurde controles uit op inkomende intra-Schengenvluchten en treinen en op wegen en vaarwegen in de binnengrensstreek met België en Duitsland. De inzet van deze controles gebeurt op basis van informatie ten aanzien van risico’s op illegale migratie en mensensmokkel. Indien informatie voortkomend uit de situatie in Spanje hier aanleiding toe geeft, zal de KMar de inzet in het kader van het binnengrenstoezicht hierop richten. De situatie zoals in bovenstaande antwoorden is toegelicht geeft geen aanleiding om de tijdelijke maatregel van binnengrenscontroles te verlengen.
Kunt u uitsluiten dat Nederland op grond van het solidariteitsmechanisme van de per 12 juni 2026 van toepassing geworden Asiel- en Migratiebeheerverordening zal worden verplicht om naar aanleiding van deze crisis asielzoekers uit Spanje over te nemen dan wel financiële solidariteitsbijdragen te leveren?10
De berekening van welke lidstaten solidariteit ontvangen onder het solidariteitsmechanisme is gebaseerd op verschillende factoren waaronder de bevolkingsomvang, BBP en de irreguliere asielaankomsten en asielprocedures, van de afgelopen vijf jaar. Vervolgens is het aan de Europese Commissie om tot een voorstel te komen van de verdeling en daarmee hoeveel solidariteit lidstaten ontvangen. Hier moet overeenstemming over bereikt worden binnen de EU. Het kabinet kan daar geen berekening van maken.
Indien het antwoord op vraag 22 ontkennend luidt, kunt u dan aangeven met de overname van hoeveel asielzoekers of met welke financiële bijdragen Nederland in het uiterste geval rekening moet houden?
Zie antwoord vraag 22.
Deelt u de opvatting dat de inzet van slechts zestig Spaanse militairen tegenover een toestroom van tienduizenden migranten volstrekt ontoereikend is om deze buitengrens van de Europese Unie te verdedigen?
Het kabinet is van mening dat het – met het oog op het voorkomen van een vergelijkbare plotselinge toestroom van irreguliere migranten in de toekomst- nodig is om beter in beeld te brengen hoe deze situatie bij Ceuta heeft kunnen ontstaan daar moeten ook een analyse bij zitten over de mogelijke tekortkomingen aan de Spaanse buitengrens bij Ceuta. Nederland heeft de Europese Commissie en de relevante EU-agentschappen verzocht dit samen met in Spanje te onderzoeken. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
Daarbij is het cruciaal dat Spanje, in samenwerking met Marokko en ondersteund door de Europese Commissie, beziet hoe de buitengrens bij Ceuta versterkt kan worden en hoe dit in de toekomst voorkomen kan worden. De Commissie moet, als hoeder van de verdragen, hierin een leidende rol hebben en rapporteren aan de lidstaten over de uitkomsten van deze evaluatie.
Heeft de Nederlandse regering Spanje personele of materiële steun aangeboden voor de bewaking van de buitengrens bij Ceuta?
Er is op dit moment geen concrete steun toegezegd of gevraagd door Spanje. In algemene zin zal Nederland lidstaten die hulp nodig hebben om hun buitengrenzen te versterken waar mogelijk steunen als zij daarom vragen.
Indien het antwoord op vraag 25 ontkennend luidt, bent u dan bereid een dergelijk aanbod, in overleg met de Minister van Defensie, alsnog te doen?
Zie antwoord vraag 25.
Bent u bereid deze crisis en de grensoverschrijdende gevolgen van het Spaanse regularisatie- en naturalisatiebeleid te agenderen voor de eerstvolgende JBZ-Raad en de Kamer over de uitkomsten daarvan te informeren?
In de brief die Nederland op zaterdagochtend 1 augustus jl. heeft verstuurd samen met 21 andere lidstaten aan de Europese Commissie, is benoemd dat de recente uitspraak van het Spaanse Hooggerechtshof en grootschalige regularisaties als aanzuigende factor kunnen werken. Welke effect deze ontwikkelingen precies hebben gehad is moeilijk te kwantificeren. Het kabinet heeft daarom in de iJBZ-raad de Europese Commissie opgeroepen om samen met Spanje de oorzaken van dit incident te onderzoek. Daarop gaan we niet vooruitlopen.
Kunt u deze vragen afzonderlijk en zo spoedig mogelijk beantwoorden?
Enkel waar dit de beantwoording ten goede kwam, zijn vragen samengenomen.
Het verhoor van Fauci door de Amerikaanse Senaat |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
Sophie Hermans (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het recente verhoor van de heer Dr. Anthony Fauci door de Amerikaanse Senaat op woensdag 29 juli 2026?1
Ja.
Vindt u het wellicht opmerkelijk, misschien zelfs zorgelijk, dat Fauci, wereldwijd immers toonaangevend in de aanpak van de vermeende «coronapandemie», die bovendien over zichzelf heeft gezegd dat hij «De Wetenschap representeert», onder ede ineens geen enkele vraag (!) van de Amerikaanse Senaat over zijn aanpak van de coronapandemie wilde beantwoorden en zich – ondanks zijn preventieve presidentiële pardon – meer dan honderd keer heeft moeten beroepen op zijn zwijgrecht?
Het kabinet heeft onvoldoende inzicht in de modaliteiten van een verhoor van experts, zoals de heer Fauci, door de Amerikaanse Senaat en de mogelijke juridische gevolgen daarvan voor hemzelf bij het al dan niet beantwoorden van vragen om mij daarover een oordeel te kunnen vormen.
Bent u bekend met de «Fauci Dagboeken» die recent door senator Rand Paul zijn vrijgegeven en die laten zien dat Fauci privé heel andere opvattingen had dan hij in het publiek uitte over bijvoorbeeld de dodelijkheid van het coronavirus?2
Nee.
Bent u ervan op de hoogte dat, onder andere naar aanleiding van deze dagboeken, uw collega, de Amerikaanse Minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken Kennedy recent, tijdens een interview op Fox News, concludeerde, «Dat we nu weten dat hij [Fauci] over alles heeft gelogen»?3
Nee.
Bent u op de hoogte van dit fragment dat Fauci op 8 februari 2020 opschreef in zijn dagboek: «Tom Frieden called me this AM and we discussed various aspects of the outbreak. He and I are on the same page in thinking tht [sic] this is acting like a bad influenza in its transmissibility and that the denominator is much greater than 34,867 (above) making the case fatality rate (CFR) more like 0.2–0.3% rather than 2.0%.»?4
Nee.
Wat is volgens u op dit moment de beste schatting van de CFR van corona in 2020 in Nederland?
De LCI richtlijn Covid5 meldt hierover dat in een studie gebaseerd op cijfers van december 2019 tot en met augustus 2020 wordt geschat dat de mondiale CFR in juli-augustus 2020 varieerde van 2,5 tot 4,1%, afhankelijk van de wijze van berekenen. Gebaseerd op cijfers uit Duitsland was deze in de periode van 6 juli t/m 6 september 2020 voor 35–59-jarigen 1%, voor 60–79-jarigen 2%, en voor 80-plussers 11%. De beste schatting is dat in Nederland in 2020 ongeveer dezelfde CFR aan de orde was.
Wat is volgens u de CFR van een (gemiddelde) seizoensgriep?
De LCI richtlijn influenza6 meldt hierover dat in een analyse van morbiditeit en mortaliteit door influenza onder personen in Nederland over de periode 2011–2020, de CFR werd geschat op 0,12% (95% BI 0,116–0,123%) voor alle leeftijden en alle typen influenzavirusinfecties.
Bent u (nog steeds) van mening dat Ivermectine en Hydroxychloroquine niet geschikt zijn en waren voor de (vroeg)behandeling van covidpatiënten?
De (vroeg)behandeling van COVID-19-patiënten is een zaak van behandelaren en experts. In de richtlijn7 wordt het gebruik van Ivermextine en Hydrocychloroquine expliciet afgeraden.
Is het correct dat de (experimentele) mRNA coronavaccins niet tot de (Europese) markt zouden kunnen zijn toegelaten als er een effectieve en toegelaten behandeling (bijvoorbeeld met Ivermectine) voor covid zou zijn geweest?
Nee.
Bent u (nog steeds) van mening dat de mRNA coronavaccins «veilig en effectief» zijn?
Een vaccin mag pas gebruikt worden als het is goedgekeurd. In Europa beoordeelt het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA) de veiligheid, werkzaamheid en kwaliteit van geneesmiddelen, waaronder de (corona)vaccins. In Nederland is dit de taak van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG).
Wat is de (beste schatting voor de) corona CFR voor gezonde kinderen onder de achttien jaar?
Uit een uitgebreide meta-analyse blijkt dat de CFR voor gezonde kinderen onder de achttien jaar van corona extreem laag is, ongeveer 0,02%.
Bent u (nog steeds) van mening dat de mRNA coronavaccins ook «veilig en effectief» zijn voor kinderen onder de achttien jaar?
Ja, voor die mRNA-coronavaccins die voor deze specifieke doelgroep zijn toegelaten, met inachtneming van de meest recente adviezen van de Gezondheidsraad hieromtrent.
Bent u bekend met het feit dat privécommunicatie laat zien dat de auteurs van het inmiddels beruchte «Proximal Origin» artikel – het artikel dat hét bewijs leverde dat de oorsprong van het coronavirus een zoönose zou zijn – daar privé helemaal niet zo zeker van waren, integendeel, van mening waren dat het heel goed zo zou kunnen zijn dat het virus in een laboratorium gecreëerd is?5
Nee.
Bent u bekend met het volgende fragment uit het dagboek van Fauci, 7 juni 2021: «On January 31st, 2020 I received a call from Jeremy Farrar who conferenced in Christian Andersen to tell me that Ed Holmes and Christian had seen a copy of the sequence of the virus and felt that there was a possibility that because of the unusual furin cleavage site that this could possibly have been a constructed virus. as indicated in my notes of January 31st and February 1st, 2020, since I am not an evolutionary biologist I called together by phone a group knowledgeable scientist together with Francis Collins and a few other people to discuss this. After a considerable amount of discussion about half of the people felt that this was possibly a constructed virus and the other half were convinced that this was a natural occurrence.»?6
Nee.
Bent u (nog steeds) van mening dat de oorsprong van het coronavirus hoogstwaarschijnlijk een zoönose is geweest?
De vraag naar de oorsprong van het SARS-COV-2-virus is een wetenschappelijke vraag. De WHO heeft deze vraag voorgelegd aan een onafhankelijke expertgroep van wetenschappers. Deze Scientific Advisory Group on Novel Pathogens (SAGO), die de origine van het SARS-Cov-2 virus heeft onderzocht, concludeerde in haar laatste rapport van 25 juni 2025 dat op basis van het beschikbare wetenschappelijke bewijs een zoönose het meest waarschijnlijk is. Hetzij overdracht van het virus direct vanuit vleermuizen of via besmetting van een ander zoogdier naar mensen toe.10 De expertgroep gaf aan dat er data ontbreken, maar dat er geen bewijs gevonden is van een andere overdracht van het virus.
Het bericht 'Privacy terreurverdachte Muhammed K. (19) volgens rechter ontzettend belangrijk: ’Telefoon maximaal twaalf keer per jaar gecontroleerd’' |
|
Shanna Schilder (PVV) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Privacy terreurverdachte Muhammed K. (19) volgens rechter ontzettend belangrijk: «Telefoon maximaal twaalf keer per jaar gecontroleerd»»?1
Ja.
Wat is, los van de beleidstechnische inhoud, uw persoonlijke reactie op dit bericht? Zakt bij u ook de moed in de schoenen over de prioriteiten en capaciteiten van de overheid (en haar aanhangende organisaties) bij het lezen van dergelijke berichten?
Ik begrijp goed dat deze berichtgeving gevoelens van onbegrip kan oproepen. Dat iemand die eerder is veroordeeld voor een terroristisch misdrijf opnieuw is aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij een terroristisch misdrijf, is buitengewoon ernstig en zorgelijk.
De recente aanhoudingen onderstrepen de bevindingen in het meest recente Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland dat de jihadistische dreiging de belangrijkste en meest bepalende factor voor de terroristische dreiging is in Nederland. Alleen door een onverminderde inzet op zowel lokaal als nationaal niveau kunnen we de veiligheid blijven waarborgen. De politie en de inlichtingendiensten continueren hun inzet om potentiële dreigingen direct te verstoren, met als recent voorbeeld meerdere aanhoudingen van terrorismeverdachten de afgelopen maanden.
Tegelijkertijd kan geen enkele aanpak het risico op terroristisch geweld of recidive volledig uitsluiten. Dat mag echter nooit een reden zijn om daarin te berusten. Nieuwe signalen moeten steeds opnieuw worden beoordeeld en waar blijkt dat de aanpak, het toezicht of de samenwerking kan worden versterkt, moeten daar concrete lessen en maatregelen uit volgen.
Deelt u de mening dat in deze casus, en helaas veel vaker, de overheid tekortschiet in het beschermen van haar burgers en dat dit tekortkomen bij dit soort incidenten pijnlijk aan het licht komt? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 2.
Hoeveel terroristen (in wording) staan momenteel onder toezicht van de reclassering met een dergelijke beperking in het toezicht zoals bij Muhammed K.?
Reclassering Nederland draagt met een landelijk team van gespecialiseerde reclasseringsprofessionals, het zogeheten TER-team, bij aan het verkleinen van de dreiging die uitgaat van volwassen verdachten of veroordeelden van strafbare feiten die zij pleegden vanuit extremistische, terroristische en/of geradicaliseerde overtuigingen.
Het TER-team houdt momenteel toezicht op in totaal 26 volwassen personen aan wie de voorwaarde «meewerken aan controle gegevensdragers» is opgelegd. Hieronder vallen ook personen met links- en rechts-extremistische overtuigingen en personen die zich soeverein hebben verklaard.
Bij de Raad voor de Kinderbescherming staan 30 jeugd-CTER zaken geregistreerd. Er zit geen specifiek kenmerk op bijzondere voorwaarden in de registratie van Toezicht en Begeleidingszaken binnen Gecertificeerde Instellingen (GI’s) vanuit de jeugdreclassering.
Deelt u de mening mening dat dergelijke deradicaliseringstrajecten juist door deze terroristen misbruikt kunnen worden om hun dossier te verschonen door goed gedrag te vertonen? Zo nee, waarom niet?
Het is niet uit te sluiten dat iemand bij een begeleidingstraject sociaal wenselijk gedrag vertoont of probeert de betrokken professionals te misleiden. Sociaal wenselijk of strategisch gedrag in dit werkveld is een bekend en onderkend fenomeen, hierin zijn de professionals die dergelijke trajecten uitvoeren dan ook getraind De beoordeling wordt daarom niet uitsluitend gebaseerd op wat een betrokkene tijdens gesprekken verklaart of op gedurende korte tijd vertoond positief gedrag, er wordt ook gekeken naar objectieve informatie en gebruikgemaakt van objectieve criteria. De ontwikkeling wordt over een lange periode bezien, waarbij verschillende waarnemingen, informatiebronnen en professionele inzichten worden betrokken. Daarbij kan onder meer worden gekeken naar de naleving van opgelegde voorwaarden, concrete gedragsveranderingen, relevante contacten, risico- en beschermende factoren en eventuele nieuwe signalen.
Daarbij is van belang dat onderscheid wordt gemaakt tussen deradicalisering en disengagement. Deradicalisering is gericht op het afstand nemen van extremistisch gedachtegoed en een verandering in waarden, attitudes en opvattingen, terwijl disengagement ziet op het beëindigen van extremistisch of terroristisch gedrag en het verbreken van banden met extremistische personen of netwerken. Een verandering van overtuigingen is niet altijd volledig vast te stellen en is ook niet in alle gevallen (direct) haalbaar. Daarom wordt in de praktijk tevens ingezet op concrete en duurzame gedragsverandering en op het verminderen van het risico op (extremistisch) geweld.
Een deradicaliserings- of disengagementstraject is bovendien geen op zichzelf staande garantie en komt niet in de plaats van strafrechtelijk optreden, reclasseringstoezicht of de inzet van politie en veiligheidsdiensten wanneer daar aanleiding voor bestaat. Volledige zekerheid over iemands overtuigingen en toekomstig gedrag kan niet worden gegeven. Nieuwe of afwijkende signalen kunnen daarom aanleiding geven om het risicobeeld opnieuw te beoordelen en de inzet waar nodig aan te passen of te intensiveren.
Deelt u de mening dat toezicht op mobiele apparaten totaal nutteloos is indien dit slechts één keer per maand plaatsvindt en de betreffende terrorist ook nog vrijuit andere toestellen kan gebruiken en chats/gegevens kan wissen voorafgaand aan de controle? Zo ja, welke maatregelen gaat u nemen? Zo nee, waarom niet?
De rechtbank bepaalt welke voorwaarden of vorm(en) van controle nodig zijn en in sommige gevallen ook hoe vaak. De partij die belast is met het uitvoeren van controles, bepaalt wanneer deze worden uitgevoerd. Deze controles kunnen onaangekondigd worden uitgevoerd. Dit vergroot de kans dat iemand zich structureel zal conformeren aan een opgelegde voorwaarde. Tegelijkertijd ben ik, zoals in mijn brief van 22 mei 20262 vermeld, met de reclassering in gesprek over de mogelijkheden om een vergelijkbare methodiek te ontwikkelen voor controle inzake online terrorisme en (gewelddadig) extremisme delicten, zoals de reclassering die heeft ontwikkeld om te controleren of een justitiabele zich houdt aan de bijzondere voorwaarde «vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik».
Daarnaast is het de taak van reclasseringswerkers om cliënten te motiveren om zich uit eigen beweging te houden aan opgelegde voorwaarden. Daarbij zijn de voorwaarden onderdeel van het kader om het gesprek aan te gaan over gedragsverandering. De reclassering zet zich immers in voor duurzame gedragsverandering en niet enkel het naleven van een tijdelijke voorwaarde.
Bent u van mening dat rechters bij hun aanstelling voldoende zijn toegerust om dit soort terrorismezaken met voldoende oog voor de bescherming van de samenleving te beoordelen? Zo ja, waar baseert u dat op? Zo nee, waar schiet het huidige kader tekort?
Rechters doorlopen een strenge selectie en een langdurig en intensief inwerktraject voordat zij zelfstandig als rechter aan het werk gaan. Een rechter in opleiding wordt opgeleid in verschillende rechtsgebieden met een daarbij passend cursusaanbod. Rechters in opleiding worden opgeleid en begeleid door ervaren collega’s. Ook na deze opleiding zijn rechters verplicht trainingen en cursussen te volgen. Door permanente educatie worden kennis en vaardigheden actueel gehouden en verder uitgebreid. SSR, het opleidingsinstituut van de Rechtspraak en het Openbaar Ministerie, biedt cursussen aan op het gebied van terrorisme en terrorismebestrijding zodat rechters goed in staat zijn om zaken op dit gebied aan te pakken en te beoordelen. Binnen het cursusaanbod is ook aandacht voor de verschillende fasen van het terrorismeonderzoek.
Wij zijn ons ervan bewust dat u geen harde kritiek op de Rechtspraak wilt leveren, maar kunt u zich ook niet aan de indruk onttrekken dat er in deze casus, en wellicht vaker, sprake is van flinke naïviteit bij de Rechtspraak? Zo nee, waarom niet?
De rechter kijkt bij de behandeling van iedere zaak naar alle relevante feiten en omstandigheden van de zaak. Bij het opleggen van bijzondere voorwaarden bij een (deels) voorwaardelijke straf weegt de rechter steeds zorgvuldig of die voorwaarden noodzakelijk, geschikt en proportioneel zijn. Als een voorwaarde een inbreuk maakt op grondrechten – zoals de privacy – is het aan de rechter om de proportionaliteit te bewaken. Een begrenzing, zoals een maximumaantal controles, kan daarbij dienen om de inbreuk niet verder te laten gaan dan nodig is. Het past mij als bewindspersoon niet om te oordelen over overwegingen en afwegingen die door rechters worden gemaakt in rechterlijke uitspraken.
Het bericht 'Online werd massale overtocht naar Ceuta wekenlang voorbereid en gepromoot; Spaans wantrouwen over rol Marokko' |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
David van Weel (VVD), Rob Jetten (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Online werd massale overtocht naar Ceuta wekenlang voorbereid en gepromoot; Spaans wantrouwen over rol Marokko», alsmede met overige berichtgeving over de massale, wekenlang online voorbereide en gepromote overtocht van duizenden illegale grensoverschrijders vanuit Marokko naar de Spaanse exclave Ceuta, en met de berichten over Spaans wantrouwen jegens de rol van Marokko daarbij?1 2 3 4
Ja.
Waren onze diensten op de hoogte van deze voorbereidingen? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet doet vanzelfsprekend in de openbaarheid geen uitspraken over de informatiepositie van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.
Deelt u de opvatting dat deze ongecontroleerde massale grensdoorbraak vanuit Marokko naar Spanje niet alleen een gevaar vormt voor de Spaanse nationale veiligheid, maar ook voor die van Nederland? Zo nee, waarom niet?
Er is op dit moment geen aanleiding om de gebeurtenissen in Ceuta te verbinden aan onze nationale veiligheid. In algemene zin is bekend dat de instrumentalisering van (irreguliere) migratiestromen wordt gebruikt door statelijke actoren om sociale en politieke stabiliteit te ondermijnen. Of hier sprake van is bij de gebeurtenissen in Ceuta is op dit moment niet bekend. Het kabinet kan geen uitspraken doen over de nationale veiligheid in andere lidstaten.
Bent u bereid onze diensten vanaf nu structureel deze dreiging in kaart te laten brengen en u wekelijks te laten informeren over de stand van zaken? Zo nee, waarom niet?
De AIVD mag op basis van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 onderzoek verrichten met betrekking tot organisaties en personen die door de doelen die zij nastreven, dan wel door hun activiteiten aanleiding geven tot het ernstige vermoeden dat zij een gevaar vormen voor het voortbestaan van de democratische rechtsorde, dan wel voor de nationale veiligheid of voor andere gewichtige belangen van de staat. De AIVD maakt daarbij zelf de afweging of er aanleiding is tot het starten van onderzoek.
Heeft u kennisgenomen van mijn bericht op X waarin ik voorstel de NAVO de buitengrenzen van de EU te laten bewaken, ter bescherming van ons continent tegen ongecontroleerde massale immigratie die onze cultuur, collectieve veiligheid en welvaart destabiliseert? Zo nee, waarom niet? Bent u, ongeacht het antwoord, bereid dit verzoek bij de NAVO neer te leggen? Zo nee, waarom niet?
Ja. De NAVO is een politieke en militaire alliantie die middels collectieve verdediging tegen gewapende aanvallen de veiligheid van de bondgenoten waarborgt. De NAVO heeft geen rol in migratiebeheer. Het is de taak van de EU-lidstaten en de EU-agentschappen zoals Frontex om de buitengrenzen van de EU te bewaken tegen, onder andere, irreguliere migratie.
Kloppen de op sociale media circulerende berichten dat een Marokkaanse illegale immigrant in Ceuta tijdens de onlusten aldaar op klaarlichte dag een Spaanse burger in zijn keel heeft gestoken? Zo ja, wat is de conditie van het slachtoffer, is de dader aangehouden en welke straf staat hem te wachten voor deze moordaanslag? Zo nee, kunt u aangeven wat er feitelijk is voorgevallen?5
Het is verder de Spaanse autoriteiten om onderzoek te doen naar incidenten die hebben plaatsgevonden in Ceuta.
Kloppen de berichten dat, in tegenstelling tot de Spaanse verklaringen dat vrijwel iedereen zou zijn vertrokken, in werkelijkheid nog een aanzienlijk aantal illegale grensoverschrijders in Ceuta is achtergebleven? Zo ja, om hoeveel personen gaat het?
Spanje heeft, in samenwerking met Marokko, de terugkeer van het overgrote deel van de irreguliere migranten bewerkstelligd en de nieuwe aankomsten door de grens te versterken voorkomen. Het snelle optreden van Spanje was noodzakelijk. Dat betekent niet dat de EU en Spanje de aandacht nu kan laten verslappen. Het is helder dat er grootschalig irreguliere aankomsten zijn geweest en dat deze irreguliere migranten ook op grote schaal zijn vertrokken. De irreguliere migranten zijn, door de chaotische situatie op 30 en 31 juli jl., niet geregistreerd bij binnenkomst van Ceuta. Ook is het niet mogelijk geweest om de terugkeer van al deze irreguliere migranten te registeren. Er bestaat daardoor onduidelijkheid over hoeveel irreguliere migranten zich nog in Ceuta bevinden. Het is van belang dat Frontex de situatie aan de grens, het aantal personen in Ceuta en eventuele bewegingen nauw monitort en hierover rapporteert. Het kabinet zal daar samen met andere gelijkgezinden lidstaten op blijven aandringen.
Deelt u de opvatting dat, indien Spanje ons hierover onvolledig of onjuist informeert, dit het onderlinge vertrouwen ondermijnt waarop verdragen als Schengen en het EU Migratiepact zijn gebaseerd? Zo ja, welke maatregelen gaat u nemen om Nederland te beschermen tegen de gevolgen van Spaanse incompetentie en onjuiste informatievoorziening?
Het snelle optreden van Spanje, in goede samenwerking met Marokko, was noodzakelijk. Zoals aangegeven lijkt met de nu gepleegde inzet de integriteit van het Schengengebied niet geschonden. Dit wordt ook ondersteund door Frontex. Het is van belang dat Frontex de situatie aan de grens, het aantal personen in Ceuta en eventuele bewegingen nauw monitort en hierover rapporteert. Het kabinet zal daar samen met andere gelijkgezinden lidstaten op blijven aandringen.
Welke concrete stappen gaat u zetten om te voorkomen dat illegale grensoverschrijders uit Ceuta via Spanje of andere Schengenlanden Nederland weten te bereiken?
Bent u bekend met dit bericht, en met het feit dat uw secretaris-generaal sinds 1 januari 2022 voorzitter is van de Raad van Toezicht van TivoliVredenburg, de instelling die hier een institutionele boycot voert tegen Israëlische staatsinstellingen?1 2 3 4 5 6
Ja.
Bent u ervan op de hoogte dat TivoliVredenburg zijn boycot mede rechtvaardigt met de kwalificatie «genocidaal geweld» voor het optreden van Israël in Gaza? Kunt u aangeven of, en zo ja hoe, de Raad van Toezicht, onder voorzitterschap van uw secretaris-generaal, dit standpunt van de instelling heeft goedgekeurd of getoetst? Is deze kwalificatie ook het standpunt van het kabinet? Zo ja, op welke rechterlijke uitspraak is dat standpunt gebaseerd? Zo nee, hoe beoordeelt u dat uw eigen secretaris-generaal als voorzitter toezicht houdt op een instelling die deze kwalificatie wél publiekelijk hanteert?
Ja. Het betreft een besluit dat is genomen door de directie van TivoliVredenburg.
Was u ervan op de hoogte dat deze nevenfunctie werd voortgezet en zelfs bestendigd (herbenoeming tot 1 januari 2030) nadat TivoliVredenburg zijn culturele boycot van Israël publiekelijk had ingesteld? Zo ja, sinds wanneer? Zo nee, hoe verklaart u dat dit niet eerder bij u bekend was?
Ja. De nevenwerkzaamheden van de secretaris-generaal zijn mij bekend. De Minister van Defensie is in 2023 akkoord gegaan met deze nevenfunctie. Alle nevenwerkzaamheden van de Topmanagementgroep (TMG) van de Algemene Bestuursdienst (ABD) zijn te raadplegen op de website van de ABD. De lijst met nevenwerkzaamheden wordt periodiek geactualiseerd.
Is deze nevenfunctie destijds gemeld en getoetst conform de Gedragscode Integriteit Rijk en de regels voor nevenfuncties van topambtenaren? Kunt u de uitkomst van die toetsing met de Kamer delen?
Ja. De nevenwerkzaamheden van de secretaris-generaal zijn getoetst en hebben geleid tot een goedkeuring van de nevenfunctie. De nevenfunctie is tijdig en volledig openbaar gemaakt conform de daarvoor geldende procedures van de CAO Rijk.
Deelt u de opvatting dat het onwenselijk is dat de hoogste ambtenaar van het Ministerie van Defensie, gebonden aan ambtelijke onpartijdigheid en loyaliteit aan het kabinetsbeleid, als voorzitter van de Raad van Toezicht toezichthoudende eindverantwoordelijkheid draagt voor een instelling die eigenstandig en publiekelijk een institutionele boycot voert tegen de staatsinstellingen van een land? Zo nee, waarom niet?
De secretaris-generaal is voorzitter van de Raad van Toezicht van TivoliVredenburg. De Raad van Toezicht is belast met het toezicht op het algemeen functioneren van de directie, de benoemingen van bestuurders en het toezicht op financieel gebied. De directie heeft dit besluit genomen.
Uw ambtsvoorganger, Minister Brekelmans, heeft in de Tweede Kamer gesteld dat de F-35 essentieel is voor de veiligheid van Nederland en zijn internationale partners, waaronder Israël, en dat eenzijdig loslaten van deze samenwerking Nederland tot een onbetrouwbare partner zou maken en een risico zou vormen voor onze eigen luchtmacht. Onderschrijft u deze analyse van uw ambtsvoorganger? Zo nee, waarom niet?7
Ja, deze analyse onderschrijf ik.
Zo ja op vraag 6: hoe verhoudt de door uw ambtsvoorganger benoemde afhankelijkheid van Israëlische (defensie)technologie zich tot het feit dat uw eigen secretaris-generaal een instelling voorzit die datzelfde land institutioneel boycot?
De secretaris-generaal van het Ministerie van Defensie is de voorzitter van de Raad van Toezicht van TivoliVredenburg, niet de voorzitter van de directie van TivoliVredenburg. De directie van TivoliVredenburg heeft het besluit genomen.
Acht u het verenigbaar met de positie en geloofwaardigheid van het Ministerie van Defensie dat de hoogste ambtenaar van dat ministerie in een nevenfunctie een boycot mede faciliteert tegen een land waarmee Nederland op defensiegebied nauw samenwerkt? Zo ja, waarom? Zo nee, welke stappen gaat u zetten?
Zie het antwoord op vraag 7.
Bent u bereid uw secretaris-generaal te vragen zijn nevenfunctie als voorzitter van de Raad van Toezicht van TivoliVredenburg neer te leggen, dan wel hem te vragen zich binnen die Raad publiekelijk te distantiëren van de boycot? Zo nee, waarom niet?
Ik acht de nevenwerkzaamheden van de secretaris-generaal van het Ministerie van Defensie verenigbaar met zijn functie als secretaris-generaal. De secretaris-generaal heeft aangegeven nadere afspraken met de Raad van Toezicht te hebben gemaakt, waardoor hij zich bij eventuele toekomstige besprekingen van dergelijke onderwerpen in de Raad van Toezicht zal onthouden van deelname.
Bent u bereid de Kamer te informeren over alle overige nevenfuncties van de secretaris-generaal van het Ministerie van Defensie en de wijze waarop deze zijn getoetst op verenigbaarheid met zijn ambtelijke positie? Zo nee, waarom niet?
De nevenwerkzaamheden van de secretaris-generaal van het Ministerie van Defensie zijn volgens de geldende procedures voor de TMG publiekelijk kenbaar gemaakt. De lijst met werkzaamheden is te raadplegen via de website van de ABD.
Bent u bekend met het feit dat de voorzitter van de Raad van Toezicht van TivoliVredenburg tevens de hoogste ambtenaar van het Ministerie van Defensie is, en dat deze Raad van Toezicht toeziet op een instelling die een institutionele boycot van Israël voert?
Ja.
Deelt u de opvatting dat een dergelijke dubbelrol, rijksambtenaar aan de top van een ministerie én toezichthouder-voorzitter bij een gesubsidieerde instelling met een eigen institutioneel boycotbeleid tegen Israëlische instellingen, op gespannen voet staat met de schijn van onafhankelijkheid en onpartijdigheid die van de rijksoverheid mag worden verwacht? Zo nee, waarom niet?
Voor leden van de TMG gelden de rijksbrede integriteitsregels, aangevuld met openbaarmakings- en meldingsplichten om belangenverstrengeling te voorkomen. Om integriteit te waarborgen, zijn alle leden van de TMG verplicht hun nevenactiviteiten te melden aan hun werkgever. Voorafgaand aan de aanstelling worden nevenwerkzaamheden getoetst aan verenigbaarheid in relatie tot de te vervullen functie. Het overzicht van de nevenwerkzaamheden van de TMG is online openbaar te raadplegen.
Onder welke subsidieregeling(en) en voor welk bedrag ontvangt TivoliVredenburg jaarlijks direct of indirect rijkssubsidie, bijvoorbeeld via de Basisinfrastructuur Cultuur (BIS) of via de gemeente Utrecht?
Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft geen rechtstreekse subsidierelatie met TivoliVredenburg. Het podium ontvangt een jaarlijkse bijdrage van € 13,4 miljoen van de gemeente Utrecht in het kader van de Utrechtse Cultuurnota 2025–2028. Van het Fonds Podiumkunsten ontvangt TivoliVredenburg € 58.450 per jaar uit de Podiumregeling. Vanuit het Fonds Cultuurparticipatie krijgt het podium € 32.360 uit de regeling Co-creatie instellingen.
Bent u bereid in gesprek te gaan met TivoliVredenburg over de voorwaarden waaronder subsidie wordt verstrekt, mede in het licht van deze dubbele rol als topambtenaar en toezichthouder, en de selectieve boycot van Israëlische deelnemers? Zo nee, waarom niet?
Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft geen rechtstreekse subsidierelatie met TivoliVredenburg.
Deelt u de opvatting dat het weren van Israëlische studenten een vijandiger klimaat kan creëren voor Joodse en Israëlische bezoekers, artiesten en studenten in Nederland, zeker wanneer een zittend topambtenaar dit beleid als toezichthouder mede draagt? Zo nee, waarom niet?
Culturele instellingen moeten ruimte hebben om artistieke en inhoudelijke keuzes te maken. Die artistieke vrijheid is echter nooit een vrijbrief voor racisme, discriminatie en/of antisemitisme. Instellingen mogen mensen niet uitsluiten op grond van kenmerken die wettelijk beschermd zijn.
Bent u bekend met het bericht dat debatcentrum TivoliVredenburg op het laatste moment de finale van het debattournooi van het EK debatteren dat daar zou plaatsvinden heeft gecanceld, omdat ook Israëlische studenten mee zouden doen?1
Ja.
Bent u met de indieners eens dat het zorgelijk, abject en verwerpelijk is dat organisaties bijeenkomsten cancelen vanwege de deelname van nota bene studenten, op basis van hun nationaliteit, en zeker wanneer dat gericht is op één specifieke nationaliteit? Graag een toelichting.
Net als vele anderen, hecht ik grote waarde aan een pluriforme sector waarin ruimte is voor verschillende geluiden. Juist studenten willen we immers de ruimte geven om met elkaar in debat te gaan, verschillende perspectieven te horen en van mening te verschillen. Culturele en internationale academische samenwerking draagt daar in belangrijke mate aan bij. Uitwisseling en samenwerking tussen individuen zorgt voor blijvende verbinding en dialoog, juist ook bij thema’s die gezien hun aard en context schuren en heel gevoelig liggen.
Tegelijkertijd hebben instellingen een grote vrijheid en daarmee ook een belangrijke verantwoordelijkheid in het bepalen wat zij programmeren en met wie zij samenwerken. Die vrijheid is belangrijk en hoort bij een open en democratische samenleving. Dat instellingen zorgvuldig naar hun programmering kijken, zeker in het licht van het aanhoudende conflict in het Midden-Oosten, hoort bij het nemen van hun verantwoordelijkheid. Besturen dienen transparant te zijn over de afwegingen die zij maken. Ik vind het in dat verband goed dat TivoliVredenburg publiekelijk heeft toegelicht hoe zij tot hun besluit zijn gekomen.
De overheid moet afstand houden van de afwegingen die instellingen maken bij individuele casussen. Juist die terughoudendheid is van belang om de fundamentele vrijheden van onze democratie te beschermen.
Meent u dat het wettelijk is toegestaan om evenementen te cancelen vanwege de deelname van Israëlische studenten? En zo ja, kunt u uitleggen hoe dat zich verhoudt tot het verbod op discriminatie en tot de Algemene wet gelijke behandeling?
Culturele instellingen gaan zelf over hun programmering en hebben zich daarmee te houden aan de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb). In dit geval is geen sprake van een verschil in behandeling bij de toegang tot een aangeboden dienst, omdat het evenement niet is doorgegaan.
Bent u het met de indieners eens dat het weren van evenementen vanwege deelname van Israëlische studenten, ook wanneer dat wordt gedaan met een beroep op het feit dat zij de universiteit waar zij studeren zouden vertegenwoordigen (waarvan de organisatie nadrukkelijk heeft verklaard dat dit niet het geval is), directe, of in ieder geval indirecte, discriminatie is op basis van nationaliteit?
Het is niet aan het kabinet om in specifieke gevallen een oordeel te geven of er sprake is van (verboden) direct of indirect onderscheid. Dit is voorbehouden aan de rechter en/of het College voor de Rechten van de Mens.
Heeft u kennisgenomen van het feit dat de organisator van het Europees Kampioenschap debatteren verklaart dat alle studenten op eigen titel deelnemen?
Ja.
Deelt u de opvatting dat studenten niet verantwoordelijk mogen worden gehouden voor het handelen van de regering van het land waar hun universiteit is gevestigd? Zo nee, waarom niet?
Burgers, dus ook studenten, kunnen niet direct verantwoordelijk worden gehouden voor het handelen van een regering van een land.
Is het kabinet bekend met andere evenementen die worden geannuleerd of geen doorgang vinden omdat daar Israëlische studenten aan zouden deelnemen?
Nee, daar is het kabinet niet mee bekend.
Is het kabinet bekend met andere evenementen die worden geannuleerd of geen doorgang vinden omdat daar studenten aan zouden deelnemen van universiteiten gevestigd in een land omdat de regering van dat land ergens van wordt beschuldigd? Zo ja, welke? Zo nee, hoe beoordeelt u het dat dit blijkbaar alleen wordt gedaan bij studenten van de enige Joodse staat?
Nee, daarmee is het kabinet niet bekend. Zie het antwoord op vraag 2.
Hoe verhoudt het annuleren van nota bene de finale van een debatwedstrijd bedoeld voor ideeënuitwisseling vanwege de identiteit van een deel van de deelnemers zich volgens u tot de academische vrijheid en de maatschappelijke opdracht van universiteiten om de vrije uitwisseling van argumenten te bevorderen?
Ik betreur het dat deze situatie is ontstaan. Juist studenten moeten de ruimte hebben om met elkaar in debat te gaan. Het valt onder de vrijheid en verantwoordelijkheid van TivoliVredenburg om een afweging te maken over wat zij programmeren en met wie zij samenwerken. Die vrijheid is belangrijk en hoort bij een open en democratische samenleving. Dat instellingen daarbij extra zorgvuldig naar hun programmering kijken hoort bij het nemen van hun verantwoordelijkheid.
Ontvangt TivoliVredenburg subsidie van het Rijk of uit andere publieke middelen? Zo ja, om welke bedragen en subsidieregelingen gaat het en welke voorwaarden inzake gelijke behandeling en toegankelijkheid zijn daaraan verbonden?
De overheid heeft geen rechtstreekse subsidierelatie met TivoliVredenburg. Wel ontvangt TivoliVredenburg een jaarlijkse bijdrage van € 13,4 miljoen van de gemeente Utrecht in het kader van de Utrechtse Cultuurnota 2025–2028. Vanuit het Fonds Podiumkunsten ontvangt TivoliVredenburg € 58.450 per jaar vanuit de Podiumregeling. Vanuit Fonds voor Cultuurparticipatie ontvangt zij € 32.360 vanuit de regeling co-creatie instellingen. Voor alle bovengenoemde financiers is het in het kader van de code diversiteit en inclusie een voorwaarde dat TivoliVredenburg een visie moet hebben hoe het omgaat met gelijke behandeling en toegankelijkheid. Het is echter aan TivoliVredenburg zelf om doelstellingen m.b.t. de code te formuleren en ook bepaalt de organisatie zelf hoe zij deze willen bereiken. Ik ga ervan uit dat TivoliVredenburg, net als iedere instelling, hierbij het gelijkheidsbeginsel uit Artikel 1 van de Grondwet in acht houdt.
Klopt het voorts dat de Universiteit Utrecht en University College Utrecht vanwege de deelname van Israëlische universiteiten hun steun aan het debattoernooi hebben ingetrokken? Zo ja, welke betrokkenheid hadden deze instellingen bij het toernooi, en op welke gronden hebben zij hun steun ingetrokken? Bent u het met de indieners eens dat ook universiteiten hun steun aan dergelijke evenementen niet behoren in te trekken alleen vanwege de deelname van studenten met bepaalde nationaliteiten?
De rol van de Universiteit Utrecht (UU) en University College Utrecht (UCU) was het faciliteren van debatruimtes en overnachtingsplekken. Deze steun hebben ze ingetrokken nadat zij van de organisatie informatie hadden ontvangen die wees op kenmerken van institutionele betrokkenheid van Israëlische organisaties. Volgens de UU sluit dit niet aan bij hun generieke beleid als het gaat over institutionele samenwerkingen met Israëlische instellingen op gebied van onderwijs en onderzoek. Het besluit van de UU en UCU om de steun aan EUDC 2026 in te trekken valt onder de autonomie van kennisinstellingen. Een zorgvuldige afweging hoort bij de verantwoordelijkheid van institutionele autonomie.
Deelt u de opvatting dat van instellingen die met publieke middelen worden gefinancierd in het bijzonder mag worden verlangd dat zij geen personen uitsluiten op grond van nationaliteit of nationale afkomst?
Artikel 1 van onze Grondwet en de daaraan gelieerde gelijkebehandelingswetgeving in Nederland regelt dat iedereen in Nederland in gelijke gevallen gelijk behandeld dient te worden. De kaders hiervoor zijn neergelegd in de Awgb. Deze plicht geldt voor elke organisatie, ongeacht hoe zij wordt gefinancierd. Van iedere instelling mag worden verlangd dat zij geen verboden onderscheid maakt. Daar waar een vermoeden van verboden onderscheid bestaat, is het aan de rechter en/of het College voor de Rechten van de Mens om hierover te oordelen.
De leden Van Zanten en Van der Plas, van de fractie BBB, hebben middels een motie het kabinet verzocht om met behulp van de antidiscriminatiebepalingen aanvullende kaders te ontwikkelen waarin subsidies kunnen worden ingetrokken wanneer instellingen zich schuldig maken aan antisemitisme, het faciliteren ervan en/of het niet ingrijpen hierop.2 In de laatste voortgangsbrief discriminatie en racisme is de Minister van BZK uitgebreid ingegaan op het juridisch kader waarbinnen verleende subsidies kunnen worden geweigerd of ingetrokken.3
Bent u het eens met de indieners dat dit een ontoelaatbare vorm van discriminatie betreft en dat het noodzakelijk is om hier een morele grens te trekken door dit publiekelijk af te keuren? Is het kabinet bereid dit te doen?
Of er in het voorliggende geval sprake is van verboden onderscheid in de zin van de Awgb staat niet vast. Zie verder het antwoord op vraag 12.
Een massale grensoversteek bij Ceuta |
|
Diederik Boomsma (CDA), Simon Ceulemans (JA21) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Wat is het meest recente bekende aantal illegale migranten dat sinds 30 juli 2026 vanuit Marokko de grens met de Spaanse exclave Ceuta is overgestoken? Hoeveel potentiële illegale migranten zijn nog onderweg? En wat is de meest recente situatie in Melilla?
Tijdens de extra informele JBZ-Raad van 4 augustus jl. schatte Spanje dat er 72.000 mensen op irreguliere wijze bij Ceuta de grens zijn overgestoken en een paar honderd bij Melilla en dat 70.000 personen ook weer zijn vertrokken uit Ceuta. Het is helder dat er grootschalig irreguliere aankomsten zijn geweest en dat deze irreguliere migranten ook op grote schaal zijn vertrokken. De irreguliere migranten zijn, door de chaotische situatie op 30 en 31 juli jl., niet geregistreerd bij binnenkomst in Ceuta. Ook is het niet mogelijk geweest om de terugkeer van al deze irreguliere migranten te registeren. Er bestaat daarom onduidelijkheid over het precieze aantal resterende irreguliere migranten dat zich nog in Ceuta bevindt. Het is daarom van belang dat Frontex de situatie aan de grens, het aantal personen in Ceuta en eventuele bewegingen nauw monitort en hierover rapporteert. Het kabinet zal daarom, samen met andere gelijkgezinden lidstaten, hierop blijven aandringen.
Deelt u de opvatting dat een lidstaat die zijn buitengrens niet effectief bewaakt en die illegale migranten niet tegenhoudt en terugstuurt niet alleen zijn eigen grens opent, maar die van alle lidstaten, Nederland inbegrepen? Welke consequentie verbindt het kabinet daaraan voor de Nederlandse opstelling jegens Spanje?
Spanje heeft, in samenwerking met Marokko, de terugkeer van het overgrote deel van de migranten bewerkstelligd en nieuwe aankomsten voorkomen door de grens te versterken. Daarbij is van belang dat voor de gebieden Ceuta en Melilla speciale Schengenregels gelden (die Spanje heeft uitgevoerd). Er zijn standaard controles tussen Ceuta en Melilla en het vasteland van Spanje (en andere Schengenstaten). Doorreizen vanuit Ceuta naar de rest van Schengen gaat enkel gecontroleerd. Hierdoor is de kans op ongeregistreerde doorreis nihil. Spanje heeft tijdens de extra informele JBZ-Raad opnieuw bevestigd, ondersteund door Frontex, dat er tot op heden geen irreguliere migranten zijn doorgereisd vanuit Ceuta naar het vaste land van Spanje of andere lidstaten in het Schengengebied. Met de nu gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden. Het is noodzakelijk dat Spanje haar inzet op het terug laten keren van de resterende irreguliere migranten blijft voortzetten. Spanje heeft tijdens de JBZ-raad bevestigd dat zij dit zal doen. Het kabinet blijft hier aandacht voor vragen.
Nederland heeft de Europese Commissie en de relevante EU-agentschappen verzocht dit samen met Spanje te onderzoeken. Hen is gevraagd hierin in ieder geval de oorzaken, inclusief de rol van mensensmokkelaars en tekortkomingen aan de Spaanse buitengrens, mee te nemen. Hoe sociale media in dit verband zijn gebruikt, is ook een belangrijk aandachtspunt. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
Bent u ermee bekend dat de Italiaanse regering naar aanleiding van deze gebeurtenissen heeft bepleit Spanje tijdelijk uit het Schengengebied te weren? Deelt u de conclusie dat de massale illegale grensoversteek bij de Spaanse exclaves (en eerder al het massale generale pardon voor illegalen) een onaanvaardbaar risico voor andere lidstaten, inclusief Nederland, vormt en bent u bereid de Italianen te steunen in hun inzet? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet is bekend met de reactie van Italië. Daarbij verwijst het kabinet naar het antwoord op vraag 2 over de aanvullende Schengenregels en de constatering dat het Schengengebied niet geschonden lijkt.
Het is evident de Nederland haar eigen binnengrenzen bewaakt. In Nederland voert de Koninklijke Marechaussee (KMar) in het kader van het Mobiel Toezicht Veiligheid – en op dit moment in het kader van de tijdelijke herinvoering van de binnengrenscontroles op grond van artikel 25 Schengengrenscode – informatie- en risicogestuurde controles uit op inkomende intra-Schengenvluchten en treinen en op wegen en vaarwegen in de binnengrensstreek met België en Duitsland. De inzet van deze controles gebeurt op basis van informatie ten aanzien van risico’s op illegale migratie en mensensmokkel. Indien informatie voortkomend uit de situatie in Spanje hier aanleiding toe geeft, zal de KMar de inzet in het kader van het binnengrenstoezicht hierop richten. De situatie zoals in bovenstaande antwoorden is toegelicht geeft geen aanleiding om de tijdelijke maatregel van binnengrenscontroles te verlengen.
Mochten er in Nederland asielzoekers worden aangetroffen die zijn aangekomen in Ceuta, worden deze personen overgedragen aan Spanje conform de afspraken in de Asiel en Migratiebeheer Verordening (AMbV), waarmee extra druk op ons asielstelsel door de situatie in Ceuta wordt voorkomen. De ervaring van de afgelopen jaren is dat Spanje dergelijke overdrachten altijd in lijn met de AMbV uitvoert. Indien een lidstaat aan de buitengrens de grens onvoldoende beheert zijn er afhankelijk van de situatie verschillende mogelijkheden tot ingrijpen. Dit is nu niet aan de orde.
Welke andere instrumenten staan lidstaten dan ter beschikking wanneer een medelidstaat zijn buitengrens structureel niet effectief bewaakt, en is het kabinet bereid die instrumenten in te zetten? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 3.
Wat is u bekend over de wegkijkende en/of zelfs faciliterende rol van Marokko in deze massale illegale grensoversteek? Welke financiële, diplomatieke, visumgerelateerde consequenties, etc. bepleit en verbindt u hieraan richting Marokko?
Het kabinet heeft gepleit om oorzaken nader te onderzoeken en loopt hier niet op vooruit. Het kabinet ziet voorts dat de samenwerking met Marokko cruciaal is om de situatie onder controle te brengen en te houden. De Europese Commissie, Spanje en andere EU-lidstaten werken nauw met Marokko samen om de grenzen effectief te bewaken en terugkeer mogelijk te maken. Het kabinet spreekt waardering uit voor de samenwerking en optreden met en van Marokko.
Deelt u de opvatting dat een Pact waarvan de verplichte grensprocedure niet werkt voor een groot deel van de groep die nu de buitengrens overschrijdt, zijn belangrijkste belofte niet waarmaakt? Indien u die opvatting niet deelt, waaruit blijkt dan dat het Pact in deze eerste praktijktest wel werkt?
Zie beantwoording op voorgaande vragen. De situatie zoals we vorige week zagen is onacceptabel, zeer onwenselijk en uitzonderlijk. Tegelijkertijd heeft Spanje, in samenwerking met Marokko, de nodige stappen gezet om de situatie weer onder controle te krijgen en is het grootste deel van deze irreguliere migranten teruggekeerd.
In algemene zin is het, om irreguliere migratie richting de EU minder aantrekkelijk te maken en weerbaar te zijn als EU, van belang dat er een sterk EU-intern asiel- en migratiesysteem staat en dat de EU effectief samenwerkt met landen buiten de EU. Het kabinet onderstreept daarom het belang van de volledige implementatie en toepassing van het Asiel- en Migratiepact, dat sinds juni in werking is, de terugkeerverordening (zodra deze van kracht wordt), en het versterken en bestendigen van partnerschappen met landen buiten de EU. De langetermijnvisie van het kabinet is dat asielaanvragen buiten Europa kunnen worden ingediend en afgehandeld. Het kabinet zet zich daarom doorlopend in voor het verder brengen en operationaliseren van innovatieve oplossingen waaronder de terugkeerhubs.
Hoe beoordeelt u de beslissing van het Spaanse Tribunal Supremo dat grensweigering niet mag worden toegepast op migranten die zwemmend Ceuta of Melilla willen bereiken, maar dat die dus niet mogen worden terugoverhandigd aan Marokko en in Spanje in procedure moeten worden genomen?1 Ziet u een verband met de recente toestroom van pogingen van migranten om zwemmend, soms met wetsuit en andere voorwerpen, die enclaves te bereiken?
In de brief die Nederland op zaterdagochtend 1 augustus jl. heeft verstuurd samen met 21 andere EU-lidstaten aan de Europese Commissie, het Voorzitterschap en de Voorzitter van de Europese Raad is benoemd dat de recente uitspraak van het Spaanse Hooggerechtshof en grootschalige regularisaties als aanzuigende factor kunnen werken. Welk effect de afronding van de regularisatie precies heeft gehad is moeilijk te kwantificeren. Het kabinet heeft daarom in de JBZ-raad de Europese Commissie opgeroepen om samen met Spanje de oorzaken van de gebeurtenissen te onderzoek. Daarop gaat het kabinet niet vooruitlopen.
In deze uitspraak wordt verwezen naar de uitspraak van het EVRM-Hof in Straatsburg Hirsi-Jamaa tegen Italië? Deelt u de mening dat dit andermaal aantoont dat deze jurisprudentie moet worden teruggedraaid? Kunt u dit toelichten?
Het kabinet respecteert de taak van het EHRM om, middels zijn jurisprudentie, erop toe te zien dat Staten die partij zijn bij het EVRM hun verdragsverplichtingen nakomen.
Op 15 mei jl. is door de Raad van Europa, mede op aandringen van Nederland, de Chisinau-verklaring aangenomen. In de Chisinau-verklaring wordt de ruimte van Staten binnen het systeem van de Raad van Europa en het EVRM om hun eigen asiel- en migratiebeleid te voeren, waaronder innovatieve oplossingen, ook benadrukt. Onderdeel van deze ruimte zijn bijvoorbeeld ook de beginselen van subsidiariteit en de beoordelingsruimte die lidstaten hebben. Het kabinet heeft samen met 21 andere EU-lidstaten in een brief aan de Europese Commissie, het Voorzitterschap en de Voorzitter van de Europese Raad opgeroepen tot de snelle en effectieve implementatie van de Chisinau-verklaring.
Deelt u de opvatting dat het onaanvaardbaar is dat de gevolgen van een grens die elders niet wordt bewaakt uiteindelijk neerslaan in Nederlandse gemeenten? Welke concrete en aanvullende instroombeperkende maatregelen neemt het kabinet nog deze zomer om dat te voorkomen?
Zoals in eerdere antwoorden reeds aangegeven, kan doorreizen vanuit Ceuta enkel gecontroleerd. Hierdoor is de kans op ongeregistreerde doorreis nihil. Spanje heeft opnieuw bevestigd, ondersteund door Frontex, dat er tot op heden geen irreguliere migranten zijn doorgereisd vanuit Ceuta naar het vaste land van Spanje of andere lidstaten in het Schengengebied. Met de gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden. Zie ook het antwoord op vraag 3–4 over het informatiegestuurd optreden van de Koninklijke Marechaussee aan de binnengrens van Nederland.
Bent u tevens bereid om, gelet op deze ontwikkelingen in combinatie met de enorme druk op de Nederlandse samenleving en opvangcapaciteit, alsnog over te gaan tot invoering van het noodrecht met betrekking tot asiel? Zo nee, waarom niet?
Nee,het overgrote deel van de irreguliere migranten is teruggekeerd en het Schengengebied lijkt niet geschonden. Het kabinet monitort de situatie nauw. Indien nodig kan het kabinet aanvullende maatregelen nemen in het kader van grensbeheer. Nationale maatregelen op asiel zijn niet aan de orde.
Kunt u bevestigen dat de binnengrenscontroles thans lopen tot uiterlijk 30 september 2026? Bent u bereid deze tenminste te verlengen en te intensiveren zolang de druk op de zuidelijke buitengrens aanhoudt en de Kamer daarover zo snel mogelijk te informeren?
Zoals het kabinet op 8 mei jl. aan uw Kamer heeft gemeld, loopt de tijdelijke herinvoering van de binnengrenscontroles op grond van artikel 25 Schengengrenscode tot eind september. Deze controles worden informatie- en risicogestuurd uitgevoerd. Indien informatie voortkomend uit de situatie in Spanje hier aanleiding toe geeft, zal de Marechaussee de inzet in het kader van het binnengrenstoezicht hierop richten. De situatie zoals in bovenstaande antwoorden is toegelicht geeft geen aanleiding om de tijdelijke maatregel van binnengrenscontroles te verlengen.
Bent u ermee bekend dat UNHCR op zijn publieksvoorlichting voor Spanje, beschikbaar in het Spaans, Arabisch, Engels, Frans en Oekraiens en voorzien van een instructievideo, uitlegt hoe men aan de grensposten van Ceuta en Melilla asiel aanvraagt? Deelt u de conclusie dat dit neerkomt op het stimuleren van illegale migratie?
UNHCR is de VN-organisatie gemandateerd met de bescherming van vluchtelingen en ontheemden, waarbij het waarborgen van het recht op asiel als een kerntaak wordt beschouwd. Onderdeel hiervan is ook het verschaffen van informatie waaronder over asielprocedures in verschillende landen.
Kunt u aangeven welk deel van de Nederlandse bijdrage aan UNHCR in 2025 en 2026 aan voorlichting van dit type is besteed?
Nederland doet geen gerichte bijdrage aan de activiteiten van UNHCR in Spanje. Daarmee wordt er dus ook niet specifiek aan deze voorlichting bijgedragen. Wel doet Nederland jaarlijks een ongeoormerkte bijdrage aan de centrale begroting van UNHCR, zodat de organisatie dit kan besteden, vanuit hun mandaat, op de meest effectieve en (kosten-)efficiënte manier en waar de noden het hoogst zijn. Details worden door UNHCR weergegeven in hun jaarlijkse rapporten2. Het Nederlandse aandeel in deze middelen valt niet volledig te herleiden.
Bent u ermee bekend dat sinds 12 juni 2026 de Europese lijst van veilige landen van herkomst geldt, waarop Marokko is opgenomen? Kunt u bevestigen dat het inwilligingspercentage voor Marokkaanse onderdanen onder de twintig procent ligt, en dat daarmee de verplichte asielgrensprocedure van toepassing is op Marokkaanse verzoekers die na 12 juni 2026 aan de buitengrens een verzoek indienen?
Ja, daar is het kabinet mee bekend. Er is in beginsel een verplichting tot het toepassen van de asielgrensprocedure indien de vreemdeling aan de buitengrens een aanvraag indient en afkomstig is uit een land waarvoor het inwilligingspercentage blijkens de EUROSTAT-gegevens 20% of minder is. Het inwilligingspercentage van aanvragen van Marokkaanse onderdanen was volgens de cijfers van Eurostat 4,5%. De verplichting geldt dus in het geval van Marokkaanse onderdanen, behoudens de algemeen geldende uitzonderingen. Indien de asielgrensprocedure niet van toepassing is, dan vallen deze aanvragen, onder andere omdat Marokko is opgenomen op de Europese lijst van veilige landen van herkomst (Bijlage II van de Procedureverordening (Verordening (EU) 2024/1348), onder een versnelde asielprocedure.
Deelt u de mening dat dergelijke bestormingen vanuit een veilig land als Marokko niet mogen worden «beloond» met een asielprocedure en dat de groep die op deze manier Ceuta heeft bereikt dus direct moet worden teruggestuurd? Zo nee, waarom niet? Is het kabinet bereid dit standpunt over te brengen aan de Spaanse en Marokkaanse overheden?
Het kabinet is van mening dat Spanje en Marokko hun volle inzet moeten richten op de terugkeer van de resterende irreguliere migranten om daarmee secundaire migratie tegen te gaan. Dat standpunt heeft Nederland ook overgebracht tijdens de informele JBZ-Raad van 4 augustus jl.
Op welke manier gaat u voorkomen en monitoren of deze migranten naar Nederland doorreizen?
Zoals in voorgaande antwoorden aangegeven heeft Spanje, in goede samenwerking met Marokko, de terugkeer van het overgrote deel van de migranten bewerkstelligd en nieuwe aankomsten voorkomen door de grens te versterken. Doordat doorreizen vanuit Ceuta enkel gecontroleerd kan, is de kans op ongeregistreerde doorreis nihil. Spanje heeft opnieuw bevestigd, ondersteund door Frontex, dat er tot op heden geen irreguliere migranten zijn doorgereisd vanuit Ceuta naar het vaste land van Spanje of andere lidstaten in het Schengengebied. Met de gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden.
Mochten er in Nederland asielzoekers worden aangetroffen die zijn aangekomen in Ceuta, dan worden deze personen overgedragen aan Spanje conform de Asiel- en Migratiebeheer Verordening (AMbV), zodat Nederland geen extra druk op het asielstelsel krijgt door de situatie in Ceuta. De ervaring van de afgelopen jaren is dat Spanje dergelijke overdrachten altijd in lijn met de AMbV uitvoert.
Wilt u deze vragen één-voor-één en zo spoedig mogelijk beantwoorden?
Het kabinet heeft getracht de beantwoording van de vragen zo spoedig mogelijk aan uw Kamer te doen toekomen. Daarbij is rekening gehouden met de laatste relevante ontwikkelingen, zoals de extra informele JBZ-Raad. Enkel waar dit de beantwoording ten goede kwam, zijn vragen samengenomen.
Het bericht 'TivoliVredenburg annuleert finale debattoernooi vanwege deelname Israëlische universiteiten' |
|
Raymond de Roon (PVV), Martin Bosma (PVV), Annette Raijer (PVV) |
|
Berendsen , Letschert |
|
|
|
|
Bent u bekend met het besluit van TivoliVredenburg om de finale van het EK debatteren (EUDC), die op 31 juli 2026 zou plaatsvinden, te annuleren omdat teams van Israëlische universiteiten zouden deelnemen?1 Zo ja, erkent u dat dit een vorm van selectieve uitsluiting is die haaks staat op de kernopdracht van universiteiten om pluraliteit van meningen te beschermen en een open debat mogelijk te maken? Zo nee, waarom niet?
Ja, ik ben bekend met dit besluit. Het annuleren van de finale van de debatwedstrijd is gedaan door TivoliVredenburg. UCU en UU hebben hun steun aan de wedstrijd ingetrokken. TivoliVredenburg heeft een grote vrijheid in het bepalen van wat zij programmeren en met wie zij samenwerken. Bij die vrijheid hoort een grote verantwoordelijkheid. Universiteiten hebben de institutionele autonomie om te bepalen welke samenwerkingen zij op instellingsniveau aangaan. De uitgangspunten voor samenwerking die zijn meegegeven in de brief over de stand van zaken omtrent de veiligheid op universiteiten en hogescholen n.a.v. de protesten over de situatie in Gaza van 31 mei 2024 blijven voor mij belangrijk.2
Hoe is het te verdedigen dat universiteiten en culturele podia die zichzelf presenteren als bolwerken van academische vrijheid en diversiteit van perspectieven, in de praktijk een internationaal debattoernooi afbreken zodra Israëlische instellingen meedoen? Deelt u de mening dat dit pure hypocrisie is? Zo nee, waarom niet?
Net als vele anderen, hecht ik grote waarde aan een pluriforme sector waarin ruimte is voor verschillende geluiden en het debat in alle scherpte kan worden gevoerd. Culturele en academische internationale samenwerking draagt daar in belangrijke mate aan bij.
Tegelijk hebben instellingen een grote vrijheid en daarmee ook een belangrijke verantwoordelijkheid in het bepalen wat zij programmeren en met wie zij samenwerken. Die vrijheid is belangrijk en hoort bij een open en democratische samenleving. Dat instellingen zorgvuldig naar hun programmering kijken, zeker in het licht van het aanhoudende conflict in het Midden-Oosten, hoort bij het nemen van hun verantwoordelijkheid. Besturen dienen transparant te zijn over de afwegingen die zij maken. Ik vind het in dat verband goed dat TivoliVredenburg publiekelijk heeft toegelicht hoe zij tot hun besluit zijn gekomen.
De overheid moet afstand houden van de afwegingen die instellingen maken. Juist die terughoudendheid is van belang om de fundamentele vrijheden van onze democratie te beschermen.
Deelt u de mening dat de Universiteit Utrecht en University College Utrecht hun academische verantwoordelijkheid ernstig verzaken door mee te werken aan de uitsluiting van Israëlische studenten en instellingen? Zo nee, waarom niet?
Zie het antwoord op vragen 1 en 2.
Hebt u kennisgenomen van het feit dat meer dan 700 culturele organisaties zich hebben aangesloten bij een boycot die uitsluitend tegen Israëlische instellingen is gericht? Erkent u dat een dergelijke collectieve en selectieve uitsluiting de academische vrijheid, internationale samenwerking en verscheidenheid van standpunten rechtstreeks ondermijnt? Zo ja, waarom accepteert u dat Israëlische instellingen wél mogen worden uitgesloten?
Ja. Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2 hebben instellingen een grote vrijheid in het bepalen wat zij programmeren en met welke internationale partners zij samenwerken. Die vrijheid is belangrijk en hoort bij een open en democratische samenleving.
Bent u bereid TivoliVredenburg, de organisatoren van het EUDC, de Universiteit Utrecht en University College Utrecht per direct op te roepen de finale alsnog doorgang te laten vinden en de deelname van Israëlische teams onvoorwaardelijk te respecteren? Zo nee, waarom laat u politieke uitsluiting prevaleren boven een vrij en open debat?
Het is niet aan mij als Minister om in te grijpen in de individuele keuzes van academische en culturele instellingen.
Bent u bereid universiteiten die Israëlische studenten en instellingen uitsluiten daarop keihard aan te spreken als zij daarmee doorgaan en financiële consequenties te verbinden aan deze discriminatoire boycot? Zo nee, waarom niet?
Het is aan instellingen om autonoom te handelen binnen de marges van de geldende wettelijke kaders en internationale afspraken. Daarnaast vertrouw ik erop dat bij het vormgeven van hun internationale beleid instellingen zorgvuldig handelen en de uitgangspunten die vanuit OCW zijn meegegeven (in de brief over de stand van zaken omtrent de veiligheid op universiteiten en hogescholen n.a.v. de protesten over de situatie in Gaza, aan uw kamer van 31 mei 2024) meenemen. Ik zie geen aanleiding om universiteiten aan te spreken op hun beleid of hen financiële consequenties op te leggen.
Het bericht 'Aangifte Utrechts raadslid Yvonne Hessel tegen XR/Palliebestormers stadhuis VERDWENEN' |
|
Marjolein Faber (PVV) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Aangifte Utrechts raadslid Yvonne Hessel tegen XR/Palliebestormers stadhuis VERDWENEN»?1
Ja.
Bent u het eens met de stelling dat het onacceptabel is dat dergelijk tuig het stadhuis bestormt, aanwezigen aanvalt en de orde in de raadzaal verstoort? En dat dergelijk gedrag de democratische rechtsstaat ondermijnt, zeker als er geen nadere actie op wordt ondernomen?
Het opzettelijk verstoren van een raadsvergadering is niet voor niets verboden. Het is immers van groot belang dat gekozen volksvertegenwoordigers hun ambt kunnen vervullen en vrij van oneigenlijke druk besluiten kunnen nemen. De Minister van BZK heeft daarom het afgelopen jaar in totaal zes miljoen euro beschikbaar gesteld om de veiligheid van openbare vergaderingen van de volksvertegenwoordiging te bevorderen.
Het is aan het Openbaar Ministerie om de afweging te maken om tot vervolging over te gaan en het is vervolgens aan de rechtspraak om te bepalen hoe de verstoring van de raadsvergadering bestraft dient te worden.
Hoe is het mogelijk dat een jaar nadat onder andere Extinction Rebellion het Utrechtse stadhuis heeft bestormd en doordrong tot in de raadzaal, het OM nog steeds de zaak niet heeft opgepakt, naar aanleiding van een aangifte van een raadslid?
Op 22 juli 2025 is aangifte gedaan tegen de personen die probeerden te voorkomen dat de burgemeester (in haar rol als voorzitter van de gemeenteraad) zou terugkeren naar de raadszaal tijdens de raadsvergadering op 17 juli 2025. Een paar weken later deed het gemeenteraadslid aangifte van het verstoren van diezelfde raadsvergadering.
Dit zijn twee aparte strafbare feiten waar verschillende straffen op staan. Op het verstoren van een raadsvergadering (art. 144 Sr) staat maximaal twee weken gevangenisstraf en op de verhindering van de voorzitter om terug te keren (art. 124 Sr) staat maximaal negen jaar gevangenisstraf.
Na onderzoek heeft het Openbaar Ministerie destijds besloten alleen de personen te vervolgen die probeerden te voorkomen dat de burgemeester zou terugkeren naar de raadszaal. Onderdeel van dat besluit was de overweging om geen opsporingscapaciteit in te zetten op het identificeren van de grote groep personen die de vergadering hadden verstoord. In het opgestelde dossier was daarom niet de aangifte van mevrouw Hessel opgenomen. De communicatie hierover richting mevrouw is niet goed geweest en daardoor is verwarring ontstaan met als gevolg dat het beeld is ontstaan dat de aangifte was verdwenen.
Inmiddels is er contact geweest met mevrouw Hessel. Haar is uitleg van de situatie gegeven en namens het Openbaar Ministerie en de politie zijn excuses aan geboden.
De keuze om vier personen te vervolgen voor het verhinderen van de voorzitter om terug te keren, is gedeeld met de burgemeester. Zij is immers aangever in deze zaak. Zij heeft uiteraard geen enkele betrokkenheid gehad bij de vervolgingsbeslissing.
De vier verdachten zijn gedagvaard en de zitting zou op 24 november 2025 plaatsvinden. Door een verzoek van de verdediging van de vier verdachten, vlak vóór de zitting, is besloten om de zaak op dat moment niet inhoudelijk te behandelen en zijn de zaken van die zitting ingetrokken. De verwachting is dat binnen enkele weken nadere informatie over de voortgang bekend zal worden.
Hoe is het mogelijk dat de politie aangeeft de zaak, waarbij meerdere verdachten in beeld zijn, te hebben verstuurd en het OM aangeeft de aangifte nooit heeft ontvangen?
Zie het antwoord op vraag 3.
Bent u bereid om deze zaak tot de bodem uit te zoeken en daar nader over te berichten?
Zoals uit het antwoord op vraag 3 blijkt is dit inmiddels gebeurd.
Het artikel waaruit blijkt dat alleen Nederlandse chauffeurs een boete krijgen als ze over de Merwedebrug rijden |
|
Hidde Heutink (PVV) |
|
Vincent Karremans (VVD), David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Alleen Nederlandse chauffeurs krijgen boete als ze over Merwedebrug rijden: «Pure concurrentievervalsing»» en kunt aangeven of het klopt dat alleen Nederlandse chauffeurs een boete krijgen als ze over de Merwedebrug rijden? Zo nee, kunt u toelichten waar de bevindingen van het AD vandaan komen en waarom deze onjuist zijn?1
Bent u indien het antwoord op de vorige vraag bevestigend is bereid om het uitschrijven van bekeuringen aan Nederlandse chauffeurs te staken zolang buitenlandse chauffeurs geen bekeuring kunnen krijgen? Zo nee, waarom niet?
Bent u het eens met de stelling dat louter het bekeuren van Nederlandse chauffeurs discriminatie is en dat dit past in de trend bij de overheid waarin Nederlanders overmatig worden benadeeld ten opzichte van niet-Nederlanders? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Kunt u bevestigen dat het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod vereisen dat overtreders ongeacht nationaliteit op gelijke wijze worden behandeld? Zo ja, hoe wordt daarop toegezien en hoe gaat u deze evidente discriminerende situatie oplossen?
Acht u het indien buitenlandse overtreders niet of moeilijk kunnen worden beboet dan rechtvaardig dat Nederlandse ondernemers hierdoor relatief zwaarder worden getroffen?
Hoe lang verwacht u dat het verbod voor vrachtverkeer op de Merwedebrug nog noodzakelijk blijft en wanneer verwacht u duidelijkheid te kunnen geven over de duur van de maatregel?
Wanneer gaat u eindelijk eens (adequaat) investeren in de infrastructuur teneinde te voorkomen dat het bekeuren van vrachtwagenchauffeurs überhaupt nodig is?
De migranteninvasie in de Spaanse enclave Ceuta |
|
Annelotte Lammers (PVV) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat duizenden illegale migranten de Spaanse enclave Ceuta zijn binnengedrongen nadat de Marokkaanse grensbewaking zich plotseling had teruggetrokken?1 2
Ja, ik ben bekend met dit bericht.
Deelt u de mening dat dit opnieuw laat zien dat de buitengrenzen van Europa zo lek zijn als een mandje en dat ook na de inwerkingtreding van het Migratiepact Europese landen onvoldoende controle over hun eigen landsgrenzen hebben en dus ook de Europese buitengrenzen? Zo nee, waarom niet?
De situatie zoals we deze donderdag en vrijdag zagen bij Ceuta is onacceptabel, zeer onwenselijk en uitzonderlijk, die bovendien van 72 mensen het leven heeft gekost. Het kabinet betreurt dit. Het kabinet heeft, in afstemming met andere lidstaten, geëist dat er snel en adequaat gehandeld zou worden in deze crisissituatie. Spanje moest direct de buitengrens van Europa versterken en alles richten op de terugkeer van de irreguliere migranten om daarmee risico’s op secundaire migratie tegen te gaan. Spanje heeft daarmee in lijn de buitengrenzen versterkt, onder andere met een drijvende barrière, en is gestart met de grootschalige terugkeer. Spanje moet deze inzet blijven continueren. Nederland zal bij de informele JBZ-raad daarom erop aandringen dat Spanje alles op alles blijft zetten om ook de nog niet teruggekeerde irreguliere migranten terug te laten keren naar Marokko en de buitengrens verder te versterken zodat er geen aanzuigende werking ontstaat voor anderen die ook irregulier naar Spanje willen komen. Met de nu gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden. Het is van belang dat Frontex het aantal mensen dat daadwerkelijk is teruggekeerd verifieert en ook de situatie aan de grens blijft monitoren en hierover rapporteert. Het kabinet zal daarom tijdens de informele JBZ-raad hier nadrukkelijk om vragen, en hier uw Kamer van op de hoogte stellen via het verslag van de JBZ-raad.
Het Asiel en Migratiepact regelt het EU-asielsysteem. Onderdeel hiervan zijn de inrichting van de asielprocedures regulier en aan de buitengrens, de afspraken over overdrachten van personen in de asielprocedure en een solidariteitsmechanisme tussen lidstaten. Het beheren van de Europese buitengrens wordt daarentegen geregeld in het Schengengrenscode. Voor het beheren van de buitengrens biedt het EU-instrumentarium verschillende belangrijke handvatten om ook in situaties als deze controle te houden over deze delen van de buitengrens. Het Asiel en Migratiepact is daarom in de reactie niet in beeld. Voor de gebieden Ceuta en Melilla gelden daarbij speciale Schengenregels. Er zijn standaard controles tussen Ceuta en Melilla en het vasteland van Spanje (en andere Schengenstaten). Doorreizen vanuit Ceuta naar de rest van Schengen gaat daarom enkel gecontroleerd.
De Schengengrenscode biedt aanvullende maatregelen om irreguliere migratiebewegingen tegen te gaan. In uitzonderlijke, dreigende situaties kunnen onder meer de tijdelijke herinvoering van grenscontroles aan binnengrenzen, intensivering van bewaking en controles aan de buitengrens, risico-gestuurde politiecontroles in het binnengrensgebied, en EU-ondersteuning worden ingezet. Spanje heeft vrijdag, 31 juli jl., direct extra maatregelen aangekondigd, waaronder extra fysieke grensbescherming en een centrum voor snelle terugkeer van de irregulier overgestoken migranten in Ceuta.
Naast Marokko en Spanje heeft ook de Europese Commissie voortvarend gereageerd. De Commissie heeft gezorgd dat Frontex klaar stond om, indien dat nodig was en daartoe een formeel verzoek zou ontvangen, Spanje additioneel te ondersteunen (momenteel biedt Frontex al ondersteuning in Ceuta). Het is van belang dat Frontex het aantal mensen dat daadwerkelijk is teruggekeerd verifieert en ook de situatie aan de grens blijft monitoren en hierover rapporteert. Het kabinet zal daarom tijdens de informele JBZ-raad hier nadrukkelijk om vragen, en hier uw Kamer van op de hoogte stellen via het verslag van de JBZ-raad.
Bent u bekend met de beelden waarop te zien is dat de Spaanse autoriteiten de hekken openzetten voor illegale migranten?3
Het kabinet heeft de beelden waarnaar wordt gerefereerd bekeken, het is onduidelijk wat er precies te zien is en het kabinet gaat hierover niet speculeren.
Spanje heeft reeds jaren afspraken met Marokko om de grensovergangen bij Ceuta en Melilla goed te bewaken. Spanje heeft zich ingezet om de openbare orde en veiligheid in het gebied te herstellen, de grens bij Ceuta verder fysiek te versterken en de irreguliere migranten zo snel als mogelijk te laten terugkeren. Spanje moet deze inzet blijven continueren. Nederland zal hier blijvend op aandringen.
Hoe beoordeelt u deze handelwijze van Spanje, mede in het licht van de gemaakte afspraken in het Migratiepact?
Zie antwoord vraag 3.
Hoe groot acht u de kans dat een deel van deze illegale migranten uiteindelijk zal doorreizen naar Nederland? En kunt u uiteenzetten waar u dit op baseert?
Zoals hierboven aangegeven is Spanje gestart met de grootschalige terugkeer naar Marokko. Verder is het, zoals hierboven beschreven, niet zomaar mogelijk om vanuit Ceuta door te reizen in het Schengengebied, iedereen die wil doorreizen wordt gecontroleerd. Spanje heeft aangegeven dat geen van deze migranten is doorgereisd naar het verdere Schengengebied. Spanje moet deze inzet blijven continueren. Nederland zal bij de informele JBZ-raad daarom erop aandringen dat Spanje alles op alles blijft zetten om ook de nog niet teruggekeerde irreguliere migranten terug te laten keren naar Marokko en de buitengrens verder te versterken zodat er geen aanzuigende werking ontstaat voor anderen die ook irregulier naar Spanje willen komen. Met de nu gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden. Het is van belang dat Frontex het aantal mensen dat daadwerkelijk is teruggekeerd verifieert en ook de situatie aan de grens blijft monitoren en hierover rapporteert. Het kabinet zal daarom tijdens de informele JBZ-raad hier nadrukkelijk om vragen, en hier uw Kamer van op de hoogte stellen via het verslag van de informele JBZ-raad.
Het is evident de Nederland haar eigen grenzen bewaakt. In Nederland voert daarom de Koninklijke Marechaussee (KMar) te allen tijde informatie- en risicogestuurde grenscontroles op de luchthavens uit en zijn er politiecontroles bij de binnengrens. Op basis daarvan worden specifieke vluchten met een hoger risico op irreguliere migratie gecontroleerd en wordt er risicogestuurd opgetreden bij de binnengrens. Indien de situatie daartoe aanleiding geeft, kunnen verscherpte controles aan de Nederlandse grens door de Koninklijke Marechaussee worden uitgevoerd. Mochten er in Nederland asielzoekers worden aangetroffen die zijn aangekomen in Ceuta, worden deze personen overgedragen aan Spanje conform de afspraken in de Asiel en Migratiebeheer Verordening (AMbV), zodat Nederland geen extra druk op ons asielstelsel krijgt door de situatie in Ceuta. De ervaring van de afgelopen jaren is dat Spanje dergelijke overdrachten altijd in lijn met de AMbV uitvoert.
De Europese Commissie heeft mede op verzoek van Nederland op zaterdag 1 augustus jl. een crisisberaad (IPCR) georganiseerd om alle lidstaten te informeren en operationele stappen ten behoeve van een gecoördineerde EU-aanpak te identificeren. Ook heeft Nederland met 214 andere EU-lidstaten op zaterdag 1 augustus jl. een brief gestuurd aan de Europese Commissie, het Iers Voorzitterschap van de Europese Raad en de Voorzitter van de Europese Raad waarin de lidstaten zorg uitten over de gebeurtenissen in Ceuta, benadrukten dat alle nodige maatregelen genomen moeten worden om de grenzen te versterken en verzochten om een extra online JBZ-raad. Deze JBZ-raad vindt op dinsdag 4 augustus plaats. De Minister van Asiel en Migratie neemt hieraan deel. Het kabinet blijft de ontwikkelingen op Ceuta nauwgezet volgen, en blijft bijdragen aan een gecoördineerde EU-aanpak. Om de situatie verder te monitoren en eventuele benodigde vervolgstappen in kaart te brengen, komen vandaag, maandag 3 augustus, de EU-ambassadeurs bijeen. Op dinsdag 4 augustus vindt er, op verzoek van Nederland, Spanje en de meeste EU-lidstaten, een online informele JBZ-raad plaats, waaraan de Minister van Asiel en Migratie zal deelnemen.
Welke concrete maatregelen neemt u om te voorkomen dat migranten die via Spanje de Europese Unie zijn binnengekomen uiteindelijk in Nederland terechtkomen? Indien u geen maatregelen neemt kunt u uitleggen waarom u die niet neemt?
Zie antwoord vraag 5.
Bent u bereid om de grenzen te sluiten dan wel extra grenscontroles uit te voeren dan wel andere maatregelen te treffen om te kunnen controleren of deze migranten niet alsnog Nederland binnenkomen? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 5.
Bent u bereid in Europees verband te pleiten voor onmiddellijke sluiting van de Europese buitengrenzen en een zerotollerancebeleid te voeren ten aanzien van alle illegale grensoverschrijdingen? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 5.
Hoe beoordeelt u de rol van de Marokkaanse autoriteiten, die volgens de berichtgeving de grensbewaking hebben verminderd of beëindigd, waardoor duizenden migranten ongehinderd de grens konden oversteken?
Het kabinet gaat niet speculeren over het ontstaan van deze situatie. Wel ziet het kabinet dat de samenwerking met Marokko van cruciaal belang is om de situatie onder controle te brengen en te houden. De Europese Commissie, Spanje en andere lidstaten werken nauw met Marokko samen om de grenzen effectief te bewaken en terugkeer mogelijk te maken. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft op vrijdagochtend, 31 juli jl., de noodzaak snel te handelen benadrukt bij de Marokkaanse Minister van Buitenlandse Zaken. Marokko stelt zich hierin constructief op en werkt voortvarend mee aan de terugkeer van de migranten.
Bent u bereid de Europese Commissie op te roepen maximale druk uit te oefenen op Marokko om zijn grenzen effectief te bewaken en migranten terug te nemen? Zo nee, waarom niet?
De samenwerking met Marokko is van cruciaal belang om de situatie onder controle te brengen en te houden. Deze samenwerking is nauw. De Europese Commissie, Spanje en andere EU-lidstaten werken al nauw met Marokko samen om de grenzen effectief te bewaken. Ook heeft de Commissie aangeboden te ondersteunen bij het onder controle krijgen van de situatie. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft op vrijdagochtend de noodzaak snel te acteren benadrukt bij de Marokkaanse Minister van Buitenlandse Zaken. Bovendien heeft Marokko constructief gehandeld en werkt het voortvarend mee aan de terugkeer van de migranten.
Deelt u de mening dat de voortdurende instroom van illegale en niet-gescreende migranten een ernstig veiligheidsrisico vormt voor Nederland? Zo nee, waarom niet?
Zie beantwoording van vraag 2. Het is niet mogelijk om zonder controle door te reizen vanuit Ceuta naar de rest van het Schengengebied. Met de nu gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden. Het is van belang dat Frontex het aantal mensen dat daadwerkelijk is teruggekeerd verifieert en ook de situatie aan de grens blijft monitoren en hierover rapporteert. Het kabinet zal daarom tijdens de informele JBZ-raad hier nadrukkelijk om vragen, en hier uw Kamer van op de hoogte stellen via het verslag van de informele JBZ-raad. Het is evident de Nederland haar eigen grenzen bewaakt. Mochten er in Nederland asielzoekers worden aangetroffen die zijn aangekomen in Ceuta, worden deze personen overgedragen aan Spanje conform de afspraken in de Asiel en Migratiebeheer Verordening (AMbV), zodat Nederland geen extra druk op ons asielstelsel krijgt door de situatie in Ceuta. De ervaring van de afgelopen jaren is dat Spanje dergelijke overdrachten altijd in lijn met de AMbV uitvoert.
Tegelijkertijd is het effectief beheren van de buitengrenzen en het screenen van personen die het grensgebied binnenkomen noodzakelijk voor de EU om te kunnen controleren en besluiten wie er het grensgebied binnenkomt.
Nederland blijft daarom ook steun toezeggen aan lidstaten die hulp nodig hebben om hun buitengrenzen te versterken. De EU moet in onderlinge solidariteit blijven investeren in het versterken van de buitengrenzen, het tegengaan van irreguliere migratie en de terugkeer van vertrekplichtige migranten. Effectief buitengrensbeheer, inclusief screening, door de volledige en consequente implementatie van de Schengengrenscode, is voor de EU noodzakelijk om te kunnen controleren en besluiten wie er de EU binnenkomt. Een stevige Schengengovernance, met een duidelijke toezichthoudende rol voor de Europese Commissie als hoeder van de Verdragen, is daarbij onmisbaar. Tegelijkertijd vraagt het ook, meer dan voorheen, dat lidstaten de aanbevelingen uit de Schengenevaluaties opvolgen om hun implementatie te versterken. Ook pleit het kabinet onverminderd voor het transparant maken en open bespreken van de tekortkomingen en het bespreken hiervan tijdens de Schengenraad. Dit draagt bij eraan bij dat lidstaten spoedig verbeterslagen maken en biedt de mogelijkheid voor lidstaten om waar nodig elkaar te kunnen ondersteunen.
Indien het antwoord op vraag 11 nee is, hoe beoordeelt u in dat licht de berichtgeving waarin een illegale migrant zegt al eerder door Nederland te zijn uitgezet om een gevangenisstraf van vijf jaar te ontlopen?4
Zie antwoord vraag 11.
Hoe beoordeelt u de uitspraken van de Spaanse Minister van Binnenlandse Zaken over de reden voor de plotselinge toestroom van migranten?5
De Spaanse Minister van Binnenlandse Zaken heeft gewezen op mogelijke rol van mensensmokkel. Het kabinet dringt erop aan dat goed onderzoek gedaan wordt naar de oorsprong van deze situatie en of mensensmokkel hier een specifieke rol heeft gehad
Deelt u de mening dat, gelet op deze gebeurtenissen, het Migratiepact niet werkt, omdat er nog steeds geen functionerende Europese grenscontrole is, illegale grensoverschrijdingen blijven plaatsvinden en er op dit moment niets geregeld is voor terugkeer?
Zie beantwoording op voorgaande vragen. De situatie zoals we vorige week zagen is onacceptabel, zeer onwenselijk en uitzonderlijk. Tegelijkertijd namen Spanje en Marokko de nodige stappen om de situatie weer onder controle te krijgen en zijn direct gestart met de organisatie van grootschalige terugkeer en het versterken van de buitengrens. Met de nu gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden. Het is van belang dat Frontex het aantal mensen dat daadwerkelijk is teruggekeerd verifieert en ook de situatie aan de grens blijft monitoren en hierover rapporteert.
In algemene zin is het van belang om irreguliere migratie richting de EU minder aantrekkelijk te maken en weerbaar te zijn als EU, dat er een sterk EU-intern asiel- en migratiesysteem staat en dat de EU effectief samenwerkt met landen buiten de EU. Het kabinet onderstreept daarom het belang van de volledige implementatie van het Asiel- en Migratiepact en de terugkeerverordening (zodra deze van kracht wordt), en het versterken en bestendigen van partnerschappen met landen buiten de EU. De langetermijnvisie van het kabinet is dat asielaanvragen buiten Europa kunnen worden ingediend en afgehandeld. Het kabinet zet zich daarom doorlopend in voor het verder brengen en operationaliseren van innovatieve oplossingen waaronder de terugkeerhub.
Bent u bereid om, gelet op de gebrekkige grenscontroles en inzet van de Spaanse regering om de situatie in Ceuta onder controle te krijgen, de Solidariteitbijdrage die voortvloeit uit het Migratiepact niet meer aan Spanje te betalen? Zo nee, waarom niet?
Zie de antwoorden op voorgaande vragen. Een dergelijke inzet is niet aan de orde.
Kunt u uiteenzetten welke instrumenten uit het Migratiepact in een situatie als deze daadwerkelijk in werking treden en op welke wijze deze bijdragen aan het beperken van irreguliere migratie?
Zoals hierboven aangegeven is Spanje gestart met de grootschalige terugkeer naar Marokko. Verder is het, zoals hierboven beschreven, niet zomaar mogelijk om vanuit Ceuta door te reizen in het Schengengebied, iedereen die wil doorreizen wordt gecontroleerd. Spanje heeft aangegeven dat geen van deze migranten is doorgereisd naar het verdere Schengengebied. Spanje moet deze inzet blijven continueren. Nederland zal bij de informele JBZ-raad daarom erop aandringen dat Spanje alles op alles blijft zetten om ook de nog niet teruggekeerde irreguliere migranten terug te laten keren naar Marokko en de buitengrens verder te versterken zodat er geen aanzuigende werking ontstaat voor anderen die ook irregulier naar Spanje willen komen. Met de nu gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden. Het is van belang dat Frontex het aantal mensen dat daadwerkelijk is teruggekeerd verifieert en ook de situatie aan de grens blijft monitoren en hierover rapporteert. Het kabinet zal daarom tijdens de informele JBZ-raad hier nadrukkelijk om vragen, en hier uw Kamer van op de hoogte stellen via het verslag van de informele JBZ-raad.
Welke gevolgen heeft deze situatie volgens u voor de geloofwaardigheid en uitvoerbaarheid van het Migratiepact?
Zoals hierboven aangegeven is Spanje gestart met de grootschalige terugkeer naar Marokko. Verder is het, zoals hierboven beschreven, niet zomaar mogelijk om vanuit Ceuta door te reizen in het Schengengebied, iedereen die wil doorreizen wordt gecontroleerd. Spanje heeft aangegeven dat geen van deze migranten is doorgereisd naar het verdere Schengengebied. Spanje moet deze inzet blijven continueren. Nederland zal bij de informele JBZ-raad daarom erop aandringen dat Spanje alles op alles blijft zetten om ook de nog niet teruggekeerde irreguliere migranten terug te laten keren naar Marokko en de buitengrens verder te versterken zodat er geen aanzuigende werking ontstaat voor anderen die ook irregulier naar Spanje willen komen. Met de nu gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden. Het is van belang dat Frontex het aantal mensen dat daadwerkelijk is teruggekeerd verifieert en ook de situatie aan de grens blijft monitoren en hierover rapporteert. Het blijft van belang dat alle EU-lidstaten dit instrumentarium volledig implementeren. Daar roept Nederland consequent toe op, zo ook in het in EU-verband ingelaste crisisberaad van afgelopen weekend.
Een massale bestorming van de Spaanse exclave Ceuta door bijna 50.000 migranten |
|
Ulysse Ellian (VVD) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Bijna 50.000 migranten aangekomen in Spaanse exclave Ceuta na massale bestorming vanuit Marokko, zeker 18 doden»?1
Ja.
Deelt u de mening dat het schandalig en onbestaanbaar is dat bijna 50.000 migranten de EU-buitengrenzen bestormen in Ceuta? Zo nee, waarom niet?
Ja, ontstane situatie in Ceuta is onacceptabel, zeer zorgelijk en een uitzonderlijke situatie. Het kabinet heeft, in afstemming met andere lidstaten, geëist dat er snel en effectief opgetreden zou worden. Nederland heeft daarom op vrijdagochtend, 31 juli jl. direct contact opgenomen met de Minister van Buitenlandse Zaken van Marokko, de Minister van Buitenlandse Zaken van Spanje en de Eurocommissaris van Binnenlandse Zaken van de Europese Commissie
Acht u Spanje in staat om de grens(controle) in Ceuta weer onder controle te krijgen? Kunt u met spoed de Spaanse regering aanspreken op hun verantwoordelijkheid om deze massale bestorming een halt toe te roepen? Zo nee, waarom niet?
Ja. Spanje heeft, in nauwe samenwerking met Marokko en de Europese Commissie acuut opgetreden, door te starten met de grootschalige terugkeer en de versterking van de grens. Maatregelen die Spanje heeft genomen op vrijdag 31 juli zijn onder andere extra fysieke grensbescherming, een zee barrière, inzet van het leger en een centrum voor snelle terugkeer van de irregulier overgestoken migranten in Ceuta. Spanje en Marokko hebben op grote schaal personen laten terugkeren naar Marokko. Spanje moet deze inzet blijven continueren. Nederland zal bij de informele JBZ-raad daarom erop aandringen dat Spanje alles op alles blijft zetten om ook de nog niet teruggekeerde irreguliere migranten terug te laten keren naar Marokko en de buitengrens verder te versterken zodat er geen aanzuigende werking ontstaat voor anderen die ook irregulier naar Spanje willen komen. Met de nu gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden.
Naast Marokko en Spanje heeft ook de Europese Commissie voortvarend gereageerd. De Commissie heeft gezorgd dat Frontex klaar stond om, indien dat nodig was en daartoe een formeel verzoek zou ontvangen, Spanje additioneel te ondersteunen (momenteel biedt Frontex al ondersteuning in Ceuta). Het is van belang dat Frontex het aantal mensen dat daadwerkelijk is teruggekeerd verifieert en ook de situatie aan de grens blijft monitoren en hierover rapporteert. Het kabinet zal daarom tijdens de informele JBZ-raad hier nadrukkelijk om vragen, en hier uw Kamer van op de hoogte stellen via het verslag van de informele JBZ-raad.
Bent u bereid aan uw Spaanse ambtsgenoot mede te delen dat u verwacht dat Spanje aan geen van deze migranten een verblijfsvergunning af zal geven vanwege de aanzuigende werking die hierdoor zal ontstaan? Bent u hierbij ook van plan om mede te delen dat deze migranten onder geen enkel beding naar het Europese vasteland mogen worden overgebracht? Zo nee, waarom niet?
Zoals reeds aangegeven is Spanje gestart met de grootschalige terugkeer naar Marokko. Spanje heeft aangegeven dat geen van deze irreguliere migranten is doorgereisd naar het verdere Schengengebied. Spanje moet deze inzet blijven continueren. Nederland zal bij de informele JBZ-raad daarom erop aandringen dat Spanje alles op alles blijft zetten om ook de nog niet teruggekeerde irreguliere migranten terug te laten keren naar Marokko en de buitengrens verder te versterken zodat er geen aanzuigende werking ontstaat voor anderen die ook irregulier naar Spanje willen komen. Met de nu gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden. Het is van belang dat Frontex het aantal mensen dat daadwerkelijk is teruggekeerd verifieert en ook de situatie aan de grens blijft monitoren en hierover rapporteert. Het kabinet zal daarom tijdens de informele JBZ-raad hier nadrukkelijk om vragen, en hier uw Kamer van op de hoogte stellen via het verslag van de JBZ-raad.
Op zaterdagochtend 1 augustus jl. heeft Nederland samen met 21 andere lidstaten2 een brief gestuurd aan de Europese Commissie, het Iers Voorzitterschap van de Europese Raad en de Voorzitter van de Europese Raad, om nogmaals het belang van een acute aanpak te benadrukken en te vragen om een gecoördineerde aanpak om mensensmokkel, instrumentalisering van migranten en hybride dreigingen tegen te gaan en zo de EU weerbaarder te maken. In deze brief hebben de ondertekenaars ook benoemd dat de recente uitspraak van het Spaanse Hooggerechtshof en grootschalige regularisaties als aanzuigende factor kunnen werken, benadrukt dat smokkelaars geen ruimte mogen krijgen en aangegeven dat de perceptie moet worden weggenomen dat dergelijke illegale binnenkomst direct leiden tot legaal verblijf.
De Commissie staat blijvend nauw in contact met Spanje. De Minister van Asiel en Migratie heeft op vrijdagochtend Eurocommissaris Brunner opgeroepen om snel ondersteuning te bieden en te komen tot een gecoördineerde EU-aanpak om de buitengrens te versterken en de migranten te laten terugkeren. Daarnaast heeft de Europese Commissie mede op verzoek van Nederland op zaterdag 1 augustus jl. een crisisberaad (IPCR) georganiseerd om alle lidstaten te informeren over de ontwikkelingen en operationele stappen te identificeren ten behoeve van een gecoördineerde EU-aanpak. Om de situatie verder te monitoren en eventuele benodigde vervolgstappen in kaart te brengen, komen vandaag, maandag 3 augustus, de EU-ambassadeurs bijeen. Op dinsdag 4 augustus vindt er, op verzoek van Nederland, Spanje en de meeste EU-lidstaten, een online informele JBZ-raad plaats, waaraan de Minister van Asiel en Migratie zal deelnemen.
Kunt u verzekeren dat elke optie in het Europese Asiel- en Migratiepact om deze migranten te weren uit Europa zal worden gebruikt? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 4.
Deelt u de mening dat deze illegale migranten teruggestuurd moeten worden? Zo nee, waarom niet?
Ja, zie ook voorgaande beantwoording. Zoals reeds heeft Spanje gestart, o.a. naar aandringen van Nederland, met de grootschalige terugkeer naar Marokko. Spanje heeft aangegeven dat geen van deze migranten is doorgereisd naar het verdere Schengengebied. Spanje moet deze inzet blijven continueren. Nederland zal bij de informele JBZ-raad daarom erop aandringen dat Spanje alles op alles blijft zetten om ook de nog niet teruggekeerde irreguliere migranten terug te laten keren naar Marokko en de buitengrens verder te versterken zodat er geen aanzuigende werking ontstaat voor anderen die ook irregulier naar Spanje willen komen. Met de nu gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden. Het is van belang dat Frontex het aantal mensen dat daadwerkelijk is teruggekeerd verifieert en ook de situatie aan de grens blijft monitoren en hierover rapporteert.
Op welke manier bent u bereid Spanje te ondersteunen bij de terugkeerprocedures van deze illegale migranten?
Zoals reeds aangegeven is Spanje gestart met de grootschalige terugkeer naar Marokko. Spanje heeft aangegeven dat geen van deze irreguliere migranten is doorgereisd naar het verdere Schengengebied. Spanje moet deze inzet blijven continueren. Nederland zal bij de informele JBZ-raad daarom erop aandringen dat Spanje alles op alles blijft zetten om ook de nog niet teruggekeerde irreguliere migranten terug te laten keren naar Marokko en de buitengrens verder te versterken zodat er geen aanzuigende werking ontstaat voor anderen die ook irregulier naar Spanje willen komen. Het is van belang dat Frontex het aantal mensen dat daadwerkelijk is teruggekeerd verifieert en ook de situatie aan de grens blijft monitoren en hierover rapporteert.
Als verdere ondersteuning nodig is dan is Nederland en de Europese Commissie daartoe bereid. Daarnaast blijft de Commissie nauw in contact met Spanje. Ook heeft de Europese Commissie mede op verzoek van Nederland op zaterdag 1 augustus jl. een crisisberaad (IPCR) georganiseerd om alle lidstaten te informeren over de ontwikkelingen en operationele stappen te identificeren ten behoeve van een gecoördineerde EU-aanpak.
Wat is de rol van Marokko bij deze bestorming? Meent u dat de Marokkaanse autoriteiten alles hebben gedaan om deze bestorming tegen te houden?
Het kabinet ziet dat de samenwerking met Marokko van cruciaal belang is om de situatie onder controle te brengen en te houden. De Europese Commissie, Spanje en andere EU-lidstaten werken nauw met Marokko samen om de grenzen effectief te bewaken en terugkeer mogelijk te maken. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft op vrijdagochtend de noodzaak snel te acteren benadrukt bij de Marokkaanse Minister van Buitenlandse Zaken. Marokko heeft zich constructief opgesteld en voortvarend meegewerkt aan de terugkeer van de migranten.
Welke rol speelt het Spaanse voorstel om meer dan een miljoen illegale migranten in het land te legaliseren en de uitspraak van het Spaanse hooggerechtshof dat op zee onderschepte migranten niet meer rechtstreeks teruggestuurd mogen worden bij deze bestorming?
In de brief die Nederland op zaterdagochtend 1 augustus jl. heeft verstuurd samen met 21 andere lidstaten3 aan de Europese Commissie, is benoemd dat de recente uitspraak van het Spaanse Hooggerechtshof en grootschalige regularisaties als aanzuigende factor kunnen werken. Welke effect deze ontwikkelingen precies hebben gehad is moeilijk te kwantificeren. Nederland zal in de JBZ-raad vragen om een onderzoek naar de oorzaken en de tekortkomingen uitgevoerd door de Europese Commissie om hierover meer helderheid te krijgen.
Bent u bereid om bij aanhoudende en ernstige problemen van het buitengrenstoezicht van Spanje extra grenscontroles uit te laten voeren op alle directe vluchten afkomstig vanuit Spanje om te voorkomen dat deze migranten door zullen reizen naar Nederland? Zo nee, waarom niet?
Spanje heeft aangegeven dat geen van de migranten die irregulier in Ceuta zijn aangekomen, zijn doorgereisd naar de EU.
Het is evident de Nederland haar eigen grenzen bewaakt. In Nederland voert daarom de Koninklijke Marechaussee (KMar) te allen tijde informatie- en risicogestuurde grenscontroles op de luchthavens uit en zijn er politiecontroles bij de binnengrens. Op basis daarvan worden specifieke vluchten met een hoger risico op irreguliere migratie gecontroleerd en wordt er risicogestuurd opgetreden bij de binnengrens. Indien de situatie daartoe aanleiding geeft, kunnen verscherpte controles aan de Nederlandse grens door de Koninklijke Marechaussee worden uitgevoerd. Mochten er in Nederland asielzoekers worden aangetroffen die zijn aangekomen in Ceuta, worden deze personen overgedragen aan Spanje conform de afspraken in de Asiel en Migratiebeheer Verordening (AMbV), zodat Nederland geen extra druk op ons asielstelsel krijgt door de situatie in Ceuta. De ervaring van de afgelopen jaren is dat Spanje dergelijke overdrachten altijd in lijn met de AMbV uitvoert.
Bent u van plan om bij aanhoudende en ernstige problemen van het buitengrenstoezicht van Spanje bij de Europese Commissie een klacht in te dienen met als doel het starten van een inbreukprocedure tegen Spanje? Zo nee, waarom niet?
Spanje heeft de situatie nu onder controle. Echter benadrukt het kabinet dat de situatie in Ceuta een ongekende schending is van de integriteit van de buitengrens van Europa en alles moet er dan ook op gericht zijn om dit in de toekomst te voorkomen. Er zal een grondig onderzoek moeten plaatsvinden door de Europese Commissie over hoe deze situatie heeft kunnen ontstaan. Het kabinet benadrukt dat het cruciaal is dat Spanje, in samenwerking met Marokko en ondersteund door de Europese Commissie, beziet hoe de buitengrens bij Ceuta versterkt kan worden en hoe dit in de toekomst voorkomen kan worden. De Commissie moet, als hoeder van de verdragen, hierin een leidende rol hebben en rapporteren aan de lidstaten over de uitkomsten van deze evaluatie. Het kabinet zal tijdens de informele JBZ-raad hierop aandringen. Bij het verslag over de informele JBZ-raad zal uw Kamer over bovenstaande punten opnieuw worden geïnformeerd.
Bent u bereid om, gezien de omvang van deze bestorming, te pleiten voor een extra JBZ-Raad? Zo nee, waarom niet?
Ja, Nederland heeft samen met 21 andere lidstaten op zaterdagochtend 1 augustus jl. opgeroepen tot een extra informele JBZ-raad. Deze vindt op dinsdag 4 augustus plaats.
Wat vindt u van het standpunt van de Italiaanse regering over opschorting van Schengen en is dit voor het kabinet een reële mogelijkheid?
Met de aanscherping van de Schengengrenscode in 2022 is het instrumentarium dat een lidstaat ter beschikking heeft om te reageren op situaties van ernstige bedreigingen voor de openbare orde en binnenlandse veiligheid substantieel uitgebreid. Elke lidstaat kan binnen de Schengengrenscode tijdelijke interne grenscontroles herinvoeren wanneer sprake is van een ernstige bedreiging voor de openbare orde of binnenlandse veiligheid, mits er wordt voldaan aan de voorwaarden.
Naar het oordeel van het kabinet biedt de Schengengrenscode adequate mogelijkheden voor lidstaten om te reageren met onder meer informatie en risico-gestuurde politiecontroles in het binnengrensgebied. Door het adequate optreden Spanje heeft direct de buitengrenzen versterkt, onder andere met een drijvende barrière, en is gestart met de grootschalige terugkeer. Spanje moet deze inzet blijven continueren. Nederland zal erop aandringen dat Spanje alles op alles blijft zetten om ook de nog niet teruggekeerde irreguliere migranten terug te laten keren naar Marokko en de buitengrens verder te versterken zodat er geen aanzuigende werking ontstaat voor anderen die ook irregulier naar Spanje willen komen. Met de nu gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden. Het is van belang dat Frontex het aantal mensen dat daadwerkelijk is teruggekeerd verifieert en ook de situatie aan de grens blijft monitoren en hierover rapporteert. Het kabinet zal daarom tijdens de informele JBZ-raad hier nadrukkelijk om vragen, en hier uw Kamer van op de hoogte stellen via het verslag van de JBZ-raad. Het is evident de Nederland haar eigen grenzen bewaakt. In Nederland voert daarom de Koninklijke Marechaussee (KMar) te allen tijde informatie- en risicogestuurde grenscontroles op de luchthavens uit en zijn er politiecontroles bij de binnengrens. Op basis daarvan worden specifieke vluchten met een hoger risico op irreguliere migratie gecontroleerd en wordt er risicogestuurd opgetreden bij de binnengrens. Indien de situatie daartoe aanleiding geeft, kunnen verscherpte controles aan de Nederlandse grens door de Koninklijke Marechaussee worden uitgevoerd. Mochten er in Nederland asielzoekers worden aangetroffen die zijn aangekomen in Ceuta, worden deze personen overgedragen aan Spanje conform de afspraken in de Asiel en Migratiebeheer Verordening (AMbV), zodat Nederland geen extra druk op ons asielstelsel krijgt door de situatie in Ceuta. De ervaring van de afgelopen jaren is dat Spanje dergelijke overdrachten altijd in lijn met de AMbV uitvoert.
Daarnaast is het binnen de kaders van de Schengengrenscode niet mogelijk om zonder controle door te reizen vanuit Ceuta. Het kabinet acht het van belang dat Schengenlidstaten transparant en open tekortkomingen en verbeterpunten in het Schengengebied bespreken, om te zorgen dat lidstaten spoedig verbeterslagen maken, en waar nodig elkaar kunnen ondersteunen.
Kunt u deze vragen afzonderlijk en binnen zeven dagen beantwoorden?
Enkel waar dit de beantwoording ten goede kwam, zijn vragen samengenomen.
Berichtgeving omtrent de gevolgen van hitte voor ouderen |
|
Jan Struijs (50PLUS), Corrie van Brenk (PvdA) |
|
Mirjam Sterk (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met bovenstaande berichtgeving?1
Ja.
Hoe oordeelt u over het bericht dat tijdens de vorige hittegolf ca. 900 mensen meer overleden dan gemiddeld, met name 80-plussers?
Het overlijden van mensen gaat allereerst om het verdriet voor familie en vrienden, ongeacht de oorzaak. Bij eerdere hittegolven hebben we gezien dat er sprake is van oversterfte. Dat benadrukt dat hitte een reëel gezondheidsrisico is en dat aandacht voor dit onderwerp gerechtvaardigd is.
Hoe oordeelt u over de stelling dat er een wettelijke verplichting op het plaatsen van airco’s in verpleeghuizen zou moeten komen, omdat de meest kwetsbare ouderen grote risico’s lopen door de extreme hitte?
Het is belangrijk dat verpleeghuizen aandacht hebben voor de kwaliteit van leven van ouderen. Ook in een periode van extreme hitte. Naast airco’s zijn er ook andere effectieve maatregelen om de risico’s van extreme hitte voor kwetsbare ouderen te beperken. Ik vind een wettelijke verplichting om airco’s te plaatsen daarom niet passen.
Welke andere maatregelen kunnen worden genomen om kwetsbare verpleeghuisbewoners beter te beschermen tegen de hitte?
Dit is afhankelijk van de lokale situatie en de behoefte van de bewoners. Het kan gaan om aanpassingen in de zorgverlening zoals het beleid rond vochtinname van bewoners. Ook zijn er andere aanpassingen dan airconditioning mogelijk in en rond het gebouw, zoals goede zonwering, plafondventilators of voldoende groenvoorzieningen met schaduw in de directe omgeving van het verpleeghuis.
Hoe oordeelt u over de berichtgeving dat juist zelfstandig wonende ouderen een zo mogelijk groter risico lopen tijdens hittegolven, omdat zij minder goed in de gaten worden gehouden dan mensen die in een instelling wonen?
Ook in de thuissituatie moeten ouderen zo veel mogelijk beschermd zijn tegen de schadelijke effecten van hittegolven. Allereerst hebben zij hier zelf een verantwoordelijkheid om zich te beschermen tegen de gevolgen van hitte. Zij kunnen daarbij worden geholpen door hun mantelzorger of de thuiszorg.
Ook zijn er initiatieven van gemeenten om risicogroepen te inventariseren, hittekaarten te maken en koelteplekken in beeld te brengen. Deze lokale initiatieven ondersteun ik vanuit mijn rol door de bescherming tegen hitte een plaats te geven in de handreiking «Huisbezoeken 75+». Dit is een handreiking opgenomen in de Toolkit voor gemeenten | Eén tegen eenzaamheid.
Wat bent u voornemens te doen om thuiswonende ouderen collectief beter te beschermen in geval van een hittegolf, gezien het feit dat het overheidsbeleid erop gericht is dat ouderen langer zelfstandig wonen?
Zie vraag 5 en 8.
Bent u bereid het onderwerp bescherming tegen hitte op te nemen in de handreiking voor gemeenten «Huisbezoeken 75plus»?
Ja, ik zal het onderwerp hitte opnemen in deze handreiking.
Op welke wijze bent u van plan voorlichting en bewustzijn rondom de gevolgen van een hittegolf voor thuiswonende ouderen te verbeteren, zowel voor de ouderen zelf als voor hun omgeving?
In de Hitte aanpak 2025 en de ontwerp-Nationale Klimaatadaptatiestrategie ’26 beschrijft het kabinet welke maatregelen het wil nemen om in samenwerking met onder andere gemeenten, woningbouwverenigingen en GGD’en, Nederland beter voor te bereiden op toenemende hitte. Een doel van de Hitte aanpak is het verdubbelen van het aantal lokale hitteplannen. In die plannen kunnen gemeenten een aanpak uitwerken voor bescherming en ondersteuning van hun inwoners die het beste past bij hun gemeente, buurt en wijk. Voorlichting en bewustzijn kunnen onderdeel zijn van deze lokale hitteplannen.
Bent u bereid in overleg te gaan met Aedes over een betere isolatie van woningen, niet alleen bescherming tegen de kou, maar ook tegen de hitte?
Ook mijn collega van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening vindt het belangrijk om ouderen te beschermen tegen hitte. Vanuit haar portefeuille voert zij hierover met Aedes overleg. De Minister van VRO zet samen met Aedes stevig in op het isoleren van corporatiewoningen en is doorlopend met Aedes in gesprek over de verduurzamingsopgave. Daarbij is ook volop aandacht voor het tegengaan van hittestress.
Hebben gemeenten inzicht in waar kwetsbare groepen wonen, zodat zij hen in geval van hittegolven koele plekken kunnen aanbieden?
Het is mij niet bekend in hoeverre gemeenten daar een compleet beeld van hebben.
Het kabinet dat het onnodig moeilijk wil maken om arme mensen in Nederland aan de bijstand te helpen |
|
Jimmy Dijk (SP) |
|
Hans Vijlbrief (D66), Eelco Heinen (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel van Follow the Money «Kabinet wil het onnodig moeilijk maken om arme mensen aan bijstand te helpen1»?
Ja, het artikel is bekend en samen met de reactie van het Ministerie van SZW gepubliceerd. In de reactie heb ik aangegeven dat proactieve dienstverlening een goede manier is om mensen te bereiken die ondersteuning nodig hebben bij werk, inkomen, opleiding en meedoen in de samenleving. Ik heb bewust gekozen het wetsvoorstel eenvoudig te houden voor een snelle, eerste stap. Later kunnen we de mogelijkheden voor proactieve dienstverlening uitbreiden.
Wat vindt u ervan dat ongeveer 200.000 huishoudens in Nederland niet weten dat zij recht hebben op een algemene bijstandsuitkering?
Uit data-analyse van de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA)2 blijkt dat in december 2021 naar schatting 160.000 huishoudens potentieel recht hadden op een (aanvullende) algemene bijstandsuitkering omdat het eigen inkomen in die maand december onder het sociaal minimum lag. Ruim een derde van al deze potentiële niet-gebruikers (d.w.z. 58.000 huishoudens) had volgens de NLA ook in de voorgaande 12 maanden recht op een (aanvullende) algemene bijstandsuitkering maar deed daar geen beroep op.
Voor de aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO)3 en de Toeslagenwet (TW)4 zijn de schattingen over het niet-gebruik vergelijkbaar. Daarom zet het kabinet in op het tegengaan van het niet-gebruik met het wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW.
Deelt u de mening dat mensen moeten krijgen waar zij recht op hebben, ook in het geval zij daar zelf niet van op de hoogte zijn? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Het is belangrijk dat uitkeringen en voorzieningen toegankelijk zijn voor de mensen die het nodig hebben. Het voorkomt dat hun inkomen onder het sociaal minimum belandt. En het helpt hen naar werk, opleiding en meedoen in de samenleving.
«Als er door de Nederlandse overheid – lees: de Belastingdienst – iets te halen valt, dan kunnen gegevens moeiteloos worden gedeeld. Maar als de overheid iets moet brengen zoals een uitkering waar iemand recht op heeft, dan is informatie delen opeens erg ingewikkeld». Herkent u deze ervaring en begrijpt u dat dit door mensen zo wordt ervaren? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Het klopt dat meer gegevensuitwisseling tussen uitvoeringsorganisaties kan bijdragen aan een verbetering van de dienstverlening. Tegelijkertijd is het belangrijk dat uitvoeringsorganisaties zorgvuldig omgaan met gegevens van burgers. Hier is dus wel een goede wettelijke basis voor nodig. De fiscale geheimhoudingsplicht staat in beginsel in de weg aan wat de Belastingdienst deelt voor niet-fiscale doeleinden. Gegevens die de Belastingdienst heeft voor de uitvoering van haar taken mogen niet zomaar gedeeld worden. Om de belastingwetgeving te kunnen uitvoeren beschikt de inspecteur – de Belastingdienst – over bevoegdheden om informatie (onder dwang) in te winnen. Dit brengt mee dat de inspecteur ertoe is gehouden om zorgvuldig met die fiscale gegevens om te gaan. Die asymmetrie dient juist ter bescherming van burgers en bedrijven, en complementeert het systeem van heffing en inning. Bij de beoordeling of de fiscale geheimhouding doorbroken kan worden moet worden nagegaan of de gegevensdeling noodzakelijk is om het voorgestelde doel te bereiken, of de verstrekking van gegevens over de fiscale positie van betrokkenen in verhouding staat tot het doel (proportionaliteit) en of er alternatieven zijn (subsidiariteit). Als hieraan is voldaan moet een deugdelijke wettelijke grondslag worden geregeld.
Kiest u er bewust voor mensen die hier recht op hebben, niet aan een bijstandsuitkering te helpen? Zo ja, waarom? Zo nee, leg uit waarom niet.
Integendeel, het wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW zet in op het bereiken van mensen die recht hebben op ondersteuning, maar daarvan nog geen gebruikmaken.
In welke mate heeft uw antwoord op de vorige vraag te maken met het mensbeeld dat elk individu zelf verantwoordelijk is om op de hoogte te zijn van alle regelingen waar iemand potentieel recht op heeft?
Het wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW is gebaseerd op onderzoek naar de oorzaken van het buiten beeld blijven van mensen die ondersteuning nodig hebben.5 Die oorzaken worden verdeeld in drie categorieën: oorzaken op het niveau van de regelgeving, oorzaken op het niveau van de uitvoering en oorzaken op het niveau van de burger. Proactieve dienstverlening richt zich op het wegnemen van oorzaken van niet-gebruik op het niveau van de uitvoering en op het niveau van de burger. Het richt zich op het persoonlijk informeren van mensen en het eenvoudiger kunnen aanvragen van uitkeringen en voorzieningen.
Bent u het met de SP eens dat juist de proactieve benadering maakt dat de kloof tussen overheid en burger wat verder gedicht kan worden? Zo ja waarom? Zo nee, waarom niet?
Bijvoorbeeld het onderzoek «Burgerperspectief proactieve dienstverlening» laat zien dat respondenten positief staan tegenover het terugdringen van niet-gebruik van inkomensondersteunende regelingen door de overheid. Wanneer de overheid de burger de hand reikt en tegemoetkomt, bevordert dit een gevoel van vertrouwen. Deze inzichten zijn verwerkt in het wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW.6
Deelt u de mening dat óók de Belastingdienst de relevantie informatie moet delen met de gemeenten om de wet Proactieve Dienstverlening goed te laten functioneren? Zo ja waarom? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet zet in op betere uitwisseling van gegevens om de dienstverlening te verbeteren. Voor fiscale gegevens is het daarnaast van belang dat deze niet zomaar gebruikt en gedeeld mogen worden vanwege de fiscale geheimhoudingsplicht, zoals ook toegelicht in het antwoord op vraag 4. De Belastingdienst staat positief tegenover de verlening van medewerking aan proactieve dienstverlening, mits goed geregeld en indien verder is voldaan aan hetgeen wat verder onder vraag 4 is vermeld.
Hoe gaat u ervoor zorgen dat gemeenten wel de benodigde informatie krijgen zodat zij mensen die recht hebben op verschillende vormen van bijstand en inkomensondersteuning wel proactief kunnen benaderen?
Het wetsvoorstel en het ontwerpbesluit proactieve dienstverlening SZW geven gemeenten nieuwe mogelijkheden om inwoners te bereiken die mogelijk recht hebben op uitkeringen en voorzieningen, zoals algemene bijstand. Mede afhankelijk van het verloop van de Kamerbehandeling kunnen die mogelijkheden worden uitgebreid.7 Zo kan aan dit wetsvoorstel een deugdelijke juridische grondslag worden toegevoegd voor gegevens van de Belastingdienst met een aanvulling op het ontwerpbesluit proactieve dienstverlening SZW.
De Nederlandse overheid bespaart op dit moment naar schatting 1 miljard euro vanwege het niet uitkeren van de algemene bijstandsuitkering. Waar gebruikt het kabinet dit geld voor? Kunt u dit specifiek uiteenzetten?
De regel is dat realistisch wordt geraamd. Het gebruik van uitkeringen en voorzieningen wordt zo realistisch mogelijk ingeschat. De raming houdt rekening met het werkelijke gebruik in voorgaande jaren, de conjunctuur en met maatregelen, zoals proactieve dienstverlening, die kunnen leiden tot meer gebruik. Niet-gebruikte middelen zijn er daarom niet.
Welk belang weegt volgens u zwaarder, dat van fiscale geheimhouding of bestaanszekerheid? Leg uit waarom u dit vindt.
Fiscale geheimhouding en bestaanszekerheid sluiten elkaar niet uit. Bij de beoordeling of de fiscale geheimhouding doorbroken kan worden moet worden nagegaan of gegevensdeling noodzakelijk is om het voorgestelde doel te bereiken, zoals ook in het antwoord op vraag 4 aangegeven, en daarnaast of de verstrekking van gegevens over de fiscale positie van betrokkenen in verhouding staat tot het doel (proportionaliteit) en of er alternatieven zijn (subsidiariteit). Als hieraan is voldaan moet een deugdelijke wettelijke grondslag worden geregeld. Meer in het algemeen: zowel eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer als bestaanszekerheid zijn grondrechten en worden niet tegen elkaar afgewogen.
Door het niet mogelijk maken van het delen van informatie door de Belastingdienst aan de gemeenten, wordt zeer sterk de indruk gewekt dat u liever niet heeft dat mensen de bijstandsuitkering aanvragen. Erkent u dit? Zo ja, waarom? Zo nee, wat is uw argumentatie om Nederlanders ervan te overtuigen dat hier geen sprake van is?
Voor nu is gekozen voor eenvoud, zodat mensen snel geholpen kunnen worden. Uitbreiding in de toekomst is mogelijk. Zie ook het antwoord op vraag 9.
Afgelopen week diende ik tevens schriftelijke vragen in naar aanleiding van de verborgen datakluis met 64 miljoen dossiers. Ook in dit dossier houdt de Belastingdienst structureel relevante informatie achter. Wat maakt dat de Belastingdienst zoveel transparantie eist van haar burgers en dit zelf niet doet als dit onwelgevallig uit lijkt te komen?
Voor gedetailleerde informatie over de datakluis verwijst de Staatssecretaris van Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane naar de Kamerbrief van 15 april 2026 over het onderwerp8 en naar de antwoorden op de genoemde schriftelijke vragen.9 Dit staat los van de fiscale geheimhouding en van de fiscale informatieverplichtingen.
Wilt u deze vragen één voor één beantwoorden?
Ja.
Het uitblijven van een besluit over nationale normen voor windturbines op land |
|
Sjoukje van Oosterhout (GroenLinks-PvdA) |
|
Bertram , Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Herinnert u zich de toezegging, gedaan tijdens het commissiedebat Hernieuwbare Energie op 15 april 2026 en die is herhaald in het antwoord van 22 mei 2026 op Kamervragen van de leden Huidekooper en Klos over milieunormen voor windturbines op land1, om de Kamer vóór de zomer te informeren over de nieuwe landelijke normen voor windturbines op land?
Ja.
Kunt u bevestigen dat dit besluit wel op de agenda van de ministerraad van 10 juli 2026 stond maar daarna niet naar de Kamer is gestuurd? Zo ja, wat is hiervan de reden?
Ja, het onderwerp stond op de agenda van de ministerraad van 10 juli jl. Daar heeft echter geen finale besluitvorming plaatsgevonden waardoor het informeren van de Kamer niet mogelijk is gebleken. Het onderwerp is in de ministerraad van 28 augustus opnieuw behandeld.
Klopt het dat de overbruggingsregeling voor bestaande windparken opnieuw is verlengd, ditmaal tot en met 31 december 2027? Betekent dit dat de eerdergenoemde inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2027 voor de definitieve milieunormen niet langer haalbaar wordt geacht?2
Het kabinet is voornemens de overbruggingsregeling te verlengen. Het voorstel hiertoe ligt nu bij de Raad van State. Inwerkingtreding van de nieuwe normen zal niet voor 1 januari 2027 kunnen plaatsvinden.
Welke gevolgen heeft dit hernieuwde uitstel voor provincies en gemeenten die bij hun ruimtelijke besluitvorming over windparken op land wachten op landelijke duidelijkheid?
Met de Kamerbrief die na de ministerraad van 28 augustus is verzonden, wordt de Kamer geïnformeerd dat het ontwerpbesluit voor het einde van dit jaar voor voorhang wordt aangeboden. Hiermee wordt zo spoedig mogelijk duidelijkheid gecreëerd over de landelijke milieu- en afstandsnormen voor windturbines op land. In de tussentijd kunnen provincies en gemeenten zelf normen stellen om ruimtelijke besluitvorming over windparken doorgang te laten vinden en zorgt de tijdelijke overbruggingsregeling ervoor dat de huidige milieunormen blijven gelden voor bestaande windparken.
Welke gevolgen heeft dit hernieuwde uitstel voor de realisatiegraad van wind op land, die volgens het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie (NP RES) steeds verder afneemt?
Zoals blijkt uit de Monitor Wind op Land3, neemt de verwachte toekomstige realisatiegraad en pijplijn voor windturbines af. Naast factoren als netcongestie, vertraging door bezwaar- en beroepsprocedures en beperkingen als gevolg van defensieactiviteiten, draagt ook de onzekerheid over het uitblijven van duidelijkheid over landelijke afstandsnormen voor windturbines op land hieraan bij. Het ontbreken daarvan is daarmee niet de enige, maar wel één van de factoren die de realisatie van windturbines beperkt.
Erkent u dat het verder uitstellen van een besluit ervoor zorgt dat de uitrol van wind op land stagneert en de RES-doelen niet worden gehaald en dat de Nederlandse energie-afhankelijkheid hierdoor langer in stand wordt gehouden? Zo ja, gaat u dan zo spoedig mogelijk landelijke milieunormen vaststellen?
Zoals benoemd in het antwoord op vraag 5 heeft de onzekerheid over het uitblijven van landelijke normen inderdaad bijgedragen aan een daling in de verwachte toekomstige realisatiegraad en pijplijn voor windturbines op land.
Bent u ermee bekend dat de provincie Gelderland voornemens is een afstandsnorm in de provinciale Omgevingsverordening op te nemen en deze in september 2026 vast te stellen?
Ja, zoals blijkt uit Statenstukken Uitwerking Initiatiefvoorstel RES en 2x tip – Impact afstandsnorm en Andere vormen van opwek4 zal de Omgevingsverordening worden voorgelegd aan de Staten in het derde kwartaal van 2026.
Bent u ermee bekend dat deze afstandsnorm ervoor zorgt dat het RES-doel in Gelderland waar de provincie zich ook aan heeft gecommitteerd, niet meer wordt gehaald, zoals uit een eigen analyse van de provincie blijkt?3
Uit de Statenstukken Uitwerking Initiatiefvoorstel RES en 2x tip – Impact afstandsnorm en Andere vormen van opwek blijkt dat de Provincie Gelderland concludeert dat een afstandsnorm van twee keer de tiphoogte ertoe leidt dat Regio Foodvalley niet de RES-doelstelling voor windenergie op land kan behalen.
Omdat de Gelderse RES-regio’s hebben afgesproken elkaars RES-opgave niet over te nemen, concludeert de provincie Gelderland dat de Gelderse RES-doelstelling niet haalbaar is. Daarbij benoemen de provincie Gelderland dat de RES-doelstelling in Gelderland ook zonder afstandsnorm al onder druk staat door o.a. netcongestie en de aanwezigheid van de wespendief.
Het kabinet heeft de Kamer op 28 augustus 2026 geïnformeerd dat het voornemens is om in het Ontwerpbesluit windturbines leefomgeving een instructieregel op te nemen op grond waarvan bij het nemen van ruimtelijke besluiten, zoals het vaststellen van een omgevingsplan, rekening moet worden gehouden met een afstand van twee keer de tiphoogte tussen een windturbine en de dichtstbijzijnde woning.
«Rekening houden met» betekent dat de afstandsnorm zwaar weegt in de belangenafweging die in het kader van dergelijke besluiten plaatsvindt, maar niet dwingt tot een bepaalde uitkomst. Gemotiveerd kan een kleinere afstand worden gehanteerd. Dat biedt ruimte voor het nastreven van de RES-doelstelling in Gelderland en om aanvullende opwek mogelijk te maken.
Zoals benoemd in de Kamerbrief Versterking van de Decentrale Ontwikkelingen in het Energiesysteem6, zal de Minister van Klimaat en Groene Groei, in het licht van de actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem, toewerken naar nieuwe richtwaarden voor de opwek van zon en wind op land voor 2040, en deze laten landen in de te maken energieafspraken met medeoverheden.
Is de afstandsnorm die Gelderland beoogt afwijkend van de milieunormen die u beoogt? Zo ja, kunt u uitleggen waarin deze norm van Gelderland afwijkt?
Met de Kamerbrief die na de MR van 28 augustus is verzonden, wordt de Kamer geïnformeerd dat er gekozen is voor een afstandsnorm van twee keer tiphoogte met uitzonderingen, en de ruimte om daar beargumenteerd naar beneden toe van af te wijken.
Bent u het ermee eens dat het zeer wenselijk is dat er zo snel mogelijk landelijke milieunormen voor windmolens op land worden vastgesteld die enerzijds milieueffecten van windmolens op land beperken, maar wel zorgen dat de RES-doelen binnen de afgesproken termijn worden behaald?
Ja.
Bent u het ermee eens dat het onwenselijk is dat gemeenten en provincies eigen, van elkaar afwijkende normen gaan vaststellen die ervoor zorgen dat de al jaren gewenste duidelijkheid rond de milieunormen voor windmolens op land voor omwonenden, initiatiefnemers, gemeenten en provincies blijft ontbreken?
Ja. Met de Kamerbrief die na de MR van 28 augustus is verzonden, biedt het kabinet meer duidelijkheid over de nieuwe normen voor windturbines op land.
Hoe voorkomt u dat er door het ontbreken van landelijke regie een wildgroei aan afstandsnormen op regionaal niveau (zoals o.a. in Drenthe en Gelderland) gaat ontstaan?
Met de Kamerbrief die na de MR van 28 augustus is verzonden, is de Kamer geïnformeerd over de keuze voor een instructieregel die bepaalt dat bij het vaststellen van een omgevingsplan rekening moet worden gehouden met een afstand van twee keer de tiphoogte tussen windturbine(s) en de dichtstbijzijnde woning. Deze instructieregel wordt de komende periode uitgewerkt in de ontwerp-AMvB, die nog dit jaar aan het parlement zal worden verzonden in het kader van de voorhang. Met deze instructieregel wordt op nationaal niveau voorzien in één uniforme afstandsnorm. Daarmee wordt voorkomen dat provincies eigen instructieregels over de afstand tot windturbines kunnen stellen.
Wat is uw standpunt over een afstandsnorm voor windmolens op land? Kunt u hierbij uw antwoorden van 22 mei 2026 op Kamervragen van de leden Huidekooper en Klos over milieunormen voor windturbines op land, waarin u het gebrek aan meerwaarde c.q. de nadelen van een afstandsnorm noemt, hierbij betrekken? Kunt u hierbij ook de brief van o.a. VNG, NVDE en VNO NCW over milieunormen betrekken?4
Zoals ook hierboven beantwoord, is de Kamer na de MR van 28 augustus geïnformeerd dat het kabinet kiest om de in het ontwerpbesluit opgenomen afstandsnorm van twee keer de tiphoogte van een windturbine met uitzonderingen te behouden. Een afstandsnorm biedt geen extra bescherming tegen hinder van windturbines, deze wordt immers al door de milieunormen over bijvoorbeeld geluid verzekerd. De afstandsnorm biedt enkel duidelijkheid aan burgers, omwonenden en bestuurders over de afstand tussen woningen en windturbines. In de verzonden Kamerbrief wordt toegelicht hoe de keuze recht doet aan het belang van de energieopgave enerzijds en aan de zorgen van omwonenden anderzijds.
Kunt u een concrete datum noemen waarop de Kamer de toegezegde brief alsnog kan verwachten? Kunt u toezeggen dat het besluit over landelijke normen alsnog in de eerstvolgende ministerraad, die gepland is voor 14 augustus 2026, wordt genomen?
De Kamer is op 28 augustus jl. over het besluit van het kabinet geïnformeerd.
Kunt u deze vragen uiterlijk 1 september 2026 beantwoorden, zodat er snel meer duidelijkheid komt?
Ja.
Het bericht "Schietinstructeur Defensie gemangeld door werkgever na persoonlijke vete van collega’s" |
|
Tamara ten Hove (PVV), Shanna Schilder (PVV) |
|
David van Weel (VVD), Derk Boswijk (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Schietinstructeur Defensie gemangeld door werkgever na persoonlijke vete van collega’s»?1
Ja.
Herkent u het beeld dat in de praktijk individuele ambtenaren vanuit hun eigen overtuiging een zodanig grote invloed op beleid kunnen uitoefenen dat effectief leidinggeven vanaf hogerhand onmogelijk wordt? Zo nee, waarom niet?
Nee, ik herken dit beeld niet.
Hebben de secretaris-generaal en/of de commandant der strijdkrachten u geïnformeerd over deze zaak en de genomen keuzes? Zo ja, wanneer en in welke vorm? Zo nee, waarom niet?
Ik ben op hoofdlijnen geïnformeerd over deze zaak. Over de precieze wijze en het moment van informeren doe ik geen nadere mededelingen om redenen van privacy bij individuele casuïstiek.
Gaat u de illegaal handelende ambtenaren van de zogenaamde «werkgroep» per direct op non-actief zetten en/of ontslaan, of blijft de enige werknemer van Defensie die consequenties ervaart de legaal handelende schietinstructeur? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Ik herken mij niet in uw kwalificatie, noch in de geschetste situatie.
Acht u het wenselijk dat melding maken van disfunctioneren van het apparaat bij hogere rangen door Defensie geduid wordt als een vorm van «werkweigering»? Zo ja, waarom? Zo nee, wat gaat u eraan doen die cultuur te veranderen?
Het melden van ongewenst gedrag, het doen van een integriteitsmelding of het melden van disfunctioneren is geen werkweigering. Van werkweigering is bijvoorbeeld sprake wanneer iemand zich zonder toestemming niet meldt voor de toegewezen functie, waarbij de afwezigheid evenmin achteraf gerechtvaardigd is. Er is dus ook geen reden om de cultuur hierop te veranderen.
Hoe voorkomt u dat correctiemechanismen binnen Defensie (en andere overheidsinstanties) zich bij hun beoordeling louter baseren op interne rapportages van diezelfde organisatie waartegen de klachten zijn ingediend?
Daarvan is geen sprake. Bij het beoordelen van klachten wordt niet alleen gekeken naar het standpunt van de organisatie waarover wordt geklaagd maar nadrukkelijk ook naar het standpunt van de klager en andere relevante informatie.
Hoeveel vaststellingsovereenkomsten en andere vormen van beëindiging van de arbeidsovereenkomst zijn in de afgelopen vijf jaar binnen Defensie gesloten?
De bevoegdheid tot het sluiten van vaststellingsovereenkomsten is op verschillende commandantenniveaus in de organisatie belegd. Defensie houdt hiervan geen centrale registratie bij. Daarom kan ik niet aangeven hoeveel van dit soort overeenkomsten zijn gesloten.
In hoeveel van de onder vraag zeven genoemde beëindigingen was sprake van omstandigheden die ook maar enigszins van vergelijkbare aard zijn met de onderhavige zaak, waaronder beëindiging van het dienstverband naar aanleiding van een arbeidsconflict, een integriteitskwestie, een melding, een klacht of een vergelijkbare aanleiding? Kan de Kamer een geanonimiseerde uitsplitsing naar categorie van aanleiding ontvangen?
Zie het antwoord op vraag 7; omdat ik niet kan aangeven hoeveel van dit soort overeenkomsten zijn gesloten, kan ik ook geen uitsplitsing maken per categorie.
Deelt u de mening dat het onbegrijpelijk is dat Defensie meent «geen partij» te zijn in deze zaak, ondanks dat de complete besluitvorming gebaseerd is op interne rapportages van Defensie, het een (opgezegde) arbeidsovereenkomst bij Defensie betreft, de secretaris-generaal als ook de commandant der strijdkrachten zijn geïnformeerd en de complete zaak is gebaseerd op handelen in zijn functie als militair? Zo nee, waarom niet?
Nee, ik deel deze mening niet. Defensie is geen partij bij het verstrekken of intrekken van privéwapenverloven.
Welke concrete stappen gaat u ondernemen om deze en vergelijkbare samenspanningen van ambtenaren te doorbreken en serieuze consequenties daaraan te verbinden?
Ik herken mij niet in uw kwalificatie. Van samenspanningen is geen sprake.
De ondermijning van het vuurwerkverbod |
|
Ines Kostić (PvdD) |
|
Bertram , David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het interview van burgemeester Pechtold in de Volkskrant van 3 juli 2026, waarin hij aangeeft dat inwoners ondanks het verbod de ruimte krijgen om wat vuurwerk af te steken en dat het verbod onmogelijk te handhaven is?1
Ja.
Bent u bekend met de uitspraak van de burgemeester dat mensen soms de rand moeten kunnen opzoeken en dat hij mensen die ruimte wil geven ook als het betekent dat er af en toe wat vuurwerk wordt afgestoken?
Ja.
Deelt u de mening dat uitlatingen van een burgemeester, waarin hij aankondigt een landelijk vastgestelde wet niet te zullen handhaven en aankondigt dat hij «wat vuurwerk» zal toelaten, de wet ondermijnt en daarmee ook het draagvlak en de duidelijkheid van de nieuwe norm worden aangetast? Zo nee, wat is dan de boodschap die burgers volgens u met zulke uitspraken meekrijgen?
De Wet veilige jaarwisseling die per 1 augustus in werking is getreden, regelt het landelijk vuurwerkverbod voor consumenten, met uitzondering van F1-vuurwerk. Dit betekent dat het bezit van vuurwerk en het afsteken daarvan door consumenten is verboden, tenzij er sprake is van een door de burgemeester verleende ontheffing. Dit is een duidelijke landelijke norm, die voor alle burgers geldt. Uitspraken in de media doen niet af aan de gelding van die norm. Het niet naleven van deze norm is strafbaar. Hierop kan worden gehandhaafd, zowel door boa’s als politie onder de verantwoordelijkheid van het lokaal gezag.
Deelt u de zorg dat de uitspraken van de burgemeester de autoriteit van buitengewone opsporingsambtenaren (boa's) en politieagenten kunnen ondergraven, doordat overtreders zich in de praktijk kunnen beroepen op zijn woorden? Zo nee, waar baseert u zich op? Zijn hier gesprekken over gevoerd met boa's en de politie?
Het is niet vast te stellen of burgers zich in de praktijk op dergelijke uitspraken zullen beroepen. De bevoegdheden van boa’s en politie vloeien voort uit de wet en worden hierdoor niet aangetast. Eenduidige communicatie in lijn met het landelijke vuurwerkverbod is echter wel wenselijk en van belang. Het draagt bij aan een heldere normstelling en ondersteunt boa’s en politie bij de uitvoering van hun handhavingstaak. Naar aanleiding van deze specifieke uitspraken zijn geen afzonderlijke gesprekken gevoerd met boa’s of de politie.
Deelt u de mening dat het door de uitspraken van de burgemeester van Delft mogelijk moeilijker wordt voor omliggende gemeentes om goed te handhaven, omdat de norm vager is doordat de burgemeester van Delft zegt dat in Delft wel «wat vuurwerk» afgestoken kan worden? Zo nee, wat is dan de boodschap die burgers volgens u met zulke uitspraken meekrijgen bij het vuurwerkverbod?
Nee. Het landelijke vuurwerkverbod geldt in alle gemeenten en vormt daarmee een landelijke en duidelijke norm. Het is echter van belang dat alle betrokken overheden hierover eenduidig communiceren. Daarnaast is het aan elk lokaal gezag om te bepalen of er ontheffingen worden verleend aan verenigingen of stichtingen voor het afsteken van vuurwerk.
Deelt u de vrees dat de uitspraken van burgemeester Pechtold andere burgemeesters kunnen aanmoedigen om het vuurwerkverbod eveneens minder streng te handhaven, met als gevolg groeiende verschillen tussen gemeenten en afnemende naleving door inwoners? Zo ja, wat gaat u hieraan doen? Zo nee, waarom niet?
Er geldt een duidelijk wettelijk kader. De inzet en prioritering van handhaving is en blijft wel een verantwoordelijkheid van het lokaal gezag. In de lokale driehoek worden afspraken gemaakt over de inzet van de politie, lokale prioriteiten en de strafrechtelijke handhaving. Gemeenten bepalen dan ook zelf hoe zij toezicht en handhaving organiseren, rekening houdend met de lokale situatie en beschikbare capaciteit. De burgemeester legt hiervoor verantwoording af aan de gemeenteraad. Daarnaast is het aan de burgemeester om te bepalen hoe er in zijn/haar gemeente met de ontheffingsmogelijkheid wordt omgegaan.
Is er vanuit het kabinet contact geweest met burgemeester Pechtold naar aanleiding van zijn uitspraken? Zo nee, gaat u het gesprek alsnog voeren met het doel om te zorgen dat de nieuwe norm bij alle burgers duidelijk landt?
Nee, er is naar aanleiding van de uitspraken geen contact geweest met burgemeester Pechtold. Overleg met burgemeesters en gemeenten omtrent de uitwerking van de Wet veilige jaarwisseling vindt plaats via reguliere overlegstructuren. Zo is er regelmatig overleg met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), wordt op ambtelijk en bestuurlijk niveau via een expert- en regiegroep afgestemd over de uitwerking van het handhavingsplan waarin gemeenten en andere partners zijn vertegenwoordigd en vindt regulier overleg plaats binnen het Strategisch Beraad Veiligheid (SBV). Met de relevante partners wordt gewerkt aan het zo goed en eenduidig mogelijk laten landen van de nieuwe regelgeving, bijvoorbeeld door het uitwerken van handreikingen voor gemeenten en het ontwikkelen van duidelijke communicatie richting burgers.
Kunt u een volledig overzicht geven, inclusief een tijdlijn, van alle acties die het kabinet onderneemt om de nieuwe norm dat consumenten geen vuurwerk meer mogen afsteken, goed te laten landen, in lijn met adviezen van politie en (gedrags)wetenschappers? Kunt u per actie uitgebreid toelichten wat deze precies inhoudt en hoe deze precies wordt ingevuld? Wat houdt de publiekscampagne precies in en hoe lang loopt die? Is dat het enige wat wordt gedaan om de nieuwe norm goed te laten landen bij mensen?
Zie het antwoord op vraag 9.
Hoe worden gemeenten door het kabinet precies geholpen om de nieuwe norm goed te laten inbedden onder burgers dat consumenten geen vuurwerk meer mogen afsteken, in lijn met adviezen van politie en (gedrags)wetenschappers? Kunt u hier zo precies mogelijk in zijn, met een volledige opsomming van acties (inclusief tijdlijn) die het kabinet hiervoor heeft ondernomen en nog gaat ondernemen? Kunt u per actie uitgebreid toelichten wat deze precies inhoudt en hoe deze exact wordt ingevuld?
Hiervoor verwijs ik naar het handhavingsplan dat op 16 maart jl. met uw Kamer is gedeeld en de onlangs verzonden Verzamelbrief vuurwerk van 1 juli jl.2 In deze stukken wordt een overzicht gegeven welke acties zijn uitgevoerd en welke nog volgen om de nieuwe norm goed te laten landen en om gemeenten en uitvoeringspartners te ondersteunen richting de jaarwisseling, inclusief een tijdspad. Bij de totstandkoming en uitvoering van het handhavingsplan is nauw samengewerkt met onder meer VNG, gemeenten, politie, OM, ILT en gedragswetenschappers, zowel van het Ministerie van Justitie en Veiligheid als voor het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid. Ook is input opgehaald bij onder andere het jongerenpanel van HALT, het jongerenpanel van de politie en via de online community «Nederland denkt mee» van de dienst Publiek en Communicatie via het Ministerie van Algemene Zaken. Acties uit het handhavingsplan zien op communicatie, preventie, handhaving, opsporing en de aanpak in de grensregio’s en internationaal. Deze richten zich onder meer op verschillende risicofactoren en dragen bij aan een duurzame gedragsverandering zoals beoogd met de Wet veilige jaarwisseling. Onderdeel hiervan is een landelijke communicatiecampagne, gebaseerd op gedragsinzichten. Van 17 augustus tot en met 9 oktober loopt de landelijke campagne en deze heeft als boodschap dat burgers vuurwerk, anoniem en straffeloos, kunnen inleveren tijdens georganiseerde inleveracties, omdat het bezit, afsteken en vervoeren van vuurwerk3 vanaf 1 augustus voor consumenten verboden is. De landelijke campagne behelst een onlinevideo, een radiospot, online communicatie, gerichte media en praktische informatie over de inleverdagen op www.leverjevuurwerkin.nl. De inleveracties zelf zijn verspreid door het hele land georganiseerd, in ruim 30 gemeenten, en vinden plaats van 1 september tot 9 oktober 2026. Hiermee worden burgers herinnerd aan de nieuwe norm en wordt de kans geboden hun vuurwerk in te leveren.
Op basis waarvan heeft het kabinet de afweging gemaakt dat de acties onder antwoorden op vraag 8 en 9 voldoende zijn?
Het handhavingsplan is één van de drie voorwaarden waaraan diende te worden voldaan voor inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling. De daarin opgenomen acties zien toe op communicatie, preventie, handhaving, opsporing en de aanpak in de grensregio’s en internationaal. Deze richten zich onder meer op verschillende risicofactoren en dragen bij aan een duurzame gedragsverandering zoals beoogd met de Wet veilige jaarwisseling. De acties uit het handhavingsplan zijn tot stand gekomen in nauwe samenwerking met een breed scala aan partijen, waaronder de VNG, gemeenten, politie, OM, Halt, ILT. De betrokken partijen hebben ieder vanuit hun eigen deskundigheid en verantwoordelijkheid een bijdrage geleverd aan de uitwerking van deze thema’s en het effectief laten landen van de nieuwe norm in de samenleving. Het handhavingsplan dient daarbij als handreiking voor gemeenten, politie en andere betrokken partijen bij de voorbereiding op en uitvoering van hun lokale aanpak. Daarmee is sprake van een breed gedragen plan dat aansluit bij de uitvoeringspraktijk. Daarbij geldt dat de eerste jaarwisselingen onder het nieuwe regime nadrukkelijk in het teken staan van leren, evalueren en waar nodig bijstellen van de aanpak. Op 16 maart jl. is het geactualiseerde handhavingsplan ook aan uw Kamer aangeboden,4 waarna het Inwerkingtredingsbesluit in het kader van de voorhang op 8 mei jl.5 aan de Eerste en Tweede Kamer is aangeboden. De Eerste Kamer heeft op 2 juni jl. besloten in te stemmen met de uitwerking van de voorwaarden en daarmee met de inwerkingtreding van de Wet op 1 augustus 2026. Ook in de voorhangprocedure van de Tweede Kamer is geen bezwaar gekomen tegen de inwerkingtreding van de wet.
Overweegt het kabinet om de vuurwerkregels kort na de aankomende jaarwisseling te evalueren en mogelijk aan te scherpen, waarbij ook de mogelijkheid om ontheffingen te verlenen wordt geschrapt, gezien alle kritiek van burgemeesters op de ontheffingen en de besluiten van ondertussen al een kwart gemeentes om geen ontheffingen af te geven?2
Net zoals de afgelopen jaren, zal de jaarwisseling worden gemonitord, en wordt de Tweede Kamer kort na de jaarwisseling geïnformeerd over het landelijk beeld van de afgelopen jaarwisseling. Het Besluit veilige jaarwisseling, waarin op initiatief van de Tweede Kamer de ontheffingsmogelijkheid voor burgemeesters is uitgewerkt, zal in samenhang met de Wet veilige jaarwisseling na drie jaar worden geëvalueerd. Zoals toegezegd wordt de Kamer nader geïnformeerd over het tijdspad van de evaluatie.7 In deze brief, die in het najaar aan de Kamer zal worden verstuurd, zal tevens worden ingegaan op de wijze van monitoring.
Kunt u deze vragen zo snel mogelijk en één voor één beantwoorden?
Ja.
De langdurige storing van kerncentrale Borssele |
|
Sjoukje van Oosterhout (GroenLinks-PvdA) |
|
Vincent Karremans (VVD), Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat kerncentrale Borssele sinds 27 juni 2026 twee weken buiten bedrijf was vanwege een lekkage in het nucleaire gedeelte?1
Ja.
Klopt het dat, drie weken na afronding van deze onderhoudsstop, de centrale opnieuw moest worden stilgelegd vanwege een lekkage?
Ja. De reden hiervoor was een kleine lekkage aan een afsluiter in het nucleaire deel van de kerncentrale. Om dit zorgvuldig en volgens protocol te verhelpen, is de centrale tijdelijk uit bedrijf genomen.
Wat zijn de gevolgen van deze lekkage en het stilleggen van de kerncentrale?
De lekkage en het stilleggen van de centrale heeft geen gevolgen gehad voor de medewerkers van EPZ, omwonenden en de kerncentrale. De afsluiter die lekte is vervangen. Tijdens de reparatiewerkzaamheden vond EPZ in dezelfde ruimte een leiding in mindere staat. EPZ heeft een deel van deze leiding vervangen. Op 16 juli jl. is de kerncentrale volgens protocol weer veilig in bedrijf gegaan.
EPZ heeft de toezichthouder Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) gedurende het gehele proces op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen.
De kerncentrale heeft een elektrisch vermogen van 485 MW. Dat betekent dat de centrale 11.640 MWh elektriciteit per dag kan leveren als de centrale 24 uur op vol vermogen kan draaien. De centrale was aan het begin van de zomer 19 dagen buiten bedrijf. In die periode had 221.160 MWh elektriciteit opgewekt kunnen worden.
Wanneer gaat de centrale weer stroom leveren? Hoeveel stroom is er door dit onderhoud minder opgewekt dan voorzien?
Zie antwoord vraag 3.
Is de storing gerelateerd aan de leeftijd van de reactor? Zijn er nog leveranciers om dit soort storingen te verhelpen?
Er is geen verband tussen het optreden van de lekkage en de leeftijd van de reactor. Zoals aangegeven is de lekkage gerepareerd en is de kerncentrale weer veilig in bedrijf.
Hoe verhoudt dit incident zich met de voorgenomen bedrijfsduurverlenging van Borssele?
Er is geen relatie tussen deze ongewone gebeurtenis en de voorgenomen bedrijfsduurverlenging van de kerncentrale Borssele. Voordat de bedrijfsduurverlenging van de kerncentrale vergund kan worden door de ANVS, zal zij uiteraard uitvoerig verouderingsaspecten en de daarbij behorende eisen om de veiligheid te borgen onderzoeken, als onderdeel van het vergunningsverleningsproces.
In hoeverre wordt de ervaring met de betrouwbaarheid en onderhoudsgevoeligheid (en de daarmee verbonden kosten) van de bestaande centrale in Borssele meegewogen in de besluitvorming over de twee nieuwe, aanzienlijk grotere kerncentrales?
Het kabinet beschouwt kernenergie als een betrouwbare en waardevolle aanvulling op de Nederlandse energiemix. Net als andere grote energiecentrales heeft een kerncentrale periodiek onderhoud nodig. De kosten hiervoor vormen een vast onderdeel van de structurele operationele uitgaven en worden meegenomen in de business case voor de nieuwe centrales.
Bent u bereid de Kamer, zodra de centrale weer in bedrijf is, een overzicht te sturen over de oorzaak en gevolgen van deze storing, inclusief het oordeel van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS)?
Jaarlijks stuurt de Staatssecretaris van IenW de rapportage Ongewone Gebeurtenissen met daarin de meldplichtige gebeurtenissen bij nucleaire installaties (opgesteld door de ANVS) aan de Kamer en publiceert de ANVS deze op haar website. Dat zal in de toekomst zo blijven. Ook deze ongewone gebeurtenis zal in de rapportage over 2026 gemeld worden. Een actueel overzicht van ongewone gebeurtenissen is ook te vinden op de website van de ANVS2.