| Ingediend | 17 juli 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 4 september 2026 (na 49 dagen) |
| Indiener | Ulysse Ellian (VVD) |
| Beantwoord door | Bart van den Brink (CDA), Boekholt-O’Sullivan |
| Onderwerpen | huisvesting huren en verhuren organisatie en beleid sociale zekerheid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z16322.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2937.html |
Ja, ik ben daarvan op de hoogte.
Het kabinet werkt aan het realiseren van aanvullende huisvesting buiten de sociale voorraad. Gezien de urgentie van het vraagstuk, zet het kabinet daarnaast in op woningdelen binnen de sociale woningvoorraad. Dit is vaak sneller realiseerbaar. Hierdoor zijn minder woningen nodig voor huisvesting van statushouders, wat de wachttijd voor sociale huurwoningen vermindert.
Via de regeling Doorstroomlocaties (DSL) is het niet mogelijk om statushouders te huisvesten in reguliere sociale huurwoningen. Woningdelen in bestaande sociale huurwoningen is wel mogelijk via de Doelgroepflexibele regeling (DFR), die per 1 juli jongstleden in werking is getreden. Deze regeling biedt gemeenten en woningcorporaties de mogelijkheid en financiële kaders om onzelfstandige woonruimte in te zetten en te realiseren, waardoor meerdere alleenstaande statushouders efficiënter gebruik kunnen maken van een bestaande woning. Op deze manier zijn er minder afzonderlijke woningen nodig voor deze doelgroep en blijven er meer woningen beschikbaar voor andere woningzoekenden.
Het kabinet zet, conform het coalitieakkoord, in op aanvullende huisvesting buiten de sociale woningvoorraad. De opgave is echter groot: er moeten jaarlijks circa 30.000 statushouders gehuisvest worden, met een achterstand van ongeveer 10.000 statushouders. Om de druk op de asielopvang, kosten en vertraging in inburgering te beperken, is snelle uitstroom noodzakelijk. Nieuwe woonvormen alleen bieden op korte termijn onvoldoende oplossing. Daarom zet het kabinet aanvullend in op het beter benutten van de bestaande voorraad, bijvoorbeeld via woningdelen.
In de Kamerbrief van 3 juli heb ik de bouwstenen voor een bestuurlijk akkoord met gemeenten en woningcorporaties geschetst. Daarbij zet het kabinet nadrukkelijk in op aanvullende vormen van huisvesting buiten de bestaande sociale woningvoorraad.
Het gaat hierbij onder andere om onzelfstandige flexwoningen, transformatie van bestaand vastgoed en vormen van woningdelen buiten de reguliere sociale huurvoorraad. Met deze inzet beoogt het kabinet zowel de druk op de asielopvang te verlagen, als de druk op de sociale huurmarkt niet verder te vergroten.
Voorrang voor statushouders bij sociale huur knelt steeds meer, omdat andere woningzoekenden te lang op een wachtlijst staan. Het kabinet doet hier wat aan doen langs drie routes: minder instroom, meer nieuwbouw en aanvullende vormen van huisvesting. Daarmee kunnen we de druk op de sociale woningvoorraad verminderen, met alternatieven voor statushouders en voldoende uitstroom uit de asielopvang.
Het kabinet zet in op het realiseren van aanvullende vormen van huisvesting buiten de sociale woningvoorraad. Deze vormen van huisvesting dienen te voldoen aan de geldende kwaliteitseisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Aanvullende huisvesting kan tijdelijk en eenvoudiger van aard zijn, maar moet veilig en passend zijn en met oog voor leefbaarheid. Het moet bewoners een basis bieden om mee te doen in de samenleving en voorspoedig in te burgeren.
Gemeenten en woningcorporaties hebben binnen de bestaande kaders ruimte om de voorraad tijdelijk flexibel in te zetten, bijvoorbeeld om acute druk op de opvang te verlichten. Het inzetten van een sociale huurwoning voor woningdelen, kan op dit moment een oplossing bieden om minder druk op de sociale woningvoorraad te leggen. Er zijn hierdoor namelijk minder afzonderlijke woningen nodig. Ik ben daarom niet voornemens dergelijke maatregelen te nemen.
De mogelijkheden voor inspraak van omwonenden bij een doorstroomlocatie hangen af van de concrete situatie. Als voor een locatie een ruimtelijke procedure nodig is, bijvoorbeeld bij functiewijziging of verbouwing, gelden de gebruikelijke regels voor participatie en inspraak. Zorgvuldige communicatie met omwonenden is altijd belangrijk.
Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ging in 2023 bijna 8 procent van alle vrijgekomen corporatiewoningen naar huishoudens met één of meerdere statushouders. Dat zijn ruim 13 duizend woningen, iets meer dan een jaar eerder (7 procent). Huishoudens met een of meer statushouders waren vaker starters op de woningmarkt, dan huishoudens zonder statushouders. 20 procent van alle starters die in corporatiewoning ging wonen was een huishouden met een statushouder. Dit komt neer op ongeveer 8.200 huishoudens. Dit zijn de meest recente cijfers van het CBS.
Het effect dat de plannen zullen hebben op deze toewijzingspercentage is moeilijk te voorspellen. Met name omdat andere factoren zoals de totale asielinstroom en huishoudsamenstelling van statushouders hier ook een effect op hebben.
Zoals beschreven in de Kamerbrief van 20 maart werkt het kabinet momenteel aan een nieuw, uitvoerbaar wetsvoorstel, waarbij tegemoet wordt gekomen aan de reacties van de Raad van State, gemeenten en andere betrokken partijen over de uitvoerbaarheid van het eerdere wetsvoorstel voor verbod op voorrang statushouders. In dezelfde brief staat dat het kabinet conform coalitieakkoord met gemeenten en andere maatschappelijke partners afspraken maakt over het snel ontwikkelen van aanvullende huisvesting waar statushouders, Oekraïners en Nederlanders die tijdelijke huisvesting nodig hebben samen terechtkunnen, als alternatief voor het gebruik van sociale huurwoningen. Ook woningdelen wordt hierbij als oplossing genoemd. Vanwege de snelheid waarmee aanvullende huisvesting kan worden gerealiseerd.
Deze plekken zijn niet volledig voor het zomerreces gerealiseerd. Momenteel zijn er 51 doorstroomlocaties operationeel, waarmee het aantal gerealiseerde plekken is gestegen naar 1.925 voor statushouders. Dit is minder dan eerder aangegeven. De vertraging wordt onder andere veroorzaakt door langere doorlooptijden bij bouw, vergunningverlening en bezwaarprocedures. De verwachting is dat het aantal operationele locaties tot 1 januari 2027 verder stijgt naar circa 61 locaties, waarmee de capaciteit oploopt naar ongeveer 2.436 plekken voor statushouders.
Deze cijfers betreffen specifiek doorstroomlocaties die zijn gerealiseerd met de regeling doorstroomlocaties (Bekostigingsregeling huisvesting vergunninghouders in doorstroomlocaties) of de doelgroepflexibele regeling (Regeling tijdelijke bekostiging opvang en huisvesting gemeenten). Andere typen voorzieningen die worden ingezet voor de doorstroom van statushouders zijn hier geen onderdeel van, omdat hier geen exacte cijfers van bekend zijn.
Momenteel wordt gewerkt aan de verdere uitwerking van het wetsvoorstel. Het is de verwachting dat dit wetsvoorstel voor het kerstreces in internetconsultatie wordt gebracht. Uw Kamer zal hierover voorafgaand worden geïnformeerd.
Het belonen van gemeenten die voortvarend aan de slag zijn gegaan met de realisatie van aanvullende vormen van huisvesting, neem ik mee in de bestuurlijke afspraken die ik maak met gemeenten, provincies en woningcorporaties. In de ondersteuning die ik daarvoor inricht (zoals locatiescans, begeleiding en expertise), zullen gemeenten die voortvarend aan de slag gaan beloond worden. Bijvoorbeeld door middel van prioritaire of extra toegang tot deze ondersteuning.
Ja.