De wijkagent als spilfunctie in het verbeteren van de veiligheid in wijken en buurten |
|
Eddy van Hijum (CDA), Peter Oskam (CDA) |
|
Opstelten (minister justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u daadwerkelijk van mening dat de wijkagent een spilfunctie vervult in het verbeteren van de veiligheid in wijken en buurten?1
Ja, die mening ben ik toegedaan. De wijkagent is de vooruitgeschoven post van het politieteam. De wijkagent is voor de burgers in de wijk het lokale gezicht van de politie. Wijkagenten leveren een belangrijke bijdrage aan de handhaving van de openbare orde en veiligheid en leefbaarheid in de samenleving. Een wijkagent vormt tevens een belangrijk onderdeel van het lokale netwerk aan scholen, buurtbewoners, veiligheidspartners en andere hulpverleners.
Bent u zich bewust van signalen uit de uitvoeringspraktijk dat u deze ambitie in de praktijk hooguit gedeeltelijk waarmaakt?2
Landelijk gezien voldoet de politie aan de wettelijke norm zoals deze is opgenomen in de Politiewet 2012: gemiddeld is er ten minste één wijkagent werkzaam per 5.000 inwoners. De wijkagenten maken onderdeel uit van de basisteams en werken per 1 januari 2015 – behoudens vacatures – conform het inrichtingsplan Nationale Politie. In het inrichtingsplan is de wettelijke norm als minimum aangehouden. Er wordt hard naar toegewerkt om ook de vacatures te vervullen. Ik verwijs in dit verband ook naar het antwoord op vraag 2 die het lid Marcouch (PvdA) op 11 augustus 2014 stelde (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 3008).
Kunt u concreet aangeven in welke basisteams de norm van 1 wijkagent per 5.000 inwoners momenteel nog niet wordt gehaald? In welke basisteams zal het knelpunt ook met ingang van 1 januari 2015 nog steeds bestaan?
De norm van 1 wijkagent per 5.000 inwoners geldt als gemiddelde per regionale eenheid. Tussen basisteams en tussen gemeenten kunnen verschillen bestaan, afhankelijk van de lokale veiligheidsbehoefte.
De verdeling van de wijkagenten binnen een eenheid wordt door de burgemeesters in die eenheid gemaakt. In alle wijken is de politiezorg gewaarborgd. Voor een overzicht van de gemiddelde norm per regionale eenheid verwijs ik u naar het antwoord op de vragen 1, 2 en 3 die het lid Van Raak (SP) op 11 augustus 2014 stelde (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 3007).
Deelt u de mening dat ook de aanwezigheid van een (bemenste) politiepost kan bijdragen aan veiligheid in de wijk? Wat is uw beleid ten aanzien van de fysieke bereikbaarheid van wijkagenten? Kunt u inzicht geven in de ontwikkeling en spreiding van het aantal politieposten dan wel veiligheidshuizen waarbinnen de politie participeert?
Die mening deel ik. De politie is bezig om in nauw overleg met het gezag het strategisch huisvestingsplan uit te werken in relatie tot de dienstverlening door politie. Zichtbaarheid en bereikbaarheid van de politie zijn kernpunten van de dienstverlening.
Voor wat betreft de fysieke bereikbaarheid van wijkagenten is van belang dat zij zichtbaar aanwezig zijn in de wijk, praten met de mensen in de wijk en ontwikkelingen in de gaten houden. Op welke wijze dit concreet vorm krijgt is mede afhankelijk van de lokale context.
Voor de ontwikkeling en spreiding van Veiligheidshuizen verwijs ik u naar www.veiligheidshuizen.nl. De politie is zeer betrokken in deze netwerksamenwerking, die veelal gericht is op een persoonsgerichte aanpak.
Op welke wijze wordt gewaarborgd dat een wijkagent in de praktijk bij de aanpak van criminelen in de wijk ook daadwerkelijk ondersteuning krijgt van gespecialiseerde politiediensten, zoals de recherche? Is er voldoende recherchecapaciteit beschikbaar voor een gebiedsgerichte inzet?
Zoals gesteld, is de wijkagent de spil binnen het basisteam, die zaken aanpakt samen met maatschappelijke partners, burgers in de wijk en met hulp van collega's uit zijn team en waar nodig uit andere organisatieonderdelen.
Opsporing van veelvoorkomende criminaliteit is een van de taken van het basisteam. Het basisteam wordt voor de gebiedsgerichte en probleemgerichte aanpak van veelvoorkomende criminaliteit bijgestaan door de districtsrecherche. Doordat op elk niveau in de organisatie recherche is ingericht, ontstaat een samenhangend stelsel dat leidt tot vergroting van de slagkracht in de opsporing.
In de gebieds-, persoons- en probleemgerichte aanpak is de samenwerking tussen wijkagent en rechercheur in veel gevallen een randvoorwaarde geworden. Dit betekent dat in de praktijk beide «werelden» elkaar meer en beter weten te vinden.
Om te kunnen inspelen op incidentele wensen die de mogelijkheden van de basisteams te boven gaan, is op districtsniveau flexibele capaciteit ingericht. Deze flexteams hebben een omvang van ten minste 3% van de omvang van het district met een minimum van 20 medewerkers. Kerntaak van het flexteam is het probleemgericht inzetten van capaciteit ter ondersteuning van de basisteams. Binnen het flexteam kan zowel handhavings- als opsporingscapaciteit worden ingezet. Zo kan de wijkagent in de basisteams ten behoeve van de lokale probleemgerichte aanpak ondersteuning krijgen vanuit het flexteam.
Verijdelde islamitische terreuraanslagen in België |
|
Louis Bontes (GrBvK), Joram van Klaveren (GrBvK) |
|
Opstelten (minister justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Jihadaanslagen België verijdeld»?1
Ja.
Kunt u aangeven in hoeverre het dreigingsniveau in Nederland omhoog bijgesteld zal worden naar aanleiding van de verijdelde aanslagen in België?
De arrestaties in België vormen geen reden het dreigingsniveau in Nederland te verhogen. De huidige terroristische dreiging tegen Nederland bevindt zich binnen de bandbreedte van het dreigingsniveau Substantieel. Dit houdt in dat de kans op een aanslag in Nederland reëel is. Het dreigingsniveau wordt pas verhoogd naar «Kritiek» als er concrete aanwijzingen zijn voor een aanslag tegen Nederland.
In hoeverre staan de opgepakte terroristen in contact met jihadisten afkomstig uit Nederland?
Om het lopende onderzoek niet te schaden, kan ik geen uitspraak doen over individuele zaken. In algemene zin kan ik opmerken dat bekend is dat er contacten bestaan tussen Nederlandse en Belgische jihadisten. Beide landen werken nauw samen om het probleem van het jihadisme het hoofd te bieden, zowel op het gebied van specifieke onderzoeken als in het kader van de bredere Europese samenwerking.
Hoeveel aanslagen zijn er in Nederland voorkomen sinds ons land wordt geconfronteerd met terugkerende jihadisten en zijn onze veiligheidsdiensten optimaal voorbereid op deze groeiende dreiging?
Over aantallen voorkomen aanslagen doen wij om operationele redenen geen uitspraken. Hoewel ik niet kan garanderen dat er in Nederland geen aanslag zal plaatsvinden, kunt u erop aan dat de opsporings- en veiligheidsdiensten er alles aan doen om aanslagen te voorkomen.
Bent u inmiddels bereid administratieve detentie in te voeren in de strijd tegen het islamitisch terrorisme en waarom weigert u het mogelijk te maken dat ook ronselaars de eventuele Nederlandse nationaliteit verliezen?
Wanneer van een persoon een dreiging uitgaat – bijvoorbeeld omdat de persoon van plan is uit te reizen naar of is teruggekeerd van een jihadistisch strijdgebied – dan beschikt het Openbaar Ministerie over voldoende wettelijke instrumenten om, samen met de politie, strafrechtelijk op te treden. Tevens bestaan er bestuurlijke instrumenten voor de aanpak, zoals het stopzetten van toeslagen en uitkeringen, het nemen van paspoortmaatregelen en het kunnen bevriezen van financiële tegoeden. Wel bezie ik de mogelijkheid om tijdelijke maatregelen op te leggen als een periodieke meldplicht, contact verboden, medewerking aan her huisvestiging et cetera. Ik acht het creëren van administratieve detentiemogelijkheden op dit moment niet noodzakelijk.
Het ronselen voor de jihad is een misdrijf. Het openbaar ministerie beslist per geval over eventuele vervolging. Bij een onherroepelijke veroordeling wegens een terroristisch misdrijf kan op grond van de rijkswet op het Nederlanderschap het Nederlanderschap worden ingetrokken als sprake is van een dubbele nationaliteit.
Mogelijke fraude bij de productie van de motor van de F-35 |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66), Wassila Hachchi (D66) |
|
Jeanine Hennis-Plasschaert (minister defensie) (VVD) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op het bericht «Jet-engine maker Pratt & Whitney accuses titanium supplier of fraud»?1
Het F-35 Joint Program Office (JPO) heeft Defensie op de hoogte gesteld. Signalen in het kwaliteitscontrolesysteem van motorfabrikant Pratt & Whitney hebben het vermoeden gewekt dat er sprake kan zijn van fraude in de titaniumvoorziening door een onderleverancier. Pratt & Whitney heeft vervolgens het vermoeden gemeld aan de Amerikaanse autoriteiten die een onderzoek hebben ingesteld. Pratt & Whitney heeft zelf ook een onderzoek ingesteld en vervangt de onderdelen die van dat titanium zijn gemaakt.
Kunt u bevestigen dat er in de motor van de F-35 illegaal verkregen titanium uit Rusland is verwerkt?
Ik kan daarover op dit moment geen uitspraken doen omdat de Amerikaanse autoriteiten onderzoek doen. Pratt & Whitney heeft de onderdelen waarin het titanium is verwerkt intussen geïdentificeerd. Deze worden vervangen.
Heeft u reeds contact gezocht met Lockheed Martin en/of met de betrokken Amerikaanse overheidsinstanties om te verifiëren of er wel of niet illegaal verkregen titanium uit Rusland is verwerkt in de motor van de F-35? Zo ja, wat heeft dat opgeleverd? Zo nee, bent u bereid dat alsnog te doen?
Het JPO heeft Defensie geïnformeerd en zal haar van nadere ontwikkelingen op de hoogte houden.
Gezien het feit dat de oorsprong van de onderdelen van de motor van de F-35 ter discussie staat en er melding wordt gemaakt van eventuele fraude, kunt u uitsluiten dat er wordt gefraudeerd in de ontwikkeling, testfase, productie en levering van (onderdelen van) de F-35?
Bij de productie van vliegtuigen zijn altijd kwaliteitscontrolesystemen van kracht die tot doel hebben de veiligheid te waarborgen. Voor de F-35 is dat niet anders. In dit geval heeft het kwaliteitscontrolesysteem van motorfabrikant Pratt & Whitney de mogelijke fraude in de titaniumvoorziening door een onderleverancier aan het licht gebracht. Zolang naar deze zaak nog onderzoek wordt verricht, kan ik niets uitsluiten. Pratt & Whitney neemt de zaak hoog op, maar heeft vastgesteld dat de veiligheid niet in het geding is geweest.
Kunt u uitsluiten dat de veiligheid van de F-35 in het geding komt door het mogelijk gebruik van grondstoffen waarvan zowel de kwaliteit als de oorsprong ter discussie staan?
Zie antwoord vraag 4.
Bent u bereid u er voor in te zetten om te voorkomen dat de F-35 wordt geproduceerd met grondstoffen waarvan de kwaliteit en oorsprong ter discussie staan? Zo ja, welke stappen gaat u ondernemen? Zo nee, waarom niet?
Defensie heeft het belang hiervan reeds bij het JPO aan de orde gesteld. De leveranciers, primair verantwoordelijk, en het JPO tonen die bereidheid eveneens. Dit blijkt uit het onderzoek dat wordt uitgevoerd en ook de vervanging van desbetreffende onderdelen door Pratt & Whitney.
Welke actie gaat u ondernemen om er voor te zorgen dat de productie van de F-35 op legale en veilige wijze zal plaatsvinden?
Zie antwoord vraag 6.
Bent u bereid de Kamer te informeren over de uitkomsten van de rechtszaak tegen A&P Alloys?
Ja, ik zal de Kamer daarover informeren.
Het bericht ‘moslims delen flyers uit voor protest’ |
|
Machiel de Graaf (PVV), Geert Wilders (PVV) |
|
Opstelten (minister justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «moslims delen flyers uit voor protest»?1
Ja.
Deelt u de mening dat de kalifaatwens van Hizb ut Tahrir een wens is om de democratische rechtsstaat omver te werpen? Zo nee, wat is dan uw visie op het door Hizb ut Tahrir gewenste kalifaat op Nederlandse bodem?
Hizb ut Tahrir (HuT) is te typeren als een radicale pan-islamistische beweging. De ideologie van de beweging is antidemocratisch, polariserend en antizionistisch. De HuT roept niet op tot geweld maar kan wel aanzetten tot radicalisering en sociaal-isolationisme. Aanhoudende alertheid is dan ook gerechtvaardigd. Tot op heden is het bereik van en ontvankelijkheid voor het gedachtegoed van de HuT beperkt gebleven. Als de HuT zich schuldig zou (gaan) maken aan strafbare feiten dan worden er maatregelen genomen.
Bent u bereid om alle leden en openlijke sympathisanten van Hizb ut Tahrir met een Nederlands paspoort op te pakken, te denaturaliseren en voorgoed het land uit te zetten? Zo nee, waarom niet?
Er is, gelet op het bovenstaande, geen reden om dergelijke maatregelen te nemen.
De uitzending van Brandpunt over lijkschouwers |
|
Foort van Oosten (VVD), Ard van der Steur (VVD) |
|
Opstelten (minister justitie en veiligheid) (VVD), Ronald Plasterk (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (PvdA) |
|
|
|
|
Kent u de uitzending van Brandpunt over lijkschouwers?1
Ja.
Wat is uw algemene reactie op deze uitzending waarin deskundigen stellen dat honderden misdrijven – waaronder zelfs moorden – over het hoofd worden gezien? In hoeverre herkent u het in de uitzending geschetste beeld?
Ik verwijs naar de antwoorden die ik mede namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heb gegeven op de schriftelijke vragen van de leden Wolbert en Recourt (beiden PvdA)2 naar aanleiding van het bericht dat lijkschouwers misdrijven missen door een gebrekkige opleiding. Daarin is vermeld dat in artikel 5 van de Wet op de lijkbezorging de verplichting is vastgelegd dat uitsluitend artsen die als forensisch arts zijn ingeschreven in een daartoe gehouden register, worden benoemd als gemeentelijk lijkschouwer. Met het oog hierop beheert de beroepsvereniging, het Forensisch Medisch Genootschap (FMG), een register voor forensisch artsen. De als zodanig werkzame forensisch artsen worden daarin geregistreerd als forensisch arts FMG. Dit betreft de artsen die tenminste de 1-jarige basisopleiding forensische geneeskunde hebben gevolgd en daardoor door de beroepsvereniging competent worden geacht om zelfstandig te werken als forensisch arts. Met dit register is de kwaliteit van de forensisch arts geborgd volgens de normen van de beroepsvereniging. Het kabinet beschikt niet over cijfers van het aantal keren dat in een later stadium is gebleken dat aanvankelijk onterecht is uitgegaan van een natuurlijke doodsoorzaak. Bovendien valt niet bij te houden hoe vaak een nooit gedetecteerde onjuiste vaststelling van een doodsoorzaak zich heeft voorgedaan.
In hoeverre bestaan er standaard richtlijnen waarlangs lijkschouwingen hebben plaats te vinden, en worden deze nageleefd?
Er bestaat een richtlijn lijkschouw, welke is opgesteld door de Vakgroep Forensische geneeskunde van GGD NL, het Forensisch Medisch Genootschap (FMG) en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). De richtlijn stelt dat tijdens een lijkschouw zowel bloed als urine moet worden afgenomen en dat een oriënterend toxicologisch onderzoek (sneltest) van urine op veel voorkomende drugs/medicatie dient te worden uitgevoerd. Een lijkschouw is een vorm van maatwerk en soms kan het feitelijke handelen niet in overeenstemming zijn met de richtlijn. Een vereiste is wel dat degene die afwijkt van de richtlijn, de gevolgde werkwijze en de motivatie voor het afwijken registreert. Er is ook ruimte voor lokaal en regionaal maatwerk. In deze gevallen zullen de afwijkende afspraken, als aanvulling op de standaard richtlijnen, in de organisatie moeten worden vastgelegd. Het registeren van afwijkingen is een vereiste in het kader van de HKZ-certificatie (Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector).
Er is geen informatie beschikbaar over de vraag of, en zo ja, hoe vaak wordt afgeweken van de richtlijn.
Hoe verklaart u dat in bedoelde uitzending wordt aangegeven dat in slechts vier van de 26 GGD-regio's standaard bloed en urine wordt afgenomen? In hoeverre vindt standaard toxicologisch onderzoek plaats?
Zie antwoord vraag 3.
Wat vindt u van de opmerking van een geïnterviewde arts dat niet altijd voldoende ervaring bij lijkschouwers aanwezig is om subtiele signalen rondom moord etc. te ontdekken? Indien u dit beeld herkent, welke acties gaat u in dezen ondernemen?
Zie antwoord vraag 2.
Bent u bereid deze vragen van een antwoord te voorzien voorafgaand aan het Algemeen overleg over de uitvoering van de Wet op de Lijkbezorging voorzien op dinsdag 30 september aanstaande?
Beantwoording voorafgaand aan het betreffende algemeen overleg is helaas niet mogelijk gebleken.
Het bericht dat een student is beschoten met een luchtdrukwapen |
|
Nine Kooiman (SP) |
|
Opstelten (minister justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op het bericht dat een student in Zeist met een luchtdrukwapen is beschoten?1
Een dergelijk incident acht ik zeer zorgelijk.
Wordt het aantal schietincidenten met specifiek luchtdrukwapens bijgehouden indien daarvan aangifte wordt gedaan? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kunt u aangeven hoe vaak dergelijke schietincidenten voorkomen?
Er bestaat alleen een landelijk registratiesysteem voor vuurwapenincidenten. De politie heeft mij geïnformeerd dat daarnaast, in het geval van een incident met een luchtdrukwapen, registratie kan plaatsvinden als het gebruik van het luchtdrukwapen specifiek in de aangifte wordt gemeld. Veelal richten aangiftes zich echter op een delict, zoals mishandeling en bedreiging, en niet op het middel waarmee het delict is gepleegd. Momenteel is er geen landelijk overzicht beschikbaar van het aantal incidenten met luchtdrukwapens.
Worden gebruikers en kopers van luchtdrukwapens voorgelicht over de gevaren van luchtdrukwapens? Zo nee, waarom niet en bent u bereid te bekijken hoe er meer aan preventie kan worden gedaan? Zo ja, op welke manier en acht u dat voldoende om dergelijke schietincidenten zo goed als mogelijk te voorkomen?
Hoewel dit niet wettelijk is voorgeschreven lichten veel erkende wapenhandelaren kopers actief in over het aangeschafte luchtdrukwapen. Verdere actieve voorlichting aan gebruikers over luchtdrukwapens geschiedt via schietverenigingen, in het geval zij lid zijn van een schietvereniging. Voor het overige dienen kopers en gebruikers zich op eigen initiatief te informeren over luchtdrukwapens. Van voorlichting aan kopers van luchtdrukwapens gaat tot op zekere hoogte een preventieve werking uit. Het bij een handelaar aangeschafte luchtdrukwapen kan immers – al dan niet legaal – in handen van een andere persoon komen dan de voorgelichte koper.
Deelt u de mening dat het ongewenst is dat zwaardere luchtdrukwapens zonder bewijs van vergunning of registratie bij een schietsportvereniging gekocht kunnen worden, omdat dergelijke wapens net zo gevaarlijk kunnen zijn als vuurwapens?2 Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid passende maatregelen te nemen?
Het is mij bekend dat steeds krachtiger luchtdrukwapens op de markt worden aangeboden. Ik ben voornemens komend jaar onderzoek te laten doen naar de schotkracht van lucht-, veer- en gasdrukwapens.
Ziet u mogelijkheden om luchtdrukwapens die op dit moment onder categorie IV van de Wet Wapens en Munitie vallen en gebruikt worden voor de schietsport en outdoor-disciplines onder bijvoorbeeld categorie III van betreffende wet te brengen? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 4.
De onthulling over steun Turkije aan Al Qaeda |
|
Pieter Omtzigt (CDA) |
|
Frans Timmermans (minister buitenlandse zaken) (PvdA) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van de onthulling van de tot voor kort nog Amerikaanse ambassadeur in Turkije over de steun van de regering Erdogan aan Al Qaeda en andere radicaal-islamitische rebellenbewegingen in Syrië?1
Het kabinet heeft kennisgenomen van de uitspraken van de voormalige Amerikaanse ambassadeur, zoals weergegeven in de pers.
Klopt het dat voormalig ambassadeur Ricciardone stelt dat Turkije openlijk samenwerkte met Al Nusra en andere radicaal-islamitische rebellenbewegingen, zoals Ahrar al-Sham en dat Turkije niet gebogen heeft voor de druk van de VS om deze steun te staken?
De uitspraken zijn op persoonlijke titel gedaan en voor rekening van de heer Ricciardone zelf.
Hoe beoordeelt u deze schokkende onthulling van de heer Ricciardone, die tot eind juni van dit jaar ambassadeur was in Turkije?
Zie antwoord vraag 2.
Bent u naar aanleiding van deze onthulling bereid contact met de heer Ricciardone op te nemen, alsmede met de Amerikaanse regering?
Nee. Zie ook het antwoord op vragen 2 en 3.
Klopt het bovendien dat Turkije zijn luchtruim en grondgebied gesloten houdt voor militaire operaties van de internationale coalitie tegen IS?2 Hoe beoordeelt u deze blokkade?
De Turkse president Erdogan heeft op 23 september jl. in New York kenbaar gemaakt dat Turkije bereid is de coalitie militair of logistiek te steunen.
Klopt het dat Turkije aangegeven heeft in het kader van de bestrijding van IS ook niet bereid te zijn wapens te leveren aan gematigde rebellen, om IS te bestrijden? Hoe beoordeelt u deze houding in relatie tot de voortdurende berichtgeving over leveranties en het doorlaten van grote hoeveelheden wapens door Turkije richting niet-gematigde rebellen in Syrië en Irak?
Nee. Turkije steunt, huisvest en faciliteert delen van de politieke en militaire gematigde Syrische oppositie.
Wat vind u ervan dat Turkije de grenzen heeft opengezet voor stromen jihadisten en wapens richting Syrië en Irak, maar nu het luchtruim en zijn grondgebied sluit voor optreden van de coalitie tegen IS?
De suggestie dat Turkije de grenzen heeft opengezet voor jihadstrijders en wapens richting Syrië en Irak deelt het kabinet niet. Daarnaast heeft president Erdogan gezegd de operaties tegen ISIS te zullen ondersteunen.
In hoeverre werpt deze blokkade logistieke en militair-operationele belemmeringen op voor de strijd tegen IS, die naar verwachting jaren kan gaan duren?
Zie het antwoord op vraag 5.
Heeft u kennisgenomen van de berichtgeving3 dat IS betrekkelijk ongehinderd rekruteert in Turkije, en dat IS-aanhangers openlijk hun zwarte vlaggen uit hun ramen en auto's hangen, zonder dat de Turkse politie er ook maar iets tegen doet?
Ja.
Hoe beoordeelt u de video die gepubliceerd is over een bijeenkomst van jihadisten in Istanbul die in de open lucht oproepen tot steun aan de terreurbeweging IS? Heeft u ook begrip voor de vragen die door de Turkse oppositie gesteld zijn over hoe dit zomaar kan gebeuren zonder dat de autoriteiten ingrijpen?
In algemene zin zij opgemerkt dat er helaas in veel landen, waaronder ook Nederland, bij bepaalde segmenten van de bevolking sympathie bestaat voor de abjecte ideeën van ISIS. Het kabinet verwerpt iedere steun of steunbetuiging aan de deplorabele ideologie en acties van ISIS.
Klopt het dat de Turkse regering alle negatieve berichtgeving over IS verboden heeft? Zo ja, hoe beoordeelt u dat?
Dat is het kabinet niet bekend.
Hoe beoordeelt u de berichtgeving4 over Turkije als «zwarte economie» voor illegale olie-export door IS, met autoriteiten die de andere kant uitkijken omdat ze er zelf van profiteren?
Het kabinet zijn geen aanwijzingen bekend dat de Turkse staat oliesmokkel vanuit Syrië of Irak zou gedogen. Zoals bekend is de grens tussen Turkije enerzijds en Irak/Syrië anderzijds honderden kilometers lang, en loopt deze deels door onherbergzaam terrein. Illegale verkoop van olie vormt een van de bronnen van inkomsten voor ISIS. Schattingen over de waarde ervan lopen uiteen.
Deelt u de schattingen van experts dat IS met olie-export via Turkije tussen de 1 en 2 miljoen dollar per dag verdient, hetgeen een grote inkomstenbron vormt voor de terroristische organisatie?
Zie antwoord vraag 12.
Klopt het dat Turkije tot dusver ongevoelig is gebleken voor druk door de VS om op te treden tegen het smokkelnetwerk van de terreur-olie? Hoe beoordeelt u dit? Bent u bereid de Amerikanen bij te staan in het opvoeren van de druk?
Zie antwoord vraag 12.
Klopt het dat Westerse inlichtingendiensten de trucks met terreur-olie vanuit IS-gebied Turkije in kunnen zien rijden? Is het bombarderen van die trucks inderdaad «een optie»?
Het kabinet kan in het algemeen geen mededelingen doen over inlichtingeninformatie.
Klopt het dat Turkije zelfs de verklaring die op 11 september jl. opgesteld is in Saudi-Arabië om landen in de regio te committeren in de strijd tegen IS, niet ondertekend heeft noch de verklaring van de conferentie van de anti-IS coalitie in Parijs? Waarom niet? Hoe beoordeelt u dit?
Turkije was een van de eerste landen die zich uitsprak voor de internationale bestrijding van ISIS. Ook heeft Turkije ISIS op de lijst van terroristische organisaties geplaatst. Het land ondervindt grote gevolgen van de opkomst van ISIS: alleen al medio september zijn vermoedelijk meer dan 130.000 Syrische Koerden de grens tussen Syrië en Turkije overgestoken, op de vlucht voor het geweld van ISIS in Noord-Syrië. Ook werden 49 medewerkers en familieleden van het Turkse consulaat-generaal in Mosul (Irak) ruim drie maanden gegijzeld door ISIS; deze gijzeling speelde nog ten tijde van de verklaring van Jeddah van 11 september. Kort na het begin van de internationale operaties tegen ISIS kondigde de Turkse president Erdogan aan dat Turkije bereid is de coalitie militair of logistiek te steunen. Evenwel ziet Turkije zich genoodzaakt een enigszins voorzichtige positie in te nemen gezien de humanitaire druk en mogelijke repercussies in eigen land.
Komt Turkije zijn verplichtingen op basis van VN-Veiligheidsraadresoluties om op te treden tegen de terroristische organisatie IS volgens u voldoende na?
Het kabinet heeft geen reden om aan te nemen dat Turkije zijn verplichtingen op basis van VN-Veiligheidsraadresoluties om op te treden tegen ISIS onvoldoende nakomt. Ook uit het feit dat Turkije ISIS op de lijst van terroristische organisaties heeft geplaatst, blijkt dat het de bestrijding van ISIS serieus neemt.
Kunt u een land, een bedrijf of een persoon noemen in de regio van het Midden-Oosten die zaken doet met IS en daarvoor gewaarschuwd of gestraft is?
Op iedere VN-lidstaat rust de plicht de financiering van ISIS tegen te gaan. De openbare VN Al-Qaeda sanctielijst bevat recente voorbeelden van personen tegen wie maatregelen zijn getroffen vanwege hun steun (financieel of anderszins) aan ISIS.
Deelt u de mening dat de onthulde steun aan Al Qaeda, alsmede het onvoldoende optreden tegen IS en de blokkades ten aanzien van de bestrijding van IS, een NAVO-bondgenoot onwaardig zijn?
Het kabinet heeft geen aanwijzingen dat Turkije steun verleent aan jihadistische groeperingen zoals ISIS. Het kabinet is evenmin van mening dat Turkije de strijd tegen ISIS belemmert. Turkije onderschrijft de noodzaak van de bestrijding van ISIS en heeft aangekondigd steun te zullen verlenen aan de strijd van de coalitie tegen ISIS.
Blijft u volhouden dat het kabinet «geen indicaties» heeft voor steun van Turkije aan jihadisten?
Zie antwoord vraag 19.
Deelt u de mening dat deze eerste publiekelijke onthulling van een hoge (voormalige) Amerikaanse diplomaat, een politieke «gamechanger» van jewelste is? Welke consequenties bent u bereid hieraan te verbinden?
Zie het antwoord op vragen 1, 2 en 3.
Deelt u de opvatting dat er sprake is van een crisis binnen de NAVO met lidstaat Turkije? Zo nee, waarom niet?
Nee. De NAVO-bondgenoten zijn eensgezind in hun veroordeling van ISIS. De NAVO heeft in deze crisis overigens geen militair-operationele rol.
Bent u bereid alsnog te pleiten voor onafhankelijk internationaal onderzoek naar de steun van Turkije aan jihadisten in Syrië en Irak, alsmede bovengenoemde kwesties te agenderen in de NAVO en de EU?
Nee, daartoe ziet het kabinet geen noodzaak.
Het wegsturen van een agent in de Schilderswijk |
|
Joram van Klaveren (GrBvK), Louis Bontes (GrBvK) |
|
Opstelten (minister justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Agent Hoefkade weggestuurd»?1
Ja.
Klopt het dat een agent is weggestuurd vanwege stevig optreden, iets dat de politie behoort te doen, zeker in probleemgebieden als de Schilderswijk?
Nee dat klopt niet. De politiemedewerker is niet weggestuurd. Zijn plaats van tewerkstelling wijzigde in het kader van zijn opleidingstraject. Deze wijziging was reeds voorzien voordat het incident plaatsvond en is voor wat betreft de timing in overeenstemming met de betreffende agent uitgevoerd. Het gaat hier niet om een disciplinaire maatregel. Nadat het bericht op de website van de Telegraaf verscheen heeft de politiechef van de eenheid Den Haag hierop dienovereenkomstig gereageerd.
Deelt u de mening dat agenten geen speciale spanningstraining moeten krijgen maar dat wetsovertreders te allen tijde hard aangepakt dienen te worden? Zo nee, waarom niet?
Politiepersoneel dient goed toegerust te zijn op de uitvoering van de politietaak en trainingen dragen hier aan bij. Een belangrijk onderdeel van de politietaak is het handhaven van de rechtsorde. Daartoe wordt voorzien in een passende opleiding en training.
Deelt u de visie dat de politieleiding achter haar personeel dient te staan in plaats van te buigen voor Marokkaanse druk van onder meer een ambassadeur?
Zie antwoord vraag 2.
Kunt u zorgen dat de betreffende agent zo spoedig mogelijk weer terugkeert op zijn plek en er gestopt wordt met dit wanbeleid, waarbij de politie moet wijken voor tuig?
Gelet op de reden van de verandering van zijn werkplek bestaat daartoe geen aanleiding.
De radicale prediker ‘Tarik ibn Ali’ uit België die naar Gouda komt |
|
Peter Oskam (CDA), Gert-Jan Segers (CU), Pieter Omtzigt (CDA) |
|
Opstelten (minister justitie en veiligheid) (VVD), Lodewijk Asscher (viceminister-president , minister sociale zaken en werkgelegenheid) (PvdA) |
|
|
|
|
Heeft u er kennis van genomen dat de imam Tarik Chadlioui, beter bekend als Tarik ibn Ali, binnenkort naar Gouda komt om daar te prediken?1
Ja.
Op wiens uitnodiging komt deze imam naar Gouda?
Op uitnodiging van het Gezamenlijke Moskee Bestuur in Gouda
Bent u bekend met de radicale boodschappen die deze imam verkondigt?2
Ik heb kennis genomen van de boodschappen van deze imam.
Deelt u de opvatting dat voorkomen moet worden dat deze extremistische en verwerpelijke teksten van deze imam verspreid worden in Nederland?
Op dit moment hebben wij geen aanwijzingen dat deze persoon naar Nederland komt om een haatzaaiende of opruiende boodschap te verkondigen. Hij is eerder in Nederland geweest en er zijn toen geen toespraken met haatzaaiende of opruiende boodschap verkondigd. Er zijn afspraken gemaakt tussen het moskeebestuur en de lokale overheid dat er geen haatzaaiende of opruiende uitingen zullen plaatsvinden.
Het is vanuit integratief oogpunt niet wenselijk dat er boodschappen worden verkondigd die in strijd zijn met onze waarden en normen. In het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme van augustus 2014 (Kamerstuk 29 754, nr. 253) wordt o.a. aandacht besteed aan het wegnemen van (de voedingsbodem voor) radicalisering. Tevens kunnen lokale overheden en politie, waar nodig, aanvullende maatregelen nemen om de rust en orde te handhaven. Daarbij kunnen diverse mogelijkheden worden gebruikt om dergelijke predikers te weren, bijvoorbeeld door het stellen van eisen aan de locatie of zichtbare aanwezigheid bij bijeenkomsten al dan niet van politiemensen.
In het geval dat deze persoon zich toch schuldig maakt aan haatzaaien of oproepen tot geweld met in extremistisch kader, zal er strafrechtelijk worden opgetreden.
Gaat u, zoals ook aangekondigd in uw eigen landelijke actieprogramma, deze haatzaaiende imam weren uit Gouda en zo ja, met welke middelen?
Zie antwoord vraag 4.
Kunt u aangeven of er een strafrechtelijk onderzoek naar de uitlatingen van deze imam loopt in België en hierover eventueel contact opnemen met uw Belgische ambtsgenoot?
Ik heb hierover contact gehad met de Belgische autoriteiten. Ik heb op dit moment geen informatie over een strafrechtelijk onderzoek naar deze persoon wegens zijn uitlatingen.
Zijn u meer gevallen van haatzaaiende imams uit het buitenland bekend die op korte termijn naar Nederland dreigen te komen? Zo ja, om welke imams en steden gaat het?
Op dit moment zijn bij mij geen verdere gevallen bekend.
Welke mogelijkheden bestaan er om haatzaaiende imams die beschikken over een paspoort uit een lidstaat van de Europese Unie te weren uit Nederland?
Voor personen met een paspoort uit de Europese Unie geldt binnen het Schengen-gebied vrij verkeer. Voor personen van buiten het Schengen-gebied zowel binnen de Europese Unie als daarbuiten geldt dat het bestaand beleid is om personen die een bedreiging voor de openbare orde en/of de nationale veiligheid vormen geen visum te verlenen. Voor EU-onderdanen geldt, anders dan voor niet-EU-onderdanen, dat toegangsweigering op deze gronden alleen kan plaatsvinden indien er concrete aanwijzingen zijn dat er ernstige strafbare feiten ophanden zijn.
Extra maatregelen tegen autodiefstal |
|
Attje Kuiken (PvdA), Ahmed Marcouch (PvdA) |
|
Melanie Schultz van Haegen (minister infrastructuur en waterstaat) (VVD), Opstelten (minister justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Kent u het bericht «Fouten in wetgeving maakt het makkelijk voor autodieven»?1
Ja.
Klopt het dat er een enorme toename is in het aantal autodiefstallen? Zo ja, kunt u die toename toelichten, aangeven hoe groot de schadepost is en aangeven hoe prominent de rol van Nederland is in de handel in gestolen auto’s?
Nee, dat klopt niet. Het aantal autodiefstallen is het afgelopen halfjaar lager dan in het eerste halfjaar van 2013. Ondanks dat er sprake is van een afname van het aantal autodiefstallen neemt het financiële verlies door deze diefstallen niet af. Dit komt omdat criminelen vooral meer jongere auto’s meenamen.
Kunt u aangeven welke prioriteit de aanpak van autodiefstal heeft ten opzichte van andere vormen van criminaliteit?
Voertuigcriminaliteit is niet een zogenoemde landelijke prioriteit, maar heeft vanzelfsprekend de aandacht van de politie, net als andere veelvoorkomende criminaliteit. Het beleid binnen de politie is er op gericht om de deskundigheid voor zowel de tactische recherche als de forensische opsporing te borgen.
Kunt u aangeven in welke mate de (online) verkoop van diefstalapparatuur zoals sleuteldupliceerders en specialistische inbraakelektronica wordt tegengegaan?
Dergelijke apparatuur wordt niet speciaal ontworpen voor criminele doeleinden maar wordt in sommige gevallen wel als zodanig gebruikt. Deze apparatuur is vrij verkrijgbaar. Het onderscheid tussen geoorloofd en ongeoorloofd gebruik en tussen wel of niet «vakmens uit de autobranche» is op voorhand niet goed te maken. Een verkoopverbod is erg lastig als niet kan worden aangetoond dat er geen enkel ander nut is voor dit soort systemen dan het uitoefenen van criminele activiteiten. Een dergelijke maatregel moet gerechtvaardigd zijn uit een bepaald dwingend belang, maar ook geschikt zijn voor het beoogde doel en proportioneel zijn. Dat voorzie ik ten aanzien van sleuteldupliceerders thans niet.
Hoe staat u tegenover het expliciet strafbaar stellen van verkoop en/of bezit van elektronische inbraakapparatuur en sleuteldupliceerders, waarbij een uitzondering wordt gemaakt voor vakmensen uit de autobranche en handhaving? Deelt u de mening dat zo’n maatregel kan bijdragen aan het verminderen van het aantal autodiefstallen?
Zie antwoord vraag 4.
Hoe staat u tegenover het opheffen van de privacybescherming van de autogegevens vanaf het moment dat een auto is gestolen?
Het signaleren van gestolen auto’s met ANPR-camera’s van de politie is op dit moment al toegestaan, en dat gebeurt ook. Kentekens van gestolen auto’s worden op een referentielijst gezet, en de ANPR-camera’s scannen automatisch of een kenteken wordt gesignaleerd dat op een dergelijke lijst staat. Dat is een zogenoemde «hit» en de betreffende gegevens komen direct beschikbaar voor de opsporing. Hits mogen, indien verzameld in het kader van een lopend onderzoek, gedurende de looptijd van dat onderzoek worden bewaard. Het beeld dat wordt geschetst in het artikel is op dit punt dus onjuist.
Voor deze vorm van signalering is vereist dat het voertuig als gestolen op de lijst staat op het moment van passeren van de camera. Kentekens die langs een ANPR-camera gaan en die niet voorkomen op een referentielijst, worden gezien als een «no-hit». Gegevens over no-hits mogen op dit moment niet worden bewaard voor de opsporing. Er ligt nu (Kamerstukken 33 542) een wetsvoorstel in de Tweede Kamer, dat ertoe strekt dat alle gesignaleerde passagegegevens, dus hits en no-hits, 28 dagen bewaard mogen worden. Dit wetsvoorstel beoogt het mogelijk te maken om bijvoorbeeld bij autodiefstal gedurende maximaal 28 dagen terug te kijken in de passagegegevens. Daarmee kun je, anders dan nu mogelijk is, zien of de gestolen auto tussen het moment van de diefstal en het plaatsen op de referentielijst, ergens gesignaleerd is.
Overigens zijn de bezwaren die zijn geuit tegen het gebruik van ANPR, waar in het artikel naar wordt verwezen, overwegend gericht tegen het bewaren van de no-hits, en niet van de hits.
Ziet u naast de in het artikel genoemde maatregelen nog andere mogelijkheden om autodiefstal en -handel tegen te gaan? Zo ja, welke?
In de Stichting Aanpak Voertuigcriminaliteit (AVc), geven partijen (Verbond van Verzekeraars, RAI, BOVAG, TLN en ARN) en publieke partijen (politie, OM, Dienst Wegverkeer) aansturing aan een constructief meerjarenprogramma voor de aanpak van voertuigcriminaliteit. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie ondersteunt het AVc financieel en de politie detacheert medewerkers.
Deelt u de zienswijze dat hier een overeenkomst bestaat met de al eerder aangekaarte (online) verkoop van opvoermateriaal voor brommers en scooters, waarvan u heeft aangegeven het te willen bestrijden? Kunt u aangeven hoe het daarmee staat?
Ik heb laten onderzoeken of een (nationaal) verkoopverbod voor opvoersets mogelijk is. Aangezien opvoersets ook kunnen worden gebruikt voor voertuigen waarmee niet op de openbare weg wordt gereden is het moeilijk, zo niet ondoenlijk, om een verbod zodanig vorm te geven dat dit niet in strijd is met het Europees recht. Het Hof van Justitie van de EU heeft bij arrest van 18 november 2010 (zaak C-142/09) bepaald dat het algemene verbod in België «op de verkoop of het gebruik van uitrustingen waarmee het vermogen en/of de snelheid van bromfietsen [...] kan worden verhoogd» te ver ging. Het lijkt dus onmogelijk om sleuteldupliceerders of opvoersetjes echt te verbieden, aangezien die instrumenten niet alleen voor illegale, maar ook voor legale doeleinden te gebruiken zijn.
Dat neemt niet weg dat ik graag met de branche en samenwerkingspartners in gesprek ga om te verkennen welke andere mogelijkheden er zijn om dit probleem aan te pakken.
Het bericht ‘Politie omzeilt regels met miljoenenorders: Dure apparatuur op dubieuze wijze besteld' |
|
Peter Oskam (CDA) |
|
Opstelten (minister justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Hebt u kennisgenomen van het bericht: «Politie omzeilt regels met miljoenenorders: Dure apparatuur op dubieuze wijze besteld»?1
Daar heb ik kennis van genomen.
Is het waar dat 10.000 walkietalkies en achthonderd mobilofoons in gebruik bij de politie zo versleten waren dat er acuut gevaar dreigde voor agenten? Zo ja, acht u in een dergelijke situatie een aanbestedingsprocedure conform de geldende regels te zeer tijdrovend?
Door een samenloop van omstandigheden is een nieuwe landelijke aanbesteding voor randapparatuur C2000 te laat op gang gekomen. Naar aanleiding van meldingen in het najaar van 2013 dat in een aantal eenheden knelpunten dreigden te ontstaan in het gebruik van C2000 randapparatuur is door de korpsleiding een inventarisatie uitgevoerd om de genoemde knelpunten en mogelijke oplossingen hiervoor in kaart te brengen. Uit die inventarisatie bleek dat een aantal portofoons en mobilofoons aan reguliere vervanging toe was, aangezien het einde van de financiële of technische levensduur was bereikt. Daarnaast is vastgesteld dat in een aantal eenheden met verouderde C2000 randapparatuur (ouder dan 8 jaar) werd gewerkt. Dit vormde een risico voor de veiligheid van medewerkers en continuïteit van de operatiën.
Er was dus een acute noodzaak om die eenheden van portofoons te voorzien terwijl dat niet meer onder de oude contracten kon. Om die reden is vooruitlopend op een nieuwe aanbesteding tot een aanschaf van 10.000 portofoons en 800 mobilofoons over gegaan. Dit kon door de tijdsdruk niet binnen de reguliere aanbestedingsregels. Bij de uitvoering van dit besluit heeft de politie zoveel mogelijk zorgvuldigheid betracht door meerdere aanbieders in de gelegenheid te stellen te offreren. Uiteindelijk zijn vier leveranciers overgebleven die drie verschillende merken portofoons leveren.
De aanbesteding voor de toekomstige verwerving van C2000 randapparatuur is inmiddels gepubliceerd.
De problematiek bij de brandweer in 2011 was een andere dan die waarmee de politie eind 2013 werd geconfronteerd.
Was u op de hoogte van de bedoelde orders voor communicatieapparatuur?
Ik ben op de hoogte gebracht van het feit dat uit operationele noodzaak de randapparatuur buiten de reguliere aanbestedingsregels moest worden aangeschaft. Daarbij ben ik tevens op hoofdlijnen geïnformeerd over de wijze waarop de politie hier uitvoering aan zou geven.
Het beeld dat de korpsleiding mij een onjuiste voorstelling van zaken geeft gegeven deel ik gezien het bovenstaande niet.
Was u op de hoogte van de procedure die is gevolgd bij de bedoelde orders voor communicatieapparatuur?
Zie antwoord vraag 3.
Is het waar dat de gesignaleerde problemen met walkietalkies en mobilofoons dezelfde zijn die al in 2011 bij de brandweer werden geconstateerd? Zo ja, was de nationale politie op de hoogte van deze problemen?
Zie antwoord vraag 2.
Hoe kan naar uw mening het beeld zijn ontstaan dat de korpsleiding van de nationale politie aan u een onjuiste voorstelling van zaken heeft gegeven?
Zie antwoord vraag 3.
Is het waar dat uit de evaluatie blijkt dat het inkopen van alle voertuigen en het ombouwen ervan door de firma Pon concurrenten niet lijkt te hebben geschaad? Zo ja, hoe wordt dat beoordeeld?
De politie heeft het LAPV-contract op mijn verzoek geëvalueerd. Op deze evaluatie heb ik door de Auditdienst Rijk een audit laten uitvoeren.
In de evaluatie van het LAPV-contract 2010 is ten aanzien van de economische effecten de volgende passage opgenomen: «Voor bedrijven die in het verleden voertuigen leverden kunnen we naar aanleiding van de marktverkenning concluderen dat hun bestaansrecht niet in gevaar komt, omdat de voertuigen niet exclusief ontworpen zijn voor de politie en vanwege het Europees gezien relatief geringe inkoopvolume bij de politie. Dit geldt ook voor motoren. Voor de bedrijven die op- en inbouwwerkzaamheden uitvoerden en/of in dat kader onderdelen leverden, is de vraag moeilijker te beantwoorden. Vanuit de marktverkenning blijkt wel dat voor bedrijven die zich beperken tot de Nederlandse markt dat er naast de politie nog een aanzienlijk aantal alternatieve klanten zijn. Websites geven blijk van een breder assortiment dan alleen de onderdelen die bestemd zijn voor de politie. Op basis hiervan lijkt de conclusie op zijn plaats dat het bestaansrecht ook voor deze bedrijven niet in gevaar komt. Er lijkt geen aanleiding te bestaan om te denken dat in de toekomst geen of onvoldoende concurrerende aanbieders zullen zijn.»
De Auditdienst heeft bij deze conclusie geen opmerkingen geplaatst.
Welke contracten voor aanschaf van materieel ten behoeve van de nationale politie lopen op korte termijn af?
De politie stelt jaarlijks een aanbestedingskalender op waarin alle Europese aanbestedingen die dat jaar worden uitgevoerd zijn opgenomen. Dit betreft aanbestedingen voor nieuwe producten of diensten en aanbestedingen als gevolg van aflopende contracten. De kalender wordt na brede consultatie binnen de organisatie opgesteld en door de korpsleiding vastgesteld. In 2014 wordt een 70-tal aanbestedingen die boven de Europese aanbestedingsgrens liggen uitgevoerd. Indien uw Kamer dat wenst zal ik u hierover uitgebreider informeren.
Welke maatregelen neemt u om ervoor te zorgen dat de aanschaf van materieel geschiedt conform de daarvoor geldende regels, gelet op uw verantwoordelijkheid voor het beheer van de nationale politie?
Door de vorming van de Nationale politie is de politie één van de grootste aanbestedende diensten van Nederland geworden. De inkoop van de politie wordt nu landelijk georganiseerd en veel producten worden landelijk ingekocht. Dat maakt de positie van kleinere leveranciers extra kwetsbaar. Naleving van aanbestedingsregels is dan extra van belang.
Ik ben mij terdege bewust van kwetsbaarheden in de inkoop van de politie. Bij diverse contracten is in het verleden niet rechtmatig ingekocht. Ik betreur dit. Ik heb uw Kamer hierover ook geïnformeerd via het jaarverslag nationale politie. Alle niet rechtmatige contracten zijn geïnventariseerd en worden zo spoedig mogelijk opnieuw aanbesteed.
Voor het overige wijs ik u op mijn brief van 19 september 2014, met als onderwerp Aanbesteding Politievoertuigen.
Euthanasie bij Belgische tbs'ers |
|
Ahmed Marcouch (PvdA) |
|
Fred Teeven (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Kent u de berichten «Belgische tbs'er mag euthanasie plegen omdat hij niet de juiste zorg krijgt»1 en «Inwilliging euthanasievraag tbs’er leidt tot meer verzoeken»?2
Ja.
Op welke wijze wijkt de manier waarop personen die in Nederland tbs in een longstay afdeling ondergaan af van de Belgische manier van omgang met dergelijke personen?
In Nederland behouden tbs-gestelden die op een longstay-afdeling verblijven perspectief op resocialisatie, ook als dat op korte termijn niet aan de orde is. Hiertoe wordt ieder drie jaar een herbeoordeling van de plaatsing uitgevoerd. Deze onafhankelijke toets vormt samen met de zorg in de longstay-tbs en de blijvende aandacht voor een mogelijke terugkeer naar de samenleving een belangrijke garantie om te voorkomen dat de longstay een per definitie onomkeerbaar en daarmee perspectiefloos traject wordt. Deze toets staat naast de tweejaarlijkse verlengingszitting, waarbij de rechter zich uitspreekt over de voortzetting van de tbs-maatregel. Daarnaast komen longstay-gestelden in aanmerking voor begeleid verlof, mits is vastgesteld dat zij een lage beveiligingsbehoefte hebben. Dit verlof heeft als doel de kwaliteit van leven te verhogen.
Weet u of er vanwege een daadwerkelijk gebrek aan een goede behandeling in een op tbs gelijkende setting er in België gedetineerden zijn die euthanasie boven detentie verkiezen? Zo ja, om hoeveel gevallen gaat dat? Zo nee, wilt u via uw Belgische collega deze informatie verkrijgen en met de Kamer delen?
Naast de betreffende persoon ben ik niet bekend met andere Belgische gedetineerden die euthanasie boven detentie verkiezen. Ik zie geen aanleiding dergelijke gegevens op te vragen.
Deelt u de mening dat het binnen het Nederlands tbs-regime onwenselijk is dat tbs'ers door een daadwerkelijk gebrek aan adequate behandeling voor euthanasie zouden moeten kiezen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Ik deel die mening. Humane tenuitvoerlegging van de tbs-maatregel is een fundament van het Nederlandse tbs-stelsel, naast kernbegrippen als maatschappelijke veiligheid en resocialisatie.
Zijn u in Nederland gevallen bekend van gedetineerden of tbs'ers die vanwege een ondraaglijk lijden dat voortkomt uit de wijze waarop zij gedetineerd zijn of behandeld worden, euthanasie wensen? Zo ja, is er op dergelijke gronden al euthanasie verleend en in hoeveel gevallen?
Nee, er zijn mij geen personen bekend die op dergelijke gronden een euthanasieprocedure zijn gestart.
Zijn er vanuit Nederland juridische barrières om Belgische tbs'ers in Nederland in een tbs-kliniek op te nemen? Zo ja, waaruit bestaan die barrières? Waarin verschilt het opnemen van Belgische gevangenen in Nederlandse gevangenissen in juridische zin van het opnemen van Belgische tbs'ers in Nederlandse instellingen?
Een behandeling in Nederland van Belgische geïnterneerden kan alleen met een daaraan ten grondslag liggend verdrag. Het verdrag dat het mogelijk maakt om Belgische veroordeelden in Nederland te detineren, voorziet hier niet in. Dit verdrag sluit zedendelinquenten, geweldplegers en geïnterneerden juist uit van overplaatsing naar Nederland. Andere juridische knelpunten doen zich voor rondom de resocialisatie en de mogelijkheid van het praktiseren van verlof in Nederland. Het Nederlandse verlofstelsel, zoals vastgelegd in beleid, wet- en regelgeving met betrekking tot de tbs-maatregel, voorziet in een uitgebalanceerd stelsel van checks and balances om de veiligheid tijdens het verlof en de resocialisatie te garanderen.
Is er vanuit de Belgische autoriteiten ooit een verzoek tot overname van een Belgische tbs'er gedaan of is daar op een andere wijze contact over geweest? Zo ja, wat was de aard van dat verzoek of contact en wat de Nederlandse reactie daarop?
Door de Belgische autoriteiten is geen verzoek gedaan tot overplaatsing van de betreffende gedetineerde naar Nederland. Wel heb ik met mijn ambtgenoot hierover kort overleg gevoerd.
Acht u het vanuit humanitair oogpunt gepast om daar zelf, desnoods informeel, contact met uw Belgische collega over op te nemen? Zo ja, gaat u dat dan ook doen en op welke termijn? Zo nee, waarom niet?
In samenwerking met Nederlandse deskundigen werkt België momenteel aan een uitbreiding van hun forensisch psychiatrische capaciteit. Mijn Belgische collega is dus bekend met het Nederlandse tbs-systeem en de beschikbare expertise hier te lande. Vanuit de Belgische autoriteiten is geen verzoek gedaan tot uitbreiding van de samenwerking, bijvoorbeeld in de casus van de betreffende geïnterneerde.
Acht u het wenselijk om in Europees verband, bijvoorbeeld in het kader van een JBZ-raad, te peilen in hoeverre er problemen bestaan met het behandelen van tbs'ers in de lidstaten en in hoeverre daar in het kader van Europese justitiële samenwerking verbetering kan worden aangebracht? Zo ja, hoe gaat u dit bewerkstelligen? Zo nee, waarom niet?
Nee, ik zie geen reden om in EU-verband de behandeling van tbs-gestelden aan de orde te stellen. De lidstaten kiezen zelf de wijze waarop zij hun strafrecht en sanctiestelsel vormgeven, inclusief de behandeling van forensisch psychiatrische patiënten. De stelselverantwoordelijkheid ligt in handen van België en haar Ministerie van Justitie. Nederland kan geen verantwoordelijkheid nemen voor uitvoeringsproblemen van in dit geval de Belgische interneringsmaatregel. De lidstaten worden periodiek en eventueel ook ad hoc bezocht door het Europees Comité inzake de voorkoming van folteringen en onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen (CPT) dat de voorzieningen voor o.a. forensische patiënten beoordeelt en daarover aanbevelingen doet als er tekortkomingen zijn geconstateerd. Bij het doorvoeren van verbeteringen kunnen de lidstaten uiteraard de expertise van andere lidstaten of organisaties inroepen.
Hebt u kennisgenomen van het bericht van de Brandweer Haaglanden, dat alle eerstelijns ademluchttoestellen met een snelsluiting («quick connect-aansluiting») vervangen worden door exemplaren met schroefdraadkoppeling?1
Ja.
Is het waar dat het tot drie keer toe is misgegaan met de snelsluiting, te weten tweemaal in een situatie tijdens realistisch oefenen en éénmaal tijdens een operationele inzet?
De veiligheidsregio Haaglanden heeft mij bij navraag laten weten dat drie incidenten hebben plaatsgevonden met de Quick connect-aansluiting van het type 0. Eén incident betrof een oefening, de andere twee een operationele inzet.
Wanneer worden de onderzoeken naar de oorzaken door de firma Dräger en door de Veiligheidsregio Haaglanden afgerond?
De firma Dräger heeft veiligheidsregio’s inmiddels geïnformeerd over de resultaten van nader onderzoek naar aanleiding van het incident in de veiligheidsregio Haaglanden, zo blijkt uit informatie van veiligheidsregio’s. Uit die informatie blijkt ook dat de firma Dräger veiligheidsregio’s heeft aangeboden de Quick Connect koppelingen van het type 0 van het ademluchttoestel PSS5000, waarmee het incident in Haaglanden heeft plaatsgevonden, om te ruilen voor een andere versie.
De veiligheidsregio Haaglanden heeft mij gemeld bezig te zijn met de opdrachtverstrekking voor een nader onderzoek. De regio weet dan ook nog niet wanneer het onderzoek is afgerond.
Welke andere brandweerkorpsen maken gebruik van ademluchttoestellen met een snelsluiting? Wanneer zijn die korpsen gewaarschuwd voor de risico’s met deze toestellen?
Voor de inventarisatie van de veiligheidsregio’s die een QuickConnect koppeling gebruiken, verwijs ik u naar de antwoorden op de vragen van het lid Kooiman (SP), die zij op 4 september heeft ingezonden.
De veiligheidsregio Haaglanden heeft mij bij navraag laten weten dat de regio in de week na het incident met de andere veiligheidsregio’s heeft gecommuniceerd over het incident. De veiligheidsregio heeft mij ook gemeld de informatie uitvoerig te delen met de andere veiligheidsregio’s en het Landelijk Netwerk Materieel en Verwerving van Brandweer Nederland in het bijzonder.
Bent u bereid te bevorderen dat ademluchttoestellen met een snelsluiting worden vervangen door toestellen met een schroefdraadkoppeling, zolang er geen duidelijkheid is over de oorzaken van de problemen?
Het betreft een werkgeversverantwoordelijkheid – in casu van de veiligheidsregio’s – om personeel te voorzien van deugdelijke middelen die het personeel in staat stellen de taken veilig en doeltreffend uit te voeren. De werkgevers maken de afweging welk product zij veilig genoeg achten voor het uitvoeren van de werkzaamheden.
Ontstaat er twijfel over de deugdelijkheid van materieel dan is het essentieel dat de producent/leverancier en de veiligheidsregio’s snel en duidelijk informatie delen en passende maatregelen treffen. Het betreft een verantwoordelijkheid van de producent/leverancier om veilige producten beschikbaar te stellen.
Zoals gemeld in de beantwoording van het lid Kooiman (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2014–2015, nr. 98) doet Sociale Zaken Werkgelegenheid op dit moment onderzoek naar het betreffende product(samenstel) het ademhalingsbeschermingsmiddel en of dit voldoet aan de Warenwet en de van toepassing zijnde Warenwetbesluiten. Dit staat los van de onderzoeksverstrekking van de veiligheidsregio Haaglanden.
Welke maatregelen neemt u om ervoor te zorgen dat de veiligheid van de eigen medewerkers van de brandweer gewaarborgd is?
Zie antwoord vraag 5.
Het bericht dat jihadist Jermaine W. een onderwijsorganisatie leidde |
|
Sadet Karabulut (SP), Ronald van Raak (SP) |
|
Ronald Plasterk (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (PvdA), Lodewijk Asscher (viceminister-president , minister sociale zaken en werkgelegenheid) (PvdA) |
|
|
|
|
Klopt het bericht dat jihadganger Jermaine W. die vorige week met zijn gezin naar de Islamitische Staat (IS) zou zijn vertrokken in Syrië, voorzitter is van een stichting die onderwijs aanbiedt aan kinderen en jongeren, ondanks het feit dat hij door veiligheidsdiensten in de gaten zou worden gehouden? Zo ja, hoe heeft het kunnen gebeuren dat zo iemand een onderwijsorganisatie heeft kunnen oprichten en leiden? Wat heeft de gemeente gedaan, wat heeft de overheid gedaan?1
Het is onaanvaardbaar wanneer kinderen onder het mom van een culturele stichting worden blootgesteld aan personen die een extremistische boodschap uitdragen. In Nederland is ruimte voor verschillende ideologieën, denkbeelden en levensovertuigingen. De vrijheden van de rechtsstaat mogen echter niet worden misbruikt om het voortbestaan ervan tegen te werken.
Deze stichting, die ook onderwijs verzorgt, is een privaat initiatief en wordt niet als onderwijsinstelling erkend door het Rijk. Het onderwijstoezicht door de Inspectie van het Onderwijs is vastgelegd in de Wet op het Onderwijstoezicht. Private initiatieven zoals deze stichting vallen daar niet onder. Dit niet erkende onderwijs is dus niet onderhevig aan inspectie door de onderwijsinspectie. Dat neemt niet weg dat wij zullen ingrijpen wanneer er tekenen zijn van praktijken die niet door de beugel kunnen.
Over onderzoeksgegevens over specifieke personen of organisaties worden in het openbaar geen mededelingen gedaan.
Komt het voor dat haatpredikers of extremisten, die door veiligheidsdiensten in de gaten worden gehouden, de ruimte krijgen om onderwijs voor kinderen te verzorgen? Zo nee, kunt u dit uitsluiten? Zo ja, hoe vaak, waar en op welke wijze vindt controle plaats?
Over onderzoeksgegevens over specifieke personen of organisaties worden in het openbaar geen mededelingen gedaan.
Ontvangen de in het artikel genoemde stichtingen voor taal, cultuur en islamonderwijs in het Gooi subsidies van de overheid, of is hiervan in het verleden sprake geweest? Zo ja, door wie, op welke wijze en welke criteria zijn hierbij gehanteerd? Zo nee, is hiervan sprake in andere gemeenten in Nederland? Klopt het bericht dat waar zij zich formeel zeggen bezig te houden met Arabische les, er in de praktijk sprake is van het leren van de Koran en godsdienstonderwijs waarbij de oprichter zelf de Jihad verheerlijkt?
Ik acht het onwenselijk als er onder het mom van een culturele stichting een extremistische boodschap wordt verkondigd. Het is niet wenselijk dat jongeren afgezonderd van de Nederlandse samenleving opgroeien of op enige wijze worden weggehouden van de bredere samenleving waarin zij zich later moeten kunnen handhaven. In Nederland is ruimte voor verschillende ideologieën, denkbeelden en levensovertuigingen. De vrijheden van de rechtsstaat mogen echter niet worden misbruikt om het voortbestaan ervan tegen te werken.
In het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme van augustus 2014 (Kamerstuk 29 754, nr. 253) wordt o.a. aandacht aan dit onderwerp besteed. Het doel van het actieprogramma is drieledig: beschermen van de democratische rechtsstaat, bestrijden en verzwakken van de jihadistische beweging in Nederland, en het wegnemen van de voedingsbodem voor radicalisering. De modernisering van informeel onderwijs, o.a. het vergroten van transparantie en het verbeteren van het pedagogisch klimaat, is onderdeel van dit actieprogramma.
Financiering van dergelijke stichtingen vanuit het buitenland, ongeacht of er in dit geval sprake van is of niet, is wettelijk niet verboden. Dit voor zover er geen sprake is van financiering van geweldsuitoefening en criminele praktijken zoals terrorisme, ondermijning van de rechtsstaat en verspreiding van «niet-democratische» opvattingen die de sociale stabiliteit onder druk zetten (Kamerstuk 29 614, nr. 35). Het is bestuurlijk gewenst dat stichtingen transparant zijn met betrekking tot hun financiering. Die afweging moet echter door de stichting zelf worden gemaakt.
Het Rijk geeft geen subsidie aan door u genoemde stichtingen. Decentrale overheden hebben een eigen verantwoordelijkheid op dat punt. De gemeente Huizen heeft desgevraagd aangegeven dat de betrokken stichtingen voor zover bekend geen subsidie hebben gekregen van de gemeente. Er is evenmin gebruik gemaakt van (gesubsidieerde) buurthuizen of wijkcentra om lessen te verzorgen.
Financiering vanuit het buitenland is dus wettelijk niet verboden, maar het is wel onwenselijk als dergelijke stichtingen geen transparantie bieden met betrekking tot hun financiën en de door hen geleverde diensten. Middels bovengenoemde maatregel uit het actieprogramma proberen wij de stichtingen te bewegen naar het vergroten van deze transparantie.
Ontvangen de in het artikel genoemde stichtingen (financiële) middelen uit het buitenlands? Zo ja, uit welke landen en hoe? Zo nee, kunt u dit uitsluiten?
Zie antwoord vraag 3.
Deelt u de mening dat de overheid zou moeten bewerkstelligen dat subsidies en ondersteuning aan organisaties die de integratie belemmeren, worden gestopt, buitenlandse financiering wordt onderzocht en de onderwijsinspectie alle onderwijsstichtingen zou moeten controleren? Zo nee, vind u de huidige praktijk prima functioneren?
Zie antwoord vraag 3.
Het gebrek aan betrouwbare gegevens over 'hennepacties' |
|
Marith Volp (PvdA) |
|
Opstelten (minister justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Kent u het bericht: «Politie mist cijfers over hennepacties», de rapportbrief van de Nationale ombudsman aan de korpschef van de nationale politie en het bericht: «Politie mist volgens ombudsman cijfers over hennepacties»?1 2 3
Ja.
Wordt er achteraf getoetst of er bij een binnentreden waarbij geen verboden activiteiten of spullen werden aangetroffen er wel sprake was van een redelijk vermoeden van een strafbaar feit? Zo ja, hoe dan? Zo nee, waarom niet?
Toetsing of de aanwijzingen dat er illegale activiteiten plaatvinden voldoende zijn om een binnentreding te rechtvaardigen vindt voorafgaande aan het binnentreden plaats. Ik verwijs u in dit verband tevens naar het antwoord op vragen 4 t/m 6 van het lid Berndsen-Jansen (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2014–2015, nr. 479, ingezonden 16 september 2014).
Hoe vaak wordt een machtiging tot binnentreden gegeven enkel op basis van een anonieme melding?
Het enkele bestaan van een anonieme melding is zelden (behoudens in zaken van acuut gevaar) de enige grondslag voor een machtiging tot binnentreden. De anonieme melding moet echt voldoende specifiek en gedetailleerd zijn om als enige grondslag voor een machtiging te kunnen gelden. Anonieme meldingen worden dan ook eerst «opgeplust», dat wil zeggen gecombineerd met aanvullende informatie of onderzoek, met behulp van verschillende partners (zoals gemeente, electriciteitsleverancier en RIEC).
Hoeveel klachten ontvangt de politie jaarlijks van burgers of ondernemers die van mening zijn dat de politie onterecht hun woning of bedrijf is binnengevallen of daarbij naar de mening van de klagers buitensporig te werk is gegaan? Hoeveel van die klachten worden gegrond verklaard?
De politie heeft in 2012 en 2013 in totaal 151 klachten over binnentredingen ontvangen, waarbij de aanleiding divers is en dus ook anders dan «vermoeden hennep». Van 36 klachten in 2012 en 2013 is met zekerheid te achterhalen dat deze gaan over een binnentreden in verband met «vermoeden hennep». Daarvan zijn 28 informeel afgedaan tussen klager en de politie, 6 zijn – na behandeling door de klachtencommissie – formeel gegrond verklaard en 2 formeel ongegrond (waarvan 1 door de Nationale ombudsman).
Is het waar dat bij gebrek aan deugdelijk cijfermateriaal niet in kaart gebracht kan worden hoe vaak een inbreuk wordt gemaakt op het huisrecht op basis van enkele aanwijzingen, terwijl bij het binnentreden niets werd aangetroffen dat op een hennepkwekerij duidt? Zo ja, hoe komt dit en hoe kan dit verbeterd worden? Zo nee, wat is er niet waar?
Ik heb geen reden om te vermoeden dat machtigingen tot binnentreden te gemakkelijk worden verleend. Er wordt op basis van de beschikbare informatie altijd een zorgvuldige afweging gemaakt of binnentreden geïndiceerd is of niet. Wel is het goed om beter inzicht te krijgen in het aantal – achteraf beschouwde – onterechte hennepinvallen. Daarom heeft de politie begin september 2014 een aanpassing gemaakt in de Basisvoorziening Handhaving (BVH), zodat met ingang van die datum cijfers kunnen worden gegenereerd over het binnentreden van plaatsen (waaronder woningen) waarbij geen hennepkwekerij is aangetroffen.
Hebt u naar aanleiding van het onderzoek van de Nationale ombudsman reden om te vermoeden dat machtigingen tot binnentreden te gemakkelijk worden verleend? Zo ja, waarom en wat gaat u daaraan doen? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 5.
De bezuinigingen op het reclasseringstoezicht |
|
Nine Kooiman (SP) |
|
Fred Teeven (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Kunt u nader specificeren op welke conclusies van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen1 u het baseert dat de niveaus 1 en 2 reclasseringstoezicht bij zedendelicten en geweldsdelicten vaak standaard is en er meer naar beneden zou moeten gedifferentieerd?2
De door mij aangekondigde neerwaartse bijstelling van het aantal uren dat beschikbaar is binnen het reclasseringstoezicht, is niet enkel gebaseerd op het rapport van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen. Ik ben reeds gedurende een langere periode met de reclasseringsorganisaties in gesprek om te bezien op welke wijze de geprognotiseerde overproductie met zo min mogelijk kwaliteitsverlies binnen het huidige beschikbare financiële kader kan worden opgevangen. Zoals ik ook reeds in mijn brief van 30 juni 2014 heb aangegeven, kan dit in mijn optiek door de toezichtsniveaus 1 en 2 samen te voegen en het aantal beschikbare uren (beperkt) te reduceren. Dit gelet op het volgende.
Het huidige reclasseringstoezicht gaat uit van in intensiteit verschillende toezichtsvarianten. De onder toezicht gestelde verdachte of veroordeelde wordt al dan niet op basis van een reclasseringsadvies ingeschaald in risiconiveau 1 (laag), 2 (gemiddeld) of 3 (hoog). Ieder niveau kent zijn eigen deels gestandaardiseerde vorm van toezicht en voor elk niveau is het aantal beschikbare uren en de hierbij behorende prijs vastgesteld.
Juist het feit dat voor elk niveau een prijs is vastgesteld, betekent in mijn ogen dat er voor de reclasseringsmedewerker minder ruimte is om maatwerk te leveren dan in de situatie waarin de toezichtniveaus 1 en 2 (financieel) worden samengevoegd. Dit betekent namelijk dat er dan per toezicht (niveau 1/2) jaarlijks een vast aantal uren beschikbaar is. De reclasseringswerker kan vervolgens, gebruik makend van zowel gestructureerde risicotaxatie-instrumenten als van zijn kennis en expertise, inschatten hoeveel uren voor een desbetreffende cliënt daadwerkelijk benodigd is. Door in die gevallen waar het kan relatief weinig middelen in te zetten, wordt het mogelijk bij hogere risiconiveaus intensiever te controleren en behandelmethodes toe te passen.
Zoals ik ook tijdens de behandeling van het wetsvoorstel Langdurig toezicht heb aangegeven, vind ik voor de differentiatiegedachte op zich steun in het rapport van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen. Hierin staat onder andere vermeld dat volgens de internationaal geaccepteerde Risk Needs and Responsivity principes de intensiteit van een behandeling afgestemd moet zijn op het risiconiveau van de pleger. Hoog-risico plegers krijgen een intensieve (vaak klinische) behandeling, midden-risico plegers doorgaans ambulante behandeling, en laag-risico plegers geen of een zeer lichte behandeling. Volgens het rapport van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen is dit in Nederland nog niet de praktijk. Daardoor vindt volgens de rapporteur zowel onder- als overbehandeling van plegers van seksueel geweld tegen kinderen plaats, en vaker overbehandeling. Onderbehandeling draagt een evident risico met zich mee: het recidivegevaar blijft te hoog. Overbehandeling dient echter ook vermeden te worden, omdat het intensief of in gemengde groepen behandelen van laag-risicoplegers juist het recidivegevaar kan verhogen. Alhoewel ik besef dat het onderzoek slechts gaat over een beperkt gedeelte van de reclasseringspopulatie, heeft het mij wel gesterkt in mijn overtuiging dat het goed is om de reclasseringswerker de mogelijkheid te bieden om meer maatwerk te kunnen leveren.
Met betrekking tot de vraag wat dit betekent voor het nieuwe beleid rond de overvallersaanpak (de High Impact Crime) waarbij de reclassering alle overvallers standaard naar niveau 3 brengt, het volgende. In 2012 is formeel gestart met verscherpt toezicht op overvallers. Het verscherpt toezicht houdt in dat alle vrijkomende overvallers in het hoogste toezichtsniveau worden ingedeeld en er in beginsel altijd elektronisch toezicht wordt ingezet. Ten behoeve van deze aanpak is het financiële kader van de reclasseringsorganisaties tijdelijk opgehoogd.
Van de voor de voornoemde verscherping van het toezicht op de overvallers beschikbare € 3 miljoen is twee miljoen bestemd voor de verscherping van het toezicht zelf door 3RO (dit betreft het verschil tussen de kosten van niveau 2 en niveau 3) en 1 miljoen om de juiste randvoorwaarden in de keten te realiseren. Deze aanpak lijkt inmiddels voor deze specifieke groep zijn vruchten af te werpen. Derhalve zal het beleid inzake de overvallersaanpak (inclusief plaatsing in niveau 3) handhaafd blijven.
Waarop baseert u uw opmerking dat moet worden bekeken of er meer gedifferentieerd kan worden in de niveaus 1 en 2, en of niet alles standaard naar niveau 3 moet? Hoe rijmt u deze ambitie met bijvoorbeeld het nieuwe beleid rond de overvallersaanpak (de High Impact Crime) waarbij de reclassering alle overvallers standaard naar niveau 3 moet brengen?
Zie antwoord vraag 1.
Deelt u de mening dat het betreffende rapport zich alleen richt op de aanpak van seksueel geweld bij minderjarige daders, zich bovendien niet richt op geweldsmisdrijven en u het terugdringen van de contacturen op niveau 1 en 2 derhalve baseert op een rapport dat slechts ziet op 0,006% van het aantal reclasseringsadviezen? Zo nee, waarom niet en waar baseert u dat op?
Zie antwoord vraag 1.
Erkent u dat een onderzoek dat slechts gaat over 0,006% van de reclasseringsadviezen onvoldoende basis biedt om te concluderen dat de drie reclasseringsorganisaties (3RO) het bij alle adviezen van niveau 1 en 2, wat neerkomt op 92% van het toezicht, moet doen met minder contacturen en dat betreffend rapport derhalve niet representatief is voor de gehele toezichtpopulatie? Zo nee, waarom niet en kunt u uw antwoord uitgebreid toelichten?
Zie antwoord vraag 1.
Heeft u de 3RO geconsulteerd over het betreffende rapport van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen? Zo nee, waarom niet en gaat u dat alsnog doen? Zo ja, wat zeggen zij over uw interpretatie van de bevindingen als het gaat om advisering van niveau 1 en 2? Kunt u uw antwoord uitgebreid toelichten?
Ja, in de kaderbrief 2015 die eind juli 2014 is verzonden, heb ik de reclasseringsorganisaties uitgenodigd om in hun jaarplannen voor 2015 hun visie te geven op de door mij voorgestelde bezuinigingsmaatregelen en eventueel ook met alternatieven voor de invulling van de bezuiniging te komen.
De betrokkenheid van jihadisten bij onderwijsorganisaties |
|
Keklik Yücel (PvdA), Ahmed Marcouch (PvdA) |
|
Lodewijk Asscher (viceminister-president , minister sociale zaken en werkgelegenheid) (PvdA), Opstelten (minister justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het bericht «Jihadist Jermaine W. leidde een onderwijsorganisatie»?1
Ja.
Wat is uw reactie op dit bericht? Kunt u ingaan op de in het artikel genoemde bevindingen van het dagblad de NRC over de stichting Educatief Instituut Arabische Taal en Cultuur?
Eenieder heeft in Nederland recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst. En dit geldt ook voor het volgen van lessen over de Arabische taal en cultuur, leren over de Koran en vergroten van kennis over de Islam.
Ik acht het echter zeer onwenselijk als er onder het mom van een culturele stichting een extremistische boodschap wordt verkondigd. Het is niet wenselijk dat jongeren afgezonderd van de Nederlandse samenleving opgroeien of op enige wijze worden weggehouden van de bredere samenleving waarin zij zich later moeten kunnen handhaven. In Nederland is ruimte voor verschillende ideologieën, denkbeelden en levensovertuigingen. De vrijheden van de rechtsstaat mogen echter niet worden misbruikt om het voortbestaan ervan tegen te werken.
Over onderzoeksgegevens over specifieke personen of organisaties worden in het openbaar geen mededelingen gedaan.
Wat is de verklaring voor het feit dat een voormalig lid van de Hofstadgroep nadrukkelijk betrokken kan zijn bij een organisatie die religieonderwijs geeft aan kinderen, zonder dat de overheid daar kennis van heeft en ingrijpt?
Het is onaanvaardbaar wanneer kinderen worden blootgesteld aan personen die een extremistische boodschap uitdragen.
Deze stichting, die ook onderwijs verzorgt, is een privaat initiatief en wordt niet als onderwijsinstelling erkend door het Rijk. Het onderwijstoezicht door de Inspectie van het Onderwijs is vastgelegd in de Wet op het Onderwijstoezicht. Private initiatieven zoals deze stichting vallen daar niet onder. Dit niet erkende onderwijs is dus niet onderhevig aan inspectie door de onderwijsinspectie. Dat neemt niet weg dat wij zullen ingrijpen wanneer er tekenen zijn van praktijken die niet door de beugel kunnen.
Over onderzoeksgegevens over specifieke personen of organisaties worden in het openbaar geen mededelingen gedaan.
Klopt het dat er in het Gooi meerdere onderwijsorganisaties zijn waarbij mensen met jihadistische sympathieën zijn betrokken? Zo ja, welke? Hoe typeert u deze organisaties? Bent u bereid zo snel mogelijk uitgebreid onderzoek te doen naar het bestaan, het functioneren en het pedagogische klimaat van deze organisaties?
In het openbaar kunnen geen mededelingen worden gedaan over operationele aangelegenheden.
In het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme van augustus 2014 (Kamerstuk 29 754, nr. 253) wordt o.a. aandacht aan het functioneren en pedagogisch klimaat van door u genoemde stichtingen besteed. Het doel van het actieprogramma is drieledig: beschermen van de democratische rechtsstaat, bestrijden en verzwakken van de jihadistische beweging in Nederland, en het wegnemen van de voedingsbodem voor radicalisering. De modernisering van informeel onderwijs, o.a. het vergroten van transparantie en het verbeteren van het pedagogisch klimaat, is onderdeel van dit actieprogramma. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zal hierover in gesprek gaan met mensen uit de islamitische gemeenschappen.
In welke mate zijn deze organisaties en hun activiteiten bekend bij de Nederlandse lokale en landelijke overheid en mogelijk bij uw veiligheidsdiensten?
Over onderzoeksgegevens over specifieke personen of organisaties worden in het openbaar geen mededelingen gedaan.
Zijn er aanwijzingen dat deze onderwijsorganisaties mede worden gebruikt om moslims te enthousiasmeren, te werven en klaar te stomen voor de jihadistische strijd? Zo ja, welke? Waarom is niet ingegrepen tegen bijvoorbeeld de oprichter van de organisatie in het Gooi, een bekende radicale prediker?
Zie antwoord vraag 5.
Op welke wijze worden de ouders van de kinderen die les volgen aan deze onderwijsorganisaties actief geïnformeerd over de praktijken die er gaande zijn? Wat is er bekend over de motieven van de ouders die hun kinderen via deze organisaties Koranlessen laten volgen?
Ouders zijn zelf verantwoordelijk voor het informeren naar de inhoud van de lessen van de stichting. Motieven voor ouders om hun kind(eren) koranlessen te laten volgen zijn onder andere het leren van de Arabische taal en cultuur en het verdiepen in de religie door het leren over en lezen van de Koran.
Welke vergelijkbare onderwijsorganisaties zijn er naast die in het Gooi ook elders in Nederland aanwezig?
Zie antwoord vraag 5.
Welke gegevens heeft u over de financiering van deze onderwijsorganisaties? Vindt deze financiering deels vanuit het buitenland plaats? Vindt deze financiering ook deels middels lokale of landelijke subsidies plaats, zoals cultuur- of onderwijssubsidies? Zo ja, waar en met welke omvang?
Het Rijk geeft geen subsidie aan de door u genoemde stichtingen. Decentrale overheden hebben een eigen verantwoordelijkheid op dat punt. De gemeente Huizen heeft desgevraagd aangegeven dat de betrokken stichtingen voor zover bekend geen subsidie hebben gekregen van de gemeente. De stichting heeft evenmin gebruik gemaakt van (gesubsidieerde) buurthuizen of wijkcentra om hun lessen te verzorgen. Financiering van dergelijke stichtingen vanuit het buitenland is wettelijk niet verboden (Kamerstuk 29 614, nr. 35). Voor zover bekend heeft er geen financiering plaatsgevonden uit het buitenland. In het algemeen is het bestuurlijk gewenst om transparant te zijn in de financiering van stichtingen. Die afweging moet echter door de stichting zelf worden gemaakt.
Deelt u de mening dat de onderwijsorganisaties die een radicaal islamitische en wellicht zelfs jihadistische grondslag hebben zo snel mogelijk moeten worden ontmaskerd? Zo ja, welke maatregelen neemt u daartoe? Bent u bereid te onderzoeken of voortaan een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) vereist kan worden voor het werken in deze organisaties?
Met de VOG wordt het justitiële verleden van de aanvrager beoordeeld in relatie tot de functie waarvoor de VOG wordt aangevraagd. Reguliere (erkende) onderwijsinstellingen kennen een VOG-verplichting voor alle medewerkers, leraren en directeuren. door u genoemde stichtingen zijn echter geen erkende onderwijsinstellingen. Voor zowel door de overheid erkende als niet-erkende organisaties geldt echter dat de overheid zal optreden wanneer de wet door hen wordt overtreden.
Op welke wijze kunt u ingrijpen in stichtingen en organisaties die onder het mom van onderwijs en cultuur de jihad in Nederland bevorderen? Deelt u de mening dat deze organisaties het bestaan onmogelijk gemaakt moet worden? Hoe gaat u dat doen?
Als een particuliere stichting of organisatie onder het mom van onderwijs over Arabische cultuur en de islam de wet overtreedt zal de overheid strafrechtelijk ingrijpen.
Ik acht het onwenselijk als jongeren afgezonderd van de Nederlandse samenleving opgroeien of op enige wijze worden weerhouden van deelname aan de samenleving waarin zij zich later moeten kunnen handhaven. Een van de maatregelen uit het actieprogramma jihadisme die hier goed bij aansluit is de modernisering van informeel onderwijs, het vergroten van de transparantie en het verbeteren van het pedagogisch klimaat t.b.v. het wegnemen van de voedingsbodem voor radicalisering.
Op welke wijze gaat u garanderen dat deze organisaties nooit door de overheid gesubsidieerd worden?
Het is bestuurlijk gewenst dat stichtingen transparant zijn met betrekking tot hun financiering. Die afweging moet echter door de stichting zelf worden gemaakt.
Het Rijk geeft geen subsidie aan door u genoemde stichtingen. Decentrale overheden hebben een eigen verantwoordelijkheid op dat punt. De gemeente Huizen heeft desgevraagd aangegeven dat de betrokken stichtingen voor zover bekend geen subsidie hebben gekregen van de gemeente. Er is evenmin gebruik gemaakt van (gesubsidieerde) buurthuizen of wijkcentra om lessen te verzorgen.
Het bericht dat de politie geen betrouwbare cijfers heeft over hennepacties waarbij geen kwekerij wordt aangetroffen |
|
Nine Kooiman (SP), Michiel van Nispen (SP) |
|
Opstelten (minister justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op het bericht dat de politie geen betrouwbare cijfers heeft over hennepacties waarbij geen kwekerij wordt aangetroffen?1
Deelt u de mening van de Nationale ombudsman dat deze informatie wel van belang is omdat nu niet duidelijk wordt hoe vaak burgers die niets te maken hebben met een hennepkwekerij worden geconfronteerd met het binnentreden van de politie?2
Is het mogelijk de registratiesystemen van de politie, zoals de Basisvoorziening Handhaving (BVH) en/of de hennepmonitor, zo aan te passen dat betrouwbare cijfers gemakkelijk zijn aan te leveren? Zo ja, heeft u het voornemen deze aan te passen? Zo nee, waarom niet?
Hoe reageert u op de conclusie van de Nationale ombudsman dat de nazorg na binnentreden waarbij geen hennepkwekerij wordt aangetroffen in sommige situaties minimaal is? Deelt u de mening dat een persoonlijke toelichting in zulke gevallen noodzakelijk is?
Ik onderschrijf de opvatting van de Nationale ombudsman dat in gevallen waarbij tijdens een inval geen hennepkwekerij wordt aangetroffen een goede, persoonlijke toelichting moet worden gegeven aan de bewoners op de achtergronden van het binnentreden. Indien in de woning of het pand ten tijde van het binnentreden geen rechthebbende aanwezig was, dient de persoonlijke toelichting onverwijld te volgen.
Wat vindt u van de conclusie van de Nationale ombudsman dat het voor mensen niet altijd eenvoudig is om schade aan de woning vergoed te krijgen en dat het uitkeren van geleden schade bepaald geen automatisme is? Deelt u de mening dat de schade ruimhartig en op eigen initiatief van de politie vergoed moet worden? (http://www.nationaleombudsman-nieuws.nl/sites/default/files/rapportbrief_hennep_definitief_laatste_versie_cr.pdf)
In de gevallen dat er geen hennepkwekerij of een daaraan gerelateerde strafbare situatie na binnentreding wordt aangetroffen en waarbij de politie schade heeft veroorzaakt die in redelijkheid niet voor rekening van de benadeelde dient te komen, dient de politie deze schade correct af te wikkelen. In opdracht van en ten laste van de politie dient eventuele schade zo spoedig mogelijk hersteld te worden. De politie werkt op dit moment aan een landelijke procedure voor de schadeafhandeling, waaronder ook dit soort schadesituaties.
Het toenemende aantal drugslabs in seniorenflats |
|
Magda Berndsen (D66) |
|
Opstelten (minister justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel: «Steeds meer drugslabs ontdekt in seniorenflats»?1
Ja.
Hoe verklaart u dat, ondanks alle inspanningen tegen illegale wietteelt, de komende twee jaar een toename wordt verwacht van het aantal plekken waar hennep wordt gekweekt?
In het bericht van Metro staat dat de heer Van Werkhoven, teamleider brandonderzoek van de brandweer Rotterdam-Rijnmond, er ernstig rekening mee houdt dat er de komende twee jaar een flinke toename zal zijn van het aantal plekken waar hennep wordt gekweekt, cocaïne wordt gewassen en XTC wordt gemaakt. Waarop deze verwachting is gebaseerd wordt echter uit het bericht niet duidelijk.
In het afgelopen jaar zijn er meer hennepkwekerijen geruimd dan het jaar ervoor. Ook is er een stijging te zien in het aantal aangetroffen productieplaatsen van synthetische drugs. Of dit ook iets zegt over een (toekomstige) stijging van drugsproductie en -verwerking valt moeilijk te zeggen. Er bestaat geen volledig beeld van de omvang van (drugs)criminaliteit en deze hogere registratiecijfers kunnen ook het gevolg zijn van de prioritering van de bestrijding van drugscriminaliteit en de daarbij behorende vergrootte opsporings- en handhavingsinspanningen. Ik verwacht dat de recent aan uw Kamer gemelde intensivering van de aanpak van de ondermijnende en georganiseerde (drugs)criminaliteit in Zuid-Nederland zijn gevolgen zal hebben. Bij deze intensivering wordt met name ingezet op «korte klappen»: direct en zichtbaar reageren op signalen van georganiseerde misdaad. De focus ligt hierbij op de aanpak van hennep en synthetische drugs, waarbij het verstoren van het productieproces een heel belangrijk onderdeel is.
Waarom is er ook, ondanks uw beleid, een toename van het aantal plekken waar cocaïne wordt gewassen en XTC wordt gemaakt?
Zie antwoord vraag 2.
Wat zijn de brandgevaren en andere gezondheidsrisico’s van de verschuiving van de locatie waar drugs worden geproduceerd en verwerkt?
Een landelijke verschuiving van locaties waar drugs worden geproduceerd en/of verwerkt naar seniorenflats is mij vooralsnog niet bekend.
Hennepkwekerijen en drugslabs in woonwijken leveren gevaar op, zowel vanwege brandgevaar als vanwege de gebruikte chemicaliën. Daarom wordt hier stevig op ingezet en kan er, zeker indien sprake is van direct gevaar, meteen ingegrepen worden.
Wat is de link tussen uw repressieve beleid en de uitbreiding van illegale drugslabs en kwekerijen van de zuidelijke provincies naar de rest van Nederland?
Zie antwoord vraag 2.
Hoeveel regio’s naast Brandweer Rotterdam-Rijnmond hebben te maken met incidenten die veroorzaakt worden door het produceren of verwerken van drugs in bejaardentehuizen en seniorenflats? Hoeveel incidenten zijn er de afgelopen drie jaar geweest? Kunt u dit per jaar uiteenzetten?
Graag verwijs ik naar de antwoorden op de vragen van het lid Berndsen-Jansen (D66) van uw Kamer over de verdubbeling van het aantal brandslachtoffers (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 2002). Daarin wordt ingegaan op de uitkomst van een onderzoek van het Instituut Fysieke Veiligheid waaruit zou blijken dat het aantal doden door brand zou zijn verdubbeld in het eerste kwartaal van 2014. De uitkomsten van dit onderzoek dienen genuanceerd te worden. Zo betreft het hier een ruwe telling en analyse van de cijfers over 2014 moet nog plaatsvinden. Ook zijn in deze telling alle slachtoffers van brand in gebouwen meegenomen, terwijl bij de definitieve cijfers over 2014 de slachtoffers van bijvoorbeeld brandstichting en zelfdoding niet worden meegenomen. Het definitieve cijfer kan daarom lager uitvallen. Doordat een analyse nog niet heeft plaatsgevonden, is er geen informatie over de oorzaken van de branden beschikbaar.
De jaarlijkse Brandweerstatistiek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) biedt wel inzicht in het totaal aantal branden per jaar. Uit een analyse van de CBS-Brandweerstatistieken van 2002 tot en met 2012 blijkt dat het totaal aantal branden per jaar fluctueert, evenals het aantal doden per brand (tussen de 0,12% en 0,21%). Momenteel zijn nog geen cijfers met betrekking tot het aantal branden en doden beschikbaar over 2013. Die cijfers worden opgenomen in de CBS-Brandweerstatistiek 2013 die in het najaar van 2014 zal verschijnen.
Hoe garandeert u de veiligheid van senioren, die vaak moeilijk ter been zijn, als illegale hennepkwekerijen vaak te vinden zijn in woningen, hetgeen gepaard gaat met brandgevaar?
Met mijn financiële steun wordt voorlichting aan burgers gegeven om het (brand)veiligheidsbewustzijn te vergroten, in het bijzonder aan de doelgroep thuiswonende senioren. Dit vindt plaats vanuit het project Brandveilig Leven van Brandweer Nederland en in de vorm van de jaarlijkse campagne Nationale Brandpreventieweken van de Nederlandse Brandwonden Stichting. Met betrekking tot de verschillende maatregelen en activiteiten op het gebied van algemene brandpreventie verwijs ik u naar de hiervoor genoemde antwoorden op de eerdere vragen van het lid Berndsen-Jansen.
Met betrekking tot voorlichting over hennepkwekerijen wijs ik graag op de campagne van Meld Misdaad Anoniem die burgers voorlicht over hoe een hennepkwekerij te herkennen is.2 Daarnaast zijn in het verleden in gemeentes als Rotterdam, Den Haag, en meer recentelijk Helmond en Tilburg, zogenaamde «geurkraskaarten» verspreid onder inwoners de geur van een hennepkwekerij te kunnen laten herkennen.
Ondanks alle bovenstaande activiteiten en voorlichting is het geven van garanties omtrent veiligheid niet mogelijk.
Hoeveel incidenten van brandgevaar, wateroverlast en verloedering hebben zich de afgelopen drie jaar voorgedaan als gevolg van illegale drugspraktijken in woningen? Kunt u dit per jaar aangeven?
Zie antwoord vraag 6.
Kunt u een schatting geven van het aantal illegale drugslocaties in woongebieden?
De locatie waar drugs worden geproduceerd en/of verwerkt wordt niet apart geregistreerd. Hierin valt daarom geen inzicht te geven.
Wat zijn de volksgezondheid- en de leefbaarheidrisico’s van illegale drugslocaties voor de omringende bewoners?
Zie antwoord vraag 4.
Is het waar dat één op de vier branden in binnensteden door illegale hennepteelt wordt veroorzaakt? Zo nee, wat zijn de juiste cijfers?
Zie antwoord vraag 6.
Is het waar dat het aantal doden bij brand het afgelopen jaar is verdubbeld? Wat is de relatie van deze verdubbeling met de illegale drugspraktijken in woningen?
Zie antwoord vraag 6.
Kan inzicht worden gegeven in de schade door branden die te maken hebben met wietteelt?
Het Verbond van Verzekeraars heeft gemeld dat in de nieuwe indeling van schadeoorzaken brandverzekeringen die respectievelijk in de zomer van 2012 (particulieren) en de zomer van 2013 (zakelijk) is geïntroduceerd, «hennep» apart is opgenomen. De invoering van die verandering in de systemen kost echter tijd en cijfermatige gegevens zijn nog niet beschikbaar.
Wat zijn de totale maatschappelijk kosten door illegale productie of verwerking van drugs?
Het is niet mogelijk om de totale maatschappelijke kosten door illegale productie of verwerking van drugs te berekenen. Specifiek voor de Landelijke Faciliteit Ondersteuning en Ontmantelen wordt vanuit mijn ministerie jaarlijks een bedrag van € 520.000,– in de algemene bijdrage voor de politie gereserveerd. Inmiddels heeft de politie aangegeven dat de kosten voor de LFO voor 2014 zijn geprognosticeerd op ten minste € 832.000,–. Gezien het feit dat de capaciteit van de LFO in 2014 is verdubbeld (van 4 naar 8 LFO-coördinatoren) betekent dit dat deze kosten verder zullen stijgen en worden geprognosticeerd op € 1.223.000,–.
De zorgen van de Ombudsman over onterechte invallen in woningen bij het opsporen van hennepkwekerijen |
|
Magda Berndsen (D66) |
|
Opstelten (minister justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel: «Ombudsman: Politie mist cijfers over hennepacties»?1
Ja.
Hoe vaak is de afgelopen drie jaar binnengetreden in woningen door de politie? Hoe vaak waren deze binnentredingen hennepgerelateerd?
Het binnentreden in woningen is dagelijks werk voor de politie, of het nu gaat om mensenhandel, huiselijk geweld, hennepgerelateerde zaken of andere criminaliteitsvormen. Aan binnentredingen in woningen waar een hennepplantage wordt vermoed gaat altijd een proces vooraf waarbij de politie met behulp van informatie van verschillende partners (zoals gemeente, electriciteitsleverancier en RIEC) zorgvuldig bekijkt of de verdenking voldoende gegrond is. De (hulp)officier van justitie bepaalt vervolgens of binnentreden inderdaad geïndiceerd is.
Binnentredingen als zodanig worden niet geregistreerd. Naar aanleiding van een rapportbrief van de Nationale ombudsman over hennepinvallen heeft de politie begin september 2014 een aanpassing gemaakt in de Basisvoorziening Handhaving (BVH), zodat met ingang van die datum cijfers kunnen worden gegenereerd over het binnentreden van plaatsen (waaronder woningen) waarbij geen hennepkwekerij is aangetroffen. Door deze registratie ontstaat een beter inzicht in de aard en omvang van onterechte hennepinvallen en kan, indien daar aanleiding toe is, op basis hiervan de werkwijze worden aangepast
Hoe vaak komt het voor dat, ondanks positieve warmtemetingen, geen hennepkwekerij worden aangetroffen?
Ik verwijs naar het antwoord op vraag 2. Overigens is een warmtemeting slechts een van de indicatoren om het vermoeden voor de aanwezigheid van een hennepkwekerij op te baseren.
Hoe verklaart u de onterechte invallen in woningen bij hennepacties?
Een hennepinval in een woning maakt inbreuk op het huisrecht en de persoonlijke levenssfeer van de bewoners en kan, zeker als blijkt dat in de woning geen hennepplantage was, aanleiding geven tot vragen en onrust. Juist vanwege deze impact op de bewoners wordt altijd zorgvuldig bekeken of de verdenking van dien aard is dat een inval geïndiceerd is. Ik verwijs ook naar mijn antwoord op vraag 2. Het is niet altijd te voorkomen dat de informatie waarop de verdenking en het binnentreden was gebaseerd achteraf onjuist, multi-interpretabel of verouderd blijkt te zijn.
Voor gevallen waarbij tijdens een inval geen hennepkwekerij wordt aangetroffen bepaalt de Algemene wet op het binnentreden dat een goede, persoonlijke toelichting moet worden gegeven aan de bewoners op de achtergronden van het binnentreden. Indien in de woning of het pand ten tijde van het binnentreden geen rechthebbende aanwezig was, dient de persoonlijke toelichting onverwijld te volgen.
Wat is de impact op burgers van onterechte invallen?
Zie antwoord vraag 4.
Hoe verklaart u de onterechte inbreuk op het huisrecht en de privacy van deze mensen?
Zie antwoord vraag 4.
Hoe verklaart u het toenemende aantal klachten van burgers bij de Nationale ombudsman door het binnentreden van de politie op zoek naar hennepkwekerijen?
Naar de oorzaken van het toenemende aantal klachten heb ik geen onderzoek gedaan, maar het ligt voor de hand om een verband te leggen met de grotere intensiteit waarmee de politie hennepkwekerijen is gaan opsporen.
Hoeveel politiecapaciteit is ingezet voor deze acties?
Gemiddeld wordt de strafrechtelijke ontmanteling van een hennepkwekerij door twee tot vier politiemedewerkers uitgevoerd. In 2013 zijn door de politie 5962 hennepkwekerijen strafrechtelijk onderzocht en afgehandeld. Er zijn geen gemiddelde afhandeltijden bekend.
Hoeveel geld is uitgegeven aan deze acties? Hoeveel geld is besteed aan het vergoeden van schade door onterechte invallen?
Het opsporen van hennepkwekerijen en de politiecapaciteit die hiermee gemoeid is valt onder het algemene politiebudget en kan niet worden uitgesplitst. Jaarlijks is door de politie 3,2 miljoen euro begroot voor het strafrechtelijk ontmantelen en vernietigen van hennepkwekerijen door de Dienst Domeinen Roerende Zaken. Schadevergoedingsbedragen in geval van onterechte invallen bij het opsporen van hennepkwekerijen worden niet apart geadministreerd en zijn derhalve niet bekend.