Kamerstuk 32129-16

Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010); Amendement om een vrijstelling in box 3 in te voeren voor de belastingplichtige met beleggingen in startende of doorgroeiende MKB-ondernemingen

Dossier: Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010)

Gepubliceerd: 19 november 2009
Indiener(s): Paul Tang (PvdA), Pieter Omtzigt (CDA)
Onderwerpen: belasting economie financiƫn ondernemen
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32129-16.html
ID: 32129-16

77,2 %
22,8 %

Verdonk

PVV

PvdA

VVD

SP

CU

SGP

PvdD

GL

D66

CDA


32 129
Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010)

nr. 16
AMENDEMENT VAN DE LEDEN TANG EN OMTZIGT TER VERVANGNG VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 151

Ontvangen 19 november 2009

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel I wordt na onderdeel A een onderdeel ingevoegd, luidende:

Abis. In artikel 2.7, eerste lid, tweede volzin, wordt «verminderd met het bedrag van de heffingskorting voor de inkomstenbelasting (artikel 8.3)» vervangen door: verminderd met het bedrag van de heffingskorting voor de inkomstenbelasting (artikel 8.3) en vermeerderd met het bedrag van de heffingstoeslag (artikel 8.22).

II

In artikel I worden na onderdeel Y twee onderdelen ingevoegd, luidende: Ya. Aan artikel 5.16, tweede lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

d. MKB-beleggingen als bedoeld in artikel 5.18b.

Yb. Na artikel 5.18a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5.18b Vrijstelling MKB-beleggingen

1. MKB-beleggingen zijn in het kalenderjaar of in een van de vijf voorafgaande kalenderjaren door een MKB-onderneming geëmitteerde aandelen, alsmede aandelen in een MKB-fonds.

Een MKB-onderneming is een vennootschap:

a. waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld;

b. waarvan doel en feitelijke werkzaamheden bestaan in andere activiteiten dan het beleggen van vermogen;

c. die ten tijde van de emissie van de in de in de eerste volzin bedoelde aandelen, geconsolideerd beschouwd:

1°. minder dan 250 werknemers heeft;

2°. in enig jaar nog niet een omzet heeft behaald van meer dan € 50 000 000;

3°. in enig jaar nog niet een balanstotaal heeft gehad van meer dan € 43 000 000; en

d. die is gevestigd in een gebied dat steun ontvangt van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling.

Een MKB-fonds is een op grond van het derde lid aangewezen beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, waarvan het doel en de feitelijke werkzaamheden uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bestaan in het beleggen van vermogen in door MKB-ondernemingen in het kalenderjaar of in een van de vijf voorafgaande kalenderjaren geëmitteerde aandelen.

2. De in het eerste lid, onderdeel d, opgenomen voorwaarde geldt niet ingeval – beoordeeld overeenkomstig het eerste lid, onderdeel c – de desbetreffende vennootschap minder dan 50 werknemers heeft en de omzet en het balanstotaal niet meer bedragen dan € 10 000 000.

3. Aanwijzing als MKB-fonds geschiedt op verzoek van een beleggingsinstelling bij voor bezwaar vatbare beschikking. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de aanwijzing en de intrekking van de aanwijzing.

4. Aanwijzing als bedoeld in het derde lid is ook reeds mogelijk in een aanloopperiode van drie maanden waarin een beleggingsinstelling nog niet voldoet aan de in het eerste lid opgenomen voorwaarde dat het doel en de feitelijke werkzaamheden uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bestaan in het beleggen van vermogen in door MKB-ondernemingen in het kalenderjaar of in een van de vijf voorafgaande kalenderjaren geëmitteerde aandelen.

5. Op verzoek van een beleggingsinstelling wordt de in het vierde lid bedoelde aanloopperiode van drie maanden vervangen door een ingroeiperiode van maximaal twee jaar, indien de beleggingsinstelling voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden.

6. Bij ministeriële regeling kunnen voor de toepassing van dit artikel nadere regels worden gesteld.

III

In artikel I worden na onderdeel EE drie onderdelen ingevoegd, luidende:

EEa. Aan artikel 8.2 wordt, onder vervanging van «en » aan het slot van onderdeel m door een puntkomma en onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel n door «en», een onderdeel toegevoegd, luidende:

o. de korting voor MKB-beleggingen (artikel 8.21).

EEb. Na artikel 8.20 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 8.21 Korting voor MKB-beleggingen

1. De korting voor MKB-beleggingen geldt voor de belastingplichtige die in het kalenderjaar bij een emissie aandelen in een MKB-onderneming als bedoeld in artikel 5.18b of in een MKB-fonds als bedoeld in dat artikel heeft verworven.

2. De korting voor MKB-beleggingen bedraagt 7,5% van hetgeen door de belastingplichtige op de in het kalenderjaar geëmitteerde aandelen is gestort, doch niet meer dan € 2813.

3. De korting voor MKB-beleggingen geldt niet voor zover de in het kalenderjaar verworven MKB-beleggingen, al dan niet in combinatie met eerder of later verworven aandelen, op enig moment in het kalenderjaar kwalificeren als een aanmerkelijk belang als bedoeld in hoofdstuk 4.

Artikel 8.22 Toeslag voor MKB-beleggingen

1. De toeslag voor MKB-beleggingen (heffingstoeslag) geldt voor de belastingplichtige die in het kalenderjaar aandelen vervreemdt ter zake waarvan hij in het kalenderjaar of in een van de drie voorafgaande kalenderjaren de korting voor MKB-beleggingen, bedoeld in artikel 8.21, heeft genoten. De toeslag bedraagt 7,5% van de waarde in het economische verkeer van de vervreemde aandelen dan wel, wanneer dat meer is, een bedrag gelijk aan de eerder ter zake van die aandelen genoten korting voor MKB-beleggingen.

2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder vervreemding mede verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 4.16. Een aandelenfusie als bedoeld in artikel 3.55 wordt niet als een vervreemding aangemerkt. Bij ministeriële regeling kunnen ook andere situaties worden aangegeven die niet als een vervreemding worden aangemerkt.

EEc. In artikel 10.1 wordt «8.18a» vervangen door: 8.18a, 8.21.

IV

Na artikel II wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel IIA

De Wet inkomstenbelasting 2001 wordt met ingang van 1 januari van het vijfde kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin artikel I, onderdelen Abis, Ya, Yb, EEa , EEb en EEc, in werking is getreden als volgt gewijzigd:

A. In artikel 2.7, eerste lid, tweede volzin, wordt «verminderd met het bedrag van de heffingskorting voor de inkomstenbelasting (artikel 8.3) en vermeerderd met het bedrag van de heffingstoeslag (artikel 8.22)» vervangen door: verminderd met het bedrag van de heffingskorting voor de inkomstenbelasting (artikel 8.3).

B. Artikel 5.16, tweede lid, onderdeel d, vervalt, onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel c door een punt.

C. Artikel 5.18b vervalt.

D. Artikel 8.2, onderdeel o, vervalt, onder vervanging van de «en» aan het slot van onderdeel n door een punt en onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel m door: en.

E. Artikel 8.21 vervalt.

F. Artikel 8.22 vervalt.

G. In artikel 10.1 wordt «8.18a, 8.21» vervangen door: 8.18a.

V

In artikel IV wordt na onderdeel G een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ga. Artikel 23b wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «of artikel 5.18a van de Wet inkomstenbelasting 2001» vervangen door «, artikel 5.18a of artikel 5.18b van de Wet inkomstenbelasting 2001». Voorts wordt «artikel 5.18a, derde lid,» vervangen door: artikel 5.18a, derde lid, dan wel ten behoeve van MKB-beleggingen als bedoeld in artikel 5.18b.

2. In het tweede lid wordt «of artikel 5.18a» vervangen door: , artikel 5.18a of artikel 5.18b.

3. In het tweede lid, tweede volzin, wordt «tot de intrekking van de aanwijzing 0,2» vervangen door: tot de intrekking van de aanwijzing 0,2, en bedraagt 7,5% van de nominale waarde van de in het kalenderjaar en de voorafgaande twee kalenderjaren uitgegeven aandelen.

VI

Na artikel IV wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel IVA

In de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 wordt met ingang van 1 januari van het vijfde kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin artikel VI, onderdeel Ga, in werking is getreden, artikel 23b als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «, artikel 5.18a of artikel 5.18b van de Wet inkomstenbelasting 2001» vervangen door «of artikel 5.18a van de Wet inkomstenbelasting 2001». Voorts wordt «artikel 5.18a, derde lid, dan wel ten behoeve van MKB-beleggingen als bedoeld in artikel 5.18b» vervangen door: artikel 5.18a, derde lid.

2. In het tweede lid wordt «, artikel 5.18a of artikel 5.18b» vervangen door: of artikel 5.18a.

3. In het tweede lid, tweede volzin, wordt «tot de intrekking van de aanwijzing 0,2, en bedraagt 7,5% van de nominale waarde van de in het kalenderjaar en de voorafgaande twee kalenderjaren uitgegeven aandelen» vervangen door: tot de intrekking van de aanwijzing 0,2.

VII

Na artikel XVIIA wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel XVIIB

Overige fiscale maatregelen 2008 wordt als volgt gewijzigd:

A. Artikel I, onderdelen FC, FD, GBA en GFA, vervalt.

B. Artikel VI, onderdeel AA, vervalt.

C. Artikel XXVE vervalt.

D. Artikel XXVF vervalt.

E. Artikel XXVI, tiende lid, vervalt.

VIII

Na artikel XX wordt een artikel ingevoegd, luidende

Artikel XXA

De artikelen 2.7, eerste lid, tweede volzin, 5.16, tweede lid, onderdeel d, 5.18b en 8.22 van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals deze bepalingen luidden op 31 december van het vierde kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin deze bepalingen bij koninklijk besluit als bedoeld in artikel XXI, zevende lid, zijn gewijzigd onderscheidenlijk in werking zijn getreden, blijven van toepassing op aandelen die uiterlijk op 31 december van dat vierde kalenderjaar zijn verworven.

IX

Artikel XXI, achtste lid, komt te luiden:

8. In afwijking van het eerste lid treden artikel I, onderdelen Abis, Ya, Yb, EEa, EEb en EEc, artikel IV, onderdeel Ga, en artikel XVII, onderdeel C, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Toelichting

Algemeen

Dit amendement behelst het invoeren van een vrijstelling in box 3 voor de belastingplichtige met beleggingen in startende of doorgroeiende MKB-ondernemingen. Het moet hierbij gaan om aandelen die in het kalenderjaar of in een van vijf voorafgaande kalenderjaren zijn uitgegeven.

Voorts wordt een heffingskorting ingevoerd voor de belastingplichtige die in het kalenderjaar bij een emissie aandelen in een MKB-onderneming verwerft. De heffingskorting bedraagt 7,5% van de waarde van de verworven aandelen met een maximum van € 2813.

De heffingskorting wordt als het ware teruggedraaid ingeval de aandelen binnen een termijn van drie jaren worden vervreemd. Daartoe wordt een heffingstoeslag geïntroduceerd. De heffingstoeslag bedraagt 7,5% (zonder maximum) van de verkoopprijs van de aandelen. De heffingstoeslag kan dus hoger zijn dan de eerder genoten heffingskorting.

Een vergelijkbare regeling geldt voor beleggingen in een zogenoemd MKB-fonds (een aangewezen beleggingsinstelling waarvan het doel en de feitelijke werkzaamheden uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bestaan in het beleggen van vermogen in door MKB-ondernemingen in het kalenderjaar of in een van de vijf voorafgaande kalenderjaren geëmitteerde aandelen).

De maatregelen hebben een looptijd van 5 jaar. De maatregelen zal worden gemonitord en geëvalueerd. Mochten maatregelen succesvol blijken dan kan worden overwogen de maatregelen te continueren.

De inwerkingtreding is vanwege het voorleggen bij de EU voorzien op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Budgettair

Bij de Overige fiscale maatregelen 2008 is een amendement aangenomen dat ziet op een enigszins op de faciliteit uit dit amendement gelijkende faciliteit voor beleggingen in MKB ondernemingen. Dat amendement is nog niet inwerkinggetreden, en vervalt bij aanneming van dit amendement. De budgettaire derving is toentertijd geraamd op € 2,5 miljoen per jaar en cumulatief € 12 miljoen (over een periode van 5 jaar). De in voorliggend amendement voorgestelde faciliteit is op een aantal punten afwijkend ten opzichte van het eerdere amendement, waaronder de vervanging van de jaarlijkse heffingskorting naar een eenmalige korting, de introductie van een heffingstoeslag én de mogelijkheid om de box 3-faciliteit te krijgen ter zake van MKB-beleggingen die zijn verworven in de vijf voorafgaande kalenderjaren voor inwerkingtreding. Bovendien geldt de faciliteit ook voor buitenlandse ondernemingen. Bij de voorgestelde beperking tot vijf jaar kost de faciliteit in het onderhavige amendement € 4,5 miljoen per jaar in de genoemde periode en cumulatief € 22 miljoen. Bij deze raming is uitsluitend rekening gehouden met de derving door gebruik van de faciliteit door Nederlandse ondernemingen. De dekking wordt gevonden in het amendement 32 128, nr. 26.

Er vindt een heroverweging plaats of het KB geslagen dient te worden, indien na goedkeuring door de Europese Commissie de raming van de totale budgettaire derving substantieel afwijkt van € 5 miljoen per jaar.

Tang

Omtzigt


XNoot
1

Vervanging in verband met wijziging in de toelichting.