Kamerstuk 34532-24

Reactie op verzoek commissie om het advies van de Landsadvocaat over het wetsvoorstel Wijziging van de Meststoffenwet in verband met de invoering van een stelsel van fosfaatrechten per ommegaande naar de Kamer te sturen

Dossier: Wijziging van de Meststoffenwet in verband met de invoering van een stelsel van fosfaatrechten

Gepubliceerd: 17 oktober 2016
Indiener(s): Martijn van Dam (staatssecretaris economische zaken) (PvdA)
Onderwerpen: bestuur bodem dieren landbouw natuur en milieu organisatie en beleid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34532-24.html
ID: 34532-24

Nr. 24 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 oktober 2016

De vaste commissie voor Economische Zaken heeft mij verzocht om het advies van de landsadvocaat over het wetsvoorstel Wijziging van de Meststoffenwet in verband met de invoering van een stelsel van fosfaatrechten (Kamerstuk 34 532) per ommegaande naar de Kamer te sturen dan wel haar te informeren waarom dat niet mogelijk is.

Aan het verzoek om het advies naar de Kamer te sturen, kan ik helaas niet tegemoet komen. Adviezen van de landsadvocaat zijn vertrouwelijk van aard en alleen bestemd voor intern beraad. Het is staand kabinetsbeleid dat zij niet aan het parlement worden verstrekt. Ik kan u wel kort over het advies van de landsadvocaat informeren.

De landsadvocaat heeft de houdbaarheid onderzocht van een beleidsvariant waarbij het referentiepunt om de fosfaatrechten over de melkveehouderijen te verdelen ligt op een tijdstip verder in het verleden dan 2 juli 2015. Uit de analyse van de landsadvocaat volgt dat deze variant aanzienlijke kans heeft bij de rechter te stranden op de fair balance toets van artikel 1 EP EVRM. Vóór de aankondiging in de brief aan uw Kamer van 2 juli 2015 (Kamerstuk 33 979, nr. 98) was voor de sector onvoldoende voorzienbaar dat voor melkkoeien fosfaatrechten zouden worden ingevoerd. De risicomarges zijn in dit geval zeer smal vanwege de derogatie en daarom wordt aanbevolen te kiezen voor het referentiepunt 2 juli 2015.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, M.H.P. van Dam