| Ingediend | 23 april 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 29 mei 2026 (na 36 dagen) |
| Indiener | Ranjith Clemminck (JA21) |
| Beantwoord door | Pieter Heerma (CDA) |
| Onderwerpen | bestuur bodem energie natuur en milieu organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z08879.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2077.html |
Dat klopt.
Dat klopt, dit document is niet meer beschikbaar in het openbare deel van het archief sinds 14 oktober 2024.
In tegenstelling tot de titel van de Kamervragen is het document niet verdwenen. Dit document is op verzoek van het IMG verplaatst naar het vertrouwelijke deel van het archief omdat het gaat om een verschoningsgerechtigd stuk, en dus vertrouwelijke informatie, die niet in het openbare archief opgenomen had moeten worden.
Zie vraag 3. De status is op verzoek van het IMG bij brief van 4 oktober 2024, gericht aan de griffier van de Parlementaire Enquêtecommissie Aardgaswinning Groningen, gewijzigd. Die commissie heeft vervolgens op dat verzoek besloten en het document op 14 oktober 2024 naar het vertrouwelijke deel van het archief verplaatst.
Zie vraag 4. Het IMG heeft het verzoek gedaan. Het ministerie en de landsadvocaat waren daarvan op de hoogte vanwege de lopende arbitrageprocedure tegen NAM, waarin NAM om de presentatie heeft verzocht, welk verzoek is geweigerd door het scheidsgerecht.
Op grond van artikel 40 van de Wet op de parlementaire enquête 2008 kunnen beperkingen worden gesteld aan de openbaarheid van documenten die onder de betreffende enquêtecommissie berusten of hebben berust, zolang de documenten onder de commissie of daarna onder de Kamer berusten. Waar het hier om gaat is een document dat, omdat het gaat om een verschoningsgerechtigd stuk, nooit onderdeel van het openbare archief had moeten zijn. Dat is rechtgezet.
Daar ben ik niet mee bekend.
De PEAG commissie en/of haar staf heeft van dit document kennis kunnen nemen omdat zij zowel openbaar geleverde documenten als vertrouwelijk geleverde documenten heeft ontvangen van het IMG. Ik kan geen inschatting geven of het betreffende document een rol heeft gespeeld in het onderzoek van de commissie.
Ik ben niet in het bezit van de presentatie en daarom ook niet bekend met de inhoud van de presentatie.
De toenmalige Staatssecretaris was ermee bekend dat NAM zich niet kan verenigen met de opgelegde heffingen omdat zij meent dat delen van de werkwijze van het IMG haar aansprakelijkheid te buiten gaan. Voor het overige verwijs ik naar het antwoord op de Kamervragen van het lid Clemminck (2026Z05645).
Zie het antwoord op vraag 9.
Zie mijn antwoord op vraag 9.
Het is in de systematiek van het kas-verplichtingenstelsel ongebruikelijk voor de Rijksbegroting om begrotingsvoorzieningen te treffen voor budgettaire risico’s. Door middel van de Tijdelijke wet Groningen (TwG) zijn er via heffingen en facturen kosten bij NAM in rekening gebracht. Dit wordt door NAM en de aandeelhouders van NAM bestreden in verschillende juridische procedures en gezien die procedures bestaan er budgettaire risico’s ofwel kans op begrotingstegenvallers.
In dit verband is het goed er op te wijzen dat het financiële risico voor de Staat kleiner is dan de opgelegde heffingen aan NAM. Conform de afspraken die zijn gemaakt met Shell en ExxonMobil over de afdrachtensystematiek draagt de Staat (bij benadering) uiteindelijk 73% van de opgelegde heffingen en komt 27% voor rekening van NAM.
Er lopen op dit moment verschillende juridische procedures. Deze zien op fysieke schade, waardedaling en de versterkingsoperatie. Daarnaast zijn er ook bezwaren ingediend tegen heffingsbesluiten voor gemaakte kosten op het gebied van immateriële schade en de forfaitaire vergoedingen. Ik zal de Kamer periodiek op de hoogte blijven houden van de voortgang van deze juridische procedures door middel van Kamerbrieven, zoals mijn ambtsvoorgangers in het verleden ook hebben gedaan1.
Deze vraag ligt in het verlengde van vraag 12 van de schriftelijke vragen van het lid Clemminck (2026Z05645). Conform de beantwoording van die vragen ben ik graag bereid in een vertrouwelijke (technische) briefing de Kamer hierover te informeren, maar gelet op de procespositie van de Staat vind ik een antwoord op deze vraag hier niet passend.
Ik kan geen antwoord geven op deze vraag, zoals ook in het antwoord op vraag 13 heb aangegeven, omdat ik niet vooruit wil lopen op uitspraken of arbitrale vonnissen over de aanhangige juridische procedures.
Zoals ik in vraag 3 heb aangegeven is de presentatie van het IMG niet openbaar, omdat het valt onder het verschoningsrecht, en beschik ik daar niet over. Ook in een vertrouwelijke briefing kan ik dan ook niet ingaan op de inhoud van deze presentatie.
Uit de TwG volgt welke kosten bij NAM in rekening moeten worden gebracht. Per heffingsbesluit wordt beoordeeld en toegelicht of de kosten die zijn gemaakt in het kader van de schadeafhandeling en versterkingsoperatie op basis van de TwG kunnen worden geheven. De heffingsbesluiten zijn bestuursrechtelijke besluiten. Aangezien het hier gaat over juridische interpretaties die momenteel voor liggen bij de bestuursrechter vind ik het niet opportuun om de Algemene Rekenkamer te verzoeken aandacht te schenken aan het onderscheid tussen verhaalbare en niet-verhaalbare kosten op NAM.
Ja.
Helaas is het niet gelukt om de aan mij gestelde vragen van het lid Clemminck (JA21) over de verdwenen IMG-notitie in het archief van de parlementaire enquête aardgaswinning Groningen en de financiële risico’s voor de Staat in het Groningse gasdossier, met kenmerk 2026Z08879, tijdig te beantwoorden. Voor de beantwoording van de vragen is meer tijd nodig. De reden hiervoor is de benodigde afstemming tussen betrokkenen. Uw Kamer ontvangt de antwoorden zo spoedig mogelijk.