Kamervraag 2021Z14071

Het onderzoek naar de beveiligingssituatie van Peter R. de Vries

Ingediend 30 juli 2021
Beantwoord 27 augustus 2021 (na 28 dagen)
Indieners Hanneke van der Werf (D66), Ingrid Michon (VVD), Kees van der Staaij (SGP), Anne Kuik (CDA)
Beantwoord door Ferdinand Grapperhaus (minister justitie en veiligheid) (CDA)
Onderwerpen openbare orde en veiligheid politie, brandweer en hulpdiensten recht strafrecht
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2021Z14071.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20202021-3853.html
  • Vraag 1
    Deelt u de mening dat alles op alles moet worden gezet om kroongetuigen en hun naasten, advocaten en adviseurs te beschermen? Steunt u daarom het verzoek het onderzoek te verbreden en in kaart te brengen welke veiligheidsmaatregelen bij eerdere slachtoffers, zoals Derk Wiersum en Redouan B., zijn getroffen en welke lessen daaruit kunnen worden getrokken voor de toekomst? Zo nee, waarom niet?

    Het kabinet hecht een groot belang aan de veiligheid van kroongetuigen en hun naasten, advocaten en adviseurs. Zoals ook aan uw Kamer toegezonden in mijn brief van 24 augustus jl. heb ik de afgelopen weken meerdere gesprekken gevoerd met de met de familie van Peter R. de Vries, andere betrokkenen en deskundigen.1 Het grote maatschappelijk belang dat met het onderzoek naar de beveiligingssituatie van Peter R. de Vries gediend is, maakt dat ik sterk hecht aan breed draagvlak voor het onderzoek. Ik heb de Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV) gevraagd om het op zich te nemen in een onderzoek na te gaan welke lessen getrokken kunnen worden uit de beveiligingssituaties van de broer, de toenmalig advocaat en de vertrouwenspersoon van de kroongetuige in het Marengo-proces. De OVV heeft inmiddels bevestigd dit onderzoek op zich te nemen.2 Hierbij acht ik het van belang uw Kamer te melden dat gezien de onafhankelijke status van de OVV, de OVV zelf de onderzoeksopzet bepaalt. Deze onafhankelijke status is vastgelegd in de Rijkswet Onderzoeksraad voor Veiligheid, waarin ook de bevoegdheden van de OVV zijn vastgelegd.

  • Vraag 2
    Steunt u het pleidooi van de advocaten van de kroongetuigen dat de commissie absoluut onafhankelijk moet zijn en dat het wenselijk is naast de heer Joustra ook een andere (strafrecht)deskundige aan de onderzoekscommissie toe te voegen? Zo nee, waarom niet?

    Ik hecht eraan te benadrukken dat voor mij persoonlijk over de geschiktheid en onafhankelijkheid van de heer Joustra en zijn beoogde commissieleden geen enkele twijfel is geweest. Wel vind ik het van het grootste belang dat over de onafhankelijkheid van het onderzoek ook in de buitenwereld geen twijfels bestaan en heb ik geconcludeerd dat de brede reikwijdte van het onderzoek beter past bij onderzoek door de OVV. Ik wil de heer Joustra en zijn beoogde commissieleden dan ook hartelijk danken voor hun bereidheid en hun inspanningen tot nu toe op dit dossier.

  • Vraag 3
    Wilt u deze vragen, gezien de voorziene onderzoeksperiode, binnen een beantwoordingstermijn van een week, dus uiterlijk 6 augustus 2021, beantwoorden?

    In verband met afstemming met meerdere partijen is dit niet mogelijk gebleken.

  • Mededeling - 20 augustus 2021

    Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van de leden Michon-Derkzen (VVD), Van der Werf (D66), Kuik (CDA), Bikker (ChristenUnie) en Van der Staaij (SGP), van uw Kamer aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het onderzoek naar de beveiligingssituatie van Peter R. de Vries (ingezonden 30 juli 2021) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2021Z14071
Volledige titel: Het onderzoek naar de beveiligingssituatie van Peter R. de Vries
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20202021-3853
Volledige titel: Antwoord op vragen van de leden Michon-Derkzen, Van der Werf, Kuik, Bikker en Van der Staaij over het onderzoek naar de beveiligingssituatie van Peter R. de Vries