Kamervraag 2025Z08788

Het bericht dat een topambtenaar kinderpornografisch materiaal verspreidde onder werktijd

Ingediend 7 mei 2025
Beantwoord 16 juli 2025 (na 70 dagen)
Indiener Ismail El Abassi (DENK)
Beantwoord door David van Weel (minister , minister )
Onderwerpen bestuur criminaliteit openbare orde en veiligheid parlement recht strafrecht
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2025Z08788.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20242025-2738.html
  • Vraag 1
    Heeft u kennisgenomen van het nieuwsbericht in het AD van 24 april 2025 met als kop «Topambtenaar verspreidde gruwelijke kinderporno onder werktijd, ministerie wist nergens van»?1

    Ja.

  • Vraag 2
    Kunt u bevestigen dat het gaat om een (voormalig) topambtenaar die werkzaam was op een ministerie? Zo ja, op welk ministerie en in welke functie? Zo niet, kunt u toelichten hoe dergelijke misstanden in het algemeen worden geregistreerd en gecommuniceerd binnen de rijksoverheid?

    Het gaat om een voormalig ambtenaar die werkzaam was op het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, in de functie van adviseur bedrijfsvoering.

  • Vraag 3
    Op welke wijze zijn ambtenaren in vergelijkbare functies bij aanstelling gescreend? Hoe wordt geborgd dat personen met toegang tot vertrouwelijke informatie en systemen voldoen aan de hoogste integriteitsnormen?

    De betreffende ambtenaar had geen vertrouwensfunctie en is dan ook niet gescreend. Hij heeft bij indiensttreding een verklaring omtrent het gedrag (VOG) moeten overleggen. Elke ambtenaar legt bij indiensttreding de eed of belofte af en neemt kennis van de specifieke eisen van de ambtenarenwet. Ook geldt voor Rijksambtenaren de Gedragscode Integriteit Rijk.

  • Vraag 4
    Hoe is het mogelijk dat deze topambtenaar jarenlang ongestoord dit soort ernstig strafbaar gedrag kon vertonen onder werktijd, zonder dat dit opviel bij leidinggevenden of collega’s?

    De voormalig ambtenaar voldeed aan hetgeen gevraagd werd voor zijn functie. Zowel inhoudelijk als in de samenwerking met de collega’s. De verstandhouding tussen werkgever en werknemer was goed en er waren geen signalen van strafbaar gedrag. Het kwam daarom als een enorme schok voor iedereen. De ernst en omvang van deze zaak zijn immers nauwelijks te bevatten. Vanzelfsprekend is er geen plek in onze organisatie voor iemand die betrokken is bij dergelijke zware en aangrijpende strafbare feiten. Ook als dit volledig losstaat van zijn of haar werkzaamheden.

  • Vraag 5
    Kunt u bevestigen dat het ministerie «nergens van wist», zoals in het artikel wordt gesteld? Wat zegt dit over het interne toezicht en integriteitsborging binnen ministeries?

    Zoals in het antwoord op vraag 4 is aangegeven, waren er geen signalen van strafbaar gedrag. Het gedrag dat later door politieonderzoek bekend werd kwam als een enorme schok voor alle naaste collega’s en leidinggevenden. Een dergelijke gebeurtenis heeft grote impact. Het ministerie heeft medewerkers begeleiding geboden om de impact van deze zaak te verkleinen, onder meer door de inzet van vertrouwenspersonen en de bedrijfsmaatschappelijk werker. Waar nodig zullen we dat blijven doen. De betreffende medewerker is geschorst en daarna ontslagen. Dit ontslag is door de rechter bekrachtigd.
    Er wordt binnen het ministerie veel aandacht besteed aan integriteit en het gesprek daarover. Er zijn vertrouwenspersonen, een externe vertrouwenspersoon en personeelsraadgevers beschikbaar voor de medewerkers en er zijn loketten voor klachten over omgangsvormen, integriteitsmeldingen en misstanden. Tweejaarlijks worden een medewerkersbelevingsonderzoek en een integriteitsenquête uitgevoerd om de vinger aan de pols te houden.

  • Vraag 6
    In hoeverre zijn ICT-systemen van het ministerie in staat om dergelijk misbruik op te sporen of te signaleren? Zijn er in uw opzicht verbetermaatregelen nodig op dit gebied?

    Er zijn zeker mogelijkheden om onder strikte voorwaarden op te treden als er signalen zijn dat misbruik wordt gemaakt van de systemen. Deze signalen waren er tot de arrestatie van betrokkene niet. Zodra deze signalen er wel kwamen is meteen opgetreden. We evalueren voortdurend onze ICT-systemen en het gebruik daarvan. Maatregelen om systemen aan te passen zijn op dit moment niet aan de orde.

  • Vraag 7
    Heeft deze zaak geleid tot herziening van interne integriteitsprotocollen, meldstructuren of digitale toezichtsystemen binnen de betrokken overheidsdiensten? Zo nee, waarom niet?

    Nee, zie het antwoord op vraag 6.

  • Vraag 8
    Zijn er gevolgen voor leidinggevenden, HR of vertrouwenspersonen die mogelijk signalen gemist hebben? Zo ja, op welke wijze wordt daaruit lering getrokken? Zo nee, waarom niet?

    Er waren geen signalen van strafbaar gedrag. Na de arrestatie werd steeds meer bekend over het strafbaar gedrag en is meteen opgetreden, uiteindelijk leidend tot ontslag van de betrokken ambtenaar.

  • Vraag 9
    Deelt u de opvatting dat ambtenaren een voorbeeldfunctie vervullen en dat het vertrouwen in de overheid ernstig wordt geschaad als dit soort zaken jarenlang verborgen blijft? Wat gaat u doen om het vertrouwen te herstellen?

    Ja. Ambtenaren hebben een voorbeeldfunctie en dienen zich integer te gedragen, binnen en buiten diensttijd. Dit aspect komt ook terug in de Gedragscode Integriteit Rijk. Zodra het politieonderzoek was afgerond en het tot een veroordeling is gekomen is de betrokken medewerker ontslagen.

  • Vraag 10
    Bent u bereid tot een breed en onafhankelijk onderzoek naar de lessen uit deze zaak, met name gericht op het functioneren van toezicht, meldstructuren en cultuur binnen de rijksoverheid?

    De politie heeft al onderzoek gedaan, op het ministerie zijn op basis daarvan disciplinaire maatregelen genomen en de rechter heeft recht gesproken. Voor medewerkers geldt dat er verschillende meldpunten zijn om misstanden aan te kaarten, zie ook het antwoord op vraag 5.
    Via verschillende kanalen en op verschillende momenten worden deze meldpunten actief onder de aandacht gebracht.

  • Mededeling - 12 juni 2025

    Op 7 mei 2025 heeft het lid El Abassi (DENK) vragen gesteld aan de Minister van Justitie en Veiligheid over een bericht uit het AD van 24 april 2025. Het betrof een bericht over de veroordeling van een ambtenaar die kinderpornografisch materiaal verspreidde onder werktijd (2025Z08788). Deze vragen zijn op 28 mei jl. overgedragen aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. De beantwoording en afstemming van de antwoorden duurt daardoor langer dan de termijn van drie weken. De Kamer ontvangt de antwoorden zo spoedig mogelijk. Vooruitlopend op de beantwoording kan al wel gemeld worden dat de ernst van de feiten begrijpelijkerwijs een enorme schok gaf voor de naaste collega’s en leidinggevenden. Door het Ministerie van IenW zijn stappen gezet om de impact op de medewerkers te minimaliseren met inzet van vertrouwenspersonen en de bedrijfsmaatschappelijk medewerker en door het schorsen en daarna ontslaan van de betreffende medewerker. Dit ontslag is inmiddels door de rechter bekrachtigd, zoals ook gemeld is in het nieuwsbericht dat aanleiding gaf tot de vragen.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2025Z08788
Volledige titel: Het bericht dat een topambtenaar kinderpornografisch materiaal verspreidde onder werktijd
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20242025-2738
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Abassi over het bericht dat een topambtenaar kinderpornografisch materiaal verspreidde onder werktijd