| Ingediend | 3 augustus 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 14 september 2026 (na 42 dagen) |
| Indieners | Diederik Boomsma (CDA), Annabel Nanninga (JA21) |
| Beantwoord door | Letschert , Enneüs Heerma (CDA) |
| Onderwerpen | recht staatsrecht |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z16639.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-3047.html |
Ja.
Net als vele anderen, hecht ik grote waarde aan een pluriforme sector waarin ruimte is voor verschillende geluiden. Juist studenten willen we immers de ruimte geven om met elkaar in debat te gaan, verschillende perspectieven te horen en van mening te verschillen. Culturele en internationale academische samenwerking draagt daar in belangrijke mate aan bij. Uitwisseling en samenwerking tussen individuen zorgt voor blijvende verbinding en dialoog, juist ook bij thema’s die gezien hun aard en context schuren en heel gevoelig liggen.
Tegelijkertijd hebben instellingen een grote vrijheid en daarmee ook een belangrijke verantwoordelijkheid in het bepalen wat zij programmeren en met wie zij samenwerken. Die vrijheid is belangrijk en hoort bij een open en democratische samenleving. Dat instellingen zorgvuldig naar hun programmering kijken, zeker in het licht van het aanhoudende conflict in het Midden-Oosten, hoort bij het nemen van hun verantwoordelijkheid. Besturen dienen transparant te zijn over de afwegingen die zij maken. Ik vind het in dat verband goed dat TivoliVredenburg publiekelijk heeft toegelicht hoe zij tot hun besluit zijn gekomen.
De overheid moet afstand houden van de afwegingen die instellingen maken bij individuele casussen. Juist die terughoudendheid is van belang om de fundamentele vrijheden van onze democratie te beschermen.
Culturele instellingen gaan zelf over hun programmering en hebben zich daarmee te houden aan de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb). In dit geval is geen sprake van een verschil in behandeling bij de toegang tot een aangeboden dienst, omdat het evenement niet is doorgegaan.
Het is niet aan het kabinet om in specifieke gevallen een oordeel te geven of er sprake is van (verboden) direct of indirect onderscheid. Dit is voorbehouden aan de rechter en/of het College voor de Rechten van de Mens.
Ja.
Burgers, dus ook studenten, kunnen niet direct verantwoordelijk worden gehouden voor het handelen van een regering van een land.
Nee, daar is het kabinet niet mee bekend.
Nee, daarmee is het kabinet niet bekend. Zie het antwoord op vraag 2.
Ik betreur het dat deze situatie is ontstaan. Juist studenten moeten de ruimte hebben om met elkaar in debat te gaan. Het valt onder de vrijheid en verantwoordelijkheid van TivoliVredenburg om een afweging te maken over wat zij programmeren en met wie zij samenwerken. Die vrijheid is belangrijk en hoort bij een open en democratische samenleving. Dat instellingen daarbij extra zorgvuldig naar hun programmering kijken hoort bij het nemen van hun verantwoordelijkheid.
De overheid heeft geen rechtstreekse subsidierelatie met TivoliVredenburg. Wel ontvangt TivoliVredenburg een jaarlijkse bijdrage van € 13,4 miljoen van de gemeente Utrecht in het kader van de Utrechtse Cultuurnota 2025–2028. Vanuit het Fonds Podiumkunsten ontvangt TivoliVredenburg € 58.450 per jaar vanuit de Podiumregeling. Vanuit Fonds voor Cultuurparticipatie ontvangt zij € 32.360 vanuit de regeling co-creatie instellingen. Voor alle bovengenoemde financiers is het in het kader van de code diversiteit en inclusie een voorwaarde dat TivoliVredenburg een visie moet hebben hoe het omgaat met gelijke behandeling en toegankelijkheid. Het is echter aan TivoliVredenburg zelf om doelstellingen m.b.t. de code te formuleren en ook bepaalt de organisatie zelf hoe zij deze willen bereiken. Ik ga ervan uit dat TivoliVredenburg, net als iedere instelling, hierbij het gelijkheidsbeginsel uit Artikel 1 van de Grondwet in acht houdt.
De rol van de Universiteit Utrecht (UU) en University College Utrecht (UCU) was het faciliteren van debatruimtes en overnachtingsplekken. Deze steun hebben ze ingetrokken nadat zij van de organisatie informatie hadden ontvangen die wees op kenmerken van institutionele betrokkenheid van Israëlische organisaties. Volgens de UU sluit dit niet aan bij hun generieke beleid als het gaat over institutionele samenwerkingen met Israëlische instellingen op gebied van onderwijs en onderzoek. Het besluit van de UU en UCU om de steun aan EUDC 2026 in te trekken valt onder de autonomie van kennisinstellingen. Een zorgvuldige afweging hoort bij de verantwoordelijkheid van institutionele autonomie.
Artikel 1 van onze Grondwet en de daaraan gelieerde gelijkebehandelingswetgeving in Nederland regelt dat iedereen in Nederland in gelijke gevallen gelijk behandeld dient te worden. De kaders hiervoor zijn neergelegd in de Awgb. Deze plicht geldt voor elke organisatie, ongeacht hoe zij wordt gefinancierd. Van iedere instelling mag worden verlangd dat zij geen verboden onderscheid maakt. Daar waar een vermoeden van verboden onderscheid bestaat, is het aan de rechter en/of het College voor de Rechten van de Mens om hierover te oordelen.
De leden Van Zanten en Van der Plas, van de fractie BBB, hebben middels een motie het kabinet verzocht om met behulp van de antidiscriminatiebepalingen aanvullende kaders te ontwikkelen waarin subsidies kunnen worden ingetrokken wanneer instellingen zich schuldig maken aan antisemitisme, het faciliteren ervan en/of het niet ingrijpen hierop.2 In de laatste voortgangsbrief discriminatie en racisme is de Minister van BZK uitgebreid ingegaan op het juridisch kader waarbinnen verleende subsidies kunnen worden geweigerd of ingetrokken.3
Of er in het voorliggende geval sprake is van verboden onderscheid in de zin van de Awgb staat niet vast. Zie verder het antwoord op vraag 12.
Op 3 augustus 2026 hebben de leden Boomsma en Nanninga (beide JA21) schriftelijke vragen gesteld over het bericht «discriminatie door debatcentrum TivoliVredenburg door het cancelen van de EK debatteren voor studenten vanwege de deelname van Israëlische studenten» (2026Z16639). Ook op 3 augustus 2026 hebben de leden Raijer, Bosma en De Roon (allen PVV) schriftelijke vragen gesteld over het bericht «TivoliVredenburg annuleert finale debattoernooi vanwege deelname Israëlische universiteiten» (2026Z16641). Tot mijn spijt kunnen de vragen met het oog op een zorgvuldige en volledige beantwoording niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord. Ik zal de