| Ingediend | 18 augustus 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 21 september 2026 (na 34 dagen) |
| Indiener | Sandra Beckerman (SP) |
| Beantwoord door | Stientje van Veldhoven (D66), Boekholt-O’Sullivan |
| Onderwerpen | bestuur huisvesting huren en verhuren parlement |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z16983.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20262027-72.html |
Daar ben ik mee bekend. Hoewel de aard van de klachten in deze casussen natuurlijk erg vervelend is, is er op dit moment geen aanwijzing dat er sprake is van structurele fouten in de wijze waarop de warmtevoorziening in Nederland is georganiseerd of in WKO-systemen in het algemeen. Dat neemt niet weg dat er lering kan worden getrokken uit deze incidenten. De ACM heeft in 2022 een steekproef uitgevoerd onder WKO-systemen.2 Er is toen geconstateerd dat van de 230 onderzochte WKO-systemen, de meeste WKO-systemen functioneren zonder problemen. Er waren tien systemen, waarvan de meeste vóór 2013 aangelegd, met grotere problemen waar storingen steeds terugkeren.
Ik kan niet oordelen over wat er precies heeft plaatsgevonden, omdat ik – net als de Autoriteit Consument & Markt (ACM) – niet kan controleren welke storing heeft plaatsgevonden en hoe lang deze heeft geduurd. Dit is de verantwoordelijkheid van het bedrijf. In algemene zin is onacceptabel dat een bewoner 14 jaar lang klachten moet melden zonder oplossing en zich uiteindelijk genoodzaakt ziet te verhuizen. In de Warmteregeling is vastgelegd dat een storing die langer duurt dan acht uur kwalificeert als ernstig. In dat geval heeft de consument recht op een compensatie. In de Wet collectieve warmte (Wcw), die naar verwachting in werking zal treden op 1 januari 2027, is nieuw dat opeenvolgende storingen die gezamenlijk langer duren dan acht uur ook kwalificeren als ernstig. Daarmee wordt meer recht gedaan aan de overlast die bewoners ervaren wanneer zij te maken krijgen met meerdere kortere onderbrekingen achter elkaar.
Zie antwoord vraag 2.
De Wcw brengt consumentenbescherming voor gebruikers van warmte meer in lijn met de bescherming van gebruikers van elektriciteit en aardgas. De werking van de storingsregistratie is wel anders dan bij elektriciteit en gas, omdat warmte geen onafhankelijke netbeheerder heeft. De aanwezigheid van een storing kan dan ook alleen bevestigd worden door het warmtebedrijf zelf. Er is in de Wcw voorzien in een actueel en toegankelijk storingsoverzicht. Daarbij is inspiratie gehaald uit storingsoverzichten zoals gebruikelijk zijn bij telecom, dus waarbij zowel storingen als meldingen worden geregistreerd en waar een consument ook kan inzien of er al eerdere meldingen bekend zijn van storingen op het warmtenet.
In de voorgenomen lagere regelgeving is een aantal verbeteringen voorgesteld. In het Besluit collectieve warmte (Bcw) is opgenomen dat behalve storingen, de storingsregistratie die het warmtebedrijf moet bijhouden ook meldingen van een storing moet bevatten. Dit geeft de consument maar ook de toezichthouder waardevolle en actuele informatie over het functioneren van het systeem en is ook iets waar de ACM in het onderzoek naar storingen onder WKO’s in 2022 om heeft gevraagd. In de onlangs geconsulteerde voorgenomen Regeling collectieve warmte (Rcw) is opgenomen dat voor de bepaling of een storing ernstig is, de storing aanvangt op het moment dat het warmtebedrijf de storing constateert óf op het moment dat de consument een storing meldt en het ook een storing blijkt te zijn. Dit werkte al zo onder de huidige Warmtewet en geeft warmtebedrijven een prikkel om meldingen te onderzoeken en storingen zo snel mogelijk op te lossen.
Het is belangrijk dat er een prikkel is voor het warmtebedrijf om storingssignalen snel te onderzoeken en te verhelpen. In de Wcw is hier goed naar gekeken en op een aantal punten zijn verbeteringen doorgevoerd ten opzichte van de Warmtewet:
Op onder andere deze manieren is de consumentenbescherming verbeterd waarbij lering is getrokken uit casussen zoals deze. Het onderzoek wat ACM heeft laten uitvoeren naar WKO systemen benoemt dat bewoners vaak klagen over te lage temperaturen voor tapwater. Nieuw in de Wcw is dat er ook sprake is van een storing als de warmte geleverd wordt op een lagere temperatuur dan afgesproken in de leveringsovereenkomst.
In principe zijn storingen en meldingen van storingen objectieve gegevens die op basis van zelfrapportage kunnen worden aangeleverd bij de toezichthouder. Wanneer de beleving van het warmtebedrijf afwijkt van de beleving van de bewoners, zoals in deze casus het geval was, kan de ACM hierover met het warmtebedrijf in gesprek. Dat doet ACM niet voor individuele incidenten, maar wel als er meerdere meldingen over het warmtebedrijf worden ontvangen en het lijkt te gaan om een structureel probleem. Bewoners kunnen meldingen doen bij ACM ConsuWijzer.
Helaas kunnen er situaties blijven bestaan waarbij het warmtebedrijf en de bewoner het met elkaar oneens blijven. Warmtebedrijven zijn onder de Wcw verplicht om bij een onafhankelijke geschillencommissie aangesloten te zijn, waaraan deze incidenten kunnen worden voorgelegd.
Dit is opgepakt in de Wcw. Daarin zijn voor zeer lage temperaturen (ZLT) de verantwoordelijkheden duidelijker omdat strakker is gedefinieerd wat bij het warmtebedrijf hoort en wat bij de gebouweigenaar. Daardoor is het duidelijker voor de consument tot wie hij zich moet wenden bij problemen en wie verantwoordelijk is voor de storing en het onderzoek daarnaar.
Zoals in het antwoord op vraag 6 genoemd, kunnen bewoners meldingen maken bij ACM via de ConsuWijzer. Ook kunnen zij terecht bij een onafhankelijke geschillencommissie. Hierbij geldt ook dat de ACM acteert indien het vermoeden bestaat dat er sprake is van structurele problemen (bijvoorbeeld door gebrekkig onderhoud of onbetrouwbare levering). Ook is het belangrijk om te vermelden dat de ACM niet altijd de bevoegdheid heeft om te handhaven omdat in sommige gevallen het huurrecht voorrang heeft op de Warmtewet bij huurovereenkomsten waarbij sprake is van doorlevering van warmte door de gebouweigenaar. In die gevallen kunnen huurders dus terecht bij de Huurcommissie of de civiele rechter.
Zoals aangegeven bij vraag 4 is in de Wcw voorzien in een actueel en toegankelijk storingsoverzicht die voor de consument ook toegankelijker en informatiever is. Behalve meldingen, moet een warmtebedrijf ook storingen registreren die zij zelf constateren. In het jaarlijkse storingenoverzicht komen alle storingen en het aantal getroffen verbruikers terecht. Die informatie is belangrijk voor het toezicht door ACM en ook voor consumenten die misschien zelf niet een storing hebben gemeld maar er wel last van hebben gehad. Ook voor deze consumenten is een storingscompensatie verplicht als de storing langer dan acht uur heeft geduurd.
Een langdurig koud huis is een zeer onwenselijke situatie, waar bewoners veel last van hebben. Huurders met een sociaal huurcontract en met een middenhuurcontract kunnen bij de Huurcommissie om tijdelijke huurverlaging vragen, wanneer een warmteinstallatie onvoldoende verwarming van vertrekken levert en/of wanneer een (gemeenschappelijke) warmwaterinstallatie onvoldoende warm water levert. Deze tekortkomingen zijn door de Huurcommissie aangemerkt als een ernstig gebrek waarvoor een tijdelijke huurverlaging van (maximaal) 60% gegeven kan worden (de zogenoemde C-lijst van ernstige gebreken4). De Huurcommissie kan de verhuurder niet verplichten het gebrek te verhelpen en kan dus niet herstel afdwingen, maar de tijdelijke huurverlaging is mogelijk een prikkel voor de verhuurder om het gebrek (blijvend) te verhelpen.
Huurders met een geliberaliseerd huurcontract kunnen aan de rechter tijdelijke evenredige huurverlaging vragen wanneer de verhuurder gemelde ernstige onderhoudsgebreken niet verhelpt en het woongenot daardoor is verminderd. Voor het afdwingen van het verhelpen door de verhuurder van ernstige gebreken kan de huurder terecht bij de rechter; de huurder kan nakoming van de onderhoudsverplichting eisen, eventueel versterkt met een dwangsom. De verhuurder heeft een verplichting tot het verhelpen van gebreken, tenzij dit onmogelijk is of uitgaven vereist die niet van de verhuurder gevergd kunnen worden. Bij warmtenet-installaties is de verhuurder niet altijd in staat zelf het gebrek te verhelpen, maar is hij daarvoor afhankelijk van de warmtenetbeheerder.
Het huurrecht biedt huurders dus al opties bij gebreken. Het kabinet ziet nu geen aanleiding om de huurbescherming op dit punt aan te vullen. Zodra de Wcw in werking treedt gaan consumenten en dus ook huurders van woningen meer rechten krijgen ten aanzien van collectieve warmte- en warmwaterinstallaties, waaronder de vergoeding warmtestoring. Dit zal naar verwachting zorgen voor een toenemende motivatie om storingen te melden.
Tijdens de behandeling van de Wet toekomstbestendige huurcommissie in de Tweede Kamer op 9 april jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) toegezegd de Britse Awaab’s Law te onderzoeken. Deze wet verplicht sociale verhuurders in het Verenigd Koninkrijk om snel actie te nemen bij ernstige gezondheidsrisico’s in woningen, voornamelijk gerelateerd aan vocht en schimmel. Het Ministerie van BZK zal contact opnemen met de partners in het Verenigd Koninkrijk en zal de Kamer uiterlijk eind 2026 informeren. Daarbij merkt de Minister van VRO op dat de desbetreffende wetgeving ongeveer zes maanden geleden in werking is getreden in het Verenigd Koninkrijk, er is dus nog beperkt de tijd geweest om ervaring op te doen met de nieuwe wetgeving.
Zoals toegelicht in het antwoord op vraag 10 is het uitvallen van verwarming en warm water al aangemerkt als een ernstig gebrek dat een tijdelijke huurverlaging rechtvaardigt. Verhuurders hebben dus de verplichting om deze gebreken te (laten) verhelpen.
Zoals in het antwoord op de eerste vraag is genoemd, gaat het hier gelukkig niet om een structureel probleem onder WKO-installaties. Wel is het in een groeimarkt belangrijk om vinger aan de pols te houden, om problemen voor bewoners te voorkomen. Met de komst van de Wcw zullen diverse verbeteringen worden doorgevoerd, zoals aangegeven het antwoord op vraag 5. Daarom treft het kabinet nu geen aanvullende wettelijke maatregelen.
Ik deel deze mening niet. Een storing is te herkennen aan een verlaging in temperatuur of de stromingssnelheid van water. Die gegevens kunnen weliswaar worden gemeten, maar geven slechts een indicatie van een leveringsonderbreking in het systeem. Het warmtebedrijf moet vervolgens onderzoeken waar in het systeem de storing zit. De storing kan ook zitten in leidingdelen of installaties die niet tot het warmtenet of de bron behoren. Deze eigenschappen van een warmtesysteem maakt dat het op dit moment niet wenselijk is om een compensatie automatisch uit te laten keren. Wel is het zo, en dat was al het geval onder de Warmtewet, dat de teller van een storing en dus ook de berekening van de compensatie gaat lopen vanaf het moment dat een bewoner een storing meldt. Daarmee is het dus al zo dat het warmtebedrijf bewijslast moet leveren dat er geen sprake is van een storing in een onderdeel waar zij invloed op heeft.
Ik erken dat draagvlak voor de energietransitie van belang is voor het succes daarvan. Ik herken echter niet dat er sprake is van een systeemfalen zoals beschreven in het artikel. Ik verwijs naar mijn antwoorden op vraag 10 en vraag 12; daarin geef ik aan waar huurders terecht kunnen in het geval van gebreken aan collectieve warmte- en warmwaterinstallaties.
Omdat warmtenetten een monopolistisch karakter kennen is gekozen voor publiek meerderheidsbelang voor alle grote warmtesystemen, oftewel warmtenetten boven de 1500 aansluitingen. Veel WKO’s blijven onder dit aantal aansluitingen. Omdat er binnen dit deel van de sector voldoende concurrentie is mogen deze warmtebedrijven wel privaat zijn. Het is wel zo dat de wetsartikelen over leveringsonderbrekingen en storingscompensatie ook van toepassing zijn verklaard op deze kleine collectieve warmtesystemen.
Het kabinet streeft ernaar om de Wcw zo snel mogelijk in werking te laten treden, waarbij uitgegaan wordt van 1 januari 2027. Daarmee worden de verbeteringen, zoals genoemd in het antwoord op vraag 5, van kracht.
Er is voorzien in een toegankelijk en actueel storingsoverzicht van het warmtebedrijf. De ACM kan het jaarlijkse storingsoverzicht gebruiken voor toezicht op leveringszekerheid. Dit is ook waar de ACM om verzocht heeft in het onderzoek naar technische problemen in WKO systemen in 2022.
De vragen van het lid Beckerman (SP) over het artikel «Stel vlucht na 14 jaar klagen uit appartement Amstelveen: «We waren gewoon proefkonijnen»» (kenmerk 2026Z16983), ingezonden 18 augustus 2026, kunnen wegens interdepartementale afstemming niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord.