Kamerstuk 33990-64

Zelfstandige toegankelijkheid rijkskantoren voor mensen met een beperking

Dossier: Uitvoering van het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007, 169)

Gepubliceerd: 15 februari 2018
Indiener(s): Kajsa Ollongren (viceminister-president , minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (D66)
Onderwerpen: organisatie en beleid recht staatsrecht zorg en gezondheid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/dossier/33990/kst-33990-64?resultIndex=11&sorttype=1&sortorder=4
ID: 33990-64

Nr. 64 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 februari 2018

Het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap versterkt de positie van mensen met een beperking op het gebied van onder meer wonen, werk en vervoer. Op 18 januari 2018 heb ik het Actieplan Toegankelijkheid voor de bouw naar uw Kamer gestuurd1. Het actieplan is onderdeel van het brede implementatietraject van het VN-verdrag.

Een van de terreinen van aandacht betreft de zelfstandige toegankelijkheid van gebouwen voor mensen met een beperking. In deze brief ga ik, mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, specifiek in op de rijkskantorenportefeuille. Daarbij zal ik tevens aangeven hoe de gewijzigde motie van het lid Voortman inzake zelfstandige toegankelijkheid van rijkskantoren voor mensen met een beperking wordt uitgevoerd2. In de gewijzigde motie van het lid Voortman is de toenmalige Minister voor Wonen en Rijksdienst verzocht om, samen met cliëntenorganisaties voor mensen met een beperking, in alle ministeriegebouwen een toegankelijkheidsscan uit te voeren en aan de hand daarvan een plan van aanpak op te stellen dat zorgt dat alle ministeriegebouwen zelfstandig toegankelijk zijn.

In deze brief ga ik achtereenvolgens in op het uitgevoerde onderzoek, de stappen die in gang zijn gezet om een hoger kwaliteitsniveau voor zelfstandige toegankelijkheid voor mensen met een beperking te realiseren, en het vervolgtraject. Als ik in deze brief spreek over «zelfstandige toegankelijkheid», dan gaat het in principe om de bereikbaarheid en toegankelijkheid van alle ruimten in een rijkskantoor voor alle gebruikers (medewerkers en bezoekers). Mijn vertrekpunt daarbij is toegankelijkheid voor iedereen, waarmee de participatie van mensen met een beperking op gelijkwaardige basis mogelijk is. Slechts een beperkt aantal ruimten in een gebouw (bijvoorbeeld technische ruimten die louter voor technisch personeel toegankelijk zijn) wordt hiervan uitgezonderd.

onderzoek en normvergelijking

Gezien de ambities van het kabinet inzake een inclusieve samenleving en om recht te doen aan de gewijzigde motie van het lid Voortman, zijn in zeven rijkskantoren in Den Haag, waar de bestuurskernen van ministeries zijn gehuisvest, scans uitgevoerd naar de toegankelijkheid. Voor de scans is in overleg met «Ieder(in)», de koepelorganisatie van mensen met een beperking, de Integrale Toegankelijkheidsstandaard (ITs) gehanteerd. Dit is een norm die in het kader van toegankelijkheid breed wordt geaccepteerd.

Naast het uitvoeren van de scans, is een normvergelijking gemaakt tussen het kwaliteitsniveau in deze rijkskantoren, dat gebaseerd is op het wettelijk kader (Woningwet en Bouwbesluit 2012) aangevuld met NEN1814 en het Handboek voor Toegankelijkheid, en de ITs. Uit de normvergelijking komt naar voren dat er inhoudelijk slechts kleine verschillen bestaan tussen de gehanteerde normen.

maatregelen n.a.v. scans

De scans laten zien dat de onderzochte rijkskantoren voldoen aan het wettelijk kader voor toegankelijkheid. De scans laten echter ook zien dat een aantal aanvullende maatregelen kan worden genomen om een hoger kwaliteitsniveau voor zelfstandige toegankelijkheid te realiseren. Het aantal verbeterpunten en de omvang ervan varieert per gebouw. Sommige maatregelen behelzen het aanbrengen van extra markeringen, het aanpassen van liftbedieningspanelen en het verplaatsen van afvalcontainers. In andere gevallen vergen de aanpassingen bouwkundige ingrepen, zoals het wijzigen van toegangsdeuren en doorgangen.

Het Rijksvastgoedbedrijf heeft in kaart gebracht op welke wijze en op welk moment de maatregelen kunnen worden doorgevoerd. Een deel van de maatregelen is inmiddels doorgevoerd. Een ander deel van de maatregelen wordt in regulier onderhoud, bij verbouwingen of bij grote renovaties meegenomen. In weer andere gevallen is het vanwege bouwkundige restricties niet mogelijk om een gewenste maatregel door te voeren dan wel zijn de kosten van de maatregel dermate hoog dat dit verbeterpunt vanuit het proportionaliteitsbeginsel niet reëel is. In deze gevallen wordt gezocht naar alternatieven in overleg met «Ieder(in)». Ik merk hierbij voor de volledigheid op dat in het VN-verdrag wordt gesproken over «redelijke aanpassingen».

Met deze maatregelen komt de zelfstandige toegankelijkheid van de zeven rijkskantoren op een kwaliteitsniveau dat hoger ligt dan wettelijk voorgeschreven, en dat goed past bij de ambities van het Rijk. Dit wil overigens niet zeggen dat deze rijkskantoren, na doorvoering van de maatregelen, op alle terreinen voor alle mensen met een beperking zelfstandig toegankelijk zijn. Sommige knelpunten kunnen mogelijk niet opgelost worden. Het gaat dan veelal om historische knelpunten die ook niet bij een grote renovatie opgelost kunnen worden. Per situatie wordt gekeken hoe hiermee om te gaan.

vervolgtraject

Naar aanleiding van de te nemen maatregelen in de zeven rijkskantoren onderzoekt het Rijksvastgoedbedrijf of er reden is om ook maatregelen te nemen in de rest van de vastgoedportefeuille die de dienst beheert. Hierbij wordt aangesloten bij de uitvoering van het Actieplan Toegankelijkheid voor de bouw. Daarin is onder meer afgesproken om in een werkgroep met betrokken partijen een eenduidige en breed gedragen richtlijn te ontwikkelen voor toegankelijk bouwen en verbouwen. Op basis van de uitkomsten van de werkgroep bekijkt het Rijksvastgoedbedrijf in welke mate de eigen normering moet worden aangescherpt, waarbij vanzelfsprekend ook het financiële aspect wordt meegenomen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren