| Ingediend | 9 april 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 3 juni 2026 (na 55 dagen) |
| Indiener | Ines Kostić (PvdD) |
| Beantwoord door | Letschert , Silvio Erkens (VVD) |
| Onderwerpen | bestuur dieren landbouw organisatie en beleid parlement zorg en gezondheid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z07506.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2122.html |
Ja.
Ja, dit bedrijf heeft een vergunning om deze dieren in te voeren, te verhandelen en te fokken onder de wet op de dierproeven en staat daarmee ook onder toezicht van de NVWA.
Ja, naar aanleiding van het KNAW advies «Gebruik van niet-humane primaten als proefdier. Nut en noodzaak?» uit 2014 (Kamerstuk 32 336, nr. 30) is met onderzoeksinstellingen overeengekomen dat onderzoek met niet-humane primaten (NHP) in Nederland bij voorkeur in het Biomedical Primate Research Centre (BPRC) of met dieren afkomstig van het BPRC wordt uitgevoerd. In uitzonderlijke situaties waarbij het BPRC niet aan de vraag kan voldoen, zoals bij uitbraken van infectiezieken, kunnen onderzoekinstellingen dieren betrekken van andere gekwalificeerde leveranciers (Kamerstuk 32 336, nr. 44). Ik heb geen signalen ontvangen dat Nederlandse onderzoeksinstellingen in de afgelopen jaren van deze afspraak zijn afgeweken.
Ik kan me goed voorstellen dat er maatschappelijke verontwaardiging is over het verhandelen en gebruik van proefdieren en het gebruik van apen in het bijzonder. Ik ben er mee bekend dat de apen van deze handelaar worden verhandeld naar buitenlandse (hoofdzakelijk Europese) onderzoeksinstellingen waar zij kunnen worden ingezet voor proefdieronderzoek. Binnen de EU is deze praktijk alleen toegestaan als is voldaan aan stevige randvoorwaarden aan onderzoek met proefdieren en met niet-humane primaten in het bijzonder. Ik benoem hier richtlijn (2010/63/EU) die binnen de EU van toepassing is op proefdieronderzoek. Deze richtlijn bevat bepalingen voor onderzoek, fok, handel en verzorging van de dieren. Voor NHP onderzoek gelden er ten opzichte van onderzoek met andere diersoorten binnen deze richtlijn nog aanvullende eisen. Onderzoek met proefdieren is alleen toegestaan na een zorgvuldige afweging. Bij een aanvraag voor onderzoek met NHP moet er met een wetenschappelijke motivering aangetoond worden dat het doel van het onderzoek niet kan worden bereikt door het gebruik van een andere diersoort. Voor NHP (en tevens ook voor honden en katten) moet vanaf de geboorte een individueel levensloopdossier worden bijgehouden, zodat deze dieren de verzorging, huisvesting en behandeling kan worden geboden die op hun individuele behoeften en kenmerken zijn afgestemd. Op Europees niveau wordt er gerapporteerd over dierproeven in ALURES (Animal Use Reporting – EU System). ALURES bestaat uit twee delen, een deel niet-technische samenvattingen (NTS) en een deel met statistische data. De NTS geeft o.a. inzicht in het geplande onderzoek over een periode van 5 jaar, het verwachte benodigde aantal dieren en een inschatting van de mate van ongerief. Daarbij wijs ik erop dat binnen het dierproevendomein «ongerief» de aantasting van het dierenwelzijn betekent, en niet alleen «pijn». Daarmee wordt meer bedoeld dan alleen pijn. Ook zaken als stress, alleen-zijn, Ook zaken als angst en ziekte worden daarin meegerekend. De richtlijn classificeert «ongerief» in drie categorieën: licht, matig of ernstig. Dieren die zonder voorafgaande handeling onder verdoving gedood worden, worden geregistreerd als «terminaal onder anesthesie». De database met statistische data rapporteert per kalender jaar en geeft o.a. inzicht in het daadwerkelijk gebruikte aantal dieren en de mate van ongerief. Binnen beide omgevingen is het mogelijk om informatie verder uit te splitsen bijvoorbeeld op basis van land, diersoort en algemeen onderzoeksdoel.
Het exporteren van deze dieren naar landen buiten de EU is wettelijk gezien toegestaan. Wel wil ik hierover met betrokken partijen in gesprek om te bezien hoe transporten van apen ten behoeve van proefdieronderzoek naar derde landen tot een minimum kunnen worden beperkt.
Dat dieren overlijden -in veel gevallen doormiddel van euthanasie- is helaas inherent aan proefdieronderzoek. Het is een confronterende waarheid die nu onlosmakelijk verbonden is met onderzoek voor medische vooruitgang en veiligheid voor mens dier en milieu. Op basis van NTS gegevens uit ALURES van 2022 tot en met 2025 is te zien dat er binnen de EU 553 projecten zijn ingediend waarin onderzoek met NHP is opgenomen. Veruit het meeste NHP-onderzoek wordt ingeschat op matig (79,4%) of mild (16,3%) ongerief. Onder de categorie ernstig ongerief valt 3,1% van het onderzoek. De laatste 1,2% valt onder terminaal onderzoek dat onder narcose plaatsvindt, waaruit de dieren niet meer ontwaken. Uit deze gegevens blijkt dat in totaal 70% van de NHP tijdens of na het onderzoek wordt gedood, bijvoorbeeld voor vervolgonderzoek op weefsels. De overige 30% wordt herplaatst of hergebruikt. Of proefdieren tijdens of na een proef overlijden hangt af van het soort onderzoek dat wordt gedaan. Dit wordt meegenomen in de toetsing vooraf en is onlosmakelijk verbonden met het doen van dierproeven.
Daar waar proefdieronderzoek nog absoluut onmisbaar is vind ik het belangrijk dat dit zeer zorgvuldig gebeurt conform ethische en wettelijke kaders. Daarnaast wil ik met grote vaart inzetten op de ontwikkeling van proefdiervrije innovaties om zo proefdieronderzoek zoveel als mogelijk overbodig te maken.
Ja, het betrof hier een specifieke tuberculose variant waarop vóór deze uitbraak niet standaard werd getest. Inmiddels is de procedure hierop aangepast. Door strikte eisen in omgang met proefapen is de uitbraak beperkt gebleven tot de dieren en zijn er geen mensen besmet geraakt.
Daar ben ik mee bekend. Het bedrijf heeft een vergunning om deze dieren in te voeren, te verhandelen en te fokken. Een verbod op de handel in apen als proefdieren is binnen de EU niet mogelijk omdat artikel 2 van de richtlijn lidstaten daar geen ruimte voor biedt.
Zie antwoord vraag 7.
Ja, daar ben ik mee bekend.
Ik ben blij met de ontwikkeling dat wetenschappelijke instellingen inzetten op proefdiervrije innovatie. Proefdieronderzoek is nog steeds nodig voor bepaald type onderzoek. Bijvoorbeeld voor complex onderzoek naar hersenziektes zoals dementie of infectiebestrijding zoals Covid.
Fokken met en handel in apen is toegestaan binnen de vergunning van dit bedrijf op basis van de Wet op de dierproeven. Daarbij vind ik het van belang dat de omvang van de fok van en handel in deze dieren proportioneel blijft in relatie tot de behoefte en noodzakelijkheid van onderzoek binnen de EU. Daarom ga ik zoals aangegeven in mijn antwoord op vraag 4 met betrokkenen in gesprek om handel naar derde landen tot een minimum te beperken.
Ik ben verantwoordelijk voor de Wet op de Dierproeven die gebaseerd is op de EU-richtlijn. Als het bedrijf voldoet aan de eisen uit die wet heb ik geen grondslag om in te grijpen. Een bedrijf of organisatie mag enkel proefdieren fokken of afleveren met een instellingsvergunning, daarmee staat de instelling ook onder toezicht van de NVWA. Een van de eisen is dat enkel bevoegd en bekwaam personeel met proefdieren mag werken.
Ik vind het belangrijk dat proefdieren zo weinig mogelijk ongemak ervaren in hun leven. Transport is daarvoor niet bevorderlijk, maar soms echter onvermijdelijk om de juiste proefdieren op de juiste locatie voor onderzoek te krijgen. Ik ben blij dat er strikte Europese en internationale regels zijn die gezondheid en welzijn van de dieren borgen en verspreiding van ziekten voorkomen.
Daartoe heb ik niet de mogelijkheid, omdat dit in strijd zou zijn met de richtlijn (2010/63/EU), zie ook mijn antwoord op vraag 7. Wel blijf ik mij onverminderd inzetten voor het waarborgen van het welzijn van proefdieren en de ontwikkeling van proefdiervrije innovaties.
Het is niet gelukt de vragen binnen de gestelde termijn van drie weken te beantwoorden, vanwege het nodigde uitzoekwerk en afstemming binnen het Ministerie van LVVN, het Ministerie van OCW en met de NVWA. Hierover heeft u op 11 mei een uitstelbrief ontvangen.
De vragen van lid Kostić (PvdD) aan mij over de geplande uitbreiding van de handel in apen voor dierproeven (kenmerk 2026Z07506) kunnen niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord. De reden voor uitstel is dat het gaat om vragen die het nodigde uitzoekwerk en afstemming binnen mijn ministerie, het Ministerie van OCW en met de NVWA. Om de vragen zorgvuldig te beantwoorden en af te stemmen is tijd nodig. Uiteraard zal ik mijn best doen de antwoorden zo spoedig mogelijk naar uw Kamer te sturen.