Kamervraag 2026Z16610

Het kabinet dat het onnodig moeilijk wil maken om arme mensen in Nederland aan de bijstand te helpen

Ingediend 31 juli 2026
Beantwoord 1 september 2026 (na 32 dagen)
Indiener Jimmy Dijk (SP)
Beantwoord door Hans Vijlbrief (D66), Eelco Heinen (VVD)
Onderwerpen organisatie en beleid sociale zekerheid
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z16610.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2908.html
1. Follow the Money, 17 juli 2026, Kabinet wil het onnodig moeilijk maken om arme mensen aan bijstand te helpen – Follow the Money – Platform voor onderzoeksjournalistiek
  • Vraag 1
    Bent u bekend met het artikel van Follow the Money «Kabinet wil het onnodig moeilijk maken om arme mensen aan bijstand te helpen1»?

    Ja, het artikel is bekend en samen met de reactie van het Ministerie van SZW gepubliceerd. In de reactie heb ik aangegeven dat proactieve dienstverlening een goede manier is om mensen te bereiken die ondersteuning nodig hebben bij werk, inkomen, opleiding en meedoen in de samenleving. Ik heb bewust gekozen het wetsvoorstel eenvoudig te houden voor een snelle, eerste stap. Later kunnen we de mogelijkheden voor proactieve dienstverlening uitbreiden.

  • Vraag 2
    Wat vindt u ervan dat ongeveer 200.000 huishoudens in Nederland niet weten dat zij recht hebben op een algemene bijstandsuitkering?

    Uit data-analyse van de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA)2 blijkt dat in december 2021 naar schatting 160.000 huishoudens potentieel recht hadden op een (aanvullende) algemene bijstandsuitkering omdat het eigen inkomen in die maand december onder het sociaal minimum lag. Ruim een derde van al deze potentiële niet-gebruikers (d.w.z. 58.000 huishoudens) had volgens de NLA ook in de voorgaande 12 maanden recht op een (aanvullende) algemene bijstandsuitkering maar deed daar geen beroep op.
    Voor de aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO)3 en de Toeslagenwet (TW)4 zijn de schattingen over het niet-gebruik vergelijkbaar. Daarom zet het kabinet in op het tegengaan van het niet-gebruik met het wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW.

  • Vraag 3
    Deelt u de mening dat mensen moeten krijgen waar zij recht op hebben, ook in het geval zij daar zelf niet van op de hoogte zijn? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?

    Het is belangrijk dat uitkeringen en voorzieningen toegankelijk zijn voor de mensen die het nodig hebben. Het voorkomt dat hun inkomen onder het sociaal minimum belandt. En het helpt hen naar werk, opleiding en meedoen in de samenleving.

  • Vraag 4
    «Als er door de Nederlandse overheid – lees: de Belastingdienst – iets te halen valt, dan kunnen gegevens moeiteloos worden gedeeld. Maar als de overheid iets moet brengen zoals een uitkering waar iemand recht op heeft, dan is informatie delen opeens erg ingewikkeld». Herkent u deze ervaring en begrijpt u dat dit door mensen zo wordt ervaren? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?

    Het klopt dat meer gegevensuitwisseling tussen uitvoeringsorganisaties kan bijdragen aan een verbetering van de dienstverlening. Tegelijkertijd is het belangrijk dat uitvoeringsorganisaties zorgvuldig omgaan met gegevens van burgers. Hier is dus wel een goede wettelijke basis voor nodig. De fiscale geheimhoudingsplicht staat in beginsel in de weg aan wat de Belastingdienst deelt voor niet-fiscale doeleinden. Gegevens die de Belastingdienst heeft voor de uitvoering van haar taken mogen niet zomaar gedeeld worden. Om de belastingwetgeving te kunnen uitvoeren beschikt de inspecteur – de Belastingdienst – over bevoegdheden om informatie (onder dwang) in te winnen. Dit brengt mee dat de inspecteur ertoe is gehouden om zorgvuldig met die fiscale gegevens om te gaan. Die asymmetrie dient juist ter bescherming van burgers en bedrijven, en complementeert het systeem van heffing en inning. Bij de beoordeling of de fiscale geheimhouding doorbroken kan worden moet worden nagegaan of de gegevensdeling noodzakelijk is om het voorgestelde doel te bereiken, of de verstrekking van gegevens over de fiscale positie van betrokkenen in verhouding staat tot het doel (proportionaliteit) en of er alternatieven zijn (subsidiariteit). Als hieraan is voldaan moet een deugdelijke wettelijke grondslag worden geregeld.

  • Vraag 5
    Kiest u er bewust voor mensen die hier recht op hebben, niet aan een bijstandsuitkering te helpen? Zo ja, waarom? Zo nee, leg uit waarom niet.

    Integendeel, het wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW zet in op het bereiken van mensen die recht hebben op ondersteuning, maar daarvan nog geen gebruikmaken.

  • Vraag 6
    In welke mate heeft uw antwoord op de vorige vraag te maken met het mensbeeld dat elk individu zelf verantwoordelijk is om op de hoogte te zijn van alle regelingen waar iemand potentieel recht op heeft?

    Het wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW is gebaseerd op onderzoek naar de oorzaken van het buiten beeld blijven van mensen die ondersteuning nodig hebben.5 Die oorzaken worden verdeeld in drie categorieën: oorzaken op het niveau van de regelgeving, oorzaken op het niveau van de uitvoering en oorzaken op het niveau van de burger. Proactieve dienstverlening richt zich op het wegnemen van oorzaken van niet-gebruik op het niveau van de uitvoering en op het niveau van de burger. Het richt zich op het persoonlijk informeren van mensen en het eenvoudiger kunnen aanvragen van uitkeringen en voorzieningen.

  • Vraag 7
    Bent u het met de SP eens dat juist de proactieve benadering maakt dat de kloof tussen overheid en burger wat verder gedicht kan worden? Zo ja waarom? Zo nee, waarom niet?

    Bijvoorbeeld het onderzoek «Burgerperspectief proactieve dienstverlening» laat zien dat respondenten positief staan tegenover het terugdringen van niet-gebruik van inkomensondersteunende regelingen door de overheid. Wanneer de overheid de burger de hand reikt en tegemoetkomt, bevordert dit een gevoel van vertrouwen. Deze inzichten zijn verwerkt in het wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW.6

  • Vraag 8
    Deelt u de mening dat óók de Belastingdienst de relevantie informatie moet delen met de gemeenten om de wet Proactieve Dienstverlening goed te laten functioneren? Zo ja waarom? Zo nee, waarom niet?

    Het kabinet zet in op betere uitwisseling van gegevens om de dienstverlening te verbeteren. Voor fiscale gegevens is het daarnaast van belang dat deze niet zomaar gebruikt en gedeeld mogen worden vanwege de fiscale geheimhoudingsplicht, zoals ook toegelicht in het antwoord op vraag 4. De Belastingdienst staat positief tegenover de verlening van medewerking aan proactieve dienstverlening, mits goed geregeld en indien verder is voldaan aan hetgeen wat verder onder vraag 4 is vermeld.

  • Vraag 9
    Hoe gaat u ervoor zorgen dat gemeenten wel de benodigde informatie krijgen zodat zij mensen die recht hebben op verschillende vormen van bijstand en inkomensondersteuning wel proactief kunnen benaderen?

    Het wetsvoorstel en het ontwerpbesluit proactieve dienstverlening SZW geven gemeenten nieuwe mogelijkheden om inwoners te bereiken die mogelijk recht hebben op uitkeringen en voorzieningen, zoals algemene bijstand. Mede afhankelijk van het verloop van de Kamerbehandeling kunnen die mogelijkheden worden uitgebreid.7 Zo kan aan dit wetsvoorstel een deugdelijke juridische grondslag worden toegevoegd voor gegevens van de Belastingdienst met een aanvulling op het ontwerpbesluit proactieve dienstverlening SZW.

  • Vraag 10
    De Nederlandse overheid bespaart op dit moment naar schatting 1 miljard euro vanwege het niet uitkeren van de algemene bijstandsuitkering. Waar gebruikt het kabinet dit geld voor? Kunt u dit specifiek uiteenzetten?

    De regel is dat realistisch wordt geraamd. Het gebruik van uitkeringen en voorzieningen wordt zo realistisch mogelijk ingeschat. De raming houdt rekening met het werkelijke gebruik in voorgaande jaren, de conjunctuur en met maatregelen, zoals proactieve dienstverlening, die kunnen leiden tot meer gebruik. Niet-gebruikte middelen zijn er daarom niet.

  • Vraag 11
    Welk belang weegt volgens u zwaarder, dat van fiscale geheimhouding of bestaanszekerheid? Leg uit waarom u dit vindt.

    Fiscale geheimhouding en bestaanszekerheid sluiten elkaar niet uit. Bij de beoordeling of de fiscale geheimhouding doorbroken kan worden moet worden nagegaan of gegevensdeling noodzakelijk is om het voorgestelde doel te bereiken, zoals ook in het antwoord op vraag 4 aangegeven, en daarnaast of de verstrekking van gegevens over de fiscale positie van betrokkenen in verhouding staat tot het doel (proportionaliteit) en of er alternatieven zijn (subsidiariteit). Als hieraan is voldaan moet een deugdelijke wettelijke grondslag worden geregeld. Meer in het algemeen: zowel eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer als bestaanszekerheid zijn grondrechten en worden niet tegen elkaar afgewogen.

  • Vraag 12
    Door het niet mogelijk maken van het delen van informatie door de Belastingdienst aan de gemeenten, wordt zeer sterk de indruk gewekt dat u liever niet heeft dat mensen de bijstandsuitkering aanvragen. Erkent u dit? Zo ja, waarom? Zo nee, wat is uw argumentatie om Nederlanders ervan te overtuigen dat hier geen sprake van is?

    Voor nu is gekozen voor eenvoud, zodat mensen snel geholpen kunnen worden. Uitbreiding in de toekomst is mogelijk. Zie ook het antwoord op vraag 9.

  • Vraag 13
    Afgelopen week diende ik tevens schriftelijke vragen in naar aanleiding van de verborgen datakluis met 64 miljoen dossiers. Ook in dit dossier houdt de Belastingdienst structureel relevante informatie achter. Wat maakt dat de Belastingdienst zoveel transparantie eist van haar burgers en dit zelf niet doet als dit onwelgevallig uit lijkt te komen?

    Voor gedetailleerde informatie over de datakluis verwijst de Staatssecretaris van Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane naar de Kamerbrief van 15 april 2026 over het onderwerp8 en naar de antwoorden op de genoemde schriftelijke vragen.9 Dit staat los van de fiscale geheimhouding en van de fiscale informatieverplichtingen.

  • Vraag 14
    Wilt u deze vragen één voor één beantwoorden?

    Ja.

  • Mededeling - 24 augustus 2026

    Hierbij informeer ik u dat de aan mij op 31 juli 2026 gestelde vragen van het lid Dijk (SP) over het kabinet dat het onnodig moeilijk wil maken om arme mensen in Nederland aan de bijstand te helpen, met kenmerk 2026Z16610, helaas niet binnen de termijn van drie weken kunnen worden beantwoord. Vanwege de benodigde interdepartementale afstemming vergt de beantwoording van de vragen meer tijd. U kunt onze antwoorden voorafgaand aan de Kamerbehandeling van het wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW verwachten.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z16610
Volledige titel: Het kabinet dat het onnodig moeilijk wil maken om arme mensen in Nederland aan de bijstand te helpen
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20252026-2908
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Jimmy Dijk over het kabinet dat het onnodig moeilijk wil maken om arme mensen in Nederland aan de bijstand te helpen