Kamerstuk 35914-8

Kabinetsappreciatie van het voorstel van wet van het lid Kops tot wijziging van de Huisvestingswet 2014 in verband met het uitzonderen van het verlenen van voorrang aan vergunninghouders bij huisvesting op grond van het feit dat zij vergunninghouder zijn (Wet uitzonderen voorrang vergunninghouders) (Kamerstuk 35914)

Dossier: Voorstel van wet van het lid Kops tot wijziging van de Huisvestingswet 2014 in verband met het uitzonderen van het verlenen van voorrang aan vergunninghouders bij huisvesting op grond van het feit dat zij vergunninghouder zijn (Wet uitzonderen voorrang vergunninghouders)

Gepubliceerd: 20 juni 2022
Indiener(s): Hugo de Jonge (minister zonder portefeuille binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (CDA)
Onderwerpen: huisvesting immigratie migratie en integratie organisatie en beleid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35914-8.html
ID: 35914-8

Nr. 8 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR VOLKSHUISVESTING EN RUIMTELIJKE ORDENING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 juni 2022

Het lid Kops (PVV) heeft een voorstel van wet ingediend tot wijziging van de Huisvestingswet 2014 in verband met het uitzonderen van het verlenen van voorrang aan vergunninghouders bij huisvesting op grond van het feit dat zij vergunninghouder zijn (Wet uitzonderen voorrang vergunninghouders). Ten behoeve van de voortzetting van de Kamerbehandeling van dit initiatiefvoorstel op woensdag 22 juni aanstaande doe ik u hierbij de kabinetsappreciatie op dit voorstel toekomen.

Kabinetsappreciatie

Het initiatiefvoorstel van het lid Kops regelt in de Huisvestingswet 2014 dat gemeenten geen voorrang meer mogen verlenen aan vergunninghouders op grond van het feit dat zij vergunninghouder zijn. Dezelfde wet regelt de wettelijke taakstelling tot huisvesting van vergunninghouders. Zoals ook de Afdeling advisering van de Raad van State in haar advies constateert1 gaat het initiatiefvoorstel in tegen het doel en de systematiek van de Huisvestingswet 2014. Daarnaast belemmert het gemeenten om te voldoen aan de taakstelling voor de huisvesting van vergunninghouders, waardoor het voor veel gemeenten onuitvoerbaar zal worden om aan de wettelijke taakstelling te kunnen voldoen. Daarmee zou een (interne) tegenstrijdigheid in de Huisvestingswet 2014 ontstaan, aangezien gemeenten een taakstelling krijgen opgelegd en hen tegelijkertijd het instrumentarium om deze taakstelling uit te voeren wordt ontnomen. Het kabinet adviseert uw Kamer daarom het initiatiefvoorstel niet tot wet te verheffen.

In plaats daarvan zet het kabinet in op structurele verbeteringen in de volkshuisvesting. Zo kunnen alle woningzoekenden een passende woning krijgen, waaronder starters, ouderen, middeninkomens, lagere inkomens, spoedzoekers en de aandachtsgroepen (waaronder vergunninghouders). Dat doet het kabinet onder meer door in te zetten op bouwen van meer sociale huurwoningen. Ook zet het kabinet in op het versneld bouwen van flexwoningen, waar zowel vergunninghouders als andere aandachtsgroepen kunnen wonen. Dit levert de beste bijdrage om verdringing te voorkomen. Deze inzet is toegelicht in de Nationale Woon- en Bouwagenda, het programma Woningbouw, het programma Een thuis voor iedereen en diverse andere beleidslijnen waarover uw Kamer is geïnformeerd.

De Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, H.M. de Jonge