Kamerstuk 33841-83

Amendement van het lid Van 't Wout c.s. over het schrappen van de bepaling rondom bestuursstructuur en bedrijfsvoering alsmede over het toedelen van de verantwoordelijkheid voor klachtenregelingen aan aanbieders

Dossier: Regels inzake de gemeentelijke ondersteuning op het gebied van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen en opvang (Wet maatschappelijke ondersteuning 2015)


76,7 %
23,3 %

GrBvK

50PLUS

Van Vliet

VVD

PvdD

CDA

GL

SGP

CU

D66

PVV

PvdA

SP


Nr. 83 AMENDEMENT VAN HET LID VAN ’T WOUT C.S.

Ontvangen 22 april 2014

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

Artikel 2.1.3, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel d vervalt.

2. Onderdeel e komt te luiden:

  • e. ten aanzien van welke voorzieningen een regeling voor de afhandeling van klachten van cliënten vereist is;.

3. Onderdeel f komt te luiden:

  • f. ten aanzien van welke voorzieningen een regeling voor medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder die voor de gebruikers van belang zijn, vereist is.

II

Na artikel 3.1 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3.1a

  • 1. Indien de aanbieder een voorziening levert als bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdelen e en f, treft de aanbieder:

    • a. een regeling voor de afhandeling van klachten van cliënten ten aanzien van gedragingen van de aanbieder jegens een cliënt;

    • b. een regeling voor medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder die voor de gebruikers van belang zijn.

  • 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen, indien het niveau van een vorm van maatschappelijke ondersteuning dit vereist, nadere eisen worden gesteld aan aanbieders van voorzieningen.

Toelichting

De indieners vinden het ongewenst dat iedere gemeenteraad verplicht wordt om bij verordening eisen te stellen met betrekking tot de afhandeling van klachten en de medezeggenschap. Dit zou voor gemeentebesturen en zorgaanbieders veel administratieve lasten met zich meebrengen. Bovendien zou er een ongelijk speelveld kunnen ontstaan voor aanbieders als gemeenten onderling verschillende of tegenstrijdige eisen stellen.

Ook de bepaling dat gemeenten in de verordening in ieder geval bepalen welke eisen aan de bestuursstructuur en bedrijfsvoering van aanbieders worden gesteld zien de indieners als ongewenst. Hiermee worden doel en middel met elkaar verward. De indieners vinden dat gemeenten bij hun inkoop moeten letten op goede kwaliteit van zorg voor een goede prijs. Dat is het doel. Hoe aanbieders tot deze uitkomst komen, zoals keuzes op het gebied van bedrijfsvoering of bestuursstructuur, is het middel en is aan de zorgaanbieder. Aparte eisen stellen aan de interne keuzes die zorgaanbieders maken, heeft geen toegevoegde waarde. Bovendien herbergt deze bepaling het risico dat aanbieders die in verschillende gemeenten werkzaam zijn, te maken krijgen met verschillende eisen aan hun bestuursstructuur en bedrijfsvoering. Dat kan tot onwerkbare situaties leiden voor zorgaanbieders.

Met dit amendement wordt de bepaling rondom bestuursstructuur en bedrijfsvoering geschrapt. Daarnaast regelt dit amendement dat gemeenten in de verordening kunnen bepalen ten aanzien van welke voorzieningen zij een klachtregeling of een regeling voor medezeggenschap vereist vinden. Vervolgens worden aanbieders die dergelijke voorzieningen leveren direct verantwoordelijk gemaakt voor het inrichten van deze regelingen voor hun cliënten. De regering krijgt de bevoegdheid om, indien het niveau van een vorm van maatschappelijke ondersteuning dit vereist, nadere eisen te stellen aan de regelingen.

Van ’t Wout Bergkamp Van der Staaij