Kamerstuk 33990-22

Amendement van het lid Keijzer dat ertoe strekt in de Wgbh/cz in de vorm van een preambule op te nemen dat ieder mens in staat gesteld wordt aansluitend bij zijn of haar mogelijkheden autonoom te zijn

Dossier: Uitvoering van het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007, 169)


Nr. 22 AMENDEMENT VAN HET LID KEIJZER

Ontvangen 10 december 2015

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I wordt voor onderdeel A een onderdeel ingevoegd, luidende:

0A

Voor artikel 1 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 01

Ieder mens moet in staat worden gesteld aansluitend bij zijn eigen mogelijkheden autonoom te zijn.

Toelichting

De indiener is van mening dat het uitgangspunt van het ratificeren van het VN-verdrag voor mensen met een handicap is dat ieder mens ongeacht zijn beperking er mag zijn; dat die persoon erbij hoort. Dat deze persoon met zijn of haar beperkingen een volwaardig lid is van onze maatschappij met alle rechten en plichten die hierbij horen. De indiener stelt zich op het standpunt dat dit middels de uitvoeringswet nadrukkelijker in de Wgbh/cz moet worden opgenomen. Veel mensen met een beperking doen al mee, ieder op zijn eigen niveau. Zij trouwen, zij werken, zij studeren, nemen deel aan het verkeer en zij gaan uit. Er zijn mensen waarbij de autonomie beperkt is vanuit de ogen van mensen zonder een beperking.

Dit amendement strekt ertoe in de Wgbh/cz in de vorm van een preambule op te nemen dat ieder mens in staat gesteld wordt aansluitend bij zijn of haar mogelijkheden autonoom te zijn. Bij de voorzieningen die getroffen worden moet aandacht blijven voor de verschillen tussen mensen. Ieder mens moet in staat kunnen zijn het eigen leven te leiden in aansluiting bij zijn of haar mogelijkheden en niet bij een algemene norm. Dat iemand afhankelijk is van ondersteuning daarbij mag niet betekenen dat een ander invult wat iemand wil. Eigen regie strekt zich uit over alle levensterreinen, maatschappelijke rollen en relaties die iemand aangaat, dat uitgaat van de intrinsieke waarde van ieder mens. Om deze waardigheid tot zijn recht te laten komen, moet die waardigheid, die samenhangt met eigen regie, zelf steeds het startpunt van alle beleid zijn. De Wgbh/cz kent vervolgens diverse verbodsbepalingen die gelijke behandeling tot norm verheffen.

Keijzer