Kamervraag 2023Z04746

Het bericht ‘33 gemeenten verlagen tarieven voor pgb ondanks inflatie: ‘Als ik weer moet gaan werken, dan moeten mijn kinderen naar een instelling’’

Ingediend 21 maart 2023
Beantwoord 13 april 2023 (na 23 dagen)
Indiener Lucille Werner (CDA)
Beantwoord door Conny Helder (minister zonder portefeuille volksgezondheid, welzijn en sport) (VVD)
Onderwerpen bestuur gemeenten gezin en kinderen sociale zekerheid
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2023Z04746.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20222023-2251.html
  • Vraag 1
    Wat vindt u ervan dat de uurtarieven voor het persoonsgebonden budget (pgb) in 33 gemeenten zijn verlaagd, soms tot het minimumloon?1

    Ik vind het belangrijk dat budgethouders de zorg en ondersteuning kunnen krijgen die ze nodig hebben. Gemeenten zijn wettelijk verplicht om toereikende tarieven vast te stellen, zodat budgethouders passende zorg en ondersteuning kunnen inkopen. Daarbij moeten gemeenten in de verordening opnemen hoe zij tot de opbouw van hun pgb-tarieven komen.
    Er is een onderscheid tussen tarieven voor formele en informele zorgverleners. Gemeenten hebben de ruimte om hierin een passend onderscheid te maken. De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet zijn ontworpen om mensen waar mogelijk op eigen kracht, aangevuld met gebruikelijke hulp door naasten, met mantelzorg en hulp van het sociale netwerk, en daar waar nodig met passende (formele) zorg en ondersteuning zoveel mogelijk mee te laten doen in de samenleving. Er wordt daarbij – waar dat kan – een beroep gedaan op het probleemoplossend vermogen van de cliënt zelf, zijn naasten en zijn sociale netwerk.
    Als er sprake is van informele zorg, is er in veel gevallen geen formele arbeidsverhouding tussen de zorgverlener en de budgethouder. Tegenover deze vorm van informele zorg staat een lagere vergoeding dan bij formele zorg. Gemeenten zijn bij informele zorgverleners in ieder geval gehouden aan het wettelijk minimumloon (Wml).

  • Vraag 2
    Wat vindt u ervan dat tientallen budgethouders anoniem willen blijven, omdat ze bang zijn voor of geen ruzie willen hebben met de gemeente?

    Ik vind het belangrijk dat budgethouders geen drempels ervaren als zij hun zorgen uiten of als zij zich melden bij hun gemeente. Het is een onwenselijke situatie als budgethouders anoniem willen blijven uit angst voor eventueel nadelige gevolgen. Ik hecht er waarde aan dat gemeenten een goede vertrouwensband hebben met hun inwoners.

  • Vraag 3
    Deelt u de mening dat je uitspreken over de hoogte van het pgb niet mag leiden tot een volgende lagere indicatie?

    Ja. Wanneer een inwoner het niet eens is met de hoogte van zijn pgb, mag dat geen reden zijn tot een lagere indicatie.

  • Vraag 4
    Snapt u dat – gezien vraag 3 – het melden bij de gemeente, mocht je niet met je pgb uitkomen, voor een budgethouder ingewikkeld is?

    Ik vind het belangrijk dat budgethouders zich kunnen melden bij de gemeenten indien zij het niet eens zijn met een beslissing van een gemeente. Daar bestaan tevens (formele) bezwaar- en beroepsprocedures voor. Er zijn mij geen signalen bekend dat melden bij de gemeenten leidt tot nadelige gevolgen, zoals een lagere beschikking.

  • Vraag 5
    Vindt u dat deze 33 gemeenten een reëel tarief betalen voor het pgb? Zo ja, waarom wel? Zo nee, waarom niet?

    Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het hanteren van toereikende tarieven en dienen in de verordening te onderbouwen op welke wijze zij tot toereikende tarieven komen. De beoordeling of tarieven in individuele gevallen toereikend zijn, is daarmee primair aan gemeenten. Wanneer een budgethouder het niet eens is met de hoogte van het budget bestaat de mogelijkheid van bezwaar en beroep.

  • Vraag 6
    Kunt u uitleggen waarom u met een landelijke richtlijn komt?

    Ik vind het belangrijk dat gemeenten toereikende tarieven vaststellen, zodat budgethouders passende zorg en ondersteuning kunnen inkopen.
    Gemeenten moeten in hun verordening opnemen hoe zij de kostprijs van een voorziening berekenen. Het berekenen van deze kostprijs wordt voor de voorzieningen in natura in de Wmo 2015 gedaan op basis van de AMvB reële prijs Wmo 2015. Deze schrijft de (minimale) kostprijselementen voor op basis waarvan een tarief moet worden opgebouwd; deze elementen moeten ook verankerd worden in de lokale verordening. Voor de Jeugdwet is momenteel een AMvB reële prijs in ontwikkeling. Het voornemen is om de AMvB reële prijs Jeugdwet voor het zomerreces te agenderen in de Tweede Kamer.
    Ook voor de hoogte van het pgb geldt dat gemeenten in de verordening moeten vastleggen op welke wijze zij de tarieven opbouwen. Ik constateer dat gemeenten op verschillende manieren hun tarieven bepalen en dat dit soms onduidelijkheid kan veroorzaken voor budgethouders en zorgaanbieders.
    Daarom ontwikkel ik, in samenwerking met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en Per Saldo, een handreiking waarin een methode wordt uitgewerkt voor het berekenen van toereikende pgb-tarieven. Er worden geen landelijke tarieven vastgesteld, maar wel een uniforme, uitlegbare en uitvoerbare werkwijze. Met deze werkwijze wil ik gemeenten ook toerusten om transparant te zijn in de opbouw van een pgb-tarief.

  • Vraag 7
    Kun u toelichten wat u bedoelt met de zinsnede dat «gemeenten ook de ruimte moeten krijgen om de lokale situatie goed te laten meewegen»?

    Gemeenten hebben de beleidsvrijheid om zelf keuzes te maken in de totstandkoming van lokale tarieven. Deze tarieven kunnen zij zo opbouwen, zodat deze passen bij de lokale situatie en lokale zorg- en ondersteuningsstructuur.
    Daarin houden gemeenten bijvoorbeeld rekening met lokale verschillen in de verschillende kostprijselementen, de beschikbaarheid van zorgaanbieders, het soort zorgaanbieders en andere mogelijkheden van lokale ondersteuning.

  • Vraag 8
    Gaat u in de landelijke richtlijn formele en informele tarieven voor een pgb opnemen? Waarom wel of waarom niet?

    De handreiking waarin de werkwijze voor de opbouw van pgb-tarieven wordt opgenomen, richt zich primair op tarieven voor formele zorg en ondersteuning.
    Daarbij is het belangrijk voor ogen te houden dat er een onderscheid is tussen formele en informele zorgverleners. Bij een tarief voor formele zorg zie ik een duidelijke parallel met een maatwerkvoorziening (zorg in natura) uit de Wmo 2015. De kostprijs van een dergelijke voorziening, of deze nu door de gemeente of via een pgb wordt ingekocht, kan langs vaste kostprijselementen worden opgebouwd. Voor het tarief voor informele zorg, waarbij het gaat om ondersteuning door naasten, vind ik een dergelijke werkwijze niet passend.

  • Vraag 9
    Worden naast de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) ook cliënten- en patiëntenorganisaties betrokken bij het maken van de landelijke richtlijn? Zo ja, hoe dan precies? Zo nee, waarom niet?

    Ja. Ik ben met zowel Per Saldo als met de VNG en gemeenten in gesprek bij het vormgeven van deze handreiking. Ik vind het belangrijk dat ook Per Saldo betrokken is bij deze opgave, omdat zij het perspectief van pgb-houders voor het voetlicht brengen.

  • Vraag 10
    Kunt u aangeven wanneer de landelijke richtlijn gereed is?

    Het voornemen is om de handreiking voor het kerstreces gereed te hebben.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2023Z04746
Volledige titel: Het bericht ‘33 gemeenten verlagen tarieven voor pgb ondanks inflatie: ‘Als ik weer moet gaan werken, dan moeten mijn kinderen naar een instelling’’
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20222023-2251
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Werner over het bericht ‘33 gemeenten verlagen tarieven voor pgb ondanks inflatie: ‘Als ik weer moet gaan werken, dan moeten mijn kinderen naar een instelling’