Het doodvonnis en de beestachtige detentie van een Pakistaanse christelijke vrouw die islamstichter Mohammed zou hebben beledigd |
|
Geert Wilders (PVV), Wim Kortenoeven (PVV) |
|
![]() |
Heeft u kennisgenomen van het nieuwsartikel «Bibi zal hangen, alleen wanneer is nog de vraag»1 en het rapport van Open Doors getiteld «Pakistan zette christenvervolging opnieuw op de kaart»2?
Ja.
Wat heeft de Nederlandse regering sinds medio 2009 ondernomen tegen het schandalige islamitische doodvonnis en de aansluitende beestachtige detentie van de christen Aasia Bibi?
Nederland heeft in de periode medio 2009 tot heden in reguliere diplomatieke contacten, zowel in Islamabad als in Den Haag, ten overstaan van de Pakistaanse autoriteiten herhaaldelijk zijn zorg en afschuw uitgesproken over de blasfemiewetgeving en het doodvonnis tegen mevrouw Bibi. Enkele specifieke gelegenheden:
Welke mogelijkheden staan u ten dienste om het lot van Aasia Bibi en de vervolging van Pakistaanse christenen in internationale organisaties aan de orde te stellen?
Nederland ijvert in internationale fora, zoals de VN en de EU, permanent voor de rechten van religieuze minderheden waar ook ter wereld. De kwestie mevrouw Bibi staat mede op Nederlands verzoek regelmatig op de EU-agenda met het doel de druk op de ketel te houden. In de eind juni jl. door de EU gepubliceerde mensenrechtenstrategie ten aanzien van Pakistan worden duidelijke prioritaire onderwerpen benoemd voor de mensenrechtendialoog tussen EU en Pakistan, waaronder het recht op godsdienstvrijheid. De huidige inzet van de EU richt zich onder meer op het ongedaan maken van de voorbehouden die Pakistan heeft gemaakt bij de recente ratificatie van het International Verdrag voor Burgerlijke en Politieke Rechten (IVBPR) en het VN Verdrag tegen Marteling.
Nederland steunt voorts Pakistaanse NGO’s die zowel in eigen land als via internationale fora ijveren voor verbetering van de situatie van religieuze minderheden in Pakistan.
Bent u bereid bilateraal en in internationale fora druk uit te oefenen op de Islamitische Republiek Pakistan om de blasfemiewetten af te schaffen? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?
Nederland stelt de kwestie rond de blasfemiewetten in Pakistan geregeld in bilaterale en multilaterale contacten aan de orde, waarbij de weg van stille diplomatie het meest effectief is. Zichtbare buitenlandse aandacht voor de wetgeving in Pakistan wordt door fundamentalistische islamitische groepen en partijen uitgelegd als ongewenste inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van de soevereine staat Pakistan en leidt juist daardoor tot actieve steun voor handhaving van de blasfemiewetten. Diverse Pakistaanse NGOs en vooraanstaande mensenrechtenactivisten achten afschaffing van de wetgeving in het huidige politieke klimaat onmogelijk en pleiten daarom voor het ontwikkelen van wetgeving die misbruik van de blasfemiewetgeving zou moeten helpen voorkomen.
Hoe beoordeelt u het recente rapport van Open Doors over de discriminatie en vervolging van christenen in de Islamitische Republiek Pakistan?
Mij zijn geen bevestigde berichten bekend van structurele achterstelling van religieuze minderheden bij hulpverlening door de internationale gemeenschap (VN) of de Pakistaanse autoriteiten gedurende de watersnoodramp, zoals gesteld is in dit rapport. Bij de besteding van Nederlandse hulpgelden door internationale NGOs geldt dat deze verplicht zijn de internationaal overeengekomen humanitaire principes van noodhulpverlening te volgen. Deze principes sluiten discriminatie op basis van religie uit.
Deelt u de mening dat een land dat de meest fundamentele mensenrechten systematisch en op grond van barbaarse islamitische wetgeving schendt, zoals o.a. de Islamitische Republiek Pakistan ten aanzien van christenen, geen zinvolle bestuurlijke rol kan vervullen in internationale organisaties die proberen de mensenrechten te bevorderen?3
De Pakistaanse overheid schendt de rechten van christenen niet op «systematische» wijze. De Pakistaanse autoriteiten spannen zich in om de rechten van alle religieuze partijen en personen in het land te beschermen. Maar dit blijkt geen voldoende garantie te zijn voor religieuze minderheden in Pakistan om onbevreesd hun geloof te kunnen beleven. Reden te meer om met de overheid van Pakistan in dialoog te blijven over verbetering van de veiligheid en leefomstandigheden voor religieuze minderheden, niet in de laatste plaats de christelijke minderheid.
Wilt u deze vragen, gezien de urgentie van de zaak, beantwoorden voor het einde van het zomerreces?
Het belang van een zorgvuldige beantwoording in samenhang met de verzameling van feiten heeft meer tijd gevraagd, waardoor beantwoording voor het einde van het zomerreces niet haalbaar bleek. Ik vraag daarvoor begrip.
Het opschorten van subsidies voor mondiaal burgerschap |
|
Kathleen Ferrier (CDA) |
|
![]() |
Hebt u kennisgenomen van het bericht over het per direct opschorten van subsidies voor mondiaal burgerschap?1
Ja.
Klopt het dat er voor 2011 nog een bedrag van 5 miljoen euro beschikbaar is? Zo ja, wat gebeurt daarmee?
Nee. Vanwege de noodzaak tot bezuinigen heb ik het oorspronkelijke subsidieplafond voor de periode tot eind 2011 moeten verlagen van € 32 mln naar de huidige € 27 mln. Voor dit verlaagde bedrag zijn reeds subsidiebeschikkingen verzonden. Deze bestrijken de periode tot en met 2014.
Klopt het dat er voor 2012 geen middelen voor de Subsidiefaciliteit voor Burgerschap en Ontwikkelingssamenwerking (SBOS) beschikbaar zullen zijn?
Er komen voor 2012 vooralsnog geen nieuwe middelen beschikbaar. Op basis van de tot aan de opschorting van SBOS aangegane verplichtingen zal in 2012 een bedrag van ongeveer € 6 mln worden uitgekeerd.
Hoe beoordeelt u opmerkingen, o.a. van de heer Schuil, directeur van OIKOS, dat door het per direct opschorten van de SBOS middelen het langgekoesterde uitgangspunt van het Nederlands ontwikkelingsbeleid – dat verandering daar en verandering hier onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn – ook per direct beëindigd is?
Daar ben ik het niet mee eens. Naar mijn mening wordt er met de tot nu toe in het kader van SBOS goedgekeurde aanvragen – samen met de inzet van de vernieuwde NCDO – substantieel invulling gegeven aan de bevordering van burgerschap in relatie tot internationale samenwerking.
Hecht de regering aan het in stand houden van draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking en zo ja; op welke wijze wilt u dat in stand houden?
Ja, het beleid op dit terrein is derhalve fundamenteel vernieuwd. Veel zaken die een direct Nederlands belang raken, hebben een internationale dimensie. Burgers moeten zelf weloverwogen keuzes kunnen maken. Dat kan niet zonder een publiek bewustzijn over armoede en ontwikkeling in de wereld en het belang van Nederland om op deze terreinen actief te zijn. Het kan evenmin zonder een geïnformeerd publiek debat over deze vraagstukken en over beleidskeuzes die ermee samenhangen. De overheid heeft hierbij een voorwaarden scheppende en waar nodig en mogelijk een katalyserende rol. Dit wordt ingevuld door kennis en advies ter beschikking te stellen (via de vernieuwde NCDO) en waar mogelijk door financiële ondersteuning (via SBOS), alsmede door communicatie over het ontwikkelingsbeleid. Begrip in de samenleving voor het belang van internationale samenwerking is verder gediend met het tonen van effecten en resultaten, de manier hoe die (kunnen) worden bereikt – zonder dat te simpel voor te stellen – en hoe burgers daar zelf aan kunnen bijdragen.
Het bericht ‘Saoediërs blokkeren sites’ |
|
Geert Wilders (PVV), Wim Kortenoeven (PVV) |
|
![]() |
Heeft u kennisgenomen van het bericht «Saoediërs blokkeren sites1» en «Saudi-Arabië blokkeert Wereldomroep-websites2»?
Ja.
Hoe beoordeelt u deze berichten in het licht van de systematische onderdrukking van de vrijheid in het algemeen en van de vrijheid van meningsuiting in het bijzonder door het islamitische regime in Riyadh?
In Saudi-Arabië is sprake van een zeer beperkte vrijheid van meningsuiting. Het wereldwijd bevorderen van de vrijheid van meningsuiting is één van de prioriteiten van mijn mensenrechtenbeleid, waarbinnen ik bijzondere aandacht besteed aan het belang van het garanderen van internetvrijheid. De activiteiten en inzet van Nederland op dit gebied heb ik uiteengezet in een op 1 juni jl. aan uw Kamer verzonden brief (kenmerk 32 500 V, nr. 191). Als onderdeel van dit beleid stelt Nederland binnen internationale fora als de EU, de VN en de Raad van Europa het belang van internetvrijheid en het tegengaan van censuur stelselmatig aan de orde, waarbij ook het gebrek aan ongecensureerd internet in tal van specifieke landen, waaronder Saudi-Arabië, wordt besproken. Daarnaast organiseer ik op 9 december 2011 a.s. in Den Haag een ministeriële conferentie over internetvrijheid om met gelijkgezinde landen afspraken te maken over hoe beter kan worden samengewerkt om internetvrijheid te bevorderen.
Bent u bereid de Saoedische ambassadeur in Den Haag over de kwestie de oren te wassen? Zo nee, waarom niet?
Het is niet mogelijk gebleken met zekerheid vast te stellen wie verantwoordelijk was voor de tijdelijke blokkade van de website, noch wat een eventuele achterliggende reden daarvoor is geweest. Over deze kwestie zal ter navraag met de ambassade van Saudi-Arabië in Den Haag contact opgenomen worden. De website van de Wereldomroep bleek op maandag 15 augustus weer toegankelijk vanuit Saudi-Arabië, evenals het in de berichten genoemde videofragment.
Bent u bereid op de website van de Nederlandse ambassade in Riyadh, in het Arabisch en in het Engels, een verklaring te plaatsen waarin de Saoedische internetcensuur wordt betreurd? Zo neen, waarom niet?
Zie antwoord vraag 3.
Bent u bereid deze kwestie in internationale fora aan de orde te stellen? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 2.
Zijn er vergelijkbare gevallen bekend van internetcensuur in islamitische landen waarmee Nederland «vriendschappelijke» relaties onderhoudt?
De websites van zowel lokale als internationale media worden – in uiteenlopende mate – gecensureerd in meerdere landen overal ter wereld.
De arrestatie in Marokko van de Nederlandse pro-democratie activiste Fatima Zahra Moukafih |
|
Ahmed Marcouch (PvdA), Frans Timmermans (PvdA) |
|
![]() |
Klopt het dat de Nederlandse pro-democratie activiste Fatima Zahra Moukafih gearresteerd is in Marokko?
Ja.
Zo ja, bent u bereid per omgaande hiertegen protest aan te tekenen bij de Marokkaanse autoriteiten en alle diplomatieke middelen in te zetten om haar vrijlating te bewerkstelligen? Zo nee, waarom niet?
Nee, betrokkene is inmiddels vrijgelaten.
Wat voor «verschrikkelijke gebeurtenissen» vonden er rond 1915 plaats? Vallen deze «verschrikkelijke gebeurtenissen», in uw optiek onder de categorie «genocide» zoals is gecodificeerd in het Verdrag inzake de Voorkoming en de Bestraffing van Genocide? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom wordt de term genocide niet gebruikt in uw reactie op het verzoek van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken?
De regering betreurt de verschrikkelijke gebeurtenissen en de vele slachtoffers die daarbij rondom 1915 onder Armeniërs en andere bevolkingsgroepen zoals de Assyriërs zijn gevallen. Het Verdrag inzake Voorkoming en Bestraffing van Genocide is hierop niet van toepassing, omdat dit van latere datum (i.e. 1966) is en geen terugwerkende kracht heeft. Dit laat onverlet dat alle betrokken partijen, waaronder de Turkse en Armeense regeringen, de feiten laten onderzoeken. Inzage in elkaars nationale archieven en samenstelling van gemengde, onafhankelijke onderzoekscommissies kunnen de historische gebeurtenissen voor een breed publiek zichtbaar maken. Alleen zo is daadwerkelijke verzoening en dialoog mogelijk. Ik zal daartoe de contacten met mijn Turkse en Armeense counterparts blijven aanwenden.
Bent u bekend met de Kamerbreed aangenomen motie Rouvoet c.s.1 waarin de regering wordt verzocht «voortdurend en nadrukkelijk de erkenning van de Armeense genocide aan de orde te stellen» in de context van de gesprekken met Turkije inzake mogelijke toetreding tot de Europese Unie? Bent u tevens bekend met het feit dat uw voorganger deze motie beschouwde als ondersteuning van beleid? Deelt u de analyse dat u met uw laatste brief gebroken heeft met dit beleid? Zo ja, bent u bereid de Kamer op korte termijn te informeren over de beweegredenen die hieraan ten grondslag liggen?
Ja, ik ben bekend met de Motie Rouvoet. Ook ik beschouw deze motie als ondersteunend aan de regeringsinzet om de kwestie van de Armeense genocide – bilateraal en via de EU – in Turkije bespreekbaar te maken en de toenadering tussen Armenië en Turkije te bespoedigen. Er is geen breuk met mijn voorgangers. De voortdurende druk vanuit de EU en Nederland heeft er mede toe geleid dat in Turkije meer ruimte voor debat over deze kwestie mogelijk is gemaakt. De vrijheid van meningsuiting en persvrijheid dienen, conform de Kopenhagen-criteria, deze uitwisseling van standpunten te waarborgen. Hierop zal ik de Turkse regering – rechtstreeks en via de EU – blijven aanspreken. De Motie Rouvoet ondersteunt deze inspanningen zonder meer.
Kunt u onderbouwen wat het verschil is tussen enerzijds de stelling dat erkenning «geen nieuwe eis of voorwaarde» vormt in de EU-onderhandelingen met Turkije, maar dat het anderzijds «onontbeerlijk dat een kandidaat-lidstaat zijn geschiedenis verwerkt en zijn verleden onder ogen ziet»? Is het in uw optiek mogelijk dat Turkije lid wordt van de Europese Unie zonder dat zij haar betrokkenheid bij de genocide heeft erkend?
Erkenning van de Armeense kwestie vormt geen onderdeel van de politieke Kopenhagen-criteria en is als zodanig geen eis of voorwaarde in de toetredingsonderhandelingen. Vrijheid van meningsuiting, persvrijheid en goed nabuurschap (in dit geval met Armenië) zijn daarentegen wel expliciete criteria. Zij bieden het Kabinet daarmee aanknopingspunten om bij de Turkse overheid aandacht voor de kwestie van de Armeense genocide te blijven vragen. Daarnaast voorzien de in 2009 met Armenië ondertekende «Zürich protocollen» in een procedure om een wederzijds onderzoek (met een gezamenlijke commissie) mogelijk te maken. Deze protocollen moeten nog door beide parlementen geratificeerd worden. Aangezien dit proces in het slop is geraakt, heb ik op 2 februari jl. mijn Turkse collega met klem opgeroepen dit proces een nieuwe impuls te geven. Hierover heb ik u reeds op 13 mei jl. geïnformeerd (DWM-251/11).
Bent u, al dan niet in overleg met de burgemeester, bereid om de mogelijkheden te verkennen om een herdenkingsmonument voor de Armeense slachtoffers van de genocide elders in Den Haag te realiseren?
Naar ik begrijp, is dit onderwerp eerder in gesprekken tussen vertegenwoordigers van de Armeens-Nederlandse gemeenschap en de gemeente Den Haag aan de orde geweest. Hierbij is ook de mogelijkheid besproken van een herdenkingsmonument voor alle slachtoffers van misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en genocide. Besluitvorming hierover is aan de gemeente Den Haag. Voor de regering is een neutrale opstelling van Nederland als gastland van het ICC uitgangspunt.
Het op grote schaal verstrekken van bouwvergunningen aan Joodse kolonisten in Oost-Jeruzalem |
|
Frans Timmermans (PvdA) |
|
![]() |
Kent u het besluit van de Israelische regering om op grote schaal bouwplannen van Joodse kolonisten in Oost-Jeruzalem goed te keuren?
Ja.
Deelt u de mening dat dit besluit, waarmee een definitief einde aan de eerder gehanteerde bouwstop wordt gemaakt, een ernstige verstoring is van de mogelijkheid dat het vredesoverleg met de Palestijnen wordt hervat? Zo ja, bent u bereid in krachtige termen uw ongenoegen kenbaar te maken bij de Israelische regering over dit onzalige besluit en er bij die regering op aan te dringen het besluit terug te draaien? Zo nee, waarom niet?
De regering vindt betreffende besluiten contraproductief voor het Midden-Oosten Vredesproces (MOVP). Nederland heeft deze boodschap in contacten met de Israëlische regering meermalen uitgedragen. Daarbij heeft Nederland ook de wenselijkheid aan de orde gesteld van het hervatten van de bouwstop in de nederzettingen. In dit verband verwijs ik naar mijn verklaring van 28 september jl. over de aangekondigde plannen voor 1100 nieuwe huizen in Oost-Jerusalem.
Bent u tevens bereid deze kwestie met uw EU-collega's te bespreken, met als inzet om te komen tot grotere diplomatieke druk op Israel om af te zien van de bouwplannen, waarbij tevens moet worden bezien welke gevolgen een eventuele weigering van de Israelische regering zou moeten hebben voor de relatie tussen Israel en de EU? Zo nee, waarom niet?
HV Ashton heeft op 5 en 12 augustus 2011 verklaringen afgegeven over het nederzettingenbeleid in Oost-Jerusalem waarin zij de bouwbeslissingen afkeurde. De inspanningen van de EU zijn gericht op hervatting van de onderhandelingen op basis van de Kwartetbeginselen en EU-parameters. Een discussie over herziening van de relatie tussen de EU en Israël zou hier niet aan bijdragen.
Het opschorten van de investering in de Subsidiefaciliteit Burgerschap en Ontwikkelingssamenwerking (SBOS) |
|
Wassila Hachchi (D66), Sjoera Dikkers (PvdA) |
|
![]() ![]() |
Kunt u inhoudelijk onderbouwen waarom u de Subsidiefaciliteit voor Burgerschap en Ontwikkelingssamenwerking (SBOS) op 5 augustus 2011 heeft opgeschort tot 1 januari 2013?1
De teruggang in het OS-budget dwingt tot het maken van keuzes. Gezien de stand van de tot nu toe in het kader van SBOS aangegane verplichtingen – € 27 mln tot en met 2014 – en met de inzet van de stevig vernieuwde NCDO wordt er, ondanks de bezuiniging, substantieel invulling gegeven aan de bevordering van burgerschap in relatie tot internationale samenwerking.
Wat is het exacte bedrag dat u met deze maatregel heeft bezuinigd over 2011? En over 2012? Hoeveel geld bent u via de SBOS uitvoerende partijen in 2011 en 2012 nog kwijt aan een faciliteit die niet meer open staat?
Bij de publicatie van het SBOS-beleidskader in 2010 was een bedrag per jaar voorzien van € 19 mln op kasbasis, voor zowel de subsidiefaciliteit als het beheer van het programma. Voor 2011 is dit bedrag teruggebracht tot € 13 mln en voor 2012 tot € 6 mln.Hierin is het amendement El Fassed 32 500 V nr. 68 verwerkt. De bezuinigingen voor deze jaren bedragen dus resp. € 6 mln en € 13 mln. Tot op heden zijn er aanvragen gehonoreerd tot een bedrag van € 27 mln. Deze zullen in de jaren 2011 t/m 2015 tot betaling leiden. Met het consortium dat de SBOS-regeling uitvoert is overleg gaande over bijstelling van het contract. Opschorting van SBOS betekent immers minder werk voor wat betreft uitvoering en beheer. Over de hiermee gemoeide bedragen is er nog geen duidelijkheid en kan ik u nu niet nader informeren.
Waarom kiest u ervoor om dit besluit, dat een grote beleidswijziging met zich meebrengt, plotseling – en zonder vooraankondiging in de Focusbrief – te nemen? Waarom suggereert het ministerie in de verklaring van 6 augustus 2011,2 dat deze maatregel terug te vinden is in de Focusbrief en is goedgekeurd door de Kamer, terwijl beiden niet het geval is? Waarom koos u er niet voor te wachten op een gedegen behandeling van dit besluit tijdens het begrotingsdebat 2012 zoals u zelf eerder aangaf?3
Naar mijn oordeel is er geen sprake van «een grote beleidswijziging». Er blijft substantiële steun beschikbaar voor de bevordering van burgerschap in relatie tot internationale samenwerking. De verwijzing naar de Focusbrief gold het algemene kader van enerzijds nieuwe beleidsprioriteiten, en anderzijds de door te voeren bezuinigingen.
Erkent u dat een succesvolle SBOS-aanvraag – terecht – veel voorbereiding, planning en afstemming vereist? Wat is uw reactie op de stelling van wetenschapper en draagvlakdeskundige Lau Schulpen van de Radboud Universiteit Nijmegen dat «het besluit wel rauw op het dak valt zo midden in de subsidieaanvraag» en dat het voor organisaties die midden in de aanvraag zaten «verloren moeite» betekent?4
Vanwege het effect en de kwaliteit van programma’s en projecten die worden beoogd, stelt het SBOS-programma inderdaad aan aanvragen hoge eisen. Garanties voor een succesvolle aanvraag zijn er echter niet. Ik kan me voorstellen dat de opschorting voor organisaties die van plan waren een aanvraag in te dienen als teleurstellend wordt ervaren.
Waarom is er geen inhoudelijke onderbouwing voor het besluit gegeven die verder gaat dan de bezuinigingsoperatie?
Voor mijn overwegingen voor dit besluit verwijs ik naar mijn antwoorden op de vragen 1 en 3.
Deelt u de opvatting dat investeren in de ontwikkeling van ontwikkelingslanden onlosmakelijk is verbonden met het investeren in verandering en dus burgerparticipatie hier in Nederland? Is dit voor u nog altijd een fundamenteel uitgangspunt van Internationale Samenwerking en van Nederlandse overheidsbeleid op dit gebied? Zo ja, hoe geeft u daar in de komende jaren concreet uiting aan?
Ik hecht veel waarde aan maatschappelijke betrokkenheid bij internationale samenwerking en actief burgerschap. Veel zaken die een direct Nederlands belang raken, hebben een internationale dimensie. Burgers moeten zelf weloverwogen keuzes kunnen maken. Dat kan niet zonder een publiek bewustzijn over armoede en ontwikkeling in de wereld en het belang van Nederland om op deze terreinen actief te zijn. Het kan evenmin zonder een geïnformeerd publiek debat over deze vraagstukken en over beleidskeuzes die ermee samenhangen. De overheid heeft hierbij een voorwaarden scheppende en waar nodig en mogelijk een katalyserende rol. Dit wordt ingevuld door kennis en advies ter beschikking te stellen (via de vernieuwde NCDO) en door financiële ondersteuning (via SBOS), alsmede door communicatie over het ontwikkelingsbeleid. Begrip in de samenleving voor het belang van internationale samenwerking is verder gediend met het tonen van effecten en resultaten, de manier hoe die (kunnen) worden bereikt en hoe burgers daar zelf aan kunnen bijdragen.
Kunt u dit besluit nog terugdraaien en de SBOS-ronde van 1 september weer open stellen voor de tientallen maatschappelijke organisaties die in gerechtvaardigd vertrouwen reeds bezig waren met hun aanvraag? Zo neen, waarom niet?
Het alsnog openstellen van deze ronde is niet aan de orde omdat de budgettaire ruimte daarvoor ontbreekt.
Het bericht “Saoedi-Arabië blokkeert Wereldomroep-websites” |
|
Maarten Haverkamp (CDA) |
|
![]() |
Bent u bekend met het bericht «Saoedi-Arabië blokkeert Wereldomroep-websites»1
Ja.
Kunt u bevestigen dat bezoekers vanuit Saoedi-Arabië de volgende melding krijgen bij het oproepen van de pagina van de Wereldomroep: «Sorry, the requested page is unavailable. If you believe the requested page should not be blocked please click here.». Zo nee, is de site dan «gewoon» benaderbaar vanuit Saoedi-Arabië?
Het is niet mogelijk gebleken met zekerheid vast te stellen wie verantwoordelijk was voor de tijdelijke blokkade van de website, noch wat een eventuele achterliggende reden daarvoor is geweest. Over deze kwestie zal ter navraag met de ambassade van Saudi-Arabië in Den Haag contact opgenomen worden. De website van de Wereldomroep bleek op maandag 15 augustus weer toegankelijk vanuit Saudi-Arabië, evenals het in de berichten genoemde videofragment.
Als de site inderdaad geblokkeerd is, ziet u het dan als een mogelijkheid dat medewerkers van de Nederlandse ambassade in Saoedi-Arabië bij de melding ««Sorry, the requested page is unavailable. If you believe the requested page should not be blocked please click here.» op het linkje klikken om aan te geven dat de site onterecht is geblokkeerd? Zo ja wilt u dan ook uw Europese collega's oproepen dit formulier in te vullen? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 2.
Ziet u op dit moment aanleiding contact te zoeken met de diplomatieke vertegenwoordiging van Saoedi-Arabië in Nederland? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 2.
Kunt u in meer algemene zin aangeven welk beleid het ministerie hanteert wanneer een land Nederlandse Internetpagina's met informatie over het betreffende land blokkeert?
In diverse landen ter wereld worden naast lokale websites soms ook sites van internationale (waaronder soms ook Nederlandse) media en organisaties tijdelijk of permanent geblokkeerd. Nederland gebruikt diplomatieke middelen om dergelijke blokkades aan de orde te stellen. De algemene inzet van Nederland ter bevordering van internetvrijheid heb ik uiteengezet in een op 1 juni jl. aan uw Kamer verzonden brief (kenmerk 32 500 V, nr. 191).
De plannen van de gemeente Vaals om burgers zonder inkomen te weren en de reactie van de EU daarop |
|
Malik Azmani (VVD) |
|
Henk Kamp (minister sociale zaken en werkgelegenheid) (VVD) |
|
![]() |
Heeft u kennisgenomen van het bericht «EU wil opheldering over plannen Vaals1» en het bericht dat Vaals EU-burgers zonder inkomen wil weren2? Zo ja, wat is uw reactie op deze berichten?
Ja, ik heb kennis genomen van deze berichten. De Europese Commissie heeft mij een brief gestuurd, waarin de Commissie aangeeft zich zorgen te maken over het voornemen van de gemeente Vaals om EU-burgers die niet kunnen voorzien in hun eigen inkomen, geen verblijfsrecht meer toe te kennen.
De situatie zoals beschreven in de door u genoemde artikelen over de gemeente Vaals is een voorbeeld van de knelpunten die ik in mijn brief van 14 april 2011 heb geschetst over het vrij verkeer werknemers uit de nieuwe EU lidstaten3. In deze brief heb ik een breed pakket aan maatregelen aangekondigd om deze tegen te gaan.
Wat vindt u van de omstandigheid dat in de gemeente Vaals een onevenredig groot deel van de bevolking een beroep doet op het sociale vangnet van de gemeente (ongeveer driehonderd mensen op een bevolking van een kleine tienduizend mensen) en dat negen procent van de nieuwe inwoners meteen een bijstandsuitkering aanvraagt? Wat vindt u verder van de omstandigheid dat het in 40% van de gevallen om burgers van lidstaten van de Europese Unie (EU) gaat, vooral om Polen en Roemenen?
Situaties zoals geschetst in uw vraag zijn onwenselijk. De Wet Werk en Bijstand (WWB) biedt een tijdelijke inkomensondersteuning in een situatie waarin dit echt noodzakelijk is. Zoals bekend is het een van de speerpunten van dit kabinet om de eigen verantwoordelijkheid van bijstandsgerechtigden en hun deelname aan de arbeidsmarkt te vergroten. Met de gemeente Vaals wordt onderzocht hoe het beroep op bijstand teruggedrongen kan worden.
Zijn er aanwijzingen dat het Nederlandse sociale stelsel een aanzuigende werking heeft op personen uit Midden- en Oost-Europese landen (MOE-landers) Zo ja, wat gaat u hier aan doen?
Om de migratie uit de MOE-landen nu en in de toekomst in goede banen te leiden en een beroep op het Nederlandse sociale stelsel te beperken, heb ik in mijn brief van 14 april een breed pakket van maatregelen aangekondigd.
Begrijpt u dat de gemeente Vaals zoekt naar oplossingen om deze instroom van EU-burgers die een beroep willen doen op het sociale vangnet in te perken? Wat is uw opvatting over het voornemen van Vaals om per 1 september 2011 alleen nieuwe inwoners in de gemeente in te laten schrijven, indien men kan aantonen dat men in het eigen levensonderhoud kan voorzien met een beroep op een Europees richtlijn uit 2004?
Het zoeken naar oplossingen door de gemeente Vaals om de instroom van EU-burgers in de bijstand te beperken past in het beleid dat ik in mijn brief 14 april heb uiteengezet om de regels voor verblijfsbeëindiging bij een beroep op bijstand aan te scherpen. Thans informeren de gemeenten de IND achteraf indien een vreemdeling bijstand is toegekend; de IND beoordeelt vervolgens of dit beroep op bijstand gevolgen heeft voor de rechtmatigheid van het verblijfsrecht. Ik bereid een wetsvoorstel voor dat regelt dat – in voorkomende gevallen – vreemdelingen (EU-burgers en vreemdelingen van buiten de EU) pas in aanmerking komen voor bijstand, nadat de rechtmatigheid van het verblijfsrecht – juist vanwege het beroep op bijstand – door de IND is vastgesteld. Totdat er duidelijkheid is over de rechtmatigheid van het verblijfsrecht wordt de aanvraag van bijstand aangehouden.
Ik ben, samen met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND), in gesprek met de gemeente Vaals in hoeverre maatregelen die ik in de brief van 14 april heb aangekondigd nu al kunnen worden ingezet om de gesignaleerde problemen het hoofd te bieden. In het bijzonder betreft dit de regels over verblijfsbeëindiging bij een beroep op bijstand. Belangrijk hierbij is dat gemeenten bijstandsverlening aan vreemdelingen melden bij de IND, zodat de IND kan onderzoeken of de bijstandsverlening gevolgen heeft voor het verblijfsrecht. Tot dusverre heeft de IND van de gemeente Vaals circa 10 meldingen ontvangen van EU-burgers die een bijstandsuitkering genieten.
Wat vindt u van het feit dat de EU Nederland meteen om opheldering vraagt, terwijl de Belgische gemeente Plombières al langere termijn de Europese richtlijn hanteert dat nieuwe inwoners zich alleen kunnen inschrijven als ze in het eigen onderhoud kunnen voorzien?
Ik begrijp dat de gemeente Plombières in nauwe samenspraak met de Europese Commissie een inschrijvingsbeleid voert dat blijft binnen de grenzen van de richtlijn inzake het vrij verkeer van personen. In dit verband is het niet bijzonder dat de Europese Commissie ook interesse toont in de ontwikkelingen in Vaals.
Deelt u de mening dat het ongewenst is dat iemand die niet of nauwelijks heeft bijgedragen aan de Nederlandse economie toch recht kan krijgen op een levenslange uitkering in de vorm van bijstand? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid belemmeringen hiervoor op te heffen en zich in te spannen om het EU-verdrag hiervoor aan te passen?
Ik deel uw mening en ben bereid waar mogelijk te voorkomen dat in het genoemde geval een recht ontstaat op een levenslange uitkering in de vorm van bijstand. Een wijziging van het EU verdrag is hiervoor niet nodig. In de brief van 14 april heb ik aangegeven Europees in te zetten op aanpassing van de richtlijn inzake het vrij verkeer van personen (2004/38).
Deelt u daarnaast de opvatting dat het ongewenst is als iemand, die slechts een beperkt deel van zijn totale arbeidsverleden in Nederland gewerkt heeft, toch een werkloosheidsuitkering kan krijgen op Nederlands niveau? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid belemmeringen hiervoor op te heffen en indien nodig u in te spannen om het EU-verdrag hiervoor aan te passen?
Ja, ik deel uw mening. Zoals toegezegd in mijn brief van 14 april zal het kabinet nader onderzoeken of het wenselijk is de samentellingsbepaling uit Verordening 883/2004 betreffende de coördinatie van de sociale zekerheidsstelsels en de daarmee verbonden berekeningssystematiek voor de hoogte van de uitkeringen in Europees verband te bespreken.
Openbaarmaking van een brief inzake natuurbeleid |
|
Henk van Gerven (SP) |
|
![]() |
Bent u bereid de brief van 8 april jongstleden van het directoraat generaal Milieuzaken1 2 zo spoedig mogelijk openbaar te maken en hiervoor te pleiten bij de Europese Commissie? Zo nee, waarom niet?
De brief van 8 april jl. is, zoals ik u bij brief van 27 mei en 30 juni jl. eerder heb aangegeven, door de diensten van de Europese Commissie verzonden in het kader van de zogenoemde EU-pilot. De EU-pilot heeft als doel om op ambtelijk niveau en op informele vertrouwelijke wijze informatie in te winnen bij de lidstaten. De brief is geen formeel onderdeel van de voorbereiding van een ingebrekestelling (de zogenoemde precontentieuze fase): het betreft enkel het inwinnen van informatie door de diensten van de Commissie. Het openbaar maken van de brief doet afbreuk aan het informele en vertrouwelijke karakter van de EU-pilot. Dit geldt eveneens voor de openbaarmaking van mijn antwoord en het doen van uitspraken over de inhoud van de brief van 8 april jl. Op mijn verzoek heeft de Europese Commissie wel toestemming gegeven de brief vertrouwelijk aan de Tweede Kamer te zenden. Dit heb ik dan ook bij brief van 30 juni jl. gedaan.
Wilt u het antwoord dat u op deze brief heeft geschreven openbaar maken? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 1.
Klopt het dat er in de brief wel degelijk wordt verwezen naar een inbreukprocedure? Zo ja, waarom schrijft u niet open en eerlijk in uw brief van 27 mei jongstleden dat er over een inbreukprocedure geschreven wordt?3
Zie antwoord vraag 1.
Bent u bereid deze vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden?
Ja.
De humanitaire ramp in de Hoorn van Afrika |
|
Harry van Bommel (SP) |
|
![]() |
Wat is uw reactie op de artikelen «UN declares famine in another three areas of Somalia» en «Somalia: UN official warns famine could spread without adequate relief funding»?1
De humanitaire situatie in Somalië is aan het verslechteren. Inmiddels is in vijf regio’s hongersnood uitgeroepen. De VN geeft aan te verwachten dat dit voor geheel Zuid-Centraal Somalië zal gaan gelden in de komende zes weken. Fondsen zijn dringend nodig voor het verlenen van humanitaire hulp om zo een verdere catastrofe te voorkomen.
Ook moet gewerkt worden aan maatregelen om de regio op termijn minder kwetsbaar voor droogte te maken. In de omringende landen als Ethiopië draagt Nederland bijvoorbeeld bij aan structurele oplossingen door middel van investeringen in de landbouw en programma’s voor kleine boeren (Productivity Safety Net Programme). De komende jaren zal voedselzekerheid nog meer aandacht krijgen. Dit is één van vier prioriteiten van ontwikkelingssamenwerking. In Kenia wordt gewerkt aan een betere watervoorziening in verschillende delen van het land. Door de instabiele situatie in Somalië is het voorlopig niet mogelijk om in dit land vergelijkbare programma’s op te zetten.
Kunt u bevestigen dat 1,4 miljard dollar extra nodig is om een einde te maken aan de hongersnood? Zo nee, hoeveel geld is er dan wel nodig?
Ja.
Kunt u tevens bevestigen dat de hongersnood zich uitbreidt en dat het rampgebied steeds groter wordt?
Ja.
Kunt u aangeven hoeveel van de benodigde 1,4 miljard dollar inmiddels binnen is? Hoe groot is het financieringsgat?
Van de benodigde 1,4 miljard dollar is bijna 400 miljoen dollar binnengekomen. Het financieringsgat bedraagt nu nog ruim 1 miljard dollar (peildatum 19 augustus 2011).
Wat is uw reactie op de oproep van de ondersecretaris voor humanitaire zaken van de VN, mevrouw Amos, aan de traditionele donoren om aanvullende middelen -dus bovenop de reeds toegezegde bedragen- ter beschikking te stellen? Bent u bereid dit te doen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wanneer en hoeveel?
Ik sluit niet uit dat een extra bijdrage gegeven zal worden en ik beraad mij momenteel op de verzoeken die zijn binnengekomen.
Kunt u aangeven hoe groot het Nederlandse budget voor noodhulp in 2011 is en hoeveel daarvan inmiddels is gebruikt? Hoeveel is er nog over voor de rest van 2011?
Het noodhulpbudget voor 2011 bedraagt volgens de reguliere planning 250 mln euro. Hiervan is reeds 240 mln euro besteed.
Bent u bereid het bedrag dat via giro 555 voor de Hoorn van Afrika wordt binnengehaald te verdubbelen? Zo nee, kunt u dit uitleggen in het licht van het enorme financieringsgat van de VN?
De Publieksactie Giro 555 is een actie van en voor burgers. Ik heb reeds middelen beschikbaar gesteld voor noodhulp via een aantal internationale organisaties. Begin dit jaar heeft Nederland al 40 miljoen euro aan het VN-noodhulpfonds (CERF), 40 miljoen euro aan het VN-voedselprogramma, 35 miljoen euro aan het VN Kinderfonds (UNICEF) en 42 miljoen euro aan het VN Vluchtelingenprogramma gegeven. Dit geld kunnen de organisaties nu zelf besteden in de Hoorn van Afrika. Ook heeft Nederland dit jaar nog eens ruim 15 miljoen euro extra gegeven via het ICRC en de VN ter leniging van de noden in de Hoorn van Afrika.
Het verheerlijken van terrorisme door de Palestijnse Autoriteit |
|
Kees van der Staaij (SGP), Joël Voordewind (CU), Raymond de Roon (PVV) |
|
![]() ![]() ![]() |
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Abbas» advisor: PA should honor «Martyrs» and not worry about donors» grants?1 Heeft u tevens kennisgenomen van het artikel: «PA to pay salaries to all terrorists in Israeli prisons?2
Ja.
Kunt u bevestigen dat de adviseur van Abbas, de heer Sabri Saidam, recentelijk heeft verklaard dat de Palestijnse Autoriteit haar beleid om martelaren, of (zelfmoord) terroristen te verheerlijken zal continueren en zich niet druk moet maken over de mogelijkheid dat landen mogelijk de subsidiestroom naar de Palestijnse Autoriteit zullen stopzetten? Kunt u tevens bevestigen dat Saida enkele maanden geleden zijn steun heeft uitgesproken voor het vernoemen van een plein naar de terrorist Dalal Mughrabi? Klopt het bovendien dat Saida onlangs in het officiële blad van de Palestijnse Autoriteit heeft verklaard dat hij het ernstig betreurt dat sommige mensen martelaren of (zelfmoord) terroristen als een last beschouwen, omdat zij economische belangen en subsidiestromen in gevaar brengen? Kunt u tot slot inhoudelijk reageren op het artikel van Saida, zoals geciteerd in het stuk van de Palestinian Media Watch?
Het is onduidelijk of en, zo ja, in welke vorm en context de heer Sabri Saidam deze uitspraken heeft gedaan. De Nederlandse regering wijst in ieder geval de strekking van de artikelen ten stelligste af, vooral waar deze suggereren dat plegers van terreur en geweld geëerd moeten worden. Dit staat haaks op het beleid van Palestijnse Autoriteit (PA) en van het Palestijnse leiderschap dat het gebruik van terreur en geweld afwijst. Het is niet in het belang van het vredesproces en de gewenste hervatting van onderhandelingen tussen Israël en de Palestijnen wanneer personen die gelieerd zijn aan het Palestijnse leiderschap uitlatingen doen die daar haaks staan op.
Nederland veroordeelt alle vormen van terroristische aanvallen en verwerpt de verheerlijking van dergelijke aanvallen. Dit onderwerp staat, mede op instigatie van Nederland, op de agenda van de jaarlijkse mensenrechtendialoog met de PA die de EU in het kader van het Europese Nabuurschapsbeleid voert. Ook in bilaterale contacten, zoals onlangs tijdens het bezoek van president Abbas, draagt Nederland uit dergelijke praktijken te verwerpen.
Kunt u de berichten bevestigen dat de Palestijnse Autoriteit een wet in werking heeft gesteld die regelt dat alle Palestijnse en Israëlische Arabieren die in Israël vastzitten wegens terroristische activiteiten aanspraak kunnen maken op een maandelijkse uitbetaling van salaris? Is het waar dat gevangenen die een celstraf van langer dan 20 jaar moeten uitzitten kunnen rekenen op een hoger salaris dan zij die een kortere straf moeten uitzitten? Klopt het tevens dat de Palestijnse Autoriteit financiële vergoedingen uitreikt aan nabestaanden van zelfmoordterroristen?
Het is staand beleid van de PA om – zoals ook in Nederland gebruikelijk is – eigen burgers in buitenlandse gevangenschap te steunen. De PA sloot in 2008 met de Israëlische autoriteiten een overeenkomst over de toekenning van financiële steun aan Palestijnen in Israëlische gevangenissen. Uitreiking van de toelagen gebeurt door een Israëlische instelling. Het geld moet de kosten dekken voor voedsel, kleding en andere basisbehoeften. Naar verluidt ontvangen lang gestraften inderdaad een hogere toelage dan kort gestraften.
Daarnaast kent de PA twee programma’s voor sociale bijstand die financiële steun geven aan huishoudens die hun belangrijkste broodwinnaar hebben verloren door gevangenschap ofwel door verwondingen of overlijden als gevolg van het Palestijns-Israëlische conflict. De financiële bijdrage onder deze programma’s wordt bepaald op basis van de daadwerkelijke noden, ongeacht de achtergrond van de dood of gevangenneming van de broodwinnaar. De bijdrage wordt uitgekeerd aan de familie (niet de gevangene) om deze te helpen in de kosten van levensonderhoud.
Hoe verhouden de bovengenoemde uitspraken, gedaan door de Palestijnse Autoriteit, zich tot de beantwoording van voorgaande schriftelijke vragen3, namelijk dat het verheerlijken van geweld voor de Nederlandse regering onaanvaardbaar is maar dat ze «geen aanwijzingen heeft ontvangen dat het hier gaat om een structurele kwestie» en dat u niet de mening deelt dat de Palestijnse Autoriteit hiermee afstand neemt van de tweestatenoplossing? Geven bovenstaande uitspraken er aanleiding toe om deze conclusie te herzien? Zo nee, waarom niet?
Ik zie in bovenstaande geen tegenspraak met mijn eerdere antwoorden op vergelijkbare vragen. De gewraakte uitlatingen zijn afkomstig van een partijfunctionaris van Fatah en niet van de PA. Ik kan de uitspraken niet interpreteren als het nemen van afstand door de PA van de tweestatenoplossing en zie dan ook geen aanleiding om mijn eerdere conclusie te herzien.
Hoe verhouden de bovengenoemde uitspraken zich tot de aangenomen motie-Van der Staaij/Voordewind2 welke de regering verzoekt haar bilaterale subsidie alsmede de EU-subsidie aan de Palestijnse Autoriteit te stoppen indien er geen concrete en effectieve maatregelen worden genomen om het verheerlijken en vergoeilijken van terrorisme tegen te gaan? Deelt u de conclusie dat de Palestijnse Autoriteit niet alleen verzaakt dergelijke maatregelen te nemen, maar zelfs het verheerlijken en vergoeilijken van het terrorisme actief uitdraagt? Zo nee, waarom niet?
Over de uitvoering van de motie Van der Staaij/Voordewind heeft de regering de Kamer mondeling en schriftelijk geïnformeerd, mede ter opvolging van toezeggingen gedaan in het spoeddebat over de Gaza-flottielje van 28 april 2011, in het bijzonder waar het gaat om de vraag of de PA geweld en terreur structureel verheerlijkt (zie onder meer het verslag van het Schriftelijk Overleg inzake de informele raad Buitenlandse Zaken van 2 en 3 september, ref. Kamerstuk 21 501-02, nr. 1085, de uitspraken van de staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking in het Algemeen Overleg Focusbrief van 21 juni 2011, ref. Kamerstuk 32 605, nr. 49, en mijn antwoorden op Kamervragen over de verheerlijking van het zelfmoordterrorisme op de staatstelevisie van de Palestijnse Autoriteit, ref. voetnoot 1).
Van structureel beleid van de PA gericht op verheerlijking of vergoelijking van terrorisme is geen sprake. De PA gaat discussie hierover niet uit de weg. Desgevraagd heeft zij aangegeven bereid te zijn dit vraagstuk te bespreken in de trilaterale commissie van de PA, Israël en de VS, waarin gewraakte uitingen tegen het licht kunnen worden gehouden. In het licht van bovenstaande antwoorden zie ik op dit moment geen aanleiding om de bilaterale of de EU-ontwikkelingssamenwerking met de PA te beëindigen.
De situatie in Somalië |
|
Sjoera Dikkers (PvdA), Frans Timmermans (PvdA) |
|
![]() |
Wordt het internationale hulporganisaties nagenoeg onmogelijk gemaakt de slachtoffers van de hongersnood te bereiken, die zich bevinden in door de islamitische Shabab opstandelingen gecontroleerde delen van Somalië? Weigeren die opstandelingen toegang van hulpverleners en maken zij het tegelijkertijd de van honger stervende mensen onmogelijk een veilig heenkomen te zoeken?1
Sommige Al Shabaab leiders hebben dreigementen geuit tegen mensen die de door Al Shabaab gecontroleerde gebieden wilden verlaten om elders een veilig heenkomen te zoeken. Deze acties veroordeelt Nederland scherp. Het beeld is echter niet eenduidig. Andere Al Shabaab leiders blijken wel bereid om mensen te laten gaan en hulporganisaties toe te laten tot hun gebieden. In een aantal door Al Shabaab gecontroleerde gebieden wordt daarom wel humanitaire hulp geboden en neemt dit in omvang toe. Zo zijn lokale ngo’s, gesteund door UNICEF, de afgelopen dagen in staat geweest om de humanitaire dienstverlening rondom Baidoa in Zuid-Centraal Somalië uit te breiden.
Al Shabaab heeft zich op 6 augustus 2011 vrij onverwachts teruggetrokken uit de hoofdstad Mogadishu. Naar verwachting zal dit meer mogelijkheden bieden voor het verlenen van humanitaire hulp aan de ongeveer 470 000 ontheemden die zich in de hoofdstad bevinden (ongeveer 30% van het totaal aantal ontheemden in Somalië). Momenteel onderzoeken humanitaire organisaties of een uitbreiding van activiteiten mogelijk is. Het is aan de overgangsregering (TFG) om hiervoor een veilige omgeving te creëren, daarbij bijgestaan door de African Union Mission in Somalia (AMISOM). Overigens blijft van Al Shabaab nog steeds een belangrijke dreiging uitgaan, ook in de hoofdstad.
Deelt u de inschatting van hulpverleners ter plekke dat de situatie nu erger is dan in 1992, toen talloze mensen van de honger zijn omgekomen?
De VN heeft de huidige situatie in Somalië bestempeld als de ernstigste voedselcrisis sinds de hongersnood in 1991–1992.
Deelt u de mening dat alles wat in mogelijk is gedaan moet worden om zoveel mogelijk mensenlevens te redden? Zo ja, welke middelen kan de internationale gemeenschap mobiliseren om aan deze stille genocide een einde te helpen maken? Welke rol kan de Verenigde Naties (VN) hierin spelen, mogelijk gesteund door de Europese Unie (EU)?
Ja, ik ben van mening dat gezocht dient te worden naar de snelste en meest effectieve manier om zoveel mogelijk mensenlevens te redden. De huidige situatie is het gevolg van hoge voedselprijzen, conflicten in de regio, ernstige droogte en overbevolking. Onder leiding van de Verenigde Naties kan de internationale gemeenschap de situatie proberen te mitigeren door het geven van humanitaire hulp waar dat mogelijk is. Ook de EU en de afzonderlijke lidstaten, waaronder Nederland, dragen hieraan bij.
Via contacten met de lokale autoriteiten trachten hulporganisaties in toenemende mate toegang te verkrijgen tot de door Al Shabaab gecontroleerde gebieden en daarvoor veiligheidsgaranties te verkrijgen. Hoewel deze toegang naar verwachting beperkt zal blijven, leidt het er vooralsnog toe dat méér mensen in nood bereikt kunnen worden.
Zijn er internationale organisaties of niet gouvernementele organisatie (ngo’s) die wel door de Shabab toegelaten worden, die wellicht met ondersteuning van de internationale gemeenschap noodhulp bij de zwaarst getroffen bevolking kunnen brengen? Zo ja, wilt u zich ervoor inspannen dat die organisaties ook in staat worden gesteld dat op korte termijn te doen?
Het Internationale Rode Kruis (ICRC) heeft via zusterorganisatie de Internationale Halve Maan toegang tot alle door Al Shabaab gecontroleerde gebieden. Nederland heeft om deze reden ICRC als begunstigde gekozen voor een recente extra bijdrage van 1,5 miljoen euro ten behoeve van noodhulp aan Somalië.
De VN (o.a. WFP, UNICEF) heeft enige toegang tot delen van de gebieden waar hongersnood heerst en onderzoekt momenteel de mogelijkheden om de humanitaire hulp aan die gebieden uit te breiden. Hetzelfde geldt voor andere internationale hulporganisaties, die net als de VN vooral via lokale partners in Somalië werkzaam zijn. Naar verwachting zal de veiligheidssituatie ook de komende tijd een beperkende factor blijven.
Deelt u verder de mening dat de leiders van de Shabab opstandelingen zich schuldig maken aan ernstige misdrijven tegen de menselijkheid door aan de burgerbevolking hulp te onthouden en zo talloze mensen te veroordelen tot de hongerdood? Zo ja, deelt u ook de mening dat zij zich hiervoor voor het Internationale Strafhof (ICC) zouden moeten verantwoorden? Zo ja, bent u bereid de EU leden van de VN Veiligheidsraad aan te sporen om in de Veiligheidsraad het initiatief te nemen tot het geven van een mandaat aan het ICC? Zo nee, waarom niet?
Het is niet uitgesloten dat het belemmeren van «humanitarian access» inderdaad onder de noemer misdrijven tegen de menselijkheid kan worden gebracht en daarmee binnen de rechtsmacht van het ICC valt. Somalië is geen partij bij het Statuut van Rome; dit zou de VN-Veiligheidsraad nochtans niet hoeven te beletten de situatie in Somalië te verwijzen naar de Aanklager van het Strafhof. Er is echter geen reden om aan te nemen dat er voor een dergelijk initiatief momenteel enige steun bestaat. Wel heeft de VN-Veiligheidsraad op 29 juli jl. een resolutie aangenomen waarin is bepaald dat ook partijen die (de doorgang van) humanitaire hulp in Somalië hinderen op de VN-sanctielijst kunnen worden gezet.
Mogelijke afdrachten door hulporganisaties aan rebellenbeweging Al Shabaab |
|
Ingrid de Caluwé (VVD) |
|
![]() |
Bent u bekend met het recente rapport van de UN Monitoring Group On Sudan & Eritrea, waarin staat dat de Soedanese rebellengroepering Al Shabaab jaarlijks miljoenen aan inkomsten verwerft door het heffen van belastingen en contributies voor geleverde goederen en diensten door buitenlandse organisaties?1
Ja.
Bent u op de hoogte van de situatie dat ook hulporganisaties die actief zijn in de door hongersnood geteisterde regio, nu belastingen moeten betalen en zelfs tot 20% van de waarde van geleverde hulpgoederen worden geacht af te dragen aan de rebellen?
De UN Monitoring Group on Somalia and Eritrea stelt in haar rapport van 18 juli 2011 dat Al Shabaab hulporganisaties de afgelopen jaren bij herhaling heeft verzocht om afdrachten te doen. De Monitoring Group geeft echter ook aan dat de meeste hulporganisaties aan dit verzoek geen gehoor hebben gegeven. Concreet betekende dit dat de humanitaire hulp aan sommige gebieden in Zuid-Centraal Somalië gestaakt moest worden. Het beeld is echter niet eenduidig. Lokale gemeenschappen slagen er soms in om de lokale Al Shabaab leiders ervan te overtuigen om humanitaire organisaties zonder betaling toe te laten tot hun gebied.
Welke Nederlandse hulporganisaties zijn op dit moment in Somalië actief?
Van de volgende organisaties is mij bekend dat zij humanitaire activiteiten ondersteunen in Somalië: het Nederlandse Rode Kruis, UNICEF Nederland, ICCO, Cordaid, Save the Children, Oxfam Novib, Tear en World Vision. Dit gebeurt veelal via lokale partnerorganisaties.
Doen deze Nederlandse hulporganisaties afdrachten aan Al Shabaab om zodoende de mogelijkheid te krijgen hulp in Somalië te verlenen? Zo ja, acht u het betalen van afdrachten aan groeperingen als Al Shabaab gerechtvaardigd? Zo ja, in welke gevallen acht u het betalen van dit soort afdrachten gerechtvaardigd? Zo nee, welke acties gaat u ondernemen om de betaling van dit soort afdrachten te voorkomen?
Hulporganisaties hebben onderling goede en harde afspraken gemaakt dat zij geen geld geven aan Al Shabaab. Nederlandse hulporganisaties doen naar mijn weten dan ook geen afdrachten aan Al Shabaab.
In 2010 is Al-Shabaab door het Sanctiecomité van de Verenigde Naties geplaatst op de lijst van personen en organisaties op wie uit hoofde van resolutie 1 844 beperkende maatregelen van toepassing zijn.
Hieraan is op het niveau van de Europese Unie uitvoering gegeven door middel van Gemeenschappelijk Standpunt 201/231/GBVB en Verordening 1137/2010. Al-Shabaab is bij deze verordening tevens op de EU-sanctielijst gezet. Dit betekent onder andere dat het wettelijk verboden is om tegoeden of andere economische middelen aan Al-Shabaab te verschaffen.
Een uitzondering op dit verbod wordt gemaakt voor tegoeden, andere financiële activa of economische middelen die nodig zijn voor de tijdige verstrekking van dringend noodzakelijke humanitaire hulp in Somalië door de VN, gespecialiseerde agentschappen of programma’s daarvan, humanitaire organisaties met de status van waarnemer in de Algemene Vergadering van de VN die humanitaire hulp verstrekken, of hun uitvoerende partners.
Vanwege de onveiligheid in Somalië kan niet met 100% zekerheid vastgesteld worden of er door lokale partners en contractpartijen van internationale organisaties in het geheel geen afdrachten worden gedaan aan Al Shabaab. Ik verwacht echter van Nederlandse en internationale hulporganisaties dat zij alles in het werk stellen om dit te voorkomen.
Steunt u het initiatief van hulporganisatie USAid, die heeft aangekondigd geld aan het World Food Programme (WFP) beschikbaar te stellen met de uitdrukkelijke voorwaarde dat geen afdracht aan de rebellengroepering plaatsvindt? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?
In de VS geregistreerde ngo's lopen het risico op vervolging op basis van de geldende Amerikaanse antiterreurwetgeving (o.a. Patriot Act) indien de verdenking bestaat dat een deel van de door hen geleverde hulpgelden of -goederen in handen is gekomen van Al Shabaab. In het licht van de ernst van de huidige humanitaire crisis in Somalië maakten de Amerikaanse autoriteiten (Office of Foreign Assets Control) begin augustus 2011 bekend dat het Amerikaanse sanctieregime dienaangaande enigszins zou worden versoepeld2. Dit om hulporganisaties de mogelijkheid te geven om hulp te bieden in de door Al Shabaab gecontroleerde gebieden, zonder direct het risico te lopen op vervolging. Uit de toelichting van de Amerikaanse autoriteiten op de versoepeling kan worden opgemaakt dat de coulantere houding met betrekking tot vervolging absoluut niet mag worden geïnterpreteerd als een vrijbrief om afdrachten te doen aan Al Shabaab. Hulpverlenende organisaties dienen zich onverminderd in te spannen om te voorkomen dat hulpgelden of -goederen in handen komen van Al Shabaab. Ik ondersteun deze lijn volledig.
Indien u voornemens bent deze actie van USAid te steunen, deelt u de mening dat deze actie vooral effect sorteert als internationale hulporganisaties gezamenlijk een vuist maken? Ziet u mogelijkheden om deze chantagepraktijk een halt toe te roepen door op te roepen tot een brede internationale boycot van het betalen van afdrachten aan de Soedanese rebellengroepering Al Shabaab?
Zie antwoord vraag 5.
Een ex-medewerker van Defensie die explosief laat ontploffen |
|
Angelien Eijsink (PvdA) |
|
![]() |
Kent u het bericht «Ex-medewerker Defensie laat explosief ontploffen»?1
Ja.
Wat was de functie van de ex-medewerker van Defensie? Had hij in deze functie toegang tot munitieopslag en explosieven?
De Koninklijke marechaussee heeft deze zaak in onderzoek. Lopende het rechercheonderzoek worden hierover geen inhoudelijke mededelingen gedaan.
Bent u van mening dat tekortkomingen in materieelbeheer ten aanzien van munitie (Rapport Algemene Rekenkamer Jaarverslag 2010) het verduisteren van munitie mogelijk maken? Zo nee, waarom niet?
Naar aanleiding van de bevindingen van de Algemene Rekenkamer zijn de afgelopen jaren tal van maatregelen genomen om het materieelbeheer te verbeteren. Zo hanteert Defensie een strenge controle op de uitgifte en inname van munitie bij oefeningen of inzet. De procedures hiervoor zijn vastgelegd in voorschriften waarop nauwgezet wordt toegezien. De komende jaren zullen met prioriteit verdere verbeteringen in het beheer van gevoelige materieel worden aangebracht.
Defensie doet er alles aan om te voorkomen dat munitie kan worden verduisterd. Hoe dit incident zich heeft kunnen voordoen wordt onderzocht door de Koninklijke marechaussee. Aan de hand van de uitkomsten van dit onderzoek wordt beoordeeld of aanvullende maatregelen nodig zijn.
Indien een (ex-)medewerker van Defensie munitie heeft verduisterd, gaat u dan maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat dit in de toekomst niet meer kan gebeuren? Zo ja, welke maatregelen en wordt er een onderzoek gestart naar mogelijk soortgelijke gevallen van verduistering door (ex-)medewerkers van Defensie? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 3.
Het zeer gewelddadige optreden van het regime Assad tegen de Syrische bevolking, onder andere in Hama |
|
Frans Timmermans (PvdA) |
|
![]() |
Kent u de talrijke berichten over de slachtpartijen die het regime van Assad aanricht tegen de eigen bevolking, zoals in Hama, waarbij minstens 75 burgers zijn gedood?1
Ja.
Deelt u de mening dat de maatregelen die de internationale gemeenschap tegen het regime van Assad heeft genomen niet of nauwelijks effect hebben gehad en Assad in de afgelopen week juist steeds wreder optreedt tegen zijn eigen bevolking? Zo ja, welke stappen kan de internationale gemeenschap, de Europese Unie (EU) voorop, nog nemen om Assad en zijn regime harder te straffen voor het schandalige optreden tegen de eigen bevolking?
De door de Verenigde Staten en de Europese Unie ingestelde sancties treffen het Syrische regime in het economische hart. Zij blijken te werken, zeker ook die met betrekking tot de export van olie en olieproducten. Ondanks deze maatregelen blijft het geweld tegen de Syrische bevolking voortduren. Nederland spant zich daarom onverkort in voor het verhogen van de druk op dit regime door middel van het aanscherpen van bestaande sancties.
Kunnen sancties tegen het regime verder worden aangescherpt, tegoeden bevroren en verdere aanklachten bij het Internationaal Strafhof worden voorbereid? Zijn er naast tegoeden op banken ook andere activa of passiva van Assad en zijn handlangers in het buitenland die wellicht in beslag genomen kunnen worden?
Nederland pleit in EU-verband voortdurend voor het aanscherpen van de huidige sancties tegen het Syrische bewind, waaronder tegoedenbevriezing. Alleen de VN-Veiligheidsraad kan het ICC vragen de mogelijkheid tot een aanklacht van Assad of zijn handlangers te onderzoeken.
Bent u bereid op korte termijn Hoge Vertegenwoordigers (HV) Ashton en uw Europese collega’s te benaderen om te bezien welke additionele maatregelen er tegen Assad genomen kunnen worden? Deelt u de mening dat daarbij geen enkele terughoudendheid meer gerechtvaardigd is en dat alles in werking moet worden gezet om het regime te straffen of het leven zuur te maken? Zo nee, waarom niet?
Nederland blijft in EU-verband pleiten voor het hard aanpakken van het regime van Assad. Doel is het regime financieel af te knellen en volledig te isoleren. Ik heb dit ook gezegd in mijn toespraak voor de Algemene Vergadering van de VN.
Bent u tevens bereid, mogelijk via de EU, de Arabische landen aan te sporen een hardere opstelling jegens het regime van Assad te kiezen en samen met de EU te bezien of een gezamenlijke benadering gevonden kan worden die het Assad onmogelijk maakt onder de druk uit te komen? Zo ja, hoe gaat u dit concreet aanpakken? Zo nee, waarom niet?
De EU heeft mede op voorstel van Nederland bij de Arabische Liga gepleit voor het opvoeren van de druk op Syrië. Daarnaast constateer ik een toegenomen kritische houding van Arabische landen ten aanzien van Syrië.
Welke aanvullende stappen acht u nog mogelijk in het kader van het Verenigde Naties (VN) (via de Veiligheidsraad, de Algemene Vergadering, de Secretaris-Generaal of het Internationale Strafhof)? Bent u bereid zich er voor in te spannen dat de VN zich nadrukkelijker met de zeer verontrustende ontwikkelingen in Syrie gaat bezighouden? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?
China en Rusland spraken op 4 oktober een betreurenswaardig veto uit over een veroordelende resolutie van de VN-Veiligheidsraad. Nederland is van mening dat een veroordeling van het geweld in Syrië door de internationale gemeenschap noodzakelijk is en zal zich hiervoor blijven inzetten. Dit zal zowel bilateraal, in contact met Turkije en verschillende Arabische landen, als in EU-verband plaatsvinden.
De Veiligheidsraad zou de aanklager van het ICC moeten verzoeken de mogelijkheden voor het vervolgen van Assad te onderzoeken.
Het geweld in Syrië |
|
Harry van Bommel (SP) |
|
![]() |
Deelt u de opvatting dat alle beschikbare diplomatieke middelen moeten worden ingezet om het Syrische regime te bewegen tot vreedzame hervormingen en een zinvolle politieke discussie met de binnenlandse oppositie?1
Nederland pleit voor sancties en andere maatregelen tegen het Syrische regime, opdat het geweld tegen de bevolking wordt gestaakt en de weg voor een duurzame politieke oplossing wordt vrijgemaakt.
Deelt u de opvatting dat de aanscherping van de sancties door de Europese Unie (EU) in de vorm van een reisverbod voor in totaal vijfendertig hoge Syrische functionarissen en bevriezing van hun banktegoeden onvoldoende druk op het regime legt? Zo nee, waarom niet?
Zoals ik schreef in mijn brief aan de vaste Kamercommissie Buitenlandse Zaken van 2 september 2011 (met kenmerk DAM-546/11), heeft de EU, mede op initiatief van Nederland, een olie-embargo tegen Syrië afgekondigd. Deze maatregel is aangevuld met een verbod op investeringen in deze sector. Ook wordt de sanctielijst voortdurend aangevuld met personen die het huidige regime steunen, laatst nog op 23 september 2011.
Is het waar dat er nog steeds geen volledig EU-wapenembargo is tegen Syrië omdat enkele EU-lidstaten zich daartegen verzetten? Zo ja, deelt u de opvatting dat er zo spoedig mogelijk een volledig EU-wapenembargo tegen Syrië moet komen?
Een toelichting over de genomen economische maatregelen tegen Syrië vindt u in mijn brief van 2 september 2011 (met kenmerk DAM-546/11).
Bent u van mening dat moet worden overwogen om naast diplomatieke sancties ook economische sancties tegen Syrië in te stellen? Zo nee, waarom niet?
De EU hanteert sinds 9 mei 2011 een volledig wapenembargo tegen Syrië.
Wat bedoelde u precies met de woorden: «het bewind van Assad verliest met de dag aan legitimiteit»?2
Op dit moment is aan de orde dat Assad alle legitimiteit heeft verloren.
Wanneer heeft het bewind van Assad naar uw opvatting volledig haar legitimiteit verloren en welke gevolgen heeft dat voor de diplomatieke banden?
Nederland heeft op 18 augustus jl. verklaard dat Assad moet opstappen. Deze oproep was in lijn met gelijktijdige oproepen van de EU en de VS.
De diplomatieke banden met Syrië worden niet verbroken. Omwille van onafhankelijke informatievoorziening, contact met de oppositie, steun aan het hervormingsproces en het verder onder druk zetten van het regime is het belangrijk deze te handhaven.
Het Holland Paviljoen in New York |
|
Boris van der Ham (D66) |
|
![]() |
Op welke wijze beoordeelt u of het in 2009 in het kader van het Hudson-400 jaar in New York geopende Holland Paviljoen goed functioneert?1
Het «New Amsterdam Plein & Pavilion» project voldoet aan de doelstellingen die er in december 2008 toe geleid hebben om de subsidie toe te kennen aan de New Yorkse NGO The Battery Park Conservancy:
Op welke wijze levert de manier waarop het Holland Paviljoen functioneert een blijvende bijdrage aan het onder de aandacht brengen van de gedeelde geschiedenis van Nederland en New York?
Zie antwoord vraag 1.
Hoe beoordeelt u met terugwerkende kracht de investering van 1,7 miljoen euro in het Holland Paviljoen, dat nu in de praktijk voornamelijk dienst doet als een koffie en muffin-uitspanning?
Zie antwoord vraag 1.
Op welke wijze verhoudt deze benutting van het paviljoen zich tot de grootse wijze waarop het destijds is geopend? Kunt u inzicht geven in wat de opening (los van de kosten van het Paviljoen zelf) heeft gekost?
De feestelijkheden op 9 september 2009 betroffen niet de opening, maar de onthulling van het design van het paviljoen. Deze onthulling was onderdeel van de NY400 week en het bezoek van HKH de Prins van Oranje en Prinses Maxima aan de VS. Door de Nederlandse overheid is een totaalbedrag van € 39 052 besteed aan de onthullingsceremonie en de ontvangst daarna.
De advertentiewaarde van de NY400 week werd door een onafhankelijk communicatiebureau berekend op 7,5 miljoen dollar (alleen in de VS).
Kunt u aangeven in hoeverre de benutting van het Paviljoen recht doet aan het doel dat in 2009 werd beoogd, namelijk uiting geven aan de onverbrekelijke band tussen Nederland en New York, aldus de toenmalig staatsecretaris van Buitenlandse Zaken?
Zie antwoord vraag 1.
Hoe verhoudt de huidige benutting zich tot de suggestie van de voormalige staatsecretaris van Buitenlandse Zaken, dat met dit Holland Paviljoen op voldoende wijze invulling is gegeven aan de achterliggende gedachte van de motie Van der Ham en Leerdam om een Holland of New Amsterdam-house in New York te realiseren waarin werd beoogd een blijvende herinnering en verdieping van de banden tussen Nederland en New York, te realiseren?2
In de brief met kenmerk DCO-275/08 van 19 september 2008 aan uw Kamer over het vertrek van ambassaderaad culturele aangelegenheden te New York schreef de staatssecretaris voor Europese Zaken, met verwijzing naar genoemde motie Van der Ham/Leerdam: « Volgend jaar wordt gevierd dat Henry Hudson in opdracht van de VOC zijn verkenningstocht naar Noord-Amerika maakte. Wij zijn uiteraard van plan te bezien of eventuele structuren na de geplande Hudsonviering in 2009, zowel materieel als immaterieel, kunnen worden ingezet voor het internationaal cultuurbeleid in New York». Dit gebeurt nu doordat permanent in en om het paviljoen wordt herinnerd aan onze gemeenschappelijke geschiedenis (zie ook antwoord vraag 1–5).
Deelt u de mening dat jubilea-jaren van banden met landen een uitgelezen kans zijn om zowel cultureel als economisch banden aan te halen, maar dat dit wel op een effectieve en duurzame wijze dient te gebeuren? Welk duurzaam effect zal uitgaan van de het 1,7 miljoen kostende Holland Paviljoen wat betreft culturele en economische verdieping?
Ja. Het New Amsterdam Plein & Pavilion is een duurzame investering (zie ook antwoord op vraag 1–5).
Het paviljoen en plein wonnen in 2010 een design award van de stad New York.
Welke lessen trekt u uit de oprichting van dit Paviljoen voor toekomstige jubilea? Zou u het in de toekomst net zo aanpakken als de vorige staatsecretaris van Buitenlandse Zaken?
De vieringen zijn per definitie verschillend en worden toegesneden op de specifieke situatie en de aard van de relatie met het land. De vieringen met Turkije (2012) en Rusland (2013) beogen vooral intensivering van de economische relaties. De lessen van eerdere manifestaties worden meegenomen in de voorbereiding van toekomstige vieringen.
Bent u bereid het functioneren van het Holland Paviljoen te evalueren en te bezien hoe het alsnog op een betere wijze benut kan worden?
De primaire functies worden naar tevredenheid uitgevoerd zoals in de subsidiebeschikking aan de Battery Park Conservancy bepaald. Het Consulaat Generaal New York ziet toe op blijvende kwaliteit van het plein en paviljoen.
De bij het paviljoen te organiseren activiteiten vinden plaats in het kader van de normale activiteitenkalender van het Consulaat Generaal.
Het voorstel van de Europese Commissie inzake EU PNR |
|
Gerard Schouw (D66) |
|
![]() |
Bent u bekend met het voorstel van de Europese Commissie voor een richtlijn over het gebruik van passagiersgegevens voor het voorkomen, opsproren, onderzoeken en vervolgens van terroristische misdrijven en zware criminaliteit (EU PNR)? 1
Ja.
Kunt u de stelling uit de «explanatory memorandum» van het voorstel, dat Nederland wetgeving heeft voor het verzamelen en verwerken van PNR-gegevens en/of het gebruik van PNR-gegevens aan het testen is, verder toelichten?2 Kunt u preciseren hoe PNR-gegevens in Nederland worden verzameld, getest en/of gebruikt?
Ten aanzien van de vragen 2 en 3:
Op dit moment wordt in Nederland (beperkt) gebruik gemaakt van PNR-gegevens door de Koninklijke Marechaussee, de Douane en de AIVD. In dit verband verwijs ik naar het BNC-fiche over deze concept-richtlijn (TK 2010–2011, 22 112, nr. 1149), alsmede naar de brief van de Minister van Justitie d.d. 11 november 2008 (TK 2008–2009, 23 490 en 22 112, nr. 531), waarin is uiteengezet op welke wijze in Nederland gebruik wordt gemaakt van passagiersgegevens door de verschillende organisaties. In aanvulling hierop merk ik het volgende op.
Koninklijke Marechaussee
De Koninklijke Marechaussee maakt bij de uitvoering van de politietaak op de luchthaven Schiphol en bij de uitvoering van de bij of krachtens de Vreemdelingenwet opgedragen taken gebruik van passagiersgegevens.3
De officier van justitie vordert in individuele gevallen, voornamelijk op grond van artikel 126nd Wetboek van Strafvordering, PNR-gegevens bij luchtvaartmaatschappijen. De Koninklijke Marechaussee geeft uitvoering aan een dergelijke vordering door de gegevens op te vragen. Deze PNR-gegevens worden gebruikt in een strafrechtelijk onderzoek. Dit betreft onderzoeken waarbij sprake is van een concrete verdenking van ernstige strafbare feiten.
Verder kan de Koninklijke Marechaussee als toezichthouder in het kader van de Vreemdelingenwet en op basis van de artikelen 5:11, 5:13 en 5:16 van de Algemene wet bestuursrecht PNR-gegevens opvragen bij luchtvaartmaatschappijen. Dit laatste in verband met het leggen van claims bij luchtvaartmaatschappijen voor het vervoer van onjuist gedocumenteerde of ongedocumenteerde vreemdelingen in het kader van de sanctietoepassing. Het opvragen gebeurt ook voor deze doeleinden per individueel geval. De PNR-gegevens worden verwerkt in weigeringen en processen verbaal die worden opgemaakt per individueel geval.
Douane
De Douane maakt voor haar controletaken al enige jaren gebruik van PNR-gegevens. Het opvragen en raadplegen van PNR-gegevens is gegrond op in het Communautair Douanewetboek (Verordening (EEG) nr. 2913/92) en de Algemene douanewet (Stb. 2008, 111) aan de douaneautoriteiten toegekende bevoegdheden. Het Communautair Douanewetboek verplicht de douaneautoriteiten om hun controles te baseren op door middel van geautomatiseerde gegevensverwerkingstechnieken uitgevoerde risicoanalyses.
PNR-gegevens worden gebruikt ten behoeve van de controle op goederen die door reizigers worden vervoerd. Op deze wijze is de Douane in staat om meer gericht te controleren. Analyse en controle zijn gericht op het onderkennen van met name aan het reisgedrag gerelateerde gegevens, die aanleiding kunnen zijn tot een nader onderzoek, gericht op de mogelijke aanwezigheid bij de betrokkenen van aan beperkingen, verboden of heffingen onderworpen goederen.
Ten behoeve van de analyse van vooraf geselecteerde risicovluchten worden in het voor de douane toegankelijke deel van systemen van de luchtvaartmaatschappijen PNR-gegevens door middel van de «pull-methode» geraadpleegd. Er wordt gezocht naar ongebruikelijke (reis)patronen. Pas na een «hit» worden ter identificatie van de betreffende reiziger diens persoonsgegevens gebruikt.
AIVD
De AIVD is op grond van de WIV 2002 bevoegd passagiersgegevens te verwerken met inachtneming van de eisen die daaraan bij of krachtens de WIV 2002 zijn gesteld. Dit betekent dat de verwerking van gegevens slechts plaatsvindt in het kader van de bescherming van de nationale veiligheid en voor zover dat noodzakelijk is voor een goede uitvoering van de wettelijke taken die aan de AIVD zijn toebedeeld. Reisgegevens vormen een essentieel onderdeel van het inzichtelijk maken en het duiden van (inter-) nationale dreiging.
Passagiersgegevens en grenstoezicht
Het aantal reizigers via de lucht neemt als gevolg van de globalisering komende jaren jaarlijks fors toe. Dit kan er zonder maatregelen toe leiden dat de wachtrijen en wachttijden oplopen. Om de doorloopsnelheid van de passagier te bevorderen en tegelijkertijd de veiligheid te verbeteren, wordt gezocht naar een efficiënter en meer risicogericht grenstoezicht. Tijdige passagiersinformatie maakt het mogelijk het overgrote deel van de reizigers, die geen risico vormen vanuit een oogpunt van veiligheid en grenstoezicht, snel de grens te laten passeren. Een kabinetsvisie ten aanzien van het gebruik van passagiersgegevens ten behoeve van het grenstoezicht is in voorbereiding en zal u naar verwachting dit najaar kunnen worden toegezonden.
Op basis van welke rechtsgrondslag worden er in Nederland PNR-gegevens verzamel, getest en of gebruikt?
Zie antwoord vraag 2.
Is deze doorgifte van PNR-gegevens getoetst door het College bescherming persoonsgegevens op conformiteit met nationale en Europese wetgeving betreffende bescherming persoonsgegevens?
Koninklijke Marechaussee:
Er is feitelijk geen sprake van doorgifte van PNR-gegevens, maar van een vordering op grond van het Wetboek van Strafvordering ten behoeve van het strafrechtelijk onderzoek of de Vreemdelingenwet/Algemene Wet Bestuursrecht in het kader van het vreemdelingentoezicht.
De verwerkingsgrondslag voor PNR-gegevens is te vinden in de Wet Politiegegevens (Wpg). Het College Bescherming Persoonsgegevens houdt toezicht op de naleving van de Wpg door de Koninklijke Marechaussee.
Douane:
Ja, het College bescherming persoonsgegevens heeft kennis genomen van de werkmethode van de Douane en heeft geen aanleiding gevonden om hiertegen bezwaar te maken.
AIVD:
De verwerking van gegevens – zowel persoonsgegevens als andere gegevens – door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, AIVD en MIVD, is uitputtend geregeld in de WIV 2002. De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) is daarop niet van toepassing; dat is in artikel 2, lid 2, sub a, van de Wbp bepaald. Dat houdt ook in dat het College bescherming persoonsgegevens geen rol heeft als toezichthouder waar het gaat om de verwerking van persoonsgegevens door of ten behoeve van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Met de inwerkingtreding van de WIV 2002 voorziet de wet echter in een afzonderlijke, onafhankelijke en gespecialiseerde toezichthouder, te weten de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Deze commissie ziet mede toe op de rechtmatige verwerking van gegevens door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en brengt van haar toezichtsactiviteiten rapportages uit.
Waarom loopt u vooruit op de geplande EU-afspraken over het gebruik van PNR-gegevens?
Van vooruitlopen is geen sprake. De ontwerp EU PNR-richtlijn beoogt het Europese wettelijke kader te creëren voor het verwerken en opslaan van PNR-gegevens ten behoeve van de bestrijding van terrorisme en zware criminaliteit. Deze EU-richtlijn is nog niet vastgesteld. Op basis van huidige nationale wettelijke bevoegdheden (zie ook het antwoord op vraag 3) bestaat een (beperkte) mogelijkheid voor verschillende overheidsinstanties om van de PNR-gegevens van deze luchtvaartmaatschappijen gebruik te maken.
Kunt u toelichten of op dit moment luchtvaartmaatschappijen worden verplicht passagiersgegevens over te dragen aan de grensbewakingsautoriteiten? (zie bijgevoegde attachment – NL Carrier Notification Letter). Wat wordt er precies bedoeld met passagiersgegevens? Om welke gegevens en welke velden uit de PNR gaat het? Acht u dit in lijn met richtlijnen van het International Air Transportation Association (IATA)? Acht u dit in lijn met Europese regels inzake gegevensbescherming?
Koninklijke marechaussee
U verwijst in uw vraag naar de Nederlandse Carrier Notification Letter d.d.11 juli 2011. In deze brief wordt gesproken over het vorderen van passagiersgegevens. Het gaat hier echter om API-gegevens die worden opgevraagd door de Koninklijke Marechaussee en niet om PNR-gegevens. Zie voor wat betreft het gebruik van PNR-gegevens de antwoorden op de vragen 2 en 3. Ten aanzien van de API-gegevens bericht ik u als volgt.
Op grond van artikel 4, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en artikel 2.2a, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 kunnen luchtvaartmaatschappijen op vordering van de grenstoezichtsautoriteiten worden verplicht om passagiersgegevens te verzamelen en te verstrekken. Deze wettelijke bepaling is een implementatie van Richtlijn 2004/82/EU van 29 april 2004 betreffende de verplichting voor vervoerders om een beperkt aantal passagiersgegevens door te geven (de zogenaamde «API-richtlijn»). Volgens deze richtlijn is het voor een doeltreffende bestrijding van illegale immigratie en betere grenscontroles van essentieel belang dat alle lidstaten een regeling invoeren waarbij de verplichtingen worden vastgesteld die gelden voor luchtvervoerders die passagiers naar het grondgebied van de lidstaten vervoeren.
Sinds de implementatie van de API-richtlijn in de vreemdelingenwetgeving zijn tot op heden in Nederland nog slechts op beperkte schaal API-gegevens verstrekt en verwerkt. In 2009 is een pilot-project van start gegaan, waarbij KLM op grond van artikel 4, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en artikel 2.2a, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, API-gegevens verstrekt aan de Koninklijke Marechaussee met betrekking tot de inkomende vluchten vanaf 12 bestemmingen.
De nu gevraagde API-gegevens zijn de minimale gegevens conform de Richtlijn 2004/82/EG, te weten: nummer en aard van het reisdocument, nationaliteit, volledige naam, geboortedatum, plaats van binnenkomst in de EU en gegevens over vervoermiddel alsmede tijd van vertrek en aankomst en het totaal aantal passagiers en het eerste instappunt. Het betreft een deel van de informatie die terug te vinden is op het machine-leesbare deel van het paspoort van de passagier, aangevuld met informatie over de desbetreffende vlucht.
Op basis van de ervaringen ten aanzien van de pilot met KLM is geconcludeerd dat door het tevoren ontvangen van passagiersgegevens efficiënter kan worden opgetreden door de grensautoriteiten. Daarmee kan doeltreffender worden opgetreden tegen passagiers die gesignaleerd staan of een verhoogd risico kunnen vormen, terwijl meer passagiers sneller en soepeler – zonder wachttijden of ondervragingen – de grens kunnen passeren. Op grond van deze ervaringen is besloten om vanaf 1 januari 2012 aan luchtvaartmaatschappijen die vluchten uitvoeren op 27 specifieke bestemmingen, die uit het oogpunt van illegale immigratie als risicovol worden aangemerkt, de verplichting op te leggen om API-gegevens te verstrekken. Per brief van 11 juli j.l. zijn de luchtvaartmaatschappijen hierover geïnformeerd. Zoals ook al in de brief van 11 juli 2011 is aangegeven, zal voor de wijze waarop de gegevens worden verstrekt worden aangesloten bij de «Guidelines on Advance Passenger Information», die mede zijn opgesteld door IATA.
Het gebruik van API-gegevens is conform de vereisten neergelegd in de API-richtlijn en de Europese regels inzake gegevensbescherming.
Douane:
Het volgende kan worden vermeld ten aanzien van het gebruik van de Douane. In de door de Nederlandse Douane toegepaste methodiek worden de in systemen van de luchtvaartmaatschappijen voorhanden PNR-gegevens geraadpleegd: er is geen sprake van het overdragen van passagiersgegevens. De te raadplegen PNR-gegevens betreffen alleen de door de passagier aan de luchtvaartmaatschappij verstrekte gegevens, zoals die ook zijn opgenomen in de bijlage bij de Guidelines on Passenger Name Record (PNR) van de International Civil Aviation Organization (ICAO), document 9944. IATA onderschrijft deze ICAO Guidelines, evenals de Wereld Douane Organisatie. De Europese regels inzake gegevensbescherming worden door de douane nageleefd als onderdeel van de verplichting tot geheimhouding uit het Communautair douanewetboek, waarbij kan worden verwezen naar specifieke bepalingen inzake gegevensbescherming, met name Richtlijn 95/45/EG en Verordening 45/2001.
Worden deze gegevens opgeslagen? In welke vorm, voor hoelang en wie toegang heeft tot deze gegevens?
Koninklijke Marechaussee
Voor wat betreft de API-gegevens geldt dat deze door de desbetreffende luchtvaartmaatschappij worden verstrekt aan de autoriteit die belast is met het grenstoezicht, te weten de Koninklijke Marechaussee. De Koninklijke Marechaussee verwerkt deze gegevens in het kader van de wettelijke taak ten aanzien van het grenstoezicht en het tegengaan van illegale immigratie, zoals in artikel 4 van de Vreemdelingenwet is bepaald. Deze gegevens worden, in lijn met de eisen gesteld in de API-richtlijn, door de Koninklijke Marechaussee slechts zeer tijdelijk bewaard. Op grond van artikel 2.2b van het Vreemdelingenbesluit 2000 dient de Koninklijke Marechaussee deze gegevens binnen 24 uur te vernietigen. Uitsluitend in die concrete gevallen dat de Koninklijke Marechaussee de gegevens later nog nodig heeft voor de uitoefening van haar taken mogen de gegevens langer worden bewaard.
Indien in concrete gevallen PNR-gegevens worden gevorderd door de officier van justitie dan blijven deze gegevens bewaard zolang het onderzoek duurt en/of nodig is voor de strafrechtelijke vervolging. De PNR-gegevens worden verwerkt in processenverbaal die worden opgemaakt per individueel geval. Bij het verwerken van de gegevens is de Wpg het wettelijk kader.
Douane
De geraadpleegde PNR-gegevens van de geselecteerde vluchten worden door de Douane niet opgeslagen, behoudens in die gevallen waarin een controle is ingesteld en/of wanneer een ingestelde controle tot corrigerende maatregelen heeft geleid. De gegevens worden ten behoeve van de verwerking van de analyse gedurende een korte tijd (maximaal 2 maal 24 uur) na raadpleging vastgehouden en zijn uitsluitend toegankelijk voor die Douane-medewerkers die uit hoofde van hun functie toegang moeten hebben.
AIVD
De AIVD is in het kader van zijn wettelijke taakuitvoering bevoegd (persoons)gegevens (en dus ook passagiersgegevens) te verwerken. Onder verwerken wordt ook het opslaan van gegevens begrepen. Hierbij worden de eisen die bij of krachtens de WIV 2002 zijn gesteld in acht genomen. Toegang tot deze gegevens is beperkt tot medewerkers van de AIVD die uit hoofde van hun functie toegang moeten hebben
Wat wordt bedoeld met «een vordering»? Hoe vaak is een vordering tot het doorgeven van PNR-gegevens uitgegeven? Hoe breed zijn dergelijke vorderingen geformuleerd? Bent u van mening dat met de genoemde vorderingen in feite een systematische doorgifte van PNR gegevens tot stand is gebracht?
In de brief van 11 juli jl. waarnaar u verwijst in vraag 6 en die, zoals eerder aangegeven, betrekking heeft op API-gegevens, wordt gesproken over «een vordering». Het gaat hier om het begrip «vordering», zoals dat is opgenomen in artikel 2.2a, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 en die een zelfde betekenis heeft als het begrip vordering in de artikelen 5:16 en 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht. Hiermee wordt tot uitdrukking gebracht dat het niet een vrijblijvend verzoek betreft, maar een opdracht waaraan gevolg dient te worden gegeven. In artikel 184 Wetboek van Strafrecht is het opzettelijk niet voldoen aan een bevel of een vordering van een toezichthouder of opsporingsambtenaar strafbaar gesteld.
Daarnaast kennen we de «vordering» van het Openbaar Ministerie waarmee, op basis van onder meer artikel 126nd van het Wetboek van Strafvordering, PNR-gegevens worden gevorderd in het kader van een strafrechtelijk onderzoek. De vordering wordt door de officier van justitie gegeven aan (in dit geval) de betrokken luchtvaartmaatschappij. De verkregen gegevens worden ter waarheidsvinding opgevraagd en aan een bepaalde zaak gekoppeld door middel van een proces verbaal.
In 2010 heeft het Openbaar Ministerie ongeveer 9500 keer gegevens gevorderd (in het kader van ca.700–800 strafrechtelijke onderzoeken). Het gaat daarbij – afhankelijk van de zaak – om boekingsgegevens en/of vluchtgegevens en/of bagagegegevens en/of passagiersgegevens. Bij toepassing van artikel 126nd Wetboek van Strafvordering kan niet gesproken worden over «systematische doorgifte van PNR-gegevens» nu het hier telkens om een vraagstelling per afzonderlijke casus is. Dit beeld wordt bevestigd als de genoemde aantallen opvragingen worden geplaatst in het totaal van de passagiers die jaarlijks via de nationale luchthaven reizen.
In het kader van de Vreemdelingenwet/Algemene wet bestuursrecht zijn ongeveer 100 keer PNR-gegevens opgevraagd. De strekking van het opvragen, zoals de Koninklijke Marechaussee dat in een individueel geval doet, is het verkrijgen van de historische gegevens over (bijvoorbeeld) een reisroute die een vliegtuig of passagier heeft gevolgd. Daarbij worden passagierslijsten opgevraagd waarop staat welke passagiers aan boord van de vlucht hebben gezeten, en de bijbehorende boekingsgegevens waarop informatie voorkomt van de personen die op een bepaalde vlucht hebben gezeten. Ook hierbij is geen sprake van systematische doorgifte van PNR-gegevens.
Het terugdraaien van het besluit om de tegoeden van IHH-Nederland te bevriezen |
|
Joël Voordewind (CU), Kees van der Staaij (SGP), Raymond de Roon (PVV) |
|
![]() ![]() ![]() |
Heeft u kennisgenomen van het vonnis van de voorzieningsrechter inzake het bevriezen van de tegoeden van Internationale Humanitaire Hulporganisatie (IHH) Nederland wegens vermeende steun aan de terroristische organisatie Hamas?
Ja, ik ben bekend met deze uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank van Amsterdam, gepubliceerd op 21 juli (LJN: BR2619, AWB 11/3132 BESLU). De rechter heeft beslist dat de bevriezingsmaatregel wordt geschorst tot uiterlijk zes weken na mijn beslissing op het bezwaar dat IHH-Nederland tegen de maatregel heeft ingesteld. Het betreft hier dus een voorlopige voorziening en geen definitieve gerechtelijke uitspraak.
Bent u overtuigd van de redenering van de rechter, namelijk dat er voldoende waarborgen bestaan dat er geen enkel fonds via IHH bij Hamas terecht komen? Zo nee, bent u voornemens beroep aan te tekenen tegen dit vonnis? Kunt u uitsluiten dat er banden zijn, zowel direct als indirect, tussen IHH-Nederland en de Union of Good? Ziet u tevens andere mogelijkheden om te garanderen dat geen geldstromen terechtkomen bij organisaties als Hamas?
Tegenover de rechter is namens de Nederlandse Staat betoogd dat de bevriezing van de tegoeden van IHH-Nederland onverkort van kracht zou moeten blijven, omdat anders onvoldoende gewaarborgd is dat fondsen via IHH-Nederland niet bij Hamas terecht komen. Zolang er in Duitsland geen definitieve rechterlijke uitspraak is inzake het verbod op IHH-Duitsland, is immers ook de aanleiding voor de bevriezing van IHH-Nederland niet ontkracht. Bovendien dient de bevriezingsmaatregel er juist toe zeker te stellen dat IHH-Nederland, geconfronteerd met het verbod op IHH-Duitsland, geen alternatieve financieringskanalen kan aanwenden. Tegen de uitspraak van de voorlopige voorzieningenrechter is echter geen beroep mogelijk.
Het verzoek om een voorlopige voorziening was door IHH-Nederland ingediend, tijdens de op dat moment nog lopende bezwaarprocedure. Inmiddels heb ik in deze procedure, in overeenstemming met de ministers van Veiligheid en Justitie en van Financiën, het bezwaar van IHH-Nederland afgewezen. Als IHH-Nederland zich niet met deze beslissing kan verenigen, bestaat voor de organisatie de mogelijkheid binnen 6 weken daartegen in beroep te gaan, en zal vervolgens de bestuursrechter zich in een bodemprocedure uitspreken over de rechtmatigheid van de bevriezingsmaatregel.
Tot zes weken na mijn beslissing op bezwaar blijft de bevriezingsmaatregel geschorst. Na afloop van de schorsingsperiode kan IHH-Nederland bij de voorzieningenrechter om verlenging van de schorsing verzoeken. Indien de rechtbank de verlenging van de voorlopige voorziening toekent, blijft deze van kracht tot de definitieve uitspraak van de bestuursrechter in de bodemprocedure. Wijst de rechter de verlenging af, dan wordt de bevriezing van de tegoeden met onmiddellijke ingang hersteld.
Voor zover nu bekend, onderhoudt IHH-Nederland geen banden met de Union of Good, maar ik kan niet uitsluiten dat dit wel het geval is.
Hoe kunt u garanderen dat fondsen niet alsnog, al dan niet via IHH-Duitsland, bij de Hamas terechtkomen? Bent u bereid maandelijks inzage te vragen in de geldstromen van IHH-Duitsland, aangezien deze organisatie door de Duitse rechter verplicht is deze informatie bij de Duitse overheid aan te leveren? Zo nee, waarom niet?
De Duitse rechter heeft bepaald dat IHH-Duitsland maandelijks een overzicht van de inkomsten en uitgaven moet overleggen aan het Duitse ministerie van Binnenlandse Zaken. Om beter zicht te krijgen op de wijze waarop dit door de rechter opgelegde toezicht wordt toegepast, heeft Nederland contact gehad met het Duitse ministerie van Binnenlandse Zaken. Uit deze contacten concludeer ik dat de Duitse autoriteiten scherp toezicht houden op de financiële huishouding van IHH-Duitsland. Ik zie dan ook geen aanleiding om in aanvulling daarop zelf om inzage in de stukken te vragen. Met het oog op de verwevenheid van het verbod op IHH-Duitsland en de Nederlandse bevriezingsmaatregel zal er uiteraard wel geregeld contact zijn over de (juridische) ontwikkelingen in beide zaken.
In hoeverre is de beperking dat IHH-Duitsland geen hulp mag verlenen of ondersteuning aan de Palestijnse gebieden in de Gazastrook en de Westbank mag bieden, ook van toepassing op IHH-Duitsland? Kan deze beperking omzeild worden door andere organisaties, zoals IHH-Nederland, te steunen, die wel dergelijke activiteiten mogen ontplooien in de Palestijnse gebieden?
Zie mijn antwoord op vraag 2.